De kunst van het verleiden

Ha Marcel,

Soms krijg je kadootjes in je schoot geworpen. Dat gebeurde voor de kerstvakantie in de ontmoeting met Joseph Kessels. Zoals je weet zit ik in het kernteam van ZOEC. Dit initiatief van de onderwijslectoren van Zuyd beoogt meer samenhang tussen de diverse onderzoeksgebieden van de lectoraten te realiseren. De kennis en ervaring die hier beschikbaar is meer te verbinden met de kennis en ervaring binnen de diverse opleidingen ten behoeve van de onderwijsvernieuwing (-verbetering, -verandering) programma’s die Zuydbreed en in de faculteiten opgestart zijn. We kunnen zoveel van elkaar leren.

De afgelopen periode hebben we ZOEC gepresenteerd tijdens de managementdag en de gezamenlijke bijeenkomst van de kenniskringen van de onderwijslectoraten. Door deze gesprekken merk je dat iedereen vanuit eigen context andere beelden heeft waar ZOEC voor staat / zou moeten staan. Het blijft ook voor ons zoeken. Dat doen we sinds september in de maandelijkse ZOEC-sessies waar we met collega’s binnen en buiten Zuyd verkennen waarom, wat en hoe ZOEC. En afgelopen week was Joseph Kessels uitgenodigd vanwege zijn kennis en ervaring met zijn learning company Kessels-Smit.

Joseph Kessels ‘ken’ ik via zijn presentatie en publicaties over gedeeld leiderschap. Ik heb door te schrijven op ons blog en voor mijn masterstudie veel van hem geleerd. Door nu samen met hem aan een tafel te zitten en te luisteren naar zijn waardevolle inzichten was echt heel bijzonder. Een kadootje.

ZOEC beoogt een lerende community te zijn. Hoe krijg je mensen betrokken waarmee je geen gezagsrelatie hebt, vroegen we Joseph Kessels. Hoe kan onderlinge professionalisering, een andere manier van leren en werken concurreren met het ‘echte’ werk, de hectiek van het onderwijs, de tijdsdruk? Hoe kunnen we kennis laten circuleren?

Oprechte belangstelling voor elkaars werk, dat verbindt, zei Joseph. Nieuwsgierig zijn naar wat de ander bijzonder maakt. Uitgaan van het principe: wat moet ik doen om het voor jou aantrekkelijk te maken? Om door jou aantrekkelijk gevonden te worden? De ander verleiden met een aanbod die de ander verder helpt. Het stellen van sterke vragen: Hoe zou je het wel graag willen zien? Wat zijn jouw drijfveren? Wat vind je de moeite waard? Jouw enthousiasme overbrengen. Intellectueel adviseurschap vanuit de passie voor het vak. Een community wordt sterker als er meer verbindingen zijn. Zoek partners waarmee je verwantschap voelt, interesses deelt. Wederkerigheid is hierbij van belang. En vertrouwen uiteraard.

Het is natuurlijk zo voor de hand liggend, dat we het niet zagen. Belangstelling voor elkaars werk is de verbindende factor. In welke situatie dan ook, altijd komt ie weer terug de ‘relationele verbondenheid’ (Ryan & Deci).

Joseph Kessels deelde ook een werkwijze. Door elkaar te interviewen, de ander over jouw drijfveren te laten schrijven (voor bijvoorbeeld de ‘wie-is-wie’ op de gezamenlijke website i.o.). Door te vragen naar het beeld wat het oproept bij een ander ontstaat ook een gezamenlijk beeld. Een ander voorbeeld is om bij een afronding van een project twee collega’s vragen om de evaluatie bij de opdrachtgever uit te voeren. dat geeft vertrouwen, verbinding en objectiviteit.

Ga op zoek naar voorbeelden binnen Zuyd, en deel dat, adviseerde Joseph Kessels.
Ik kan niet meer doen dan dat onderschrijven. Door dit samen ook binnen ZOEC op te pakken, krijgen mijn initiatieven op dit gebied ook wat meer voedingsbodem. Hoop ik.

Als we het op de manier aanpakken waarop Joseph Kessels adviseert dan komt er ook een eind aan neeknikken en meestribbelen. Onderstaande video van Remco Coppoolse laat ook zien dat top down veranderingen moeizaam gaan. Door te luisteren, oprechte belangstelling te tonen, op te halen bij docenten, verbindingen te creëren verlopen onderwijsvernieuwingen soepeler.

Ik vond het best wel lastig om een blog te schrijven over deze inspirerende middag. De sfeer, de rustige uitstraling van Joseph, zijn warme stemgeluid, zijn oprechte interesse in ons en in het initiatief, is niet over te brengen.

Ik weet wel dat ik het verleidingspad op moet 🙂

Judith

Ben jij op de hoogte van je auteursrecht?

Dag Marcel,

Mijn bericht over Bloggen in het onderwijs eindigde ik met de belofte nog iets over auteursrecht te schrijven.

auteursrecht

Ken jij artikel 1 van de Auteurswet?

‘Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgende, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld.’

Dat betekent dat iedereen die iets schrijft of maakt hiervan eigenaar (rechthebbende) is. Het auteursrecht beschermt 2 rechten: het recht om je werk openbaar te maken en het recht om je werk te verveelvoudigen. Dit betekent dat een ander toestemming nodig heeft van de rechthebbende om (gedeelten) van een werk openbaar te maken of te verspreiden. Onderstaand filmpje van auteursrecht.nl legt in een paar minuten duidelijk uit wat auteursrecht inhoudt.

Ter verduidelijking, omdat hier veel misverstanden over zijn:

  • Het versturen van een (gescand) artikel via de mail aan wie dan ook, het plaatsen van een artikel, afbeelding e.d. op een website (of dit nu wel of niet achter een inlog zit, geldt dus ook voor intranet en elektronische leeromgevingen) zijn allemaal vormen van openbaar maken, en dus niet toegestaan zonder toestemming van de rechthebbende.
  • Je mag wel hyperlinken naar een bron op internet, dit is geen vorm van openbaarmaking.
  • Het is toegestaan om zonder toestemming van de rechthebbende een digitale of papieren kopie van een werk voor eigen gebruik te maken.
  • Voor onderwijsdoeleinde is het wel toegestaan korte gedeelte van werk te gebruiken. Het AuteursrechtInformatiePunt van Zuyd Bibliotheek kan je precies vertellen wat deze regeling inhoudt.

Zie ook de toolbox van SURF met praktische hulpmiddelen rondom auteursrecht.

werkgeversauteursrecht

Bloggers (dus ook studenten als studieopdracht) hebben recht op hun eigen geschreven blogposts. Echter voor docenten/medewerkers van een hbo-instelling ligt dat iets anders. In artikel 7 van de Auteurswet staat

Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd.

Je zou denken dat je dit werkgeversauteursrecht kunt omzeilen door te zeggen dat je je blogs of artikelen in je eigen tijd schrijft. Dit geldt niet voor het hbo. In de cao-hbo staat in artikel E-7 namelijk dat de hogeschool auteursrechthebbende van publicaties van werknemers.

De rechten op het auteurs-, octrooi- of kwekersrecht alsmede de baten voortvloeiend uit: het vervaardigen van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst in de zin van de Auteurswet;

Dit betekent dus ook voor alle publicaties van docenten en onderzoekers in dienst van een hbo-instelling. En ook voor ons bloggers. Tsja.
Nu verwacht ik niet dat onze werkgever, ondanks dat er nog geen publicatiebeleid is, het auteursrecht van al de werken van de lectoren, onderzoekers, docenten en bloggers op zal eisen. Ik weet dat Team Onderzoek van Zuyd Bibliotheek het college geadviseerd heeft een publicatiebeleid te ontwikkelen. Zover ik weet gaat het hierbij over afspraken rondom Open Access. Ik heb ze al ingefluisterd ook iets over Open Educational Resources op te nemen. Hierbij een aanvullend advies aan hen om ook eens naar het auteursrecht van haar werknemers te kijken.

licenties tot publiceren

Tot die tijd is het raadzaam dat als je als werknemer van Zuyd (maar ook voor studenten slim om te doen) gaat publiceren van te voren goed na te denken over de licentie waaronder je je werk verspreidt. Regel je niets dan krijg je automatisch het auteursrecht zoals hierboven toegelicht. Dat betekent dat iedereen (wettelijk gezien) jou om toestemming moet vragen wanneer men jouw publicatie wilt gebruiken. Als jij dit zo wilt, dan is dat prima. Maar er zijn mogelijkheden om vooraf je copyright te regelen. Dit zijn de CREATIVE COMMONS licenties.

Creative Commons biedt auteurs, kunstenaars, wetenschappers, docenten en alle andere creatieve makers de vrijheid om op een flexibele manier met hun auteursrechten om te gaan. Met een keuze uit zes (gratis) beschikbare standaardlicenties bepaalt de auteursrechthebbende in welke mate zijn of haar werk verder verspreid mag worden, en onder welke voorwaarden dit mag.

cclicenties

Klik hier voor meer uitleg

Met een Creative Commons-licentie behoud je al je rechten, maar geef je aan anderen toestemming om je werk te verspreiden, met anderen te delen of bij sommige licenties ook om het werk te bewerken. Het aanbieden van je werk onder een Creative Commons-licentie betekent niet dat je je auteursrechten opgeeft. Zonder een Creative Commons-licentie zou iedereen expliciet toestemming aan je moeten vragen voor elk gebruik van je werk. Met een Creative Commons-licentie kan je in een keer aan iedereen duidelijk maken onder welke voorwaarden ze je werk mogen gebruiken zonder dat er telkens toestemming nodig is.

Op dit blog zit ook CC-BY-SA

Oja, Marcel. Als je gaat publiceren in tijdschriften met een abonnementsmodel (maar waarom zou je dat doen? Jij gaat toch Open Access publiceren? 🙂 ) check dan deze licentie van SURF, zodat je in ieder geval je auteursrecht in eigen hand houdt.

Open Onderzoek

In je blog van gisteren schreef je dat je bang bent je eigen ramen in te gooien als je open gaat onderzoeken omdat andere onderzoekers met je ideeën er vandoor zouden kunnen gaan. Nu denk ik dat het nooit goed is om vanuit angst te handelen 😉 En als die onderzoekswereld nog niet zo werkt, wat let je om het dan toch te doen? Dat is ook de Plek der Moeite 😉 .

Als je het filmpje over auteursrecht bekeken hebt, weet je nu dat auteursrecht geldt vanaf het eerste kladje, het werk hoeft dus nog niet af te zijn. Maar op ideeën in je hoofd, zit geen auteursrecht. Dus leg ze maar snel vast in een blogpost *grijns*.

Ja, ik ben je een beetje aan het plagen. Ik weet uit eigen ervaring dat tijdens onderzoek ‘systemen’ veranderen, bijna niet te doen is. Als ‘critical friend’ van je promotietraject blijf ik je wel wijzen op open research, open licences, open science, open data, open education, open acces. En je daarbij helpen natuurlijk!

En laat nu 2017 the YEAR OF OPEN zijn!

Print

Judith

Nog een leestip: In 5 stappen naar Open Science – niet voor mietjes 🙂

The basics of my PhD research

Hi Judith,

You know that I have been trying for a while to get a PhD research started. You also know that I didn’t get the funds or that my job as teacher/part of the management team had more priority. As I have written in this blog more often I tried to do my research on Gamification. Health care is a great context to use that in, but I didn’t manage to get the funds necessary. It brought me a great Healthcare and IT project where I can do some Gamification Research in, but not a PhD position.

Sometimes you have to wonder in new environments to get back to your roots. That basically is what happened in the last years. A sort of homecoming is what happened in the last months. I have a PhD research spot now at our research team Technology Enhanced Learning (Technologie-Ondersteund Leren in Dutch). In the last weeks I am finishing an internal proposal and I am ready to come out and shout aloud that I have started a research on how to use learning analytics on learning design in a run-time setting to improve student satisfaction and/or learning effectivity/efficiency.

In the next four years I am going to research an environment, say Learning Dashboard, which helps teachers and students to change or keep their behavior towards the learning design in an course. Students and teachers not only will get insight in their behavior and actions after the course but also during the run-time of the course so that we as an institution can build a more personalized learning environment for our students.

overzichtresearch
Together with the help of our Bachelor students I am going to research and develop this environment in a design science research. So the things I am going to write about are: Learning Analytics, Learning Dashboards, a little bit of Learning Design, the competences of students and teachers to be critical about the things they see in the Dashboard and the ability to interpret the information. And which techniques can we use to change the behavior of the students en teachers, so that the Learning Design is Learning Analytics driven. Or perhaps better phrased that we use our environment to enable user driven learning design. And that phrase can be in my proposal too.

So you see a work in progress but a fun one to do with all kinds of opportunities and chances to grasp. And to blog about ;). And you may reply in Dutch but I want the exercise in English.

Marcel

Moeite met de online plek

Ha Judith,

Eigenlijk wilde ik in deze blogpost beginnen te schrijven over mijn onderzoek. Na een aantal omzwervingen heb ik nu mijn plek gevonden en ga ik me de komende vier jaren bezig houden met een PhD traject. Ook daarover heb ik al verschillende malen hier proberen te schrijven, maar steeds terughoudend.

En dat sluit eigenlijk aan bij jouw laatste blog: Plek der moeite want ik merk dat behalve discipline ook de onderwerpen een brug voor me waren in het online delen van waar ik mee bezig was. Kijk als MT-lid snap ik dat ik niet alles kan delen wat er gebeurt in zo’n MT maar ook als onderzoeker lijkt het er op dat ik wel mag delen, maar goed op mijn timing moet letten.

Het liefst zou ik “working out loud” doen, maar gooi ik dan niet mijn eigen ramen in op moment dat ik onderzoeksresultaten gepubliceerd wil zien, of gaan andere onderzoekers er dan niet met mijn ideeën vandoor. In een ideale wereld blijven de credits bij diegene die ze hoort te krijgen en zou het posten op een blog voldoende moeten zijn. Maar op de een of andere manier werkt dat in de onderzoekswereld toch niet zo. En eigenlijk is dat zonde, want een van mijn volgende stappen is een systematische literatuur studie en als ik die open en “thinking out loud” zou doen dan zouden mijn eigen studenten ook daarvan kunnen leren.

Mij kwetsbaar opstellen, wat volgnes mij een voorwaarde is als ik mijn studenten wil meenemen in mijn denkstappen, daar heb ik geen moeite mee, maar ik merk wel dat ik moeite begin te krijgen met afwijzingen van beurzen (de NWO aanvragen voor docent die onderzoek doet) als voorbeeld. Kijk als je toch het commentaar terug krijgt dat je al twee keer “begonnen” bent aan een onderzoek maar dat blijkbaar niet hebt afgemaakt, waarbij de NWO beurzen als noodzakelijke financiering waren en waarbij de beoordeling van voorstel, team en aanpak positief waren, maar waar ik werd afgekeurd op ervaring als onderzoeker, dan gaat dat toch knagen. Grijns: had ik maar daarover moeten schrijven zul je zeggen, maar ik denk dat dit nog niet wordt meegenomen bij een sollicitatiegesprek.

Dus ik blijf het open verhaal een lastig punt vinden. En als ik dan kijk naar studenten die bijvoorbeeld met innovatieve opdrachten bezig zijn en die ik zou vragen om “thinking out loud” te doen dan beginnen de stage/afstudeerbedrijven te stuiteren. Het gezamenlijk binnen een kennisgebied werken vanuit een regionaal bedrijfsleven is maar mondjesmaat. Ja, wij ICT-ers, hebben een sterke club met Regitel en proberen de bedrijven daarin ook te netwerken en kennis uit te wisselen, maar de grens tussen samenwerken en concurreren is natuurlijk soms klein en dan blijft “thinking out loud” lastig.

Ik had dit blog eigenlijk gedacht om te schrijven over mijn promotieonderzoek en zal dat in een volgend blog ook doen, maar wel met een bepaalde onzekerheid over hoe veel en hoe ver ik kan en mag delen.

Je zult het wel zien 😉

Groet Marcel

Plek der Moeite

Een mooi voornemen voor het nieuwe jaar Marcel: bloggend 2017 door. Ik doe mee! Voor mij is het geen moeite 🙂 . Ik heb gekozen om out loud te werken en te leren.

“Working out loud is working in an open, generous, connected way so you can build a purposeful network, become more effective, and access more opportunities.”
John Stepper

Voor mij hoort dat bij professional zijn, zeker als kenniswerker. Je hebt gelijk Marcel: It’s part of the job. In ieder geval voor mijn job.

Professional/professioneel komt van het Latijnse ‘profiteri’ dat betekent ‘openlijk verklaren’. Een professional wil openlijk zichtbaar kwaliteit leveren. “Een professional is iemand die ervoor kiest en zich erop toelegt om, met behulp van specialistische kennis en ervaring, klanten op een competente en integere manier steeds beter van dienst te zijn. Daarbij maakt hij gebruik van en draagt actief bij aan een community van medeprofessionals die het vak bij voortduring ontwikkelen” (Ruijters & Simons, 2014) (p.317). (uit blogbericht ‘Mijn professionele ik. Onze professionele identiteit.’)

Ja, bloggen is een manier om te communiceren, je te ontwikkelen en je kennis te delen. Kennis delen is een werkwoord, zeg ik altijd. Je moet dat gewoon doen. Begin klein. Probeer elke dag eens te delen met wat je die dag gedaan hebt.

Voor anderen kost open en online kennis delen (al dan niet via bloggen) wel moeite. Ik merk dat regelmatig als ik aan collega’s vraag om over hun ervaringen/inzichten die ze hebben opgedaan te bloggen. Vaak hoor ik: “ja, goed plan, dat doe ik”. En bijna net zo vaak hoor ik niets meer. Ja, het kost moeite. Je moet er tijd voor vrij willen maken.

En zo kom ik op de Plek der Moeite. Enige tijd geleden kreeg ik hierover van Dominique Sluijsmans deze link doorgestuurd, een inleiding van het hoofdstuk geschreven door André Wierdsma in het boek van Canon van het Leren (mijn handboek tijdens mijn MLI-studie).

De Plek der Moeite heeft Wierdsma geïntroduceerd om de weerbarstigheid van collectieve en individuele leerprocessen op het niveau van identiteit van een organisatie te duiden (wat willen of zijn we?).

Het proces van collectief leren van professionals is niet gemakkelijk:
1. Veel gedrag is onbewust en routinematig. Betekenis ontstaat pas als mensen reflecteren op hun handelen.
2. Koppelingen tussen intenties en gedrag zijn zwak. Zoals Claire Boonstra onlangs in haar blog mooi verwoordde over de ontkoppeling in ons onderwijs: “er zit een groot gat tussen weten, vinden, voelen en ons handelen”.

Leren op de (denkbeeldige) Plek der Moeite vraagt ook moeite. Het kost moeite om bestaande patronen los te laten. Zowel voor individuen als voor organisaties. Als individu is het moeilijk (dan wel onmogelijk) een organisatie te veranderen. Je werkt immers in de context van de organisatie met eigen geschreven en ongeschreven regels, inzichten en principes. Wiegersma zegt dan ook dat verandering van organisatiegedrag meer vraagt dan individueel leren. Hiervoor is dialoog, reflecteren en experimenten nodig.

Elk veranderingsproces kost moeite. Of het nu gaat om (open en online) kennis te delen, al dan niet bloggend. Of ons onderwijs op een andere manier ontwerpen. Op een andere manier samenwerken. Met het werkveld kennis ontwikkelen.

De Plek der Moeite is geen gemakkelijke plek. Het kan een bedreigende plek zijn voor een ieder. Er zijn altijd verschillende belangen, perspectieven en opvattingen over urgentie van veranderingen. Het is een plek van met een veelheid van emoties: frustratie, boosheid, vreugde en plezier. Het is een plek van aarzelen, zoeken, proberen en twijfelen.

Als we maar in gesprek blijven.
En ja, ook online. Al bloggend kan je ook collectief leren faciliteren. Zo worden meer mensen betrokken (of kunnen in ieder geval kennis nemen van) het proces van lerend veranderen. Ik ben er namelijk van overtuigd dat als je mensen deelgenoot maakt van veranderingsproces (en niet alleen van de uitkomsten), de weerstand tegen veranderingen daalt.

Ik ben me er van bewust dat dit misschien allemaal een beetje vaag klinkt. En misschien zie ik verbindingen, die jij niet ziet of niet bestaan. Wat ik inmiddels gelezen heb over de Plek der Moeite (maar ook over Theorie U) en geleerd heb van Jan Bommerez draait het allemaal over see-feel-do.

Mooie uitdagingen liggen voor ons in 2017.

Judith

03012017 een mooie aanvulling op is het blog van Willem Koerselman: Ik geloof niet meer in een groots en meeslepend veranderplan. Ik geloof daar ook niet in maar net als Koerselman meer in veranderen in kleine stapjes, met de eigen mensen, met zo min mogelijk externe adviseurs. En daarbij mensen betrekken (communiceer over de bijsluiter!) in de bedoeling van het veranderproces. Net zoals ik ook in mijn blog Samen Andersom Doen heb verwoord nav het boek Andersom Organiseren.