“Kwaliteit kost tijd”

Ja Marcel, het was een mooie bijeenkomst vorige week woensdag, de Visieworkshop over onze toekomstige DLWO. En inderdaad het delen moet nu beginnen, zowel door management als door docenten. We hebben jullie al een handje geholpen door een verslag te maken en daarover te bloggen op het blog icto.community.zuyd.nl, het kennisdeelplatform van Zuyd als het gaat om ict in onderwijs en onderzoek.

Ik wil nog wel even extra aandacht schenken op ons blog aan het ‘pareltje’ van het I-team, zoals Harry Renting van SURF hem noemde. Ja we zijn zuinig op hem 🙂 Frans Roovers is in zijn element als hij kan vertellen over hetgeen hij enthousiast over is. En dan worden de 5 minuten die hij van de ‘organisatie’ kreeg snel 13 minuten 😉

Binnen Zuyd wordt door docenten en studenten vaak gemopperd op Blackboard. Het is niet intuïtief (klopt wel) en wordt alleen als opslag van documenten gebruikt (klopt ook vaak). Dat Blackboard als leermanagementsysteem meer potentie heeft, liet Frans zien tijdens de bijeenkomst. Bij het ontwerpen van een cursus is het belangrijk:

  1. een ontwerpteam die elk met specifieke kwaliteiten een Blackboardcursus (of online cursus) bouwt, waarbij minstens 1 ontwerper in het team zit die leertechnologieën adequaat kan inzetten en weet hoe tools werken (of daar nieuwsgierig naar is en het gaat ontdekken) – (zie ook onze aanbeveling nav MOOCZI voor het inzetten van ontwikkelteams) ;
  2. belang van online communicatie en feedback, ik verwijs altijd naar Gilly Salmon die met haar Five Stage Model de stappen laat zien om een klimaat te creëren om samenwerken te bevorderen waardoor beter kennis gedeeld wordt;
  3. het belang van structuur voor studenten. De Blackboardcursus heeft een duidelijke opbouw en vooral de timeline en het overzicht met deadlines bleek gewaardeerd te worden. De timeline heeft Frans met de tool Tiki-Toki gemaakt. Het ziet er visueel prachtig uit. Het is een gratis tool, maar als je het wil embedden in je online omgeving kost een premium account 7 dollar per maand. Frans was zo enthousiast over deze tool dat hij het voor deze pilot zelf heeft bekostigd.
FransRoovers

Klik op de afbeelding voor de presentatie van Frans

Ondanks dat het een arbeidsintensieve module was voor studenten (ze moesten een portfolio opbouwen, aan de hand van 16(!) verplichte opdrachten en een achttal vrije keuze maakten ze een glossy waarin ze aantoonden hoe ze zich ontwikkeld hadden) werden vooral het gestructureerde cursusaanbod en de intensieve online begeleiding van de docenten zeer hoog gewaardeerd. Standaard ontvangen studenten na elke module een evaluatie. De respons op deze OLP8-SW Geschikt / Ongeschikt Basisproef was extreem hoog (75%) en deze Blackboardcursus werd met een 9 gewaardeerd.

Deze module werd door 3 docenten ontworpen en begeleid. Ook voor de docenten een arbeidsintensieve module. Ruim 6x de geplande uren is in deze module geïnvesteerd. Ook buiten de 9 tot 5 uren reageerden de docenten op vragen en stimuleerden ze interactie. Ondanks de ‘boost’ die het hen gaf, is dit met de huidige toegekende uren in de toekomst niet te realiseren. Studenten hebben duidelijk aangegeven dat zij deze opzet graag ook in andere modules terug willen zien. Maar “kwaliteit kost tijd”, zei Frans tegen me. Ik ben benieuwd hoe de faculteit de ervaringen met deze module gaat inzetten in heel hun onderwijs.

Deze very good practice die Frans met ons deelde, horen we mee te nemen in ons verder visietraject DLWO vind ik. Onlangs publiceerde Wilfred Rubens 2 blogpost die hierop aansluiten. In Hoe kun je docenten ondersteunen bij het gebruik van ICT in het onderwijs? refereert Wilfred naar een artikel van Catlin Tucker  die stelt dat weerstand tegen het gebruik van ICT vooral te maken heeft met angst, en niet met verzet om te leren en de praktijk te veranderen. Docenten werken volgens haar bovendien betrekkelijk geïsoleerd, zonder veel ondersteuning. Volgens haar zijn er drie manieren om docenten te stimuleren ICT in het onderwijs te gebruiken:

  1. Creëer een schoolcultuur waarin wordt aangemoedigd dat docenten risico’s nemen en fouten durven te maken. Moedig experimenten aan, leer van ervaringen. Geef geen kritiek als experimenten fout gaan, maar evalueer en verbeter.
  2. Zet lerenden in om docenten te ondersteunen op het gebied van ICT. Vorm ICT-teams die uit lerenden bestaan, en die kunnen worden ingezet om docenten te helpen bij experimenten of bij het oplossen van issues.
  3. Geef ICT-bekwame docenten taakuren om hun collega’s te begeleiden. Benut de expertise van deze vernieuwers en pioniers, en laat hen collega’s op de werkvloer ondersteunen bij het herontwerpen van lessen en bij het geven van feedback.

Allemaal aanbevelingen naar mijn hart, die wij als ‘onderwijsvernieuwers’ ook gesomd hebben op de flap tijdens de Visiongame bij de Visieworkshop DLWO. Terecht zet Wilfred bij het artikel nog wat aanvullende onderzoekende vragen die goed zijn om per team eens nader te onderzoeken.
In het andere blogbericht Hoe creëer je nabijheid bij online leren? verwijst Wilfred naar een onderzoek van Ross, Gallagher en Macleod. Relationele verbondenheid (één van de psychologische basisbehoefte volgens Ryan & Deci) is belangrijk om lerenden gemotiveerd te houden. Zeker bij online leren moet hier aandacht aangeschonken worden. Bij OLP8 hebben ze dat goed gedaan. Je ziet hier ook meteen waardering voor. In het onderzoek van Ross, Gallagher en Macleod gaat het vooral om onderwijs aan volwassenen. Aangezien Leven Lang Leren bij Zuyd stevig op de agenda staat, is het goed dit onderzoek ook te bestuderen. De onderzoekers benadrukken het belang van nabijheid dat gerealiseerd wordt dankzij een tijdelijke combinatie van persoonlijke betrokkenheid, omstandigheden (tijd en context) en technologieën (de kenmerken van de leertechnologie). Ik ga hierover in het kader van mijn eigen ervaring bij volwassenonderwijs nog apart over bloggen :).

Dit verhaal van Frans was inspirerend voor de aanwezige docenten die aanwezig waren tijdens de visieworkshop DLWO. Zij wilden graag weer eens op regelmatige basis samen komen om kennis uit te wisselen. Ik wil dat heel graag faciliteren en organiseren, maar twijfel nog over vorm en frequentie. Uiteraard wil ik dat deze kennis ook online gedeeld wordt zodat ook mensen die niet aanwezig zijn hiervan kunnen leren. Wil je daarover eens meedenken?

Judith

geschiktOngeschikt

Technology om in de gaten te houden: Project SOLI van Google

Ha Judith,

Er zijn van die nieuwe snufjes op het gebied van technologie waar we op korte termijn nog niets aan hebben, maar die wel grappig, interessant, boeiend genoeg zijn om in de gaten te houden in de komende tijd en om te volgen hoe de ontwikkelaar (in dit geval Google) hiermee omgaat.

Project Soli brengt een hele nieuwe manier van interactie tussen mens en machine. Naast muis, toetsenbord, touchscreen en wellicht wel Myo was dit de eerste keer dat ik voorbeelden zie:

12,5 jaar Zuyderling


Ha Judith,

Een vreemde gewaarwording. Ik zit thuis (vrij) en krijg via de telefoon te horen dat ik vandaag jubileum heb. 12,5 jaar Zuyd! Niet veel later een mooi boeket van mijn collega’s. Sjiek. Dat vraagt om een terugblik:

In het najaar van 2002 mocht ik op gesprek komen bij de ICT dienst van Hogeschool Zuyd. Ik had al eerder geprobeerd te solliciteren bij Zuyd bij de opleiding IDM te Maastricht vlak na mijn afstuderen, maar daarvoor was ik blijkbaar pas later geschikt (IDM is een van de voorlopers van de faculteit ICT).
Het gesprek was in ieder geval Johan Vesseur, en nu nog collega Bob Tossaint. Waarom ik technisch beheer en ontwikkeling wilde doen? Omdat ik wilde leren van de technieken, van het technisch beheer, dus de diepte in van de techniek van het netwerkbeheer en de ontwikkeling van de ELO. Daarnaast zou ik als kennistechnoloog best een bijdrage kunnen hebben bij de onderwijsinnovatie. Waar ik over 5 jaar zou zijn. Johan zijn plek, was mijn antwoord, die was op dat moment met een van de voorgangers van het i-Team bezig (Edicto). Het blijven bijzondere herinneringen.

Met kamergenoten Alex en Rob samenwerken. Elkaars gewoontes kennen, elkaar de ruimte geven, maar nog sterker juist ook gebruik maken van ieders sterke en zwakke kanten en elkaar gevraagd en ongevraagd assisteren in bijna blind vertrouwen. Gelukkig heb ik dat daarna in verschillende verbanden mogen ervaren.

Bij Zuyd was er altijd ruimte. Ruimte voor een van de eerste MDA II (voorloper van de smartphone) zodat ik in het weekend en zelfs vanuit Florida het systeem kon herstarten. Ruimte om naar Surf conferenties te gaan en mensen als Bert Frissen en Carlo van Haren (mijn Bb mentor) te ontmoeten. Ruimte om in E-merge projecten te participeren (informatiebeveiliging). Daar stond tegenover dat er ook altijd ruimte was om hard te werken. In weekenden of vakanties bij migraties van het systeem. Of als docenten met bijzondere ideeën kwamen voor Blackboard (Karel Lemmens, Geer Hoppenbrouwers, Jos Maas). Of als er nieuwe systemen te (functioneel/technisch) beheren waren (Livelink, QMP, ephorus).

Samen met Alex en Rob ben ik in die eerste jaren tot 2007 bezig geweest. Toen was de rek eruit en Johan zijn plek nog niet beschikbaar. Andere mogelijkheden waren er niet op het eerste oog. Een combinatie van functies, mijn ideaalbeeld behoorde niet tot de mogelijkheid. Dan ga je buiten Zuyd kijken. Na een “geslaagde” sollicitatie als Dozent Informatik bij concurrent Fontys was er ineens wel de ruimte om ook part-time als docent aan de slag te gaan bij de Faculteit ICT. Jef Leunissen nam het “risico” en daar ben ik hem nog steeds dankbaar voor. Hij zette me onder de hoede van Rom Brans en Peter Smeets met wie ik de eerste leservaringen heb opgedaan (wiskunde, bedrijfskunde, oriëntatie software engineering en management vaardigheden). Zij hebben me alles geleerd wat ik weet, met wellicht de belangrijkste boodschap: je krijgt veel ruimte en er is ook veel ruimte om hard te werken. Het was ook leuk om te leren van docenten als Frans Bour en Waddy Dzon die vol voor de student gingen en veel tijd staken in buitenschoolse activiteiten, zoals een introkamp.

Ik combineerde mijn docentschap met een adviseurschap als ICTO adviseur. Met op dat moment bijzondere aandacht voor de faculteiten in Maastricht. Met Jos Maas, Geer Hoppenbrouwers en later Els Koelewijn heb ik goede gesprekken gehad over het innoveren van onderwijs en het gebruik van technologie daarbij. En ook hier betekende extra investeren de ruimte om ook iets extra’s te doen. De twee bezoeken aan de Educause in de VS zullen voor mij altijd hoogtepunten blijven. Los van het goede gezelschap, de mooie omgeving en de extra tijd. De lezingen van Dr. Chuck over het koppelen van onderwijssystemen zijn nog steeds hartstikke relevant. De inspiratie opgedaan door Ken Robinson zal toch altijd een innoverende onderwijshouding bij me achterlaten. Om maar even te zwijgen van Jane ;). Wederom bijzondere ruimte die Zuyd biedt en waar ik dankbaar voor ben. Dan tellen uren of tijdstippen waarop gemaild mag worden niet.

In 2009 kreeg ik van Peter van Mulkom de kans om teamleider te worden van het I/TI team en samen met onder andere Roger heb ik die kar getrokken. Nog steeds in een bijzondere deeltijd functie met het adviseurschap omdat ik en de meerwaarde naar beide “bazen” verkocht kreeg, aangezien ik dat zelf voelde, maar ook omdat de samenwerking met jou, Jack, Harry en Mariska erg prettig was. Heerlijk de bakhus-brainstormsessies om maar een voorbeeld te noemen. En die sfeer veranderde niet toen Frans en Rienke aansloten. Het was ook erg leuk om in die combi te proberen om met studenten iets voor het ICTO team te betekenen. Virtuele werelden om les in te geven voor verloskunde, learning analytics voor Zuyd algemeen en de eerste stappen met Virtual Reality. Ook die ruimte was er en met de hulp van Chris Kuipers is het me gelukt om een persoonlijke leeromgeving ZuydRobotics op te zetten en met studenten het WK robotvoetbal in Graz te bezoeken. Tijdens het teamleiderschap heb ik samen op een kamer gezeten met Roger en Jan en ook die samenwerking verliep natuurlijk. Je herkent dat gevoel vast, ik bedoel binnen het team waarin we samen zaten was het normaal om het functioneringsgesprek met het hele team te doen. Dat gevoel van met elkaar willen delen, van elkaar willen leren en open en transparant zijn. Dat… In het team onder ZuydPlein, met Rob en Alex, met Roger en Jan. Het is een voorrecht om dat te kunnen ervaren. En dan krijg je ook de ruimte om nieuwe stappen te zetten, teamleden te prikkelen. Een mooie accreditatie, stijgende NSE scores en dat ook vieren in de Kolentip met het team. Trots was ik op I/TI en nog steeds. Daarnaast eerste stappen op het gebied van learning analytics, Virtual Reality in het onderwijs en gaming. Minor Web en Beyond met Jos, Miguel, Chris, De minor Digicoach met Ankie en Chris.

En nu in de afgelopen 2 a 3 jaar een onderwijscoordinatorschap gecombineerd met aspirant onderzoeker (promovendus). Wederom nieuwe kansen, geboden door Peter Princen en Sandra Beurskens. Als OC mede verantwoordelijk voor een mega verandering bij de faculteit ICT, van vier opleidingen naar een, een grote flexruimte en een heel aantal stappen in processen en kwaliteitsverbetering. De lectoraten, associatie degree, koppelingen naar masters staan nog op de rol 😉 Een periode waar ik toch meer in een niet ‘eigen’ rol heb gezeten waarbij sommige stappen meer ‘afgedwongen’ moesten worden in plaats van ‘samenwerkend opgebouwd’. En toch ook nu weer met nieuwe bijzondere mensen en projecten, zoals Ruth en alle studenten van DoIT@Zuyd, het MOOCZI project met Priscilla, Ruth, jou, Pieter en Chris onder leiding van de Zuyd innoveert lectoren. De samenwerking met Roger en Ron als collega OCs en het samen knokken voor de goede stappen binnen ons MT met Jan, Kevin, Humphrey en Peter. En dat in combinatie als beginnend onderzoeker bij het lectoraat Autonomie en Participatie van Chronisch Zieke mensen van Sandra Beurskens.
Wederom een heel andere wereld. De wereld van onderzoeker maar ook de wereld van de zorg. Leuke projecten leuke uitdagingen, van mijn eigen onderzoek over collaboratie alternate reality gaming ten behoeve van gedragsveranderingen bij chronisch zieken en hun omgeving, tot en met groepsdynamica bij het multidisciplinair overleg in de eerste lijn van de zorg met Jerome, Ramon maar ook Wim Goossens. Maar zeker ook het samenwerken bij Meetpunt het multidisciplinair samenwerkingsverband tussen verschillende faculteiten geïnitieerd door Sandra of het meedenken over oplossingen voor de community van ouders van kinderen met een beperking. Ook dit is ruimte geboden door Zuyd.

Ik denk dat ik van de 1500 medewerkers een van de weinige ben die op iedere locatie van Zuyd ooit is geweest, die docent, onderzoeker (aspirant), ondersteuner en teamleider is geweest. Bijzonder dat dat kan in 12,5 jaar. Bijzonder ook dat allerlei mensen me gesteund hebben bij alle stappen die ik heb genomen. Ik ben vast een aantal mooie zaken vergeten en als ik dit morgen schrijf komt vast een ander verhaal.

Maar dank jullie wel.

DLWO visietraject

Ha Judith,

Dat hadden jullie mooi georganiseerd vandaag de DLWO visie sessie. Met in het vooruitzicht dat we binnen Zuyd het eventuele gebruik van Blackboard opnieuw moeten aanbesteden, met in het achterhoofd de stijgende behoefte van de studenten aan nieuwe vormen van onderwijs (kennisclips, flipping the classroom, whatsapp, game-based, community) en met de wetenschap dat we goede mooie voorbeelden hebben binnen Zuyd is het een goed moment om vanuit verschillende hoeken naar deze visie te kijken. En zeker ook goed om ons door SURF een spiegel te laten voorhouden.

Mijn conclusie: zorg dat duidelijk is waar de regie ligt, het zogenoemde eigenschap van de DLWO, van de logistieke onderwijsinformatiestroom en van het delen van de goede onderwijsinitiatieven die er zijn. Ons twitterend collegelid Olaf van Nugteren erkende de onduidelijkheid van waar nu precies de regie lag en ik ben er van overtuigd dat hij daar aan gaat werken, samen mer faculteits en diensten directeuren. En gezien de reacties van de zaal op de mooie voorbeelden vanuit het onderwijs van Els Koelewijn en Frans Roovers (waarvan ik weet dat er nog veel meer voorbeelden zijn zowel bij hun als bij andere collega’s zoals bij de vertaalacademie waar ze al jaren gelden toetsen via Blackboard deden of bij facility management waar adaptieve inhoud binnen Blackboard al gebruikt werd, twee versies geleden). 

Zowel vandaag als afgelopen week in een groot MT overleg was wederom de conclusie dat we te weinig practices delen. En ik moet eerlijk zeggen dat ik zelf ook alleen maar best practices post en wat meer moeite heb met de zaken die niet lukken. En toch moet dat echt van onderop gebeuren. Als we dat niet gewoon gaan doen met zijn allen dan komen we nergens.

Dus:

De regie daarbij zijn Olaf en de directeuren aan zet.

De kennis over de vernieuwingen (vooral van buiten naar binnen halen) daar zijn jullie aan zet als I-Team, FB, M&C, O&O en zet daar ook studenten voor in op het moment dat er handjes (lees congresverslagen) nodig zijn. /Probeer ik zelf ook, lukt niet altijd, maar probeer het wel/

Het delen moet door ons (de bezoekers van vandaag en de docenten) komen. Dat is onze taak. En dan daardoor de visie op het DLWO mee laten groeien. Want waar zullen we dat op delen?

Groet Marcel

Verleidend onderwijsonderzoek: de sleutel naar succes #ORD2015 

Hi Marcel,ORD2015

Zoals je weet ben ik de afgelopen 3 dagen in Leiden geweest voor de Onderwijs Resarch Dagen. Tijdens deze dagen heb ik samen met mijn MLI-maatjes Cindy en Daniëlle presentaties en posters van promotie- en masteronderzoeken gezien/bijgewoond. Wat wordt er veel onderzocht in onderwijswereld zeg! De MLI Fontys was goed vertegenwoordigd. Onze docenten liepen dan ook trots rond.
Het was de 1e keer dat ik dit congres bezocht. Mijn indruk?

De secundaire voorwaarden: lunch en pauze lekkernijen waren super goed (lekkere sapjes)! Niet het belangrijkste van een congres, maar zeker niet onbelangrijk. In het programma was veel pauzeruimte ingepland, dus veel tijd om te netwerken. Ik heb natuurlijk met mijn medestudenten en mli-docenten gekletst, ook ervaringen uitgewisseld met de aanwezige Zuyderlingen (Elly Vermunt en Kitty Kwakman). Heel gezellig dat Ankie en Marcel er ook waren. En ik heb weer live enkele tweeps ontmoet (@JeroenBottema en @Visualmap), altijd leuk!
Volgens de organisatie hadden 600 deelnemers zich ingeschreven. Donderdag t/m 15.00 was het inderdaad goed vol, daarna liep het toch wel leeg. Ik denk dat ze beter op het eind van de dag nog een goede keynote kunnen inplannen dan sessies tot 18.15 laten doorlopen. Donderdag was wel een hele lange dag.
Het congres vond plaats bij de Universiteit Leiden. Hoewel goed verzorgd vond ik de klaslokalen niet echt inspirerend. Maar alle technische voorzieningen werkten prima. Er liepen veel gastvrouwen en -mannen rond die gevraagd en ongevraagd hulp boden. Was in het begin ook wel nodig om even je weg te vinden in de gebouwen en het programma.

Inhoudelijk was het een overvol programma waar nauwelijks uit te kiezen viel. Ik ben voornamelijk naar MLI-presentaties gegaan. Natuurlijk heb ik de eerste presentatie van Ankie & Marcel ihkv hun gezamenlijk promotietraject bijgewoond 🙂 ‘Samen Delen is Samen Groeien: Reflecterend Bloggen in een Online Pabo Community’. Ik hoop dat het Leerplein ook snel bij de MLI wordt geïmplementeerd. In het kader van rolontwikkeling reflective practioner is dit volgens mij een geweldig ondersteunende tool. 🙂

Keynotes
Woendag was de keynote van Marily Cochran-Smith die een reviewstudy presenteerde over de geschiedenis, stand van zaken en toekomst van onderwijsonderzoek. Ik vond het niet bijster boeiend gepresenteerd. Ze was me snel kwijt. In tegenstelling tot de keynote van Bas Haring waar ik de donderdag mee startte. Voor sommige leuke entertainment, voor mij een constatering dat ik tijdens mijn onderzoek mijn eigen pad heb verlaten. Haring sprak over het ‘onernstige‘ van onderzoek 🙂 Voor mij werd onderzoek tijdens de laatste 2 jaar iets heel gewichtig. Als beginnend onderzoeker had ik geen idee wat de opleiding van me verwachtte. In het begin had ik super leuke ideeën met onconventionele onderzoeksmethode. Zoals Bas Haring bepleitte: gebruik andere instrumenten dan de standaard vragenlijstjes. Als voorbeeld noemde hij het TV-programma Proefkonijnen van Dennis & Valerio 🙂 Tijdens mijn opleiding kreeg ik te horen dat mijn instrumenten vooral valide en verifieerbaar moesten zijn. Er werd vooral gestuurd op vragenlijsten, interviews, focusgroepen. Ik had geen idee wat ik moest met statistieken, transcriberen en coderen. Dat is tijdens mijn onderzoek gelukkig allemaal wel duidelijker geworden. Achteraf zou ik andere keuzes gemaakt hebben. Nu heb ik een onderzoek uitgevoerd zonder te overzien wat de consequenties waren van de keuzes die ik maakte. Ik heb met de coördinator van de onderzoeksmodule daar wel even over doorgepraat. Zij vond het jammer. Haar bedoeling was inderdaad die reflectieve nieuwsgierige houding te stimuleren en dan volgt, volgens Haring, onderzoek vanzelfsprekend. Dan ben je ook bezig met vernieuwing van je praktijk. Dat ons masterondezoek generaliseerbaar moet zijn, moet de MLI volgens mij snel loslaten. We hoeven toch geen promotie-light project te doen? Ik zou liever zoals Bas Haring dat stelde op een luchtige manier onderzoek doen. En beginnen met het stellen van een (slimme) vraag die direct een handeling uitlokt. Haring stimuleerde als professor vooral ja/nee vragen. Het stellen van gesloten vragen is in onderzoeksland echt not done. En onderzoek vooral waar je in gelooft, waar je passie ligt. Kijk vooral even naar dit filmpje, Marcel. Bas Haring liet ons het voorbeeld van Jack Andraka zien. Zo mooi! Maar lees vooral zijn verhaal dat hieraan ten grondslag ligt. Uiteraard heeft Andraka al op het TED-podium gestaan. Ik zal ‘m dinsdag in de Nieuwsflits opnemen.

De keynote vrijdagochtend van Pierre Dillenbourg was ook erg grappig. Kijk met uitspraken als “Good MOOCs are (in general) better than bad MOOCs” heb je mijn aandacht 🙂 Hij had het vooral over dat we met technologie zoveel meer kunnen dan dat we jaren geleden hadden kunnen bedenken. Hij liet augmented reality zien mbv Tinkerlamp (zie website Simpliquity). Mooi! En dat we mbv learning analytics het onderwijs kunnen ‘opschalen’. In zijn nieuw boek Ochestration Graphs vertelt hij hier meer over. Het belangrijkste blijft de rol van de docent als begeleider van de leeractiviteiten: “Pedagogy lies deep into digital model”.

Tsja en dan moest ik zelf nog presenteren 🙂

Omdat ik niet helemaal goed na had gedacht bij het indienden van mijn onderzoeksvoorstel in januari werd mijn onderzoek geaccepteerd als paper ipv een poster. Dus mocht ik aan de bak met een presentatie van een onderzoek waar ik eigenlijk pas een maand geleden aan begonnen was met analyseren van data en beschrijven van conclusies en aanbevelingen. Hoewel ik van tevoren toch wel gespannen was, is het me goed afgegaan. Ik had de woorden van Bas Haring goed in mijn oren geknoopt (blijf dicht bij jezelf) en ik kon heel mooi aansluiten bij de resultaten van het onderzoek door het Lectoraat Teching Learning Technology van Inholland die zij voor mij presenteerden. In opdracht van Kennisnet in 2013-2014 hebben zij een onderzoek uitgevoerd bij de Fontys Lerarenopleiding Sittard (rapport). Voor dit project is een model voor innovatiekracht ontwikkeld waarin drie fasen onderscheiden worden: ideegeneratie, ideepromotie en ideerealisatie

Model_innovatiekracht

Een model dat aansluit bij veel onderzoek over succesfactoren van docentprofessionalisering. Een belangrijke voorwaarde voor innovatie is een gezamenlijk gedragen visie op onderwijs, dat had ‘mijn’ onderzoeksgroep het afgelopen jaar ook gerealiseerd!
De presentatie was op z’n enthousiaste Judith’s manier. Gelukkig geen ingewikkelde vragen over mijn onderzoeksmethoden. Het is gedaan. Nu in wat langszamer tempo de komende 2 maanden in en werken aan afronding MLI. De planning is nog steeds 1 september….

Onderzoeken kan ‘veelbetekenend’ zijn

Bas Haring had het over diverse voorzetsels die je tussen onderzoek en onderwijs kunt zetten

  • onderzoek van onderwijs
  • onderzoek in onderwijs
  • onderzoek door onderwijs
  • onderzoek voor onderwijs
  • onderzoek met onderwijs

Door elk voorzetels verandert de betekenis en waarde die je aan onderwijsonderzoek geeft/hecht. Het onderzoek dat ik bij de MLI moest doen is vooral gericht op verbetering in de praktijk. Zoals ik al zo vaak gezegd heb en daarom ook mijn worsteling met mijn probleemstelling en onderzoeksvraag, hangt onderwijsinnovatie met zoveel factoren samen. Je vraag moet je uiteindelijk zo inperken omdat het anders niet onderzoekbaar is. Vaak hoorde ik tijdens presentaties: “Ik heb nu dit onderzocht maar om echt verandering in gang te zetten, moet je ook rekening houden met … of nader onderzoek doen naar …” Het generaliseerbaar maken van een praktijkgericht masteronderzoek vind ik echt een brug te ver. Tijdens de keynote van Bas Haring zei iemand “je kunt het wiel niet vaak genoeg uitvinden”, misschien is dat wel zo. Een kritische onderzoekende houding hoort bij elke professional, daar is iedereen het wel over eens. Wellicht is het voor ons masterstudenten voldoende om vanuit een nieuwsgierige vraag te onderzoeken of dat wat in de literatuur beschreven is, ook voor jouw situatie geldt. Dat je op basis van een hypothese of een ja/nee vraag onderzoekt of hetgeen je denkt of dat klopt ook daaadwerkelijk zo is. En onderzoek wordt beter als je het samen doet, hoorde ik veelvuldig. Ik zou er voor pleiten om ook een masteronderzoek samen op te zetten. Samen discussiëren over literatuur, de betekenis voor jouw beroepspraktijk en dit weer terugkoppelen. En deze ervaringen graag delen, open delen, zodat degene die ervan willen leren er van kunnen leren. Volgens mij ben je dan met verleidend onderwijsonderzoek bezig 🙂

Het was spannend om even uit mijn comfortzone te stappen en te boundary crossen in deze nieuwe wereld. Ik heb de brug overgestoken. Benieuwd of ik ook tegemoetkomers tref.

Judith