Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

JUDITH.BETER(t) – week 4 en 5

Ha Marcel,

Over week 4 had ik niet zoveel te melden, daarom nu een blog over week 4 en 5.

Vorige week ben ik weer naar een bewegingssessie in Maastricht geweest. Ik probeer een beetje om mijn eten te letten, maar het lukt me nog niet om met de beperkte voedingsadviezen die ik nu heb een maaltijd voor mijn type samen te stellen, behalve dan de ochtendpap en maaltijdsoepen.

In week 4 heb ik ook wat activiteiten voor de BETER Yammergroep uitgevoerd. Deelnemers toegevoegd ed. Ik kreeg te horen dat ik dit eigenlijk niet moet doen. Het is mijn valkuil om maar dingen op te pakken en mijn grenzen daarin niet aan te geven. Aan de andere kant aan sommige werkzaakheden beleef ik ook veel plezier, dus doe ik dat liever dan huis poetsen ofzo 🙂

Halverwege week 4 voelde ik me niet zo lekker: keelpijn, spierpijn, warm/koud en later ook oorpijn. Inmiddels weet ik dat ik een middenoorontsteking heb en aan de antibiotica zit. Dit geneesmiddel past vast niet in de Chinese geneeskunde die de basis vormt voor dit BETER programma. De dokter vond het verstandiger, ik wilde niet zieker worden. Momenteel is mijn energiepeil door oorpijn en antibiotica niet echt top. Dat heeft ook invloed op activiteiten voor dit programma. Daarnaast is mijn beweeg-/leefstijlcoach ook even niet beschikbaar. Dat betekende in week 5 geen beweegsessie en ook mijn 2e gesprek is uitgesteld.

Deze week hadden we (eindelijk!) de kookworkshop. Op de warmste dag van het jaar totnutoe zaten we in de warme instructielokalen van de Hotelschool. We mochten iemand meenemen, en dochterlief vond het leuk om mee te gaan.

De groep werd in tweeën gesplitst. Wij kregen eerst wat voedingsadviezen op basis van de subtyperingen. Deze toelichting door Yan Schroën was voor mij meer een herhaling van het hoorcollege in week 3. Ik kan me voorstellen dat het voor de gasten van het programma informatief was. Wat mij betreft had dit ‘flipped’ gemogen in de vorm van een kennisclip. Tijdens de kookworkshop (het was meer een kookinstructie omdat we verder niets deden dan proeven 🙂 ) kregen we vooral tips over het verschil tussen ‘warm’ en ‘koud’ eten. Het gaat dan niet alleen om de temperatuur van het voedsel maar ook om smaak. Zo is een druif bijvoorbeeld ‘warming’ en een grapefruit ‘cooling’. Het is de kunst voor mij als stoofpotjestype om in deze tijd van het jaar voor neutraal eten te kiezen. En slim te combineren want warme en koude ingrediënten heffen elkaar op. Voorafgaand aan deze bijeenkomst hebben wij een ingrediëntentabel ontvangen waarin we dit allemaal kunnen opzoeken. Inmiddels hebben we ook een mooi vormgegeven receptenboekje ontvangen en werden we uitgenodigd vooral recepten te delen.

Ga ik dit nu allemaal toepassen?
In mijn ogen ging het vooral om slow cooking: koop goede (biologische) ingrediënten, maak het zelf (geen kant en klaar producten). Dit vergt voor mij nogal een andere levensstijl. Ik ben door de week toch wel van het gemakkelijk klaar. Ik zal niet snel havermout een nacht laten weken, om de volgende ochtend mijn ontbijt te maken. Ik pak wel een zakje Quacker 🙂 In het weekend kan ik wel wat voorbereidingen doen zoals soepen maken en spreads voor op wrap als lunch. Maar als ik al die lekkere dingen in te grote hoeveelheden blijf eten dan gaan de kilo’s er ook niet echt af. Kijk, liever had ik een wekelijks menu ontvangen met een overzicht wat ik moet eten. Ik snap ook wel dat het de bedoeling is dat het effectiever is als je zelf uitvogelt wat het beste bij je past, dan pas word je duurzaam ‘BETER’.

Mijn eetpatroon is vooralsnog niet ingrijpend veranderd. Zo’n slim aanrechtblad zou wel kunnen helpen 🙂

Wel opvallend trouwens dat mijn ‘health-blog’ beter wordt gelezen dan mijn vakinhoudelijke ICTO-gerelateerde blogs….wat zegt dat nu??? *think*

Judith

Mijn andere blogberichten over het BETER-programma vind je hier

JUDITH.BETER(t) – week 3

Hallo Marcel,

Afgelopen week was het voor mij een beetje warm draaien in het BETER-programma. Maandag startte met een online vragenlijst over mijn gezondheid. Vragen of lichamelijke beperkingen of emotionele problemen mijn (werk)activiteiten beïnvloeden. Dezelfde dag heb ik voor de eerste keer deelgenomen aan een beweegsessie in Maastricht. Zoals ik je eerder al vertelde moet ik rustig bewegen en vooral niet zweten 🙂 We begonnen met diverse yoga-oefeningen gericht op ademhaling en ‘aarden’. Het was even wennen, maar fijn.

Donderdag kregen we dan (eindelijk) toelichting op het fenomeen subtypes in de vorm van een hoorcollege door Yan Schroën. Yan is nauw betrokken bij het BETER programma. Hij studeerde in China en heeft een praktijk voor acupunctuur en traditionele Chinese geneeskunde. Hij vergezelde onlangs vier Chinezen uit Hangzhou die in Parkstad waren om te onderzoeken of in de toekomst kan worden samengewerkt op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en onderzoek (lees meer in De Limburger).

In de reguliere (westerse) gezondheidszorg, zo vertelde Yan, wordt gewerkt adhv protocollen die uitgaat van aandoeningen ipv personen (one size fits all). In deze systeem biologische aanpak van het BETER programma wordt een groep mensen met dezelfde aandoening (overgewicht/obesitas) op basis van sleutelsymptomen ingedeeld. Men streeft uiteindelijk naar een persoonlijke diagnose, Personalized Health Care Ecosystem. Een mens is niet alleen zijn ziekte; er moet naar heel de mens gekeken worden, dus ook naar psyche, omgeving, eten, leefstijl, stofwisseling. Deze insteek is idd gebaseerd op Chinese geneeskunde, yin en yang. Het is een andere manier van kijken naar complexe chronische aandoeningen, zoals overgewicht. We gaan andersom denken.

Aan de hand van wederom het metafoor kookpotje werd de spijsvertering van de subtypes toegelicht. Ik had al vérteld dat mijn subtype 4 (groen) gekenmerkt wordt door extreme uitputting. Normaal gesproken behoort zo’n 2% tot dit subtype. Het is opmerkelijk dat in onze groep dit subtype vaak gediagnosticeerd is. Het is voor de onderzoekers interessant om te verkennen of hier een reden voor gevonden kan worden. De levensvreugde van type 4 mensen wordt bepaald door deugdzaamheid. Niet zeuren maar doen is hun motto. Zij dienen los te komen van druk van buitenaf.


Ik herkende me ook wel in andere subtypes. Dat is niet zo vreemd, het zijn namelijk dynamische typeringen. Je beweegt tussen types. Het is dus belangrijk dat goed, samen met je leefstijlcoach, in de gaten te houden want dat betekent dat ook je bewegingen en voeding veranderen.

Het BETER programma is vooral een steuntje in de rug. Het gaat er om lekker in je vel te zitten. Je happy te voelen. Nou dat is dit weekend helemaal goed gekomen met die paar dagen Disney met het gezin 🙂 dat is immers The happiest place on earth! Ik heb voldoende stappen gezet. Heb ook vaak kleine hoeveelheden gegeten, alleen niet allemaal volgens de BETER voedingsadviezen; de stoofpotjes en soepen vond ik niet in Disney *grijns*.

Over 2 weken volgt de kookworkshop met allerlei tips per subtype. Een echt BETER kookboek is zelfs in de maak! Er was ook behoefte om binnen de BETER groep recepten en ervaringen uit te wisselen. Men stelde Blackboard voor om te gebruiken, ik vond Yammer hier geschikter voor. Susy vroeg mij om een besloten Yammer groep aan te maken, dat is inmiddels gebeurd. Die community zal de komende week wel actief worden, hoop ik.

Vandaag vol goede moed week 4 in.

Judith

Mijn andere blogberichten over het BETER-programma vind je hier

Gelezen. Verslaafd aan organiseren: 8 sluipmoordenaars die veranderingen tegenhouden

Hallo Marcel,

Eigenlijk weet ik niet meer waar ik de leestip voor dit boek Verslaafd aan organiseren heb opgepikt. Het is zeker een aanrader. Het is een boek dat uitnodigt tot reflectie. Ik vond het ook herkenbaar. Soms voel je dingen, pieker je over organisatievraagstukken maar vind je de juiste woorden niet. Tjip de Jong verwoordt het helder en duidelijk.

Op ons blog hebben we al vaker gesproken over het rendementsdenken. Wat is dat toch?, dat alles (nou ja veel)  in cijfers uitgedrukt moet kunnen worden. Tjilp de Jong heeft het over dwangmatig geregel, de niet-werkende of nutteloze routines. En we doen er aan mee. We houden het in stand. Waarom?

Wij zijn dus verslaafd 😦

Dat is de ongemakkelijke waarheid.

Onderbouwd met wetenschappelijke verslavingstheorieën beschrijft en definieert De Jong het begrip organisatieverslaving. De economisering en vercijfering (rendementsdenken) heeft een negatieve invloed op onze autonomie (eigen keuzes maken staat onder druk). Tevens wordt het gevoel van verbinding en saamhorigheid afgebroken. Professionele autonomie en sociale verbondenheid  zijn zo belangrijk om je prettig te voelen en goed te functioneren. De balans raakt zoek dan maakt je dat kwetsbaar voor verslaving. De effecten van verslaving in organisaties zijn zichtbaar op 5 niveaus:

  1. prestaties lopen terug en staan onder druk
  2. stagnatie in leren: vernieuwingen komen niet op gang, er is geen reflectie en feedback wordt genegeerd.
  3. sociale schade: minder plezier in werken
  4. intern geweld: blaming & shaming cultuur
  5. fysieke klachten

De oorzaak van de verslaving is volgens Tjilp de Jong hyperkapitalisme. Verslaving roept filosofische (geen gemakkelijke) vragen rondom vier existentiële thema’s die een rol spelen in ieders leven, maar ook in ons dagelijks werk:

  1. tijdelijkheid van het leven
  2. autonomie en vrijheid van handelen
  3. betekenisgeving en moreel kompas
  4. verbinding en verbondenheid

In het tweede deel van het boek beschrijft De Jong acht vormen van verslaving, die hij sluipmoordenaars noemt. Elke vorm van verslaving is voorzien van een zelftest zodat je kunt signaleren of er sprake is van verslaving in je eigen organisatie.

  1. visieverslaving: de kick van koers bepalen
  2. machtsverslaving: de ultieme roes dat je mag vertellen wat een ander moet doen.
  3. probleemverslaving: waarom makkelijk doen als het moeilijk kan
  4. functieverslaving: je bestaansrecht op een naambordje
  5. tijdverslaving: ordenen en structureren van werktijd
  6. opstapelverslaving: steeds iets nieuws willen beginnen (maar niet afmaken)
  7. verantwoordingsverslaving: vertrouwen is goed, controleren is beter
  8. verworven-rechten-verslaving: voor wat hoort wat

In het derde deel biedt Tjilp de Jong een stappenplan met 6 manieren om te minderen en af te kicken. Acceptatie van verslaving is cruciaal, net zoals dialoog.

Niet omdat dingen moeilijk zijn durven wij niet, maar omdat we niet durven, zijn de dingen moeilijk
Seneca

Het boek is prettig leesbaar, heeft een rustige bladspiegel en verhelderende tabellen en figuren. De filosofische uitspraken bij elk hoofdstuk zijn passend. Met de registratiecode uit het boek kon je het boek 30 dagen elektronisch te lezen op het Yindo platform. Dit is echt geen aanvulling. Het is alleen mogelijk een bladwijzer toe te voegen, markeren, notities bij bepaalde teksten is allemaal niet mogelijk. Dus lees het papieren boek. Het is beschikbaar via Zuyd Bibliotheek. Ik zal ‘m snel terugbrengen 🙂

Groet,
Judith

JUDITH.BETER(t) – week 2

Hallo Marcel,

Vorige week las ik op de website van Zuyd dat onze hogeschool een pledge (belofte) heeft ondertekend ihkv het Nationaal Programma Preventie en zo een steentje bijdraagt aan een gezonder en vitaler Nederland. Ik lees in dit nieuwsbericht niets over het BETER-programma, daar draag ik mijn steentje dan bij. Niets BETER dan een gezonde en vitale medewerker lijkt me zo 🙂

Tijdens deze BETER-vakantieweek ben ik maandag naar mijn 1e gesprek met mijn leefstijlcoach geweest. Ik kreeg een rondleiding in het pand waar hij zit en heb de beweegruimte gezien waar ik aanstaande maandag mijn eerste beweegsessie heb. Ik heb begrepen dat bij mijn type vooral rustig bewegen hoort. Dat past perfect bij mij 🙂

Het gesprek ging voornamelijk over mijn thuis- en werksituatie. Hoe mijn slaapritme is, wat ik eet en hoeveel ik beweeg. En er werd gevraagd naar de doelen die ik wilde bereiken met dit BETER programma. Nou vooral kilo’s minder en een betere werk-privé balans. Vervolgens kreeg ik aan de hand van het metafoor ‘kookpotje’ voor maag/stofwisseling, een toelichting op mijn type. Twee weken geleden ben ik op basis van een aantal vragen, de kleur van mijn tong en polsslag, ingedeeld bij subtype 4 (groen). Dat klinkt niet erg evidence based, vond ik. Volgende week krijg ik hierover meer te horen tijdens het eet-/kenniscollege. Als voorbereiding hierop ontving een overzicht van aanbevolen en te vermijden ingrediënten.

Subtype 4 wordt gekenmerkt door een lichaam dat zo uitgeput is, dat het in een alarmstaat beland is. Mijn lichaam houdt alles vast waardoor overgewicht ontstaat. Bij dit subtype hoort zo’n 6 keer per dag eten (waarvan minimaal 2 warme): 3 wat grotere en 3 kleinere maaltijden. Vooral een goed ontbijt is belangrijk. Het lichaam moet continue gevoed worden met voedsel, zodanig dat het lichaam weer kan opbouwen.

Het lijkt er op dat ik stoofpotjes en warme pap moet gaan maken en eten…..

CC0 Public Domain

Groet,
Judith

Mijn andere blogberichten over het BETER-programma vind je hier

Wat is de houdbaarheid van het onderwijsstelsel?

Hallo Marcel,

Tijdens de studiedag over flexibilisering in het hbo kwam het heel even ter sprake: de houdbaarheid van het hoger onderwijsbestel. Dit was de kern van het artikel in de NRC dat ik enige tijd geleden las, en een dag later nog uitgebreider op ScienceGuide verscheen. Als gevolg van de digitalisering (denk aan content dat open en online beschikbaar is), virtual en augmented reality, de blockchain technologie, de big data intelligence verandert de wereld om ons heen. Wat heeft dit voor invloed op het hoger onderwijs? Nu, in de nabije en verre toekomst?

Nu kunnen studenten al online onderwijs (MOOC’s, SPOC’s) volgen bij andere onderwijsinstellingen. Het opbouwen van een individueel curriculum, persoonlijke leerpaden gaat niet zonder slag of stoot. Dat heb jij twee jaar geleden al verwoord in je blog ‘Hoe een student een MOOC vangt‘. En volgens mij (correct me if I’m wrong) is de situatie bij Zuyd nog niet veranderd. Dat ligt *imho* oa aan het feit dat binnen onze onderwijsinstelling nog niet zo veel aandacht is voor open education(al resources). Dus ja, studenten kunnen hun persoonlijk curriculum bij elkaar ‘spoccelen’. Echter dit is vanwege allerlei procedurele hobbels alleen voor de volhouders weggelegd. Het flexibele deeltijdonderwijs met het leerwegonafhankelijk toetsen bij Zuyd Professional zou dit wellicht beter moeten kunnen faciliteren.

Toch ziet Jan Anthonie Bruijn, hoogleraar aan Universiteit Leiden en lid van de Eerste Kamer voor de VVD, deze ontwikkelingen met rasse schrede naderen en en vroeg de regering hoe dit zich zal verhouden tot de mogelijkheid en wenselijkheid om toezicht te houden op de kwaliteit en doelmatigheid van het hoger onderwijs. Zijn wij hier op voorbereid? En past dit ‘spoccelen‘ van een student binnen de wet? Wat betekent dit voor de begrippen onderwijsinstelling, opleiding, diploma die nu nog door de wet worden beschermd? En voor kwaliteitstoezicht? Voor de bekostiging? Hoe erken je het niveau van een online cursus in binnen of buitenland?

Citaat uit het artikel Digitaliseren, het nieuwe internationaliseren op ScienceGuide:

Als digitaliseren het nieuwe internationaliseren is, is de docent de nieuwe instelling. De SPOC wordt de nieuwe MOOC en virtual augmented reality de nieuwe international classroom. Als de zelfgekozen weg langs docenten het nieuwe curriculum is en als het individueel opgebouwde portfolio het nieuwe certificaat is, wat betekent dat dan voor de zekerheden die we als vanzelfsprekend achten?

Ook volgens Bert van der Zwaan, rector van Universiteit Utrecht, zijn de eerste tekenen van de verandering zichtbaar. Hij stelt in zijn recente publicatie ‘Haalt de Universiteit 2040?’ de vragen over de rol en taak van de universiteit in een samenleving waar kennis ‘omnipresent’ is. Wat betekent dit voor de vorm en organisatie van het wetenschappelijk onderwijs (minder onderwijsgebouwen, het opzetten van een Nederlands-Belgisch kennishub)? Ook hij heeft, zoals ook in de trendrapporten over open onderwijs van SURF, over ‘unbundling’ van onderwijs, de nieuwe onderwijsvormen die ontstaan door open onderwijs. Hij voorziet nog wel campusonderwijs voor de eerste jaren van een studie vanwege het vormende effect van studeren in een community. Maar wat betekent het steeds meer online leren en samenwerken voor de sociale cohesie?

Een debat over het onderwijsstelsel en de bekostiging is nodig, zeggen beide heren. De voorzitter van de Studentenvakbond heeft inmiddels gereageerd en noemt het geschetste toekomstbeeld “een cynisch strategie om de geest rijp te maken voor gigantische onderwijsbezuinigingen”. Het ‘spoccelen’ van losse cursussen wordt door hem niet gezien als het samenstellen van een eigen leerroute maar het in de steek laten van een student. De waarde van ontmoeten en samenwerken wordt opgeofferd, zegt de voorzitter. Daar lijkt toch wel aandacht voor te zijn volgens een ander citaat uit het artikel Digitaliseren, het nieuwe internationaliseren op ScienceGuide:

Daarom zullen wij moeten kijken hoe wij zorgen dat we onze studenten ook in de digitale leeromgeving de zo noodzakelijke sociale inbedding, het persoonlijke contact en de extra-curriculaire community en microkosmos blijven bieden die nu bijvoorbeeld campus of studentenvereniging heet. Die zijn immers essentieel in hun Bildung en sociaal-culturele vorming. Daar hebben we de studenten zelf hard bij nodig.

Sluit de experimenten in het hoger onderwijs met flexiblisering, flexstuderen, leerwegonafhankelijk toetsen wel aan op behoefte van studenten, vraag ik me dan hardop af. Vast niet bij elke student. Mijn ervaring is dat de gemiddelde student een behoudend beeld heeft van onderwijs. Ook Tycho Wassenaar beschrijft dat in zijn column in de laatste ‘Personalised Times’ (zie editie 0 en de gebundeld de edities 1 t/m 5), een uitgave van SURF. SURF is onlangs met een groep bestuurders uit het hoger onderwijs op studiereis geweest naar Boston. Het thema van de reis ‘gepersonaliseerd leren’. Het gezelschap ziet de urgentie om gezamenlijk een visie te ontwikkelen op onderwijs en technologie. Samen met VSNU en Vereniging Hogescholen wordt nu een voorstel gedaan voor het organiseren van de bestuurlijke dialoog en sturing.

De bestuurders zien het deeltijdonderwijs als een broedplaats voor  stapelbare microcrendentials, het effectief inzetten van technologie en het daadwerkelijk invulling geven aan onderwijskundige en cognitieve inzichten in wat effectieve leermethoden zijn.
Dan zitten we bij het lectoraat Technologie-Ondersteund Leren bij Zuyd dicht aan het front, onze focus is immers het deeltijdprogramma Zuyd Professional 🙂 En uiteraard zal jij met je promotieonderzoek ook een steentje bijdrage aan gepersonaliseerd leren!

De dialoog moet niet alleen op bestuursniveau worden gevoerd, maar ook met en tussen docenten. Hoe de toekomst eruit komt te zien kunnen we niet voorspellen. De snelheid van technologische ontwikkelingen is een feit. We kunnen de toekomst verbeelden, zoals Jane McGonigal adviseert, waardoor we meer (be)grip krijgen op het gezamenlijk vormgeven van het hoger onderwijs.

Judith