Auteursarchief: Judith van Hooijdonk
Van een ‘real innovational spirit warrior’ naar nieuwsgierig aagje
Je had natuurlijk gelijk Marcel. Mijn onderzoeksvoorstel ging veel te veel over het ‘moeten’ veranderen ipv observeren en analyseren. In een gesprek op de parkeerplaats met een docent van de opleiding ergotherapie werd me dat nog meer duidelijk. Vandaar mijn worsteling met dit onderzoek. Ik wil te veel de barricade op, dingen in beweging zetten, zoals ik mijn rol als I-adviseur invul: verbinden en kennisdelen.
Dat verbinden en kennisdelen levert me nu wel weer mooie inzichten op waar het nu eigenlijk omdraait bij onderzoeken. Onderzoek van een masteropleiding dan wel. Want ik vind nog steeds dat ze vanuit de opleiding MLI te veel sturen op een promotie-light-traject. Mijn onderzoek gaat nu om een probleem dat een specifieke opleiding (misschien wel heel Zuyd?) ervaart en dat ik probeer te beschrijven vanuit een breder kader. Daan Andriessen komt 18 september bij Zuyd een lezing geven over praktijkgericht onderzoek. Benieuwd wat hij erover vindt.
Ik denk te veel als ondersteuner (ik wil helpen), als innovator (wil veranderen) en inspirator (wil enthousiasmeren).
Graag wilde ik actieonderzoek maar dit betekent dat ik mijn rol als onderzoeker zodanig moet beschrijven, dat ik dit gewoon niet leuk meer vind. Dan toch maar een beschrijvend onderzoek … je moet toch wat om je studiepunten binnen te halen… Ik wil zo niet denken, maar het gebeurt gewoon als je afhankelijk bent van beoordelingscriteria waar ja aan moet voldoen. Dus zo schrijven dat het goed gekeurd wordt. Ik wil het niet maar doe het toch. Ik moet denken aan mijn tijdspad. Ik moet kijken of het wel meetbaar genoeg is.
De opleiding heeft graag kwalitatieve en kwantitatieve data. Ja, triangulatie van het onderzoek is belangrijk. Maar dan moet ik gesprekken transcriberen. Of toch met spss aan de slag. Pff *zucht*.
Dan lees ik op ScienceGuide: Stop met meten. Begin met vernieuwen.
Een school is geen laboratorium waarin alle factoren gecontroleerd kunnen worden. Innovatie is juist gebaat bij meer vrijheid en variatie. Door krampachtig vast te houden aan meetbaarheid wordt de onderwijspraktijk onnodig belast, en innovatie vanuit de scholen zelfs belemmert.
Een hartekreet …
En dan ga ik die onderzoeksmoe-docenten toch weer belasten met het invullen van een vragenlijst en vragen of ze mee willen werken aan een focusgroep….ja ik moet het meerbaar maken. Ze zullen wel meewerken. Voor mij. Natuurlijk ga ik daarnaast ook helpen, ondersteunen en enthousiasmeren tijdens hun curriculumherzieningstraject. Ik kan dat niet laten. Ook dat is mijn rol.
Nu nog een paar paragraafjes van mijn onderzoeksvoorstellen aanpassen voordat ik ze verstuur naar mijn critical friends.
Dan laat ik het los. Het moet even. Vakantie is nodig. Eind augustus pak ik het met een frisse blik wel weer op.
Je ziet het onderzoeksvoorstel een dezer dagen wel verschijnen 🙂
Vakantiegroet,
Judith
Innoveren doe je samen!
Vlak nadat ik het blogbericht over het boek Stratosphere van Michael Fullan had geplaatst, las ik het blogbericht van Ilse Meelberghs over sociale innovatie met een mooi filmpje dat aansluit op het boek.
Het belangrijkste doel van dit samenwerkingsproject van vmbo-scholen, mbo- en hbo-instellingen, het Maintenance Education Consortium en diverse bedrijven: ‘Excelleren door Sociale Innovatie’ was het innovatievermogen versterken van de onderwijsinstellingen. Aan het begin van het project was de veronderstelling dat sociale innovatie vooral op het niveau van docententeams tot uiting zou komen. Aanname was dat docenten door allerlei redenen onvoldoende gebruik maken van hun professionele ruimte en daarmee belemmerend zijn voor het innovatievermogen. Uit de innovatievermogen-scan bleek dat het doorvoeren van innovaties een samenspel is van alle betrokkenen: management, bedrijfsleven, studenten én docenten waarbij elkaars bijdragen wordt gewaardeerd en geaccepteerd (bron: Onderwijsinnovatie dec. 2013, p. 35-38)
Het onderzoek wijst, zoals in het filmpje te zien is, op vijf succesfactoren:
- Een goedwerkend zelfsturend team;
- Management dat steunt, ruimte geeft en inspireert;
- De blik naar buiten en oog voor succes;
- Docenten werken samen en leren samen;
- Ondersteuning en instrumenten (gebruik van good practices).
In onderwijs komt innoveren altijd neer op veranderen van gedrag. Zowel bij docenten, studenten als bij management, zoals ik ook gelezen heb in het boek Stratosphere.
In het filmpje wordt gesproken over een expeditie naar goed onderwijs. Wat is ‘goed onderwijs’? Daarover las ik dit weekend een blogbericht van Gerardo Soto y Koelemeijer: Genoeg gepraat, laten we de mouwen opstropen. Hangt goed onderwijs alleen samen met goede docenten? Of wordt het bepaald door goede schoolleiders? Hij had trouwens geen antwoord. Ik denk wel dat we wel eens moeten stoppen met verwijtend naar elkaar te wijzen. Zo ook met die discussie dat er meer geld moet naar het onderwijs ipv ondersteuning. Ja, ik zit in die ondersteunende dienst. Maar ook ik werk ten dienste van het onderwijs. Ik ben groot voorstander van ontwikkelteams waarin docenten samen met collega’s uit de ondersteunende dienst (informatieprofessionals, onderwijskundige, instructional media designers) werken aan onderwijsinnovatie. Laten we, zoals Gerardo Soto y Koelemeijer zegt, nadenken over wat goed onderwijs is en hoe we dit gaan realiseren. En laten we zelf weer leren, van elkaar en ieder apart. Hij heeft het daarnaast ook nog over verminderde werkdruk binnen het onderwijs, maar dat is een andere discussie die dit weekend de op Twitter de gemoederen bezig hield. Misschien dat ik daar ook nog wel een blogje aan ga wijden.
@J
Flipped. De nieuwe pedagogiek.
Sommige boeken zijn een feest der herkenning. Afgelopen week heb ik er zo één gelezen. Ik had het in een eerder blog al even genoemd: Stratosphere : de verbindende kracht van technologie, pedagogie en veranderkunde van Michael Fullan.
Dit boek gaat over hoe ideeën die zijn ingebed in de nieuwe technologie, de nieuwe pedagogiek en de nieuwe veranderkennis samenkomen om het onderwijs voor iedereen te transformeren.
Het huidige onderwijssysteeem is te veel inhoudgedreven en te weinig gericht op leren leren voor de toekomst, schrijft Fullan. Op basis van wetenschappelijk onderzoek (o.a. Hattie, Prensky, Ries, en natuurlijk wordt Sir Ken Robinson ook geciteerd) bepleit Fullan een nieuwe pedagogiek waarbij docenten en studenten als leerpartners samenwerken en hun eigen leerproces vormgeven. De docenten zijn hierbij ook lerende. Voor hen betekent dit een nieuwe rol: de docent als verandermiddel (Sir Ken noemt 4 rollen: herkennen, aanmoedigen, faciliteren en verdiepen). Zowel studenten als docenten moeten leren leren. Ook voor de onderwijsorganisatie betekent dit een open leerhouding gericht op het faciliteren om leren te creëren ipv leren proberen af te dwingen. Leren draait in de stratosphere om betekenisvolle betrokkenheid. Leren is de maatstaf, niet onderwijzen.
Studenten (NB. docenten kunnen ook studenten zijn) zijn kennisverwervers, die leren te leren en beter na te denken.
Docenten (NB. leidinggevenden kunnen ook als docenten worden gezien) gaan beoordelingen zien als feedback over hun inpact, ze gaan met studenten in gesprek over hun doelen en vooruitgang.
Technologie wordt nooit geweldig zeg Fullan, als het niet begeleid wordt door de juiste pedagogiek en de goede mentoren. Criteria voor innovatieve leerervaring waarbij technologie en pedagogiek geïntegreerd zijn (diep leren), zijn:
- onweerstaanbaar boeiend zijn (voor studenten en docenten)
- op elegante wijze efficiënt en eenvoudig in gebruik
- gebruikmakend van overal beschikbare technologie
- gebaseerd op het oplossen van levensechte problemen
Omdat de ontwerpelementen van games gericht zijn op de betrokkenheid van de speler met directe feedback en continu de voorgang van de uitdagende doelen laten zien, hebben zij een gigantisch potentieel voor het onderwijs, volgens Fullan. En niet alleen volgens hem 😉 .
Voordat we de rol van docenten en studenten willen veranderen, of zelfs omkeren (flippen) moet wel eerst de pedagogiek en technologie op orde zijn. Visie is hierbij belangrijk. Welke kant wil je op met het onderwijs? Dit betekent ook erkennen dat vernieuwen een iteratief proces is van creëren, proberen, verfijnen, toepassen en voortdurend verbeteren. Vaak zie ik dat docenten (“welke tool werkt nu het beste?”), maar ook ondersteuners (ICT, bibliotheek, AV) een kant en klaar product willen gebruiken/presenteren … omdat men mislukkingen wil uitsluiten? …. verandermoe is?…. Het proces van samen leren/samen werken is net zo belangrijk. Vooral het inzichtelijk maken van dit proces. Zie het veranderproces als een mogelijkheid om te leren. De docent als veranderkundige is cruciaal, zegt Fullan. Hij baseert zich daarbij op de conclusies van de metastudie van Hattie.
De 5 kernfactoren om veranderingen eenvoudiger en succesvoller te maken:
- intrinsieke motivatie
- vergroten van het verbeter- en verandervermogen
- transparante resultaten en praktijken
- leiderschap op alle lagen
- positieve, proactieve houding ten aanzien van de voortgang.
De focus ligt in het huidig onderwijs volgens Fullan te veel op normen en beoordeling. In de Stratosphere*) is leren gericht op empathie, focus en transparantie (*) de stratosfeer is in metaforische zin de ideale vrijplaats voor innovatie: alle ruimte, ideale omstandigheden en onbegrensde mogelijkheden). Eigenlijk zouden we in ons TPACK-spel de C van Content moeten vervangen door Change, denk ik, als ik Fullan goed begrijp.
Het boek is verrijkt met een epiloog waarin de inzichten van Fullan met de Nederlandse onderwijssituatie worden verbonden. Een mooie aanvulling met visies op leren vanuit de verschillende leertheorieën, waarin het competentiemodel Mediawijsheid, de mindsets van Dweck, TPACK en curriculumvernieuwing aan bod komen. Ik vind dit boek een ‘must read’ voor alle docenten en studenten MLI. Lezen! en discussiëren! ‘Leren’ is de nieuwe maatstaf en niet meer het ‘lesgeven’.
In dit boek gaat het vooral om te investeren in de sociale aspecten van het leren: in gezamenlijkheid problemen oplossen en betekenisvolle doelen stellen. Sluit ook mooi aan bij mijn paper over sociaal leren 😉 . Fullan acht ‘verbinden’ en ‘passie’ waardevol voor het leren. Waar hebben we dit de laatste maand ook gezien?
‘Je krijgt pas iets op gang als je verbindt.’ @doekle_terpstra in parallel met Van Gaal in FD Outlook #turner pic.twitter.com/TJtz4O3zBU
— Jeroen Visscher (@Visscherturner) 12 juli 2014
Wanneer je samen met anderen iets betekenisvol doet, kun je wonderen verrichten.
Fullan, p. 86
Judith
Flipping the classroom #eenvandaag
Ha M,
Een vandaag zojuist gezien? Jelmer Evers en Paul Kirschner waren in beeld ivm een item over flipped classroom.
Via de website van Een Vandaag:
Docenten worden ineens sterren voor de klas, sommigen zelfs met landelijke bekendheid. Ze doen aan ‘flipping the classroom’: het online zetten van lesmateriaal. Ze vervangen er een deel van het huiswerk mee en leerlingen maken daar dankbaar gebruik van. Flippen betekent letterlijk omdraaien: van klassikaal werk naar huiswerk. Sommigen maken ware kunststukjes van hun YouTube-presentaties en krijgen duizenden hits.
Scheikundeleraar Kooij trok met zijn YouTube-filpjes een miljoenenpubliek en wordt inmiddels de DJ Tiësto van de scheikunde genoemd. Een andere pionier, geschiedenisleraar Jelmer Evers geeft zijn collega-docenten nu cursus in het maken van online producties.Het is volgens deskundige de manier om verlost te raken van het ietwat stoffige imago dat aan een docent kleeft. EenVandaag spreekt met docenten, leerlingen en professor Kirschner, die net een boek schreef over hypes in het onderwijs.
Gemist? Hier is het linkje.
Het was gelukkig een genuanceerde boodschap. Flippen is leuk, maar je moet goed nadenken wanneer en hoe je deze werkvorm didactisch inzet.Voor ons MOOCZI-project zijn inmiddels ook veel filmpjes gemaakt, veelal door Pieter, de Instructional Media Designer. Maar ook door docenten zelf met Screencast-software.
Meer weten over Flipping the Classroom, zie de themapagina van Kennisnet.
@J






