Mobile game Sea Hero Quest helps dementia research #gameforgood

Hi Marcel,

Gisteren ontving ik van mijn neefje in ‘d’nele familie’-app het berichtje “I helped dementia research by playing Sea Hero Quest. Join the quest to save the human brain at www.seaheroquest.com #gameforgood. Ik zou dit niet sturen als het spam was, zoek het ff op in de Playstore en lees het ff”. Getriggerd door de woorden playing en dementia ging ik op zoek in de Apple store (dat wel 😉 ) en googelde naar meer informatie.

In dit ontroerend filmpje laat de game story prachtig zien

Duik op de Sea Hero Quest website even onder om te de oproep te lezen om 2 minuten dit spel te spelen en zo onderzoekers te helpen in hun brain research naar Alzheimer. Of lees het bericht op de website van Alzheimer’s Research UK . Met enorme hoeveelheid data die het spelen van dit spel genereerd kunnen de onderzoekers  testen ontwikkelen om dementie in een vroeg stadium te diagnosticeren. Door iedereen te vragen een paar minuten door het 3D spel te navigeren help je ze hen blijkbaar enorm. Hoe het precies werkt weet ik niet, maar deze open source science steun ik van harte.

Available for Apple and Android phones and tablets, Sea Hero Quest is an innovative way of rising to our greatest medical challenge. Playing for just a couple of minutes provides what would normally take scientists hours to achieve in conventional study recruitment.
But you’ll want to play for more than a couple of minutes!

Jij speelt toch ook wel eventjes, hè? Het is zo nodig om meer over de ziekte Alzheimer en dementie te weten te komen.

Enne …. bedankt Floor voor je appje x
Judith

Lees meer via de BBC

Leertheoretische kenmerken bij training communicatieve vaardigheden #gastblog

Hi Marcel,

Vorige week zag ik een enthousiaste tweet van onze collega van de faculteit Social Work Didi Joppe (@ditoma3). Ze had een 8 voor haar artikel ‘Ontwerpen van leersituatie, theoretische kaders’! Geweldig! Ik vroeg natuurlijk meteen om een gastblogje 🙂 Zo’n artikel past natuurlijk wel in de serie #onderwijsontwerpen.

Didi volgt de master Onderwijswetenschappen van de Open Universiteit. Tijdens de laatste module moest ze de praktijksituatie, in dit geval een geobserveerde training communicatieve vaardigheden, koppelen aan de leertheorieën (behaviorisme, cognitivisme en constructivisme) en beschrijven in een artikel. Ze heeft het 4000 woorden tellend artikel voor dit blog teruggebracht tot onder de 1000!

Dank voor deze samenvatting en het delen van je bevindingen op ons blog, Didi!
Groet,
Judith

OUR 2bejammed GUEST: Didi Joppe

communication

CC-BY-NC Joan M. Mas

Inleiding

Het werken met mensen in bijzondere omstandigheden zoals binnen de schuldhulpverlening, jongeren met gedragsproblematiek en cliënten met een psychiatrische stoornis, vergt specialistische kennis en vaardigheden. Een Social Worker richt zich op het begeleiden, hulpverlenen en coachen van mensen in dit soort situaties (http://www.zuyd.nl/studeren/studieoverzicht/social-work). Het voeren van een professioneel gesprek met een cliënt is één van de vakgebieden op de opleiding Social Work van Zuyd Hogeschool in Sittard. Hiervoor is de leerlijn, ‘Communicatieve vaardigheden en methodiek generiek’ ontwikkeld voor de propedeutische fase.

De onderwijsvisie van Social Work is gebaseerd op het sociaal-constructivisme. De lerende construeert kennis om de eigen ervaringen te begrijpen en op basis hiervan een eigen interpretatie van de wereld op te bouwen (Driscoll, 2014; Ertmer & Newby, 1993). Gedrag is situationeel gedetermineerd en het is essentieel om kennis te verankeren in de situatie waarin de lerende het moet gebruiken (Ertmer & Newby, 1993). In de opleiding krijgen deze uitgangspunten vorm door te werken met praktijkgerichte casuïstiek in oplopende moeilijkheidsgraad. Het moduul bereidt de student voor op het het voeren van een simulatiegesprek met een antagonist in de rol van burger, waarin hij zijn luister- en gespreksvaardigheden moet demonstreren. Het doel van dit moduul is te kenmerken als behavioristisch gericht, namelijk het aanleren van gewenst en observeerbaar gedrag. Dit is in tegenspraak met de sociaal-constructivistische onderwijsvisie. Dit leidt tot de onderzoeksvraag: Welke uitgangspunten van leertheorieën (behaviorisme, cognitivisme en sociaal-constructivisme) zijn te herkennen tijdens een 1,5 uur durende training sociale-en communicatieve vaardigheden voor eerstejaarsstudenten van de opleiding Social Work van Zuyd Hogeschool in Sittard?

Resultaten

Na de observatie zijn eerst alle instructiekenmerken uitgewerkt en gekoppeld aan de verzamelde data. Instructiekenmerken zijn onder meer doelstellingen van het moduul, didactische werkvorm, leerstof, organisatievorm en context. De onderzoeksvraag was echter gericht welke leertheoretische kenmerken te herkennen zijn.

Behaviorisme

Vaak wordt gewenst gedrag door een lerende niet spontaan vertoond (Valcke, 2010) en heeft de lerende hints nodig (Burton, Moore & Magliaro, 2004; Driscoll, 2014). De bekrachtiging op een respons is van groot belang (Driscoll, 2014; Roessger, 2012), een positieve bekrachtiger, zoals “goed gedaan” zorgt voor versterking en herhaling van gewenst gedrag. In de onderwijsgroep is ruimte om te experimenteren met gedrag, een aanname van het radicaal behaviorisme waar experiment en observatie een cruciale rol spelen in het ontwikkelen van functioneel gedrag (Driscoll, 2014; Roessger, 2012). Studenten oefenen met casuïstiek en proberen op verschillende manieren wat het beste werkt. Op deze manier leren de studenten eenzelfde respons te geven op gelijksoortige stimuli, bekend als generalisatie (Brysbaert, 2006; Burton et al., 2004).

Cognitivisme

Het leren van procedurele kennis, zoals een hulpverlenend gesprek, vergt investering van tijd en energie. Kennis compileren en omzetten is een langdurig proces. Hierin doorloopt de lerende een aantal fasen van beginner naar gevorderde (Winn, 2004). De student heeft in deze fase van de opleiding al enige voorkennis, maar tegelijkertijd zijn de inhoudelijke eisen verhoogd. In dit OLP moet de student méér verschillende vaardigheden integreren bouwend op eerder geleerde vaardigheden. Zo is elke fase voorwaardelijke voor de fase erna (Wong & Kang, 2012) en groeit de student van novice naar advanced beginner (Winn, 2004).

Constructivisme

Door verschillende rollen aan te nemen tijdens het oefenen maakt de student kennis met verschillende perspectieven. Er is sprake van verschillende representatievormen (Ertmer & Newyby, 1993) in een sociale context waarbij hij eigenaarschap neemt over zijn eigen leerproces (Asal & Kratoville, 2013). Door verschillende en authentieke casuïstiek aan te bieden kan de student experimenteren met gedrag. Fouten maken mag en leidt tot meer inzicht. Op deze manier doet de lerende nieuwe en situatie specifieke inzichten op (Duffy & Cunningham, 1996; Ertmer & Newby, 1993). De oplopende moeilijkheidsgraad van de casuïstiek daagt de student uit gedrag te laten zien die hij nog niet beheerst, het leerprincipe ‘de zone van de naaste ontwikkeling’ (Vygotsky) (Driscoll, 2014).

Conclusie en discussie

In de training en in het moduleboek zijn alle drie de leertheorieën te herkennen. De leerstof bestaat uit authentieke casuïstiek. Tijdens de trainingen is er sprake van experimenteren, observeren en samenwerkend leren in subgroepen, allemaal kenmerken van (sociaal)-constructivistisch leren (Duffy & Cunningham, 1996; Valcke, 2010). Door te oefenen met verschillende casuïstiek treedt er generalisatie op. Met hints of discriminatieve stimuli lokt men gewenst gedrag uit. Dit zijn behavioristische principes die het leerproces vormgeven (Burton et al., 2004; Driscoll, 2024). De cognitivistische leertheorie is te herkennen door de nadruk op structurering, organisatie en volgordelijk verwerken van informatie. De lerende heeft een actieve rol in zijn eigen leerproces. Er is sprake van mastery learning en het verwerven van procedurele kennis (Winn, 2004).

De opzet van het moduul en geobserveerde training is weliswaar constructivistisch, de doelstellingen van het moduul zijn gericht op observeerbaar gedrag en hiermee behavioristisch. Het is de vraag of de samenstelling van de subgroepen de beste organisatievorm is voor de student. In plaats van de studenten zélf de subgroep te laten samenstellen, zou het beter zijn om deze samen te stellen uit één novice en één advanced beginner. Op deze manier kan de novice via modeling leren van de advanced beginner. Dit soort samengestelde groepen heeft een positief effect op de motivatie en houding van de lerende (Hamilton & O’Hara, 2011).

Te stellen is dat het moduul ‘Communicatieve vaardigheden en methodiek generiek’ voor het grootste deel sociaal-constructivistisch is opgezet en hiermee recht doet aan de onderwijsvisie van de opleiding Social Work. De nadruk op samenwerkend leren en reflectie vraagt veel van de trainers. De vraag is in hoeverre zij bekend zijn met deze kenmerken en welke eisen dit stelt aan hen als trainer. Momenteel is er veel variatie tussen de trainers, er zijn zowel beginnende als ervaren trainers. Als de opleiding wil dat afgestudeerde studenten op het niveau van competence of proficiency (Winn, 2004) functioneren, moet op beleidsniveau vastgelegd over welke kennis en vaardigheden een trainer dient te beschikken.

Referentielijst [pdf]

Joppe, D. (2016). Leertheoretische kenmerken bij een moduul Communicatieve vaardigheden en methodiek generiek. Heerlen: Open Universiteit.

Reacties op dit artikel zijn welkom onder dit blog. Meer informatie over het onderzoek, mail naar: didi.joppe@zuyd.nl

Van angst naar vertrouwen. Van afrekencultuur naar lerende cultuur. Maar hoe?

Dag Marcel,

Enige tijd geleden ben ik tijdens een autorit naar Wiesbaden aan een blogpost over angst en vertrouwen. Het was me tot nu toe niet gelukt om het uit te werken. Nu neem ik de tijd om te delen over hetgeen dat me in die zaterdageditie van de NRC opviel:

Of ik toen las over de Panama papers, het referendum, de vluchtelingenproblematiek, de eindtoets of onderwijs #2032, je voelt de angst en het gebrek aan vertrouwen. Het bevestigt mijn umheimisch gevoel van de laatste maanden. De afrekencultuur viert hoogtij. Bas Heijne verwoordde het treffend rondom de zwijgcontracten in de gezondheidszorg.

Het is een heilloze spiraal – de verdoezelaars hekelen de agressieve afrekencultuur; de kwade burger verafschuwt de groeiende afdekcultuur, met het zwijgcontract als ultiem symbool. Naarmate de roep om meer transparantie harder klinkt, en alle menselijke verhoudingen en handelingen in statistieken, in cijfers en tabellen worden uitgedrukt, groeit de verleiding om die feiten naar je hand te zetten, of ze weg te moffelen.
Hoe doorbreek je dat? Door de totale transparantie af te dwingen, door alles en iedereen constant te monitoren en te evalueren? Maar juist die houding schept een klimaat van hardnekkige achterdocht en duikgedrag. Zoals iemand tijdens een van die bijeenkomsten van de week opmerkte: omdat men onder een vergrootglas ligt, gaat men zich verschuilen in procedures, dan kan je immers nergens op afgerekend worden. Dan krijg je geen vertrouwen, maar angst.
Je zou willen dat het als een kwestie van moreel besef wordt gezien – het ziekenhuis dat inziet dat een ernstige medische fout niet per contract „geregeld” kan worden. En een samenleving die accepteert dat niet ieder incident een teken aan de wand hoeft te zijn, dat nog meer controle en transparantie het vertrouwen eerder nog verder ondermijnt dan versterkt.
Maar juist het gebrek aan moreel besef wordt door iedereen gelaakt – bij de ander.

Is dat zo? Ondermijnt transparantie het vertrouwen? Ik vraag het me af. Je weet dat openheid voor mij een belangrijk thema is. Als je uitlegt waarom je iets doet, dat kan transparantie toch alleen maar bijdrage aan vertrouwen? Overal gaat wel eens wat mis. Als je maar eerlijk bent, enige zelfkritiek of reflecterend vermogen is voor iedereen, voor iedere instelling in welke situatie dan ook wel wenselijk.

Het lijkt wel of we elke risico in het leven willen vermijden. We willen op safe spelen. Er lijkt op alle niveau’s zo’n angst om iets niet te goed te doen, om afgerekend te worden. Om publieke aan de schandpaal te worden genageld (en door de sociale media is de impact enorm). Daarom wordt overal steeds meer ingezet op toezicht, op het meten en bijhouden van resultaten. Zo ontstaan ranglijstjes van beste ziekenhuizen, van beste scholen, van … Als zorginstelling wil je geen negatieve publiciteit daarom stel je zwijgcontracten op. Als onderwijsinstelling worden van het ministerie hoge studierendementen verwacht, dat als resultaat heeft dat goed aan de poort geselecteerd wordt. Want we willen wel goed scoren in de keuzegids, op de NSE.

Controle houden door te vertrouwen op cijfers, angst voor het dreigende en onbekende het lijkt een maatschappelijke sluipmoordenaar die ons verlamt. Terwijl ik daar tegenover zoveel inspirerende verhalen hoor over hoe we in verbinding en vertrouwen samen zoveel meer kunnen bereiken. Hebben de Myriam Lieskamp‘s, Melvin Redeker‘s, Boonstra‘s, de Filip Dochy’s en de vele vele anderen het dan zo mis? Ik geloof het niet.

verbeter-de-wereld-en-begin-bij-jezelf

Kijk, de wereld kan ik niet verbeteren. Zelfs Nederland of het Nederlandse onderwijs is een brug te ver voor me 🙂 . In mijn werk heb ik ook last van de afrekencultuur, maar ook hier is mijn cirkel van invloed beperkt 🙂 Ik heb hierover al vaker geblogd. Als ik tegen die muur van angst en wantrouwen aanloop, probeer ik het te benoemen, probeer ik te handelen vanuit mij eigen waarde en normen van open communiceren en kennis blijven delen: practice what you preach. Maar o wat vind ik dat bij tijd en wijle lastig.

En in al die angst voor het onbekende en onzekerheid heb ik het gevoel dat we steeds minder naar elkaar luisteren. Ik hoop dat in plaats van discussies met polariserende standpunten we weer eens in dialoog gaan met elkaar. Dat we luisteren en leren van andersdenkenden, van andermans kennis, ideeën en oplossingen. Dat het ‘mij’ – ‘zij’ houding ombuigt naar ‘wij’. Op zoek naar gemeenschappelijkheid. We kunnen zoveel meer samen bereiken. Die dialoog dient volgens mij ook bij Zuyd te worden gevoerd. Laten we elkaar die trage vragen maar eens gaan stellen.

Judith

Bouwstenen voor High Impact Learning that Lasts #onderwijsontwerpen

HILLboekDoor Tons Fleuren was ik 25 april uitgenodigd voor de miniconferentie rondom de publicatie High Impact Learning van Filip Dochy. Deze middag was georganiseerd door de Dienst Onderwijs en Onderzoek van Fontys samen met de faculteit Pedagogiek. Voor mij een mooie kans (dankje @tunske) om Filip Dochy aan het woord te horen over het leren van de toekomst in onderwijs en organisaties volgens het
HILL-model: High Impact Learning that Last.

Hoewel hij bepleit dat colleges niet langer dan 25 minuten horen te zijn, vond ik het geen straf om anderhalf uur naar hem te luisteren. De “oneliners die hij de zaal in katapulteerde”, zoals Daniëlle op haar blog schreef, waren in ieder geval ‘evidence based’ 🙂  Van zijn presentatie moesten we 2 dingen goed onthouden, zei hij bij aanvang:

1. we geven te veel les (Lectures Aren’t Just Boring, They’re Ineffective, Too, Study Finds | By Aleszu Bajak)

2. we geven veel en veel te weinig positieve feedback

Zijn sheets waren vol en was niet bij te ‘pennen’. Ik heb me maar beperkt tot twitteren, dat werd ook flink gestimuleerd #hillfontys (we werden zelfs trending 😉 ). Bij aanvang hadden we zijn boekje ontvangen, ik kon alles daarin alles nog eens lezen). En delen is het nieuwe leren, volgens Dochy. Echter dat leverde me wel de onderstaande opmerking van één van de aanwezigen op:

Uit het wetenschappelijk onderzoek van de afgelopen tien jaar blijkt dat bij opleidingen bij organisaties en in het onderwijs dezelfde vraagstukken hebben. Beide werelden kunnen van elkaar leren (boundary crossing 🙂 ), schrijft Dochy in zijn voorwoord van het boekje Bouwstenen voor High Impact Learning dat hij samen met Inneke Berghmans, Anne-Katrien Koenen en Mien Segers heeft geschreven. Op basis van diverse onderzoeksprojecten wordt een visie / concept op opleiden in organisaties als in onderwijs geformuleerd: High Impact Learning that Lasts (HILL). Het model bestaat uit zeven bouwstenen.HILL

Opleiden is complex, dat weten we. Wat helpt om onze opleiding zo op te bouwen dat studenten gemotiveerd zijn en gestimuleerd worden tot leren. Hoe komen we tot een ‘joy of learning’? Leren is toch leuk? Of hoort in ieder geval leuk te zijn! Voor alle studenten van onze bachelorprogramma’s, de Zuyd Professional studenten, voor docenten en medewerkers van Zuyd. Lang leven leren 🙂

Onderzoek heeft uitgewezen dat onderstaande bouwstenen het verschil maken.

  1. Bouwsteen: urgentie, hiaat & probleem
    Sense of urgency’: vertrekken vanuit een uitdaging (iets dat je wilt weten of oplossen). ‘Just-in-time‘ leren of het geleerde meteen kunnen inzetten zijn de triggers die de lerende prikkelen.
  2. Bouwsteen: zelfmanagement & learner agency
    De lerende stuurt en bepaalt zelf wat en hoe hij doet en leert. Dat betekent kunnen reflecteren en het tijdig kunnen bijsturen als een situatie erom vraag. Self-efficacy is de sterkst voorspellende variabele van studieprestaties, feedback is hierbij belangrijk.
  3. Bouwsteen: coöperatie, interactie & coaching
    Leren vindt plaats in een netwerk met sociale interacties. Peer Learning, collaboratief leren en teamleren (zo’n 6-7 studenten in een team/groep is het meest effectief). Om echt te te kunnen leren in een team zijn psychologische veiligheid en interdependentie (gedeelde verantwoordelijkheid voor de resultaten) voorwaardelijk.
  4. Bouwsteen: hybride leren
    Een integratie van online en face-to-face leren, met een weldoordachte variatie van asynchrone en synchrone activiteiten, individueel en in team verband, verschillende werkvormen, leeractiviteiten etc.etc., ofwel Blended Learning. Hoewel het niet is aangetoond dat het gebruik van informatietechnologie leidt tot effectiever onderwijs biedt het wel meer variatie.‘Variation is the key of learning’ (F. Marton)
  5. Bouwsteen: actie & kennisdeling
    Leren in actie is just-in-time en vindt plaats in authentieke situaties. Het impliceert veelal interactie tussen individuen in een groep of tussen groepen en een informatie- of kennisuitwisseling die wederkerig is.
  6. Bouwsteen: flexibele leerruimte
    Deze bouwsteen vereist een open mindset zodat leren ook spontaan ontstaat, informeel leren stimuleren door zelf informatie, hulp en feedback te laten zoeken.
  7. Bouwsteen: Assessment as Learning & Assessment for Learning
    Assessment (geen toetsing) horen onderdeel van het leerproces te zijn. Het is nu hordelopen in de toetswereld, studenten hoppen van toets naar toets. Deze summatieve beoordelingen leveren veel stressmomenten ipv leermomenten

Al deze bouwstenen zijn wetenschappelijk onderbouwd. De onderzoeken zijn opgenomen in de uitgebreide literatuurlijst.
Zie ook dit essay van Filip Dochy waarin in het kort ongeveer dezelfde toelichting te lezen is.

Voor de HILL-aanpak voor de toekomst betekent dat minimaal 3 aspecten anders moeten:

  • de veranderende rol van de docent: van kennisoverdrager naar coach van leerprocessen
    Docenten die erin slagen als zelfsturend team de leeromgeving continu te (her)ontwerpen, motiveren ook hun studenten tot het nemen van eigen verantwoordelijkheid voor hun leerproces. Goed voorbeeld doet volgen.
  • een organisatie moet functioneren als een lerende organisatie
  • minder toezicht van overheden en inspectie
    Te veel controle veroorzaakt wantrouwen en geeft gelegenheid tot het afschuiven van verantwoordelijkheden. Geef de professional eigen verantwoordelijkheid.

Tot slot eindigt het boek met het geheim achter het succesvol opleiden voor de toekomst. Belangrijk hierbij: “teamwork vanuit een gedeelde visie in het hele team, continu leren van collega’s, delen van informatie en ‘mirroring’, continue feedback aan en tussen lerende,  vertrouwen in de potentie en ontwikkelkansen van de lerende, een mensgerichte aanpak”.

Of we het nu hebben over leren of samenwerken het draait toch altijd weer om vertrouwen en het open communiceren 🙂 .
Onderzoek bewijst het keer op keer!

Groet,
Judith

RE: De vierde industriële revolutie bij Zuyd

Ha Marcel,

Wederom was ik verrast door Zuyd. In het weekend sloeg ik de nieuwe Editie Zuyd open op het eerste hoofdartikel. Donkere wolken dreigend boven het artikel ‘De vierde industriële revolutie bij Zuyd’. Het onderwijs moet op de schop, lees ik verder. Wat er vervolgens allemaal door mijn hoofd schoot zal ik maar niet delen 🙂 . Als I-adviseur van Zuyd die zich bezighoudt met ict-innovaties in het onderwijs, didactisch en strategisch, had ik de behoefte inhoudelijk op het artikel te reageren. En niet door een mail naar de redactie te sturen, maar gewoon zoals dat in de huidige samenleving gebeurt: open en online 🙂 .

revolutie4

Door Christien Bok van SURF en collega Chris Kockelkoren, docent en icto-coördiator van faculteit ICT (en niet van heel Zuyd, zover ik weet 😉 ) worden de zeven belangrijkste gevolgen van de vierde industrieële revolutie voor het hbo op een rijtje gezet. Laat ik beginnen met op te merken dat ik blij ben dat ook Editie Zuyd aandacht besteed aan het thema ICT in het onderwijs.

Natuurlijk hebben Christien en Chris mooie uitdagingen voor het onderwijs toegelicht:

1. Onderwijs wordt maatwerk
2. De klas geflipt
3. Onderwijs wordt persoonlijk
4. Een Leven Lang Leren
5. De traditionele docent verdwijnt
6. Meer teamwork
7. Nauwe samenwerking met de regionale arbeidsmarkt

Echter, bovenstaande punten zijn volgens mij niet de gevolgen van de vierde industriële revolutie maar de ontwikkelingen van de huidige digitale revolutie (revolutie 3) waar we middenin zitten. Ik mis hierbij nog punten als social learning, online samenwerken, kenniscreatie die misschien wel impliciet bedoeld zijn maar niet expliciet zijn benoemd. Ik vind het de moeite waard om ze wel te benoemen. Ik ben er van overtuigd dat alleen door open (interprofessioneel | multi-disciplinair) samen te werken en kennis te delen, stappen vooruit gezet kunnen worden, richting die 4e industriële revolutie.

Hoewel niet in het artikel benoemd, is bij Zuyd, net zoals bij de andere hogescholen, ook een instellingsbreed innovatieprogramma en zijn er curriculumherzieningsprojecten in gang gezet. Inmiddels heeft het I-team op basis van de onderwijsvisie een visie op de Digitale Leer-en Werkomgeving van Zuyd geformuleerd. Inderdaad moet nog wel duidelijk worden met welke middelen en hoe het precies vormgegeven moet gaan worden. Daar zijn we wel hard aan bezig. Ik ben de eerste die toe zal geven dat we nog flinke stappen te zetten hebben.

Zijn de (terechte) uitdagingen zoals Christien en Chris die beschreven hebben de gevolgen van de vierde industriële revolutie?  In de inleiding van het artikel wordt robotisering, 3D printen, internet of things, big data opgesomd. Gaat de vierde industriële revolutie niet verder? Volgens World Economic Forum wordt dit gekenmerkt door samensmelting van het fysieke, digitale en biologische ….Het verandert ons mens. Het verandert onze relatie. Het verandert onze systemen. En wat heeft dat voor gevolgen voor het onderwijs?

(Bekijk ook de full version van The Fourth Industrial Revolution | World Economic Forum | 11:34 min)

Wat betekent dit voor het leren en werken? Dan moeten we nog wel wat stappen verder vooruit denken. Misschien richting 2030 zoals ik dat onlangs heb gedaan bij de MLI. Hebben tegen die tijd robots voor de klas, of heeft gewoon elke student een eigen robot? Misschien is ‘beam-me-up-scotty’ dan realiteit met holoportation. Gebruiken we virtual en augmented reality met de hololens. Of wellicht wordt ons brein met technologie geprikkeld om taken sneller en beter worden uitgevoerd. Of denken we hybrid met behulp van nanorobotjes die in ons brein zijn geïmplementeerd, en hebben we de beschikking over een cloud neocortex? Hebben we het dan nog wel over leren? Hebben we dan nog onderwijs? Ik weet het niet. Maar hier hebben we het over als we de impact van de vierde industriële revolutie voor het onderwijs, voor Zuyd willen bespreken. De kop van het artikel komt, volgens mij, niet overeen met de inhoud.

Dat we voor uitdagingen staan, is zeker. En dat zal inderdaad zoals aan het eind van het artikel staat een gezamenlijk proces van vallen en opstaan zijn. Ik ben van mening dat Bildung in dit hele proces belangrijk is. Samen en open in gesprek. Met onze studenten praten over onze (gedroomde) samenleving. Onze studenten, onze aankomende professionals, zijn immers de denkers, ontwikkelaars, leiders van de toekomst. We leiden ze hiervoor op. De grootste taak voor het huidige onderwijs is om samen na te denken over de waarden waar we voor staan, en onze studenten daar een goede bagage voor mee te geven.

Zijn de donkere wolken boven het artikel de interpretatie van de redactie voor hetgeen het onderwijs, dus ook Zuyd te wachten staat? Ik zie het niet zo somber in. Ik had liever een zonnetje met een smiley gezien. 🙂

SunSmiley

CC-BY-SA Amit Borade

Zonnige groeten,
Judith