Categorie archief: Open Education

Het belang van open online onderwijs

Ha Marcel,

Minister Bussemaker presenteerde deze week haar Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek. Ik zag op Twitter jouw vraag hierover.

Ik heb het origineel even gescand op urennorm. Er staat niets explicitet in behalve dan

Open Online Onderwijs, blended learning en ICT kunnen ook heel goed worden ingezet om studenten meer uit te dagen. Door studenten vooraf meer stof te laten bestuderen, via opdrachten, online toetsen, gamification, video’s, en MOOC’s, kan de beschikbare contacttijd anders en beter worden benut (flipping the classroom). Echter, ICT mag naar mijn mening nooit worden ingezet om het onderwijs te extensiveren; juist om minder docenten in te zetten.

Maar contacttijd kan toch ook online plaatsvinden? De minister maakt dit onderscheid niet. Of staat ergens in de wet omschreven dat contacttijd f2f moet plaatsvinden???

Uiteraard heeft OER-lector Robert Schuwer de voorgestelde maatregelen uit de strategische agenda gescand op open onderwijs 🙂 Hij licht deze 2 ambities uit het plan:

  • Nederlandse hogeronderwijsinstellingen blijven internationaal koploper op het vlak van de mogelijkheden van Open en Online Onderwijs. Nederland onderstreept deze ambitie tijdens het Europees voorzitterschap in 2016. Instellingen experimenteren met de mogelijkheden, en passen de lessen toe over de volle breedte van hun onderwijsaanbod. De middelen die beschikbaar komen met het studievoorschot maken het mogelijk de huidige stimuleringsmaatregel voor Open Online Hoger Onderwijs uit te breiden.
  • Alle docenten stellen in het ho in 2025 hun onderwijsmaterialen vrij beschikbaar zodat zij gebruik kunnen maken van elkaars digitale leermaterialen. Verkend wordt of en hoe een (inter)nationaal platform waarop onderwijsmateriaal gedeeld en bewerkt kan worden hieraan bijdraagt. Daarnaast worden instellingen opgeroepen om elkaars MOOC’s te erkennen.

Robert heeft in zijn lectorale rede de argumenten geformuleerd waarom instellingen met OER aan de slag gaan. Op zijn blog laat hij dat in een mooi overzicht zie hoe OER kunnen bijdragen aan verhoging van onderwijskwaliteit. Ik heb het hierover verkort weergegeven

  • Moreel argument: Leermateriaal met publiek geld betaald moet publiek beschikbaar komen; dit heeft niet zoveel effect op de kwaliteit.
  • Financieel argument: De gratis beschikbaarheid van OER haalt een financiële drempel voor toegang weg; heeft in Nederland een beperkte invloed op kwaliteit.
  • Efficiency argument: Hergebruiken van OER voorkomt uitvinden van wielen; dit heeft een grote invloed. OER dat wordt hergebruikt heeft zich al heeft bewezen in andere situaties. Door de open licentie kan materiaal worden aangepast en verbeterd waardoor een hogere kwaliteit leermaterialen ontstaat.
  • Interne communicatie argument: Het open publiceren van leermateriaal heeft potentieel grote invloed doordat transparant wordt welk leermateriaal faculteiten gebruikt kunnen onderwijsprogrammas’s beter op elkaar worden afgestemd.
  • Rendementsargument: Aankomende studenten krijgen een beter beeld van de studie; heeft volgens Robert een beperkte invold op kwaliteit van onderwijs.
  • Innovatie argument: OER publiceren en hergebruiken betekent zowel jouw kennis aan de wereld geven als kennis van elders binnenhalen in je onderwijs; heeft een grote invloed (Zou Khan academy ook zo’n invloed zou hebben gehad op de ontwikkeling van bv. de flipped classroom als de video’s niet open beschikbaar zouden zijn?).
  • Marketing en profilering: Door bestaande leermaterialen open te stellen bereikt de onderwijsinstelling niet alleen de relatief kleine groep ingeschreven studenten, maar ook getalenteerde potentiële studenten, ‘self learners’, wetenschappers en het bedrijfsleven in binnen- en buitenland; heeft een indirecte invloed op kwaliteit van onderwijs.
  • Research argument: Publiceren van OER geeft de mogelijkheid te experimenteren met digitaal leermateriaal; potentieel grote invloed.

Dank je wel Robert voor dit overzicht. Het zijn argumenten waarmee ik binnen Zuyd ook aan de slag kan om beleid op open onderwijs te formuleren. Dat laaghangend fruit van vorig jaar is verrot aan de boom blijven hangen. Wellicht dat nu met de plannen in het kader van LevenLangLeren binnen Zuyd een nieuwe poging gedaan kan worden het rijpe fruit te plukken!

Judith

fruitplukken

CC-BY-SA Valerie Hinojosa

 

Hbopener: naar een open hbo-curriculum #LecOER

Jammer, Marcel, dat je niet mee kon naar de inauguratie van Robert Schuwer als lector Open Educational Resources aan Fontys Hogeschool ICT. Het was een mooie warme (letterlijk en figuurlijk) middag met fijne ontmoetingen met bekenden. Het begon met een symposium met dagvoorzitter Ben Janssen. De eerste spreker was voormalig OU-rector Fred Mulder als pleitbezorger van OER. We moeten ons hierop meer focussen dan op het vage begrip ‘open education’. Hij lichtte het 5Coe-model toe. Op basis hiervan kan je profielen maken van onderwijsinstelling van de mate van openheid. Uiteraard maakt elke instelling zijn eigen keuze hierbij.

Ook 2 leden van de kenniskring presenteerde zich al met 2 onderzoeken. Waarvan één ging over een studentonderzoek naar MOOCs. Van de 180 respondenten bleek 80% niet te weten wat een MOOC was, zelf als ze één gevolgd hadden. Het begrip is niet alom bekend. Het merendeel van de studenten zien MOOC als kans voor verbreding en verdieping. Het ander onderzoek ging over intrinsiek gemotiveerde studenten die zelf OER zoeken en vinden om verder te komen in hun leerproces. Als docent zou je hier meer gebruik van moeten maken. ‘Openheid’ is voor studenten vanzelfsprekend, volgens de spreker. (Ik twijfel aan deze stelling. Volgens mij is het voor studenten inderdaad vanzelfsprekend om op zoek te gaan naar online bronnen ter ondersteuning van hun leerproces. De vraag is of zij hun eigen producten ook zelf weer open en online zullen delen? Ik moet even denken aan Open of gesloten? De ICT Draait Door 🙂 ).

fontyslec_openeducation

Na de pauze vulde de aula zich met veel gasten die speciaal voor de lectorale rede van Robert kwamen. In een sneltreinvaart nam Robert ons mee op zijn mooie reis door de OER-wereld. Het was een mooi overzicht op het gebied van open onderwijs.
Tijdens de follow-up bijeenkomst strategieworkshops open en online onderwijs hebben wij het ook al gesproken over het ‘ontzorgen van docenten’. Daarop wil Robert’s lectoraat zich op focussen: op hergebruik en wegnemen van hinderenissen die docenten ervaren bij OER.

Zijn lectoraat zal zich richten op 4 categorieën van onderzoek:

  1. Docenten en OER zijn object van onderzoek. De activiteiten in deze categorie zullen zich primair richten op concrete vraagstukken die in de praktijk van de docent ontstaan bij gebruik en publiceren van OER en andere vormen van open onderwijs. Ervaringen ermee zullen leiden tot requirements voor hulpmiddelen die ontwikkeld kunnen worden. Onderzoek moet duidelijk maken in welke mate hindernissen ervaren worden, hoe de hulpmiddelen bijdragen aan het verkleinen van de hindernissen en (uiteindelijk) of dat inderdaad leidt tot grotere adoptie van OER. Onderzoek naar de rol van de student hierbij behoort ook tot deze categorie.
  2. Het onderwijsproces is object van onderzoek. Activiteiten in deze categorie richten zich met name op het verkrijgen van meer inzicht in hoe OER en andere vormen van open onderwijs kunnen bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs bij FHICT. Meer inzicht hierin kan een positieve invloed hebben op besef van de mogelijkheden van OER en daardoor uiteindelijk een opener curriculum. Onder meer zal daarbij ook aandacht worden gegeven aan effecten op onderwijs voor specifieke doelgroepen.
  3. FHICT / Fontys is object van onderzoek. Komen tot een grotere adoptie van OER en andere vormen van open onderwijs vereisen ook organisatorische maatregelen. Processen zoals zoeken naar en aanpassen van leermaterialen zullen veranderen wanneer die leermaterialen OER zijn. Vraagstukken betreffen het optimaliseren van dergelijke processen:
    • Welke doelstellingen van FHICT en Fontys kunnen mede behaald worden door inzet van vormen van open onderwijs?
    • Wat kunnen we leren van (open) innovatieprocessen in (externe) organisaties om benutten en openbaren van open onderwijs optimaal te krijgen?
  4. Relatie onderwijsinstelling – externe organisatie is object van onderzoek. Het onderzoek dat in deze categorie valt heeft als uitgangspunt dat de externe organisatie een visie heeft op open innovatie en naar middelen zoekt om die visie te realiseren. Vraagstukken hierbij betreffen hoe vormen van open onderwijs de externe organisatie kan helpen die visie te realiseren, in samenwerking met een onderwijsinstelling en wat dit voor gevolgen heeft voor de samenwerking tussen beide organisaties.

Hij eindigde zijn rede zoals de Romeinse senator Cato Maior dat ook altijd deed 🙂

“Overigens ben ik van mening dat leermaterinalen ontwikkeld met belastinggeld gratis beschikbaar moet worden gesteld”

Zijn lectorale rede is uiteraard open beschikbaar onder CC-BY. Ik heb ook nog een hard copy voor je meegenomen. Bekijken kan ook nog via deze link.

Robert begon zijn reis met een afbeelding van de Imagine gedenksteen van John Lennon in Strawberry Fields Central Park New York. Hij vroeg ons of hij ons wilde helpen met zijn OER-droom. Hij gaf aan samen te willen werken met ander hbo-instellingen. Robert heeft zijn Zuyd-mok nog. Die komt hij nog wel een keertje vullen zei hij 🙂

Judith

Zie ook de blogs van Wilfred Rubens over het symposium en de lectorale rede. En het blog van Robert Schuwer over zijn dag.

Samen aan de tekentafel

Hi Marcel,

Van ons éénjarig MOOCZI-project van jouw ICT-faculteit hebben wij de waarde van een ontwikkelteam (waarbij een Instructional Media Designer, onderwijskundige en informatiespecialist betrokken was) gezien en erkend. Tijdens het studiejaar 2013-2014 dat we hier mee bezig waren, hebben we dat ook overal verteld en dat doe ik nu nog steeds. Onze ervaringen zijn niet uniek. Ook andere hogescholen en universiteiten hebben dezelfde ervaringen. Wil je je onderwijs (modules) online (blended?) aanbieden dan moet je naast nadenken over tools, vooral aandacht hebben voor ontwerp en didactiek. Van een moderne docent wordt dan misschien wel verwacht ook een goede designer te zijn, de vraag naar ondersteuning om dat te realiseren, ligt er heel nadrukkelijk ook.

Op het MOOCZI-blog heb ik over de sessies die ik tijdens Dé Onderwijsdagen 2014 heb gevolgd over blended, open en online leren/onderwijs ook al geschreven:

  • Ontwerpen van onderwijs moet eens serieus genomen worden, zei Peter Sloep. Ook als je begint met open en online onderwijs, betekent dat terug naar de tekentafel. Hanteer daar bij een ontwerpmethode, zoals. Zie ook zijn bijdrage aan deze thema-uitgave over didactiek in open en online onderwijs.
  • Ondersteun docenten bij het ontwikkelen van e-content met een begeleidingsteam of een ontwikkelteam. UMC Utrecht heeft door het project ‘Onbegrensd leren’ veel ervaring opgedaan met 2 verschillende ontwikkelmethodes. E-modules werden of ontwikkeld door een team van experts (onderwijskundigen, instructional media designers etc) waarbij het aanleveren van content de verantwoordelijkheid was van de docent, of ontwikkeld door de docent zelf in de ontwikkeltool Storyline, waarbij het ontwikkelteam op de achtergrond beschikbaar was voor advies en ondersteuning. Elke methode heeft zijn voor- en nadelen en heeft een eigen kostenplaatje. De door hen ontwikkelde e-module wijzer, een applicatie waaruit de elementen van een e-module (zoals interactieve werkvormen) kan worden geselecteerd en een bijbehorend kostenoverzicht wordt gepresenteerd, komt (over een jaar) open beschikbaar. Ze hebben goede ervaringen met een gestandaardiseerd (ook qua vormgeving) ontwikkelproces. Dit project heeft veel draagvlak bij het management die ook voor een behoorlijke financiële injectie heeft gezorgd.

Ook op SURFspace las ik vorige week een bijdrage van Heino Logtenberg van Saxion over Instructional Designers. Ook op deze hogeschool zijn ze bezig met gemixte vormen van onderwijs en hebben ze een werkwijze ontwikkelt mbt educational design en instructional design.

En nu is het echt noodzakelijk dat we binnen het advies- en ondersteuningsteam gaan werken aan instructional design. Dat kan er niet zo maar er even bij dat begrijpt iedereen erg goed. Het is een nieuwe functie die onlosmakelijk verbonden is aan het succesvol en kwalitatief hoogwaardig in voeren van online/blended onderwijsarrangementen.

Hogeschool Utrecht timmert ook goed aan de weg, praktijkvoorbeelden genoeg als het gaat om blended onderwijs. Uit onderzoek van de UM blijkt …

De meta-analyse laat zien dat het invoeren van blended onderwijs niet automatisch tot een verrijking en dus verbetering van de kwaliteit van onderwijs leidt. Vaak is naar voren gekomen dat de invoering van blended learning een aanleiding is voor het herzien en verbeteren van instructiematerialen en leeractiviteiten. Dit heeft onderzoeksmatig het nadeel dat de twee onderwijsvormen moeilijk te vergelijken zijn. Praktisch gezien heeft het voordelen omdat de invoering van blended onderwijs een hele goede impuls kan zijn voor verbeteren van de kwaliteit van instructiemiddelen en leeractiviteiten. De onderzoekers adviseren daarom in het de onderzoeksrapportage om de hype van de invoering van blended learning te gebruiken als een kans op gelijktijdige heroverweging en herontwerp van de instructiemethoden en daarmee de gehoopte onderwijsverbetering te bereiken.

Business Background and symbol

Free download via GraphicStock

Natuurlijk zitten wij als Zuyd ook niet stil 🙂 Ook in het DLWO-visietraject van Zuyd wordt hier uiteraard rekening mee gehouden. Ik zie vergevorderde initiatieven rondom het ‘blended’ maken van onderwijs waarbij ook aandacht is voor de ondersteuning. Het project Video@Zuyd komt in een volgende fase, en ook daar hoor en lees ik ideeën mbt het formeren van teams met onderwijskundige, instructional designer, een blended learning expert om samen met docenten het onderwijs een vernieuwende impuls te geven. Zou het dan toch …..?
Als we echt willen/gaan inzetten op video, online, blended, open, levenlang, learning communities, flipped of hoe we het allemaal ook noemen, dan hoop ik dat Zuyd ook stevig inzet op het proces waarbij de docent, curriculumcommissie, opleiding geholpen en ondersteund wordt door ontwikkelteam. Samen aan de tekentafel en co-creëren!

Vanuit mijn cirkel van betrokkenheid en cirkel van invloed zal ik er aandacht voor blijven vragen 🙂

Groeten,
Judith

 

 

Onderzoek. “En ik zeg open moet het zijn!” #MLI

Ha Marcel,

Vandaag heb jij weer wat stappen gezet richting realiseren van jouw droomonderzoek: Collaborative Alternate Reality Gaming in Patient Care. Op jouw eigen manier heb jij de jury proberen te enthousiasmeren voor jouw promotieonderzoek.
Ook ik ben een beetje met onderzoek bezig 😉 Voor mijn masterstudie heb ik de afgelopen 4 dagen uren op mijn studeerkamertje gewerkt aan mijn onderzoeksvoorstel. Gisteren heb ik hem aan mijn beoordelaar opgestuurd voor feedback.

We zijn allebei nieuw in de onderzoekswereld en ik (zal verder voor mezelf spreken 😉 ) ben toch redelijk verbaasd over de starheid van dit wereldje. Alles moet volgens vaste regeltjes. De wijze waarop ik het verslag moet vormgeven, het aantal woorden, de manier van dataverzamelen, transcriberen van interviews. Pfff … en dan hebben we het nog niet over de APA …

Op Twitter zag ik een tweet voorbij komen met een blogbericht en de uitdagende titel: In 5 stappen naar Open Science – niet voor mietjes. Open Science wordt hier gedefinieerd als “het zo vroeg mogelijk delen van wetenschappelijke kennis, resultaten en data”. Kijk daar kan ik wat mee 🙂

Wat zijn dan die 5 stappen?

  1. Connect
  2. Betrek niet-wetenschappers
  3. Deel alles wat je hebt
  4. Laat je fouten zien
  5. Droom groter

Door samenwerking met wetenschappers en niet-wetenschappers, je data open te delen waardoor innovatie gestimuleerd wordt (power of the crowd), verder te kijken dan alleen je eigen onderzoeksgebiedje raken mensen verbonden en enthousiast over je onderzoek.

Op dit grensvlak waar kennis wordt gedeeld, gebeuren bijzondere dingen.

En dan hebben ze in dit blog van Studio Lakmoes over het échte onderzoek. Ik ben maar een beetje aan het rommelen in de marge. Maar hoop wel door mijn onderzoek (hoe klein dan ook) over open online kennisdelen iets van beweging binnen Zuyd te bewerkstelligen. Ik ben er van overtuigd dat door de technologische ontwikkelingen en vooral door social media de samenleving, het onderwijs en uiteindelijk ook het onderzoek veranderen gaat / aan het veranderen is.

En net zoals Thé Lau, hier voor de eerste en laatste keer, eergisteren op Pinkpop, zeg ik Open moet het zijn!

Of is dit nu de ‘blinde vlek’ waarvoor ik bij mijn onderzoek moet oppassen? 😉

Judith

Open of gesloten? De ICT Draait Door

Ha Marcel,

Wat leuk dat ik als 1e vrouw mocht aanschuiven bij De ICT Draait Door. Na de 1e DIDD-uitzending had de redactie nu het thema ‘open of gesloten’ gekozen voor deze 2e uitzending. Jij had als tafelheer samen met gastheer Chris Kuijpers eerst docent Vincent van der Meer aan tafel om te praten over privacy, de NSA-affaire. Daarna mocht ik samen met Roel Janssen aanschuiven. Roel is student van de faculteit ICT en was aanwezig bij de presentatie van het MOOCZI-project tijdens Kennis in Bedrijf. Na mijn verhaal over Creative Commons begon hij over GPL …euh? Ik wist niet wat het was, nu wel 🙂 GPL is een soort CC voor software, het betekent dat je de broncode vrij geeft bij het beschikbaar stellen van software. We hadden een leuke discussie die we voortgezet hebben aan DIDD-tafel. Na de opname hebben we Roel gevraagd of hij bereid was nog een gastblogje te schrijven. Dat was hij 🙂

RoelJanssen

OUR 2bejammed GUEST: Roel Janssen

Wanneer Zuyd Hogeschool een MOOC zou aanbieden waarbij de inhoud ervan onder een copyleft licentie valt, zou ik dat zeer waarderen. Vooral in de ICT, waarin dingen snel lijken te veranderen, is het van uiterst belang dat ook lesmateriaal snel aangepast kan worden zodat het inspeelt op de laatste ontwikkelingen binnen het vakgebied. Een “gesloten” (copyright) licentie zou betekenen dat Zuyd Hogeschool het materiaal niet wilt delen omdat er iets (economisch belang?) belangrijker is dan het delen van kennis. Naast het probleem dat Zuyd Hogeschool nooit alle ontwikkelingen in de specifieke vakgebieden kan volgen, en daarmee nooit perfect lesmateriaal kan maken, geeft een copyright licentie geen goede betrokkenheid bij de samenleving weer.

Welke licentie er precies gekozen wordt om lesmateriaal te publiceren maakt in eerste instantie niet zoveel uit. Wanneer de licentie toelaat dat anderen erop verder mogen bouwen (afgeleid werk), dan kan het lesmateriaal met de tijd mee. Wanneer Zuyd Hogeschool toelaat dat lesmateriaal ook door andere educatieve instellingen gebruikt mag worden, geeft dat aan dat men vertrouwen heeft in het lesmateriaal en een doel nastreeft dat breder is dan economische belangen. Dit zou een enorme vooruitgang kunnen betekeken voor de samenleving.

Om ervoor te zorgen dat de kennis toegankelijk blijft voor iedereen zou het handig zijn als de gekozen licentie zichzelf beschermt: Een wijziging op het materiaal mag uitsluitend onder dezelfde licentie uitgegeven worden.

Om er zeker van te zijn dat het lesmateriaal naast de licentie ook daadwerkelijk zo “open” is, moet er een afweging gemaakt worden in welk formaat het lesmateriaal aangeboden wordt. Wat ik vaak tegenkom in de “Free Software Society” is dat documentatie wordt aangeleverd in zowel PDF als het oorspronkelijke formaat waar het in geschreven is (vaak is dit TeX of een afgeleidde versie ervan). Het formaat dat vaak voor het huidige lesmateriaal gebruikt wordt speelt hier niet goed op in. De Microsoft-formaten DOCX, XLSX, PPTX zijn niet toegankelijk voor iedereen omdat de enige programma’s die deze documenten (fatsoenlijk) kunnen openen programma’s zijn die niet vrij zijn. Het portable document format (PDF) daarintegen is een uitstekend formaat om in te publiceren omdat het gelijk is voor iedereen.

Pas wanneer elk element van de MOOC (voornamelijk licentie en het publicatieformaat) inspeelt op een samenwerkende wereld, kan er samen gewerkt worden aan het perfectioneren van de MOOC.


Thx Roel! Er zijn nog meerdere aspecten van ‘open’ te benoemen zo is open niet synoniem aan gratis en altijd beschikbaar en toegankelijk voor elk niveau. Als we al eens beginnen met open licentie en open format dan maken we al stappen in de richting van open education! Van 10-15 maart is er nog meer aandacht voor OE tijdens de Open Education Week!
Meer over open (en gesloten 😦 ) in DIDD2! (let ook even op het t-shirt van Roel ;))

In deze aflevering:

  1. Nieuws van de dag: Kickstarter [0:00-2:20] zie meer op dit blogbericht over het kickstart-initiatief voor Zuyd-projecten
  2. Privacy (NSA-affaire) [2:20-11:55]
  3. Minute of fame : VRRROOM [11:55- 13:35] zie meer hierover op het blogbericht over Virtual Reality Rehabilitation Room
  4. Kennis delen (Open Education, MOOC’s) [13.35-23.35]
  5. Bloopers [23.35-24:07]

Leuk hè die pijl voor mijn gezicht 🙂

gegroet,
Judith