Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

What kind of libraries do we need in the future? #HorizonReport2015 #LibraryEdition

nmc2015_libraryHey Marcel,

Voor de 2e keer is het NMC een bibliotheekversie van het Horizon Report verschijnt (zie hier editie 2014). Samen met the University of Applied Sciences (HTW) Chur, the German National Library of Science and Technology (TIB), Hannover, and ETH-Bibliothek Zürich is het NMC Horizon Report > 2015 Library Edition samengesteld. Hoewel het gaat om academische onderzoeksbibliotheken, kunnen hbo-bibliotheken hier ook trends uithalen. Zoals in alle Horizon reports worden 6 key trends, 6 significante uitdagingen and 6 belangrijke (technologische) ontwikkelingen beschreven op korte, middellange en lange termijn benoemd. In onderstaande video wordt deze kort toegelicht

 

 

 

 

Ten opzichte van editie 2014 zijn toch wel wat wijzigingen te signaleren. Data(management) is uiteraard een blijvend aandachtspunt. En ook de noodzakelijke veranderingen in bibliotheekwereld worden nog steeds gezien als een lastige uitdaging. Opvallend, maar niet vreemd, is dat ‘makerspaces’ en ‘online learning’ booming zijn. In het rapport van vorig jaar werden deze ontwikkelingen nog niet genoemd, maar daar kunnen we vandaag de dag niet meer omheen. Ik vind het wel jammer dat ‘open content’ niet in het lijstje van 2015 meer voorkomt. Als solvable challenge staat net als 2014 ‘embedding academic and research libraries in the curriculum’ bovenaan. Hopelijk is die volgend jaar verdwenen, niet omdat het niet meer belangrijk is maar omdat daar het komende jaar gerealiseerd is ;). En ‘rethinking library spaces’ wordt als trend benoemd, wel voor de lange termijn, maar toch. Niet vreemd vind ik, gezien de vele publicaties die rondom dit thema de laatste tijd verschijnen.

HorizonReportLibrary2015

Het hele Horizon Report > 2015 Library Edition is beschikbaar als pdf en ook de bijbehorende wiki is te raadplegen

Judith

Open leerruimtes en de rol van de bibliotheek

Hi Marcel,

Steeds vaker lees ik berichten over het klaslokaal of schoolgebouw van de toekomst. Hoewel mijn leerteam tijdens de Challenge Day van de MLI als één van de weinige nog geloofde in fysieke ontmoetingsruimte in 2030, denk ik echt (nog) niet dat binnen 15 jaar geen schoolgebouwen meer bestaan. Misschien dat de benaming anders wordt, maar volgens mij is ontmoeting wezenlijk voor leren en samenwerken. Dat die nieuwe leeromgeving vol staat met technologie en met veel ruimte voor samenwerkend, actief, zelfgestuurd leren lijkt me voor de handliggend.

Via Wilfred Rubens las ik het artikel Emerging Technologies to Enhance Teaching and Enable Active Learning door Eric Kunnen. Ik vond het mooi om te lezen dat Mary Idema Pew Library van de Grand Valley State University het initiatief heeft genomen om leerruimtes in te richten voor informeel leren.

Net zoals Wilfred vind ik dat deze prachtige omgeving van Grand Valley State University nog erg technologie-gedreven is. Wij hebben op (zeer) kleine schaal ervaring met onze X-lab. Ook het iXperium en andere Edlabs gaan uit van het experimenteren met technologie. Het is belangrijk dat docenten en studenten samen kunnen leren met nieuwe technologie om te gaan en hoe deze didactisch te kunnen inzetten.

Op universiteiten zie ik dat bibliotheken steeds meer initiatieven nemen om de ruimte anders in te inrichten waarbij het flexibel inrichten van zogenaamde open/learning spaces centraal staat, zie ook mijn bezoek aan de Tapijnkazerne. Afgelopen weekend stond in de krant dat de Erasmusuniversiteit 5 km boeken bij het oud papier heeft gezet. De ub moet volgens de bibliothecaris ‘radicaal kiezen voor totale transformatie’. De bibliotheek is de contentmanager, niet meer beheerder van boeken. Het uitlenen van boeken is inmiddels ook bij Zuyd een randverschijnsel aan het worden. Zeker nu de zelfuitleen binnenkort geïntroduceerd wordt.

Graag zou ik voor Zuyd ook een mengeling van deze X-labachtige ruimtes (zoals Pencil vs Pixel) met de open leeromgevingen waar ruimte is voor zelfgestuurd en actief leren maar ook voor de ontmoeting. In tegenstelling tot hbo-bibliotheken (in ieder geval bij Zuyd) hebben universiteitsbibliotheken veel meer ruimte om studenten en onderzoekers verschillende type ontmoetings-/werkruimtes aan te bieden. Buiten de Zuyd-bibliotheekmuren zijn nog ruimtes genoeg waar volgens mij de informatie professional een waardevolle inbreng kan bieden tot de inrichting voor het interactief samenwerken mbv devices voor onze open leeromgevingsruimtes.

librarian

Dat denk ik. Wat vind jij?
Groet,
Judith

Vond ik zojuist in mijn Pcoket (mijn nog te lezen artikelen) nog een Educause-bericht over dit onderwerp: Beyond active learning: transformation of the learning space. Volgens de auteur van het artikel Mark Valenti leven we in een spannende tijd: “What an amazing time to be in education and to be a part of the transformation of the learning space!” Natuurlijk is technologie belangrijke aanjager van deze ontwikkeling. Ook de studenten zijn volgens hem veranderd: “Millennials no longer accepted that model, demanding that education be offered in a space of their choosing, on a schedule of their choosing, and in a style of their choosing.” Hoe kunnen we toch enige structuur bieden maar het leren toch persoonlijk maken? De samenleving vraagt immers om een andere professional, de T-shaped professional.

T-shapedCredit: Developed by IBM (Jim Spohrer, IBM Labs)
and Michigan State University
and modified on March 16, 2015.
Reprinted with permission.

De skills die deze T-shaped student nodig hebben vraagt een nieuwe didactische aanpak die een andersoortige ruimte vereist.

The next generation of learning spaces will take all the characteristics of an active learning environment—flexibility, collaboration, team-based, project-based—and add the capability of creating and making. Project teams will be both interdisciplinary and transdisciplinary and will likely need access to a broad array of technologies. High-speed networks, video-based collaboration, high-resolution visualization, and 3-D printing are but a few of the digital tools that will find their way into the learning space.

Jep. Spannende tijden 🙂

Conferentie Bildung en techniek in het onderwijs van de toekomst

BildungHUHallo Marcel,

Ik kwam een berichtje tegen dat de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht een interessante conferentie over Bilding en Techniek in het onderwijs organiseert op 29 augustus in Utrecht.

Er worden visies over Bildung en technologie gepresenteerd door Hans Schnitzler, Sandra Verbruggen en Theo van den Bogaart. Er volgt uiteraard een dialoog en er worden workshops en lezingen aangeboden over o.a. gamification, de interactie tussen mens, machine en media en de ethische grenzen van ict gebruik in het onderwijs.

“We willen elkaar prikkelen en geprikkeld worden tot meer diepgang, vraagstukken en onderzoek naar onderwijs, techniek en bildung, waarbij ook de eigen vooroordelen onder de loep worden genomen. Van hieruit willen we werken aan visievorming: wat is goed onderwijs in de context van het begin van de 21e eeuw? En: welke rol voor ICT wordt daarin wel en niet gewenst? Is er sprake van een techno-utopie van het onderwijs?”

Aanmelden kan via via bildung.fe@hu.nl o.v.v. bildungsconferentie en deelname is gratis.

Het is verleidelijk, maar het is op een zaterdag 😦 en 2 uur reizen van mijn woonplaats.
Ik twijfel …. zou ik gaan?

Judith

Hooked. Veranderen van gewoontes.

Hi Marcel,

Vanmorgen las ik in de NRC van gisteren het artikel Facebook is ons medicijn. Volgens het artikel is Facebook een “meester in het implementeren van gewoontes”. Het blijkt dat veel techbedrijven een model uit het boek Hooked van Nir Eyal gebruiken om automatismen in ons hoofd te krijgen. Door wearables, smartphones en tablets is het volgens hem heel gemakkelijk ons gedrag te sturen. En eigenlijk wil je dit niet, maar het gebeurt (onbewust) wel. Eyal wil ons zeker niet verslaafd maken, zegt hij …,  maar hij wilt mensen helpen producten en diensten te ontwerpen waarmee ze anderen helpen om goede, gezonde gewoontes te creëren. Ik moest tijdens het lezen aan jouw PhD-onderzoek naar Social Health Gaming en ook aan het de katalysatorgame ihkv M.O.O.D.S. denken. Want bij beide wil je uiteindelijk via een game/app een gedagsverandering bewerkstelligen. Misschien kan je iets met het model van Eyal?

Volgens hem bestaat een cyclus uit 4 stadia: een prikkel, een handeling, een beloning en investering. Heb je alle stadia doorlopen dan is de kans groot dan je blijvend je gewoonte veranderd.

  1. de prikkel (trigger) die bestaat uit externe en interne prikkels. Het uiteindelijk doel is om die interne trigger te activeren, iets wat raakt aan je emotie.
  2. de actie, hoe krijg je mensen zover? Eyal maakt hierbij gebruik van de formule van B.J. Fogg, hierover heb ik al eens eerder geblogd. Zijn model is gebaseerd op 3 onderdelen: motivation, ability en triggers. Als gedragsverandering niet optreedt, ontbreekt ten minste een van deze elementen.
  3. de beloning is waar we het allemaal voor doen 🙂 maar dan moet deze wel ‘variabel’ zijn, want als de beloning elke keer hetzelfde is, komen we ook niet terug.
  4. de investering slaat ook dingen op van mij. Hoe vaker ik het product gebruik, hoe beter het gaat werken. Hij heeft het hierbij over ‘het IKEA-effect’. Het blijkt (uit onderzoek) dat als we ergens moeite voor hebben gedaan (bijvoorbeeld een IKEA-kast in elkaar zetten) we er een grotere waardering voor hebben. Het maakt blijkbaar niet uit of je het leuk vond om te doen, als je er maar moeite voor hebt gedaan. Want al dat zo is hechten we meer waarde aan het product, sociaal netwerk, app of game. En zo begint de verandering, want je gaat het product of dienst steeds vaker gebruiken…de interne prikkels nemens toe.

Ik zal het krantenartikel voor je bewaren. Maar je kunt ook dit interview met Nir Eyal lezen of bekijken

Judith

De Informatiemaatschappij anno MCMLXXXIII

informatiemaatschappijHa Marcel,

Tijdens het opruimen en schoonmaken van onze boekenkast vond ik het boek: De Informatiemaatschappij: de gevolgen van de micro-elektronische revolutie.
Halverwege de jaren 80 ben ik ooit bij de Open Universiteit begonnen aan een cursus Informatica. Ik heb toen een heeeeel klein beetje leren programmeren, maar heb de curus nooit afgerond. Ik was toen ook al niet zo’n alleenstudeerder 😉 Dit boek stamt uit die tijd.

Het boek is uitgegeven in 1983, het Wereld Communicatie Jaar (zo leer je nog eens wat!) als themanummer door Natuur en Techniek en geschreven door alleen maar mannen (ook een tijdsbeeld 😉 ). Het was leuk om het weer eens na zovele jaren door te bladeren, vooral door de vele foto’s die het boek illustreren. Ik was nieuwsgierig naar de hoofdstukken over de invloed van computers op de arbeid en het onderwijs. Hoe dacht men dertig jaar geleden over de naderende informatiemaatschappij?

“Algemeen wordt aangenomen dat de informatietechnologie, naast en samen met ontwikkelingen op economisch en sociaal gebied, op wat langere termijn ons leven en werken en daarmee ook de structuur van onze samenleving vrij ingrijpend zal veranderen”(p. 10)

Daarmee hebben de mannen gelijk gekregen, maar ze waren ook heel kritisch ten aanzien van deze ontwikkelingen. Vooral tenaanzien van de macht van informatie (de haves en have-nots), de persoonlijke relaties en de vrijetijdsbestedingen.

“Weinigen hebben in de loop van de geschiedenis met succes de omvang en de betekenis kunnen schatten van omwentelingen die in hun tijd plaatsvonden. Zij die de sfeer van revolutie waarnamen maar zich beperkten tot de vaststelling dat er mogelijk ingrijpende veranderingen op komst waren, verminderden het risico dat zij door de geschiedenis in het ongelijk zouden worden gesteld. Een dergelijke reserve lijkt op zijn plaats als het gaat om de gebeurtenissen op het terrein van de informatietechnologie. Wij horen termen als Informatierevolutie, Derde Golf, Kantoor van de Toekomst, de Mondiale Stad, maar de exacte reikwijdte van de ontwikkelingen waarop die termen duiden, valt niet te overzien.” (p. 10)

In het boek worden ontwikkelingen genoemd zoals alternatieve energiebronnen, robots, mobiele technologie, de invloed van video en wat dit voor invloed zal hebben op de toekomstige samenleving. Ik heb wat citaten geselecteerd. Sommige zijn grappig om te lezen, en sommige blijken nog verrassend actueel:

Het is nu tijd om maatregelen te nemen. Het onderwijs, dat geneigd is achter te lopenbij de maatschappelijke werkelijkheid, dient vooruit te lopen op de ontwikkelingen. Maatschappelijke en politieke besluitvormingsorganen moeten zich serieus met deze materie bezighouden.” (p. 11)

Zo ook het volgende citaat uit uit het  kritisch / filosofische hoofdstuk over arbeid en samenleving.

“De vraag hoe onze samenleving zich zal ontwikkelen roept daardoor vaak ambivalente gevoelens op. De moderne techniek heeft duidelijke voordelen, de nadelen echter echter van een ongecontroleerde ontwikkeling, in welzijn en milieu, zijn eveneens evident. En de technologie blijft zich met reuzeschreden ontwikkelen. Wij worden voortdurend voor verrassingen gesteld en dat leidt ertoe dat velen de techniek zijn gaan wantrouwen. De techniek dwingt ons bijna in haar raamwerk te denken, zelfs zonder dat wij ons daarvan bewust zijn. Deze zogenaamde ‘technologische fixatie’ leidt tot verschuivingen van de normen en waarden, die diep kunnen ingrijpen in de maatschappelijke verhoudingen.”(p. 198)

Onze samenleving is de afgelopen 30 jaar doorspekt met technologie. Er zijn weinig momenten dat we geen gebruik meer maken van welke technologie dan ook. Zonder elektriciteit draait onze economie niet meer. En ook ons sociaal leven staat dan bijna stil. We zijn stroomjunks geworden. In het boek voorzag men het thuiswerken en veranderende sociale contacten

“Men dient zich bijvoorbeeld af te vragen of het persoonlijk contact met zijn vele, nauwelijks definieerbare nonverbale signalen wel gemist kan worden zonder dat dit leidt tot een sterke vereenzaming en vervreemding.”(p. 203)

Ook de vrees voor veranderingen en vernieuwingen is iets van alle generatie. Dat ook de rol voor leidinggevende in het arbeidsproces zou (moeten) veranderen werd al geduid waarbij “als tegenwicht daartegen is een brede basis van vertrouwen onmisbaar” (p. 203) en “door het delen van de macht en openheid voor de invloed van alle betrokkenen” (p. 205). Nog steeds zijn dit issues die in de moderne managementliteratuur veelal beschreven wordt.
In het hoofdstuk over de effecten van over-informatisering vraagt de schrijver zich af of de informatiemaatschappij ook leidt tot een meer-geïnformeerde samenleving. Ik denk wel dat we tegenwoordig diverser geïnformeerd (kunnen) zijn maar dat de veelheid van informatie voor sommige mensen ook tot overzadiging heeft geleid. Er zijn vele artikelen geschreven over infobesitas. Hoewel niet iedereen vindt dat informatie-overload bestaat, zoals te lezen op het blog op Markingfacts vandaag. We hebben volgens dit artikel een ingebouwde coping-mechanismen om grote hoeveelheden aan prikkels en informatie te reduceren. Ik denk inderdaad dat ik in de loop der jaren wel om heb leren gaan met de veelheid van informatie, maar of dat voor iedereen geldt? Het is zoals in het voorwoord van het Natuur en Techniek-boek staat

“Het vermogen om op doeltreffende wijze met informatie om te gaan, is de sleutel tot het succes van de menselijke soort.”(10)

En dat is onder andere de taak van het onderwijs. De inleiding op het onderwijs-hoofdstuk:

“Het onderwijs mag er niet aan voorbijgaan dat de samenleving evolueert in de richting van een informatiemaatschappij. In de maatschappij van morgen zal men, in de beroepspraktijk en als burger, steeds meer worden geconfronteerd met informatieverwerkende systemen. Het onderwijs van vandaag zal daarvoor de vaardigheden moeten bijbrengen. De nadruk zal hierbij meer liggen op het omgaan met informatie dan op het opnemen en onthouden van kennis. Er is echter méér aan de hand, want de computertechnologie opent een groot aantal nieuwe mogelijkheden voor het onderwijs. Met computers kunnen leerlingen meer in hun eigen tempo leren, onder individuele begeleiding. Men kan computers niet alleen gebruiken als rekenapparaat, maar ook om simulaties uit te voeren, gegevens op allerlei manieren te presenteren, experimenten te bewaken en muziek te maken. Ook in de schoolorganisatie doen computers steeds meer hun intrede. Doordat ze het werk van de administratie verlichten, kunnen nieuwe taken worden aangepakt. In Nederland en Beldië zijn, nu nog op vrij bescheiden schaal, bij wijze van experiment computers op scholen geplaatst. Deze experimenten zullen ongetwijfeld een vervolg krijgen. De opmars van de computer in het onderwijs is nog lang niet ten einde.”(p. 229)

Er waren halverwege de jaren 80 nog critici die dachten dat de computers die toen op school stonden snel in de kelders zouden belanden. Ze hebben ongelijk gekregen, maar het duurde nog wel wat jaren voor computers echt in het klaslokaal kwam te staan.

Wat betreft de rol van het onderwijs in de informatiemaatschappij: “Het onderwijs zal eveneens moeten ingaan op de betekenis van de ….. ontwikkelingen voor onze samenleving en een bijdrage moeten leveren aan de persoonlijke ontplooiing van het individu in de informatiemaatschappij”(p. 230) Maar zeker voor het beroepsonderwijs werd het belangrijk geacht mensen op te leiden in de “nieuwe” beroepen. Iets wat nog steeds ‘hot’ is. Zie / lees ook maar het interview met Nienke Meijer, bestuursvoorzitter van Fontys. Zij zegt niet zoveel anders dan het onderstaande citaat dat in het boek staat.

“Ook zal het onderwijs mensen moeten leren zich flexibel op te stellen in een samenleving waarin als gevolg van technologische ontwikkelingen snelle veranderingen in werk en beroep optreden. In toenemende mate ontstaat behoefte aan bijscholing om aan nieuwe beroepskwalificaties te voldoen. Dit betekent dat veel van wat leerlingen in het algemeen onderwijs of in het beroepsonderwijs leren, snel zal verouderen. Als leerlingen niet al op school leren hoe ze flexibel nieuwe kennis en vaardigheden kunnen verwerven en gebruiken en in nieuwe situaties, dan kan hun dat later in hun beroep lelijk opbreken. Anders gezegd: in onze huidige samenleving moet de school de leerling leren permanent te leren.” (p. 231)

Nu ruim 30 jaar later is Leven Lang Leren wederom iets wat hoog op de agenda staat van elke beroepsopleiding.

Nog aardige citaten die nog steeds waar zijn:
“je moet de computer in het onderwijs gebruiken als je onderwijs- en leerprocessen er beter door kunt laten verlopen” (p.231)
“de wezenlijke relatie binnen dit onderwijs-leerproces blijft daarbij die van leerling en leraar”(p. 243)
Als (nog steeds herkenbare) centrale problemen werden benoemd hoe leerlingen voor te bereiden op de veranderende wereld, hoe curricula aan te passen zodat de computer in het onderwijs zou worden geïntegreerd, maar ook het motivatie-probleem was toen al een ‘dingetje’.

In het laatste hoofdstuk werden enkele kritische vragen gesteld over de informatiemaatschappij en de communicatierevolutie. Rampen als instorting van de wereldeconomie en kernwapens zouden deze ontwikkelingen wellicht kunnen vertragen. Met als slotwoorden: “In dat geval zal de informatiemaatschappij een doodgeboren kindje zijn, als ze er al komt, hetgeen te wijten zal zijn aan het onvermogen informatie te doen ontstaan en te gebruiken” (p. 269).

Gelukkig is die kernoorlog ons bespaard gebleven, de wereldeconomie heeft wel een opdonder gekregen, maar we hebben het overleefd. We zijn blijkbaar toch goed in staat om ons aan te passen aan de veranderende samenleving. In de kern blijven onze zorgen hetzelfde bij alle nieuwe ontwikkelingen die op ons afkomen in onze huidige netwerksamenleving. Het is de angst voor het onbekende. Ik moet ook zeggen dat ontwikkelingen zoals ‘hybrid thinking’ met nanorobotjes intrigerend vind, maar me ook soms wel benauwen. Daarom is het goed dat we snappen welke kant nieuwe technologie op kan gaan, dat de informatie hierover open gedeeld wordt en we in gesprek blijven.
Een samenleving maken we samen!

En het is ook goed zo nu en dan even achterom te kijken om ook van je geschiedenis te leren.
Judith