Auteursarchief: Judith van Hooijdonk
Big Data, het nieuwe goud
Hi Marcel,
Collega Harry tipte me over de Zembla-uitzendingen over datahandelaren. Het betreft 2 uitzendingen over Big Data. Heb je ze gezien?
De 1e documentaire gaat over hoe databrokers met behulp van geavanceerde ‘trackers’, die zonder we dat merken, alles vastleggen wat we doen op onze laptop, tablet of smartphone. Al onze clicks worden geregistreerd. En wat natuurlijk het meest kwalijk is, verhandeld en doorverkocht. Zonder dat we het in de gaten hebben wordt op basis van ons zoekgedrag en een complete online profiel van ons samengesteld.
Ik weet natuurlijk wel dat als ik een vakantie wil boeken in Frankrijk, dat daarna op elke willekeurige site waarop ik kom allerlei vakantieaanbiedingen voorgeschoteld krijg. Maar dat op basis van mijn clickgedrag ook allerlei medische informatie over mij opgeslagen is, vond ik wel shocking. De 2e documentaire gaat vooral over data uit gezondheidsapps.
We vinden het zo leuk om al die stappen die we zetten te registreren. Via mijn UP wordt mijn slaapritme gemonitord en mijn hartslag. Ik kan mijn calorieën bijhouden. In de voorwaarden staat vast dat ze mijn persoonsgegevens mogen opslaan en gebruiken (lees doorverkopen). Maar ik lees ze nooit. Jij? En ach, hoe boeiend is dat ook? Maar na het zien van deze documentaires denk ik hier toch iets anders over.
Ik zou je willen vragen vooral de 2e documentaire eens te bekijken. Ik moest namelijk denken aan het project SchOuders voor elkaar waar jij bij betrokken bent. Op dit online platform willen jullie met behulp van slimme technieken informatie verzamelen en filteren voor ouders van kinderen met een beperking. Ik weet niet welke slimme technieken dat zullen zijn, maar als ik in de Zembla documentaire hoor dat met (dacht ik onschuldige plugins als) Sharethis en Addthis via trackers geprofileerd wordt, om die data vervolgens voor marketingdoeleinden (via Amerika want daar is de wet op de bescherming persoonsgegevens wat minder streng) maar wellicht ook aan zorgverzekeraars worden verkocht ….
Big Data is Big Business. Ik ben benieuwd hoe Stan van Hoesel (met zijn eigen wikipagina!) die de beoogd Lector Data Science van jouw Faculteit ICT is, hierover denkt. Hoe kunnen wij ons beschermen? Hoe kunnen jullie de ouders van het online platform ‘SchOuders voor elkaar’ hier tegen beschermen?
In het bijbehorend online magazine wordt geadviseerd de Ublock dat gratis is en niet verbonden aan een commerciële partij te installeren. Dat ik maar meteen gedaan. Better safe than sorry.
Groet,
Judith
The 5 R’s of Trustworthiness [video]
Goedemorgen Marcel,
In mijn mailbox vanmorgen een linkje naar dit korte filmpje. Kiko Suarez vertelt precies waar het bij relaties om draait: vertrouwen! Hij zegt dat Trust[worthiness] draait om:
T = Reputation x Relationships x Results x Real x Respect
If any of the R’s is ZERO, T is ZERO
True!
Nadat ik dit bekeken had, heb ik hem even ‘gegoogled’ en ontdekte een inspirerende TEDtalk van hem (herken je het plaatje? 🙂 )
Dus als je nog zo’n 11 minuten hebt, kijk dan even naar zijn verhaal om meer vanuit ‘wijsheid’ te leven en te zijn.
Have a wise day 🙂
Judith
Spinnenweb #onderwijsontwerpen
Gebaseerd op: Jan van den Akker Curriculum perspectives: an introduction
Zie ook het boek Leerplan in Ontwikkeling (uitgave van Stichting LeerplanOntwikkeling)
Hallo Marcel,
Onderwijs ontwerpen speelt zich op verschillende niveaus af. Het ontwerpen kan zich beperken tot het ontwerpen van een les tot een heel curriculum. Van den Akker benoemt niveaus van Supra (internationaal) naar Macro (nationaal), Meso (school/opleiding), Micro (groep) tot Nano (individu). Dat de ‘hogere’ niveaus de ‘lagere’ kunnen (verplichtend) kunnen beïnvloeden is duidelijk.
De kern van een curriculum zijn de doelen en inhouden van het leren.
Van den Akker gebruikt hiervoor de metafoor van het spinnenweb.

In het spinnenweb staat de onderwijsvisie centraal, het is de verbindende schakel. De overige onderdelen van het curriculum zijn: tijd, toetsing, leerdoelen, leerinhoud, leeractiviteiten, rol van de docent, leermaterialen, groeperingsvorm en leeromgeving, deze zijn verbonden met die visie. Idealiter zijn ze ook met elkaar verbonden, zodat er sprake is van consistentie en samenhang.
De metafoor van het spinnenweb onderstreept volgens Van den Akker het kwetsbare karakter van een curriculum.
Spinnenwebben zijn weliswaar enigszins flexibel maar dreigen toch te scheuren als er te hard en eenzijdig aan bepaalde draden getrokken wordt zonder dat de andere draden meebewegen.
Als je dus één element van het curriculum verandert, heeft dit direct gevolgen voor andere elementen binnen het curriculum.
Mijn herontwerp voor mijn masterstudie betrof een onderdeel van het curriculum van jouw faculteit. Ik heb het curriculum van de faculteit ICT twee jaar geleden geanalyseerd volgens Van den Akker en uitgesplitst naar intended (beoogd), implemented (uitgevoerd) en attained (bereikt) curriculum. En misschien moeten we ook de kracht van het hidden (verborgen) curriculum volgens Helen Keegan niet verwaarlozen 🙂
Voor dit herontwerp heb ik al de onderdelen van het Spinnenweb van Van den Akker ingevuld en gevisualiseerd in de vorm van een ketting. Een spinnenweb is een prachtig sieraad. In het spinnenweb zijn alle onderdelen van het curriculum benoemd, het geheel hangt aan de ketting: de omgeving. De omgeving is de overheid, het werkveld en de regio die mede bepalen hoe het curriculum vorm moet krijgen.
“every chain is as strong as its weakest link”
Ik vraag me af of deze stappen tijdens de curriculumherzieningstrajecten niet te vaak worden overgeslagen. Tijdens de processen waar ik nu bij al bij betrokken ben, ervaar ik al dat het
- belangrijk is om te ontwerpen vanuit een visie; is deze niet geformuleerd dan ontspint er geen web.
- belangrijk is om bij het ontwerpen van een leereenheid (een blok of module) de organisatorische kaders van de opleiding duidelijk moeten zijn. Is één van deze draden van het web niet gesponnen, dan gaat het scheuren.
Let’s web!
Judith
Dit blog is gebaseerd op diverse blogs van mijn Joule4Jou studieblog, oa op het blogbericht ‘every chain is as strong as its weakest link’.
Proces #onderwijsontwerpen
Ja, Marcel … dan ben je klaar met je masteropleiding en dan ga je bij jezelf te raden …. waar liggen mijn krachten? waar word ik blij van? waar is mijn plek?
Ten behoeve van mijn functioneringsgesprek heb ik onderstaande mindmap gemaakt. Ik heb in kaart gebracht waar ik mee bezig ben (geweest). Mijn kracht is het online delen, daar kan ik wel dagen mee vullen, maar toch …. 🙂 Ik wil ook graag samen met docenten werken aan hun competenties voor leren en lesgeven met ict. Maar ook samen met hen onderwijs ontwerpen. Ik heb het idee dat ik het allemaal kan combineren in de vorm van Learning Design Teams. Zo ver is het nog niet. De bloemenzaadjes zijn inmiddels wel rondgestrooid 🙂

Zo hier en daar heb ik gedropt wat ik graag wil doen en wat ik zou kunnen betekenen. Inmiddels heb ik al wat afspraken gemaakt en ben ik betrokken bij curriculumontwikkelingstrajecten, zowel voor het reguliere onderwijs als deeltijd. Een gezamenlijke zoektocht in de wondere wereld van onderwijs ontwerpen.
Het ontwerpproces blijkt sterk afhankelijk te zijn van de opvattingen van de ontwerper en de vragen die deze zich stelt.
Het is een lastig proces om met vele mensen onderwijs te ontwerpen. Docenten hebben immers ook verschillende leervoorkeuren. De benadering die de ontwerper kiest, weerspiegt zijn opvatting over leren. Het wordt min of meer problematisch als er tegenstrijdige opvattingen over leren in zo’n team zijn, of tegenstrijdig aan het ontwerpmodel zoals voorgeschreven. Daarom zou ik een multidisiplinair ontwerpteam (het Learning Design Team 🙂 ) inzetten, bestaande uit een instructional media designer, een informatiespecialist, een onderwijsdeskundige die samen met het docententeam het onderwijs vorm geeft. Dit waarborgt beter de beoogde integrale benadering.
Er zijn zoveel ontwerpbenaderingen. Een systematische benadering wordt veelvuldig gebruikt en maakt het ontwerp planbaar. De Tyler Rationale is een bekend ontwerptechniek, waarbij de volgende 4 vragen gesteld worden:
- welke doelen wil je bereiken?
- welke leerervaringen kunnen we aanbieden om de beoogde doelen te realiseren?
- hoe kun je deze leerervaringen efficiënt organiseren?
- hoe kun je vaststellen of de beoogde doelen ook daadwerkelijk bereikt zijn?
Josep Kessels benoemt in het epiloog van Het Ontwerpboek met al zijn ervaring over onderwijsontwerpen het belang van sociale en communicatieve aspect van het samen ontwerpen, de zgn relationele ontwerpbenadering.
De succesvolle ontwerper van leertrajecten is waarschijnlijk niet de ambachtelijke uitvoerder van vragen naar opleidingsprogramma’s. Het zijn juist de intrigerende, urgente vraagstukken die om een onconventionele oplossing vragen waarin de ontwerper excelleert. Vakmanschap, waarbij de ontwerper een systematische en relationele benadering integreert, is daarbij een voorwaarde.
Het bijzondere van de vernieuwingsaanpak zit in de stijl om gedurfde keuzes te maken, geïnspireerd door tegendraadse vakgenoten uit andere disciplines, en aangewakkerd door een energieke nieuwsgierigheid naar niet voor de hand liggende oplossingen. Opleidingskundig ontwerpen is een spannend avontuur, zodra je plezier kunt beleven aan het realiseren van wat schijnbaar onmogelijk leek.
Tijdens mijn masterstudie heb ik wel enige ontwerpkennis eigen gemaakt. Dat, aangevuld met wat ik doe en leer, wil ik mijn kennis ook op ons blog delen (#onderwijsontwerpen). Jij bent op betrokken bij Zuyd Academy. Je hebt je mede projectleiders al geattendeerd op ons blog. Misschien kan je hen ook op deze nieuwe blogreeks wijzen? De eerste bijdrage zal gaan over het Spinnenweb van Van den Akker. Ik zag het bekende plaatje namelijk op de powerpoint van onze lector Marcel van der Klink, die hij gebruikte bij zijn presentatie tijdens de kick-off van Zuyd Academy.
Groet,
Judith






