Studenten leren argumenteren? Gebruik weblog als leertechnologie!

blogtoets

CC-BY GotCredit

Ha Marcel,

Voor de herfstvakantie had ik een leuk gesprek met docent van de faculteit International Business Emmy Nelissen-Pierik over bloggen. Vorig jaar heeft zij voor de eerste keer weblog als leertechnologie ingezet. Ik wilde graag haar ervaringen horen om deze binnen en buiten Zuyd te delen.

Aanleiding

Binnen het Europees beleid speelt economie steeds vaker een hoofdrol. De opleiding European Studies vindt het daarom belangrijk dat hun studenten meer toegepaste economische kennis zich eigen moeten maken. Emmy, docent internationale economie, bedacht daarom een nieuwe economische cursus in het derde studiejaar waarin Europees economisch beleid en vooral een eigen mening hierover vormen centraal staat. Als onderdeel van de cursus moesten de studenten blogberichten plaatsen waarin ze hun mening moeten beargumenteren.

Emmy had zelf nog geen ervaring met bloggen. Op internet is zij gaan zoeken naar voorbeelden en beoordelingscriteria. In een duidelijke studiehandleiding is aan studenten uitgelegd wat van hen verwacht werd. Omdat het voor haar ook nieuw was heeft ze zelf ook een blog aangemaakt om hetzelfde te ervaren als haar studenten. In haar blog beschreef ze haar ervaringen met deze andere vorm van lesgeven.

Het schrijven van blogs

Studenten moesten in groepjes van 3-4 minimaal één blog per week schrijven over economisch beleid in de EU. Zij waren vrij om over hun eigen interesses te schrijven. Met aanvullende literatuur die ze voorafgaande aan elke werkgroep (bijeenkomst) moesten lezen, werd tijdens de les opinievorming gestimuleerd door middel van het aanbieden van een theoretisch kader en praktische informatie. In de 7 weken dat deze module duurde, betekende dit dat iedere student minimaal 2 blogberichten moest posten. Wekelijks moest ook iedere groep aan Emmy een document doorsturen met hierin informatie over hun blogposts, een screenshot van de blogstatistieken, een beschrijving van het aantal blogs, reacties op het blog en hoeveel reacties ze zelf hadden gepost. Tot slot moesten ze zelf reflecteren op hun blogactiviteiten en dit beoordelen op een schaal van 1 tot 5.

  • Studenten werden ook gestimuleerd inhoudelijk te reageren op elkaars blogs en om reacties van experts ‘uit te lokken’.
  • Tijdens elke werkgroep werden de blogposts van de studenten besproken.
  • Iedere student moest een eindblog schrijven over een pittig economisch onderwerp wat individueel beoordeeld werd.
  • De beoordeling bestond uit een gedeeld cijfer van de groeps- en individuele opdracht (50-50).

Ervaring van docent

Bloggen was zowel voor studenten als docent nieuw. Tijdens de werkgroepen ging veel tijd op aan blogtechnische vragen. Studenten moesten bijv ook leren dat als gereageerd wordt op een blogbericht dat je als blogger daar ook weer op moet reageren.

Studenten werden gestimuleerd hun blogs te delen met de wereld te delen. Hoe ze dat slim konden doen met behulp van sociale netwerken waren vaardigheden die studenten nog niet beheersen. Het aanbod sociale media binnen de opleiding is vooral marketing gericht en niet op hoe je persoonlijk met sociale media (zakelijk) kunt profileren.

Op basis van beoordelingskaders die Emmy op internet had gevonden heeft ze dit beoordelingsformulier gehanteerd om de blogs te beoordelen. Als ik dit vergelijk met de rubric van de University of Wisconsin die ik destijds met mijn MLI-docenten heb gedeeld (via) is de verhouding inhoud (60%) en blogpresentatie (40%) vergelijkbaar.

  • Emmy constateerde dat door het bloggen een open sfeer werd gecreëerd onder de studenten.
  • De beoordelingen van de docent en de zelfevaluatiecijfers van de studenten kwamen overeen.
  • Een blog met argumentatie schrijven is wat anders dan academisch schrijven.
  • 80% van de studenten vonden het een motiverende werkvorm.

Ondanks de hoge workload (als docent wilde Emmy graag alle blogs lezen en ook feedback op geven) heeft Emmy de smaak te pakken met bloggen. Binnenkort start ze ook bij een minor van de opleiding Orientaalse Talen en Cultuur met groepsbloggen in een andere variant. Dit keer wordt het gebruikt door een groep studenten om als consultants hun ‘fictieve klant’ te informeren over de voedingsindustrie in de Oriënt.

Deze module Economic policy in the EU wordt dit studiejaar door een andere docent verzorgd. Het zou interessant zijn om de ervaring van deze docent te vergelijken met die van Emmy.

bloggen

Photo credit: Langwitches

Tips

Al pratend heb ik haar nog wat tips kunnen geven:

Bij het groepsblog was niet altijd duidelijk welke student het blogbericht geschreven had. Emmy adviseerde studenten hun naam onder het blog te zetten. In de handleiding staat dat een blog maar aan één e-mailadres/facebookaccount kan worden gekoppeld. In principe klopt dat maar je kunt altijd gebruikers toevoegen. Deze gebruikers kan je de rol geven van beheerder-redacteur-auteur-schrijver-abonne, elk met eigen bevoegdheden. Zo kan elke student die bijdraagt onder eigen naam inloggen, zijn/haar bericht toevoegen en dan wordt bij het blogbericht naast de datum  ook de naam van de bijdrager vermeld.

Emmy merkte dat studenten ook veel vragen over het bloggen hadden, dit ging ten koste van de economische inhoud van haar lessen. Als tip heb ik haar gegeven dat ze ook een een gedeelte van deze economische inhoud ‘flipped’ kan aanbieden. In de vorm van een blogpost. Zoiets kan je voorafgaande aan de lessencyclus al klaar zetten en per week publiceren. Omdat zij in haar lessen vooral actuele economische onderwerpen behandelt, kan dit niet maanden van te voren. Uiteraard hoef je bij het bloggen niet te beperken tot tekst, een video, foto’s of animaties kunnen ook prima hiervoor gebruikt worden.

Emmy kreeg via mail de blogberichten (het wekelijkse formulier) aangeleverd. Dit was soms onoverzichtelijk omdat dit tussen de andere werkmail terecht kwam. Hierbij zou RSS-reader als Feedly een oplossing kunnen bieden. Hiermee is het mogelijk om blogs in mapjes onder te verdelen. Zie Ding 2 RSS op Dingen@Zuyd hoe je RSS ook in je onderwijs kunt inzetten.

Het eindblog moest aan bepaalde eisen voldoen, zoals verplicht 4 woorden gebruiken uit een woordenlijst (goed idee!). Fijn om te lezen dat ook het gebruik van afbeeldingen werd beoordeeld op correct citeren. De eis van 1,5 pagina vind ik zelf niet zo duidelijk. De lengte van pagina bij een blog is afhankelijk van vormgeving. Ik zou eerder aantal woorden als eis stellen.

Wil je meer weten van het gebruiken van weblogs in het onderwijs, zie Ding 1 via Dingen@Zuyd.

Dank Emmy voor het delen van deze succeservaring!
Groet, Judith

Geïnteresseerd in de bijbehorende studiehandleiding? Zie Course outline Economic policy in the EU 2014-2015_student version

Surrender to the chaos – Zarayda Groenhart #TEDxDelft

Hoi Marcel,

Gisteravond zag ik deze retweet van je. Het verhaal van Zarayda Groenhart achter haar talk die we samen gezien hebben bij TEDxDelft (wat leuk trouwens dat jouw tweet in haar blogbericht embed is 🙂 ). In mijn blogbericht over dit prachtige event schreeft ik al:

Bij de talk van Zarayda Groenhart kwamen de tranen bij mij. Hoe je in chaos zo kwetsbaar een krachtig verhaal kan vertellen. Zij vertelde hoe zij vorig jaar zomer haar verhaal opschreef over hoe zij slachtoffer werd van seksueel geweld door een bekende van de familie. Het was een moeizaam proces waarbij haar vader haar tot steun was: “the story chooses you to be told”, zei hij elke keer als het haar te zwaar werd. Enkele dagen nadat zij dit boek aan de uitgever had gegeven (Het waarom-meisje) hoorden zij dat haar vader longkanker had. Drie maanden later was hij overleden. En dat was pas november vorig jaar. Ik voel ook die chaos die zij beschrijft. Diepe buiging!

Ik moest nog een inspirende TEDtalk hebben voor de wekelijkse Nieuwsflits van het I-team. Daar hoort de TEDtalk van Zarayda zeker bij! Dus morgen in de Nieuwsflits, maar vandaag ook op ons blog. De boodschap van  Zarayda “if you share that chaos, share your story, instead of destroying you it is going to save you” is zeker een idea worth spreading!

Op haar blog The Why Girl zocht ik nog naar een bericht over haar TEDTalk beleving  Ik vond haar blogbericht Met deze 4 tips voorkom je de blabla versie van jezelf op het podium. Waar het in kort gezegd op neer komt: hoe eerlijker en kwetsbaarder je durft te zijn, hoe meer connectie je maakt met je publiek; deel je inzichten en toon emoties. Die connectie had zij zeker. Ik heb haar verhaal nog een keer beluisterd en het raakte me weer diep.

Groet,
Judith

Bezocht EDLAB, The Maastricht University Institute for Education Innovation

Dag Marcel,

Op de 1e dag van de herfstvakantie heb ik met collega’s Rienke, Pieter en Els een bezoek gebracht aan het EDLAB van de Universiteit Maastricht.

EDLAB

Klik op de afbeelding om folder EDLAB te downloaden

Het EDLAB is net zoals Tapijn Learning Spaces gevestigd op het terrein van de Tapijnkazerne, een prachtig mooi stukje Maastricht. Vanuit deze voormalig officiers mess heb je werkelijk een fantastisch uitzicht op de oude stadsmuur.  Het gebouw bestaat uit diverse flexruimtes, loungeplekken en vergaderruimtes. Allemaal erg mooi en licht ingericht. Wist je trouwens dat jouw opleiding Department of Knowledge Engineering ook op dit terrein nu gevestigd is?

Edlab4
Walter Jansen, coördinator Innovation en Nynke de Jong (liaison vanuit faculteit Gezondheidszorg) vertelden ons over aanleiding en missie van dit universiteitsbrede innovatiecentrum. Net zoals onze Zuyd Innoveert had de universiteit een vergelijkbaar onderwijsinnovatieprogramma, nl. ‘Leading in Learning’. Na enkele jaren met interessante en leuke projecten werd geconstateerd dat duurzame implementatie ontbrak. Dit was voor het CvB van de UM aanleiding om flink te investeren in dit innovatiecentrum. De directeur van EDLAB (tevens vice rector magnificus) is vanaf 1 april met zijn team aan de slag het centrum op te bouwen. Het kernteam bestaat uit 8 personen (5,5 fte) waarbinnen ook de bibliotheek is vertegenwoordigd. Daarnaast zijn er facultaire vertegenwoordigers (zij noemen dit ‘liaisons’). Elke faculteit is vertegenwoordigd door 0,4 fte (gedeeltelijk gefinancierd door EDLAB), soms is dat 1 persoon, maar het zijn vaker 2, of soms 3. (Herken je je bloemmodel? 🙂 ).

Het EDLAB bestaat uit 3 pilaren

  1. Education Innovation waarbinnen 3 thema’s zijn gedefinieerd: instructional design, assessment en international classroom
  2. Excellence Education (honour-programs)
  3. Educational Services (docentprofessionalisering)

Onderzoek is niet het doel, maar kan altijd aanhaken.

Maandelijks komen het kernteam met de liaisons bijeen om projectvoorstellen te bespreken en om ideeën te genereren. De facultaire vertegenwoordiger bespreken dit binnen hun facultaire gremia en proberen draagvlak te zoeken en te creëren. De liaisons zijn dus de verbindingstroepen tussen EDLAB en de faculteiten. Vanuit hun ambassadeursrol organiseren binnen hun faculteit o.a. lunchbijeenkomsten om de kennis vanuit EDLAB te delen. Zij hebben regelmatig overleg met het management van hun faculteit.

Bij het bepalen van de EDLAB projecten is onderwijsvisie altijd uitgangspunt. De focus ligt op het ontwikkelen en duurzaam implementeren van vernieuwingen/verbeteringen voor alle UM faculteiten. Waarbij studenttevredenheid en verbeteren van kwaliteit van onderwijs het doel is. Mochten sommige voorstellen niet door alle faculteiten omarmd worden dan kan een faculteit uiteraard zelf een innovatieproject opstarten, maar dit gaat dan niet onder leiding van EDLAB. Per project is een taskforce actief, bestaande uit experts uit de faculteiten op het specifieke onderwerp. Dit kunnen de liaisons zijn, maar dat is zeker niet altijd het geval. De liaisons zetten wel hun netwerk in om deze experts te zoeken. De (tijdelijke) inzet van deze experts wordt opgenomen in hun takenplaatje.
Het is wel de bedoeling de studenten in de nabije toekomst te betrekken bij de brainstormsessie, maar niet bij het construeren.

Dit EDLAB is dus niet zoals ons X-lab of als een iXperium gericht op trends op het gebied van leren en lesgeven met ict. Hiervoor is binnen de bibliotheek van de UM de supportservice EdICTed ingericht.

Kan dit ook bij Zuyd?

Het was erg interessant om te horen hoe de UM het weerbarstige onderwerp ‘onderwijsinnovatie’ aanpakt. Hoewel ze nog in de opstartfase zitten, ervaren ze dat het model van kernteam met facultaire vertegenwoordigers werkt. Moeten we toch nog maar weer eens een keer een poging doen om dit model, ons bloemmodel onder de aandacht van ons management te brengen? De focus van het EDLAB is duidelijk, het gaat om onderwijsinnovatie in de breedste zin van het woord, maar wel voor alle faculteiten. Het van elkaar leren en het gebruik maken van elkaars kennis staan centraal.
De focus van het I-team betreft innovatie op het terrein van ICT in onderwijs en onderzoek, maar ook voor alle faculteiten van Zuyd. Uiteraard, de urgentie van innovatie van onderwijs moet vanuit de faculteiten komen. Zuyd Innoveert faciliteert dat prima. Momenteel poppen zoveel icto-gerelateerde innovatieprojecten op. Prachtig! Laat die duizend bloemen maar bloeien! Maar net zoals de UM worstelen wij ook met duurzame innovatie.  Als I-team raken wij het overzicht langzamerhand kwijt. Misschien is dat niet erg. Toch hoor ik steeds vaker de behoefte om van elkaar te leren. Wielen lijken opnieuw uitgevonden te worden. Experts van buiten worden ingevlogen. De roep om ict-docentprofessionalisering wordt steeds luider. En natuurlijk wist ik het wel, maar na het bezoek aan het EDLAB is het me weer duidelijk geworden dat zonder (financiële) ondersteuning van het management het structureel en duurzaam kennis delen en samen e-learning projecten uitvoeren nooit succesvol zal worden. Zou die bloem ooit nog eens tot groei komen?  🙂

We zijn na deze kennis uitwisseling nog even in het Tapijn Learning Spaces geweest, waar ik al eerder ben geweest en over geblogd heb. Ik heb de ervaring van dit 2e bezoekje toegevoegd aan dat blogbericht.

Na een heerlijke lunch buiten in het herfstzonnetje op het terras van de Tapijn, hebben Rienke en ik binnen nog even verder gewerkt. Een prima werkplek: snelle gratis wifi, gezellige omgeving, sfeervolle muziek, lekkere koffie. Nu alleen nog wat extra stopcontacten en Maastricht is een Seats2meet plek rijker.

Herfstgroeten,
Judith

Onderzoek naar werkgerelateerde tweets

Ha Marcel,

Een paar weken geleden kreeg ik Daniëlle Quadakkers een mail met het artikel How employees use Twitter to talk about work: A typlogy of work-related tweets. Ik had nu tijd over om dat eens te bestuderen, zei ze 🙂 Ik heb uiteindelijk in mijn masteronderzoek geen tweets meer geanalyseerd. Het leek me wat te veel van het goede (en wist ook niet precies hoe ik het toen aan moest pakken). Deze onderzoekers van de The Amsterdam School of Communication Research ASCoR van de Universiteit van Amsterdam: Ward van Zoonen, Joost Verhoeven en Rens Vliegenthart hebben het wel gedaan. In dit onderzoek hebben zij 38.124 tweets, verstuurd door 433 werknemers handmatig gecodeerd en geanalyseerd! Ik vermoed dat zij wel wat studenten hadden die hen daar behulpzaam bij waren, althans dat hoop ik dan.

De samenvatting

In organizational research employees’ use of personal social media for work remains an understudied phenomenon. Yet, it is important to gain understanding of these online behaviors as they might have consequences on the individual and organizational level. We provide a typology for work-related Twitter use based on a large-scale content analysis (N = 38,124) of tweets sent by 433 employees across different organizations. We found that work-related topics were prevalent in 36.5% of all tweets. Employees’ work-related tweets paint a picture that is consistent with the archetypical social media behaviors – i.e., knowledge sharing and socialization – identified in earlier research. Employees share profession-, organization- and work-related tweets strategically with professional contacts, enhancing horizontal communication among organization members. Furthermore, Twitter enhances the integration of personal and professional life domains, as employees often tweet about their work outside regular work hours but also tweet on a personal title while at work.

In dit onderzoek ging het om persoonlijke twitteraccounts (geen corporate of namens afdelingen). De reden voor dit onderzoek naar tweets is dat uit onderzoek blijkt dat Twitter

  1. het meest populaire sociale mediakanaal is voor werkgerelateerde informatie, zelfs meer dan LinkedIn;
  2. een effectieve tool is voor communicatie binnen en buiten organisaties;
  3. in principe open en publieke communicatie betreft (je kunt het wel afschermen natuurlijk). Het is ook mogelijk de communicatie tussen andere tweeps volgen;
  4. er is nog weinig bekend over werkgerelateerde tweets. Twitter wordt veelal geassocieerd met riskant gedrag en tijdsverspilling (tsja 😉 ). Er is wel veel bekend over de motivatie en gevolgen van twittergebruik, maar niet over de inhoud van tweets.

Op basis van vele vele onderzoeken (theoretische veronderstellingen en empirische bevindingen) hebben zij werkgerelateerde tweets ingedeeld in verschillende categorieën van kennisdelen zoals: werkgelateerd, beroepsgerelateerd, organisatiegerelateerd, vragende tweets, commentaar, communicatie tussen werknemers. Maar ook sentiment werd onderzocht: was een tweet positief, negatief of neutraal?

Uit dit onderzoek blijkt dat 8 van de 10 werknemers werkgerelateerde tweets verzenden vanuit hun persoonlijk twitteraccount. Deze werknemers delen het meest (in volgorde) over 1) beroepgerelateerde informatie, 2) de organisatie-gerelateerde informatie, en 3) werkgedrag, en zijn vaak betrokken bij 4) communicatie met collega’s. Tweets worden vooral op werkdagen verstuurd, maar niet alleen tijdens werkuren (piektijd om 8 uur ’s avonds).Eenderde van de tweets zijn retweets en 35% bevatte een hashtag. In bijna de helft van de tweets stond een hyperlink, en bij 70% een @ (mention). In het onderzoek is de optie ‘favorite’ buiten beschouwing gelaten. De onderzoekers vonden een belangrijk verschil tussen werkgerelateerde en persoonlijke tweets. Werkgerelateerde tweets bevatten veelal verwijzingen naar andere bronnen (hyperlinks) en zijn overwegend neutraal van toon.

Dit onderzoek bevestigt het social mediagedrag van kennis delen en interactie bij de twitteraars. De werknemers zetten Twitter vooral strategisch in als het gaat om kennis delen en ze gebruiken twitter verantwoordelijk. Ze zijn zich bewust van de (negatieve) effecten van twittergebruik (er vindt een vorm van zelfcensuur plaats).  Tevens hebben ze veel contact met andere twitterende collega’s en met mensen buiten de organisatie (boundary crossing! 🙂 ). Ja, ik herkende me wel in dit beeld :).

1616-business

The challenge for organizations is not banning social media from the workplace, instead they should focus how work related use impedes personal time and might increase work to life conflicts.

Een respondent in mijn masteronderzoek zei: “Ik gebruik het privé echt minimaal, mijn meeste sociale media activiteiten zijn werk maar ik voel me niet zo prettig als iemand ziet dat ik mijn Twitter of Facebook open heb. Ja dat is heel gek maar het is gewoon zo.”  Het wordt toch hoog tijd dat dit gevoel bij collega’s verdwijnt. Onderzoek heeft aangetoond dat …. 🙂

Twittergroetjes,
Judith

Van Zoonen, W., Verhoeven, J. W., & Vliegenthart, R. (2016). How employees use Twitter to talk about work: A typology of work-related tweets. Computers in Human Behavior, 55, 329-339.

De kracht of zwakte van sociale media?

Beste Marcel,

Zoals je weet plaats ik elke week in de Nieuwsflits I for You een TEDtalk ter inspiratie voor onze collega’s bij Zuyd. Inmiddels heb ik er al ruim 100 gedeeld. Vaak zijn de Friday TED talks van Bas van de Haterd een inspiratiebron, zo ook deze over sociale verandering en sociale media. Morgen verschijnt deze TEDtalk van techno-soicoloog Zeynep Tufekci: Online social change: easy to organize, hard to win in de Nieuwsflits. Ik wilde deze ook via ons blog delen.

De grootschalige volksopstanden in Turkije en Egypte worden vaak aangeduid als de ‘twitterrevolutie’. Sociale media speelden een grote rol in het verspreiden van nieuws via Twitter, Facebook en YouTube. De berichten, foto’s en video’s gingen razendzsnel de wereld rond. Het volk dat in tegenstelling tot de door de overheid geregiseerde pers een ander beeld van de werkelijkheid liet zien. Ook ik heb vaker in presentaties deze voorbeelden als krachtige rol van sociale media benoemd. In haar TEDtalk probeert Zeynep Tufekci echter aan te tonen dat het gemak van de sociale media sociale veranderingen op de lange termijn juist moeilijker maakt. Via sociale media wordt de massa snel bereikt en krijgt een beweging (bv de Occupybeweging) snel aandacht. Echter door het ontbreken van enige infrastructuur van zo’n beweging is de invloed ervan zeer beperkt. Als voorbeeld noemt zij de Burgerrechtenbeweging in de jaren 50 en 60 in Amerika die door een moeilijke (en langzame) aanpak veel meer heeft bereikt. Samenwerken en samen denken om de richting te bepalen, kost gewoon veel tijd. Daar heeft ze gelijk in. Alleen de totstandkoming van de Civil Rights Act is ook niet in 5 jaar tot stand gekomen. Elke verandering gaat in kleine stapjes. Ook small steps matter? Toch?

groet,
Judith