Categorie archief: Gastblog

Zo nu en dan hebben we de eer dat iemand anders een bericht plaatst op 2beJAMmed. Super!

Een Learning and Teaching Centre voor Zuyd! Het zou mooi zijn!

Dag Marcel

De gastbloggers bieden zich al vanzelf aan! Top! Pieter Dekkers, multimedia specialist van de AVDienst Heerlen heeft deze, zoals hij het zelf noemde: Canadese JAM (Blueberries en Maple Syrup flavoured) gemaakt.
Nou en of dat smaakt, Pieter!

OUR 2bejammed GUEST: Pieter Dekkers

bcit

Marcel, je noemde het al in de blog over weblectures. Ik heb inderdaad in Canada gewerkt. Bij BCIT, een grote ‘post-secondary’ met vestigingen in en rond Vancouver. Vaak krijg ik vragen over hoe het daar nu allemaal georganiseerd was en of ik het werken daar niet mis. Op vraag twee kan ik kort antwoorden: vaak mis ik wel de visie, de daadkracht en vooral de faciliteiten die daar aanwezig waren. Met name de afdeling waar ik werkte, het ‘Learning and Teaching Centre’, is een interessant gegeven. Ik wil mijn ervaring aldaar graag met jullie delen.

Er zijn een aantal overeenkomsten tussen het soort onderwijs dat bij Zuyd en BCIT wordt gegeven. Het verschil zit hem vooral in de schaalgrootte: BCIT heeft 18.000 nieuwe full time studenten en ca 28.000 part-time of avondstudie studenten per jaar. Alleen al in ‘Health Sciences’ zijn er al meer dan 60 studierichtingen. Naast medische opleidingen zijn er diverse technische studies variërend van autotechniek tot vliegtuigbouw, forensisch onderzoek tot radio en televisie, mijn- en bosbouw tot ICT, marketing en financiële programma’s enzovoort. BCIT belooft altijd de meest actuele en up-to-date kennis te overdragen. Daarvoor werken ze met een systeem van mensen uit de beroepspraktijk die in de gaten houden of het aanbod aansluit bij de praktijk. Vaak valt de meest actuele kennis ook te halen uit die beroepspraktijk en daarom worden er veel gastdocenten ingezet om cursussen te geven of mee te ontwikkelen.
Om dit te faciliteren is het Learning and Teaching Centre in het leven geroepen. Naast het ontwikkelen en aanpassen van lesmateriaal worden er ook docenten getraind en geholpen bij het lesgeven, zowel inhoudelijk als op het gebied van techniek, wordt er onderzoek gedaan en is er ondersteuning bij distance learning en projectmanagement. Er is dus een grote club onderwijskundigen aanwezig, de zogenaamde IDC’s (Instructional Develoment Consultants) maar ook Multimedia Developers, Technical Writers, Graphic Designers, Document Producers en Digital Media Producers. Ook de AV dienst, Instructional Technology Support en Distance Learning Support vielen onder het Learning and Teaching Centre. Kortom alles was in huis om een compleet curriculum te ontwerpen, in te richten en te distribueren. Wat een luxe!

Ik ben in 2005 als ‘Multimedia Specialist’ aangenomen onder de vlag van een speciaal project: (Ze zijn gek op afkortingen daar in Canada dus daar gaan we….) TEK (Technology Enhanced Knowledge) was een project waarbij onderzocht werd op welke manier techniek het onderwijs kon ondersteunen. In eerste instantie werd aan docenten gevraagd om verschillende technieken als Grassroots project uit te proberen. Ze onderzochten de techniek en deelden hun ervaringen met collega’s. De technieken die toen op het menu stonden waren o.a.: Blogs, Clickers (stemkastjes), COPS’s (community of practice), Wiki’s, Gaming (Second Life) en ePortfolio’s. (Nu gesneden koek maar voor het beeld: dit was dus twee jaar vóór de iPhone, Google earth en iTunes-u.) Ik hielp de docenten bij het maken presentaties, het filmen van de Grassrootsprojecten en hielp de afdeling met het vervaardigen van promotiemateriaal. Daarnaast werkte ik in teamverband met de andere specialisten aan de ontwikkeling van onderwijsmateriaal.
Verder maakten we (met 4 collega video producers) instructiefilms, marketing- en communicatiemateriaal en namen we lessen op. Je zou dit laatste een vroege vorm van weblectures kunnen noemen. Met een videocamera namen we het college of de instructie op en combineerden desgewenst de PowerPointpresentatie met het videobeeld d.m.v het programma Powerpoint Producer. De distributie ging via DVD, CD-rom of intranet. Op het moment dat iTunes-u zijn intrede deed experimenteerden we met Vodcasts als distributiemiddel. Er werd ook wel commercieel gedacht bij BCIT. Sommige DVD’s met lesmateriaal dat wij gemaakt hadden werd verkocht in de boekwinkel en hoorde bij het verplichte lesmateriaal. Af en toe werd materiaal verkocht aan andere opleidingsinstituten of door hen mede gefinancierd. Online introductiecursussen worden gratis gegeven om studenten uit het buitenland een indruk te geven van de leerstof. Na het behalen van deze eerste cursus kunnen ze beslissen of het de moeite waard is om naar Canada te verhuizen. Op deze manier trekken ze enorm veel studenten aan uit Rusland, India en China. Distance Learning (Leeromgeving was toen eerst Blackboard en later Desire2Learn) en het gebruik van media hierbij zijn onmisbaar geworden voor BCIT.

Ik ben intussen alweer bijna drie jaar werkzaam bij Zuyd Hogeschool en de verschillen met mijn ervaringen bij BCIT zijn groot. Het heeft ook weinig zin om deze twee instituten te vergelijken. Er is een andere cultuur, een compleet andere schaal en ook de inrichting van de organisatie en de manier van lesgeven is geboren uit een andere gedachte. In eerste instantie was het zo dat als je een technische richting wilde studeren in British Columbia, dan ging je naar BCIT, anders moest je het een paar 1000 kilometer verder zoeken. Tegenwoordig is ook daar de concurrentie groot geworden. De colleges worden langzaam allemaal universities en bieden vergelijkbare programma’s.
Maar waarin kan je je dan onderscheiden? Dat valt of staat uiteindelijk toch met uitstraling, goede faciliteiten maar bovenal de kwaliteit van het onderwijs. Kom je sneller aan de bak met een Zuyd diploma dan met een diploma van, zeg Fontys of Avans? Maakt het merk uiteindelijk het verschil? Ik denk dat een stuk competitie zeker niet slecht zou zijn. Maar voor excellent en onderscheidend onderwijs moeten de docenten bijzonder goed worden ondersteund en uitgerust. Of je dat bereikt met een master voor iedereen? Ik zou zeggen begin eens met het kijken naar het idee van zo’n Learning & Teaching Centre. Ik neem jullie graag mee op excursie naar Vancouver…mits de tickets worden betaald.

Oh…wat een verleidelijk idee…samen met jullie naar Canada! Daar wil die die Blueberries en Maple Syrup wel eens proeven of Poutine (moest wel even opzoeken wat dat was). Lijkt me ook lekker, Pieter 🙂

We hebben al vaker gesproken over zo’n soort van ‘Learning and Teaching Centre’ voor Zuyd waarbij AVDienst, I-adviseurs en Zuyd Bibliotheek samenwerken. Ik/wij denk/en dat dit een waardevolle ondersteuning voor onze medewerkers en studenten kan zijn. Hen bijstaan met advies en daadwerkelijk hulp op het gebied van technologie in het onderwijs. Collega’s helpen die betere, inspirerende docent van de 21ste eeuw te kunnen zijn. Die H.E.L.P.R.S  zijn bij videoproducties (in welke vorm dan ook), inzet van web2.0 tools, digitale didactiek, aanbieden van diverse soorten informatiebronnen tbv curriculumontwikkeling – en vernieuwing, informatievaardigheden, gamification, 21st centuryskills, onderzoeksvaardigheden …..Ik hoop dat deze droom nog eens uitkomt. Het zou zo mooi zijn!
Judith

Onderzoek naar inzet Serious Gaming bij Pabo-studenten

Dag Marcel,
Leuk was het om enkele weken geleden bij de start van het onderzoek van ‘onze Chris’ te zijn. Chris Kockelkoren volgt een master Pedagogiek (specialisatie Onderwijskunde) bij Fontys Hogeschool Tilburg. In het kader van zijn studie start hij een leerwerkproject waarin onderzoek moet plaats vinden naar een innovatie in het onderwijs. Deze behoort ook in de praktijk gepland en uitgevoerd te worden.
Natuurlijk heb ik hem gevraagd om in ons blog toe te lichten wat zijn onderzoek inhoudt. Het woord is aan 

OUR 2bejammed GUEST: Chris Kockelkoren

Hoofdvraag onderzoek
Ik heb gekozen om mij te gaan richten op het verbeteren van het onderwijs en daarin gekozen voor onderwijsvormen die meer passen bij de huidige beleving van de studenten (Jane McGonigal): serious gaming. Ik wil kijken in hoeverre een samenhang is te vinden in serious game en self-efficacy, beleving en inzet van studenten.
Self-efficacy is de overtuiging die iemand vooraf heeft dat hij een taak succesvol kan verrichten.

Pedagogische onderbouwing
Volgens Locke (Van Crombrugge: Denken over opvoeden) kunnen mensen alleen leren als je vrij bent. Vrij zijn betekent ook een geestelijke vrijheid hebben. Fiedrich Fröbel (daar is het woord fröbelen naar vernoemd) geeft aan dat kinderen zouden moeten opgroeien in een kindertuin. Een tuin waar ze vrij, zonder angst voor fouten, kunnen leren in de nabijheid van hun opvoeders. Als je het boek “Het puberbrein” (Nelis&Sark: Puberbrein binnenstebuiten) leest, dan dient de jeugd te worden beschermd tegen de invloeden van social media in de klassen. Dit wordt een middeleeuwse tuin genoemd. Ik ben echter van mening dat onze studenten beter gedijen in Franse tuin van Herbart. Deze is veel opener en studenten kunnen leren van hun fouten zonder dat ze worden beschadigd. Ik ben van mening dat we studenten moeten leren dat fouten maken ok is en dat ze daarvan kunnen leren en uiteindelijk een beter mens worden. Dus wij gaan studenten niet waarschuwen voor gevaren (Van Crombrugge noemt dit “Führen”) maar ze zelf laten ervaren en mogelijk uiteindelijk vooraf al laten inzien (Van Crombrugge noemt dit “wachsen lassen”). Serious games sluiten hier enorm goed op aan. Je krijgt op diverse levels uitdagingen die je zo vaak mag doen, totdat je ze hebt gehaald.

Onderwijskundige onderbouwing
In een serious game komen diverse zaken naar voren die onderdeel zijn van het sociaal constructivistisch denken. Interactie, samen leren, samenwerken, feedback (zelfs regelmatig), etc.

tuin

Gedurende de presentatie had ik een kleine serious game gemaakt, om de toehoorders kennis te laten maken met een serious game en de effecten. De toehoorders moesten in groepen van vier samen enkele quests uitvoeren. Het effect was groter dan verwacht. Mensen die eigenlijk weg moesten, bleven omdat ze nieuwsgierig waren (en mij niet teleur wilden stellen). Ik had de tijd op 10 minuten gesteld en na die tien minuten heb iedereen tot drie keer moeten vragen om te stoppen … ;), dit is kenmerkend en zie ik ook bij studenten die in de les gebruik maken van studiemateriaal in de vorm van een game. Maar natuurlijk moet ik het nu met een duidelijk onderzoek ook worden aangetoond.

Doordat het publiek zo gemêleerd was, heb ik niet alleen veel vragen gekregen maar ook mooie aanvullingen. Hierdoor kan ik het onderzoek nog scherper opstellen.

Enkele vragen uit het publiek waren:

  • Je zegt dat de uitstroom in het eerste jaar maakt dat er iets in het onderwijs anders moet. Ik ben dat met je eens, maar heb je andere redenen ook bekeken?
    Antwoord: ja er zijn al veel andere zaken die zeker ook bijdragen aan het tegengaan van uitval zoals: betrekken van ouders, intakegesprekken, betere voorlichting, sfeer op school (betrokkenheid) en betere voorbereiding van havo-student op zelfstandig werken (al op havo). Dit zijn allemaal zaken waar uit onderzoek blijkt, dat deze een positief effect hebben bij het terugbrengen van de uitval. Maar in de literatuur wordt geen eenduidige oplossing gegeven voor dit probleem, dus heb ik gekozen voor een onderwerp dat vrij nieuw is, dicht bij mij ligt en alleen nog maar op kleine schaal en vaak experimentele wijze wordt ingezet: serious gaming.
  • waarom dit onderzoek niet in de propedeuse uitval in leerjaar 3 zijn minimaal
    Antwoord: Dit is zeker een terechte en logische opmerking. Ik heb hiervoor enkele verklaringen, waarom ik toch voor de derdejaars minor heb gekozen.
  1. de uitval was een aanleiding tot dit onderzoek in combinatie met de uitspraak van Inspectie van het onderwijs en Paul Reijns van Zuyd Hogeschool dat de manier waarop het onderwijs wordt gegeven kan verbeteren en dat werd als een van de mogelijke oplossingen vermeld. Dus ik heb meer gekeken naar onderwerpen waarin ik het plezier en de beleving kan stimuleren en het onderwijs kan afstemmen op de nieuwe generatie studenten (dit op basis van statistiek UM in presentatie). Ik hoop stiekem dat dit ook mogelijke samenhang heeft met andere zaken, maar dat kan ik met dit onderzoek niet aantonen.
  2. Als ik meer plezier en een toename van self-efficacy kan verkrijgen bij derdejaars (die zeker al gemotiveerder zijn dan eerstejaars) dan lijkt het mij redelijk om aan te nemen, ofschoon je dit wel zou moeten onderzoeken alvorens hierover uitspraken te doen, dat het zeker ook effect heeft bij eerstejaars.
  3. Gezien de omvang en duur van het leerwerkproject is het maken van een game te omvangrijk en daardoor niet meegenomen in het onderzoek en heb me dus moeten beperken tot onderdelen waar een serious game nu al onderdeel is van het onderwijs. Dan blijven niet veel keuzes over en dan sluit de minor Digicoach het beste aan bij het onderzoek. Daarnaast is deze minor ook zeer interessant, daar het geen ICT-publiek bevat, maar Pabo-studenten.
  • (vrije vertaling van mij op basis van een vraag uit het publiek): Als je hebt aangetoond dat meer werk wordt verricht en de self-efficacy is gestegen, wie zegt dat dit komt door de serious game, misschien komt dit wel doordat de student veel meer werk verricht en daardoor een hogere self-efficacy heeft gekregen?
    Antwoord: Dit lijkt inderdaad in eerste instantie een moeilijk te bewijzen iets. Maar als ik kan aantonen dat tijdens de minor met een serious game meer uren in de studie wordt gestopt dan in de minoren waar op de “traditionele” wijze wordt lesgegeven, kun je in nader onderzoek kijken of dat komt door de serious game of de soort minor.
  • (vrije vertaling van mij op basis van een vraag uit het publiek): niet iedereen vaart wel bij onderwijs in de vorm van een serious game er zijn studenten die de oude wijze van lesgeven prima vinden?
    Antwoord: Dit lijkt te kloppen. Maar ik draai het om. Veel van de traditionele manieren van lesgeven spelen vaak in op één wijze van leren van studenten. Vaak is dat niet de wijze waarop studenten leren, maar hoe de docent leert. Als je het boek van Jane McGonical leest, dan zegt zij dat het hele leven een game is, dus is iedereen al onderdeel van een serious game. Serious gaming sluit daarom ook geen leerstijl uit, mits de onderwijseenheid ook alle manieren ondersteunt. Maar dat geldt voor alle onderwijsvormen. Bij een serious game kan iedereen zelf bepalen hoe hij de quests (opdrachten) uitvoert en hoe hij de kennis tot zich neemt. Kijk in het experiment op het einde van mijn lezing. Alle groepen hadden mensen met diverse leerstijlen in zich en iedere groep heeft het ook op zijn eigen wijze aangepakt. De game staat dit allemaal toe en beperkt niemand. Wel kun je spelenderwijs zien welke effecten een bepaalde strategie heeft (kindertuin van Fröbel), met name in combinatie met de voortgang van de quests. De constante feedback zorgde voor aanpassingen van de strategie bij bepaalde groepen, zonder dat hiervoor instructies zijn gegeven.

Mochten nog andere zaken zijn ingevallen die een bijdrage kunnen leveren aan mijn onderzoek of je niet eens bent met de beantwoording dan zie ik graag je vragen, artikelen en aanvullingen tegenmoet. Klik hier voor zijn contactgegevens.
Ik zal jullie via mijn blog kockelkorencj.blogspot.com op de hoogte houden van de voortgang van het onderzoek.

Game ze!
Groet Chris

Namens ons allebei heel veel succes Chris!
JAM on! 🙂

Student in de etalage: profileren met nieuw digitaal portfolio (2)

En ook benieuwd welke ePortfolio-omgeving de Nieuwste Pabo heeft gekozen? Gisteren deel 1 over de Student in de etalage. Onze gast blogt verder:

OUR 2bejammed GUEST: Ankie van de Broek

And the winner is……

SimuliseSimulise is een omgeving waarmee op dit moment ook geëxperimenteerd wordt door de Iselinge Pabo die door Kennisnet dit jaar is uitgekozen om zich onder hun begeleiding te mogen ontwikkelen tot Pabo van de Toekomst. Simulise werkt vanuit de 21st Century Skills (de vaardigheden die je moet bezitten om te kunnen functioneren in deze maatschappij).
Simulise werkt met een vereenvoudigde versie van WordPress. Hierin kan een student een eigen portfolio ontwikkelen en vormgeven met de mogelijkheden van een website. De doorslaggevende reden waarom we voor Simulise hebben gekozen is dat zij ook werken met badges. Het portfolio van de student wordt beoordeeld middels badges die vooraf met hem doorgesproken zijn.
Voordeel voor de begeleider van de student is dat deze al toegang heeft tot zijn groep studenten (en dus geen toegang hoeft te krijgen van studenten) en de beoordeling vindt op een duidelijke en korte manier plaats.
Verder heeft de student de mogelijkheid in een community te participeren met de andere studenten in dit traject. Tevens biedt deze community de mogelijkheid voor de student om zijn eigen sociale media te koppelen. Deze community heeft synchrone en asynchrone communicatiemogelijkheden die interessant kunnen zijn voor de Nieuwste Pabo maar die voor nu even te ver gaan om te bespreken.

SimulisePortfolio

Spelen studenten het spel mee?
Het experiment wordt uitgevoerd met een groep van ongeveer 12 pabo eerstejaarsstudenten die begeleid worden door 3 slb’ers. Zij gaan gezamenlijk de mogelijkheden van Simulise verkennen met als doel het optimale te halen uit de drie begrippen: eigenaarschap, profilering en netwerken.

Op korte termijn ben ik erg benieuwd naar twee onderdelen in dit experiment.

  1. Hoe ervaren studenten het om de mogelijkheid te krijgen een website te maken met eigen keuze in vormgeving en elementen. Hoe ervaren ze het dat ze dit delen met medestudenten (en op langere termijn ‘vreemden’). Het streven is dat studenten kennis en ideeën, en worstelingen met elkaar gaan delen. Maar is deze nieuwe generatie bereid de kennis te delen? En geeft het bijhouden van een dergelijk portfolio maar ook het bekijken van portfolio’s van medestudenten meer verdieping in je rol als leerkracht?
  2. Ten tweede zijn wij erg benieuwd naar het inzetten van badges in het portfolio. Spelelementen inbouwen in onderwijs is niet nieuw en kan heel waardevol zijn mits goed overdacht en goed uitgevoerd (spelelementen heb ik ook toegepast in mijn minor Digicoach The Game ). Mogelijk zouden deze spelelementen studenten kunnen stimuleren nodigicoachg meer uit zichzelf te halen en zichzelf steeds meer uit te dagen de eigen grenzen te overschrijden en zichzelf zo te verbeteren (niet voor brons gaan maar voor goud). Door het koppelen van badges aan het portfolio kun je ook de ‘zachte’ eisen beoordelen en het verschil in niveaus van de studenten in kaart brengen. Als begeleider kun je de studenten stimuleren en begeleiden in het nemen van die extra stap, door adviezen over vormgeving en inhoud passend bij individuele badges. Door het inzetten van badges met elk eigen criteria is het dan ook voor beide partijen duidelijk wat verwacht wordt.

Let’s start
De voorbereidingen beginnen… over enkele weken gaan we al van start… maar nu al moeten we ons buigen over de te ontwerpen badges met bijbehorende criteria waarbij tevens gekeken wordt naar de minimale eisen voor het uiterlijk van het portfolio zodat alle mogelijkheden van het programma uitgeprobeerd worden en de minimale eisen voor de inhoud van het portfolio.

blogbadgeIk wil bij deze Judith en Marcel een gouden badge overhandigen voor hun geweldige blogactiviteiten! Jullie zijn toppers!

Ik ga hard werken om de badge ‘schrijven van een gastblog’ te verdienen, maar daarvoor moet ik eerst
afmaken waar ik mee begonnen ben, namelijk het schrijven over dit experiment.

Over enkele weken volgt een blog met de eerste bevindingen van dit experiment……

Maar nu eerst flink trainen… op weg naar goud!

Fingers crossed

Ankie van de Broek
Docent Onderwijskunde en Nieuwe Media de Nieuwste Pabo

Woensdag 9 januari heeft Ankie het experiment gepresenteerd bij Kennisnet:

Rechtstreekse link naar deze Prezi.

Dank je wel Ankie. We voelen ons zeer vereerd met deze badge! Heel veel succes! We horen graag van jou en van je studenten (dan kunnen zij ook een badge ‘schrijven van een gastblog’ verdienen! :))
Marcel & Judith

Student in de etalage: profileren met nieuw digitaal portfolio (1)

Hallo Marcel,
Leuk dat we steeds vaker een medewerker van Zuyd zo ver krijgen dat hij/zij een gastblog wil schrijven op 2beJAMmed. Dit keer is het woord is aan:

OUR 2bejammed GUEST: Ankie van de Broek

Judith en Marcel proberen me al jaren te verleiden tot het schrijven van een gastblog.
Graag wil ik mijn ervaringen delen over een project waar ik op dit moment middenin zit…

dnp

Sinds september 2012 zijn we samen…
de Pabo’s van Maastricht, Heerlen en Sittard onder de titel ‘de Nieuwste Pabo’, een samenwerkingsverband tussen Zuyd Hogeschool en Fontys Hogescholen!

Nieuwe Media in de Nieuwste Pabo
We hebben inmiddels een gezamenlijk curriculum met als speerpunten Werkplekleren, Wetenschap & Techniek en Nieuwe Media.
Het speerpunt Nieuwe Media voelt als mijn kindje omdat ik continu bezig ben met aanpassen van mijn onderwijs aan deze tijd en het zoeken naar nieuwe mogelijkheden om het leren en leven op een creatieve manier zo vorm te geven dat je wil blijven leren en ontdekken. Mijn collega‘s zien het belang van de inzet van Nieuwe Media, maar geven aan hierbij hulp nodig te hebben. En ik vind het heerlijk om mee te denken in het ontwerpen van hun onderwijs, waarbij de inzet van Nieuwe Media een meerwaarde heeft. Mijn doel is om studenten de kracht en mogelijkheden van Nieuwe Media op diverse manieren te laten ervaren, zodat ze de mogelijkheden van nieuwe media gaan integreren in het onderwijs dat ze verzorgen aan de kinderen in hun eigen klas.

Digitaal portfolio van de 21e eeuw 
Charles Vandelon en ik (Ankie van de Broek) vormen samen het Nieuwe Media ontwerpteam dat tot doel heeft Nieuwe Media op de juiste plaatsen in te bedden in het curriculum van de Nieuwste Pabo.
Dit jaar ligt de nadruk op de Digitale Leer- en Werkomgeving van de Nieuwste Pabo. Het digitaal portfolio voor de student heeft voor het ontwerpteam de speciale aandacht. Het gebruik en de beoordeling van het digitaal portfolio moet dringend onder de loep genomen worden. De redenen hiervoor zijn onder andere omdat twee verschillende hogescholen zijn gaan samenwerken die ieder op hun eigen manier hiermee omgingen. Ook wordt het gebruik van het digitaal portfolio door alle betrokkenen op een eigen wijze ingevuld. De neuzen moeten dezelfde kant op en het portfolio moet meer aansluiten bij (de mogelijkheden van) deze tijd.

Innovatietraject van Kennisnet
De Nieuwste Pabo is door Kennisnet geselecteerd om deel te nemen aan een innovatietraject om het digitaal portfolio een nieuw en verfrissend 21e eeuws leven in te blazen, aangepast aan de 21e eeuw.
Een nieuwe versie van het digitaal portfolio moet ervoor gaan zorgen dat een student zich eigenaar voelt van zijn portfolio en hierdoor meer intrinsiek gemotiveerd raakt om zijn portfolio bij te houden. Om dit te realiseren, krijgt de student meer vrijheid in de vormgeving en inhoud van zijn portfolio. Het portfolio moet een etalage zijn van de ontwikkeling van de student, waar de student zijn of haar meest opvallende ontwikkelingen toont om deze te delen met anderen. De nadruk ligt op profilering en netwerken, zodat de student het portfolio ook na het afronden van de Pabo zal willen blijven gebruiken.
De ontwikkeling die een student zowel op de Pabo als op de werkplek doorloopt is een individueel proces dat ook zichtbaar zou moeten zijn in zijn portfolio. Tevens is het het visitekaartje van de student naar de buitenwereld toe. De student moet de wereld lokken naar zijn portfolio en proberen de bezoeker te verleiden terug te komen.
Naarmate een student verder in de opleiding komt en zich meer specialiseert, wordt het portfolio aantrekkelijker voor specifieke doelgroepen.

Krijg ik hier studiepunten voor?
Natuurlijk moet ook dit portfolio beoordeeld worden. Voor zowel de student als de begeleider is het van belang dat beoordeling op een transparante en objectieve manier gebeurt en dat een begeleider met behulp van het portfolio de groei van de student snel kan overzien.

Onderzoek en visie
De eerste twee stappen in het innovatietraject waren het bepalen van een visie op het begrip digitaal portfolio en het doen van een onderzoek naar het gebruik van het huidige digitaal portfolio. De visie staat hierboven in het kort beschreven en is onder andere tot stand gekomen in samenwerking met het ontwerpteam SLB en de boeken : ‘Digitaal portfolio‘ & ‘Werken aan je portfolio‘.werkenaanjeportfoliodigitaalportfolio

Tevens is een kort onderzoek verricht bij de studenten uit het tweede jaar naar het gebruik van het huidig (digitaal) portfolio. Het onderzoek bestond uit een vragenlijst met als hoofdvraagstukken: deelbaarheid, beoordeelbaarheid, identiteit en technische toegankelijkheid.

De meest opvallende punten zijn, dat studenten aangeven:

  • te weinig feedback te ontvangen op het portfolio
  • niet de mogelijkheid krijgen het portfolio op te zetten naar hun eigen wensen
  • dat het portfolio niet gemakkelijk op te zetten is en derhalve veel tijd kost.

Zoeken naar DE speld in de virtuele hooiberg
De volgende stap was het oriënteren op een aantal omgevingen. Welke omgeving past het beste bij de visie op het digitaal portfolio.
Blackboard, Sharepoint, Weebly, WordPress en Simulise zijn met elkaar vergeleken op eerder genoemde punten uit de vragenlijst: deelbaarheid, beoordeelbaarheid en identiteit.
Tevens zijn collega’s en studenten geraadpleegd over hun kennis van de genoemde omgevingen. Samen met een collega van het slb-ontwerpteam ben ik in december naar het Nationaal ePortfolio Congres geweest om te leren wat we in de nabije toekomst kunnen verwachten van digitale portfolio’s. Wat voor mij het meest naar eruit sprong, was het concept van de ‘open badges’. (badges zijn een soort medailles die je kunt verdienen als je aan kunt tonen de vaardigheden/ kennis te bezitten die gekoppeld zijn aan deze medaille). Doug Belshaw, een zeer inspirerende spreker van Mozilla heeft tijdens zijn Keynote ‘ePortfolio and the Open Badges Initiative’ een inleiding gegeven over het gebruik van badges in de beoordeling van een portfolio. Aansluitend hebben we zijn workshop ‘open badges in practice’ gevolgd om zelf te oefenen in het ontwerpen van een badge.
Deze dag is doorslaggevend geweest voor de keuze van de omgeving.

openbadges

And the winner is……

Wat dat is geworden bewaren we even voor morgen 🙂 Dan deel 2 van het gastblog van Ankie van de Broek, docent Onderwijskunde en Nieuwe Media bij de Nieuwste Pabo.
Groet, Judith

Hoorcolleges? Videolessen? Social Media? Zuyd-docent zet discussie voort.

Hallo Marcel,

Tijdens de kerstvakantie was er (landelijk) discussie over gebruik van video in het onderwijs. Ik heb het een en ander verzameld in het gelijknamig blog. Ik eindig het blog dat de discussie vervolgd wordt omdat collega docent pedagogiek Didi Joppe (Social Studies Sittard) hierover een gastblog wilde schrijven. En dat heeft ze gedaan!

OUR 2bejammed GUEST: Didi Joppe

Afb. @JorgeCham  via Kardonsch

Afb. @JorgeCham via @Kardonsch

Speedboot

“Yes” schreeuwde een student het uit tijdens mijn hoorcollege. Ik raakte volkomen de draad kwijt. Hoezo yes? Waarop reageerde ze? Had ik iets raars gezegd? Razendsnel probeerde ik te schakelen van de inhoud van m’n hoorcollege naar de student die lachend achter haar laptop zat. Ze was overduidelijk blij. Het effect van haar gedrag was immens; ineens begonnen meer studenten verwoed achter hun laptop te duiken. Alsof ze allemaal onuitgesproken de wave deden. Er klonken meer kreten van geluk door de aula. Het was in ieder geval duidelijk dat ik aan de verliezende hand was. Mijn hoorcollege met Prezi was ver op de achtergrond geraakt. Gefrustreerd verliet ik de aula nadat het uur erop zat.

Daarom sprak het verhaal van hoogleraar Jan Derksen in De Volkskrant  op zaterdag 29 december 2012 mij ook zo aan.
“…ongeïnteresseerde studenten, diep weggezonken in hun digitale schaduwwereld…”. Niet dat ik nu na één minder gelukt hoorcollege de brui eraan wil geven, maar wél vanuit het oogpunt ‘aansluiten bij de leefwereld van onze student’. Want die wereld is veranderd en daar kunnen we maar beter bij aansluiten. Is niet één van de strategische doelen van Zuyd ‘beter opleiden’?

Moeten we dan alle hoorcolleges maar online zetten en face2face hoorcolleges afschaffen? Nee, natuurlijk niet! Althans, nog niet in 2013. Maar waarom zou ’t niet én én kunnen? Bijvoorbeeld door de student eerst het hoorcollege online te laten bekijken en de mogelijkheid te bieden dat hij zich kan inschrijven voor een ‘ouderwets’ hoorcollege waar tijd en aandacht is voor vragen en discussie.

Ik denk dat we als Zuyd en in het bijzonder Social Studies momenteel een uitgelezen kans hebben om in deze speedboot te stappen. We gaan een proces in om ons onderwijs aan te laten sluiten bij Welzijn Nieuwe Stijl, oftewel de Social Worker 2.0. Laten we niet verzanden in wéér individuele initiatieven van docenten die vanuit zichzelf geïnteresseerd zijn in de combinatie tussen onderwijs en social media. Waarom nemen we het niet op in het format waaraan elk moduleboek moet voldoen? Laat het in onze visie op die Social Worker 2.0 verankerd zijn door nú de modulevoorzitters te ‘dwingen’ (ja, tricky woord…) iets van die social media op te nemen. Met als randvoorwaarden dat lokalen zijn ingericht op deze nieuwe tijd en docenten ondersteuning krijgen in hun zoektocht.

Didi Joppe
@ditoma3 

Dank je wel, Didi voor de bijdrage aan de discussie.
Via Frans Roovers en Ayk de Bie weet ik een beetje van jullie Social Worker 2.0 plannen. Heel goed dat jullie nadenken over hoe nieuwe media en web2.0 tools in je onderwijs te integreren om aan te sluiten bij de ontwikkelingen in de maatschappij die ook het welzijnswerk beïnvloeden. Je hebt een punt dat het niet een initiatief moet zijn van enkele enthousiaste docenten. Kennis delen en samen onderzoeken (ook met studenten) biedt zoveel meer (en plezier): delen is vermenigvuldigen! En er zijn genoeg social media tools om hier binnen het team mee aan de slag te gaan, zie Dingen@Zuyd. Je eindigt je pleidooi met stellen van randvoorwaarden: moderne uitgeruste lokalen en ondersteuning van docenten. Inderdaad: zolang hier geen ruimte en financiën voor beschikbaar wordt gesteld, blijven we achter de feiten aanhobbelen. Wellicht dat het innovatieprogramma van Zuyd voor jullie faculteit hiervoor mogelijkheden biedt? Morgen volgt een blogpost hierover 🙂
Aan de andere kant vind ik dat je als professional op je vakgebied (inhoudelijk, didactisch en technologisch: zie TPACK) een open en leergierige instelling moet hebben. In deze tijd waarin kennis steeds sneller verandert, valt dat niet altijd mee.

Onderstaande video werd gedeeld door Wilfred Rubens in zijn blogpost Onderwijskunde: wetenschap in concept. In deze mooie animatie stelt Sam Arbesman dat bepaalde kennis snel veroudert (Ook Mathieu Weggeman stelt dat in zijn publicaties, hij noemt dat de afnemende halfwaardetijd van kennis, zie art. 4.5 in Het Management Wetboek). Ook onderwijsprofessionals moeten leren hoe je nieuwe kennis en ideeën moet ontwikkelen.

Groetjes,
Judith