Overal robots
Het Rathenau Instituut is onafhankelijke organisatie die zich bezighoudt met vraagstukken op het snijvlak van wetenschap, technologie en samenleving. Onlangs heeft het in opdracht van de Tweede Kamer het rapport ‘Werken aan de robotsamenleving: visies en inzichten uit de wetenschap over de relatie technologie en werkgelegenheid’ opgesteld. In dit rapport probeert het Rathenau Instituut een kennisbasis te leggen voor het publieke debat dat gevoerd moet gaan worden. Als samenleving moeten we ons afvragen hoe we moeten omgaan met de huidige technologische revolutie. Steeds vaker komen we in aanraking met robots en verregaande automatisering. Denk maar eens aan robotstofzuigers, robotgrasmaaiers, drones, zelfscankassa’s, zelfrijdende auto’s maar ook de zorgrobots Alice, Paro en Kasper, de onderwijsrobot Charlie. De samenleving en dus ook de arbeidsmarkt zal steeds meer beïnvloed worden door robots. Veroorzaakt deze ontwikkeling banenverlies of leidt het tot nieuwe banen?
Wij zien op ons blog altijd wel kansen voor slimme technologie. Natuurlijk zijn er ook zorgelijke vragen rondom nanotechnologie, kunstmatige intelligentie, robotisering, 3D-printing. Ook daarover stellen we weleens vragen.
Het is goed om samen het gesprek aan gaan. Ik heb het rapport alleen even doorgebladerd maar ik kan me voorstellen dat dit rapport ook interessant is voor een faculteit ICT om zicht te krijgen op de wijze waarop de relatie tussen IT en arbeid in de nabije toekomst vorm zou moeten worden gegeven.
Citaat uit de samenvatting van het rapport
Het antwoord op de opkomst van robotica en het robotinternet kan dus zoiets zijn als de ‘robotsamenleving’. Robotsamenleving staat nadrukkelijk tussen aanhalingstekens omdat het een concept is dat waargemaakt moet worden; het is zogezegd een mobiliserend perspectief. Het is van belang dat Nederland in den brede – van burgers, politici, onderwijzers en ondernemers tot mensen uit de maak- en creatieve tot de dienstensector – kennismaakt met de nieuwe technologische opties en visies op het gebied van IT, zodat we in staat worden gesteld om deze mogelijkheden vanuit onze eigen wensen en zorgen toe te eigenen. Het vraagt actief beleid om op veel plaatsen in de samenleving vorm te geven aan een ‘robotsamenleving’, zodat deze voor alle Nederlanders een wenkend perspectief kan vormen. Drie thema’s verdienen daarbij de volle aandacht: maatschappelijk verantwoorde innovatie, scholing en welvaart.
en met betrekking tot scholing
Investeringen in herscholing en bijscholing zijn nodig om boventallige werknemers, onder andere in het middensegment, te begeleiden naar nieuw werk, en om het middensegment zo veel mogelijk door te laten stromen naar het hogere segment. Echter, dit gaat langzaam en kan een pijnlijk traject zijn voor de groepen die het betreft. In Nederland gaat dit proces vooral via de instroom van jongeren op de arbeidsmarkt. Om vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten, is interactie tussen bedrijven en het onderwijs van belang: het betrekken van bedrijven bij opzet curricula; strategische relaties tussen bedrijven en onderwijsinstellingen. Nieuwe online matchingsdiensten, zoals LinkedIn, kunnen een rol spelen bij het bewerkstelligen van een betere, snellere match tussen vraag en aanbod. Daarnaast kan de opkomst van Massive Open Online Courses (MOOC’s) een rol spelen bij het toegankelijker maken van hoger onderwijs. Ook zijn investeringen in het basis- en voortgezet onderwijs van belang om kinderen uit te rusten met vaardigheden voor de toekomst. Het betreft diverse generieke vaardigheden: vaardigheden waarin mensen zich onderscheiden van computers (werken met nieuwe informatie, creativiteit, communicatie) of vaardigheden die passen bij flexibilisering en een digitaliserende omgeving, zoals metacognitieve vaardigheden (zoals leren hoe je leert), ondernemerschap en e-skills (leren programmeren, 3D-printen en dergelijke).
Groeten,
Judith
*haha* zag ik een dag later deze website van de BBC Will a robot take your job?
Type je beroep in en je weet meteen of je verrobottaliseerd wordt 🙂
Het valt voor de hbo-docent nog wel mee 😉

Goed hoger beroepsonderwijs: functioneel of dienstbaar? Lezing Gert Biesta #MLI
Dag Marcel,
Vorige week vonden in het hoger onderwijs de openingen van het nieuwe studiejaar plaats, vaak worden daar sprekers voor uitgenodigd. Zo ook bij Fontys Hogescholen. Gert Biesta verzorgde daar de opening, en de studenten van de MLI waren daarbij uitgenodigd. Jammer dat ik dat miste 🙂 maar gelukkig kan ik nog inloggen met mijn studentenaccount zodat ik de lezing nog kon bekijken.
Biesta’s boek Het prachtige risico van onderwijs heb ik in bezit maar omdat ik er geen tijd voor had om te lezen heb ik het uitgeleend aan Olaf. Benieuwd wat hij er van vindt. Toch heb ik al vaker artikelen van Biesta gelezen en is zijn gedachtegoed is me bekend: 1) kwalificatie (het opdoen van kennis en vaardigheden), (2) socialisatie (waarden en normen van een gemeenschap) en (3) subjectivering (persoonlijke vorming tot een zelfstandig, verantwoordelijk en kritisch individu). Ik heb hem al vaker in mijn blogs benoemd. Gert Biesta wordt vaker geciteerd in discussie over goed onderwijs, en dan met name als het gaat over normatieve vragen zoals in het Bildungs debat bij Zuyd. Ook in de kernwaarden zoals beschreven in de strategische agenda 2025 van de Vereniging Hogescholen, zie je zijn gedachtegoed terug.
Biesta begon zijn lezing met het duiden van opvallende ontwikkelingen en verschuivingen in het onderwijs in Nederland. Hij verwees naar zijn publicatie Goed onderwijs en de cultuur van het meten waarin hij de vraag stelt
Meten we wat we waardevol vinden
of zijn we waardevol gaan vinden wat wordt gemeten?
In onderwijsland heerst een onvrede met de afrekencultuur die maar tot zekere hoogte tot verbetering heeft geleid. De meetcultuur met haar schijnzekerheid van cijfers heeft geleid tot een hernieuwde aandacht voor normen en waarden. De vraag die hierbij nu vaak gesteld wordt is: wat is goed onderwijs? Biesta bedoelt hiermee niet effectief (proces) of excellent (competitie) onderwijs, maar heeft het over waarden en waarderingen.
Biesta constateert ook een ‘ver-lering’ van het onderwijs. In de afgelopen 20 jaar wordt steeds vaker gesproken in termen van leren: gepersonaliseerd leren, levenlang leren, informeel leren, leeromgevingen. Biesta pleit om de discussie terug te brengen naar onderwijs in plaats van leren. De taal van het leren gaat over een (individueel) proces en is abstract. Terwijl onderwijs gaat over inhoud, doel en relaties. Biesta’s theorietje, zoals hij dat zelf noemde:
onderwijs gaat ergens over [aanbieden/verwerven van kennis en vaardigheden],
onderwijs representeert altijd tradities [manieren van doen en zijn] en
onderwijs werkt altijd in op de persoon.
Dat betekent, volgens Biesta, dat het onderwijs daar expliciet verantwoordelijkheid voor dient te nemen. Onderwijs behoort aandacht te besteden aan de reeds eerder genoemde drie deeldomeinen: (1) kwalificatie, (2) socialisatie en (3) persoonsvorming en hoort deze drie domeinen in balans te houden. Dan spreek je volgens Biesta over goed onderwijs. Dit is niet gemakkelijk, want er is altijd spanning tussen deze drie domeinen.
Goed onderwijs vraagt om drie-dimensionaal denken en doen
Dat betekent dat we altijd deze vragen vragen moeten stellen:
- Wat willen we dat onze studenten in ieder van de 3 domeinen bereiken?
- In welke vorm? Hoe ontwikkelen/ontwerpen het onderwijs?
- Hoe gaan we om met de balans. Hoe maken we afwegingen tussen het belang tussen de 3 domeinen?
Dat is complex is en dat het werk van de docent dat ook is, geeft Biesta toe.
Wat betekent dat in het hbo? Wat is goed hoger beroepsonderwijs?
Biesta gelooft niet dat het hbo bij uitstek gericht moet zijn op kwalificatie maar zeker ook op socialisatie (beroepsidentiteit): het inleiden van de student in en verbinden met de beroepscultuur. Goed beroepsonderwijs vereist ook expliciete aandacht voor de richtinggevende waarden van een beroep. Vervolgens legt Biesta uit dat ethisch handelen niet automatisch leidt tot goed onderwijs. De filosofische gedachtegang die hij vervolgend deelde, vind ik lastig te reproduceren, maar ik snapte hem wel. Binnen het 3e domein ‘persoonsvorming’ benoemde Biesta: Bildung, beroepsethiek en vorming tot volwassenheid. Zowel in de opvoeding als in het onderwijs is het onze taak om kinderen / studenten te helpen hun zelfstandigheid bevorderen, ook door los te laten.
Goed onderwijs draait dus ook om identiteitsvorming: ‘hoe je bent‘, maar heeft ook te maken met subjectiviteit: ‘wie je bent’.
Biesta plaatste nog een kantekening bij het veelgehoorde verhaal: het roer moet om, zoals
- de samenleving verandert in hoog tempo (Ja zeg Biesta, voor sommige en in sommige domeinen)
- we weten niet hoe toekomst er uit zal zien. (Volgens Biesta veranderen de normen en waarden over democratie, ecologie en zorg niet snel)
Als we het hebben over waardevol onderwijs moeten we naast begrippen over kenniseconomie, competitie, flexibiliteit, functionaliteit ook termen als democratie, ecologie en zorg toevoegen aan deze referentiepunten.
Onder functioneel hoger beroepsonderwijs verstaat Biesta ‘doen wat er gevraagd wordt‘ en dienstbaar hbo is dienstbaar aan samenleving, werkveld en student. Waardevol onderwijs betekent ook dat je als onderwijs(instelling) niet precies moet doen wat er gevraagd. maar nadenken over de waarden waar je voor wilt staan. En de vraag stellen: Is dat wat goed voor je?
Interessante lezing van Biesta. Ook lastig te volgen soms. Ik was blij dat ik sommige stukken nog eens opnieuw kon beluisteren. Zoals gezegd het was nogal filosofisch van aard. In een gastblog heeft Biesta onlangs een poging tot verdere verheldering gedaan mbt persoonsvorming / subjectificatie. Met onderstaand citaat sluit ik dit blog af. Een mooie overweging voor de rest van de zondag 🙂
In mijn recente werk benoem ik deze hele dynamiek vaak in termen van volwassenheid. Volwassenheid is daarbij niet de uitkomst van een ontwikkelingsproces, maar een manier van in de wereld zijn. Volwassen-zijn betekent dat we niet onze eigen wensen en verlangens (met inbegrip van de wensen en verlangens die we hebben rondom onze identiteit) centraal stellen, maar steeds weer de vraag stellen of wat we wensen en verlangen goed is voor ons eigen leven, ons leven met anderen (democratie) en het leven op een planeet met beperkte mogelijkheden (ecologie). De vraag is, met andere worden, of onze wensen wenselijk zijn en onze verlangens ‘verlangbaar‘. Wat het antwoord op die vraag is, is iets wat ieder van ons uiteindelijk alleen zelf kan bepalen, waarbij we uiteraard ook verantwoordelijkheid dienen te nemen voor het antwoord dat we geven. Een belangrijke taak van onderwijs en opvoeding is om die vraag tot een levende vraag in het leven van kinderen en jongeren te maken – een lastig proces, maar zeker niet onmogelijk.
Judith
“Tijd voor ouderwets nadenken” in wetenschappelijk onderzoek
Hi Marcel.
Een paar weken geleden twitterde ik een krantenbericht over het artikel Estimating the reproducibility of psychological science uit het tijdschrift Science. Het bleek dat zo’n 60% van 100 psychologische onderzoeken uit 2008 die herhaald werden in het kader van het Open Science Collaboration project niet dezelfde uitkomsten opleverden. Het was geen random steekproef en betrof alleen die onderzoeken die gemakkelijk te herhalen waren.
Veel onderzoek niet repliceerbaar #nrc pic.twitter.com/FzXRrQf7nl
— Judith van Hooijdonk (@jujuutje) 28 augustus 2015
Uiteraard staat na zo’n bericht de wetenschappelijke wereld een beetje op zijn kop.
Dit betekent natuurlijk niet dat al het psychologisch onderzoek onzin en frauduleus (Stapel-syndroom) is. Het lijkt mij ook schier onmogelijk om al het onderzoek naar menselijke psyche en gedrag te repliceren. Het is zo complex en context afhankelijk. Tijdens mijn eigen onderwijskundig onderzoek heb ik vaker met mijn dochter (die tegelijk met mij bezig was met een onderzoek in de communicatiewetenschappen) gesproken over de meetbaarheid van sociaal wetenschappelijk onderzoek. Wij vonden het lastig. Er zit zoveel ruis in het onderzoeksproces: aard van vragen, interpretatie, waarde en normen van onderzoeker, etc.
Gisteren stond in de NRC een column van Jan Derksen. Hij verwoordde wat ik voel bij onderzoek:
In een poging zo objectief mogelijk te zijn, wordt de toevlucht gezocht in de statistiek en methodiek. In plaats daarvan zou men observatie en denken moeten trainen; die zijn cruciaal bij psychologieonderzoek.
Dit ‘ouderwets’ nadenken is volgens mij niet alleen cruciaal voor psychologieonderzoek, maar ook voor onderwijsonderzoek, communicatieonderzoek. Van al die cijfertjes en methodologieën gepresenteerd tijdens de ORD werd ik niet echt heel vrolijk. Meer aandacht voor waarderend onderzoeken dat gericht is op samen dromen en creeëren ipv cijfertjes genereren zou ik wel voor zijn 🙂
Tijdens mijn studie werd gedoceerd dat wetenschappelijk onderzoek systematisch en controleerbaar moest zijn. Het onderzoek moest door anderen herhaald kunnen worden en dezelfde resultaten opleveren. Tevens kon er maar één verklaring voor het onderzochte probleem zijn, en je moest het veronderstelde kunnen aantonen. Voor mij betekende dit dat ik in mijn onderzoek gebruik ging maken van ‘valide en betrouwbare instrumenten’, en niet het pad bewandelde van wat meer onconventionele onderzoeksmethode.
Of het (psychologisch) onderzoek in een crisis verkeert zoals Jan Derksen in zijn column beweert, weet ik niet. Daarvoor ken ik de wetenschappelijke wereld (nog) niet goed genoeg. Meer aandacht voor ‘twijfel’ in onderzoek in plaats van alles willen bewijzen zou voor mij het reflecterend proces dat onderzoek volgens mij zou moeten zijn ten goede komen. Dat betekent voor mij ook meer samenwerking tussen onderzoekers. Zo’n project / beweging als Open Science Collaboration is een mooi initiatief om dialoog over wetenschappelijke waarde te stimuleren. Open onderzoek! Ik ben voor!
Judith
Judith doet aan UP by Jawbone
Hi Marcel,
Hoewel ik vaker beweer niets van meten te willen weten, loop ik nu toch al een maand met een meetinstrument rond mijn pols: de UP3. Ik had beloofd mijn ervaring met mijn slimme activity/health tracker te delen.
De armband
Ik had gekozen voor Jawbone vanwege het design. Die vind ik nog steeds mooi. De armband draagt comfortabel. Ik moest wel wennen aan weer 24 uur iets om mijn pols omdat ik al jaren geen horloge oid meer draag. Het duurde even eer ik de armband goed had afgesteld om mijn pols, maar op zich gaat dat redelijk simpel. De armband valt niet zo maar af. Ik vind wel jammer dat er al een paar krasjes op zitten.
De UP mag een beetje nat worden, je mag niet met de armband zwemmen, maar wel douchen. Huh? Dat vind ik een beetje vreemd. Ik hou ‘m toch maar niet om in bad.
Tikken
De UP3 heeft 2 standen: de actieve en slaap stand. Door te tikken op je armband kun je switchen tussen beide standen. Dat tikken gaat niet altijd even fijn. Het is me al vaker gebeurd dat ik een soft reset moet doen om mijn armband weer in de actieve modus te krijgen. (Een soft reset doe je door de armband aan te sluiten op de usb-oplaadkabel).
De batterij gaat volgens Jawbone zo’n 7 dagen mee. Dat klopt ongeveer wel. Na 5 dagen krijg je een melding dat de batterij bijna leeg is en op dag 6 begint de app te melden dat opladen nu wel zeer wenselijk is. Je kunt oplaadkabel in de usb-poort van je laptop aansluiten. Ik vind het stopcontact handiger. Het was wel even wennen met het magnetisch USB-kabeltje, hoe het nu goed ‘pastte’, maar dat gaat inmiddels ook probleemloos.
Slaapmodus
UP adviseert mij om 8 uur te slapen. Nu na een maand heb ik wel een redelijk beeld van mijn slaapritme. Mijn armband is wel tussen de 7 en 9 uur in slaapstand maar aan de 8 uur slaap kom ik niet. De UP maakt onderscheidt tussen REM, lichte en diepe slaap. Gemiddeld slaap ik elke nacht 3 kwartier diep en de rest is lichte of REM slaap. De registratie van de lichte slaap is niet echt betrouwbaar. Als ik ’s ochtends rustig lig te lezen of een filmpje bekijk wordt dat ook als lichte slaap geregistreerd. Ook word ik vaker wakker dan dat geregistreerd wordt. Ook de hartslag in rust wordt gemeten. Dat ligt bij mij rond de 60 bpm. Of dit accuraat is, weet ik niet.
Met de UP kan je diverse type alarm instellen die geactiveerd worden door een trilling van het armband. Het Smart Alarm is een fijne rustige manier van wakker worden.
Activiteiten
10.000 stappen zou ik moeten zetten voor een actieve en gezonden levensstijl. Nope, die haal ik niet. Als ik thuis een beetje aan het rommelen ben kom ik tot de helft. Doe ik een lunchwandeling erbij dan ik kom ik tot mijn eigen gestelde doel van 7.500. Voor 10.000 moet ik echt een flinke wandeling maken, gaan shoppen 🙂 of sporten. Door de UP besef ik wel dat ik meer moet bewegen. Zoals ik de laatste tijd vaker hoor: zitten is het nieuwe roken. Misschien toch maar een hond nemen? 😉
Toch zijn er activiteiten die volgens mij wel onder actief bewegen vallen zoals fietsen, wat ik regelmatig doe maar dat niet geregistreerd wordt. Dat vind ik een gemis. De UP is meer een gadget dat gericht is op wandelen en slapen.
Mijn doel is toch wel wat kilo’s af te vallen. Die zijn er nog niet afgevlogen. Wel ben ik door de UP veel meer water gaan drinken. Ik heb diverse meldingen hiervoor ingesteld. Door mijn armband word ik dus regelmatig herinnerd om een glas water te drinken. De smart coach van UP die mij dagelijks handige adviezen geeft, zegt ook dat ik er minstens 8 moet drinken. Dat haal ik inmiddels wel.
De app op mijn iPad geeft mooie overzichten van mijn stappen, alle waardes en mijn gemiddeldes. Heel handig.
Ik kan handmatig veel informatie toevoegen: mijn gemoedstoestand aangeven, wat ik gegeten heb, extra activiteiten. Ik merk dat ik dat te veel werk vind om dat te doen.

Eerste conclusie van Jawbone UP3
Ik ben wel bewuster met mijn voeding en bewegen bezig. Ik drink veel meer water waardoor ik minder eet (winwin) dus dat is positief voor het doel dat ik me gesteld heb. De smartcoach geeft mij dagelijks handige tips en adviezen, vaak ook voorzien van extra (wetenschappelijke) informatie. Als de smart coach me motiverend toespreekt en mijn naam noemt, ben ik eerder geneigd om de adviezen ter harte te nemen. Zo werkt dat dus wel.
Handmatig extra informatie toevoegen doe ik bijna niet. Ook het duelleren is iets wat ik (nog) niet zo nodig vind.
Ik ben nu wel erg benieuwd hoe jouw ervaring is met Healbe Go mbt calorie inname.
Groet,
Judith
Update 10 september
Geen getik meer
Gisteren heb ik mijn UP3 van Jawbone geüpdate naar versie 1.2.14. Met deze versie is het voorbij met het getik op mijn armband waarover ik mijn blog schreef. De UP detecteert nu automatisch wanneer ik slaap (ben benieuwd). Daarnaast wordt er meer gebruik gemaakt van de hartslagsensor. De sensor meet nu mijn passieve hartslag gedurende de hele dag als ik stil zit. Kan ik kijken of er verschil is in stressniveau op het werk en thuis. 🙂
Get moving! The It’s LiFe study.
Ha Marcel,
Vorige week lag het proefschrift van Renée Verwey op mijn bureau. Onze oud-collega Edicto (een voorloper van het huidige I-team) verdedigt 16 september openbaar haar proefschrift. Top! Het onderzoek dat ze samen haar collega Sanne van der Weegen heeft uitgevoerd, heeft al de landelijke pers gehaald. Stoer!
Renée en Sanne hebben samen 8 onderzoeken uitgevoerd (waarvan 2 samen) die deel uitmaken van het It’s LiFe! project (Interactive Tool for Self-mangement through Lifestyle Feedback). Ieder heeft een proefschrift geschreven en ze promoveren op dezelfde dag. Mooie afronding van een jarenlange intensieve samenwerking.
Samen met 2 bedrijven (Maastricht Instruments en Sananet) heeft de Universiteit Maastricht een tool ontwikkeld die gebruikers stimuleren meer te bewegen. De tool bestaat uit een bewegingsmeter en een online coaching systeem. Gedragsverandering bewerkstelligen is niet zo gemakkelijk. Er zijn vele initiatieven om dit met behulp van technologie voor elkaar te krijgen. Daarnaast is het stimuleren van zelfmanagement en verantwoording nemen over eigen gezondheid, regie voeren over het leven met een ziekte (in dit onderzoek COPD en diabetes type 2) iets waar overheid sterk op stuurt. Ook jij neemt dit in je promotietraject rondom Social Health Games als uitgangspunt, net zoals MLI-studiemaatje Cindy en haar collega Nienke met hun ODIM-app. Daarom is dit onderzoek wellicht wel interessant voor jou/jullie.
Samenvatting op achterkant proefschrift:
In dit proefschrift beschrijft Renée Verwey de ontwikkeling en het testen van het zorgprogramma, het coaching systeem en het testen van het gebruik van de tool in combinatie met dit zorgprogramma in de praktijk. De resultaten van het evaluatieonderzoek bij 24 huisartsenpraktijken wijzen uit dat deze gecombineerde interventie effectief is en door patiënten en praktijkondersteuners gewaardeerd wordt.
Uit het onderzoek blijkt dat het Zelf Ondersteuning Programma in combinatie met de bewegingsmeter tot een significante verbetering van 11 minuten matig en intensief bewegen heeft geleid, zelfs 3 maanden na de interventieperiode. Mooi resultaat. Proficiat Renée.
Ik zal het proefschrift voor je bewaren.
Judith
Zie ook persbericht UM en nieuwsbericht op de website van Zuyd





