Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

Serious games en blended leren. Onderzoek naar effecten op prestaties en motivatie in het medisch onderwijs.

Ha Marcel,

Via het blog van Wilfred Rubens (wat schrijft die man toch veel bruikbare en interessante blogberichten 🙂 ) werd ik geattendeerd op een proefschrift van Mary Dankbaar: Serious Games and Blended Learning: Effects on performance and motivation in medical education (download hier PDF of  hier ePub voor op je tablet). Twee interessante onderwijsthema’s. Ik heb het proefschrift (nog) niet bestudeerd maar even de samenvatting gelezen.

Uit de samenvatting van het proefschrift:

BLSGHet eerste doel van dit proefschrift was te onderzoeken of een blended onderwijsopzet net zo effectief is als klassikaal onderwijs voor kennisontwikkeling. Voor kennisverwerving is een blended opzet net zo effectief als een klassikale opzet. Een blended opzet biedt daarnaast meer flexibiliteit in tijd en plaats, betere mogelijkheden voor aansluiting aan het kennisniveau van de cursisten en maakt een groter bereik mogelijk. In postinitieel onderwijs kan hiermee tevens een aanzienlijke kostenreductie worden gerealiseerd. Voor de online component kan een variëteit aan effectieve didactische methoden worden gebruikt, zoals: informatie met oefeningen en feedback, demonstratie video’s, interactieve casuïstiek. Bij het ontwerpen van blended leren is de studiebelasting van cursisten een belangrijke overweging. Daarnaast is een goede borging van de voorbereiding door cursisten een kritische succesfactor. Theorieën over multimedia leren vormen een goede basis voor verder onderzoek.

Het tweede doel van dit proefschrift was de effectiviteit van en kritische ontwerpkenmerken bij serious games te onderzoeken voor de ontwikkeling van leerprestaties en motivatie. Voor de beoordeling van complexe vaardigheden acute zorg zijn checklists minder valide dan meer globale beoordelingsinstrumenten, zoals competentielijsten. Een serious game met realistische, interactieve patiëntcasuïstiek leidt bij aios tot betere complexe cognitieve vaardigheden, ondanks een beperkte zelfstudietijd. Alhoewel deze game voor onervaren studenten motiverend is en hen aanzet tot langer studeren, verbeteren hun cognitieve vaardigheden niet, in vergelijking met wat zij leren van een instructieve e-module. Deze gecombineerde resultaten duiden op een ‘expertise reversal effect’ tussen kennisniveau van de cursist (aios vs. student) en het instructieformat (game vs. e-module). Serious games, met hun mogelijkheid flexibel te oefenen met gesimuleerde taken, zijn vaak motiverend maar leiden niet altijd tot verbeterde leerprestaties. Een hoge natuurgetrouwheid van taken stimuleert motivatie (en mentale inspanning) nog extra, maar kan cognitieve overbelasting veroorzaken en bij onervaren studenten het leren belemmeren. Bij het ontwerpen van games kan de complexiteit voor de cursist worden beperkt door het aanbieden van begeleiding (uitgewerkte voorbeelden, tips) en het geleidelijk opvoeren van de moeilijkheidsgraad en natuurgetrouwheid van leertaken, met een variëteit aan problemen. Het motiverende karakter van games lijkt vooral samen te hangen met een uitdagende leeromgeving, betekenisvolle taken en controle door de cursist, hetgeen een gevoel van autonomie creëert. Uitdagende taken die passen bij het competentieniveau van de cursist kunnen tijdens het leren leiden tot een ‘flow’-ervaring en optimaal leren. De ontwikkeling van een serious game vereist echter veel middelen. Voor de ontwikkeling van kennis is er weinig meerwaarde bij inzet van een game; andere educatieve formats zijn net zo goed in staat deze leerdoelen te realiseren tegen minder kosten.

Het spelen van serious games met realistische taken is vaak sterk motiverend voor cursisten, maar bevordert de leerprestaties niet noodzakelijkerwijs. Games kunnen het leren ondersteunen indien de complexiteit van de taken aansluit op het competentieniveau van de cursist. Meer ontwerpgericht onderzoek is nodig naar de effecten van taakcomplexiteit en didactische keuzes op de bevordering van leerprestaties en motivatie, voor minder en meer ervaren cursisten.

Inmiddels weet ik dat onderzoeken altijd bezien moet worden vanuit de context waarin zij hebben plaatsgevonden en dat je niet daar klakkeloos conclusies uit moet trekken. Mary Dankbaar concludeert dat de leerresultaten van een blended cursusopzet (2/3 klassikaal en 1/3 online zelfstudie) niet zoveel verschilden met die van de klassikale opzet (11 daagse nascholingscursus). Studenten waardeerden het oefenen op eigen tempo en niveau wel meer in het online gedeelte. Zij concludeerde dat bij postinitieel onderwijs het kan leiden tot een significante reductie van kosten, met behoud van leerprestaties. Interessant voor Zuyd Academy ;).
Ten aanzien van inzet van de serious game, zij gebruikte ABCDEsim, concludeerde zij dat games kunnen worden ingezet als een effectieve, motiverende voorbereiding op een klassikale cursus om klinische vaardigheden van aios te trainen. Het creëert autonomie en het leidt tot ‘flow’- ervaringen. Vooral de kosten die het ontwikkelen van een serious game met zich meebrengt is niet in verhouding tot verbetering van de vaardigheden, zegt zij. Dat het ontwikkelen van een goed online serious game ontzettend veel tijd en geld kost, is inmiddels wel bekend. Maar die game-elementen kunnen ook op een andere manier (hoeft niet per se  online) in het onderwijs toegepast worden. Dat kost minder maar bereik je wellicht wel die ‘flow’-ervaringen. Maar dat ga jij verder onderzoeken hè? 🙂
Trouwens, in hoofdstuk 7 wordt een raamwerk gepresenteerd om serious games voor de gezondheidszorg en medisch onderwijs systematisch te evalueren. Dit raamwerk biedt een set van gestandaardiseerde criteria om de rationele van een game (o.a. doelen en doelgroepen), de inhoud en didactische functionaliteit (o.a. de relatie tussen de leerdoelen, gamedoelen en scoringsparameters), de effectiviteit (o.a. de voorspellende validiteit van game resultaten naar resultaten buiten de game), en dataveiligheid (data-eigenaarschap) te evalueren. Misschien dat dit raamwerk jou nog behulpzaam kan zijn.

Kortom een interessant lezenswaardig promotieonderzoek voor jou.

Groet,
Judith

Wat is het doel van onderwijs?

Dag Marcel

De documentaire ‘Wat is het doel van onderwijs?’ is onlangs verkozen tot onderwijsfilm van 2015. Van een simpele tweet is deze film tot stand gekomen. Mooi toch?

Via de website van Operation Education:
Gert Biesta en Claire Boonstra bieden de context, vanuit wetenschappelijk oogpunt en vanuit het belang voor de samenleving, voor de mensheid. Jelmer Evers geeft zijn visie als docent en ook Arnold Jonk en Jan Rotmans komen voorbij. Afgewisseld met inspirerende en verrassende quotes van een grote variatie aan Nederlanders, die vanuit hun hart antwoord geven op het waarom van onderwijs.

Zie ook het gelijknamig boek en verder de website watishetdoelvanonderwijs.nl.

Tsja wat is het doel van onderwijs? Wat is goed onderwijs? We praten en praten. Paul Schnabel van Onderwijs 2032 is vorige week in Limburg geweest en heeft met bestuurders gesproken. Heb jij daar nog iets over gehoord? Vrijdag gaan onze bestuurders van Zuyd praten over de strategische agenda van minister Bussemaker. Belangrijk ook. Vanwege mijn betrokkenheid bij het visietraject op de Digitale Leer- en Werkomgeving van Zuyd praten we ook veel over het doel van onderwijs. En vroegen we aan velen in de organisatie wat ze nodig hebben aan ondersteuning. Uit vele onderzoeken is bekend dat docenten het belangrijkste ingrediënt is voor onderwijsvernieuwing. Daarom is *imho* een extra investering in aandacht, tijd en middelen voor docentprofessionalisering noodzakelijk om de ambities uit de strategische agenda te realiseren. Het gaat bij al die trendy begrippen zoals 21st century skills, blended learning en Bildung vooral om het toepassen en voorleven. Goed voorbeeld doet volgen. Mijn mening is dat Zuyd expliciet zich zou moeten profileren op ‘persoonsvorming’ vanwege haar missie “professionals ontwikkelen zich met Zuyd”. Ik vermoed dat naar de toekomst toe je als onderwijs alleen het verschil kunt maken op de persoonlijke contacten en beleving. Dat hierbij ook ict en learning communities een ondersteunende rol in kunnen spelen, lijkt me in de huidige samenleving voor de hand liggend.

Onze collega Hans Bremmers, docent HBO-V is een begenadigd amateur-fotograaf. Ik zie zijn foto’s altijd met veel plezier op mijn Facebook tijdlijn voorbij komen. Het afgelopen jaar is hij begonnen aan een serie Wonderland. In deze serie verwondert hij ons beeldend. Met zijn surrealistische foto’s en toepasselijke quotes zet hij ons aan het denken. Onlangs heeft hij ook enkele onderwijsquotes gebruikt bij zijn foto’s. Met toestemming van hem mag ik ze in ons blog gebruiken. Deze vond ik bij dit bericht wel een mooie toepasselijke 🙂

Groet, Judith

HansBremmers1

CC-BY-NC-ND Hans Bremmers

 

 

“The principle goal of education in the schools should be creating men and women who are capable of doing new things, not simply repeating what other generations have done; men and women who are creative, inventive and discoverers, who can be critical and verify, and not accept, everything they are offered.” ― Jean Piaget

 

 

 

 

 

Hoe scoren onderwijsinstellingen op Twitter?

OnderwijsTwitter

Hoi Marcel,

Net zoals vorig jaar heeft Coosto samen met Upsteam een onderzoek uitgevoerd naar alle tweets vanuit en naar onderwijsinstellingen (mbo, hbo,wo). Via Frankwatching is een samenvatting en interpretatie te lezen. Ik ben dan natuurlijk geïnteresseerd in de hbo-tweets en met name die van Zuyd. Als ik naar de scope van het onderzoek kijk, zie ik dat er 32 hogescholen bij dit onderzoek zijn betrokken. Dat zijn ze niet allemaal volgens de site van Vereniging Hogescholen, er missen er een stuk of 5. Helaas moet ik constateren dat Zuyd nergens in een top 10 – lijstje voorkomt. Niet wat betreft content maken, interactie of aantal volgers. Ook niet wat betreft verwerking en reactiesnelheid van vragen. Ook niet hoeveel er over Zuyd werd getwitterd, en dat kan natuurlijk positief of negatief zijn.

Algemene constatering van de onderzoeker is dat hbo-instellingen in alle opzichten beter scoren dan het jaar 2013/2014: ze maakten meer content, reageerden vaker en wisten meer reacties uit te lokken. Opvallend is wel dat onderwijsinstellingen niet altijd op het moment online zijn als de student dat ook is, terwijl men wel als reden opnoemt dan er wordt getwitterd omdat ze daar willen zijn waar de student is. Die is niet tussen 9 en 5 online actief, maar in de avonduren en in het weekend. De hogescholen kunnen ook leren van goede voorbeelden zoals het webcareteam van de NS.

Nu heb ik zelf meer het idee dat Zuyd Webcare meer actief is op Facebook dan op Twitter. Ook op dit platform wordt door Zuyd meer content gecreëerd dan dat er interactie plaats vindt. Terwijl imho de directe interactie met je doelgroep de kracht van de sociale media is. Dit onderzoek van Coosto richt zich alleen op de corporate twitteraccount. Gelukkig zijn er daarnaast nog veel meer Zuyd gerelateerde twitteraccounts actief, zie mijn Zuyd-lijstje 🙂

Toch blijf ik vinden dat elke organisatie, dus Zuyd ook, op elk social mediakanaal actief zou moeten zijn. Ik word hierbij ondersteund door de uses & gratification theorie. Deze theorie gaat het er niet om wat media doen met mensen maar wat mensen doen met media. Mensen bepalen welke mediabronnen het beste aan hun individuele wensen en behoeften voldoen. Dat betekent dus dat je als organisatie actief moet zijn op diverse/alle (sociale) media kanalen, zelfs whatsapp! Ook hiervoor geldt hetgeen zoals ik tijdens een interview met Ankie 4 jaar geleden met Editie Zuyd al zei: negeren is geen optie.

Judith

Social learning & MLI

Had je gezien Marcel dat dé 😉  Wilfred Rubens op zijn blog over mijn artikel Social learning, mogelijkheden voor de MLI heeft geschreven. Wat een eer! Leuk hoor. Goed ook dat hij terecht enkele kritische opmerkingen plaatst. Zo leer ik weer sociaal 🙂

Wilfred vond dat wij de belangrijke punten bij social learning zoals openheid, proactieve houding en benutten van je netwerk nader uit hadden kunnen werken. Dit zijn inderdaad ook belangrijke punten waar aandacht aan kan worden besteed bij een Master Leren en Innoveren. Zoals ik in mijn blog over de VUCA world Maria Conner al citeerde:

Social learning is not just the technology of social media, although it makes use of it. It is not merely the ability to express yourself in a group of opt-in friends. Social learning combines social media tools with a shift in the corporate culture, a shift that encourages ongoing knowledge transfer and connects people in ways that make learning a joy.

Maar je maakt keuzes in je artikel. Ik wilde ze toch benoemd hebben, daarom kort in de ‘bespiegelingen’:)
En ja sommige termen had ik beter kunnen toelichten, Maar er komt nog een vervolg! Mijn studiemaatje en carpoolmaatje van het reflectiebusje Myriam Lamerichs heeft haar publicabel artikel geschreven over haar MLI-onderzoek over ervaringen van hbo-docenten met informeel leren. Haar artikel Informeel leren op maat triggerde mij. Ik heb haar uitgedaagd voor een blogbattle. Die heeft ze geaccepteerd. Die ‘woordenstrijd’ wordt nog gevoerd.

Via een tweet van Daniëlle vernam ik dat mijn begeleidster Petra toch echt aan de slag gaat met social learning. Super leuk. Ik ga binnenkort weer eens met haar koffie drinken, dan hoor ik wel meer van haar plannen.

TweetDQ

gegroet,
Judith

Wie sponsort mij? #MOFITmarathon #SR15 @SR15Heerlen

MOFITmarathon

Ha Marcel,

Het is nu aftellen … nog 27 dagen en dan worden Giel, Domien en Paul 7 dagen opgesloten in het Glazen Huis op het Pancratiusplein in Heerlen. Dit jaar gaan we geld inzamelen voor jongeren uit conflict- en oorlogsgebieden. Een heel actueel thema. Scholing is een krachtig wapen in de strijd tegen radicalisering van onze samenleving.

En ik kom ook in actie, al bewegend op muziek! Mijn MOFIT trainster Katja heeft de gymzaal van het Sintermeertencollege gehuurd en daar komen we zaterdag 19 december van 13.30 tot 16.00 in beweging. Op muziek! Dat wordt vast een prachtige selectie uit de Serious Request jukebox. Het is dan wel geen 24-uurs marathon 😉 maar we gaan ervoor! Samen met mijn dochter doe ik mee aan dit mooie initiatief. Die 400 euro die Katja als streefbedrag op de website van Serious Request genoemd heeft, lijkt me meer dan haalbaar. Toch?

Wil jij / jullie mij en Loes sponsoren?? 🙂

Je kunt mij geld geven dan stop ik het in de donatiebox. Maar je kunt ook doneren via de Serious Request pagina.

Ik kom in actie. Jij ook?
I like to move it move it : MOFIT!

Groet,
Judith