Categorie archief: Het Nieuwe Werken

Modern Workplace Learning Challenge. Mijn top 10 Tools for Learning.

Ha Marcel,

Een paar weken geleden heb ik me ingeschreven bij de MWL Challenge van Jane Hart (@C4LPT).

Jane Hart publiceert voornamelijk over werkplekleren en over een andere benadering van interne trainingsopleidingen. In het kader van mijn andere rol binnen Zuyd Professional om het online samenwerken en kennisdelen te stimuleren, heb ik aan Linda gevraagd of ik deze challenge mocht aangaan. Jane Hart gebruikt Yammer voor samenleren en communicatie in deze challenge. Daar wilde ik ook van leren.

Eén van de eerste opdrachten was om haar Learning Tools Survey in te vullen voor haar top 100 tools for learning. Inmiddels heb ik al wat achterstaand opgelopen, dus was ik net te laat met mijn lijstje in te vullen. Toch wil ik mijn 1e taak netjes afronden, daarom hieronder mijn top 10 van software/online tools dat ik gebruik om persoonlijk te leren en andere te stimuleren

1575-business1. WordPress
Ik gebruik WordPress voor veel blogs: dit 2beJAMmed duoblog, ict in onderwijs en onderzoek, dingen@zuyd, MOOCZI, community van communities. Ik vind bloggen een geweldige manier om mijn gedachten te ordenen, om informatie en mijn kennis te delen, om vragen te stellen en te inspireren. Deze tool ter ondersteuning van mijn buitenboordbrein is veruit mijn favoriet. (Soms maak ik wel eens een uitstapje naar Blogger 😉 )

2. Twitter
Je had misschien gedacht dat Twitter mijn favoriet zou zijn. Ik merk dat ik een soort haat-liefde verhouding met Twitter begin te krijgen. Ik leer nog steeds heel veel via Twitter (mijn persoonlijke deskundigheidsbevorderingscursus). De sfeer van onverdraaglijkheid en weinig respect voor elkaars mening voert steeds meer de boventoon. Dit heeft voor mij het gevoel van een gezellig bruin café dat Twitter jaren voor mij was, verdreven. Ik hou het nu vooral bij het scannen van mijn Twitterlijstjes en laat de onderlinge discussies voor wat ze zijn. Toch vind ik het jammer omdat serendipity voor mij altijd een krachtige leerervaring is.

3. Mail (Outlook/Gmail)
Leervragen krijg ik toch vooral via mail. Veel kennis deel ik daarom toch nog via mail, ook in de vorm van de mail-Nieuwsflits. Hoewel ik vast geloof in social learning, in de open manier van samenwerken waardoor ook anderen deelgenoot worden van jouw vragen of ervaringen, is dit voor veel collega’s een nog grote stap.

4. Feedly
Zonder RSS en mijn eigen krantje Feedly kan ik niet. Ik ben inmiddels op ruim 400 blogs geabonneerd. Die volg ik niet allemaal even intensief, maar zo’n 50 zeker wel. Ik leer zoveel weer van inzichten van collega edubloggers en bibliobloggers. Dit heeft voor mij zeker vakpublicaties vervangen.

5. Pocket
De blogberichten/tweets/websites waarmee ik nog iets wil doen stuur ik naar Pocket, om op een later tijdstip te lezen en te bepalen of ik er over blog, iemand persoonlijk attendeer of ze via Scoop.it deel.

6. TED
Omdat ik elke week in de Nieuwsflits een TEDtalk deel, heb ik er inmiddels al heel wat gezien. Ik leer er elke keer weer van!

7. Scoop.It
Deze curratietool gebruik ik om berichten te delen waarover ik niet uitgebreid blog. Ik maak gebruik van de gratis versie en daarom maar de mogelijkheid om 3 topics aan te maken: (1) ictozuyd, (2) leren en innoveren, (3) zuyd2.0

8. LinkedIn
Je merkt dat social media tools steeds meer op elkaar gaan lijken. LinkedIn heeft ook een timeline zoals Facebook en biedt mogelijkheden aan om te bloggen. Natuurlijk kijk ik regelmatig op LinkedIn en volg ik verschillende groepen. Ik reageer ook wel eens. Mijn blogs worden automatisch in LinkedIn gepost. Ik vind het toch belangrijk om meer open te bloggen en te twitteren dan alleen binnen mijn kring van LinkedIn-contacten.

9. Yammer
Als communitymanager voor Zuyd Professional ben ik met een nieuwe poging bezig om Yammer te introduceren en als online samenwerkomgeving te stimuleren. Het is een proces van vallen en opstaan. Eén van de struikelblokken is dat Yammer niet geïntegreerd is in onze online werkomgeving. Wederom ben ik bezig met verzoeken te sturen richting collega’s van afdeling ICT en Marketing&Communicatie. Het is een stroperig proces.

10. Office365
Sinds het voorjaar hebben we Office 365, hoewel zeer beperkt uitgerold in onze organisatie biedt het wel mogelijkheden om net zoals bij Google Docs samen te werken in documenten, deze te delen. Het is nu een tool (en ook de standaard officepakketten) waarmee ik samenwerk en samen leer/creëer.

Hoewel deze MWL Challenge geen cursus met deadlines is, wil ik toch een beetje bij blijven. Nu maar eens kijken wat de volgende taken zijn.
Groet,
Judith

Vakantietijd. Werktijd. Lummeltijd.

Hi Marcel,

Deze week ben ik na 5 weken vakantie weer rustig aan begonnen. Halve dagen thuiswerken is een heerlijke manier om even weer in het ritme te komen van wekker zetten en op tijd op staan. Tussendoor wat wasjes, boodschappen, koffie- en lunchafspraakjes, Olympische Spelen kijken, afkicken van mijn Netflixverslaving (Gilmore Girls 🙂 ).

Mijn mail is verwerkt. Ik heb weer een beetje op een rijtje waar ik voor de vakantie mee bezig was. En ik ben nu eindelijk echt begonnen met het actualiseren en vernieuwen van Dingen@Zuyd. Eén van de conclusies tijdens de reflectiemomenten in deze vakantie was dat er echt veel te veel gepraat wordt en weinig gedaan. Veel docenten zijn voor reguliere studenten en Zuyd Professional deelnemers onderwijs aan het (her)ontwerpen. Er is zoveel behoefte aan inspiratie rondom het leren en lesgeven met ict. Naast dat we deze docenten f2f willen begeleiden, is een ontdek-, leer- en kennisdeelomgeving ook wenselijk. Ik hoop dat dit echt gaat uitgroeien tot een learning community.

Deze week heb ik ook mijn RSS-krantje Feedly ‘bijgelezen’. Van de meeste weblogs heb ik de koppen gesneld. Het bericht van Jouke Kruijer op Managementsite trok mijn aandacht: Zelforganisatie: maak ruimte voor samenspel. Vetrouw in de zin van onzin. Leer weer lachen, lummelen en prutsen.  Kruijer beschrijft dat hij in veel organisaties komt waarin teams niet (meer) kunnen samenwerken, waar het “leven uit is ge(re)organiseerd” . Zelforganisatie wordt vaker als oplossing gesuggereerd. Verdwijnen dan problemen? Nee, schrijft Kruijer:

Zelforganisatie werkt niet door dingen anders te organiseren, maar door terug te gaan naar de bedoeling. Wat willen we doen? Waar heb ik zin in? En het antwoord op die vragen ligt vooral niet op het niveau van denken. Maar op het niveau van ‘eigenlijk wel weten’ en ‘stiekem al lang voelen.’

Speelruimte (autonomie!), ruimte voor samenspel is een belangrijke stap om tot zelforganisatie te komen. Lachen, lummelen en prutsen. Wandelingen maken, samen ideeën bedenken, gewoon eens uitwerken. Wat maakt het uit als het mis gaat? Er is ruimte nodig om te kunnen luisteren naar die kleine stemmetjes, bij jezelf en anderen, die je vertellen wat je moet doen. Zo ontwikkel je weer onderling vertrouwen.

Ik herken dit uit de ZuydPleintijd. Misschien dat ik die goede oude tijd verheerlijk, maar toen was er lummeltijd. Er was ook aandacht voor elkaar. Tijdens die wandelingen zijn de beste ideeën tot groei gekomen. We hebben veel geëxperimenteerd. Er zijn ook veel dingen mislukt. Die ervaring neem ik nog steeds mee. En voor mijn gevoel was ik toen productiever dan nu met die vele vele overlegmomenten en overal mijn werk moeten verantwoorden in allerlei excelbestandjes…

Het vorig studiejaar is hectisch afgesloten. Hoe het komend jaar zich gaat ontwikkelen, wacht ik maar rustig af. Ik laat me niet gek maken, dat is in ieder geval mijn voornemen *grinnik*. Dat het wederom een spannend jaar wordt, staat vast. Genoeg uitdagingen, ook. En als het aan mij ligt gaan we ook wat meer lummelen. Of broeden zoals ik daarover in 2010 blogde.

“Broeden is samen knoeien, assembleren, knutselen, cocreëren, uitvinden. Broeden is zoeken naar oplossingen voor complexe problemen. In broedplaatsen ligt de nadruk op samen, het samenwerkingsproces. Broeden is erop gericht gemeenschappelijke doelen te realiseren, zelfs als ze nog vaag zijn.”

IMG_0504

De eerste stappen zal ik wel zelf moeten zetten …
Wandel je mee? Wie gaat mee samen op weg?

Judith

‘Blended’ kennisdelen: samen bouwen en vertrouwen!

Ha Marcel

“We moeten meer samenwerken en kennisdelen”. Ik ben lang niet meer de enige die dat zegt. Ik hoorde het studenten deze week zeggen bij hun Living Lab presentatie, en dan het liefst multidisciplinair en interprofessioneel! Ik hoor docenten praten over diverse vormen van samenwerken in communities. Mijn collega’s van de dienst vragen erom. Ik las het deze week in diverse plannen en artikelen waar mijn feedback op werd gevraagd. Ach, het is zoveel gemakkelijk gezegd en geschreven dan gedaan.

Bij al die gesprekken en documenten vallen mij een paar dingen dingen op:

  • Velen leggen de verantwoordelijkheid van kennisdelen bij de ander. Ik ervaar weinig practice what you preach/teach. Wat is jouw rol dan? vraag ik dan. Kennisdelen en samenwerken zijn werkwoorden. Jij kan ook gewoon beginnen …
  • Als het gaat om delen van onderzoeksresultaten is de invloed van de wetenschappelijke uitgevers nog groot. Open onderzoek….Open Access…. De wereld van onderzoekers is toch nog erg behoudend en traditioneel (terwijl onderzoek aantoont dat 😉 ).
  • Aan de mogelijkheden van de technologie die deze activiteiten kunnen ondersteunen wordt nauwelijks gedacht. Het is ook binnen Zuyd steeds makkelijker om mobiel te werken en van een afstand te volgen wat er in je community gebeurt. De faciliteiten zijn er.

Onze vergadercultuur maakt het niet makkelijk om kennis te delen of te vinden. Zoals Wilfred Rubens op zijn blog De organisatie van ‘kenniswerk’ is een leerproces schrijft “organisaties moeten leren hoe zij verschillende media kunnen gebruiken voor verschillende doelen”. Er is niets mis met het gebruik van e-mail maar wel als je het gebruikt als samenwerktool. Of als het gebruikt wordt voor dringende berichten waardoor je het gevoel hebt dat je constant je mail moet checken. Hiervoor zijn andere tools (bellen 🙂 , even langslopen, wellicht de sms/whatsapp). Of een kennisdeel- en samenwerkingsplatform!

Linda Hendriks, programmamanager van Zuyd Professional die vindt het tijd voor verandering! 🙂 Als we het onderwijs aan de studenten default online gaan aanbieden (online als het kan, face-to-face als het moet) dan moeten het samen bouwen van Zuyd Professional ook anders. Ze heeft mij gevraagd om haar te helpen bij het slimmer samenwerken. Super leuk zo’n gezamenlijk leerproces!

Deze week heb ik het artikel Kennisdelen in je organisatie? 8 tips voor een dynamisch platform op Frankwatching gelezen en gedeeld. Ik vond het een herkenbaar artikel. Ik bekijk of we bij Zuyd Professional deze 8 tips ons ook ter harte nemen. Het implementeren van een online kennisdeel- en samenwerkomgeving is niet gemakkelijk. Samenwerken en kennisdelen gaan in de praktijk niet vanzelf. Er zijn nogal wat obstakels te benoemen.

  1. Focus. Formuleer een duidelijke doelstelling.
    Kennis delen en participeren op een online platform is geen natuurlijk gedrag. Velen hebben behoefte aan sturing. Waarschijnlijk is het gemeenschappelijk doel ‘ons in dezelfde mindset positioneren als wat we van onze studenten verwachten’ nog te vaag. Ik denk dat de doelen per werkgroep wel duidelijk zullen gaan worden.
  2. Ondersteuning vanuit het management (top-down)
    Die is er zeker! Linda is al een enthousiaste Yammeraar 🙂 Tijd en ruimte om deze andere manier van werken eigen te maken is wel een aandachtspunt. Ik denk niet dat er de eerste maanden veel tijdswinst te behalen is. In plaats vergadertijd hebben collega’s tijd nodig om deze manier van samenwerken eigen te maken. Online kennisdelen kost namelijk ook tijd!
  3. Betrek ambassadeurs (bottom-up)
    Ik ben nog op zoek naar early adaptors die medewerkers mee activeren. Help je mee, Marcel?
  4. Creëer een ‘culture of trust’
    De cultuur van een organisatie heeft grote invloed op de mate waarin mensen bereid zijn kennis te delen. We missen bij Zuyd het mechanisme om ervaringen te beschouwen, te delen en opnieuw te benutten. Het work & learn out loud principe ontbreekt.

    “Working out loud is working in an open, generous, connected way so you can build a purposeful network, become more effective, and access more opportunities.”
    John Stepper

    In het artikele van Frankwatching worden een aantal redenen genoemd waarom mensen huiverig zijn om kennis te delen:
    – het gevoel hebben dat ze geen waardering krijgen voor hun inzet/input;
    – bang zijn dat iemand anders er met de eer vandoor gaat;
    – vanuit competitieve overwegingen informatie liever voor zich houden;
    – bang zijn afgerekend te worden op het werk dat blijft liggen vanwege het investeren van tijd op een kennisplatform;
    – bang zijn voor verandering;

  5. Zorg voor de juiste kennisdeel- en samenwerkingsomgeving.
    We maken gebruik van de faciliteiten van Zuyd. Onlangs is gestart met de implementatie van Office365. Dit biedt mooie mogelijkheden voor online samenwerken. En totdat Yammer hierin geïntegreerd is, maken we gebruik van de huidige versie. Vooralsnog is iedereen uitgenodigd in een besloten Yammergroep. Het is belangrijk om binnen een veilige omgeving te starten.
    Of dit de juiste omgeving is, zal nog moeten blijken. We moeten oppassen voor te grote verwachtingen en niet te hoge eisen stellen aan de tools waarmee we online samenwerken en kennis delen willen faciliteren. Elke keus heeft zijn beperkingen.
  6. Wees geduldig.
    Dat is een lastige tip voor mij 😉 . We beginnen klein en stapsgewijs. Ik zal ondersteuning bieden. Als moderator zal ik proberen te stimuleren dat men elke dag iets te laten delen met wat men die dag gedaan heeft. En zo de inspiratie ervaren die dit oplevert:)
  7. Maak het leuk!
    Uiteraard! En volgens mij heb jij daar ook nog wel goede ideeën over.
  8. Betrek iedereen!
    Hèhè 🙂 Wil je meer online samenwerken en online kennisdelen dan is het belangrijk dat je daar afspraken over maakt. Iedereen moet op de hoogte zijn van de wijze waarop samengewerkt gaat worden Duidelijk communiceren over wat we willen bereiken.

Het is een leerproces waarin samen keuzes gemaakt worden. En het is niet zo dat ik de technologie wil pushen. Niet de technologie staat centraal maar de mens. Toch zal je het moeten ervaren en het gewoon doen om de mogelijkheden van online samenwerken en online kennis delen te zien.

Ik zie kansen!
Groet,
Judith

Mijn professionele ik. Onze professionele identiteit.

Hallo Marcel,

Tijdens de afgelopen zonnige dagen heb ik het boek Je binnenste buiten: over professionele identiteit in organisaties van Manon Ruijters en collega’s  gelezen. Nou ja, al doorbladerend stukken gelezen dan 😉 . Het boek telt bijna 500 bladzijde!

In onze veranderende samenleving waar in alles sneller, beter, scherper, anders moet en complexer is, is het belangrijk te weten wat je basis is, waar je van bent, waar je in gelooft, wat onvervreemdbaar van jou is en je kleur geeft, zo staat op de achterkant van het boek. De boeken van Manon Ruijters (Canon van het leren en Liefde voor leren) heb ik regelmatig geraadpleegd tijdens mijn masterstudie Leren en Innoveren. En dit is er ook weer zo eentje die volgens mij in de kast van elke MLI/MLE student in de kast moet staan.

Als lector is Manon Ruijters verbonden aan het lectoraat Professionele identiteit en organisatieontwikkeling bij Stoas Vilentum Hogeschool.

Als je in een onderwijssetting werkt waar de core business is professionals op te leiden dan is het ook belangrijk te werken aan je professionele identiteit, als onderwijsgevende, en ook als adviseur van onderwijsgevenden. Ten minste dat vind ik.

jebinnenstebuiten

Ik herken de zoektocht in het boek naar weten wat ik doe, waarom ik het doe en waarvoor ik het doe. Zeker nu de vraag naar ondersteuning en advisering op mijn aandachtsgebied van leren en lesgeven met ict alleen maar toeneemt. En het aantal professionals die bij deze vragen kunnen helpen en ondersteunen binnen onze organisatie alleen maar afneemt, stel ik me die vragen stellen. We willen meer in minder tijd met minder mensen (kostenreductie agv oop reductie). In mijn eentje kan ik die veelheid van vragen niet aan. Dus wat is mijn professionele identiteit?

Het boek is voor mij vanuit verschillende invalshoeken interessant. Om de vraag te beantwoorden wat mijn eigen professionele identiteit is. Maar ook uit mijn betrokkenheid met (ict) docentprofessionalisering binnen Zuyd. Welke investeringen in professionalisering levert ook professionaliteit op? Er wordt gesproken over professionele ruimte, maar door allerlei oorzaken (vermoeidheid, onduidelijkheid) wordt deze niet ervaren cq gepakt. We vragen meer zelfsturing in minder bewegingsruimte, want de druk bij docenten door allerlei ministeriële dictaten (masterverplichting, bko, bke/ske) loopt alleen maar op.

Geeft het boek oplossingen? Nee. Er zijn geen kant-en-klare oplossingen, dat kan ook niet, ieder mens is immers uniek. Het boek biedt wel handvatten  en richtlijnen (door vragen om over na te denken via de ontwikkelnotities) om met professionele identiteit aan de slag te gaan. Het lezen/doorbladeren van dit mooi vormgegeven boek was een aangename wandeling door filosofie, psychologie, sociologie, neurowetenschap. Met ook aandacht voor de invloed van technologische ontwikkelingen op de identiteit. Er waren vele herkenbare ontmoetingen zoals met Simon Sinek (the golden circle), Bakker & Akkerman (boundary crossing), Schön (kritische zelfreflectie), Argyris (double loop learning), Pedler (actieleren), Csikszentmihalyi (flow), Deci & Ryan (motivatie), Fuller, Hattie, Illeris, Weggeman. En ik heb kennisgemaakt met nieuwe denkers en wetenschappers over thema’s als bezieling, erkenning, wijsheid. Ik heb meer gelezen over de rol van autonomie en autoriteit, over hybrid professional (een professional op grens van 2 professies, zoals een teamleider), over frontlinieprofessionals (professionals die werken in direct contact met hun klanten, zoals de docent met studenten, en ruimte hebben om eigen gedragskeuzes te maken) , over kinderheldenmoed, de bezielde organisatie. Het boek wemelt van de mooie citaten zoals over het koesteren van de ziel van Alain de Botton: “in ons dragen we een kostbare, kinderlijke, kwetsbare kern, die we zouden moeten voeden en koesteren op zijn veelbewogen reis door het leven” (p. 359).

“De huidige professional is een lerende professional en het werken aan en met professionele identiteit verdient een eigen plek binnen de professionele ontwikkeling, zowel individueel als binnen organisaties” (p. 275).

“Professionele identiteit draagt bij aan zelfsturing, veerkracht, wijsheid en excellentie”(p. 55). Dat betekent, reflecteren op wat mij bijzonder maakt, wat jou bijzonder maakt. Tijdens en na de master ben ik op zoek gegaan naar mijn drijfveren, die heb ik gevisualiseerd in deze mindmap. In het boek is te lezen dat vanuit individueel standpunt het wenselijk is om dit te

* verkennen en expliciteren;
* onderhouden; en
* in te zetten bij belangrijke keuzemomenten.

Vanuit organisatie standpunt is aandacht voor professionele identiteit van belang, zoals:

* De professionele leergemeenschap die beter wil weten waarvoor men staat.
* Het team van professionals dat een transformatie doormaakt.
* Het team van professionals dat samenwerkt aan een innovatie.

Professional/professioneel komt van het Latijnse ‘profiteri’ dat betekent ‘openlijk verklaren’. Een professional wil openlijk zichtbaar kwaliteit leveren. “Een professional is iemand die ervoor kiest en zich erop toelegt om, met behulp van specialistische kennis en ervaring, klanten op een competente en integere manier steeds beter van dienst te zijn. Daarbij maakt hij gebruik van en draagt actief bij aan een community van medeprofessionals die het vak bij voortduring ontwikkelen” (Ruijters & Simons, 2014) (p.317).

Professional ben je niet alleen, zo veel is zeker. En leren blijf je. Dat laat onderstaand figuur mooi zien.

lerendeprofessional

De lerende professional (figuur p.94)

“Professionele identiteit vormt een ankerpunt in verandering, zorgt dat je weet van waaruit je afwegingen maakt en tot beslissingen komt, dat je stevig staat bij tegenwind, dat samenwerking soepel verloopt en keuzes in je loopbaan of dilemma’s in je professionele bestaan een basis hebben van waaruit ze verkend kunnen worden.” (p. 150)

Ruimte voor ont-moeten
Wil je duurzaam ontwikkelen dan is het van belang om vaker je hoofd op te ruimen in plaats van het vol te stoppen (p. 154). We moeten zoveel: vanuit organisatiebelang met kwaliteitseisen en veranderingen. We zijn uit balans. Er is ook aandacht nodig voor werken vanuit je eigen opvattingen en kwaliteiten, voor het spiegelen van je opvattingen met vakgenoten, om je te laten inspireren. Voor ontmoetingen.

Op basis van literatuur en onderzoek is het PI-model ontwikkeld. Het gedachtegoed van het PI-model is ook te lezen op de website bij dit boek www.professioneleidentiteit.nl. In onderstaande afbeelding wordt het model verbonden met organisatieontwikkeling en persoonlijke ontwikkeling.

PI-model

PI-model gekoppeld met vormen van leren en professionaliseren (figuur p. 239)

Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden
We vragen een andere manier van werken (zie HILL-model van Filip Dochy) van docenten (verandering van kennisbrenger naar coach van leerprocessen, reflecteren, ict-docentprofessionalisering, online samenwerken en kennisdelen). Dat betekent een fundamentele verandering in hun professie en een zoeken naar hun professionele identiteit. Dit kan je niet met een vaardigheidstraining je eigen maken. En verplichten helpt sowieso niet in een leerproces. Dit betekent dat wij als professionele leergemeenschap ons moet afvragen wat een goede docent is binnen het onderwijs dat wij als Zuyd willen aanbieden. Net zoals opleidingen met de beroepspraktijk bespreken welke competenties de toekomstige professional moet hebben, zullen wij als Zuyd docenten, als professionele leergemeenschap de vraag moeten stellen welke competenties hebben wij als docenten nodig om onze (jong) professionals hierin te begeleiden? We hebben het wel over professionele identiteit van onze studenten, over waarde en normen, over beroepsidentiteit, dan hebben we het ook over Bildung. En over onze eigen Bildung.

Zonder crisis geen groei
“Als het ons niet lukt een ervaring te begrijpen als we het niet kunnen plaatsen, dan hebben we de neiging terug te vallen op ‘tradities’, op verklaringen van autoriteiten of op psychologische mechanismen, zoals projecteren en rationaliseren” (Mezirow) (p. 302)

Het gaat bij (leven lang) leren niet alleen om hoe de transfer plaatsvindt maar ook om als professional te leren welke keuzes je maakt in de toenemende veranderingen, ontwikkelingen en samenwerkingsrelaties. Professional zijn, is een keuze. De organisatie kan hierbij ondersteunen door te werken aan de collectieve identiteit.

Het boek heeft me al lezend en bloggend nieuwe inzichten geboden, en bestaande bevestigd. Herkenbaar ook, omdat vele praktijkvoorbeelden in het boek uit de onderwijswereld komen. Een boek om nog eens naar terug te pakken en stukken te herlezen. Lees hier de blogpost van collega Ilse Meelberghs over dit boek.

Groet,
Judith

#notetoself (uitstapjes via de lezersnotities)

lifedancing

Samen Andersom Doen

Dank voor je reactie en nee ik denk niet dat je je vergist, Marcel. Heb ik in mijn blog de indruk gewekt dat ons college niet luistert? Dat was zeker niet de bedoeling. Inderdaad het gedachtengoed uit het boek Andersom Organiseren zou zomaar van ons college kunnen zijn. Ik heb het ook vaker van ze gehoord en over hun denkbeelden gelezen. Ze zijn zeker open en benaderbaar. Als ik me ergens zorgen over maak, kan en durf ik dat met ze te delen. Ik weet niet of iedereen de stap naar het college durft te zetten. Je slaat toch wat organisatielagen over als je die stap zet…

Inderdaad andersom organiseren begint bij andersom denken. En jij vraag mij wat wij zouden kunnen doen, wat nodig is?

Euh …

Met samen andersom te doen? 🙂

Mijn blikveld is ook maar beperkt. Ik ken niet de hele organisatie. Ik denk, handel en blog vanuit de context die ik ken. Ik heb de wijsheid niet in pacht. Maar samen komen we een heel eind. Dat is het volgens mij waar het om draait: samen de koers bepalen. Dat was wat me in het boek zo aansprak. De koerswijziging naar ophalen in de organisatie, van meer contact dan control. Op deze manier hebben wij, het I-team, het visiedocument voor de DLWO van de toekomst van Zuyd opgesteld. Ophalen en dan met de organisatie delen. En zo heeft collega Frans ook zijn collega’s benaderd om te achterhalen wat voor middelen zij nodig hebben in hun toekomstig klaslokaal in de Ligne. Voor ons voelt het heel natuurlijk om zo te werken.

En of Anderom Organiseren alleen de verantwoordelijkheid is van het CvB? De organisatie zijn we samen natuurlijk. Maar zij sturen wel en handelen uit een bestuursfilosofie met gestelde doelen die meetbaar en toetsbaar moeten zijn. En ik vraag me hardop af of dit in de huidige (onderwijs)wereld waarin ontwikkelingen zo snel gaan, de toekomst zo ongewis is (VUCA-world) dit nog wel te handhaven is.  De auteurs van het boek benadrukken de belangrijke rol die het management hierbij speelt. Ik denk dat dit waar is.
Het CvB ROC A12 schrijft dat zij onderwijs centraal gaan stellen (….). Bij hen heerste een ‘spreedsheetmanagement’ en werd voornamelijk gestuurd op verantwoording van cijfers. Ze kwamen er achter dat deze systeemwereld (met de regels en beheer(s)procedures) volkomen los stond van de werkelijke leefwereld van het onderwijs. Het onderwijs draait om mensenwerk en niet om studenten werven. Dit boek ‘Andersom Organiseren’ past natuurlijk in de huidige tijdgeest. Je ziet van alle kanten in de samenleving een aversie tegen cijfers en papierwerk ontstaan (deze week  nog in het nieuws) dat niet gezien wordt als een middel om kwaliteit te verbeteren. Gelukkig stellen we binnen Zuyd ook het onderwijs centraal, zo staat dat in onze onderwijsvisie. Maar wie kent de Zuydwaarden nog? En de beloften? Het leeft misschien wel bij het management, maar ik merk er niet meer zo veel van.
Het is al bijna 4 jaar geleden dat ik voor een merk-waardige bijeenkomst van Business Openers werd uitgenodigd. Een kadootje vond ik dat. In mijn blog daarover schrijf ik dat ik de Zuydwaarden ambitieus, open, ondernemend, inspirerend en vakkundig (die later aangevuld zijn met eigen verantwoordelijkheid en persoonlijke aandacht) belangrijk zijn voor ieder individu. Tijdens die bijeenkomst heb ik ook gezegd dat als je de Zuydwaarden wilt blijven uitdragen, je daar wel aandacht aan moet blijven besteden. De kracht zit in de herhaling. En er zijn wel stokjes doorgegeven en klappers verspreid. Daar word ik even blij van, maar het beklijft niet. Waarom niet? De waan van de dag? De ervaren werkdruk?

Kijk, dit boek is natuurlijk geen roadmap, het zet aan tot nadenken. En dat doe ik dan. Face-to-face met mijn teamgenoten, open en online met jou en onze lezers. Op zoek naar een antwoord op jouw vraag wat wij kunnen veranderen, stuitte is op het blogcollectief Duurzaam Nieuw Organiseren. In het blogbericht Veranderen zonder blauwdruk schetst Merlijn Ballieux principes die kunnen helpen om de cirkel van denkbeeldige beheersbaarheid te kunnen doorbreken. Ik haal er voor mezelf uit dat ik elke keer weer probeer nieuwe bewegingen te creëren. Ik probeer dat bloggend. Ik probeer ook in mijn werk zoveel mogelijk mensen te betrekken bij mijn initiatieven en voorstellen, of dat nu gaat om een onderwijsinnovatieproject als FeedbackFruits, of over een voorstel rondom leren en lesgeven met ict voor nieuwe docenten, ict-docentprofessionalisering in het algemeen of om een vervolgtraject voor DLWO. En ik probeer vooral te handelen naar mijn overtuiging. Kan ik meer doen? Kan jij meer doen?

Collega Frans heeft het vaker over de cirkels van invloed en betrokkenheid. Je kent ze wel, die van Stephen Covey. Zit je in de cirkel van betrokkenheid dan ben je bezig met dingen en gebeurtenissen die invloed op je hebben maar waar je niets aan kunt doen. Je voelt je dan machteloos en tot niets in staat. Vaak reageer je dan reactief. Als je bezig bent in de cirkel van invloed dan probeer je proactief te handelen en datgene te doen waarop je invloed hebt. Dat laatste probeer ik te doen door de voorbeelden die ik hierboven noemde. Dat ik hierdoor misschien als lastpost (ik noem me zelf liever een rode aap 😉 ) in de organisatie gezien word dat vind ik niet leuk (ik wil toch het liefste aardig gevonden worden) maar het zij zo. Ik hou me maar vast aan hetgeen de auteurs in het boek schrijven. Ze zagen dat mensen die in de organisatie bekend stonden als lastpakken en eigengereide types achteraf bezien de volhouders waren en ook als ‘opinion leaders’ meegingen in de innovatie en cultuurverandering.

Influence

CC-BY-ND Helen Nock – Influence

Inderdaad collega’s aanspreken en ideeën delen, zoals jij dat voorstelt, dat kunnen we doen. Dat moeten we ook doen. Dat probeer ik ook te doen. Maar doe het niet altijd omdat ik het niet altijd ‘goed voelt’. Ik sta erom bekend vanuit coöperatie te werken, niet vanuit dominantie (ben ik allergisch voor 🙂 ). Het samen op weg gaan en samen koers de bepalen, open, in vertrouwen en transparant, dat is wat ik versta onder coöperatief gedrag. Dit zie ik niet overal. Maar misschien kijk ik niet goed. Zeg het me maar. En misschien ben ik gewoon wel naïef en te idealistisch om dat over te willen zien.

Groet,
Judith

Over dit blog heb ik lang nagedacht of ik dit zo moet schrijven en of ik het dan ook moest publiceren. Ik heb de laatste dagen nav verschillende gebeurtenissen veelvuldig met collega’s over het gedachtegoed van dit boek ‘Andersom Organiseren’ gesproken. Door ook open te delen wat ik vind, stel ik me ook kwetsbaar op. Maar dan denk ik maar even naar Brené Brown 🙂 En dan doe het toch. Opgeslagen in mijn buitenboordbrein!