Categorie archief: Het Nieuwe Werken

Online Kennisdelen #blogkermis #losmakers

Hi Marcel,

In het voorjaar heb ik meegedaan aan een blogkermis over Social Learning georganiseerd door @joitskehulsebosch. Nu heeft een andere ‘losmaker‘ @jokeva (Joke van Alten) het initatief genomen voor een blogkermis over ander thema waar ik zo in geloof: Online Kennisdelen.

Het onderwerp is: hoe deel jij online jouw kennis en ervaringen? We hebben het allemaal over het belang van DoenDenkenDelen en kennisdelen, ook online, maar wie doet het nu werkelijk? En als je het niet doet, waarom doe je het dan niet? En als je het wel doet, op welke manier dan en wat is het effect? Of misschien zie je om je heen mooie voorbeelden van organisaties die online kennisdelen faciliteren.

Wat is een blogkermis ook al weer?
Een blogkermis (of blog carnival) is een verzameling postings rond een thema met als doel een aantal bloggers bij elkaar te brengen. Iemand start een onderwerp, en daarop wordt door verschillende bloggers binnen een bepaalde tijd geantwoord in de vorm van een posting. Meestal met link naar die originele oproep, en na verloop van tijd worden de postings verzameld in een overzicht.

img_2751

En uiteraard weer dit plaatje bij de blogkermis 🙂

Het was in het jaar 2009 dat ik Helene Blowers, bekend van Library Things, zag en hoorde tijdens U game U learn. Social media was in opkomst. Het intrigeerde me. Ik was in die tijd part-time bibliothecaris en part-time ICTO-adviseur bij een hogeronderwijsinstelling in het ‘Zuyden’ van het land. Opsporen van informatie en dat delen deed ik al als bibliothecaris, zoeken en delen zat en zit in mijn genen. Wist ik in de jaren 80 waar mijn klanten (docenten en studenten) mee bezig waren dan attendeerde ik hen met een kopieetje van een tijdschriftartikel of aankondiging van een nieuw boek in hun postvak. Ik zag wel dat dit met web2.0 ook anders kon.

Het organisatieonderdeel waar het ICTO-team en de bibliotheek bij hoorden was gericht op leren en innoveren en kennisdelen in netwerken. Wij experimenteerden met een groepje collega’s met de 21eDingen van SURF (de vertaling van LibraryThings maar dan gericht op het hoger onderwijs). Ik was enthousiast. Ik experimenteerde met diverse tools: Blogger, Netvibes, Hyves, Twitter. Startte een duoblog met een collega. Van mijn leidinggevende kreeg ik de ruimte om dat verder uit te bouwen. De data van 21 eDingen kregen we van SURF en dat was de basis voor onze eigen Dingen@Zuyd. Trainingen en workshops werden georganiseerd. De gratis versie van Yammer werd geïntroduceerd.

Op enkele believers na werd het geen groot succes. Tijd, ruimte en urgentie ontbrak.

Als verbinder en kennisdeler ben ik social media blijven gebruiken. Ik gebruik mijn blogs, Twitter, LinkedIn, Scoop.it om informatie en kennis te delen over mijn activiteiten als adviseur ict en onderwijs. Ik blader de tijdschriften niet meer door maar scroll ik door mijn RSS-krantje Feedly. Zo deel ik wat ik interessant vind op mijn vakgebied open en online. Je kunt me ook een content curator noemen. Ik deel informatie met een bepaald publiek in gedachten. Zo heb ik Scoop.it met topics ‘leren en innoveren’, ‘icto’, leertechnologie’, en ‘bibliotheekinspiatie’. Soms voeg ik er iets van eigen inzichten toe, maar meestal gebruik ik hiervoor dit duoblog 2beJAMmed.

Mijn collega’s volgen niet alles wat ik allemaal open en online deel 😉 . Binnen mijn organisatie gebruiken we andere tools om deze informatie en kennis te delen. Wekelijks attendeer ik mijn collega’s via een Nieuwsflits, een nieuwsbrief via de e-mail. Korte berichten over ict in het onderwijs: praktijkvoorbeelden van binnen en buiten de organisatie, tips over leertechnologie, interessante publicaties over onderwijsontwikkeling/blended learning etc. Veelal verwijs ik dan naar één van de andere blogs/websites van het I-team, zoals ons ICTO-blog en Dingen@Zuyd.

Heel vaak hoor ik in mijn organisatie dat we meer moeten kennisdelen. We vinden elkaar moeizaam. Zoveel mensen zijn met vergelijkbare initiatieven bezig, die misschien meer effect bereiken als ze de krachten zouden bundelen. Maar we weten het niet van elkaar. Het belang van learning communities wordt onderkend. Het is zelfs één van de pijlers van de visie van mijn club. Echter volle agenda’s bemoeilijken f2f (learning) communities. In mijn masteronderzoek heb ik bij een opleiding onderzocht of ict ondersteunend kan zijn bij het online samenwerken en online kennis delen in communities. De meeste docenten uit mijn onderzoek zagen nog geen mogelijkheden en kansen om met sociale media open kennis te delen en het online samenwerken te ondersteunen. De docenten gaven aan dat het gebruik van sociale media (Twitter en Facebook) nog veel als privé activiteiten gezien worden. Om op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen gebruikt eenderde van de docenten sociale media (vooral LinkedIn). Het online delen van kennis of ideeën gebeurt relatief weinig, een ruime meerderheid zegt dit nooit via internet te doen.

Wil je als organisatie slimmer samenwerken, over muren van opleidingen/dingen en organisatie online kennis en ervaring uitwisselen dan moet *imho* sociale technologie ook gemakkelijk beschikbaar zijn. In mijn organisatie is dat nog niet. Onze intranetomgeving is ingericht als een kennisbank en niet als een platform voor interactie. Hiervoor gebruiken collega’s die er behoefte aan hebben (de gratis versie van) Yammer.

Toch is de laatste maanden wel iets aan het veranderen. Het belang van online kennisdelen wordt steeds vaker onderkend. Ik word bij diverse initiatieven gevraagd om mee te denken hoe online samenwerken en kennisdelen gestimuleerd kan worden. Het houdt natuurlijk niet op bij het beschikbaarstellen van OneDrive of het aanmaken van een Yammergroep. De praktijk is weerbarstig. Kennis delen kost tijd. Tijd die collega’s er nu (nog) niet aan spenderen. De urgentie of ambitie is blijkbaar nog niet dringend genoeg? Of handelingsverlegenheid is nog te groot?

Ik blijf de steentjes toch wel gooien. Kringen vormen zich dan vanzelf.
Wie weet dat deze rimpelingen toch dingen in beweging zetten …delennieuweleren

Mijn bijdrage aan de blogkermis toegevoegd aan de Losmakersgroep op LinkedIn

Volgbaar werken

Hi Marcel,

De laatste weken ben ik veel aan het nadenken over de manier waarop wij (willen) samenwerken binnen Zuyd. Ik ben vanwege mijn kennis en ervaring over online samenwerken en online kennisdelen betrokken bij ZOEC en Zuyd Professional. Ook mijn leidinggevende van de dienst O&O zoekt naar mogelijkheden om elkaar beter te informeren over waar eenieder mee bezig is.

De behoefte aan kennis delen wordt door iedereen gevoeld. Het wordt ook regelmatig benoemd. Afstanden en volle agenda’s maken het f2f kennis delen steeds moeilijker. Ik benoem regelmatig de mogelijkheden van (sociale) technologie (ja dat zijn sociale media 🙂 Ervaring leert dat deze term of te veel weerstand oproept of te veel geassocieerd wordt met privé-activiteiten). Ik verken de mogelijkheden die binnen Zuyd beschikbaar zijn. Men wil technologie wel inzetten, maar men weet niet hoe. En tijd (en/of urgentie/ambitie?) ontbreekt om hier energie in te steken. Dus blijven we mails versturen en (vanwege sociale aspecten) bijeenkomsten plannen.

Het is weerbarstig, de praktijk van online kennisdelen.

Sibrenne Wagenaar benoemt in haar artikel Al samenwerkend kennis delen op Ennuonline waarom kennis delen zo moeilijk is. Kennis is verbonden aan een eigenaar. Vaak blijft deze kennis in het hoofd van de professional, terwijl deze kennis voor een ander zeer belangrijk kan zijn.

Het kennisdelen blijft nu beperkt tot:

  • Directe kennisoverdracht: via face-to-face of mail/whatsapp contact op een formele of informele manier. Kennis wordt pas gedeeld als er een beroep op wordt gedaan.
  • Indirecte kennisoverdracht: kennis wordt vastgelegd en toegankelijk gemaakt (bv. kennisbank, intranet, blogs). Weinig professionals zijn te motiveren om dit te doen: voor wie doe ik dat? what’s in it for me?

Het is natuurlijk mooi dat onze HR aandacht heeft voor informeel leren. Als je de bijbehorende notities en flyers leest, gaat dit vooral uit van directe kennisoverdracht.

In onze complexe organisatie hebben we *imho* meer nodig om verder te komen. Een lerende organisatie met een cultuur waarin kennisdelen gewoon is, waar medewerkers erkenning krijgen voor het delen van kennis (jaja hier zit een pijnpuntje 😉 ). We hebben elkaar (’s kennis) nodig om samen te werken. Met sociale technologie kunnen we meer met elkaar verbonden zijn. Wagenaar verwijst in haar artikel naar een bijdrage van René Jansen op Winkwaves: Volgbaar intelligent en lerend werken.

Kennis is dynamisch, subjectief en afhankelijk van de context. Kennis kan moeilijk losgekoppeld worden van de personen en contexten waarbinnen de kennis is ontwikkeld, waardoor het vastleggen en overdragen van kennis niet alleen praktisch gezien, maar ook theoretisch gezien een grote uitdaging is.

Willen we samen die netwerkorganisatie zijn, dan moeten we bewegen richting een lerende organisatie waar werken, leren en sociale technologie samensmelten, zegt René Jansen. Laten we technologie inzetten om elkaars expertise en vragen zichtbaar te maken door dat te doen op het moment dat je een waardevolle ervaring opdoet, een vraag hebt of deelt waar je mee bezig bent: volgbaar werken!

Door volgbaar te werken en alles wat je doet tot een (potentieel) gespreksonderwerp te maken, laat je een continu spoor achter dat zichtbaar maakt hoe je doet wat je doet, en waarom je de dingen doet zoals je ze doet. Hiermee vorm je en bevestig je continu je identiteit: wie je als organisatie bent, hoe je betekenis geeft en wat je anders maakt dan je concurrenten.

In andere bewoordingen heb ik dit al eens gedroomd in “Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder”, de leerinterventie van mijn masteropleiding. Daarin heb ik ook beschreven dat niets zo moeilijk is als cultuurverandering,  de transformatie naar een lerende organisatie.

LA3

 

Wordt het niet tijd om ons ‘what’s in it for me’- denken om te zetten in een ‘what’s in it for us’- attitude? Dat er, zoals Frans de Vijlder dat benoemt, een verschuiving plaats vindt van een solo- naar een netwerkprofessional? Dat je als kritische netwerkprofessionals nadenkt over impact van je handelen, van je team, collega’s, organisatie. En dat je samen verantwoordelijk voelt. Daar hebben we elkaar’s kennis bij nodig.

Althans, ik heb dat wel nodig om mijn werk goed te doen.

Volgbaar werken. Ik vind het een mooie term.

Judith

Knowmad

Hi Marcel,

Veel van mijn vriendinnen werken in de zorg. De laatste weken hoorde ik weer verschillende verhalen hoe hoog de werkdruk daar is. Deze wordt vooral ervaren door het vele papierwerk, alles moet geregistreerd worden, zodat (mijn interpretaties) bestuurders zich kunnen indekken en kunnen verantwoorden over alle handelingen en calamiteiten. En geloof me … het gaat ver… Het is dat deze professionals zo’n groot verantwoordelijkheidsgevoel hebben en waken over het belang van hun patiënt.

Ik zie parallellen met het onderwijs.

Schaalvergroting in zowel zorg als onderwijs leidde tot een andere sturing. Door zoveel mogelijk (alles) te registreren (onder het mom van kwaliteitsverbetering) probeerde de bestuurder grip te krijgen op het proces. Hij was immers uiteindelijk verantwoordelijk. De zorgmedewerker, de docent kwam in een slachtofferrol: want ‘zij’ beslissen maar…

Ik beschrijf het wat gechargeerd. Toch staat dit ook ongeveer beschreven in het artikel ‘Haal de professional uit zijn rolgevangenis‘ waarop ik door onze lector Dominique Sluijsmans werd geattendeerd. In dit interview zegt HAN-lector Goed Bestuur en Innovatiedynamiek in Maatschappelijke Organisaties, Frans de Vijlder dat professionals hun professionele ruimte moeten claimen en dat bestuurders ruimte moeten bieden. Hij stelt dat zowel bij zorg als onderwijs de nadruk komt te liggen op keten- of netwerkgovernance. Dat betekent voor het onderwijs dat de docent moet leren dat hij werkt in een brede organisatie en dat hij als een team en netwerkprofessional moet samenwerken met anderen. Er dient een verschuiving plaats te vinden van solo- naar netwerkprofessional.

internet-1651163_960_720

CCO Pixabay

Ketenvorming vraagt om integraal werken aan sociale vraagstukken en de bereidheid tot interprofessioneel samenwerken.

Onze steeds complexer wordende samenleving vraagt om samenwerken. Of dat interprofessioneel, multidisciplinair of cross-over is. We moeten over onze grenzen heen kijken om verder te komen. Studenten vragen er ook om (zie Zuyd Living Lab).

Een netwerkprofessional heeft vaardigheden nodig zoals ik die omschreven heb in mijn blog Work & Learn Out Loud. Deze week las ik een term die ik nog niet eerder van gehoord had: KNOWMAD 🙂

Een ‘knowmad’ is creatief, heeft een rijk voorstellingsvermogen en is innovatief. Het is ook een netwerker, iemand die zelf focus heeft en vanuit openheid aan de slag gaat. Kortom: een grondhouding over de wijze waarop je in je werk staat, die in relatie staat met technologische ontwikkelingen.

Het gaat erom zegt Frans de Vijlder dat professionals weer eigenaarschap gaan voelen over het werk dat ze doen. En het vertrouwen krijgen. Maar hoe transformeren we ons onderwijs, onze zorg?  Daar heeft hij ook geen antwoord op. Dat zal een gezamenlijk zoek(ZOEC*)tocht moeten worden.

Judith

*) Over ZOEC (Zuyd Onderwijskundig Expertise Community) zal ik de komende tijd wel vaker bloggen. Sinds kort ben ik betrokken bij dit initiatief van onze onderwijslectoren. ZOEC wil de leer- en werkomgeving van onderwijskundige professionals van Zuyd worden waarin kennisontwikkeling en -deling centraal staat. Kernwoorden van ZOEC: Samen- Delen – Vertrouwen – Verbinden – Versterken. En fun 🙂

Professionaliseren ‘met de deur open’

Hi Marcel,

Op Zuydnet vond ik laatst informatie over het Professionaliseringsplan 2014-2018 van Zuyd. Ik was niet op de hoogte van dit document. Jij? Ik lees hierin dat Zuyd zich gelijktijdig richt op individuele, team- en organisatieontwikkeling. Ik lees hier

Informeel leren vindt ook in onze instelling plaats maar onze kennis hierover moet nog verder toenemen om op een weloverwogen wijze krachtige leersituaties op de werkplek te organiseren en te faciliteren. We zijn er op gericht dat informeel leren, gedurende de looptijd van dit professionaliseringsplan steeds meer onder de aandacht komt en een plaats krijgt in de professionaliseringsplannen van faculteiten en diensten.

en

Kortom, van Zuyd-medewerkers verwachten we dat ze er op gericht zijn te blijven leren, met en van collega’s te leren en daarvoor zelf de verantwoordelijkheid te nemen. Van onze docenten verwachten we dat ze lesgeven ‘met de deur open’, van elkaar leren door samen lessen voor te bereiden, elkaars lessen bij te wonen en gericht te zijn op samenwerken met de beroepspraktijk.

Mooie dat er bij HR aandacht is voor informeel leren. Ik moet eerlijk zeggen dat ik tot nu toe weinig heb meegekregen van deze plannen ondanks het streven van HR om professionalisering zichtbaar te maken.

Deze aandacht voor informeel leren sluit wel mooi aan op de conclusie van het MLI-onderzoek van Myriam Lamerichs: docenten willen vooral samen en van elkaar leren … maar dan moeten ze er wel tijd voor hebben.

Dan is het goed om te weten dat ik in het professionaliseringsplan las dat elke medewerker met een aanstelling van 0,4 fte (bij kleinere omvang naar rato) jaarlijks een basisrecht heeft van ten minste 40 uren om zijn bekwaamheidheid bij te houden. “Het basisrecht is bestemd voor het onderhoud en ontwikkelen van de eigen professionele kwaliteit (vakbekwaamheid en competenties) en het versterken van de persoonlijke effectiviteit.”

Die 40 uur zou je toch ook zomaar kunnen inzetten om informeel te leren. Ik ga het in ieder geval eens in mijn takenplaatje opvoeren. Ik moet dan wel inzichtelijk maken hoe tijd en middelen hebben bijdragen aan zijn professionalisering. Uiteraard. Dat vind ik vanzelfsprekend.

Hoe je dat kunt doen? In een interessant bijdrage op Komensky Post over The Crowd las ik over hoe informeel leren zichtbaar gemaakt kan worden en hoe de opbrengst gewaardeerd kan worden in een formeel kader. Maarten de Laat van de OU sprak over ‘waardecreatie verhalen’.

In een waardecreatie verhaal worden in feite vijf vragen beantwoord:

  1. Aan welke betekenisvolle activiteit heb je deelgenomen?
  2. Welke concrete opbrengst heeft dat opgeleverd? (dat kan een concreet product als een document zijn, maar het kan ook een idee, een advies, een model, etc. zijn)
  3. Hoe heb je die opbrengst toegepast in jouw eigen praktijk en wat heeft dat mogelijk gemaakt?
  4. Wat is het effect daarvan geweest voor jou persoonlijk of voor jouw organisatie?
  5. Mogelijk heeft deze ervaring jouw begrip van ‘succes’ veranderd. Als dat zo is, hoe?

Zo ben je met waardecreatie verhalen ook meteen bezig met kennis delen. Mooi toch? Ik heb dit idee inmiddels gedeeld met het kernteam van ZOEC. Volgende bijeenkomst eens verder bespreken.

Mijn waardecreatie verhalen zijn terug te lezen in ons blog 🙂 Ik denk dat ik zo al werk en leer: ‘work out loud‘. Wat mij betreft kunnen social media ook een rol spelen in het informeel leerproces, maar dat is een open deur hè?
*grinnik*
Judith

opendeur

CCO via Pixabay

Anders werken? Sociale aspecten houden ons tegen

Je weet Marcel, dat ik door de programmamanager van Zuyd Professional gevraagd ben voor de taak van ‘communitymanager’. Haar vraag was: Hoe kunnen we slimmer samenwerken binnen en tussen de diverse werkgroepen van ZP zodat we efficiënter met onze tijd omgaan, daarbij zoveel mogelijk gebruikmakend van Zuyd faciliteiten.

Naast mijn voorlopige constatering dat de tools beschikbaar binnen Zuyd op dit moment nog niet echt het online samenwerken stimuleren, heb ik ook nog wel een andere observatie en die is van een hele andere orde, en ook een nog weerbarstigere.

De conclusies dat sociale aspecten het anders/nieuwe werken tegenhouden die ik las in het blogbericht op Werktrends nav het Ricoh onderzoek ‘Anders werken: wat vindt werkend Nederland?’ herken ik. Ondanks dat het een ‘Wij van WC-eend’ onderzoek is 🙂

werktrends

Uit de whitepaper:
Ondanks alle technologische mogelijkheden om vandaag de dag plaats- en tijdonafhankelijk (samen) te werken, is het sociale element de belangrijkste reden om het kantoor boven een thuiswerkplek of andere werkplek te verkiezen.
Als belangrijkste voordeel van kantoor wordt het persoonlijk kunnen overleggen met collega’s (61%) en de goede faciliteiten (35%) genoemd. Minder goed kunnen overleggen met collega’s, niet alles meekrijgen (beide 22%), niet bij alle gegevens kunnen (21%) en het ongezellig vinden om elders te werken (14%) worden genoemd als belangrijkste belemmeringen van een werkplek buiten kantoor. Ruim 5% geeft aan zich wel eens eenzaam te voelen tijdens het thuiswerken.

ricoh1

 

Nu is het natuurlijk niet zo dat het werken op Zuyd ipv thuis het online samenwerken hoeft te belemmeren. Echter zoals ik het nu zie binnen Zuyd Professional, maar eigenlijk binnen heel Zuyd ervaar, is dat als je echt iets wilt, je bij mensen lang moeten gaan. De sociale factor, de f2f ontmoetingen zijn belangrijk, vaak ook doorslaggevend. Bila’tjes. ( …) plannen, kopjes koffie drinken, bijpraatuurtjes, projectoverleggen, dienstoverleg, etc etc.  En ik zeg niet dat ik dit soort bijeenkomsten niet belangrijk vind. Integendeel! Zeker wel! Maar sommige van deze kunnen wat mij betreft efficiënter/vervallen als we afspreken dat sommige werkzaamheden ook online kunnen plaatsvinden. Daar hebben we Office365, Yammer, mail en nog meer tools tot onze beschikking. We zouden meer tijd-en plaatsonafhankelijker kunnen werken, zodat we minder rekening hoeven te houden met ieders overvolle agenda.

Waar een wil is, is een weg.

En dat is de vraag: willen we ook wel online samenwerken?
En zo ja: wat spreken we dan af? Welke stapjes gaan we dan zetten? Wat heben we hier voor nodig? En hoe monitoren we dan samen deze stapjes?

Dat zijn mijn volgende stappen in deze zoektocht 🙂

Groet,
Judith

%d bloggers liken dit: