Categorie archief: ICT-docentprofessionalisering

Adviesrapport Docentprofessionalisering bij implementatie Blended Learning

Dag Marcel,

Na de afronding van het lectoraaat Technologie-Ondersteund Leren heeft het College van Bestuur in het voorjaar 2018 collega Evelien van Limbeek gevraagd een advies uit te brengen over docentprofessionalisering en ondersteuning bij de implementatie van blended learning. We waren op dat moment druk bezig met fase 1 van de implementatie van Moodle. De eerste fase stond in het teken van ‘as is’ migratie, alle studenten en docenten moesten per 1 september basaal kunnen werken met en in Moodle. Dat is gelukt! Een mooi gezamenlijk resultaat. We komen nu geleidelijk aan in fase 2 waarin we ons meer richten op het ondersteunen van opleidingen bij het didactisch inzetten van de mogelijkheden die Moodle biedt.

In dit adviesrapport van het Lectoraat Professionalisering van het Onderwijs geeft Evelien advies over het vormgeven van deze tweede fase van de implementatie. Haar opdracht was vooral ook uit te gaan van de ervaringen opgedaan binnen andere instellingen voor hoger onderwijs en de huidige situatie binnen Zuyd. Evelien heeft via een deskresearch docentprofessionalisering bij Deltion College, Hogeschool Utrecht, Utrecht MC, Hogeschool van Amsterdam, Inholland, Open Universiteit, Saxion, Universiteit Utrecht, Universiteit van Amsterdam, Wageningen Universiteit, Fontys (ICT), Technische Universiteit Delft en Hogeschool Rotterdam in kaart gebracht. Daarnaast heeft zij gebruik gemaakt van SURF-publicaties over docentprofessionalisering, zoals ‘Keuzehulp voor ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict‘. Evelien heeft ook gesproken met Jeroen Bottema (Inholland) en Fleur Prinsen (Hogeschool Rotterdam) over hun visie op ICT docentprofessionalisering en een aantal Zuyd collega’s waaronder ik 🙂 . Op basis van al deze informatie heeft Evelien acht aanbevelingen voor docentprofessionalisering op het terrein van Blended Learning bij Zuyd opgesteld.

  1. Bepaal waar de Zuyd-ambities liggen op het gebied van Blended Learning: organiseer docentprofessionalisering die bijdraagt aan actief leren.
  2. Benader Blended Learning als een veranderproces; docentprofessionalisering is een randvoorwaarde.
  3. Hanteer een aanbodgerichte benadering, waarbinnen ruimte is voor vraaggestuurde inhoud door een ontwerpgerichte benadering.
  4. Kies een kader voor het realiseren van actief leren met technologie voor alle docenten.
  5. Bouw professionalisering op: basisexpertise in het BDB-traject en verdieping tot expert.
  6. Combineer centrale ondersteuning en coördinatie met een decentraal netwerk van ambassadeurs; gebruik bestaande structuren.
  7. Faciliteer kennisdeling en maak innovatie zichtbaar!
  8. Monitor ontwikkelingen en herijk over 2 jaar.

Het rapport is nog verrijkt met pareltjes van innovatieve Zuyd docenten.

Dank Evelien voor deze inventarisatie met aanbeveling, we nemen ze ter harte. Er is werk aan de winkel! Zoals je weet zijn we met het Expertisecluster Technologie-Ondersteund Leren (ja, dat is onze nieuwe naam 🙂 ) bezig hoe professionalisering en ondersteuning met betrekking tot leertechnologie (in het bijzonder Moodle) vorm kan krijgen. Ter voorbereiding zijn diverse (online) cursussen ontwikkeld. Samen met HR kijken we hoe we workshops tzt in de etalage kunnen zetten en hoe we kunnen aansluiten op de Basiscursus Didactische Bekwaamheid. Daarnaast kijken we samen met het kernteam van het programma Succesvol Studeren hoe leertechnologie (zoals Moodle) docententeams en DLO-coaches kan helpen bij het vormgeven van studeerbare curricula. Daarbij focussen we ons op de sleutel ‘actief leren’.

Limbeek, E. (2018). Adviesrapport Blended Learning; docentprofessionalisering en ondersteuning bij de implementatie van blended learning. Heerlen: Zuyd Hogeschool
Het hele rapport is te downloaden van de website van het lectoraat Professionalisering van het Onderwijs.

Groet,
Judith

Symposium Hart voor Onderwijs

Hallo Marcel,

Gisteren was ik aanwezig op het symposium Hart voor Onderwijs: Op weg naar leren in authentieke leeromgevingen [programmaboekje] georganiseerd door de Nieuwste Pabo en Faculteit Bèta. Voor mij een uitgelezen kans om ook het nieuwe iXperium in Roermond te bezoeken. Prachtig hè? Als ik docent zou zijn op een basisschool bij Swalmen en Roer wist ik het wel 🙂

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Deze ‘oude KiB-dag’ vond plaats in de Oranjerie in Roermond, dat ik wel ken als theater maar ook als congreslocatie top is. Naast collega’s van de Nieuwste Pabo en Bèta was er ook nog een collega van mijn dienst en docenten ergotherapie. Dus weer fijn bijgepraat met deze en gene.

Naast de tweetal workshops en een afsluitende omdenkshow wil ik in dit blog terugblikken op de keynote van Ferre Laevers, hoogleraar aan de KULeuven en grondlegger van het ervaringsgericht onderwijs. Zoals Paul Hennissen, lector Opleiden in de School van de Nieuwste Pabo in zijn welkomstwoord al zei, begon Laevers ook te benoemen dat de wereld om ons heen zo aan het veranderen is door oa informatie-overload, en robotisering. Dat de tijd van optimisme na het vallen van de muur verdwenen is en we ons zorgen maken over klimaatveranderingen, armoedekloof, geestelijke gezondheid, migrantenstroom, etc. Wat is er dan didactisch nodig om de realiteit in te zetten? Daarbij moeten we ons wel van bewust zijn dat die realiteit, of authentieke leeromgeving, voor iedereen anders is.

Volgens Laevers draait alles om de basisattitude van verbondenheid, met jezelf, met anderen, de samenleving, de materiële wereld & natuur, de kosmos. Welbevinden en betrokkenheid zijn de indicatoren van goede onderwijskwaliteit. We zoudenbetrokkenheid moeten meten dan wordt ook leerrendementen inzichtelijk. We horen hier wel dé grondlegger van ervaringsgericht onderwijs die belangrijk vindt dat je als leerkracht (als persoon) het perspectief van de kinderen (anderen) in te nemen. Daarom komen ook grondleggers van flow (Csikszentmihalyi), zone van naaste ontwikkeling (Vygotsky en soles (Sugata Mitra) voorbij in zijn keynote. Belangrijk in leren is creativiteit. Drietrapsraket naar creativiteit verloopt volgens Laevers via betrokkenheid en verbeeldingskracht (‘je moet processen kunnen verbeelden ipv het einddoel’).
Op een slide zag ik de term ‘emergent curriculum’, die term kende ik niet. Heb het even opgezocht.

Emergent curriculum is a philosophy of teaching and way of planning curriculum that focuses on being responsive to children’s interests to create meaningful learning experiences. It can be practiced at any grade level.

Het waarborgen van de ethische kant is een taak van het onderwijs. Niet het leren is het punt maar wel hoe het geleerde te gebruiken. Laevers eindigde met deze woorden op zijn laatste slide:

Verwondering
Verbondenheid
De ander in zijn
wezen laten zijn
en
Doen gedijen.

Het viel me op, misschien is het toeval, dat zowel op dit symposium als tijdens de Onderwijsdagen het gaat over de morele en ethische kant van het docent zijn. Het gedachtegoed van Gert Biesta dat onderwijs aandacht hoort te besteden aan kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming komt steeds vaker terug. Ook in de adviezen van de Onderwijsraad wordt de relatie tussen docent en student steeds vaker centraal gesteld. Mooi. Belangrijk. Het betekent ook nadenken over je eigen verbondenheid met de ander. Relationele verbondenheid (Ryan & Deci) is een subjectief proces. Blijven praten over normatieve professionalisering in het onderwijs is belangrijk. Kan ook ingewikkeld zijn omdat we ook allemaal in organisatorische structuren zitten. Moeten we het negeren of aan de slag met een emergent curriculum?

Groet,
Judith

Link naar presentatie van Ferre Laevers

Moodle Zuyd

Ha Marcel,

Zo nu en dan heb ik het afgelopen half jaar op ons blog en op Twitter kort aangegeven dat Zuyd vanaf het komende studiejaar met een nieuwe digitale leeromgeving gaat werken. Na een aanbestedingstraject werd in december 2017 duidelijk dat we afscheid gingen nemen van Blackboard. Een speciaal bericht op ons blog is nu wel toepasselijk.

En nu is het dan zover! Met ingang van het nieuwe studiejaar is Moodle onze nieuwe digitale leeromgeving.

Als Adviseur Onderwijs & Technologie-Ondersteund Leren was ik betrokken bij het aanbestedingstraject en ben ik ook in verschillende rollen nauw betrokken bij het implementatietraject. De afgelopen maanden heb ik samen met mijn collega’s van O&O hard gewerkt om cursus- en ondersteuningsmateriaal te maken voor studenten en docenten.

  • Moodle Help voor Studenten (Engelstalig in ontwikkeling)
  • Advies en Ondersteuning voor Docenten
  • Moodle Help voor Cursusbeheer
  • Basiscursus Moodle voor Medewerkers (ook Engelstalig)
  • Cursus Mahara Portfolio in Moodle (ook Engelstalig)

We hebben trainingen verzorgd aan docenten en ondersteunende medewerkers. Daarnaast komen onderwijskundige uitzoekvragen van de facultaire projectleiders en dlo-coaches op ons bordje. Omdat we in een vrij korte tijd over zijn gegaan van Blackboard naar Moodle ging de meeste aandacht aan de migratie van data van Blackboard naar Moodle (goed gegaan), het aanpassen van de gemigreerde cursussen, het koppelen van systemen en het afstemmen van processen. En natuurlijk onze Zuydcollega’s kennis laten maken met de nieuwe digitale leeromgeving.

En nu gaan de studenten ermee aan de slag. Een communicatiecampagne start nu met banners en broodjes. En een mooi introductiefilmpje, gemaakt door Maurice Copier van IN BEELD.

Er is ook een versie met Engelse ondertiteling beschikbaar.

Nu komen we in fase 2 van het implementatietraject dat meer gericht is op het didactisch gebruik van de mogelijkheden die Moodle biedt. Daarom zijn we nu bezig met nog twee cursussen ontwikkelen:

  • Verdiepende Moodle Cursus voor Docenten
  • Onderwijs ontwerpen

Ook de onderliggende tools bij ons onderwijs ontwerpcyclus en de beschrijvingen op digitaledidactiek.zuyd.nl ben ik aan het aanpassen. Allemaal ter voorbereiding op fase 2 waarin we samen met het ondersteuningsteam docentprofessionalisering gaan organiseren. Hoe en in welke vorm zal de komende tijd duidelijker worden.

Voor nu ben ik trots op het resultaat! En ik ben trots op alle collega’s en werkstudenten waarmee we dit resultaat bereikt hebben.

Groet,
Judith

Docentondersteuning bij blended learning

Hallo Marcel,

Tijdens de Onderwijsdagen 2017 werd de publicatie ‘Keuzehulp voor ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict‘ al aangekondigd. En vorige week is hij dan gepubliceerd. Voor ons een handig hulpmiddel omdat we nu volop bezig zijn met het bedenken en inrichten van een ondersteuningsstructuur. Zoals je weet, zitten we midden in een migratieproces van Blackboard naar Moodle. We hadden al een ondersteuning met Blackboard key-users en nu zijn een 70-tal DLO-coaches actief om hun collega’s te trainen en te ondersteunen bij het Moodle-klaar maken van hun gemigreerde Blackboardcursussen. Hoewel we nu heel ‘basic’ bezig zijn, denken we ook na over welke ondersteuning Zuyd het beste past als we het hebben over onderwijs (her)ontwerpen met ict.

Tijdens de Onderwijsdagen hebben collega Evelien en ik al de ervaringen van Saxion, Universiteit Utrecht, TU Delft, Erasmus Universiteit Rotterdam en Hogeschool Utrecht gehoord. Van deze vijf hogeronderwijsinstellingen zijn in het 2e deel van de publicatie beschreven:

  • achterliggende onderwijsvisie,
  • de context van de onderwijsvernieuwing (het didactisch concept),
  • inrichting ondersteuning en faciliteiten,
  • docentprofessionalisering en kennisdeling,
  • met welk (innovatie)budget,
  • en de resultaten.

Op basis van deze casussen heeft SURF 5 aandachtspunten en 5 keuzes gedestilleerd voor instellingen die docenten willen ondersteunen bij het tot stand brengen van onderwijsinnovatie met ICT.

Vijf aandachtspunten voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict

  1. ondersteun docenten waar mogelijk
  2. stel de onderwijsvisie centraal
  3. maak innovatiebudget vrij
  4. zorg voor communicatie en kennisdeling
  5. bied mogelijkheden voor professionalisering

Vijf keuzes voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict

  1. centraal innovatieprogramma of staande innovatie?
  2. bottom-up of top-down?
  3. centrale of decentrale ondersteuning?
  4. experts opleiden of inhuren?
  5. extra waardering of onderwijsinnovatie zien als onderdeel van het takenpakket?

De voor- en nadelen van de bovenstaande keuzes zijn mooi in beelden gevangen:

En Zuyd?

Zuyd is volop in beweging. Opleidingen denken na over hun visie op onderwijs waarbij de term ‘blended learning’ veelvuldig valt. Zuyd is bezig de koers voor de komende jaren te bepalen. Naar mijn beleving biedt ict volop mogelijkheden om onze onderwijskwaliteit op peil te houden. De wereld om ons heen, de arbeidsmarkt verandert in een snel tempo. Het kan niet anders dat technologie hierbij een grote rol speelt. Gelukkig ben ik hierin niet de enige 🙂

Met TOL hebben we in het DC4E-model beschreven hoe het traditioneel contactonderwijs ‘blended’ kan worden (her)ontworpen. We hebben dit verrijkt met een aantal elementen, zoals overzichten van technologische (Zuyd) tools, die dit proces kunnen ondersteunen. Hierin hebben we ook aangegeven dat het herontwerpen van onderwijs steeds meer in co-creatie gaat, waarvoor verschillende expertises nodig zijn op het gebied van instructional multimedia design, learning design, auteurrechten. Mijn o zo gewenste blended design teams!

De aanbevelingen uit de publicatie: rekening te houden met de autonomie van de docent, maar hem/haar zo veel mogelijk dichtbij te ondersteunen, te zorgen voor goede faciliteiten, en kennisdelen stimuleren, passen binnen mijn zienswijze. Docenten hebben vooral voldoende ontwikkeltijd nodig. Tsja, wat is voldoende? Dat blijft altijd discutabel. Mijn ervaring is dat het tijd kost. Heel veel tijd.

In de beschreven ervaringen herken ik veel van ons bloemmodel, maar ook over de versie 2.0 waarin je het model hebt uitgebreid met studenten om zo een learning community te creëren. In de SURF-publicatie staat ook dat de ideale ondersteuningsconcept niet bestaat. We kunnen deze keuzehulp gebruiken om binnen onze situatie die keuzes te maken die aansluiten bij Zuyd initiatieven, faciliteiten en structuren. Kern is wel dat het gaat om investeren in mensen: (in)formele (ict)docentprofessionalisering (notetoself: lees betreffend SURF rapport nog een keer).

Ik ga nu na deze keuzehulp gelezen te hebben, verder aan de slag met de notitie die we aan het schrijven voor de ondersteuningsstructuur Moodle/blended learning.

Groet,
Judith

Bron: SURF kennisbank: Keuzehulp voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ICT : Inzicht in de organisatie van docentondersteuning. De gebruikte afbeeldingen zijn afkomstig uit deze publicatie.

 

Waarom gebruiken mijn collega’s geen Yammer? #knowmadmooc

Hi Marcel,

Enige tijd geleden werd ik via Wilfred Rubens’ blog Waarom medewerkers vaak geen teamcommunicatietools gebruiken geattendeerd op een blogbericht van zijn naamgenoot Paul Rubens: Waarom jouw collega’s geen Slack willen gebruiken.

Blijkbaar zijn wel veel organisaties bezig met implementatie (of zijn het van plan) van teamcommunicatietools, maar de werknemers zijn hierover niet erg enthousiast. In beide blogs worden argumenten aangedragen waarom medewerkers deze teamcommunicatietools als Yammer, Slack, Link niet gebruiken.

  • Geen urgentie. Je kunt prima zonder. Het is weer een communicatiemiddel naast de o zo volle mailbox en de altijd pingende Whatsapp
  • Slechte gebruikersinterface. Het kan niet concurreren met het gebruiksgemak van Whatsapp, simpele Twitter of de bekende interface van Facebook (misschien dat Workplace van Facebook iets wordt, zou Marketing & Communicatie daar al mee bezig zijn? #dtv)
  • Overbodige functionaliteiten. 
  • Veelheid aan notificaties. Bij al die communicatietools staat standaard meldingen aan. Dit levert nog meer mails in hun overvolle mailboxen. Mensen weten niet hoe met deze tools om te gaan.

Paul Rubens adviseert meer te investeren in professionaliseren, ondersteunen bij het gebruik van dergelijke tools. Het leren filteren van informatiestromen.

Wilfred Rubens vult dat aan met het argument ‘autonomie’. Medewerkers willen graag zelf hun communicatiemiddel kiezen. Daarnaast beargumenteert hij dat teamcommunicatietools beter het synchroon communiceren zou moeten ondersteunen.

Zijn wij in staat de vraag te beantwoorden of werknemers een teamcommunicatools nodig hebben om online samen te werken en kennis te delen? Die vraag dienen we volgens Paul Rubens eerst te stellen.

smartphone-1445489_1920

CC0 via Pixabay

Je hebt misschien gezien Marcel dat dit blog bericht al enige tijd in concept stond. Ik wilde een poging wagen om de vraag die Paul Rubens stelde te beantwoorden. Maar ik liep vast……. het werd een klaagzang, dat wilde ik niet. Ik heb het nu, met de beelden die ik heb opgedaan in de Knowmad MOOC nog eens een poging wagen 🙂

Hebben werknemers teamcommunicatools nodig hebben om online samen te werken en kennis te delen?

Je weet dat ik regelmatig gevraagd wordt een advies te geven rondom sociale technologie, of hierin als communitymanager te ondersteunen. Mijn eerste vraag is dan: Hebben we hetzelfde beeld bij online samenwerken en kennisdelen? Het beantwoorden van deze vraag wordt al vaak uit de weg gegaan. Mijn ervaring is dat beelden verschillend zijn. Men vindt samenwerken en kennis delen ontzettend belangrijk, maar de ambitie om dit online te doen is er veel minder. Het doorbreken van eigen routines om online samen te werken en werkwijzen op elkaar af te stemmen is lastig. De tijd nemen om online kennis te delen en elkaar online te informeren waar men mee bezig is, is een nog lastiger issue. Wilfred Rubens benoemt terecht dat dit type asynchroon communiceren arbeidsintensief is. Veelal wordt samenwerken en kennis delen gezocht in nog meer bijeenkomsten of ‘bila’s’ belegen. Als ik tijdens bijeenkomsten benoem dat informatie/kennis ook online gedeeld kan worden zodat bijeenkomsten effectiever en efficiënter (‘Flipped‘) kunnen verlopen, voel ik weerstand. Nee, ik heb niets tegen inspirerende bijeenkomsten. Wel tegen tijdsverspilling.

We weten dat om een veranderproces in gang te zetten er een motiverende urgentie nodig is. Veelal heeft urgentie te maken met ‘what’s in it for me?’. Misschien, vraag ik me zelf de laatste tijd vaker af, moeten we ons eens de vraag ‘what’s in it for us?’ gaan stellen.

Ik heb deze vraag in de KnowmadMOOC ook gesteld aan John Moravec, auteur van het boek Knowmad Society (gratis te downloaden). Hij reageerde:

OOOOOOOOH. Good question. I really think that we need strong social policies to support a knowmad society. The logic is simple: We all do better when we all do better. Individuals should look for their unique development and improvement, but we also need to support the needs and dreams of everybody.

Dat sluit mooi aan op mijn leerinterventie die ik voor mijn studie heb gemaakt: “Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder” Hierin heb ik onder andere gesteld dat ook het management (met name teamleiders) open moeten staan voor het communiceren via online kennisdeel- en samenwerkingsplatform. Maar ook al staan leidinggevende hiervoor open dan merk ik dat mijn collega’s ‘open’ communiceren (al is dat in een afgesloten Yammergroep) een grote stap (te ver?) vinden. De mail is en blijft een leidende communicatietool.

Collega’s communiceren natuurlijk online met collega’s en studenten via eigen gekozen (autonomie) communicatiemiddelen in groepen als Facebook of Watsapp. Maar voor mij zijn deze tools niet te vergelijken met tools als teamcommunicatietools als Yammer en Slack. Mail, Facebook en Whatsapp zijn communicatiemiddel waarin jij bepaalt met wie je iets wilt delen cq communiceren. Yammer (binnen de organisatiemuren) en bijvoorbeeld Twitter (buiten de organisatiemuren) zijn toepassingen waarmee jij deelt wat je doet/weet. Iedereen die tot dat netwerk behoort kan daar kennis van nemen. Je deelt gul zonder dat je op voorhand weet wie je daar gebruik van neemt. Dat is toch een iets ander uitgangspunt.

Judith

%d bloggers liken dit: