Categorie archief: Didactiek

21st century learning

Marcel,

Speurend naar informatie voor mijn paper over Social Learning kwam ik meer interessante informatie tegen dan ik kon verwerken. Daar heb ik dan ons blog voor 🙂 In mijn paper noem ik zijdelings het belang van digital literacy, maar ga verder niet diep in op de 21st century skills. Uiteraard zijn dit wel een belangrijke voorwaarde voor social learning.

Dankzij technologie krijgen we gemakkelijk toegang tot heel veel informatie. Hoe kunnen we omgaan met deze informatie dat we er ook daadwerkelijk iets van leren? Gaan we naar de Matrix-achtige manier van leren? zoals in onderstaand filmje gezegd wordt: “Why spend all day in a dusty library when you could just download information straight into your brain!” Waarom zouden we nog leren? Het gaat natuurlijk om meer dan informatie verwerken. “It’s coming up with the questions that generates actual wisdom”.

“We have to educate with less control and allow our students minds to … play”. Bij 21st century leren gaat het niet alleen om het aanleren van vaardigheden maar ook over authentiek leren. Het is andere manier van onderwijs. Zo is te lezen in het blog TeachTought: 21st century learning is not a program. De student hoort eigenaar te zijn van zijn eigen leerproces (zelfgestuurd leren). Het gaat om betrokkenheid en het bevorderen van de intrinsieke motivatie. We zullen samen af moeten vragen: wat is goed onderwijs? Iedereen baseert dat natuurlijk op zijn eigen opvattingen over onderwijs. Hoe integreren we de 21st century skills (samenwerken, communiceren, probleemoplossend vermogen, creativiteit, kritisch denken, ICT geletterdheid, sociale en culturele vaardigheden) in ons onderwijs. Een mooie uitdaging!
Uiteraard gaat goed onderwijs niet over alleen over webtools, apps, gadgets en andere ict-toepassingen. In het blog op The Lecture Seat wordt bepleit een stapje terug te doen in de hype rondom digiale onderwijsinnovatie, keep your head cool. Inderdaad technologie op zich verbetert het onderwijs niet maar ik ben het met Sir Ken eens dat technologie ons manier van leven, leren en dus onderwijzen verandert. Waarom deze dan niet gebruiken om studenten te motiveren?

groet,
Judith

 

A First Day To-Do-List For Any Teacher (Infographic) #MLI

Goedemorgen Marcel,

Wilfred Rubens twitterde gisteren over deze infographic dat iedere docent die boven zijn/haar bed moest hangen. Nou ben ik geen docent dus doe ik dat niet 🙂 maar delen op ons blog wil ik wel. Deze infographic van Mia MacMeekin is weer een mooie die ik ivm mijn master wel wil bewaren. Check out haar blog An Ethical Island (how to teach without a lecture and other fun) met nog meer interessante infographics en other fun! Ik heb haar RSS-feed toegevoegd aan mijn Feedly 🙂

The five things to do at the beginning of each term is Greet students, Set the rules, Team build, Grab or Gain their attention, and Assess prior knowledge.

Fijne 1e werkdag weer!
Judith

Social Learning Officer

Inderdaad Marcel, een interessante attenderingstweet van jullie alumnus met de verwijzing naar een bijdrage op The Next Web.  Leuke inzichten om virtuele teams te enthousiasmeren om online samen te werken, en zeker ook te gebruiken voor ons MOOC project. Grappig dat Yammer toch weer als sociaal netwerk genoemd wordt. Je kent mijn (tot nu toe vergeefse) pogingen om Yammer binnen Zuyd te laten landen (maar misschien wordt het dit jaar toch wat … mijn leidinggevende heeft de dag voor de kerstvakantie een account aangemaakt … 🙂 )
Het gaat dus niet om op welke fysieke plek je werkt (of leert) als je mensen maar weet te verbinden, zoals te lezen in de conclusie van het artikel:

We live in a time when geography in the workplace is becoming increasingly but not totally irrelevant. It’s really easy to hire someone and stick them with a laptop and a Skype account – it’s much harder to make them a cooperative and engaged worker. Focus them by creating a company that they are part of not working for, one that they want to stay with despite their distance, and you’ll create an amazing extension of yourself.

Maar wie is die YOU waar in dit artikel naar gewezen wordt? Jij, ik, de manager, de ander of wij allen? Wie in de organisatie, in onze organisatie, neemt deze rol op zich om virtuele teams te enthousiasmeren? Die virtuele teams of online netwerken, leernetwerken of hoe je ze ook benoemt die moeten onderhouden worden. Daar moet aandacht voor zijn. Die moeten gefaciliteerd worden. Is dat misschien de rol voor een Social Business Officer waarover ik gisteren op Frankwatching las?

Social Business Officer is de persoon die binnen organisaties zorgt dat professionals goed kunnen samenwerken, kennisdelen en communiceren met online tools die echt werken, leuk zijn en toegevoegde waarde bieden. Dus geen door IT gepushte oplossing, log, onvriendelijk en niet relevant.

Het lijkt een trend om in het verlengde van social media, sociale netwerken alles sociaal te noemen 🙂 zoals social learning (het onderwerp van mijn MLI-paper ;)) en nu ook social business. Volgens McKinsey moet je ‘social’ zijn om een succesvolle organisatie te worden:

In that sense, understanding social media is now a critical element of every executive’s tool kit.

Sociale media beïnvloedt onmiskenbaar de manier waarop we werken en leren. Social business wordt omschreven als een manier van organiseren waarbij professionals met behulp van sociale webtools hun werk makkelijk kunnen doen, en waarmee verbindingen tussen mensen ontstaan en gestimuleerd worden.

???????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????

@GraphicStock

Is in een (onze?) onderwijsorganisatie ook behoefte aan iemand die vanuit de docent, student en management kijkt naar de knelpunten op het gebied van kennisdelen en samenwerken? Als ik de behoefte die aan een Social Business Officer die in het artikel vermeld staan nu eens aanpas voor een Social Learning Officer? Dan krijg je de volgende vijf verschillende belangen van kijken, redeneren en vooral samenbrengen:

  • Duidelijke visie op social learning en de meerwaarde voor het onderwijs en de onderwijsorganisatie (onderwijsvisie).
  • Begrijpen wat de vertaling van de onderwijsvisie naar het onderwijs, in termen van een roadmap.
  • Vanuit de gebruiker en de verschillende doelgroepen denken: er is geen ‘one size fits all’.
  • ‘Out of the box’ kunnen en willen denken, in termen van technologie en devices.
  • Een project is pas succesvol bij adoptie en doorontwikkeling, niet bij oplevering.

Alles met als doel betrokken en beter geïnformeerde medewerkers en studenten en korte lijnen: ‘alles open en transparant, tenzij  ….’

Een mooie functie toch? 😉 Het probleem blijft natuurlijk ROI. Want niemand kan van te voren voorspellen wat de opbrengst van meer betrokken en enthousiaste docenten en studenten zijn. Ik heb een vermoeden op basis van eigen ervaringen ;).
De functie bestaat nog niet, maar wat niet is kan nog komen. In het artikel van Frankwatching stond ook een verwijzing naar 20 Bizarre new jobs of the future. Als HBO-instelling moet je op de toekomst voorbereid zijn, we leiden studenten op voor banen die nog niet bestaan wordt altijd gezegd. Wat dacht je van een: Personal Digital Curator, een Curiosity Tutor, een Quantified Self Personal Trainer of een Hackschooling Counselor? 🙂

groet,
Judith

Gamification en gemotiveerd leren

Ha Marcel,

Dit filmpje van Microsoft is bijna 1 jaar oud. Ik had m nog niet gezien. Jij?

Benieuwd hoe ver ze inmiddels zijn met de ontwikkeling. Gaming wordt zo wel erg magisch 🙂 Kan onderwijs met gaming ook zo magisch worden?

In mijn vorig blog had ik het over het onderwijsinnovatieblog: The Lecture Seat. Op dit blog las ik een bijdrage dat jou wel zal interesseren: Waarom gamification leidt tot gemotiveerde studenten. In de literatuurlijst stonden referenties die voor jouw promotie-onderzoek misschien ook wel interessant zijn 🙂 Ik herkende ook verwijzingen naar auteurs die ik in mijn paper over social learning ook gebruik zoals Illeris (How we Learn) en Hattie & Timperley over feedback.
Als je het hebt over motivatie komen natuurlijk Deci& Ryan ter sprake met hun Zelf-Determinatie Theorie (bekijk ook deze website over duurzame motivatie). Een medestudent van me schijft haar paper over beweeggedrag, ook zij bespreekt de motivatietheorie van Deci & Ryan. Bij leren of het sociaal is, bewegen, of revalideren met of zonder games is intrinsieke motivatie het belangrijkste. Leerprestaties verbeteren als men intrinsiek gemotiveerd is en dat ben je meer als de drie psychologische basisbehoefte autonomie, competentie en relationele verbondenheid gestimuleerd worden. Ik vermoed dat dit voor jouw onderzoek ook interessant is 🙂

Bij twee interessante verwijzingen in de literatuurlijst stond geen linkje. Die heb ik even voor je opgezocht:
Robbert van der Pluijm over gamification en gemotiveerd leren (beschikbaar via IT-Workz.nl)
Masterscriptie van Thomas van Doorn: De ethiek van gamification: een bemiddeling in ons leven

En net zoals ‘social learning’ eigenlijk niets nieuws zo is ‘gamen’ dat ook niet. Het is dat je met de huidige technologie online leeromgevingen (of een revalidatieproces) aantrekkelijker kunt maken. Oefenen en leren kan leuker worden en studenten en patiënten kunnen zo meer gemotiveerd raken. Met games werk je natuurlijk met badges en allerlei experience points. Dat is leuk voor even (extrinsieke motivatie), het uiteindelijke doel is om vaardigheden te verbeteren en dat kan je doen door het benutten van sociale relaties. En als je nu de balans hebt gevonden tussen uitdaging en vaardigheden dat zit je in een flow (check out het laatste gedeelte van mijn blog over Csikszentmihalyi, die het begrip ‘flow’ heeft geïntroduceerd). En dat is dan weer magisch! 🙂

Groet,
Judith

OERzaken: verslag van de 2e bijeenkomst Masterclass OER4OER

Dag Marcel,

Twee dagen na onze terugkomst in Nederland zat ik dinsdag 29 oktober met een flinke jetlag bij de 2e bijeenkomst van de Masterclass Open Educational Resources (afgekort OER) die ik momenteel via SURFacademy volg. Omdat ik verzuimd had mijn huiswerkopdracht voor de eerste bijeenkomst (‘maak een filmpje over OER’) te maken, heb ik maar “ja” gezegd op het verzoek een blogpost te schrijven voor SURFspace over deze 2e bijeenkomst ;). Ik heb op deze kennisdeelomgeving uiteraard wel gedeeld dat ik betrokken ben bij het MOOZI-project 😉 Dat leverde me in ieder geval een afspraak met Marlies Bitter (van de OU) op om eens verder te praten over mijn onderzoeksopdracht voor de studie MLI. Top!
De deelnemers van deze driedelige masterclass komen zowel van hogescholen als universiteiten, en naast informatiespecialisten en ICTO-adviseurs zijn er zelfs 2 docenten! Daniëlle Quadakkers, collega van Fontys, heeft op haar blog zowel een verslag gemaakt van de eerste als tweede bijeenkomst.


OER4OER

Na een welkom en een terugblik op de eerste bijeenkomst werd iedereen in de gelegenheid gesteld zijn/haar ‘huiswerk’ te laten zien.

  • De docent in het gezelschap liet zijn blog Allmoocs.nl. Hierop deelt hij zijn colleges in de vorm van korte video’s (zoals de Khan Academy, ook qua vormgeving). Het kost hem veel tijd om het bij te houden, maar hij beleeft er veel plezier aan en zijn studenten waarderen het zeer.
  • Daarna volgden enkele presentaties van deelnemers die wel hun filmpjes hadden gemaakt, sommige in het ‘Plain Dutch’ concept, een ander m.b.v. een powerpoint. Dat leverden meteen wat tips van de AV-collega in het gezelschap m.b.t. de belichting, scherpstelling en geluid (apart opnemen!)

Er vond nog een interessante discussie over het eigendomsrecht van geproduceerde filmpjes door docenten. Dit blijkt toch een ingewikkelde kwestie te blijven, in de volgende masterclass gaan we daar dieper op in.

Hester Jelgerhuis (ook aanwezig met een jetlag ;)) was net terug uit Amerika waar ze samen 17 bestuurders van hogescholen, universiteiten, VSNU en het ministerie van OCW een studiereis had gemaakt door de wereld van open education. Haar blogs zijn beschikbaar via de SIG OER op SURFspace. Hester deelde met ons wat haar opgevallen was:

  • De bestuurders waren na deze studiereis overtuigd dat ‘open education’ niet voorbij gaat. “Dit is geen hype, hier moeten we in mee gaan”.
  • Het gaat niet alleen om MOOCs (dat lijkt nu het toverwoord) maar het ook over open courseware en open leermateriaal.
  • Er was veel belangstelling voor toetsen (hoe ga je om met peerreviews) en mastery learning (leerinhoud in ‘behapbare’ brokken)
  • Duidelijk was dat het noodzakelijk is om te investeren in docenten als het gaat om online onderwijs; zowel goede apparatuur als goede begeleiding. Door het open zetten van je onderwijsmateriaal wordt de kwaliteit significant beter.
  • Met Open Education wordt ook onderwijsinnovatie binnen de muren van de campus op gang gebracht. In Amerika is een duidelijk verschil tussen campusonderwijs en online onderwijs.
  • Eigen studenten krijgen vaak een rol van teachingsassistents binnen de MOOCs. Ze leren van de interactie tussen de studenten. In sommige gevallen zijn het campusstudenten die de MOOC tegelijkertijd volgen, soms worden hogere jaars ingezet als teachingassistents.
  • Aandacht voor open education moet zowel via een top down als bottom up benadering plaatsvinden, het moet elkaar versterken.
  • De onderlinge verschillen tussen Nederlandse instellingen zijn groot, de ambitie m.b.t. open content is gelijk (hergebruik van content, of gezamelijk materiaal maken en meer delen op lokaal of regionaal niveau, of zelfs op Nederland richten).

Martijn Ouwehand van het Open Education Team van de TU Delft verzorgde een presentatie over zoeken en vinden van OER, OCW en MOOCs. Martijn wilde zijn presentatie beginnen met wat vragen en stellingen met behulp van Feedbackfruits (altijd goed om de beginsituatie van je deelnemers te peilen). Ondanks de ICT-minded aanwezigen gaf het inloggen op het programma nogal wat problemen. Het is tijdens een presentatie niet handig als deelnemers nog een account aan moeten maken en vervolgens dat nog via een mail moeten verifiëren. Het was goed dat Martijn na enige tijd deze poging staakte.
Martijn behandelde onderwerpen als:

  • waar let je op als je zoekt naar OER,
  • welk zoekwoord gebruik je,
  • let op de kwaliteit van het materiaal,
  • past de vorm bij de doel van je gebruik,
  • en mag je het hergebruiken? Check de Creative Commons Licentie

Vervolgens besprak hij diverse catalogi en zoekmachines om open materiaal te vinden. Een willekeurige en niet-complete opsomming (zijn presentatie staat nog niet online).

De groepsopdracht van Martijn: ‘ga op zoek naar OER/OCW/MOOC’ viel een beetje tussen wal en schip. Vervolgens kregen we van Marlies en Ineke een Brainwrite formulier. Een leuke werkvorm om ideeën te delen. Iedere deelnemer schreef zijn vraag op een formulier en tegelijkertijd werd het formulier naar de buurman/buurvrouw doorgeschoven die een oplossing op de vraag kon opschrijven, en zo ging dat het hele rondje door. Jammer was dat (het mij) niet duidelijk was wat voor soort vraag gesteld moest worden, daardoor was de diversiteit aan vragen nogal groot.

Na de pauze ging Martijn Ouwehand verder met een presentatie over gebruik en hergebruik van OER. Onderzoek laat zien dat MOOCs vooral gebruikt worden door studenten (in alle leeftijdscategorieën) die iets in hun vrije tijd willen leren. Uiteraard vertelde Martijn vooral over de ervaringen van de TU Delft. Zij hebben ervaren dat er een significante kwaliteitsverbetering van het onderwijs volgt door het open zetten van je content. Als voorbeeld kwam o.a. Delft Design Guide, een open cursus waarin ontwerpmethodes werden behandeld. Ontwerpbureaus hebben deze methodes geëvalueerd en hun ervaringen teruggekoppeld naar de opleiding waardoor een nog beter product ontstond.
Open Educational Resources kan gebruikt worden als:

  • Voorlichting en werving van nieuwe studenten
  • Naslagwerk
  • Verbreding
  • Feedback en kwaliteitsverbetering

Niet al het materiaal dat je vindt is gepubliceerd onder een open licentie, TU Delft doet dit wel.
Kenmerken van open educational practices is dat de lerende zelf vorm geeft aan zijn leerproces. De student krijgt een actieve rol. Het leerproces verplaatst van docentsturing naar studentsturing.
Vervolgens kregen we nog enkele leuke voorbeelden van flipped classroom, zoals Reversed Teaching (‘zoek een filmpje over mijn hoorcollege’ ). De overige voorbeelden ben ik vergeten, daar heb ik toch de powerpoint van Martijn voor nodig.

Martijn heeft een paar keer ;) 12 december genoemd, de dag waarop de Netwerkdag Open Education plaatsvindt en waarop vele vragen gesteld en beantwoord zullen worden. Ik heb me aangemeld hoor!

Gedurende de dag bleek dat er veel belangstelling is voor het uitwisselen van tips waaraan te denken bij het maken van videoproducties (een soort ‘ kookMOOCbook’). Het gaat dan ook om procedures waarmee het proces het maken van een OER-product efficiënter maakt.
We hebben gevraagd of tijdens de laatste bijeenkomst een docent zijn ervaringen met het maken/delen van OER of het samenstellen van een MOOC/OCW met ons wilt delen. Ik ben benieuwd wie 26 november voor ons neus staat. En we hebben weer een ‘huiswerkopdracht’: Wat heb je nodig van je leidinggevende om open content te publiceren. Ik moet argumenten gaan verzamelen. Dit past goed binnen het MOOCZI-project. Aan de slag dus maar weer.

Judith

PS. de titel van dit blog is intellectueel eigendom van Bert Frissen ;) met toestemming gebruikt.

Dit verslag is ook gepubliceerd op SURFspace.