er verandert weinig … of toch wel?
Ha die Marcel,
Onze intranetomgeving is nodig aan een upgrade toe. Het project van Dienst Marketing en Communicatie rondom ons nieuwe Infonet zit nu in opbouwende fase. Aan mij is gevraagd om de teksten van de I-adviseurs te selecteren: wat kan weg, wat moet herschreven worden. Een lekkere klus, want onze oud-collega’s en wij hebben nogal wat pagina’s geproduceerd. En zoals dat vaker met intranetomgevingen gaat, niet alles is even goed bijgehouden 😦 Dat is (denk ik) een van de redenen dat Dienst M&C nu de touwtjes strak in handen neemt. Van beheerskant en met het oog op het aanbieden van actuele info wellicht te begrijpen. Met de nieuwe Infonet krijgen we een personaliseerd aanbod. Een slogan die ik bij dienst M&C vaker hoor: het gaat niet om informeren maar infominderen. Voor medewerkers en studenten die geen grip hebben op de informatiestromen waarschijnlijk een uitkomst. Ach ik, ik stroomlijn het liever zelf 🙂
Daarnaast heb ik toch zelf meer behoefte aan een sociaal infonet. Ik heb daar ook al vaker over geblogd …. Ik hoop echt dat er in het proces ook aandacht is voor de sociale interactie én de zoekfunctionaliteit. Voor mij twee onmisbare elementen voor een sociale online werkomgeving als het gaat om samenwerken en kennis delen te bevorderen, maar misschien ben ik de enige ….
Wat wel heel leuk was dat ik tijdens het scannen van de oude teksten ons oude ICTO-blog tegen kwam. Ja ons Infonet heeft een blogfunctie (zelfs met RSS!). Deze tool hebben we als adviseurs ook even gebruikt maar dit werkte niet. In tegenstelling tot onze wekelijkse I-flits :).
Ik moest wel erg glimlachen toen ik deze blogberichten uit 2010 herlas. Van de 12 waren er drie van Jack, één van jou en de overige van mijn hand.
Niet veel veranderd!
Mijn berichten gingen over social media, TEDx, Yammer, Prezi, KiB, Educause, En die ene van jou? Natuurlijk over gaming! 🙂
Niet veel veranderd!
En die van Jack? Over e-Reading! Haha. Hij zit nu op zijn plaats als teamleider van Zuyd bibliotheek.
Ook niet veel veranderd dus!
Eén blogbericht ging over Inspirerende docenten nav een boek van Edith Roefs. Was ik hier vier jaar geleden al mee bezig? Nu dus een thema in mijn MLI studie. Ik vond het de moeite waard om deze tekst ook nog in ons blog te publiceren. En ik ga het boek weer eens even uit de kast van de bibliotheek plukken!
Inspirerende docenten

Edith Roefs heeft als lid van de kenniskring van het lectoraat Pedagogische Kwaliteit van het Onderwijs van de Christelijke Hogeschool Windesheim onderzoek gedaan naar de betekenis van inspirerende docenten. In 10 docent-verhalen werkt ze verschillende themas uit, zoals: studenten confronteren, hoge eisen stellen, openleerklimaat creëren en de aandacht voor theorie in competentiegericht onderwijs. Het boek geeft geen richtlijnen of stappenplannen voor inspirerend docentschap maar voorbeelden en inzichten waar men zich aan kan spiegelen.
Het onderzoek is gebaseerd op o.a. groepsinterviews met studenten. Studenten vinden inspirerende docenten een docent die echt is: een mens met sterke en zwakke kanten, voorkeuren, visies en eigen ervaringen. Fouten maken mag en toegeven ook (daar is zelfs een award voor 😉 ). Het genereert betrokkenheid en maakt de docent geloofwaardig.
Op de website ScienceGuide is een artikel over dit onderzoek te lezen. Het inspirerend boek (hier een link naar de inhoudsopgave) is te leen in onze bibliotheek.
Heeft dit iets te maken met e-learning? Ik denk het wel. Online kun je ook passie ten toon spreiden. Web2.0 is zeg maar echt mijn ding. Ik kan heel enthousiast zijn over het gebruik van sociale netwerken, social bookmarking, soms een beetje té 😉 Web2.0 is een tool en niet het doel. Maar wel een tool waarmee je het leerproces kan ondersteunen, dat kan binden en boeien. We leren van elkaar door te delen en samen te werken. Interactie daar draait het om en technologie speelt daarbij inmiddels een belangrijke rol in onze informatiemaatschappij : social learning, een levenlang!
Deze week ontdekte ik (via Zuyd Nieuws) een mooie uitgave van Zestor. Een inspiratieboekje voor hbo-docenten over de professionele ruimte (die misschien wel groter is dan je aanneemt). Samenwerken, kennisdelen zijn natuurlijk weer kernthema’s. Een mooi inspiratiebron voor mijn MLI-onderzoek. Het boekje “Vertrouwen in kwaliteit” is gratis te downloaden of aan te vragen. En hier werkte ook Edith Roefs (en Joseph Kessels natuurlijk) aan mee.
In vier jaar zijn onze aandachtsgebieden niet veel veranderd. Ik zie wel een kentering plaats vinden m.b.t. aandacht voor onze onderwerpen. Je hebt (weer) gelijk. Het duurt een jaar of 3 – 4 voordat veranderingen zichtbaar worden.
Zonnige zondag verder.
Judith
That Dragon Cancer – Thank you for playing (Games 4 Change festival 2014)
Beste Asiong, beste Judith,
In mijn zoektocht naar hoe we games kunnen inzetten in de gezondheidszorg ben ik presentaties aan het bekijken van het games 4 change festival . Het mooie van dit sort presentaties is dat je niet weet wat je krijgt voordat je er aan begint. Soms gaat je hart sneller kloppen, maar in dit geval stond het stil. Volgens mij is de hele zaal stil. Ik in ieder geval wel…
Een bijzonder verhaal over Joel en zijn ouders die afgelopen maart gestorven is aan kanker. De ouders van Joel zijn op een bijzondere manier omgegaan met het jarenlange ziekte proces van Joel. Namelijk door het maken van een game waarbij de ‘speler’ ervaart wat het betekend om zo’n proces door te maken.
Dit spel komt binnenkort uit op de OUYA (een spelsysteem vergelijkbaar met de Wii of XBOX alleen gebaseerd op onafhankelijke game ontwikkelaars) en lijkt me interessant om te blijven volgen. Tijdens de productie van het spel heeft een filmploeg een documentaire gemaakt over de makers.
Ik zal dit blijven volgen en jullie op de hoogte houden. Mocht je ergens een half uurtje hebben, hier is de lezing die een van de makers heeft gemaakt tijdens de games for change conference
De website van de game: http://thatdragoncancer.com/
De website van de documentaire over de game: http://www.thankyouforplayingfilm.com/
Groet Marcel
********************
13/01/2016 verscheen Review: persoonlijk rouwverhaal wordt gamekunst in That Dragon, Cancer op Nu.nl met onderstaand filmpje waardoor je een indruk krijgt hoe deze game is vormgegeven. Conclusie van de recensent
That Dragon, Cancer hoeft zich niet te bewijzen. Als Ryan en Amy Green deze vorm van expressie nodig hadden om de dood van hun zoon te verwerken, dan is dat bestaansrecht genoeg. Toch bewijst het dat games ook voor dit soort verhalen een geschikt medium zijn. That Dragon, Cancer spelen is niet leuk, niet uitdagend, niet spannend, maar wel ontroerend. En door zijn vorm ontroerender dan wanneer hij zou zijn gegoten in filmvorm of literatuur.
Tegelijkertijd behandelt het de dood op een andere manier dan games normaal doen. De belangrijkste gameconventie wordt op zijn kop gezet. Dood is het gegeven, herhaalt moeder Amy in haar dagboeken. Iedere speler die aan That Dragon, Cancer begint, kent het einde al.
Toch viert de game juist het leven: de herinneringen aan een jong mens met een houdbaarheidsdatum. En dat is een voor games ongewone, maar best wel fijne boodschap.
megaNFL – The collaborative alternate reality health game of 2024
At the Games 4 Change 2014 festival, member of the board of directors, Jane McGonigal took a glimpse into the future (2024) and presented 5 nominees of the ‘Game 4 Change Of The Year Award” from 2024. Jane, known from her work at the Institute For The Future, her TED talks, her book(s) (she is gaming a new one!) and her inspiring interviews and lectures has some great potential winners for her audience.
She supports her claim for every nominee by adding up innovations or research that have recently (2014) come to the attention of the world. One of the nominees caught my attention from a games for health perspective with regard to persuading people to live healthier by using an alternate reality game: megaNFL. As I am an USA enthusiast and sports jock I could easily relate to this game which connects to American Football, but it is easily translated into other sports like soccer, (field)hockey or handball for instance.
The first exemplary innovation that is emerging now that she uses to support her claim are the rise of gadgets and wearables that track your activity (and other body related signals). Wearable tech like: Nike+ Fuelbands, Samsung watches, Moves apps on your phone, the rise of measuring humanly produced signals is upon us. One small step for technology, one giant leap for alternate reality gaming! With the data and information collected competitions and battles can be created, often against each other or against groups.
Often these competitions are based on the miles/kilometers that your run, on how often your run, or how fast you run. But there are a few examples of storytelling and creating an immersive alternate reality. On of them is the second addition Jane shows in her claim: Zombie Run . When using this app during your runs, you get special assignments to run to a special route or distance to collect ammo, medicine or weapons that can be used against Zombies that are haunting your real life environment. It also occurs that the Zombies can attack you and that you have to run from them! In this way behavioral change is motivated by alternate reality gaming.
The third addition in the claim is the popularity of fantasy sports games. Millions of people worldwide play with a fantasy NFL team, a fantasy soccer team, a fantasy formula 1 or even a fantasy field hockey team. Some of the games are connected to real world players, some aren’t, some are for money, some are just for fun. In these games you manage a virtual team and you have to manage all aspects of that team (and some even club management). Rewards can be won or bought that improve your players, team or club. It is easy to imagine a game where real world physical actions can lead to rewards in the virtual world. An example of that is the American Horsepower Challenge where children can buy clothes and upgrades for their (horse) avatar by doing physical exercise.
A great innovation according to me and we don’t have enough of this types of games for every age group, but we are watching the award show of 2024 and Jane wouldn’t be Jane if she goes onto the next level of immersion. megaNFL let’s you collect ‘resources’ and ‘rewards’ by doing something good for the human body (as does Zombie Run or the American Horsepower Challenge), but the rewards aren’t used in a virtual world, but in the real world. In megaNFL you can ‘win’ an extra down for your team when you (and your group) reaches the goal or beats the contester (or group) of the other team. Translated to soccer that would be that the fans of Manchester United are doing a ‘who runs the most’ competition against the fans of Bayern Munich. The winner of that contest wins a corner kick for their team, or a real 12th player for the last 5 minutes of the game. Jane uses a fourth addition in her claim to support why the board members of the NFL, FIFA or field hockey federation would change their rules by 2024 to let the supports have such an impact on the games. In this addition she mentions the law suits on brain damage that were a big topic in the last NFL season (brain damage also is a problem in soccer and field hockey). As someone who has got “SuperBetter” from a brain injury she hopes that the NFL will feel the moral obligation to participate in such a step. Let’s hope they will. I sure would to like to see (a kind of) megaNFL.
What about you?
Reflecteren en Innoveren #MLI
Ha Marcel,
Deze week hadden we het even over mijn studiebelasting in combinatie met werk en privé nav het blogbericht van Remko Boers. Remko is (was) een MLI-student van InHolland en heeft besloten om te stoppen met zijn studie. Wilfred Rubens schreef op zijn blog waarom hij dat jammer vond. Karin Winters, ook een mede MLI-student van Stoas, reageerde ook en vroeg wat ik er van vond. We ‘reflecteren’ wel vaker via twitter op onze studie ;). Nu lukte het niet in 140 tekens.
Even in de herhaling #mli reflectie http://t.co/Xq1uwJNBre anders heb ik voor niks zo geploeterd @jujuutje 🙂
— Karin Winters (@karinwinters) May 15, 2014
We reflecteren wat af. Ook in het reflectiebusje 🙂 waarmee ik samen met mijn carpoolmaatjes elke week vanuit het zuiden naar Eindhoven rijd. In dit blog mijn reflectie op mijn studie tot nu toe. Ik heb al een plaatsje in de focusgroep van de MLI-studie. Hierin wordt 2x per jaar aan studenten gevraagd welke plus- en verbeterpunten zij voor de opleiding zien. Ik merk dat hier ook iets mee gedaan wordt.
Het besluit om te gaan studeren kwam op een moment dat mijn positie binnen de organisatie erg onduidelijk was en ik de keuze heb gemaakt om mijn carrière mogelijkheden te verruimen. Wilde ik een positie binnen het onderwijs, dan heb ik dat papiertje nodig vanwege de masterverplichting voor HBO-docenten. Ik vind het een onzinnige verplichting omdat ik denk dat niet (alleen) hierdoor de kwaliteit van het onderwijs verbetert. Ik leer wel informeel, maar dat ik blijkbaar nog niet voldoende voor de professionalisering van kenniswerkers. Gelukkig is er wel een kentering, zoals Wilfred dat ook schreef: “Bovendien wordt de waarde van zelfgestuurd en informeel leren -weliswaar schoorvoetend – steeds breder”. Ook binnen Zuyd is er aandacht voor, maar dat mag je ook verwachten met Kitty Kwakman in ons college (gepromoveerd op leren van docenten tijdens de beroepsloopbaan) 🙂 .
Wilfred somt een aantal punten waarom volwassenen weinig deelnemen aan post-initiële opleidingen, of voortijdig met hun studie stoppen. Net als Karin zal ik mijn ervaringen hier aan toevoegen.
1. Financiële drempels (kosten).
Ik ben geen docent dus geen recht op de docentenbeurs. De masterverplichting geldt daarom ook niet voor mij. Dat betekent dat ik niet in de masterregeling van Zuyd val. Volgens de nieuwe HBO-CAO wordt er geen onderscheid gemaakt tussen onderwijzend en ondersteunend personeel, de gevolgen hiervan heb ik (ondanks veelvuldig navragen) voor mij persoonlijk nog niet ondervonden. Volgens de huidige regeling krijg ik 75% van mijn studiekosten vergoed en is 4 uur werktijd studietijd. Dat vind ik op zich netjes, maar ik hou niet zo van rechtsongelijkheid tussen docenten en niet-docenten (persoonlijk strijdje). Gelukkig heb ik de afgelopen jaren genoeg uren opgebouwd, dus probeer ik wekelijks 8 uur van mijn 0,8 fte vrij te plannen voor studie. Dat lukt bijna nooit. Daarom heb ik afgelopen periode 2 weken vrijgenomen voor studie. Het heeft dus ook een groot voordeel dat ik geen docent ben. Ik zit namelijk niet gebonden aan een vast lesrooster. Ik kan mijn agenda bepalen en daarin met afspraken schuiven. Dat is echt een groot pluspunt.
Boeken schaf ik zo min mogelijk aan, die leen ik via Zuyd Bibliotheek of Fontys.
2. Drempels mbt de toegankelijkheid (denk aan instroomeisen, maar ook aan de afstand tot de opleiding).
Instroomeisen zijn een educatieve HBO-bachelor en werkervaring in het onderwijs. Ik heb via e-wisseling aangegeven welke diploma’s en werkervaring ik heb. Op basis hiervan kreeg ik toestemming om me in te schrijven. Ik heb geen aparte intakegesprek gehad. Vanwege afstand heb ik niet verder gekeken naar andere MLI-masters. Eén uur rijden vanuit Maastricht vind ik voldoende, daarom is het Eindhoven geworden. Hoewel de f2f ontmoetingen in Eindhoven heel waardevol zijn, vind ik dat de MLI een stimulerende sociale online leeromgeving moet bieden. Dat mis ik echt. Het is elke keer weer met een groepje zoeken naar vormen en tools om samen te werken. Als werkende lerende professional wil ik ook tijd- en plaatsonafhankelijk met mijn studie bezig kunnen zijn. Als ik geen specifieke opdracht in Eindhoven te vervullen heb waarom zou ik dan dik 1 uur hen en terug rijden? Of is dat door de contacturenverplichtingen vanuit het ministerie?
3. Drempels met betrekking tot de informatie over de opleiding (weten deelnemers bijvoorbeeld wat van hen wordt gevraagd).
De MLI heeft duidelijk per leerarrangement de beoordelingscriteria opgesteld. Ik kan weten wat van me verwacht wordt. Toch is dat heel dubbel. Het tempo is zoals Remko Boers aangaf erg hoog. Er wordt nogal wat van ons verwacht, we hebben veel deadlines (en ik ben toch weer teruggevallen in mijn oude studiehouding 😉 mijn werk is pas af op het allerlaatste moment). Dat betekent dat je soms gewoon duidelijk van de docent wilt hebben wat hij/zij van je verwacht. Je hebt zo weinig tijd om hetgeen je leest/hoort te laten bezinken en hierover met je collega’s en medestudenten door te spreken. Ik gebruik hiervoor wel dit blog voor. Al schrijvende leer ik en heb ik het meteen vastgelegd zodat ik er later op terug kan grijpen (mijn buitenboordbrein). Als je meer tijd zou hebben, heb je ook de gelegenheid om het een en ander te laten bezinken en en te bespreken met je peers. Peer feedback is belangrijk in onze opleiding (Hattie!). Voor dit leerarrangement moesten we een blog aanmaken en via dit medium onze producten delen. Ik had graag meer tijd gehad om ook van (enkele) medestudenten hun producten via hun blog van feedback te voorzien. Ik doe het wel, maar te weinig. Ik vind het jammer dat dit hierop niet gestuurd wordt. Ja ik weet het. Het zou vanuit de intrinsieke motivatie moeten komen, maar als je niet gewend bent om via blogs te reageren zit daar wel een drempel.
Soms heb ik wel het gevoel dat tav onderzoek en paper de docenten te veel van ons verwachten. Wij krijgen onderzoeksvaardigheden van gepromoveerde onderzoekers. Wij zijn natuurlijk geen promovendi, dat wordt soms wel eens vergeten.
4. Persoonlijke -veelal mentale- drempels. Hieronder vallen bijvoorbeeld het kunnen combineren van studeren met werk en privéleven, het vermogen om zelfsturend te leren of voldoende zelfvertrouwen hebben.
Tijdens groepsintakegesprek werd erg gewaarschuwd voor de zware belasting. Je weet waar je aan begint, maar eigenlijk toch weer niet. Je moet toch ervaren. En het is pittig. In tegenstelling tot enkele van mijn medestudenten heb ik geen kleine kinderen meer thuis. Mijn zorgtaken voor hen zijn beperkt tot het wassen en strijken in het weekend. En ik heb ook steun van hen. Mijn zoon heeft mijn paper van feedback voorzien. Mijn dochter heeft een goede beoordeling voor haar SPSS tentamen, dus die kan me volgend jaar helpen. Haha. Ik hoor van hen terug wat ik zelf altijd zei. *grinnik* Maak je niet druk. Je hebt je best gedaan. Meer kan je niet doen. Frank, manlief is niet te beroerd om huishoudelijke taken (die ik het eerst laat vallen 🙂 ) op te pakken. Toch zit er wel wat schuldgevoel. Ik zou nog wat meer aandacht voor hen willen hebben. Zo ook voor mijn moeder. Zij heeft Parkinson, zit in een verpleeghuis 150 km van mij vandaan, niet gelukkig. Dat doet pijn. Mijn vader, 3 broers en veel familie en vrienden zijn er wel voor haar, maar niet haar enige dochter…
Zelfsturend leren is voor mij natuurlijk. Al bloggend, twitterend ontwikkel ik me constant. Ik heb al vaker gezegd dat twitter mijn permanente bijscholingscursus is. Dat is echt zo. Ik heb zoveel informatie voor mijn studie gehaald uit tweets en blogs. Onbegrijpelijk dat niet alle MLI-studenten dit als inspiratiebron gebruiken. Mijn zelfvertrouwen is een ander verhaal 😉 . Omdat ik veel met technologie bezig ben, wordt al snel gezegd … zo’n studie dat doe jij even … Nou, echt niet. Oude angsten als faalangst steken tijdens zo’n proces weer de kop op. Ik hou er niet van om fouten te maken. Ja, ik weet het wel. Van fouten leer je. Maar toch.
5. Drempels die voortvloeien uit het ontwerp van de opleidingen. Hieronder vallen studielast, doorlooptijd, het rekening houden met ervaringen van deelnemers of de wijze van beoordelen.
Ik heb uiteindelijk voor deze studie gekozen omdat er geen kennistoetsen werden afgenomen. Ik wil geen tentamens meer in mijn kop stampen. Ik geloof niet dat dit zinvol is. Dus schrijven, reflecteren, presenteren zijn toetsvormen die wel bij mij passen. En ja een paper schrijven is wat andere koek dan een blogpost. En ondanks dat ik bibliothecaris ben en wel wat van titelbeschrijven weet, heb ik nu toch wel weerstand tegen die APA-regeltjes. Het is gewoon zoveel extra werk om dit foutloos (en dat wil ik dan natuurlijk wel) te doen. Ik ben blij dat wij zowel bij de paper, als bij het huidig leerarrangement als bij mijn onderzoeksopzet zoveel feedbackmomenten krijgen. Docenten die echt de tijd nemen om naar je producten te kijken en dat van commentaar voorzien. Hoewel ik ook gemerkt heb (zeker bij het paper schrijven) dat hier ook weer verschillende visies zijn en je uiteindelijk toch je eigen conclusies/keuzes moet maken in je teksten.
Ik probeer mijn eigen koers te varen. Mijn eigen leerdoelen te stellen. Uitdagingen aan te gaan (een pecha kucha houden ipv een pitch, met Mendely werken … waarom maak ik het mezelf toch weer moeilijk). Druk maakt ook dat ik emotioneler ben, een korte lontje heb. Ik heb vaker hoofdpijn. Ondanks alle druk ben ik blij aan deze studie te zijn begonnen. Ik heb leuke mensen leren kennen. Ik weet al meer van allerlei leertheorieën. Ik leer wat minder vanuit aannames te redeneren. Leren is gewoon leuk 🙂 . In mijn mailbox zat deze week een herinschrijvingsverzoek van Studielink. Dat ga ik dit weekend ook maar even regelen.
En om de vraag van Karin te beantwoorden: wiens leren wil ik innoveren? Ik heb alleen invloed op mijn eigen leerproces. Ik wil voornamelijk leren hoe efficiente ICT inzet te kunnen adviseren. Ik probeer daarom zoveel mogelijk kennis te delen. Het social learning met enthousiasme te verspreiden. Gewoon leren door te DOEN.
Zo’n blogpost schrijven kost toch altijd weer meer tijd dan ik van te voren denk. Dat betekent dat ik nu laten naar Halsteren vertrek dan gepland voor het bezoekje naar mijn ouders. *zucht* Maar ik kan dit natuurlijk wel gebruiken voor mijn integratiefase (portfolio enzo). 🙂
Het zonnetje schijnt! Daar gaan we dit weekendvan genieten, tussen de studieactiviteiten door.
Groet,
Judith
Kansen voor de toekomst rondom gaming en het onderwijs
Ha Judith,
Heb ik je al eens over Glasslab verteld? Ja dat heb ik! Het zijn de mensen achter SimCityEdu! Glasslab is een combinatie van onderwijsinstellingen, gamebedrijven, gesteund door Bill en Mellisa Gates. Zij waren ook op de GamesForChange festival en ze vertellen over hun organisatie en over de ideeen die ze hebben. En ze vertellen over onderwijs en gaming!!! Must see dus!
Weliswaar geen TED talk, maar wellicht een optie voor de Zuyd I-Flits?
Groet Marcel






