Auteursarchief: Judith van Hooijdonk
Leren en doceren met technologie #OU_OW
Heyy Marcel,
Je hebt wellicht gisteren mijn tweets met #OU_OW voorbij zien komen đ Ik was bij de 1e conferentie van het Welten-instituut in het Evoluon. Daar waar ik zo’n 40-45 jaar geleden als jong meisje door de wondere wereld van Chriet Titulaer liep, is tegenwoordig een prachtig congrescentrum.
Samenwerking tussen onderwijspraktijk en onderwijsonderzoek rondom het thema leren en doceren met technologie was het doel. Er was een middagprogramma met 2 workshopsrondes waarin onderwijsonderzoek gepresenteerd werd en getoetst werd aan de praktijk. Het ochtendprogramma startte met een toespraak van Anja Oskamp, de rector van de OU. Na het schetsen van de ontstaansgeschiedenis van het Welten-instituut, werd het een promopraatje voor de OU waarin vooral het verschil tussen de Open Universiteit en andere universiteiten werd benadrukt (ja, ze hebben bestaansrecht) en de rector was erg trots op het Keuzegids-label ‘de beste universiteit van Nederland’.
Vervolgens kwam Joseph Kessels ‘on stage’. Zijn keynote “Partnerschap in onderwijsonderzoek” was boeiend en een krachtig pleidooi voor meer samenwerking tussen docenten en onderwijsonderzoekers: samen enthousiast uitdagend onderzoeken. Er wordt veel mooi onderzoek verricht waar we in de praktijk (evidence based) meer van moeten profiteren. Zoals het onderzoek van Freeman (2014) waarin werd aangetoond dat aktief leren de slagingskans met 15% verhoogt. Ook Hattie werd ten tonele gevoerd đ Want volgens zijn metastudie werkt:
- zelfsturing van de verwachtingen van de student
- samenwerkend en verdiepend leren
- probleemgestuurde en meta-cognitieve strategieën
- veelvuldige terugkoppeling
- formatieve evaluatie
Ook in het zgn Pearson onderzoek van Siraj & Taggart (2014) naar effectieve leerstrategieën in het basisonderwijs worden samenwerkend en gepersonaliseerd leren, het leggen van verbindingen, evaluatieve feedback en reflectie en leerklimaat (sfeer!) benoemd.
Technologie kan dit ondersteunen. Daarom besprak Joseph Kessels de belangrijke trends en uitdagingen uit het Horizon Report. Waarover ik (voor mij belangrijkste punten đ ) de onderstaande tweets verstuurde:
Sociaal leren wordt pas iets als de docent de sociale media tools omarmt @JosephWMarie zie ook trends HorizonReport2014 #OU_OW
â Judith van Hooijdonk (@jujuutje) November 7, 2014
.@JosephWMarie We zijn niet goed in staat om verbindingen tussen formeel en informeel leren te leggen #OU_OW
â Judith van Hooijdonk (@jujuutje) 7 november 2014
Conclusie is dat docentprofessionalisering erg belangrijk is, als je kijkt naar de trends uit het Horizon Report.
Vervolgens introduceerde Kessels de 3 onderzoekslijnen van het Welten-instituut:
– Technology Enhanced Learning Innovations (TELI) waarover Markus Specht meer vertelde. Leren met technologie verandert het SoLoMo – leren: So(ciaal), Lo(kaal), Mo(biel)
– Fostering Effective Efficient and Enjoyabel Learning (FEEEL) gaat over het bevorderen van effectief (meer), efficiĂ«nt (in minder tijd) en aangenaam leren. Paul Kirschner (via video) lichtte toe dat je bij onderwijsinnovatie één van de 3 aspecten moeten bereiken. Als je ze alle 3 kan bereiken mag je heilig verklaard worden :). Vervolgens kwam hij met zijn stokpaardje: de broodjes aap verhalen. Er is geen wetenschappelijk bewijs voor: digital natives, homo zappiens, leerstijlen en de learning pyramid. Ik hoor ze toch nog regelmatig, ook op de MLI.
– Teaching and teacher professionalization. Rob Martens benoemde dat de WRR stelde dat het onderwijs niet innovatief genoeg is, terwijl de samenleving doordrenkt is van technologie, loopt het onderwijs hierbij achter. De docent is cruciaal voor onderwijsinnovatie. Docenten leren niet alleen door cursussen, maar juist veel van elkaar. Rob Martens benoemde Heyy.eu, een (virtuele) omgeving waar leervragen van de professional centraal staat. Heyy stimuleert (toevallige) ontmoetingen voor de ontwikkeling van professionals. Een concept waar ik me in het kader van mijn MLI-onderzoek nog eens wil verdiepen. [Heyy heeft ook te maken met Agora, de persoonlijke leerroute binnen SOML, waar Niekee mee gestart is].
Ik stond bij één van de expertsessies met Arnoud Evers ingepland. Uiteindelijk zijn we 5 studenten en 3 onderzoekers samen gaan zitten voor onze vraagverhelderingsessie.
Dat was een goede sessie met oa @profrobmartens #vraagverheldering #onderzoek #mli ‘ui afpellen, tranen in je ogen’ đ #OU_OW
â Judith van Hooijdonk (@jujuutje) 7 november 2014
Deze input moet ik maar eens snel gaan verwerken in mijn 3e poging van het onderzoeksvoorstel.
Ik heb ook nog een workshopsessie van Susan McKenney gevolgd. Zij heeft een raamwerk gemaakt voor het ontwerpen van een ICT-rijke leermiddelen en activiteiten. Deze input kan ik weer goed gebruiken bij het begeleiden van de docenten ergotherapie tijdens hun curriculumherzieningsproces. Op mijn blog Joule4Jou staat hierover meer informatie.
Al met al wat het een interessante dag (m.u.v. de afsluitende discussie. De ‘learned lessons’ tijdens deze ‘opbrengsten van de dag’-sessie was leuk geprobeerd, maar leverde mij weinig op. Zo iets werkt niet echt in zo’n auditorium, vind ik) met leuke ontmoetingen (weer wat tweeps IRL ontmoet), goed verzorgde catering, prachtige locatie. Ellen Rusman vroeg mij of ik een volgende keer weer zou komen. Tsja ….hmmm….weet ik nog niet. Over leren en doceren met technologie heb ik niet veel nieuws gehoord. De ontmoeting tussen studenten (voornamelijk OU-onderwijswetenschappen) en de onderzoekers van het Welten-instituut was mooie aanzet om theorie en praktijk bij elkaar te brengen. Vanuit mijn studentperspectief was dit waardevol. Wellicht dat als de conferentie de volgende keer ook het perspectief vanuit de praktijk kan worden opgezet, waar onderzoekers dan weer van kunnen leren. Dan ben je volgens mij echt samen aan het leren en aan het verbinden :).
Zie ook de portal van de OU met het overzicht van alle workshops en bijbehorende achtergrondinformatie van betreffende onderzoek. Het onderdeel ‘opnames & presentaties’ is nog niet ingevuld, maar dat zal vast binnenkort gebeuren. Wilfred Rubens heeft uiteraard inmiddels ook al een blogpost hieraan gewijd.
Judith
‘Houston we have a problem’. Apollo 13 Simulation Game
Heej Marcel,
Sinds vorige week doe ik mee aan MOOC Mee! over 21st century skills. In de Facebookgroep worden adhv opdrachten allerlei interessante links gedeeld. Zo kwam een berichtje tegen over het simulatiespel Apollo13. Rob Römer noemde het de “meest uitdagende en spannende werkvorm” die hij ooit gezien had. Gedurende 1 dag wordt naast de theorie vooral de attitude en sence-of-urgency van servicemanagement ervaren.
Toen ik de kreet ITILÂź las đ dacht ik dat dit ook wel iets voor jouw studenten zou zijn. De ITIL concepten en processen worden niet alleen toegelicht, maar worden ook ervaren. In deze training zijn âČreal lifeâČ situaties van de Apollo 13 missie geadopteerd. De deelnemers werken in teams waarbij ze de rollen van het bodempersoneel (Mission Control) uitvoeren. Mission Control heeft de opdracht gekregen om het beschadigde ruimtevaartuig en haar bemanning veilig aan de grond te krijgen.
Zie het in onderstaand filmpje het spel in actie
Judith
Pixar’s 22 Rules of Storytelling
Ha Marcel,
Dit linkje zag ik zojuist op Twitter (via @jwalphenaar) voor bijkomen. Te mooi om alleen te retweeten, ik wilde deze waarheden bewaren op ons blog. Jij als liefhebber van Pixar / Walt Disney Studios kan deze zeker ook waarderen. En ‘rules’ zijn ook zeker te vertalen naar onderwijs ontwerpen of een onderzoeksopzet maken of een promotietraject đ
Former Pixar story artist Emma Coats tweeted this series of âstory basicsâ in 2011. These were guidelines that she learned from her more senior colleagues on how to create appealing stories. I superimposed all 22 rules over stills from Pixar films to help me remember them. All Disney copyrights, trademarks, and logos are owned by The Walt Disney Company.
Via imgur
Klik op de afbeelding (embedden lukte niet đŠ ) om alle 22 tips te lezen.
Judith
Hoe groot is onze innovatiekracht?
Ha Marcel,
Een paar weken geleden ben ik met een begonnen met mijn 3e leerarrangement van mijn studie: LA3: initiëren en begeleiden van onderwijsvernieuwingen. Hiervoor ben ik allerlei interessante literatuur aan het lezen. Ten eerste voor de Kennisdialoog Innovatie die ik samen met 2 studiegenoten heb moeten verzorgen. Maar ook voor de leerinterventie die ik voor dit leerarrangement over een paar maanden klaar moet hebben. Zo stond op de literatuurlijst een verwijzing naar de website van Jeff Gaspersz waar interessante artikelen en blogs op te vinden zijn over innovatie, inspiratie en creativiteit. Boeken heeft hij ook geschreven, en zijn ook te leen via Zuyd Bibliotheek. Dat was de inspiratie voor dit blog.
Het initiëren en begeleiden van onderwijsvernieuwingen, hoort natuurlijk bij mijn werk. Ik ben / wij zijn ook betrokken bij Zuyd Innoveert. En hoewel daar mooie macro-en microprojecten uit voortkomen, blijft natuurlijk de vraag hoe innovatief zijn wij, is Zuyd? Gaat het bij Zuyd Innoveert om de innovatie (een resultaat bereiken) of om de innovatiekracht (het proces dat het vernieuwend vermogen aanspreekt)?
Innovatie is een term waar iedereen een beeld bij heeft. Het geen neutraal woord, zegt Gaspersz. Veelal verbindt men het met uitvindingen. Het echter inmiddels een term geworden dat te pas en te onpas wordt gebruikt. Everett Rogers (2003) die in zijn boek Diffusion of Innovation (gebaseerd op zo’n 500 wetenschappelijke onderzoeken) getracht heeft patronen te ontdekken in verspreiding van innovaties, zegt hierover:
An innovation is an idea, practice, or object that is perceived as new by an individual, organization, or other unit of adoption
Ja, dan is veel innovatie! đ
Onderwijsinnovatie is een complex, divers proces dat op verschillende niveaus door verschillende actoren afspeelt, schrijft Verbiest (2014) in zijn boek Leren Innoveren. Innovaties verlopen wel, zegt Rogers, volgens een bepaald patroon: van de kennismakingsfase naar overtuigingsfase; in de beslissingsfase wordt al dan niet de keuze voor een innovatie gemaakt om in de implementatiefase de innovatie in te voeren zodat in de confirmatiefase de innovatie onderdeel wordt van de dagelijkse praktijk. Veel onderwijsinnovaties struikelen na de overtuigingsfase (Verbiest, 2014) omdat de begeleiding vaak beperkt blijft tot de kennismakings- en overtuigingsfase. Docenten worden (eenzijdig) geĂŻnformeerd en na een eenmalige workshop niet verder begeleidt. In het diffusieproces speelt communicatie een belangrijke rol. Het zorgvuldig kiezen van je communicatiekanalen hoort hierbij veel aandacht te krijgen. Dat wat ik gevoelsmatig al wist en doe, wordt door de theorie bevestigd đ . Zowel voor het verspreiden van innovatie als het aanwakkeren van innovatiekracht in een organisatie is communicatie van groot belang. Gaspersz somt diverse tips op om duidelijk te communiceren over de uitgangspunten van innovatie in de organisatie, zoals: deel met anderen waar je innoverend mee bezig bent, innoveren doe je samen en over het vieren van innovatiesucces. Hij benoemt ook “innoveren is ieders verantwoordelijkheid en hoort bij het werk”. Maar innovatie vraagt om een dubbele betrokkenheid, zegt Gaspersz. Het zal vast niet in jouw functie-omschrijving dan wel in de cao staan dat jij, ik, wij, medewerkers van Zuyd verplicht zijn om regelmatig met nieuwe ideeĂ«n komen. (Zou wat zijn, hĂš?). Wanneer medewerkers dat wel doen, is dat dus omdat ze zich intrinsiek betrokken voelen bij hun werk. Dat is mooi. Dat moet beloond worden. Niet alleen met (de Zuyd Innoveert) projectgelden maar ook met het faciliteren van tijd, ruimte en infrastructuur zoals experimentele (ict-)omgevingen đ (Michel van Eemden, 2014).
In de kern gaat het over een heldere visie op innoveren. En innoveren moet je organiseren. Het komt niet vanzelf. Bij innoveren is 20% een creatief proces en 80% een zaak van organiseren en volhouden (Michel van Eemden, 2014).En het gaat wel om regelmatig nieuwe en spannende innovatiegerichte activiteiten te organiseren om innoveren steeds weer onder de aandacht te brengen. Door allerlei andere oorzaken (druk, tijd tekort) wordt innoveren wel belangrijk geacht, maar niet urgent genoeg.
Al vaker heb ik geciteerd uit het WRR-rapport ‘Naar een lerende economie’, ook nu weer:
Innovatiebeleid dat past bij Nederland erkent verschillende kennisbronnen, hecht ook belang aan vaardigheden en ziet innovatie vooral als een leerproces. Dit betekent zorgen dat nieuwe kennis en nieuwe ontwikkelingen snel en adequaat kunnen worden opgepakt. Goed innovatiebeleid is dan ook primair: de sterkte van het innovatie-systeem vergroten. En dat betekent kennisontwikkeling en -circulatie stimuleren, verbindingen tussen actoren verbeteren, ondersteunen waar zinvol en uitdagen waar mogelijk.
Het gaat dus om het lerend vermogen …. Hoe mooi past dat niet bij de missie van Zuyd: ‘professionals ontwikkelen zich met Zuyd’!
Bij onderwijsinnovatie gaat het vooral om het leren te verbeteren. Kwaliteit van het leren wordt ook bepaald door het didactisch handelen van de docent. Het verbeteren van onderwijs vraagt dan ook om het verbeteren van competenties van docenten en de kwaliteit van de schoolorganisatie en het onderwijssyteem. (Verbiest, 2014). Zoals eerder gezegd: een complex proces, maar wel een heel interessante!
Je weet dat ik vaker verzucht heb als het gaat om het adopteren van digitale communicatie: “waarom gebruiken ze al die beschikbare tools toch niet?”. Verbiest (2014) meldt in zijn boek dat het adoptie- of diffusieperspectief van Rogers er van uit gaat dat mensen tot vernieuwingen overgaan omdat ze de meerwaarde ervan ingezien hebben. En er wordt verondersteld dat de waarde of betekenis van de vernieuwing voor iedereen nagenoeg identiek zou zijn. Het belangrijkste bezwaar tegen het adoptieperspectief op onderwijsinnovatie is dat te weinig rekening gehouden wordt met de situatie, capaciteiten en de motivatie van de individuele docent die de vernieuwing dient in te voeren en te gebruiken. Ruimte krijgen in het adoptieproces voor het toepassen aan de eigen situatie is erg belangrijk. Het implementatieperspectief (voortgekomen uit de kritiek op het adoptieperspectief) wordt door Verbiest (2014) vooral gebaseerd op de theorie van Michael Fullan die de fasen van vernieuwen benoemt als: adoptiefase, implementatiefase en institutionaliseringsfase. Aandachtspunten in deze fasen:
- Adoptieproces: bekwaamheid – bruikbaarheid – bronnen (resources)
- Impementatieproces: ondersteuning en scholing – onderwijskundig leiderschap – flexibel plannen – empowerment
- Institutionaliseringsproces: permanente ondersteuning en scholing – onderwijskundig leiderschap – inbedden in het beleid
Duurzaam innoveren kost tijd. Schattingen variĂ«ren tussen de 3 en 5 jaar đ
Betekenis en betrokkenheid creëren is voorwaardelijk volgens mij als je het hebt over innovatiekracht. Hieraan besteedt Verbiest ook enkele hoofdstukken, maar dat is iets voor een volgend blog.
Judith
Over reflecteren en rubrics, nav Volkskrant artikel #mli
Hoi Marcel,
Mijn Twitter timeline stond vandaag vol met verzuchting en verbazing over het verhaal uit De Volkrant. Een opinie van Marijn van Dijk, die Nederlands studeerde aan de Universiteit van Amsterdam en vervolgens de Master Leraar Hoger Onderwijs aan de VU volgde. De kop boven het artikel “Lerarenopleiding doodt alle talent en motivatie”.  Aanvullend hierop werd ook de link naar Folia Magazine (december 2011, zie pag 34) waarin ook al melding werd gemaakt over de kwaliteit en slechte organisatie van de ILO, de lerarenopleiding van de UvA.
Ik had de links even kunnen retweeten maar na lezing viel me een paar dingen op. Dit lukte me niet in 140 tekens te vatten. Gelukkig heb ik dit blog nog, ook goed voor een reflectiemomentje :).
In beide artikelen was er kritiek door de studenten op het vele reflecteren waar het in de opleiding om draait. Uiteraard vindt men het belangrijk om kritisch naar hun eigen functioneren te kijken, maar niet in de mate waarin dat nu gebeurt. Inderdaad je kunt reflecteren ook overdrijven.
Ik leg de ervaringen van deze studenten even naast mijn ervaringen bij de Master Leren en Innoveren (HBO đ ). En ik herken ze wel. Ook ik vind het reflecteren op de rolontwikkeling niet elke keer super, maar het blijft maar beperkt tot zo’n 4x per jaar. Mijn masterstudie vindt elkaar feedback kunnen geven belangrijk, een manier om reflectie te stimuleren. En hoewel ik over de kwaliteit van mijn feedback wel eens zo mijn twijfels heb, zie ik er wel het belang er van in. Wij verwachten het immers ook van onze studenten, Kritisch kunnen denken wordt benoemd als één van de 21st century skills, die we zo belangrijk vinden. Toch? Dus ja ‘teach what your preach’.  Maar inderdaad met mate đ .
Wie vers van de universiteit voor de klas komt te staan heeft veel meer behoefte aan praktische kennis dan aan quasi-psychotherapeutisch zelfonderzoek
Dat quasi-psychotherapeutisch zelfonderzoek herken ik wel. Volgens mij heb ik dat ook al eens zuchtend tegen je gezegd. đ
In het Folia artikel stond: “Het leraarschap is een heel individualistisch beroep”. Euh? Is dat niet wat ‘we’ juist niet meer willen? Ik hoor rond mij heen over ‘deuren van klaslokalen wijd open zetten’, meer samenwerken bij onderwijsontwerpen, de vraag om intervisiesessies. Hebben studenten niet een erg traditioneel beeld bij de moderne docent? Kijk, dat inhoudelijke discussies over het vak bij de ILO worden afgewimpeld, lijkt mij ongewenst. Juist discussie over het beroep door deze jonge mensen, hier zitten vast toch wel friskijkers & dwarsdenkers tussen? Wat me in het Volkskrant artikel irriteerde, was het nadrukkelijk onderscheid dat gemaakt wordt tussen eerste- en tweedegraads docenten. Is iemand met een universitaire graad een betere docent? Wat is het beeld van deze jonge mensen bij het beroep ‘docent’?
Studenten met inhoudelijk talent worden door het beoordelingssysteem van de rubrics niet gewaardeerd, maar gereduceerd
Die discussie ga ik binnen mijn master ook regelmatig aan. Ik vind dat we te veel langs de meetlat van rubrics gelegd worden. Daar hou ik niet zo van đ Het leidt (bij mij) tot uiteindelijk me maar conformeren aan wat de juf of meester horen wilt. Ook deze kritiek lees ik in het Volkrant artikel, die herken ik dus wel. Helaas.
Kritisch denken, reflecteren, nadenken over wat je leert, je mening er over vormen, de dialoog aangaan, dat doe ik in dit blog en mijn MLI-blog. Ik vind dat hoort bij lerende professional. En ik blijf vinden dat ik mijn blogs meer zou moeten kunnen inzetten in mijn formeel leerproces, maar dat past (nog) niet in de rubrics. Jammer.
Judith





