Categorie archief: 21st century skills

21st century skills zijn: ICT geletterdheid, informatievaardigheden, sociale en/of culturele vaardigheden (burgerschap), samenwerking en communicatie. Maar ook creativiteit, kritisch denken, en probleemoplosvaardigheden.

Ha Marcel,
Een paar weken gelegen begreep ik via Twitter dat Jeroen en Edwin met iets spannends bezig waren. Ik kon niet weten dat het over Open Bibliotheken zou gaan. Leen heeft (uiteraard ;)) geblogd over dit prachtig initiatief. Omdat ik verder aan dit bericht niets toe te voegen heb, wilde ik de ‘reblog’-mogelijkheid van WordPress eens uitproberen. Zo heb ik nu 2 vliegen in 1 klap. En ik heb de info over Open Bibliotheken ook op ons blog staan en ik vermenigvuldig digitale content van Leen.
Ook een dikke pluim voor Jeroen en Edwin van mij.
groet,
Judith

Nationaal Congres Onderwijs & Sociale Media #ncosm

Hoi Marcel,

Je weet natuurlijk allang dat Chris Kockelkoren en ik samen met Margreet van den Berg een presentatie verzorgen over 21eDingen op het Nationaal Congres Onderwijs & Sociale Media, op donderdag 31 mei in Diemen. En onze collega’s op Zuyd weten wel dat het congres plaatsvindt (ik werd al getipt of dit niets voor mij was ;)), iedereen heeft  namelijk de brochure in zijn postbus ontvangen, maar ik weet niet of iedereen heeft gezien dat Zuyd ook aanwezig is.

Chris en ik staan dan niet met foto in de brochure (was al gedrukt) maar we zijn er wel bij:

Sociale media kunnen helpen om goed onderwijs te geven. Betekenisvol en interactief onderwijs, onderwijs dat studenten uitdaagt om verder te gaan dan de verplichte leerstof, onderwijs waarin studenten met elkaar en experts van binnen en buiten de onderwijsinstelling samenwerken, waarin ze creëren en evalueren. In deze sessie maakt u kennis met een – gratis beschikbare – cursus sociale media voor docenten en u hoort van Judith van Hooijdonk en Chris Kockelkoren van Zuyd Hogeschool hoe zij deze cursus in de praktijk inzetten voor de scholing van hun docenten. Tot slot wisselen we met u van gedachten over de mogelijkheden van sociale media in uw onderwijs.

Het congres is bedoeld voor docenten, beleidsmedewerkers, managers/bestuurders, onderzoekers en communicatieprofessionals, werkzaam bij instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs, universiteiten en hogescholen.  Hoewel het congres niet goedkoop is: het spoor ‘Wegwijs in één dag’ kost € 250 en is vooral bedoeld voor docenten; de andere sporen(‘Marketing, Communicatie en Reputatiemanagement’ | ‘Onderwijspraktijk’ ) kosten € 395, hoop ik straks wel diverse collega’s daar te treffen!
Tip: Willem Karssenberg heeft enkele kortingscodes weg te geven, wees snel want op=op!

Formedia die dit congres organiseert, had Margreet gevraagd of zij een artikel wilde schrijven voor Science Guide, ook dat hebben we samen gedaan. Ik ben er wel een beetje trots op dat ons artikel is gepubliceerd http://www.scienceguide.nl/201203/technologie-als-toegangspoort.aspx en ik zag dat het ook als blog op Formedia is verschenen http://formedia.nl/blog/02/04/2012/technologie-als-toegangspoort-voor-kennis-en-inzicht (wel met mijn naam fout gespeld grrr).
Natuurlijk wil ik deze tekst ook in ons blog opnemen 🙂

TECHNOLOGIE ALS TOEGANGSPOORT VOOR KENNIS EN INZICHT

Docenten mopperen weleens dat de ‘jeugd van tegenwoordig’ achter een laptop (tablet, smartphone) zit weggedoken tijdens hun lessen, maar voor deze nieuwe jongeren is dat logisch. Deze ‘digital natives’ hebben immers nooit anders meegemaakt dan omringd te zijn door technologie. Deze technologie stelt hen in staat om kennis te verwerven, in contact te komen en te blijven met de wereld om hen heen, en hun creativiteit te ontplooien. De technologie is voor hen geen belemmering om kennis te verwerven, maar vormt juist een brug naar die kennis. Technologie stelt studenten van deze eeuw in staat om zich kennis en inzicht te verwerven.

In een onderzoek (2011) onder jongeren (die ook wel Einstein-generatie, Generatie Y of Internet-generatie wordt genoemd) is gevraagd welke waarden zij belangrijk vinden. De volgende centrale waarden worden genoemd: authenticiteit, respect, zelfontplooiing, geluk, gezellig, samen. Deze waarden zijn ook allemaal terug te vinden in hun gebruik van social media.

Authenticiteit betekent ergens voor staan en duidelijk een eigen mening hebben: dat is belangrijk. En dat geldt voor iedereen, de student, zijn vrienden, maar ook ouders en docenten. Voor communicatie betekent dat een docent die hip doet maar het niet is, respect verliest. Dat zelfontplooiing van belang is, sluit aan bij diverse onderzoeken, die uitwijzen dat zelfontplooiing een veel belangijker drijfveer is  voor het leveren van prestaties, dan beloning (http://youtu.be/u6XAPnuFjJc).

De 21e eeuw is al ruim 10 jaar onderweg. We ervaren allemaal dat onze samenleving sterk veranderd is onder invloed van technologie, (mobiele) internet en de opkomst van sociale netwerken. Dat heeft uiteraard ook invloed op ons werken en leren. In deze veranderende maatschappij, hebben mensen andere vaardigheden nodig dan pakweg 25 jaar geleden, nl.  ‘vaardigheden van de 21e eeuw’ of wel ‘21st century skills’.

De Universiteit Twente heeft in een literatuurstudie, neergelegd in de Discussienota 21st Century Skills (2010), de vereiste competenties geanalyseerd. Diverse onderzoeken noemen 7 vaardigheden:  communicatie, samenwerking, ICT-geletterdheid, probleemoplossend vermogen, creativiteit, kritisch denken en sociaal-cultureel bewustzijn als de belangrijke competenties.

De discussienota concludeert dat 21st century skills geïntegreerd  moeten worden in het curriculum en gerealiseerd in de kernvakken van de opleiding. Dit vraagt om docenten met 21st century teaching skills.

Docenten zouden verschillende onderwijsstrategieën en beoordelingsprocedures onder de knie dienen te krijgen. Daarvoor moet de docent zich allereerst de 21st century skills eigen maken en die kennis vervolgens toepassen binnen zijn onderwijs. Daarvoor kan gebruik gemaakt worden van het TPACK-model.

Het TPACK-model beschrijft de kennis die een docent nodig heeft om ict te integreren in zijn of haar onderwijs. Om ict op een zinvolle manier in te zetten in het onderwijs, moet de docent weten hoe de vakinhoud inzichtelijk en begrijpelijk gemaakt kan worden met behulp van ict en welke didactiek het leren van bepaalde onderwerpen met behulp van ict versterkt. Daarvoor is het niet alleen noodzakelijk dat een docent beschikt over afzonderlijke kennis van ict, didactiek en vakinhoud, maar juist dat hij begrijpt hoe deze kennisdomeinen  – vakinhoud (Content Knowledge), didactiek (Pedagogical Knowledge) en ict (Technological Knowledge) – met elkaar samenhangen en hoe deze samenhangt met de context waarbinnen onderwijs wordt gegeven: de doelgroep van het onderwijs en de omgeving waarin deze doelgroep zich bevindt. Daarom is voor het zinvol en succesvol integreren van ict in het onderwijs ook kennis van doelgroep, school, infrastructuur en omgeving noodzakelijk.
TPACK biedt geen competenties maar laat docenten (bij voorkeur in teamverband) nadenken welke vaardigheden ze nog nodig hebben om ict echt goed te gebruiken.

SURFacademy biedt de cursus 21eDingen aan, waarmee docenten kennis kunnen maken met diverse web2.0-tools. 21eDingen biedt de docent handreikingen op het gebied van techniek (Technological Knowledge) en didactiek (Pedagogical knowledge) hoe hij zijn vakkennis (Content Knowledge) effectiever kan overdragen aan en delen met de student. Docenten (en andere medewerkers van onderwijsinstellingen)  die hebben leren werken met één of meer van de 21eDingen:

  • hebben de vaardigheid om deze tools succesvol in hun onderwijs in te zetten (Technological Knowledge);
  • weten hoe ict ingezet kan worden in hun onderwijs en welke doelen ze hiermee kunnen bereiken (Pedagogical Knowledge);
  • hebben meer mogelijkheden om bij te blijven op hun vakgebied (Content Knowledge);
  • hebben meer kennis en kunde van de context waarbinnen het onderwijs plaatsvind;
  • docenten die zonder angst of twijfel durven te experimenteren met ict-tools;

De docent kan de eDingen inzetten om 21st century skills in het onderwijs in te bedden (bijvoorbeeld door samenwerking en reflectie te stimuleren) of om zelf zijn 21st century skills te versterken en daarmee de kennis van zijn vak te vergroten. Dit stelt hen in staat om efficiënter en beter onderwijs te geven, dat beter aansluit op de leefwereld en de behoefte van de student.

Tijdens het het congres kan iedereen kennis maken met deze praktische toolbox en de praktijkervaringen van Zuyd Hogeschool.

Samen met Zuyd Bibliotheek zijn wij hard aan het werk om de Dingen site (die gebaseerd is op de 21eDingen) voor Zuydmedewerkers samen te stellen, maar daarover een andere keer meer.
groetjes,
Judith

Het kan! Maar mag het ook? #idmdhconf12

Dag Marcel,

Zojuist heb ik de laatste hand gelegd op de conceptnotitie Plagiaatpreventie en – bestrijding binnen Zuyd. Ik hoop dat ik deze snel met ons CvB mag bespreken. Je weet dat ik ook betrokken ben bij het Auteursrechtenloket Zuyd. Zo ook, Lilian van de Burgt en Lien Goldbach, 2 collega’s van Zuyd Bibliotheek. Zij hebben op 9 maart j.l. de IDM conferentie 2012 in Den Haag over ethische en juridische aspecten van informatiegebruik bijgewoond. Op mijn verzoek van mij hebben ze hierover geblogd. Het woord is aan Lilian en Lien:

Het thema van de conferentie luidde : ‘Het kan! Maar mag het ook? : ethische en juridische aspecten van de informatievoorziening’.
IDM den Haag besteedt daar op dit moment aandacht aan, in de door Jos van Dijk ontwikkelde minor ‘ethische en juridische aspecten van informatiegebruik’. Om dit onderwerp verder uit te diepen is gekozen voor het genoemde thema. Een thema, dat ons, medewerkers van het Auteursrechtenloket Zuyd natuurlijk erg aansprak. Immers, in de tijd waarin databestanden steeds vaker worden opengesteld en mensen zelf via allerlei tools gemakkelijk informatie en documenten delen, dienen zich steeds vaker kwesties aan omtrent privacy, ethiek en auteursrecht.

Tot nu hebben wij vooral gefocust op de juridische kant van het verhaal en daarom vonden we het ook heel interessant om de andere (de ethische) kant van het verhaal eens belicht te zien. Hierin zijn we zeker niet teleurgesteld!

De eerste spreker van de middag was dr. Marcel Becker, (docent aan de Universiteit van Nijmegen) volgens eigen zeggen een ‘Manusje van alles in de toegepaste ethiek, die zich sinds kort bezighoudt met ethiek en nieuwe media’.
Na een inleiding over normen, waarden en respect (uit respect pleeg je bijv. geen plagiaat) liet hij zien dat als gevolg van de informatisering van ons wereldbeeld steeds meer zaken in termen van ‘informatie’ worden beschreven, bv.

  • Macht (= wie beschikt over de benodigde informatie?)
  • Wetenschap (= wie is in staat om te gaan met de eindeloze stroom informatie?)
  • Producten (=producten ontstaan m.b.v. informatie).

De snelle veranderingen binnen de informatietechnologie hebben ook gevolgen voor de ethiek. Ze beïnvloeden namelijk ons denken en kijken. Naast de vraag of iets goed of kwaad is, ontstaat nu ook de vraag naar goede vaardigheden. Als voorbeeld noemde hij de veranderde waarde van het begrip “intimiteit”. Vroeger was het intiem als je op zaterdagavond met je gezin op de bank zat. Die intimiteit krijgt nu een ander karakter als tegelijkertijd de buitenwereld via de computer “binnen” gehaald kan worden.
Verder noemde hij de “cirkelbeweging”: in de ethiek willen we de ontwikkelingen beoordelen….die ons oordelen tegelijkertijd beïnvloeden (een doordenkertje). Nieuwe technologieën vragen nieuwe vaardigheden.
De spreker liet ons verder aan de hand van enkele voorbeelden zien dat het onderscheid publiek/privé (die ooit fysiek gescheiden waren), verdwenen is. We verrichten private handelingen in een publiek domein en omgekeerd. Dit kan botsen. Een voorbeeld: in een private omgeving heb je een spontaan en omgeremd gevoel maar je bent bijv. wel publiek bezig als je privézaken op internet zet.
Tot slot stipte hij het gevaar van de ‘information bubble’ aan, deze werd later door een andere spreker ook nog eens genoemd. Het ‘Broadcast model (=het ongedifferentieerd informatie zenden, bijv. een tv zender) maakt plaats voor het ‘point to point model (differentiatie van informatie). Dit model is weliswaar effectiever, maar het leidt tot profilering ; ieder krijgt gerichte informatie. Het gevaar schuilt hierin dat de zoekmachine de informatie geeft waarvan hij denkt dat wij die willen.
Uiteindelijk leeft iedereen in zijn eigen ‘informatie bubble’, op een eilandje dus. De uitdaging voor ons bestaat eruit om deze informatie bubble tegen te gaan. Zeer zeker een ethische kwestie om over na te denken.

De tweede spreker, drs. Jos van Dijk, neemt als docent afscheid van IDM Den Haag. Hij heeft de minor ‘ethische en juridische aspecten van informatiegebruik’ ontwikkeld, deze diende als basis voor het thema van de conferentie.
Jos ging in op de beroepsethiek van de informatieprofessional.
Meteen rees de vraag of bibliotheken een privacybeleid hanteren (hoe gaan we om met lenergegevens?) Welke normen en waarden hanteren we hierbij? Is er een wet en schaden we die, schaden we evt. belangen? Allemaal ethische vragen. Bij ons rees de vraag of Zuyd een privacybeleid kent. En zo ja, waar vinden we dat dan?
Volgens Jos gaat het in de beroepsethiek voor de informatieprofessional om 3 ethische beginselen:

  1. Morele verantwoordelijkheid : je helpt elkaar, dit schept wederzijds vertrouwen. Als je binnen een organisatie niet op elkaar kunt rekenen gaat die organisatie als los zand aan elkaar hangen. Voorbeeld: Het Afrikaanse principe Ubuntu, hetgeen zoveel betekent als respect en toewijding. Het delen van dingen maakt een mens een mens. Kennis delen is een belangrijke gemeenschappelijke waarde.
  2. Integriteit. The golden rule : wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Vertaald naar de beroepspraktijk betekent dit dat je daarom geen plagiaat pleegt.De spreker maakt van ‘The golden rule’ een bruggetje naar ‘The commons’ (Open Access, Creative Commons, internet). Binnen deze beweging profiteren we van elkaar maar proberen we ook onderling vertrouwen te wekken. Overigens stamt dit begrip uit de Middeleeuwen : the commons was de gemeenschappelijke weide die van niemand was.Een uitspraak over integriteit : “Integrity is doing the right thing when no one is watching”.Voor de informatieprofessional betekent integriteit onpartijdigheid. Maar kun je door de ‘information bubble’ onpartijdigheid garanderen? De bubble voorkomt immers toevallige vondsten (=serendipity). De bubble voorkomt ook dat wijzelf de informatie filteren, m.a.w. wij hebben de filter niet zelf in handen! Ook iets om over na te denken.Als je integriteit binnen een groep wilt bereiken is het van belang om draagvlak te creëren : “A code is nothing, coding is everything”.
  3. Beroepsethiek. Hiervoor is in Nederland weinig aandacht. Nadenken over beroepsethiek kan wel leiden tot afspraken. Wat vinden we toelaatbaar en wat niet? Deskundigheid betekent ook verantwoordelijkheid, waarbij vertrouwen erg belangrijk is. Je moet de ander geen schade toebrengen. Denk na over de risico’s voor de ander bij wat je doet om informatie te gebruiken/te verspreiden.

De eerste twee sprekers hebben ons in ieder geval aan het denken gezet door een aantal interessante vragen op te roepen.

De derde en tevens laatste spreker van de middag, mr. drs. Mark Jansen (advocaat bij Dirkzwager) belichtte enkele actuele juridische kwesties. Hij is gespecialiseerd in Intellectuele eigendom en IT-recht.
Mark Jansen verdeelt informatie in :

  • Informatie van iemand (auteursrecht, databankenrecht). Bij zijn uitleg over het auteursrecht benadrukte hij nogmaals dat de concrete uitwerking van het idee is beschermd, niet het idee zelf. Nederland kent in tegenstelling tot de VS geen ‘fair use’ bepaling in de Auteurswet. Als het niet onder een uitzondering valt pleeg je inbreuk op auteursrecht. Het databankenrecht bevat een aantal zeer lastige facetten. Zo is de voorwaarde dat er in een databank een substantiële investering is gedaan moeilijk aantoonbaar.
  • Informatie over iemand (privacyrecht, onrechtmatige daad). Interessante aanvulling op het privacyrecht is de stelling dat burgers zelf verantwoordelijk zijn voor het verspreiden van privé informatie zodra dit verder gaat dan puur privé of huishoudelijk belang. Dit is van toepassing als er privé info van derden op bijv. Facebook geplaatst wordt.

Men denkt makkelijk over informatiegebruik, maar de wet is nog steeds heel streng. Vervolgens ging de spreker in op de vraag ‘Wat is privacy’. Doe hiervoor de privacy check. De WBP (=Wet Bescherming Persoonsgegevens) ziet toe op het beschermen van intimiteiten en op een zorgvuldige verwerking van gegevens.

De spreker noemde enkele praktijkproblemen die kunnen optreden:

  • Is het werk wel auteursrechtelijk beschermd, voldoet het bijv. aan de eis van creativiteit?
  • Wie is de rechthebbende (vaak is dit moeilijk te achterhalen)
  • Wat is de geleden schade (bepalen van de reëel geleden schade is lastig)
  • De grens tussen privé en zakelijk vervaagt (je gebruikt bijv. privé aangeschafte software voor het werk)

Zie ook: dirkzwagerieit.nl (intellectuele eigendom en IT-recht) en partnerinkennis.nl (interessante korte artikelen over onderwerpen die op dat moment in het nieuws zijn).

Om half vijf werd de middag afgesloten met een gezellige borrel. Oud-collega Leen Liefsoens, nu werkzaam bij de Haagse Hogeschool, was er ook en samen met haar hebben we nog even een glaasje gedronken. Op haar vriendelijke aanbod om ons de bibliotheek te laten zien zijn we niet ingegaan omdat de reis terug naar het zuiden nog erg lang was. Wij kijken terug op een waardevolle middag die onze blik weer verruimd heeft en hier en daar aan het denken gezet heeft.

Dank jullie wel! Jullie mogen vaker gastbloggen! 🙂
Uiteraard heeft Leen ook gevolgd over deze conferentie op 2.0 Drops. Ik sluit dit blog af met haar must-see tip:

Gerelateerde items:

  • Over intimiteit, intiem kapitaal heb ik al eens eerder geblogd: Echte vrienden
  • Inderdaad integriteit is erg belangrijk. Je pleegt geen plagiaat, je vermeldt altijd gewoon je bron, lees: ere wie ere toekomt
  • Om de ‘filter bubble’  te omzeilen zou je in plaats van Google de zoekmachinge DuckDuckGo (ze doen niet aan tracing) kunnen gebruiken (via Dee’tje)

Nu weer even het zonnetje opzoeken. Fijne dag!
Judith

Hij doet het niet …. Ctrl Alt Delete

Goh Marcel, wat leuk dat we hulp uit onverwachte hoek krijgen van jouw studiegenoot: Alexander van Deursen.

Zijn onderzoek Ctrl Alt Delete : Productiviteitsverlies door ICT‐problemen en ontoereikende digitale vaardigheden op het werk kreeg nogal wat media aandacht. Tja, als er bedragen als 19 miljard euro mee gemoeid zijn en aantallen als 8% productieverlies (zo weinig maar?) worden gepresenteerd, dan stort ‘jan-en-alleman’ er bovenop. Die aantallen vind ik niet zo interessant (hoeveel geld zullen werkgevers verdienen door Het Nieuwe Werken?)  ik vind meer de bevestiging (door wetenschappelijk onderzoek en dan is het waar ;)) wat wij al jaren weten: dat er veel meer geïnvesteerd moet worden in skilled servicedesks en trainingen op het gebied ict- en informatievaardigheden. Een leuke bijkomstigheid is dat het onderzoek ook bevestigt wat Jack in zijn essay Help! De stroom valt uit : het belang van digital media literacy voor werken en leren heeft verwoord.

19 Mld. productiviteitsverlies door gebrekkige digitale vaardigheden from Lindblom on Vimeo.

Video 13-3-2012 toegevoegd

Ik heb het Ctrl Alt Delete rapport globaal gelezen. Tot mijn verrassing zag ik dat onze Zuyd-collega Frans Jacobs in de begeleidingsgroep zat die betrokken was bij de totstandkoming, uitvoering en rapportage van het onderzoek. 🙂

foto van Imageland-kaart

Conclusies van het onderzoek onder ruim 2.000 respondenten, bij benadering representatief voor de Nederlandse beroepsbevolking die op een werkdag twee uur of meer gebruik maken van een computer voor het werk:

  1. ICT zorgt voor 4,0% productiviteitsverlies per medewerker per dag
  2. Elkaar helpen meest efficiënte oplossingsmethode
  3. Helpdesk kost het meeste tijd (en de stap naar de helpdesk is groot)
  4. Hoe lager opleiding en functie hoe meer ICT‐problemen de medewerker heeft
  5. Internetvaardigheden grootste zorgenkind
  6. Jonge werknemers verliezen de meeste tijd door gebrek aan internetvaardigheden
  7. Ook directie en hoger management verliezen 5 minuten per dag door gebrekkige internetvaardigheden
  8. Man/vrouw stereotypen gaan niet op
  9. Gebrek aan e‐mail vaardigheden lijkt te worden onderschat
  10. Hulp van collega’s belangrijke bron
  11. Werknemers overschatten hun digitale vaardigheden
  12. Gebruik smartphones en tablets vooral bij hoog opgeleide jonge mannen in hoge(re) managementfuncties
  13. Weinig gebruik smartphones en tablets leidt tot gebrek aan vaardigheden
  14. Organisaties zijn hoogstens volgend in de ontwikkeling van de ICT‐vaardigheden van hun werknemers
  15. Effect van ICT training is groot (maar wordt zwaar onderschat)
  16. Helpdeskvragen zijn van technische aard maar worden veroorzaakt door gebrek aan digitale vaardigheden

De aanbevelingen had jij al genoemd. Voor Zuyd vind ik het belangrijk dat de digitale vaardigheden getoetst en gemonitord gaan worden; dat er een ruim scholingsaanbod is; dat medewerkers tijd krijgen om zich deze competenties eigen te maken; en dat de plannen rondom skilled servicedesks sterker ingezet gezet gaan worden.
Ik wil onze servicedesks zeker niet vergelijken met deze van IT-crowd, maar vond deze video te leuk om ‘m niet te delen 😉

Uiteraard heb ik ook het proefschrift Internet Skills – vital assets in an information society van Alexander van Deursen even digitaal opengeslagen en de Nederlandse samenvatting gelezen 😉 Ook dit bevestigt wat ik al wist maar hiermee wetenschappelijk onderbouwd: mensen overschatten hun internetvaardigheden.
Alexander heeft het in zijn dissertatie over de sociale ongelijkheid die ontstaat door de digitale kloof. ‘Vroeger’ was de digitale kloof tussen de ‘haves’ en ‘have-nots’ van een computer. Deze kloof  is door allerlei stimuleringsmaatregelen (ik heb mijn eerst computer en daarna internetaansluiting ook aangeschaft met financiering van de hogeschool) gedicht. Maar de digitale kloof wordt nu meer veroorzaakt door het gebrek aan internet en stategische vaardigheden. Dat heeft Van Deursen onderzocht door proefpersonen 3 jaar vraagstukken rondom internetvaardigheden voor te leggen.
Er zijn nogal wat verschillende interpretaties over de definitie van internetvaardigheden. Alexander heeft een mooi overzicht van deze defintie. Met zo’n lijstje zouden we competentie van de collega’s wel in kaart kunnen brengen. Hij onderscheidt 4 typen vaardigheden: operationele, formele, strategische en informatievaardigheden.
In de prestatiemetingen die Van Deursen in 2007-2008-2009 heeft verricht, bleek dat de vraagstukken rondom informatie- en strategische vaardigheden elke jaar door de een groot deel van de proefpersonen niet succesvol werd afgerond.

Hij stelt 2 strategieën voor om de internetvaardigheden te verbeteren:

  • Verbeteren van de toegankelijkheid van websites (en apps denk ik)
    Interessant, ook voor jouw i/ti studenten. In dit verband is het ook goed dat Zuyd Bibliotheek momenteel onderzoekt welke federatieve zoekmachine of discovery tool geschikt is voor onze studenten en medewerkers. Met zo’n tool kan men met één zoekopdracht verschillende bronnen, databanken en catalogi raadplegen.
  • Maar uiteraard ook verbeteren van internetvaardigheden door informatievaardigheden in te bedden in het onderwijs (i love him) en meer trainingen aan te bieden binnen bedrijven maar ook in buurtcentra en openbare bibliotheken.
    Het inbedden van informatievaardigheden in ieder curriculum van Zuyd is waar de collega’s van Zuyd Bibliotheek hard voor werken.

Enkele weken geleden amuseerden mijn kinderen zich met een oud tv-moment (aanleiding weet ik niet meer). Ik vond het zo’n leuk fragment, “dat kan ik misschien nog wel eens kon gebruiken in een blogpost”, zei ik hen toen, niet wetende dat dit zo snel van pas zou kunnen komen. 🙂 Geniet van dit liedje (Annie M.G. Schmidt) uit de kinderserie Otje. Pas op, ’t deuntje blijft in je hoofd zitten 🙂

Groet,
Judith

Onze visie op onderwijs

Heb je de brochure met deze titel ook in je postvakje gevonden, Marcel? Na de carnavalsvakantie ontving iedere Zuydmedewerker een exemplaar. Dat Paul Reijns, onze beleidsadviseur de onderwijsvisie had geschreven, had ik al gelezen in een Editie Zuyd en in mijn blog Met ICT beter onderwijs? al naar verwezen. De visie is nog niet openbaar digitaal beschikbaar.

Kort geformuleerd is de Onderwijsvisie van Zuyd:

Zuyd leidt moderne professionals op; streeft naar een hoog rendement bij een nominale studieduur; heeft professionele docenten; biedt een functionele en uitdagende studieomgeving en bedt het onderwijs in de maatschappelijke omgeving in.

In de begeleidende brief van CvB-lid Kitty Kwakman staat dat het aan ons is deze hogeschoolbrede visie in te vullen (die gelden voor mijn dienst) en dat het ons de juiste focus biedt. Daarnaast vraagt Kitty of  ik het met aandacht wil lezen en de er met collega’s over ga praten. Dat ik erover blog zal ook wel goed zijn 😉
Dus heb ik het boekje gelezen, met mijn ICTO- bril op natuurlijk 😉 De woorden ICT, mobile technologie en 21st century skills komen er niet in voor, maar er wordt wel naar gerefereerd. Enkele citaten die mij opvielen:

1. Opleiden tot moderne professionals
“Elke afgestudeerde heeft het vermogen om situaties te analyseren, kritisch naar feiten te kijken, te reflecteren en onderzoeksresultaten toe te passen in de beroepspraktijk.”
“Een belangrijke eigenschap van afgestudeerden is dat zij in staat zijn om te participeren in een veranderende maatschappij.”

Dit gaat natuurlijk over de 21st century skills. Zoals onze collega Jack in zijn essay (voor zijn master PLIC)  Help! De stroom valt uit  ook betoogt: de aandacht voor en het ontwikkelen van digital media literacy  is de belangrijkste kritieke uitdaging voor de komende jaren genoemd. Vele rapporten spreken over ’key skill voor elke discipline en professie’. Door technologie verandert de maatschappij en dus ook de manier waarop wij werken en leren.
Docenten spelen mijn insziens een belangrijke rol op het gebied van informatievaardigheden. Zuyd Bibliotheek biedt hierin de nodige ondersteuning, maar het blijft constant een punt van aandacht.

3. Professionele docenten
“Docenten zijn zich daarbij bewust dat veel studenten ‘jongeren van deze tijd’ zijn en bijvoorbeeld in toenemende mate geneigd zijn tot ‘e-learning’ en gebruikmaken van sociale media.”
“Actief zijn en een digitale leer- en werkomgeving is onderdeel daarvan.”

Op Dutchboys werd gisteren gerefereerd aan een onderzoek over Social Media gebruik onder studenten van de digitale bibliotheek eBrary. De conclusie is dat het voor 41.3% van de studenten sociale netwerken een instrument is voor studie-onderzoek, maar vooral voor het delen van informatie en onderlinge contacten, niet voor de contacten met docenten. Steeds vaker hoor ik dat zowel studenten als docenten sceptisch staan tav contacten via sociale netwerken. Maar als men eenmaal die drempel is dan vindt men deze verbondenheid heel waardevol.
Om docenten een beetje wegwijs te maken in de web 2.0 wereld ben ik samen met enkele collega’s van Zuyd Bibliotheek de 21eDingen van SURF aan het bewerken voor Zuyd. Tijdens de Get Together, de onderwijsconferentie van Zuyd, wordt deze omgeving gepresenteerd.

4. Een functionele en uitdagende studieomgeving
“Daartoe dienen alle leeractiviteiten gedreven te worden door uitdaging. Dit bereiken we door onderwijsvormen die zonder uitzondering aanzetten tot leren en kritisch denken.”
“Daarbij geldt het principe van ‘embracing failure’: studenten mogen fouten maken. Fouten beschouwen wij als kansen in het leerproces.”

Fouten maken mag!  Zonder fouten geen innovatie!
Dit filmpje laten we wel vaker in presentaties zien als we het hebben over digitale uitdaging in het onderwijs. Hierin laten basisschoolleerlingen zien hoe zij willen leren, onze toekomstige studenten.

5. Maatschappelijke inbedding van het onderwijs

“Kennisdeling, -ontwikkeling en toepassing staan centraal. Daarbij levert de samenwerking met de beroepspraktijk kennis op die onderdeel uitmaakt van de kenniscirculatie. Alle betrokken partijen leveren door co-creatie bijdragen die leiden tot een versterking van onderwijs en onderzoek, die ook ten goede komt aan de innovatie bij relaties van Zuyd.”
“Zuyd is onderweg van school naar kennisinstelling.”

Daar is tie weer mijn stokpaardje: kennis delen 🙂

Ons hele onderwijssysteem wordt vanuit overheidswege nog steeds erg gestuurd vanuit het industriële model (hetzelfde leren op dezelfde manier in hetzelfde tempo). Op het blog van Wilfred Rubens las ik over een pamplet Stop Stealing Dreams : what is school for? (free download) van Seth Godin (vooral bekend van sociale media, marketing en communicatie) waarin hij zijn visie over eigentijds onderwijs beschrijft. Wilfred somt de kenmerken op in zijn blog. De kenmerken als: open, toegankelijk, flexibel en leven lang leren, eigen verantwoordelijkheid en autonomie komen in andere woorden ook terug in de Zuydkenmerken:

Zo komen ook elementen als passie en talenten in zijn pamflet naar voren. Godin heeft goed geluisterd naar sir Ken Robinson. Nou vooruit, tot slot nog maar een keer het fantastisch filmje

Papier is geduldig 😉 het gaat er om hoe studenten en medewerkers van Zuyd hier invulling aangeven. Wij als team willen iedereen die daar behoefte aan heeft zeker van een ICTO-advies voorzien. Kom maar op met die adviesvragen!

Groet,
Judith