IOE: Dr. Robbie K Melton (Surf)
Ha Judith,
Het is alweer een tijd geleden de Surf Onderwijsdagen. Je weet dat ik midden in de minor Internet of Things zit en je hebt ook op de Surf onderwijsdagen de keynote gezien van Dr. Robbie K Melton. Heerlijk was het, maar in onze vorige posts hierover (1, 2) vind ik zelf haar keynote niet terug. En eigenlijk is dat een must see voor onze studenten IoT. Al is het maar ter informatie en vermaak.
Presentatie Keynote Surf: Dr. Robbie K Melton
Veel plezier.
Groet Marcel
Digitale leerarrangementen voor toekomstbestendig onderwijs #onderwijsontwerpen
Hallo Marcel,
Vorige week, op die stormachtige donderdag, verzorgde Fleur Prinsen, lector Digitale Didactiek van Hogeschool Rotterdam haar lectorale rede als openbare les. Helaas kon ik er niet bij zijn. Via #digdidactiek kreeg ik wel een indruk. Wilfred Rubens en Jeroen Bottema waren er wel, en zij hebben er gelukkig over geblogd (hier en hier).
Bij de openbare les hoort een digitale publicatie Digitale leerarrangementen ontwerpen: Veranderende onderwijsleerpraktijken in het (hoger) onderwijs. Deze is vormgegeven als een online magazine.
De publicatie bestaat uit 6 hoofdstukken
- De verbintenis tussen onderwijzen, leren en technologie
- De veranderende onderwijsleerpraktijken
- De meerwaarde van digitale leerarrangementen
- Het (her)ontwerpproces van digitale leerarrangementen
- Kennis over digitale leerarrangementen delen
Gevolgd door een hoofdstuk waar het lectoraat zich op gaat richten. De kern van het lectoraat is innoveren van de onderwijsontwerppraktijk.
De veranderende onderwijspraktijk
In de eerste twee hoofdstukken worden beelden van de veranderende samenleving geschetst en wat dit betekent voor de onderwijspraktijk. Het biedt theoretische kaders waaruit Fleur Prinsen’s perspectief op leren (en die onderschijf ik 🙂 ) duidelijk werd: leren als sociale constructie (Vygotsky) en als connectiviteit (Siemens). Ontwerpen doe je niet alleen maar samen. Samen met docenten (co-creatie), met ICT-ers, met studenten (vergeet de informatieprofessionals en instructional media designers niet, Fleur).
Leren verandert als we technologie integreren in ons onderwijs, zo ook rol van de docent. Daarom formuleert zij een nieuwe definitie voor een digitale leeromgeving:
Een systeem dat het mogelijk maakt digitale leerarrangementen te ontwerpen, waarin het leerproces en het behalen van gestelde leerdoelen optimaal ondersteund kan worden.
Moodle, de nieuwe DLO van Zuyd ondersteunt dit. Hoewel het ontwerpen van leerarrangementen in deze omgeving best nog wel complex is. Er kan zoveel, ervaar ik nu tijdens de Moodle-trainingen. Een leuke uitdaging in ieder geval.
Leerarrangement
Een leerarrangement is gearrangeerd met het specifieke doel iets te leren. Leerarrangementen omvatten vaak online én offline leeractiviteiten die in een doorlopende leerlijn met elkaar verbonden zijn. De docent schrijft het script voor het leerproces. In ons DC4E-model maken we bijvoorbeeld gebruik van een aantal ontwerpmetaforen.
Fleur Prinsen introduceert het kunnen (co)ontwerpen van digitale leerarrangementen als een nieuwe didactische kwalificatie. In een bijlage beschrijft zij de kennisbasis ICT voor docenten, gebaseerd op competenties en vaardigheden voor digitale didactiek van ADEF. Uiteraard ken ik deze, maar goed om ze weer eens te zien. Zo ook het kaartspel dat Fleur heeft ontwikkeld om ontwikkelingswensen op het gebied van digitale didactiek te bepalen. Mooi om dit op te pakken samen met ons TPACK-spel.
Ontwerpmodellen zijn een goed startpunt waarmee docenten aan de slag gaan, schrijft Fleur Prinsen. Ze beschrijft vervolgens een aantal ontwerpmodellen. Het ADDIE-model komt uitgebreid aanbod. Deze is mooi vormgegeven in een infographic. Ons DC4E-model is gebaseerd op ADDIE en ook een procesmodel ter ondersteuning van het ontwerpen van onderwijs maar dan toegespitst op het onderwijs bij Zuyd.
Kennis delen
Bijna alles wat ik lees herken ik en ondersteun ik. Ik ben heel blij met hoofdstuk 5 waarin Fleur stelt:
Het zou mooi zijn als we de kennis die in de praktijk ontwikkeld wordt tijdens het (her)ontwerpproces, zouden delen met collega’s binnen en buiten onze instituten. Maar hoe kunnen we dit het beste doen? En hoe kan dit soort kennis vervolgens weer het (her)ontwerp ondersteunen van degenen die deze kennis opzoeken?
Delen is nog niet zo gemakkelijk …
Vaak blijft de kennis die in de ontwerppraktijk ontwikkeld wordt impliciet. Ontwerpprincipes, of ontwerppatronen kunnen een rol kunnen spelen bij het delen van de kennis die in de praktijk ontwikkeld wordt tijdens het ontwerpen van (digitale) leerarrangementen.
Ontwerpprincipes worden gedefinieerd als een soort tussenvorm tussen wetenschappelijke bevindingen (die generaliseerbaar en reproduceerbaar moeten zijn) en lokale ervaringen of uitgewerkte voorbeelden die in de praktijk vorm krijgen. Bij het ontwikkelen van deze principes wordt namelijk zowel wetenschappelijke kennis als praktijkkennis meegenomen.
Helaas heeft zij het antwoord dus ook (nog) niet. Ze gaat het in haar lectoraat onderzoeken. Fleur Prinsen heeft een model geschetst om ontwerpkennis in kaart te brengen.
Fleur Prinsen heeft mooie onderzoeksvragen geformuleerd. Ik wens Fleur met haar lectoraat veel succes in haar ontdekkingstocht naar de antwoorden.
Vorm
De interactieve vorm ziet er echt prachtig uit. Alle hoofdstukken zijn via social media te delen. Onder elk thema staat een reactiemogelijkheid om punten ter verbetering of vragen door te geven. Er zijn zoveel navigatiemogelijkheden dat ik regelmatig de structuur kwijt was. Ik dacht dit op te lossen door de publicatie als pdf te downloaden, maar helaas deze is echt niet echt goed leesbaar. Uiteraard vraagt het lectoraat aan het eind van publicatie hoe we deze vorm ervaren. Natuurlijk heb ik daar mijn reactie achtergelaten 🙂 Ik heb voorgesteld om een duidelijke navigatiepagina met hoofdstukken en paragrafen toe te voegen (ik zag later dat deze toch wat verstopt aanwezig was, maar de onderverdeling vond ik niet echt duidelijk). Een goed leesbaar pdf lijkt mij wenselijk. Zo’n online magazine scan je snel, het is fijn als naslagwerk en handig om pagina’s te delen. Maar een publicatie goed lezen doe ik bij voorkeur via ee pdf.
Groet,
Judith
Gastcollege multimodality
Ha Judith,
Vandaag heb ik een mooi hoorcollege gezien van Daniele di Mitri. Daniele is onderzoeker bij het team waar ik bij de OU ben aangesloten en ik heb je al eerder gezegd dat hij met erg leuke dingen bezig is.
In onze minor Internet of Things passen die dingen. Het gaat zich namelijk om hoe je om gaat met allerlei sensor input. Bij Daniele is het doel Learning Analytics. Bij onze minor IoT gaat het over dementerende ouderen, gebouwbeheer en jawel hoor Learning Analytics for Learning Design. Begin februari presenteren alle groepen hun ideeën en dan zal ik daar vast over bloggen.
Daniele presenteerde de hele cycle van omgaan met data in de context van Learning Analytics en gaf mooie voorbeelden van de gebieden waar binnen de OU en daarbuiten onderzoek naar gedaan wordt. Het risico is dat ik nu harder moet vechten om afstudeerders maar hij heeft ook erg leuke opdrachten.
Een korte impressie:
Volgens mij vond Daniele het leuk om te doen. Het was in ieder geval een mooie lecture. Jammer dat we deze leeractiviteit nog niet hebben kunnen meten 😉
Groet Marcel
Impact van blended learning op studiesucces #onderwijsontwerpen

Ha Marcel,
In mijn blended learning boekenkast staat een link naar de website dr. Blend die behoort bij het promotieonderzoek van Nynke Bos. Titel van haar proefschrift: Effectiveness of Blended Learning: Factors Facilitating Effective Behavior in a Blended Learning Environment. Het doel van dit proefschrift was om te bepalen welke factoren effectief gebruik van onderwijstechnologieën vergemakkelijken of belemmeren in een blended learning omgeving. Het ging daarbij om zowel het onderwijsontwerp als studentkenmerken.
In het Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is een artikel ‘Effectiviteit van Blended Learning’ van Nynke Bos en Saskia Brand-Gruwel gepubliceerd met een beknopt overzicht van de bevindingen uit proefschrift en de implicaties hiervan voor hoger onderwijs.
Potentieel blended learning. Maar wat is de praktijk?
In de inleiding wordt het hiaat benoemd hoe blended learning in het hoger onderwijs wordt toegepast versus het potentieel van blended learning zoals beschreven in de literatuur.
- Praktijk: student heeft extra online leermiddelen tot zijn beschikking om zich voor te bereiden op het contactonderwijs of om hoorcolleges achteraf aan te vullen.
- Literatuur: blended learning is de combinatie van open en online onderwijs met contactonderwijs waardoor het onderwijs meer gepersonaliseerd en flexibel kan worden aangeboden wat leidt tot meer zelfsturing van studenten en een actievere studiehouding.
Wat is de meerwaarde van blended learning zoals deze in de praktijk wordt toegepast op het studiesucces van de student? In hoeverre is de student tot zelfregulatie in staat doordat ook online leermaterialen aangeboden worden?
Nynke Bos onderzocht 2 blended learning cursussen van UvA die allebei opgebouwd waren uit niet-verplichte hoorcollege, toegang tot de webcolleges, verplicht werkgroeponderwijs met werkboeken met aanvullend studiemateriaal en formatieve toetsen (beschikbaar in een LMS). Het verschil was dat bij de ene cursus de formatieve toetsen facultatief waren en bij de ander verplicht. De cursussen waren niet expliciet ontworpen om het zelfregulerend vermogen bij studenten te stimuleren. Bij start van de cursussen hebben studenten MSQL dan wel ILS vragenlijst ingevuld waarmee studenten een inschatting geven van hun motivatie en metacognitieve vaardigheden.
Studentkenmerken
Het onderzoek bevestigt eerder onderzoek dat studenten leermiddelen verschillend gebruiken. Er werden vier gebruikerstypen geïdentificeerd:
- sociaal-gefocuste intensieve gebruikers (de hoorcollegebezoekers)
- content intensieve gebruikers (webcollegekijkers en toetsgebruikers)
- taak selectieve gebruikers (toetsgestuurd lerenden)
- niet-gebruikers (duidelijk ;))
Elk gebruikerstype liet een wisselende impact op het studiesucces zien. De mate van zelfregulatie lijkt niet het ontstaan van de verschillende gebruikerspatronen te verklaren, maar lijkt wel sterk samen te hangen met het studiesucces binnen een blended learning omgeving.
Wat betekent dit voor een blended learning ontwerp?
De bevindingen uit het onderzoek onderstrepen het belang van begeleiding aan studenten in een blended leeromgeving. Deze begeleiding moet tweeledig worden vormgegeven, nl
- hoe studenten verschillende leermaterialen moeten of kunnen combineren
- de metacognitieve vaardigheden: op welke manier kunnen leermaterialen bijdragen aan leerdoelen en welke strategieën zijn nodig om de leerdoelen te bereiken
Zoals wij in het DC4E-model ook in het hulpmiddel format leeractiviteiten hebben beschreven om bij ontwerpen wekelijks leerdoelen aan werkvormen en leeruitkomsten te koppelen, is het voor het stimuleren van het zelfregulerend vermogen van studenten wenselijk om studenten ook expliciet hier op te wijzen.
Het onderzoek vindt maar een beperkte impact van blended learning op het studiesucces. Dat wil niet zeggen dat blended learning niet effectief is. Zo kunnen tools als discussiefora (tools die vragen om een actievere houding) een grotere impact hebben op het studiesucces.
Learning Analytics
Ook is in dit onderzoek gebruik gemaakt van learning analytics. Hier werden een aantal kritische kanttekeningen geplaatst (gemiddelden zijn niet zo eenduidig, het zegt niets over kwaliteit van leren, het lokt uit tot gaming the system(!) 😉 ). Ook het gebruik van learning analytics dashboards moet net als blended learning worden geleerd wil het ten goede komen aan het leerproces.
Conclusie
die we kunnen (moeten) meenemen in ons advies tav curriculumontwikkeling irt succesvol studeren:
Om effectievere blended learning omgevingen te ontwerpen, moet er meer aandacht komen voor hoe blended learning studenten ondersteunt bij zelfregulatie van het leren, waarbij learning analytic gebruikt kunnen worden om deze zelfregulatie te monitoren.
Groet,
Judith
Bos, N.R. & Brand-Gruwel, S. (2017). Effectiviteit van Blended Learning. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 35(1), 5-21. http://hdl.handle.net/1820/9056
Re: Wat worden de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van Internet of Things? (by: Wilfred Rubens)
Ha Judith,
Naast jou een van de meest productieve edubloggers: Wilfred Rubens schreef eerder vandaag in zijn blog dat hij denkt dat IoT binnen het onderwijs niet doorbreekt in 2018 (lees: https://www.te-learning.nl/blog/wat-worden-de-belangrijkste-ontwikkelingen-op-het-gebied-van-internet-of-things/)
Tja, wat mij betreft hangt mijn reactie af van de definitie van “doorbreken”. Is de doorbraak van Max Verstappen zijn eerste formule 1 race in de Toro Rosso, zijn eerste WK punten, zijn legendarische eerste overwinning in Spanje, zijn tweede seizoen met twee overwinningen of zijn eerste Wereldkampioenschap?
Een van mijn voornemens in 2018 is om samen met studenten het kennisecosysteem neer te zetten waarmee learning analytics te gebruiken is voor studenten en docenten om leeractiviteiten en het leerproces beter te maken. Het idee is dat ik dan in september of november een eerste test ga doen in de klas. Noem het de eerste vrije training van Max, ik geloof in Japan. Ik voel me dezelfde “ervaren Rookie” die hij was bij die training. En pretendeer zeker niet uit te kunnen groeien tot zijn klasse. Maar ik geloof wel in mijn team van studenten, collega docenten en collega onderzoekers dat we onze Toro Rosso mee kunnen laten doen.
Over vier weken mag jij en Wilfred de eerste proefrondjes van het IoT deel zien. Vijf groepen HBO-ICT (en omstreken) studenten presenteren dan hun IoT proof of concepts. Over twee van de groepen heb ik al eerder geblogged. Dat wat ik gezien heb stemt me positief, in ieder geval vrolijk. Wilfred heeft gelijk, het is niet eenvoudig om de data van smartphones, laptops, active board, smartwatches en allerlei sensoren op te slaan, te verwerken, te analyseren en visualiseren. Maar de studenten proberen het. Met een lectoraat Data Intelligence, een lector Internet of Everything, minoren als IoT, intelligente systemen, Business Intelligence andere lectoraten rondom Data Science maar ook Smart Gadgets en lectoren en lectoraten met passie voor onderwijs kunnen we echt wel mee-racen met deze ontwikkeling. Ik beloof voorbeelden en ideeen in 2018. Ik beloof ook experimenten. Of dat dan een doorbraak wordt?
Tja dat ligt alleen aan de definitie van “doorbraak”.
Groet Marcel





