OU Masterclass: Sociaal leren en Learning Analytics

Ha Marcel,

Ook al heb ik mijn mastertitel nu in the pocket, we blijven doorleren natuurlijk en zeker sociaal 🙂

Toen ik de aankondiging zag van deze online masterclass van de OU-Welteninstituut: Sociaal leren en learning analytics moest ik daar natuurlijk aan mee doen. De masterclass startte op 2 september, en dat merkte ik meteen aan mijn mailbox omdat de notificaties van fora staan in een OU-cursus standaard aan staan. Ik heb het maar even gelaten. Gisteren ben ik eens een kijkje gaan nemen. En in plaats van de notificaties uit te vinken heb ik besloten een regel in mijn Outlook-agenda aan te maken zodat alle berichten in een OU-mapje komen. Die bekijk ik dan wel op een moment waarop mij dat uitkomt. Waarom toch notificaties aan? Via Outlook kan ik zoeken, via de leeromgeving van de OU niet. Zelfs als ik via bijdragen van een geselecteerd iemand iets wil terugvinden, word ik verwezen naar het hele forum, daar heb ik niets aan.

WeltenSLA

Maar nu over de inhoud.

In mei heb ik de MOOC Explore Social Learning gevolgd (zie mijn blogs hierover). Ik herkende de reacties in de groepsdiscussieruimte op de vraag

Wat betekent sociaal leren voor jou?

Deze kwamen overeen met reacties in de MOOC Social Learning. Velen antwoorden: samen en van elkaar leren, informeel leren. Ja, leren is een sociale activiteit. In de jaren zeventig van de vorige eeuw ging Bandura in zijn Social Learning Theory er al van uit interactie belangrijk is voor leren. Voor mij krijgt het begrip social learning door sociale media betekenis. Uit het onlangs gepubliceerd boek ‘Social learning en leren met sociale media’ van Wilfred Rubens en Marcel de Leeuwe komt deze definitie: “samenwerkend leren met behulp van sociale media, waarbij de lerende veel controle heeft over wat, hoe, waar en waarmee er geleerd wordt”. Hier ben ik dus volledig mee eens. Voor mij is sociaal leren niet per definitie een combinatie tussen formeel en informeel leren, niet alleen samenwerkend leren. Voor mij zijn sociale media onlosmakelijk verbonden met de term social learning. Een boek lezen zoals dat gisteren tijdens de live sessie door Maarten de Laat als ook voorbeeld van (passief) sociaal leren, vind ik dus geen social learning. Ik twijfel nog of ik vind dat ‘lurkers’ (zij die niet actief participeren in sociale netwerken) ook sociaal leren. Want onderstaande definitie van Maria Conner over social learning spreekt nadrukkelijk over participatie:

I define social learning as participating with others to make sense of new ideas. Augmented by a new slew of social tools, people can gather information and gain new context from people across the globe and around the clock as easily as they could from those they work beside.

Social learning en het participeren in sociale media vraagt volgens mij om in een bepaalde mate van openheid om relaties op te bouwen, om vrijelijke open kennis en ervaringen te delen, om een proactieve houding en het benutten van je netwerk.

De volgende vraag die men ons vroeg te beantwoorden in deze masterclass:

Wat verstaat je zelf onder elk van de 3 metaforen voor sociaal leren

Hiervoor werd verwezen naar het artikel: Social Learning Analytics: Navigating the changing settings of Higher Education van Maarten de Laat en Fleur Prinsen. Een interessant artikel en eigenlijk de basis van deze masterclass. Volgens De Laat en Prinsen onwikkelt het hoger onderwijs meer en meer richting open access en (professionele leer)netwerken, wordt levenlang leren belangrijk en krijgt sociaal kapitaal steeds meer waarde. Er is een toenemende focus op samenwerkend, interactief, netwerkend leren. Het leren verandert naar meer gepersonaliseerd, actief, verbindend, samenwerken leren in alle openheid; MOOC’s worden daarbij als voorbeeld genoemd. De schrijvers vragen zich af: Als leren meer ontworpen moet worden rondom sociale interactie en relationele verbinding, hoe krijgen we dat dan voor elkaar? De oplossing wordt gezocht in Social Learning Analytics (met de verwarrende afkorting SLA, betekent ook Service Level Agreement). Learning analytics betreft het verzamelen, analyseren en interpreteren van data over studenten in het onderwijs. Met bijna elke elektronische leeromgeving is dit mogelijk. SLA betreft dan de sociale aspecten van leren met het doel studenten meer bewust te maken en inzicht te verschaffen van hun netwerkactiviteiten en hun connecties in deze netwerken. De wetenschappers stellen een model voor dat vooral aandacht besteed aan de 3 metaforen voor sociaal leren: participation, co-construction and becoming. Wat ik onder deze metaforen versta?

Participation: Deelnemen is een voorwaarde van social learning. Als je niet particpeert wordt er niet sociaal geleerd.
Co-construction: Met en door anderen tot nieuwe inzichten en kennis komen.  Je open stellen is voor mij een voorwaarde om tot co-creatie te komen. Zeker online kan dat voor sommig moeilijk zijn, je stelt je kwetsbaar op door je gedachten, denkbeelden, mening, kennis open te delen.
Becoming: identiteit ontwikkelen, professionele beroepshouding

De laatste vraag van de leeractiviteiten van dag 1 en 2 had betrek over hoe ik hier dan vorm aan geef. Deze vraag hoef ik in dit blog niet te beantwoorden 😉 De andere pdf’s met theoretische onderbouwingen heb ik gelaten voor wat het is, ook omdat sommige gescande artikelen niet uitnodigde tot lezen. Vrijdag heb ik de live-sessie Maarten de Laat en Fleur Prinsen gevolgd. Ik vond het vooral leuk om te chatten met de andere deelnemers. Door hun vragen en opmerkingen werd ik ook weer tot nadenken gezet. Ik merkte dat vooral het inzetten van sociale media (Facebook/Whatsapp) in het onderwijs bij deelnemers tot veel vragen leiden. Hoe al dan niet te participeren in deze omgevingen? Welke rol neem je als docent aan? Het privacy-aspect bij het item over (social) learning analytics gaf ook wat stof tot discussie.

De volgende leesopdrachten staan al weer klaar. Nu gaat het meer om het ontwerpen om sociaal leren te ondersteunen en te stimuleren. Leuk!
En er is een blogactiviteit aan gekoppeld. Nog leuker 🙂 Uiteraard zal ik die ook hier delen.

Groet,
Judith

Imagazine. Mijn beeldverslag #MLI

Ja Marcel, de één van de laatste opdracht van de MLI is binnen! Mijn beeldverslag is met een goed beoordeeld!

Met veel plezier heb ik gewerkt aan mijn glossy. Hoe ik dat gedaan heb, lees je hier.
Als afronding van mijn tweejarige master Leren en Innoveren aan Fontys Hogescholen moest ik in een beeldverslag aantonen dat ik de verschillende MLI-rollen (excellente leraar, ondernemende ontwikkelaar, begeleider en gesprekspartner voor collega’s en reflective practioner) op masterniveau beheers en effectief kan inzetten in mijn werk, voor nu en naar de toekomst toe. Dit vormt de kern van dit beeldverslag. Via een zelfbeoordelingsformulier moest ik een soort leeswijzer voor de beoordelaar maken. Het moest immers in een half uur te lezen zijn. Per rol geef ik aan wat ik wilde leren bij aanvang van mijn studie, wat ik de afgelopen 2 jaar geleerd heb en hoe ik deze rol naar de toekomst zie. Wat anderen over mij zeggen, is te lezen in de tekstballonnen. Voor deze openbare publicatie vond ik het niet nodig naar de achterliggende verantwoordingsdocumenten te linken, ook de fragmenten van het interview met mijn leidinggevende heb ik verwijderd.

Basis voor dit beeldverslag vormen de ruim 200 blogposts die ik tijdens deze 2 jaar heb geschreven over en naar aanleiding van wat ik geleerd heb bij de MLI. Het was een mooie memory lane door 2 studiejaren via mijn blogs en de feedback die ik verzameld heb via diverse formulieren en tweets. Je kunt mijn beeldverslag downloaden als pdf op online lezen via issuu

Ik eindig mijn beeldverslag natuurlijk met oprechte dank aan allen die mij gesteund hebben: man en kinderen, familie en vrienden, collega’s, studiegenoten en docenten van de MLI, tweeps. En natuurlijk ook dank aan jou, blogmaatje. Jij was degene die 2,5 jaar geleden zei: ga studeren! Ik ben niet altijd blij geweest dat ik dit advies heb opgevolgd. Maar nu wel ontzettend trots dat het me, ondanks de emotionele periode rondom het overlijden van mijn moeder, gelukt is!

Nu nog mijn vakpublicatie afronden en dan hoop ik maandag het verlossend mailtje van de MLI te ontvangen.
Judith

 

The Gameful World – Deterding’s Retorieken oftewel hoe kijkt de wereld tegen The Gameful World

Ha Judith,

Het voelde als de zoektocht in Harry Potter naar de relieken. Ook daar moest ik meer dan een keer lezen om het te snappen en ik denk in het geval van de retorieken van Deterding dat ik het hele boek moet uit hebben om het helemaal te snappen. Toch ga ik in deze post een poging wagen om het beeld te schetsen.

Wat heeft Deterding gedaan: hij heeft geprobeerd om vanuit alle verschillende blikvelden op gaming, gamification, …<vul maar in>… in kaart te brengen. Ieder heeft zijn eigen verhaal en vanuit iedere insteek is natuurlijk iets te zeggen over dit domein. Vanuit die verhalen zijn kernbegrippen te vinden die horen in The Gameful World. Deterding geeft aan dat voordat hij een kernbegrip (hij noemt ze retoriek) serieus neemt wel een aantal elementen wil zien die dat begrip onderbouwen en die het begrip illustreren en per begrip noemt hij ze ook. De elementen zijn:

  • Een community van ‘gebruikers’
  • Academische achtergrond
  • Concepten
  • Voorvechters van het verhaal
  • Toepassingsgebieden
  • Typische voorbeelden (binnen en buiten de spelwereld)

En nog een aantal andere beschrijvingen waar ik de grip nog op moet krijgen:

  • “Moral policy of play”
  • “Play rethorics of Sutton-Smith” (moet ik nog lezen wat dat zijn)
  • De form “Paidic of Ludic” (moet nog landen)
  • Games as… (nog geen duidelijk beeld)

Ik ga niet alle kernbegrippen beschrijven op alle punten, daarvoor is natuurlijk ook het hoofdstuk te lezen, maar het is wel belangrijk om te proberen een beeld te krijgen van de kerngebrippen:

Feedback (bijna vanzelfsprekend)

Nudging en Reinforcements -versus- Exploitation (In het individuele vlak)

Status -versus- Communal Performance (In het collectieve vlak)

Pleasure als overkoepeld verhaal

Well Being, Systems, Cultural Form als outside perspektief

En Playfullness als totale counterbalans op het voorgaande.

En toen dacht ik Pfff, hoe ga ik dit snappen laat staan uitleggen aan anderen. Het lukte niet. Allereerst het snappen niet, los stand van het verder vertellen. Op zoek naar hulp dus. En jawel hoor dat vind je dan, bij de bron zelf: Deterding’s SlideShare over min of meer dat hoofdstuk:

En dat gaat helpen! Toch? Ik ga in het najaar naar BizPlay in Karlsruhe en hoop daar Deterding te zien en te spreken.

Groet Marcel

 

The Gameful World – Het manifest van the Ludic Century

Grijns Judith,

Wederom een verhaaltje uit het grote boek 😉 The Gameful World. De editors geven het woord allereerst aan Eric Zimmerman (twitter, blog) en niet zomaar. Zimmerman maakt een retake op zijn manifest over the Ludic Century. Na de information century komt nu de ludic century. Zeer bedreven, lees vooral het blog erover of het hoofdstuk in het boek. Maar voor de echte liefhebber volgt hieronder een debat rondom het manifest:

https://vimeo.com/82290243

Enjoy and zodra ik er klaar voor ben zal ik ook inhoudelijk reageren en me bemoeien met “the debate”. Maar ik voel me nog niet “scholarly” genoeg at the moment.

Groet Marcel

 

Reactie op: Open Leerruimtes en de rol van de bibliotheek

Ha Judith,

In je blog Open Leerruimtes en de rol van de bibliotheek vraag je om mijn mening met betrekking tot de invulling van onze leerruimtes en de rol die de mensen van de bieb kunnen spelen hierin. Ik vind het lastig om ver in de toekomst te kijken rondom de leerruimtes. Ik zie een hololens, een mobiele telefoon en een aantal beeldschermtafels en wanden voor me. Holodeck-achtig in te richten omgeving, waarbij je in het fysieke gedeelte mensen kunt ontmoeten. Koffiedrinken, kletsen, eten, spelen, lezen, vergaderen. Vooral met elkaar.

Maar eerlijk gezegd had ik al gedacht dat we daar zouden zijn. En wat zie ik dan in de praktijk: onze ruimte waar studenten en docenten door elkaar kunnen werken wordt in principe alleen nog door studenten gebruikt. De vraag, maar ook het aanbod van en voor onze mediamuur is beperkt. Hebben we als Zuyd ruimte om (startende) ondernemers bij ons op locatie te laten werken?

En de bibliotheek, die probeert te veranderen dat zie ik wel. Maar krijgen ze de ruimte om dat zo snel te doen als dat nodig is. Naast voorlopers moeten ze ook overtuigers worden, aangezien onze docent en studentpopulatie nog niet zo ver is. Tenminste zo lijkt het…

Alhoewel studenten projectwerk via whatsapp, Skype of andere tools doen, maar ook kritiek hebben op te weinig projectruimtes. En toch ook de bibliotheek niet als alternatief zien. Die stap is noodzakelijk, voordat we verder de open ruimtes kunnen invullen.

Nog geen antwoord op je vraag… Meer een gedachtegang en een kleine blik vanuit het huidige verhaal.

Oke poging 2: Ik denk dat de bibliotheek een rol moet spelen om te herkennen, erkennen en het leren kennen van de open leerruimtes die er overall zijn: Thuis, studentenhuis, gemeentehuis, schoolgebouw, openbare bibliotheek, buitenlucht, stationsrestauratie, van der valk, …<zelf invullen>… Want uiteindelijk stokt het daar. Die hololens komt er wel, de telefoons worden de komende jaren met nog sterkere chips en batterijen uitgerust. Het delen van data, de opslag en de analyse zal in de komende jaren een vlucht nemen. Ik ben er van overtuigd dat het niet aan de technologie zal liggen, daar hoeft de bibliotheek niet bij te helpen, maar aan het bewustworden van de wereld als leerplek daar moet de bibliotheek aan werken.

Hmmm vind ik zelf een beter beeld 😉 Ben benieuwd wat onze bibliotheekcollega’s er van vinden.

Groet Marcel

Hey Marcel,
Ja, ik ben ook benieuwd naar reactie van onze bibliotheekcollega’s. Nu jij gereageerd heb, zet ik hierbij ook nog maar het artikel dat ik gisteren via Scoop.It had gedeeld: Who says libraries are dying? They are evolving into spaces for innovation met de conclusie dat de toekomst om de dienstverlening gaat: “Libraries in the 21st century are going to be less about books and more about the services that library staff provide to their community”. Zie ook de trends en uitdagingen volgens het Horizon Report 2015 for libraries

The library of the future, whether the physical space or its digital resources, can be the place where you put things together, make something new, meet new people, and share what you and others bring to the table. It’s peer-to-peer, hands-on, community-based and creation-focused. (Miguel Figueroa of the Center for the Future of Libraries)

Judith