Knowmad

Hi Marcel,

Veel van mijn vriendinnen werken in de zorg. De laatste weken hoorde ik weer verschillende verhalen hoe hoog de werkdruk daar is. Deze wordt vooral ervaren door het vele papierwerk, alles moet geregistreerd worden, zodat (mijn interpretaties) bestuurders zich kunnen indekken en kunnen verantwoorden over alle handelingen en calamiteiten. En geloof me … het gaat ver… Het is dat deze professionals zo’n groot verantwoordelijkheidsgevoel hebben en waken over het belang van hun patiënt.

Ik zie parallellen met het onderwijs.

Schaalvergroting in zowel zorg als onderwijs leidde tot een andere sturing. Door zoveel mogelijk (alles) te registreren (onder het mom van kwaliteitsverbetering) probeerde de bestuurder grip te krijgen op het proces. Hij was immers uiteindelijk verantwoordelijk. De zorgmedewerker, de docent kwam in een slachtofferrol: want ‘zij’ beslissen maar…

Ik beschrijf het wat gechargeerd. Toch staat dit ook ongeveer beschreven in het artikel ‘Haal de professional uit zijn rolgevangenis‘ waarop ik door onze lector Dominique Sluijsmans werd geattendeerd. In dit interview zegt HAN-lector Goed Bestuur en Innovatiedynamiek in Maatschappelijke Organisaties, Frans de Vijlder dat professionals hun professionele ruimte moeten claimen en dat bestuurders ruimte moeten bieden. Hij stelt dat zowel bij zorg als onderwijs de nadruk komt te liggen op keten- of netwerkgovernance. Dat betekent voor het onderwijs dat de docent moet leren dat hij werkt in een brede organisatie en dat hij als een team en netwerkprofessional moet samenwerken met anderen. Er dient een verschuiving plaats te vinden van solo- naar netwerkprofessional.

internet-1651163_960_720

CCO Pixabay

Ketenvorming vraagt om integraal werken aan sociale vraagstukken en de bereidheid tot interprofessioneel samenwerken.

Onze steeds complexer wordende samenleving vraagt om samenwerken. Of dat interprofessioneel, multidisciplinair of cross-over is. We moeten over onze grenzen heen kijken om verder te komen. Studenten vragen er ook om (zie Zuyd Living Lab).

Een netwerkprofessional heeft vaardigheden nodig zoals ik die omschreven heb in mijn blog Work & Learn Out Loud. Deze week las ik een term die ik nog niet eerder van gehoord had: KNOWMAD 🙂

Een ‘knowmad’ is creatief, heeft een rijk voorstellingsvermogen en is innovatief. Het is ook een netwerker, iemand die zelf focus heeft en vanuit openheid aan de slag gaat. Kortom: een grondhouding over de wijze waarop je in je werk staat, die in relatie staat met technologische ontwikkelingen.

Het gaat erom zegt Frans de Vijlder dat professionals weer eigenaarschap gaan voelen over het werk dat ze doen. En het vertrouwen krijgen. Maar hoe transformeren we ons onderwijs, onze zorg?  Daar heeft hij ook geen antwoord op. Dat zal een gezamenlijk zoek(ZOEC*)tocht moeten worden.

Judith

*) Over ZOEC (Zuyd Onderwijskundig Expertise Community) zal ik de komende tijd wel vaker bloggen. Sinds kort ben ik betrokken bij dit initiatief van onze onderwijslectoren. ZOEC wil de leer- en werkomgeving van onderwijskundige professionals van Zuyd worden waarin kennisontwikkeling en -deling centraal staat. Kernwoorden van ZOEC: Samen- Delen – Vertrouwen – Verbinden – Versterken. En fun 🙂

Scoringsrubriek informatievaardigheden

Dag Marcel,

Via tweets van Leen Liefsoens had ik al meegekregen dat Jos van Helvoort, docent IDM Haagse Hogeschool onlangs gepromoveerd is op het onderwerp: beoordelen van informatievaardigheden in het hoger onderwijs. Via Twitter had ik dit onderzoek al gedeeld. In de nieuwe IP stond een artikel van zijn hand. Toch ook wel interessant om dit via ons blog te delen.

Een groot deel van zijn promotieonderzoek was gericht op het vaststellen van de betrouwbaarheid en geldigheid van een door hem ontwikkelde scoringsrubriek. De scoringsrubriek is een checklist met aandachtspunten voor het beoordelen van informatievaardigheden van studenten. Het beoordelingsinstrument maakt meetbaar of studenten informatievaardigheden bevatten en goed kunnen toepassen, op de volgende criteria:

  • oriëntatie op het onderwerp
  • bronvermelding in de tekst
  • de bronnenlijst
  • de kwaliteit van de gebruikte bronnen
  • verwerking van relevante informatie tot nieuwe kennis
  • de gebruikte zoektermen
  • gebruik van secundaire bronnen (zoekmachines en bibliografische databanken)

Deze scoringsrubriek blijkt na uitgebreid onderzoek valide en betrouwbaar te zijn. De scoringsrubriek is te gebruiken in het kader van de beoordeling van diverse studentenproducten zoals onderzoeksverslagen, eindscripties en essays. Uiteraard kan het naast summatief beoordelingsinstrument ook door studenten worden gebruikt om hun eigen informatievaardigheden te verbeteren. Een soort selfassessmenttool. Het promotieonderzoek maakt ook aannemelijk dat het een instrument is waarmee je informatievaardigheden zowel kunt beoordelen als stimuleren. En stimuleren van informatievaardigheden willen we toch allemaal! 🙂

scoringsrubriek

De scoringsrubriek is als Word-doc beschikbaar gesteld onder CC-BY-NC-SA via de HBO-kennisbank waar ook een korte toelichting op het gebruik van de scoringsrubriek is toegevoegd.

Helaas is het instrument niet als digitale tool beschikbaar. Is wel de wens van de samensteller. Misschien, als jij of je collega’s bij de faculteit ICT dit een toepasbare tool vinden, er tijd en energie in willen steken? 🙂 Het is immers gepubliceerd onder een Creative Commons licentie, dus vrij (met in achtneming van de licentie) te gebruiken en aan te passen.

Benieuwd of jij en andere docenten dit een handig hulpmiddel vinden. Voor jou als docent en/of voor je student.
Groet Judith

Vrienden, collega’s, studenten, docenten, bloggers: doe mee! Face the Future

Ha Judith,

Jij gaat meedoen, daar ben ik niet bang voor. Maar ik wil graag zo veel mogelijk Zuyderlingen, docenten, studenten, innovatoren, bloggers, participanten laten weten dat ze mee moeten doen. Waarom: 1) omdat het leuk is, 2) omdat het je toekomst gaat bepalen en je nu al je geschiedenis kunt meebouwen, 3) omdat het samen is en 4) …. ach Jane vertelt het zelf wel:

Over het hoe en waarom, dat komt nog wel!

Groet Marcel

Vorige blogposts over Face the Future:

Media & Educatie. Gastblog Pieter Dekkers

sigmediaeducatieHi Marcel.

Pieter Dekkers en Bart Driessen, onze AV-collega’s, zijn donderdag 6 oktober naar een bijeenkomst van SURF SIG Media & Education geweest. Omdat ik via Twitter al had begrepen dat het een interessante bijeenkomst was, vroeg ik Pieter of hij zijn ervaringen met ons wilde delen. Hieronder volgt zijn blog. Wederom bedankt Pieter!

OUR 2bejammed GUEST: Pieter Dekkers

Deze SIG bijeenkomsten zijn voor Bart en mij zeer waardevol vanwege de kennis en ervaring die wordt uitgewisseld met collega’s (ondersteuners en docenten) van andere hogescholen en universiteiten. Donderdag stonden er een aantal trainingssessies op het programma rond kennisclips en weblectures. De plenaire sessie werd verzorgd door Mariet Vriens, van Limel (Leuvens Instituut voor Media en Leren) van de KU Leuven.

Het thema was ‘leren met video ondersteunen’.

Net zoals bij veel mensen die ik gesproken heb, neemt ook in Leuven de vraag naar video enorm toe. Voor kleine productieteams is dit lastig te behappen en daarom investeren veel scholen in het trainen en professionaliseren van docenten. Inmiddels wordt het inzetten van video zowel door docenten als directie als meerwaarde voor het onderwijs gezien.
De instructie van Mariet ging vooral in op het maken van kennisclips. Daarbij was het goed om te zien dat onze instructies niet veel afwijken van de aanpak in Leuven.
In Leuven worden ook MOOCS ontwikkeld en ook in de presentatie van Annemarie Zijlmans en Han Smolenaars van de WUR (Wageningen) werd duidelijk dat dat om een hele andere aanpak vraagt: Wanneer video een uithangbord vormt voor je instituut dan moet deze van zeer hoge kwaliteit zijn. Er wordt dan weinig aan het toeval overgelaten. Er wordt een script gemaakt waarbij alle teksten worden uitgeschreven en geoefend. Tijdens de opnames worden deze exact zo uitgesproken door ze af te lezen van de teleprompter.

Maar of het nu gaat om MOOCS of video voor het reguliere onderwijs, het trainen van docenten in het hele traject, van concept tot clip, is van groot belang om de embedding van video in het onderwijs tot een succes te maken.

Het viel me op dat er toch veel verschil zit in de professionalisering van docenten. Waar op sommige instellingen docenten gemonitord worden op leskwaliteiten gaan op andere plaatsen docenten zonder enige vorm van kwaliteitsbewaking aan de slag. Daarover discussiërend met collega’s vroeg ik me af hoe je dit nu kunt bevorderen. Eén manier is als docenten elkaars werk kunnen zien. Via onze nieuwe videoportal Mediasite is dat nu mogelijk. Ik hoop dat daardoor op open en constructieve wijze de discussie oplaait over kwaliteit en dat docenten elkaar ook daarop durven aan te spreken. Van de andere kant mag er, denk ik, ook wat meer verantwoordelijkheid gevraagd worden door de faculteitsdirecteuren. Wanneer het immers nog in beleid is vastgelegd dan komt er ook meer mogelijkheid om kwaliteit in te bedden in ons onderwijs door middel van goede standaarden en daarop ingerichte ondersteuning. Zeker met de stap naar Zuyd Professional zullen we daar wat mij betreft duidelijke randvoorwaarden moeten stellen.

Inmiddels zijn de eerste stappen bij Zuyd gezet. We hebben een mooi project (video@zuyd) waarin we deze vorm van onderwijs faciliteren. Een groot aantal docenten zijn begonnen met het maken van kennisclips en het opnemen van hoorcolleges. Ook in Leuven bevestigt men dat het opnemen van hoorcolleges vaak de eerste stap van docenten is om over te gaan op kennisclips. De WUR bevestigt dat als men vertrouwd is met eenvoudige vormen van kennisclips met al snel opschuift naar wat complexere varianten.

lessismore

Andere boodschappen die ik heb meegenomen: van de verschillende soorten video worden de ‘talking heads’ bij de MOOCS het beste bekeken. Een docent met een goed verhaal, al dan niet ondersteund door een presentatie, heeft toch impact. De clips moeten wel kort zijn: ca 6 minuten. De begeleidende Powerpoint moet zeer minimaal zijn en enkel highlights uit het gesproken woord ondersteunen. Het visuele mag nooit afleiden van het gesprokene maar alleen ondersteunen. Daarbij moet aangetekend worden dat bij MOOCS het onderwijs compleet op afstand gebeurd. Er is in principe geen persoonlijk contact met de docent dus deze vorm heeft ook als functie het personaliseren van de docent.

De SIG Media & Education presenteerde een nieuwe publicatie over het maken van videoproducties.

scalablelearning

Naast een workshop ‘teleprompter‘ was er ook nog een demonstratie van Scalable Learning door Marjolein Haagsman van de Universiteit Utrecht. Scalable Learning is een online platform waarin kennisclips kunnen worden verrijkt en geïntegreerd in een interactieve omgeving. Het is een toepassing om het flipped classroom te versterken. Het verbindt hetgeen de student thuis doet met wat in de klas gebeurt. Op dit online platform  kunnen  YouTube filmpjes worden gedeeld, verrijkt en interactief gemaakt. Het kijkgedrag van studenten kan worden geanalyseerd. De kracht ligt in de interactie tussen docent en student doordat er notities gemaakt kunnen worden en men elkaar vragen kan stellen. De ‘I’m confused’-knop is een leuke feature waarmee een student kan aangeven dat hij een passage uit de video niet begrijpt. In een oogopslag kan de docent zien waar studenten over struikelen. Daarbij kan de docent eenvoudig deze momenten, vragen en opmerkingen aanvinken en via een druk op de knop wordt deze informatie omgezet in slides die vervolgens in de klas kunnen worden behandeld.
Helaas werkt het alleen maar met YouTube video’s. Het zou heel mooi zijn als we onze Mediasite video’s met dit systeem konden verrijken.

Het platform is gratis te gebruiken. Lees hier meer over deze interactieve video toepassing van Marjolein Haagsman. Of bekijk onderstaande video’s:

Wikken en wegen in het hoger onderwijs

wikkenwegenUit het persbericht:

In deze studie beschrijven SCP-onderzoekers Lex Herweijer en Monique Turkenburg ontwikkelingen in de studieloopbanen van studenten in het hbo en wetenschappelijk onderwijs en het instellingsbeleid van hogescholen en universiteiten ten aanzien van de studiekeuze en studiebegeleiding van hun studenten.

  • De mbo-hbo route is belangrijk voor jongeren met een niet-westerse achtergrond en uit de lagere opleidingsmilieus, maar staat onder druk.
  • In het hbo is het studiesucces teruggelopen, in het wetenschappelijk onderwijs verbeterden de studieloopbanen.
  • Hogescholen en universiteiten zijn gematigd positief over de studiekeuzecheck, het instrument waarmee de match tussen student en opleiding wordt onderzocht, maar er is ook twijfel over het effect daarvan.
  • Instellingen twijfelen over de juiste criteria om de geschiktheid van studenten voor een studie te kunnen beoordelen.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie ‘Wikken en wegen in het hoger onderwijs’ die op 6 oktober 2016 verschijnt. De studie beschrijft ontwikkelingen tot afgelopen studiejaar. Belangrijke thema’s die aan bod komen zijn: de toegankelijkheid van het hoger onderwijs, studierendement en de ervaringen met de studiekeuzecheck. Er is onder andere gebruikgemaakt van kwantitatieve gegevens van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en van kwalitatieve gegevens uit gesprekken met medewerkers van instellingen in het hoger onderwijs.

Ha Marcel,

Een interessante publicatie. Zeker voor mijn collega’s van Dienst O&O. In onze bijeenkomsten gaat het vaker over studiesucces. Ik zal hen hierop attenderen.
Ik heb de samenvatting even gescand en ik vond enkele interessante passages:

Mogelijk overschaˆtten de studenten tot op zekere hoogte hun vaardigheden in de kernvakken, maar ook dan blijft€ het tekort bij de algemene vaardigheden opvallend.

Een ander aangrijpingspunt volgens betrokkenen is het instellingsbeleid en een verdere professionalisering van docenten gericht op het realiseren van binding: het scheppen van een band tussen student en instelling. Misschien is er wat te leren van opleidingen die er nu al beter in slagen om die binding tot stand te brengen.

Met betrekking tot kennis en vaardigheden van hbo-studenten vond ik onderstaand figuur verder op in het rapport interessant:

Als we naar kennis en vaardigheden op afzonderlijke gebieden kijken, blijken er toch discrepanties tussen de mate waarin beginnende hbo-studenten deze beheersen en het niveau dat ze zeggen nodig te hebben in de vervolgopleiding. Vaardigheden op het terrein van samenwerken, initiatief nemen, informatie verzamelen en verwerken, communicatie en vooral studieplanning blijven volgens studenten gemiddeld achter bij het vereiste niveau in het hbo. Hun beheersing van wiskunde en Engels is volgens studenten gemiddeld juist beter dan vereist, terwijl die voor Nederlands min of meer in balans is met het gevraagde niveau (p.48).

kennisvaardigheden

Judith