Categorie archief: ICT-docentprofessionalisering

Innovatie in het Hoger Onderwijs #masterclass #OU

Hi Marcel,

Deze week heb ik de masterclass Innovatie in het Hoger Onderwijs gevolgd. Deze masterclass is het afscheidscadeau van Saskia Brand-Gruwel aan de OU. Zij is vanaf deze week lid van ons College van Bestuur Zuyd.

In de masterclass wordt antwoord gegeven op vragen als: ‘Hoe zorgen we ervoor dat innovaties in het hoger onderwijs slagen en dat effecten van innovaties ook op lange term zichtbaar zijn?’, ‘Welke factoren zijn bepalend voor het succes van innovaties?’ en ‘Wat zijn de belangrijkste innovatiethema’s?’ 

De masterclass startte met het verzoek te reageren op een stelling: Om de kwaliteit van het hoger onderwijs te verbeteren, moeten docenten als de motor van innovaties worden gezien. Hier heb ik kort op gereageerd met: Voor mij is onderwijsinnovatie een vernieuwing (en dit kan voor iedereen anders zijn) om de kwaliteit van onderwijs te verbeteren. Dat kan op verschillende niveaus plaatsvinden. Dat betekent dat er ook meerdere betrokkenen zijn. Zeker docenten, maar inderdaad ook studenten. Ik ben al jaren betrokken bij onderwijsinnovatie (met leertechnologie) en in mijn werk ervaar ik dat niet alle docenten tijd en ruimte ervaren om hun onderwijs te vernieuwen. Innovatie moet soms ook gestimuleerd en ondersteund worden, door programma’s, door gezamenlijke visie, door de buitenwereld binnen te halen. Innovatie is complex, maar oh zo inspirerend.

In de 2e activiteit werd ons gevraagd om na te gaan of in onze eigen onderwijsinstelling aandacht besteedt wordt aan de verschillende thema’s uit het versnellingsplan. Met daarbij de vraag of ik weet hoe Zuyd innovatie rondom deze thematiek aanpakt. Je weet dat ik de Versnellingsagenda een warm hart toedraag maar dat Zuyd vooralsnog niet participeert. Met de meeste thema’s van de versnellingsagenda zoals: docentprofessionalisering, open leermaterialen, flexibilisering, evidence-informed, learning analytics ben ik meer of mindere mate betrokken en ben ik redelijk op de hoogte wat er binnen Zuyd gebeurt.

Tevens kregen we een aantal bronnen om te bestuderen, oa het artikel van Saskia Brand-Gruwel uit de nieuwste editie van Onderwijsinnovatie (nog niet online): Innovatie in het hoger onderwijs: hoe succes te maximaliseren?

Uit de reacties op de stelling maakte ik op dat het begrip ‘onderwijsinnovatie’ op verschillende manieren werd geïnterpreteerd. In bovengenoemd artikel wordt de essentie van het doel van onderwijsinnovatie teruggebracht tot:

  • het bevorderen van het leren van studenten die zich voorbereiden op de toekomst
  • het zorgen dat studenten effectief en efficiënt leren en het leren als plezierig ervaren

Om tot een doelgerichte innovatie te komen moet je probleem of uitdaging goed beschrijven. Daarbij moet je rekening houden met de overtuigingen van onderwijspersoneel en studenten, de organisatiestructuur en -cultuur, de wetenschappelijke evidentie (zie figuur). De complexiteit van onderwijsinnovaties wordt vaak onderschat, randvoorwaarden (tijd en middelen) moeten duidelijk zijn. Daarnaast moet er een visie zijn op oa didactische uitgangspunten, leertechnologie en toetsing. Een innovatieproject kan een strak projectmatig traject zijn, maar ook als een expeditie. Bij beide geldt dat duidelijke processtappen, goed monitoren en evalueren belangrijk is.

Ook heb ik de publicatie Het vergroten van studiesucces in het hoger onderwijs: het belang van overtuigingen van docenten in Pedagogische Studiën waarvan Saskia Brand één van de auteurs is, gelezen. Daarin staat:

Docenten zijn de centrale schakel bij onderwijsinnovaties en het implementatietraject, maar dat betekent wel dat docenten meegenomen moeten worden in de vernieuwing en dat men rekening houdt met hun perceptie. Want als docenten vast blijven houden of terugkeren naar oude routines zal onderwijsinnovatie niet duurzaam verankerd worden.
Er is al veel wetenschappelijke evidentie welke ontwerpprincipes studiesucces van studenten bevorderen. Toch worden niet alle evidence-informed ontwerpprincipes omarmt door docenten. Met behulp van de group concept mapping methode zijn ideeën/overtuigingen van docenten in kaart gebracht. Deze studie laat zien dat de thema’s ‘formatief evalueren en ‘werken in kleine groepen’ aansluiten bij de overtuigingen van docenten, maar dat de thema’s ‘student eigen toetsmoment laten bepalen’ en ‘inzet van webcolleges’ haaks op de overtuiging van docenten staan.

Op basis van deze en andere aangeleverde bronnen kregen we de opdracht om te reflecteren op de het innovatietraject van Hogeschool Leiden om uitval van studenten te verminderen en te voldoen aan hun vijf strategische beloftes. Uit die beloftes hebben ze 5 onderwijskundige ontwerpprincipes gedefinieerd: (1) binden voor de poort, (2) een vliegende start, (3) betekenisvol contact, (4) activerende blend en (5) toetsen om te leren.

voorbeeld van de wijze waarop Hogeschool Leiden het ontwerpprincipe ‘Betekenisvol contact tijdens transities in de opleiding’ in de praktijk toepast

Wat ik tof vind, is dat Hogeschool Leiden de principes voor het ontwerpen van hun onderwijs in een rapport nader heeft toegelicht waarin totstandkoming is beschreven maar ook wat deze ontwerpprincipes betekent voor docent, opleiding en hogeschool maar ook voor onderwijskundig ontwerp, docentprofessionalisering en facilitering. De hogeschool heeft vervolgens adviseurs (waaronder Saskia Brand-Gruwel) van het Welten Instituut gevraagd wat nodig is om te zorgen voor hogeschoolbrede gedeelde kennis. Je kent mijn liefde voor kennisdelen, daarom was ik zo verheugd te lezen dat zij  adviseren om in leernetwerken te werken. Het doet me zo aan ZOEC denken.

De ‘online poster walk’ vond ik een erg creatieve activiteit. Een achttal posters werden gepresenteerd en ondersteund door een podcast van de onderzoeker. Ondanks dat ik dit een leuke opdracht, die ik als werkvorm in mijn achterhoofd hou, heb ik hier niet naar gekeken. Wel heb ik gistermiddag de live sessie gevolgd waar Saskia Brand-Gruwel door Rob Koper werd geïnterviewd over de ‘do’s en don’ts’ bij innovatieprocessen in het hoger onderwijs. De laatste opdracht is een blog schrijven. Daar ben ik nu mee bezig. De link zet ik zo in leeromgeving.

Reflectie

Echt top zo’n masterclass van ons nieuw collegelid. Een mooi afscheidscadeautje. Goed opgezet met verschillende actieve werkvormen. Interessante documenten, vooral de casus van Hogeschool Leiden, een schoolvoorbeeld van onderwijsinnovatie. Zo lijkt het. Papier is geduldig weet ik inmiddels. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar hoe ze daar nu bezig zijn, hoe in de leernetwerken samengewerkt wordt. De documenten uit deze masterclass bevestigen hetgeen ik uit ervaring en wetenschappelijke literatuur weet wat werkt. Dat je duidelijk het doel voor ogen hebt, dat je goed communiceert met alle betrokkenen, maar ook dat je elkaar regelmatig informeert en stimuleert.

Onderwijsinnovatie vind ik een belangrijk en interessant thema. Ik weet ook dat wat voor de één innovatie is voor de ander ‘education as usual’ is. Als adviseur technologie-ondersteund leren ben ik bij diverse kleine en grote onderwijsinnovaties betrokken geweest (zoals Zuyd Innoveert en het implementeren van onze nieuwe leeromgeving). Dat was altijd inspirerend en uitdagend,  maar ook weerbarstig. Fijn vind ik om met pioniers samen te werken, collega’s die in hun onderwijs experimenteren en uitproberen. Ik vind het belangrijk dat zij deze ruimte krijgen, maar ook dat ze ervaringen delen en afstemmen met het team.

Innovatie in hoger onderwijs draait niet om uitvindingen maar om toepassen. De wereld om ons heen verandert door nieuwe technologie dat heeft impact op de arbeidsmarkt, dus ook op het onderwijs. Er vindt steeds meer onderzoek plaats, dus we komen ook steeds meer te weten hoe mensen leren, wat hen motiveert en stimuleert. Om onderwijskundige vernieuwingen te kunnen initiëren en implementeren heb je pedagogische en (digitale) didactische competenties nodig. Dat betekent dat duidelijk moet zijn over welke kennis, houding en vaardigheden onderwijsprofessionals moeten beschikken, zodat ook gericht geprofessionaliseerd kan worden. Het zijn de punten die Evelien van Limbeek eind vorig jaar in haar adviesrapport Blended Learning heeft geformuleerd. Professionalisering en innoveren gaan gelijk op, volgens mij. Daarom blijf ik me inzetten om docenten te informeren, te inspireren en te ondersteunen om actief leren met technologie te realiseren.

Uit de masterclass meen ik op te maken dat ons nieuw collegelid onderwijsinnovaties, inzet van leertechnologie en 21e eeuwse vaardigheden een warm hart toedraagt. Ik verheug me op een fijne samenwerking.

Judith

NB. Nog één klein puntje van kritiek 😉 ik wilde de link naar dit blog uploaden naar yOUlearn maar het lukte me niet iets van een tekst of blog toe te voegen. Ook na telefonisch consult (probeer Chrome ipv Firefox) lukte het niet. Ik kon nergens iets melden. Geen contactpersoon die ik kan benaderen. Na vandaag sluit deze masterclass. Ik heb vandaag ook geen tijd meer om nog een keer te proberen.

Leidinggeven aan onderwijsinnovatie met ict -boekbespreking-

Hoi Marcel,

Marijke Kral, Anne-Marieke van Loon, Pierre Gorissen en Dana Uerz van het lectoraat Leren met ict en tevens van iXperium van de HAN hebben samen het boek Leidinggeven aan onderwijsinnovatie met ict. Sturen op beweging geschreven.

De publicatie bestaat uit 5 hoofdstukken, een inleiding, nabeschouwing en uitgebreide literatuurlijst. Elk hoofdstuk eindigt met tips voor de schoolleiders en verder lezen-opties. Inhoud:

1. Onderwijs en ict, state of the art. Waar gaan we naartoe? Wat is er nodig?
2. Ict-geletterdheid
3. Gepersonaliseerd leren. Wat is het? Wat vraagt het van de schoolorganisatie?
4. Wat vraagt leren en lesgeven met en over ict van leraren?
5. Wat vraagt leidinggeven aan onderwijs en ict van leidinggevenden?

De doelgroep zijn schoolleiders in het basis- en voortgezet onderwijs, dit is vooral te zien aan de vele praktijkvoorbeelden. Op pagina 72 staat in de voetnoot dat ze met schoolleiders elke leidinggevende in een onderwijsorganisatie bedoelen, “dus ook directeuren, adjunct-directeuren, teamleiders en andere leidinggevende binnen het team die een rol hebben met betrekking tot leidinggeven aan onderwijs en ict”.

Leidinggevende spelen een cruciale rol bij onderwijsinnovatie met ict, stellen de auteurs. Dat onderbouwen ze met veel wetenschappelijk onderzoek, ook van henzelf. In het 1e hoofdstuk wordt toegelicht dat ict ingezet kan worden voor 4 deelgebieden: (1) leren en ontwikkelen, (2) werken en leren, (3) organisatie van de school, (4) logistiek van de school. Het 2e hoofdstuk gaat over het belang van ict-geletterde jongeren, en dat daarvoor ook ict-geletterde docenten nodig zijn. Teven wordt het begrip ict-geletterdheid (ofwel digitale geletterdheid) beschreven. Er zijn verschillende competentiemodellen ict-geletterdheid (zoals van Mediawijzer, Kennisnet, ADEF en van het iXperium zelf). Pierre Gorissen heeft een referentiekader digitale geletterdheid samengesteld dat gebruikt kan worden om binnen de instelling te praten over digitale geletterdheid maar ook om de reeds bestaande competentiemodellen te vergelijken. Hoofdstuk drie draait om gepersonaliseerd leren, wat het is en hoe ict voor flexibilisering, differentiatie en maatwerk ingezet kan worden. Het is een complexe onderwijsinnovatie dat vraagt om een open cultuur waarbij het onderwijskundig leiderschap van de leidinggevende erg belangrijk is om te komen tot een gezamenlijke en gedragen visie over gepersonaliseerd leren. Hoofdstuk vier gaat over ict-docent professionalisering. De online vragenlijst, gebaseerd op het competentieprofiel voor startbekwame docenten (dezelfde vragenlijst die ik ook heb gebruikt voor mijn masteronderzoek, nogmaals dank Dana Uerz 🙂 ), is ingevuld door ruim 5000 docenten uit verschillende onderwijssectoren. Analyse toont een groot handelingsverlegenheid mbt leren en lesgeven met ict. Het beeld is al jarenlang onveranderd: een kleine kopgroep (de vooroplopers) en een groot peloton. De analyse van de vragenlijst vind ik dermate interessant en belangrijk, dat ik hier nog een apart blog aan zal besteden. Conclusie is dat ict-docentprofessionalisering beter ingebed moet worden in het beleid en op bestuurlijk niveau.

De eerste vier hoofdstukken laten zien wat ict van studenten, docenten en de onderwijsorganisatie vraagt. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan wat dit dan allemaal van de schoolleider vraagt. Net als voor docenten geldt ook voor schoolleiders dat ict-competenties belangrijk hierbij zijn. Het iXperium heeft een set competenties hiervoor ontwikkeld: ‘Leidinggeven aan onderwijs en ict’ . Naast ict-geletterdheid (instrumentele, informatie- en mediavaardigheden) is het belangrijk dat hij/zij het team stuurt, inspireert en ondersteunt om ict in te onderwijs te integreren daarvoor moet hij/zij visie hebben op dit thema, strategisch kunnen omgaan met de omgeving (irt ict toepassingen) en zorgen dat de ict-organisatie in orde is.

Mooi dat in de nabeschouwing een link wordt gelegd met de toekomstverkenning ‘Het eeuwige leren’ van Stichting Toekomtbeeld der Techniek (op dit blog ook al eens aandacht aan besteed). Het inzetten van ict voor leren en lesgeven geeft altijd discussie. Voor mij hoef je niet voor of tegen inzet van ict te zijn. Als adviseur technologie-ondersteund leren denken mijn collega’s dat ik onderwijskundige uitdagingen of problemen altijd wil oplossen met ict. Nee hoor. Echt niet. Ik zeg mijn collega’s wel dat zij moeten weten wat je met leertechnolgie (de T van TPACK) kunt doen, om naast je pedagogische, didactische en inhoudelijke kennis die je als docent hebt een weloverwogen afweging te kunnen nemen of je ict al dan niet inzet. En dan gaat het om inzetten op alle eerder genoemde deelgebieden: (1) leren en ontwikkelen, (2) werken en leren, (3) organisatie van de school, (4) logistiek van de school.

Zoals op de achterflap staat; het boek geeft schoolleiders die aan de slag willen met onderwijsinnovatie met ict handvatten om docenten te ondersteunen. In deze opzet zijn de auteurs goed geslaagd. Mijn prangende vraag blijft wat te doen als zij geen vragen stellen, de urgentie niet zien of ambitie niet hebben? Kijkend naar mijn hbo-context dan is deze publicatie ook een mooie handreiking voor teamleiders. Hoewel in een voetnoot staat dat met schoolleiders ook directeuren en andere leidinggevende bedoeld worden, denk ik dat bestuurders dit boekje niet ter hand nemen. Voor hen is het Vier in Balans-model een goed instrument om visie, infrastructuur, deskundigheid, inhoud en toepassingen van hun organisatie in kaart te brengen. Uiteraard wordt dit model ook genoemd in deze uitgave. Het is zoals de auteurs schrijven: belangrijk om in alle vier de onderdelen van het model te investeren. Dus niet alleen in infrastructuur of alleen in deskundigheid, maar in balans.

Groet,
Judith

Adviesrapport Docentprofessionalisering bij implementatie Blended Learning

Dag Marcel,

Na de afronding van het lectoraaat Technologie-Ondersteund Leren heeft het College van Bestuur in het voorjaar 2018 collega Evelien van Limbeek gevraagd een advies uit te brengen over docentprofessionalisering en ondersteuning bij de implementatie van blended learning. We waren op dat moment druk bezig met fase 1 van de implementatie van Moodle. De eerste fase stond in het teken van ‘as is’ migratie, alle studenten en docenten moesten per 1 september basaal kunnen werken met en in Moodle. Dat is gelukt! Een mooi gezamenlijk resultaat. We komen nu geleidelijk aan in fase 2 waarin we ons meer richten op het ondersteunen van opleidingen bij het didactisch inzetten van de mogelijkheden die Moodle biedt.

In dit adviesrapport van het Lectoraat Professionalisering van het Onderwijs geeft Evelien advies over het vormgeven van deze tweede fase van de implementatie. Haar opdracht was vooral ook uit te gaan van de ervaringen opgedaan binnen andere instellingen voor hoger onderwijs en de huidige situatie binnen Zuyd. Evelien heeft via een deskresearch docentprofessionalisering bij Deltion College, Hogeschool Utrecht, Utrecht MC, Hogeschool van Amsterdam, Inholland, Open Universiteit, Saxion, Universiteit Utrecht, Universiteit van Amsterdam, Wageningen Universiteit, Fontys (ICT), Technische Universiteit Delft en Hogeschool Rotterdam in kaart gebracht. Daarnaast heeft zij gebruik gemaakt van SURF-publicaties over docentprofessionalisering, zoals ‘Keuzehulp voor ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict‘. Evelien heeft ook gesproken met Jeroen Bottema (Inholland) en Fleur Prinsen (Hogeschool Rotterdam) over hun visie op ICT docentprofessionalisering en een aantal Zuyd collega’s waaronder ik 🙂 . Op basis van al deze informatie heeft Evelien acht aanbevelingen voor docentprofessionalisering op het terrein van Blended Learning bij Zuyd opgesteld.

  1. Bepaal waar de Zuyd-ambities liggen op het gebied van Blended Learning: organiseer docentprofessionalisering die bijdraagt aan actief leren.
  2. Benader Blended Learning als een veranderproces; docentprofessionalisering is een randvoorwaarde.
  3. Hanteer een aanbodgerichte benadering, waarbinnen ruimte is voor vraaggestuurde inhoud door een ontwerpgerichte benadering.
  4. Kies een kader voor het realiseren van actief leren met technologie voor alle docenten.
  5. Bouw professionalisering op: basisexpertise in het BDB-traject en verdieping tot expert.
  6. Combineer centrale ondersteuning en coördinatie met een decentraal netwerk van ambassadeurs; gebruik bestaande structuren.
  7. Faciliteer kennisdeling en maak innovatie zichtbaar!
  8. Monitor ontwikkelingen en herijk over 2 jaar.

Het rapport is nog verrijkt met pareltjes van innovatieve Zuyd docenten.

Dank Evelien voor deze inventarisatie met aanbeveling, we nemen ze ter harte. Er is werk aan de winkel! Zoals je weet zijn we met het Expertisecluster Technologie-Ondersteund Leren (ja, dat is onze nieuwe naam 🙂 ) bezig hoe professionalisering en ondersteuning met betrekking tot leertechnologie (in het bijzonder Moodle) vorm kan krijgen. Ter voorbereiding zijn diverse (online) cursussen ontwikkeld. Samen met HR kijken we hoe we workshops tzt in de etalage kunnen zetten en hoe we kunnen aansluiten op de Basiscursus Didactische Bekwaamheid. Daarnaast kijken we samen met het kernteam van het programma Succesvol Studeren hoe leertechnologie (zoals Moodle) docententeams en DLO-coaches kan helpen bij het vormgeven van studeerbare curricula. Daarbij focussen we ons op de sleutel ‘actief leren’.

Limbeek, E. (2018). Adviesrapport Blended Learning; docentprofessionalisering en ondersteuning bij de implementatie van blended learning. Heerlen: Zuyd Hogeschool
Het hele rapport is te downloaden van de website van het lectoraat Professionalisering van het Onderwijs.

Groet,
Judith

Symposium Hart voor Onderwijs

Hallo Marcel,

Gisteren was ik aanwezig op het symposium Hart voor Onderwijs: Op weg naar leren in authentieke leeromgevingen [programmaboekje] georganiseerd door de Nieuwste Pabo en Faculteit Bèta. Voor mij een uitgelezen kans om ook het nieuwe iXperium in Roermond te bezoeken. Prachtig hè? Als ik docent zou zijn op een basisschool bij Swalmen en Roer wist ik het wel 🙂

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Deze ‘oude KiB-dag’ vond plaats in de Oranjerie in Roermond, dat ik wel ken als theater maar ook als congreslocatie top is. Naast collega’s van de Nieuwste Pabo en Bèta was er ook nog een collega van mijn dienst en docenten ergotherapie. Dus weer fijn bijgepraat met deze en gene.

Naast de tweetal workshops en een afsluitende omdenkshow wil ik in dit blog terugblikken op de keynote van Ferre Laevers, hoogleraar aan de KULeuven en grondlegger van het ervaringsgericht onderwijs. Zoals Paul Hennissen, lector Opleiden in de School van de Nieuwste Pabo in zijn welkomstwoord al zei, begon Laevers ook te benoemen dat de wereld om ons heen zo aan het veranderen is door oa informatie-overload, en robotisering. Dat de tijd van optimisme na het vallen van de muur verdwenen is en we ons zorgen maken over klimaatveranderingen, armoedekloof, geestelijke gezondheid, migrantenstroom, etc. Wat is er dan didactisch nodig om de realiteit in te zetten? Daarbij moeten we ons wel van bewust zijn dat die realiteit, of authentieke leeromgeving, voor iedereen anders is.

Volgens Laevers draait alles om de basisattitude van verbondenheid, met jezelf, met anderen, de samenleving, de materiële wereld & natuur, de kosmos. Welbevinden en betrokkenheid zijn de indicatoren van goede onderwijskwaliteit. We zoudenbetrokkenheid moeten meten dan wordt ook leerrendementen inzichtelijk. We horen hier wel dé grondlegger van ervaringsgericht onderwijs die belangrijk vindt dat je als leerkracht (als persoon) het perspectief van de kinderen (anderen) in te nemen. Daarom komen ook grondleggers van flow (Csikszentmihalyi), zone van naaste ontwikkeling (Vygotsky en soles (Sugata Mitra) voorbij in zijn keynote. Belangrijk in leren is creativiteit. Drietrapsraket naar creativiteit verloopt volgens Laevers via betrokkenheid en verbeeldingskracht (‘je moet processen kunnen verbeelden ipv het einddoel’).
Op een slide zag ik de term ‘emergent curriculum’, die term kende ik niet. Heb het even opgezocht.

Emergent curriculum is a philosophy of teaching and way of planning curriculum that focuses on being responsive to children’s interests to create meaningful learning experiences. It can be practiced at any grade level.

Het waarborgen van de ethische kant is een taak van het onderwijs. Niet het leren is het punt maar wel hoe het geleerde te gebruiken. Laevers eindigde met deze woorden op zijn laatste slide:

Verwondering
Verbondenheid
De ander in zijn
wezen laten zijn
en
Doen gedijen.

Het viel me op, misschien is het toeval, dat zowel op dit symposium als tijdens de Onderwijsdagen het gaat over de morele en ethische kant van het docent zijn. Het gedachtegoed van Gert Biesta dat onderwijs aandacht hoort te besteden aan kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming komt steeds vaker terug. Ook in de adviezen van de Onderwijsraad wordt de relatie tussen docent en student steeds vaker centraal gesteld. Mooi. Belangrijk. Het betekent ook nadenken over je eigen verbondenheid met de ander. Relationele verbondenheid (Ryan & Deci) is een subjectief proces. Blijven praten over normatieve professionalisering in het onderwijs is belangrijk. Kan ook ingewikkeld zijn omdat we ook allemaal in organisatorische structuren zitten. Moeten we het negeren of aan de slag met een emergent curriculum?

Groet,
Judith

Link naar presentatie van Ferre Laevers

Moodle Zuyd

Ha Marcel,

Zo nu en dan heb ik het afgelopen half jaar op ons blog en op Twitter kort aangegeven dat Zuyd vanaf het komende studiejaar met een nieuwe digitale leeromgeving gaat werken. Na een aanbestedingstraject werd in december 2017 duidelijk dat we afscheid gingen nemen van Blackboard. Een speciaal bericht op ons blog is nu wel toepasselijk.

En nu is het dan zover! Met ingang van het nieuwe studiejaar is Moodle onze nieuwe digitale leeromgeving.

Als Adviseur Onderwijs & Technologie-Ondersteund Leren was ik betrokken bij het aanbestedingstraject en ben ik ook in verschillende rollen nauw betrokken bij het implementatietraject. De afgelopen maanden heb ik samen met mijn collega’s van O&O hard gewerkt om cursus- en ondersteuningsmateriaal te maken voor studenten en docenten.

  • Moodle Help voor Studenten (Engelstalig in ontwikkeling)
  • Advies en Ondersteuning voor Docenten
  • Moodle Help voor Cursusbeheer
  • Basiscursus Moodle voor Medewerkers (ook Engelstalig)
  • Cursus Mahara Portfolio in Moodle (ook Engelstalig)

We hebben trainingen verzorgd aan docenten en ondersteunende medewerkers. Daarnaast komen onderwijskundige uitzoekvragen van de facultaire projectleiders en dlo-coaches op ons bordje. Omdat we in een vrij korte tijd over zijn gegaan van Blackboard naar Moodle ging de meeste aandacht aan de migratie van data van Blackboard naar Moodle (goed gegaan), het aanpassen van de gemigreerde cursussen, het koppelen van systemen en het afstemmen van processen. En natuurlijk onze Zuydcollega’s kennis laten maken met de nieuwe digitale leeromgeving.

En nu gaan de studenten ermee aan de slag. Een communicatiecampagne start nu met banners en broodjes. En een mooi introductiefilmpje, gemaakt door Maurice Copier van IN BEELD.

Er is ook een versie met Engelse ondertiteling beschikbaar.

Nu komen we in fase 2 van het implementatietraject dat meer gericht is op het didactisch gebruik van de mogelijkheden die Moodle biedt. Daarom zijn we nu bezig met nog twee cursussen ontwikkelen:

  • Verdiepende Moodle Cursus voor Docenten
  • Onderwijs ontwerpen

Ook de onderliggende tools bij ons onderwijs ontwerpcyclus en de beschrijvingen op digitaledidactiek.zuyd.nl ben ik aan het aanpassen. Allemaal ter voorbereiding op fase 2 waarin we samen met het ondersteuningsteam docentprofessionalisering gaan organiseren. Hoe en in welke vorm zal de komende tijd duidelijker worden.

Voor nu ben ik trots op het resultaat! En ik ben trots op alle collega’s en werkstudenten waarmee we dit resultaat bereikt hebben.

Groet,
Judith

%d bloggers liken dit: