Weerstand en onderwijsvernieuwing #mli

Zoals je weet Marcel, moest ik gisteren aan 2 MLI-docenten mijn gesprekstechnieken laten zien. Kon ik goed met weerstand omgaan? Kan ik coalities doorbreken? Kon ik voldoende rapport (never heard of it) maken? Empatisch genoeg? Kan ik goed luisteren, samenvatten, herhalen en parafraseren? Heb ik voldoende doorvraagtechnieken laten zien? Strategisch genoeg?

Pfff. Ik weet het niet hoor. Het waren twee lieve docenten die in de weerstand zaten om sociale media in te zetten. Ja, de casus was waarheidsgetrouw en ze speelden hun rol met verve. Het onderliggend doel (een eerste stap zetten) heb ik behaald maar of dat voldoende is? Zoals je weet vind ik het vreselijk om beoordeeld te worden, ik reflecteer liever zelf *grinnik*. Laat ik dat dan maar doen voor ik de feedback ontvang.

Ik ben wel weer met beide benen in mijn valkuil getrapt: overtuigen! Enthousiast de voordelen vertellen. Als veranderaar moet je bij weerstand nog niet willen beïnvloeden, maar vooral luisteren. Nou ben ik niet echt heel erg enthousiast geweest, heb me nog een beetje ingehouden 🙂 Was lastig hoor, want ik hoor terug dat enthousiasme mijn kracht is én verbinden én kennisdelen.
Weet je, ik ga eigenlijk nooit zo doelgericht een gesprek in. Het toeval wil dat gisteren op mijn kalender het volgende citaat stond: ‘doelgerichtheid wordt te veel gewaardeerd in onze samenleving’ (Roshan Cools). Doelgerichtheid kan creativiteit beperken, daarvoor moet je dromen, afleiden. Als I-adviseur probeer ik ook door samen te dromen vernieuwingen voor te stellen. Ik zie meestal wel waar we samen uitkomen, wat op mijn pad komt en vandaar gaan we weer verder. Is het niet hebben van een doel nu mijn echte ‘probleem’?

Ter voorbereiding op dit skills-assessment hadden we wel een paar keer geoefend. En daar heb ik van geleerd. Sowieso van dit 3e leerarrangement waar voornamelijk de rol ‘begeleider en gesprekspartner van docenten’ aandacht heeft gekregen. Bij uitstek mijn rol als I-adviseur. Ik merkte wel dat ik wel wat voorsprong had op mijn medestudenten omdat hierover al vaker wat gelezen en geblogd had. Mijn leerdoel was meer geduld en begrip op te brengen voor mensen die niet zo voorop lopen met onderwijsvernieuwingen. Daar heb ik wel veel over geleerd en gelezen. Vooral in het boek van Annemarie Mars: Hoe krijg je ze mee? Vijf krachten om een verandering te laten slagen.

Hoe krijg ik ze mee? Ik de veranderaarster en zij de docenten, medewerkers van Zuyd. En hoewel de titel een ‘wij’ en ‘zij’ gevoel kan oproepen, is dat door Mars niet zo bedoeld. Het gaat, zegt Mars, om verbinden met het hart en vanuit vakmanschap. En dan gaat het niet om woorden als ‘draagvlak’ en ‘acceptatie’ omdat deze woorden impliceren, volgens Annemarie Mars, ‘ja’ zeggen maar nog geen ‘ja’ doen. En ja, dat weet ik uit ervaring. Dit betekent niet dat de medewerker vol overgave de verandering hoeft te ontvangen, maar wel om ‘commitment’, dat hij de verandering begrijpt, zich bekwaam voelt en verantwoordelijkheid neemt voor zijn rol.

In het boek staan mooie duidelijke illustratieve afbeeldingen

Mars-Verbinding

Mars-Weerstand

Weerstand tegen verandering is er altijd. En verandering kost tijd. En dat is lastig voor zo’n juffertje ongeduld als ik.
Er zijn vele oorzaken van weerstand. Mars benoemt:

  • makkelijk benoembare oorzaken, zoals twijfels aan veranderingen, onvolledige informatie, kinderziektes, verbouwingsoverlast'(tijd!)
  • moeilijk benoembare oorzaken, zoals falende interactie, wantrouwen tegen de veranderaar, onzekerheid over de eigen positie, tegengestelde belangen, onwennigheid en oud zeer

Vooral die oorzaken die onder de oppervlakte drijven en moeilijk benoembaar zijn, zijn natuurlijk lastig, omdat hier een complex geheel aan meningen, percepties, belangen en emoties aan ten grondslag ligt. Daarvoor moesten we in LA3 ook die gesprekstechnieken oefenen. En zijn we aan de slag met een leerinterventie. Een leerinterventie werkt ook pas als weerstand (h)erkent wordt. Goed dat ik dan morgen hierover een gesprek hebt met mijn directeur.

Mars - Krachten

Interactie is het hart van dit krachtenmodel! Bij het introduceren van het veranderverhaal ontstaan de weerstanden. Communiceren, communiceren, communiceren, zegt Mars, met dien verstande dat het een tweerichtingenverkeer is. En ik pleit dan natuurlijk om dit ook met digitale middelen te ondersteunen 🙂 daarover gaat mijn leerinterventie. Hoewel er altijd groepen blijven met een relatieve informatieachterstand moet je er voor zorgen dat die achterstand zo klein mogelijk is.

De andere krachten:

  • Urgentie gaat om de aard, ernst en oorzaken van het probleem dat met de verandering moet worden opgelost. Onderscheid wordt gemaakt tussen drie soorten aanleidingen: plichtsgedreven-, wensgedreven- en probleemgedreven veranderingen.
  • Ambitie is nodig voor het creëren van een gevoel van richting voor de doelgroep. Het is belangrijk, aldus Mars, dat de verandering al bij de start zo concreet mogelijk is en dat de betekenis ervan voor de doelgroep wordt verhelderd.
  • Planning verbindt het veranderverhaal met het veranderingsproces. De weten-, moeten-, willen- en de leren en ontdekken-veranderstrategie, benoemt Mars, waarbij elke strategie zo zijn eigen sterktes, zwaktes en voorwaarden heeft, met andere invulling van de rol van de veranderaar.
  • Leiderschap gaat om het realiseren van persoonlijk leiderschap. Zeker als de veranderaar zoals ik, niet leidinggevend is, is het belangrijk dat hij persoonlijk leiderschap stimuleert bij de hoogste leidinggevenden en het middenmanagement. Laat ik dat nou in mijn leerinterventie opgenomen hebben 🙂

Je moet problemen benoemen om mensen mee te krijgen. Ik heb benoem ze als:

  • we willen kennis uitwisselen
  • en samenwerken in netwerken
  • we kunnen zoveel van elkaar leren, de kracht van het sociaal kapitaal
  • kennis moet blijven circuleren
  • en niet alleen als we fysiek bij elkaar zijn
  • welke digitale ondersteuning kunnen we hierbij gebruiken?

Ik ga mijn boeken en blogs nog eens bekijken en mijn leerinterventie afschrijven. Volgende week maandag is de deadline.

Groet,
Judith

 

NMC Horizon 2015 preview en video competitie

Ha Judith,

Vandaag kreeg ik een herinnering van Shannon Ritter van de socmedia groep van Educause over de video competitie van het Horizon report. Horizon dat ieder jaar een analyse maakt van de ontwikkelingen op ICT innovatie in onderwijsland.

En toen bedacht ik me, hebben we het al gehad over de 2015 preview? Ik kon hem in ieder geval niet vinden. 😉

Nou hieronder een sneak preview van de concept versie:

Important Developments in Educational Technology for Higher Education
Time-to-Adoption Horizon: One Year or Less:
– Bring Your Own Device (BYOD)
– Flipped Classroom

Time-to-Adoption Horizon: Two to Three Years
– Makerspaces
– Wearable technologies

Time-to-Adoption Horizon: Four to Five Years
– Adaptive Learning Technologies
– The Internet of Things

Grijns genoeg voer om over te bloggen te komende dagen. Het hele rapport (nog steeds concept) staat hier: link

Maar de herinnering van Shannon Ritter ging over een video contest die de laatste jaren georganiseerd wordt rondom het uitbrengen van het rapport. In een 1-2 minuten durende video kun je als faculteit/opleiding aangeven wat je al doet op de benoemde punten of hoe je er over denkt. Voorbeelden zijn er natuurlijk uit voorgaande jaren.

Wie binnen Zuyd zullen we challengen om een filmpje te maken? Zou Pieter bereid zijn om te filmen? Zou Ankie iemand kennen? Zou Chris of Jan het durven. Zijn er studenten die het lef hebben (CMD? Fysiotherapie?)

We gaan eens op zoek de komende dagen.

Groet Marcel

Hoe Coursera bespreekt waarom MOOCs er nog zijn after de Hype.

Ha Judith,

Heel langzaam begin ik een lezer te worden. Educause, IEEE en in dit geval ACM triggeren me om documenten, webinars en filmpjes te bekijken. De eerste club ken je die gast over ICT en innovaties in het onderwijs. De IEEE en ACM zijn de internationale samenwerkingsverbanden voor onze ICTers. IEEE is te checken via de bibliotheeksite en van ACM ben ik lid sinds vorig jaar vanwege het onderzoek.

Het ACM verwijst in haar tech nieuws regelmatig naar interessant onderzoek of boeiende interviews. Zo ook het interview met een van de Coursera leaders over dat MOOCs de hype voorbij zijn en nog steeds bestaan.

De wharton university heeft ook een transscript en discussie over dit interview: http://knowledge.wharton.upenn.edu/article/moocs-making-progress-hype-died/#comments

Ik kom er nu niet aan toe om het goed te bekijken of te lezen, maar door dit blog zit het in ons collectieve geheugen en heeft een (niet zo) toevallige passant er wellicht nog iets aan.

Groet Marcel

Zuyd Innoveert: Pitch jouw idee! #zuydin

ZIP-pen

 

Heb je een innovatief idee om het onderwijs bij Zuyd te verbeteren?
Blijf er niet mee rondlopen maar start het nieuwe jaar goed en zet jouw idee voor het onderwijs om in een mooi project.
Het innovatieprogramma Zuyd Innoveert nodigt je uit om in februari 2015 jouw idee te pitchen tegenover een jury.
Ondersteunt de jury van de Zuyd Innoveert Pitch (ZIP) jouw idee?
Dan maak je kans om in 2015 jouw project te mogen starten!

De pitches vinden plaats op 3 februari in Sittard, 5 februari in Heerlen en 10 februari in Maastricht, telkens tussen 15.30 en 19.00 uur.

Dominique Sluijsmans en Marcel van de Klink, Programmamanagers

 


Hi Marcel,

We wisten al van de ZIP-plannen van Dominique en Marcel, de programmamanagers van Zuyd Innoveert. Ik heb je blog hierover gelezen en daarop gereageerd 😉 Jij hebt ideeën genoeg!

Heb je inmiddels de kaart ook in je brievenbus gekregen? Leuk hè! Posters zullen ook nog wel volgen. Maar ik kon het niet laten om hen naar de digitale oproep te vragen 🙂 Of ik die dan op ons blog en via de Nieuwsflits wilde verspreiden? Natuurlijk! Bij deze!

En laat ik vooral ook collega’s oproepen die iets willen uitproberen (met ICT ofzo 😉 ) want daar is het Zuyd Innovatie programma ook voor. Door dit programma krijg je de ruimte en financiële middelen om met onderwijsvernieuwing, met iets wat voor jou innovatief is, aan de slag te gaan. Uitproberen! Fouten maken mag! We leren ook van dingen die niet zo gaan zoals we dat in een projectvoorstel verwoorden. Ook dat hebben wij met het MOOCZI-project ervaren.

Mag ik toch nog een keer de hoop uitspreken dat ipv projectvoorstellen er blogposts geschreven gaan worden? Dat zij die een innovatief idee aan de slag gaan, ook de voortgang en opbrengsten delen zodat we daar allemaal van kunnen leren? Ik hoop zo dat in deze fase van het programma een Zuyd Innoveert blog gestart gaat worden. Of zou ik dat idee ook moeten gaan pitchen? 🙂

Groet,
Judith

Voor de Zuyderlingen die hun ideeën willen pitchen, klik op deze link (inloggen op Infonet).

Wat vind jij goed onderwijs?

Allô Marcel,

Je eindigt je blog ‘Je suis Marcel’ met de vraag hoe ik het statement van jouw DoIT@Zuyd student had aangepakt. Mag ik dat met een tegenvraag beantwoorden? Wat als die student (zonder overleg, want daar gaat het om, denk ik) een afbeelding van Serious Request had geüpload? Inderdaad een minder politiek statement maar toch …. Ik had ‘je suis Charlie’ van DoIT@Zuyd voorbij zien komen op Facebook, en ik vond het mooi dat zij dat gedaan hadden. Ook op de AVdienst in Heerlen stond de afbeelding op de monitor, ze waren niet de enige bij Zuyd. Je hebt ook gelijk dat je de dialoog bent aangegaan omdat jouw studenten namens een community communiceren. Dus ieder individu van die groep moet wel nadenken vanuit welke waarden en normen zij communiceren. Ik denk dat zij weer een een belangrijke levensles van jou hebben mee gekregen.

Dit voorbeeld sluit goed aan bij het manifest dat ik gisteren las: ‘Leraren en het goede leren’ van het lectoraat Normatieve Professionalisering van de Hogeschool Utrecht. Hier in staat waar het bij leraarschap/docentschap ook om draait: namelijk om zijn/haar persoonlijkheid. Tijdens een lunchafspraak met een collega deze week, bespraken wij het ook dat wij als Zuyd te weinig nadenken over waar we samen naar toe willen. Ja, Zuyd heeft sinds een jaar een mooie missie, visie, strategie geformuleerd, maar hoe expliciteren we deze? Het gesprek hierover ontbreekt, tenminste ik zie/hoor hem niet. Wil je iets veranderen dan kom je uiteindelijk uit bij de kernwaarden van ieder mens persoonlijk, dat heb ik geleerd tijdens mijn laatste leerarrangement van mijn studie (o.a. theorie U). We moeten de dialoog zoeken, daarover gaat het manifest.

Normatieve professionalisering is de dialogische ontwikkeling van de beroepsdimensie, waarin de docent zich bewust is van de existentiële aspecten van het werk. Dat wil zeggen dat hij de uniciteit herkent van het appel dat op hem gedaan wordt door de ander (de student). Hij probeert, met erkenning van de eigenheid van zichzelf en van de ander voor wie hij verantwoordelijk is tot goed handelen te komen.

Voor docenten betekent dit, volgens de schrijvers, dat zij naast instrumentele professionalisering (vakkennis, pedagogische-didactische vaardigheden, ict-competenties) ook zijn/haar persoonlijkheid moet blijven ontwikkelen. Daarvoor is het zo belangrijk te reflecteren op je eigen levensloop, je normen, waarden en overtuigingen. Hoe beter je je jezelf kent als docent, hoe beter je kunt omgaan dilemma’s en veranderingen. Van onze studenten verwachten we dat ze kunnen reflecteren, dan mogen we dat zelf toch wel ook doen? We praten vaak over de 21st century skills, één daarvan is burgerschapsvorming (sociale en culturele vaardigheden). Hebben wij als onderwijs niet een taak om studenten naast kritische nadenken, argumenteren, probleemoplossend vermogen, etc. ook niet verwondering, empathie, verbeeldingskracht en inlevingsvermogen bij te brengen? Vroeger werden de traditionele kaders, onze waarden en normen, bepaalt door de kerk, maar door de ontkerkelijking is ook in het diepe Zuyden niets meer vanzelfsprekend. Het lijkt dat met het verdwijnen van de religie ook levensbeschouwing uit het onderwijsproces verdwenen is.

NormProf2

We zijn in onze hogeschool, in ons onderwijs zo bezig met de harde resultaten en gaan gebukt onder de druk die ons opgelegd wordt door het ministerie: alles moet meetbaar (waardoor onderwijs vooral in termen van kennis en vaardigheden wordt beschreven, al het andere lijkt te fraudegevoelig), efficiënt, effectief. Komen we hiermee tot kwalitatief ‘goed’ onderwijs?

NormProf1En wie bepaalt nu wat ‘goed’ onderwijs is? Is/zijn dat toch de accreditatiepolitie, cijfersfetisjisten, lijstjeskickers? Of gaan de friskijkers en dwarsdenkers van Zuyd (zie ook mijn blog hierover) de dialoog hierover opstarten? De leus van Zuyd is ‘professionals ontwikkelen zich met Zuyd’! Blijft dit alleen bij kennis en vaardigheden? Hoort het niet verder te gaan dan instrumentele professionalisering? Moeten we niet meer gaan praten over onze drijfveren en over gevoelde verantwoordelijkheid als professional? Zowel voor de professie van docent als voor de professie waar we de studenten voor opleiden?

Mensenlijke interactie is toch bepalend voor de kwaliteit van het onderwijs?

Wat beweegt een ieder? dat is toch de kernvraag …

In het manifest worden uitgangspunten en theoretische kaders beschreven die voor iedere docent (in opleiding) zeer de moeite waard zijn om te lezen. Tip voor MLI! Zie meer over dit thema op de weblog Het goede leren.

Over dit thema organiseert het lectoraat, samen met Fontys en Hogeschool Windesheim, op donderdag 2 april 2014 de conferentie ‘Onderwijs dat deugt. Normatieve professionalisering en morele vorming in het onderwijs.’

Leren, echt leren, vergt passie, de passie om het voor jezelf te ontdekken. Dat vereist vrijheid van conditionering, grote nieuwsgierigheid, intensiteit en directe waarneming en uiteraard de bereidheid ervaring op te doen
(Jan Bommerez)

Fijne zondag!
Judith

Afbeeldingen komen uit het manifest ‘Leraren en het goede leren. Normatieve professionalisering in het onderwijs’ (p.16 en p.28), te downloaden via