Categorie archief: MLI

Judith’s blogs over haar studie Master Leren en Innoveren bij Fontys Eindhoven. Zie ook JOULE4JOU

Social learning #Infographic

Ha Marcel,

Er waren ook interessante berichten over social learning die door mijn sociaal netwerk gedeeld werden die ik niet in mijn paper kon verwerken zoals deze Infographic via Edudemic.com

Social_Learning_Infographic

Een van mijn carpoolmaatjes had haar paper over informeel leren. Wat is nou het verschil met social learning? of met netwerkleren? Daarover filosofeert Sibrenne in haar blogpost ‘ben ik sociaal of informeel aan het leren?’. Maarten de Laat van de Open Universiteit doet onderzoek naar netwerkleren voor de professionele ontwikkeling van docenten. Informeel leren is veelal gebonden aan netwerken, dus netwerkleren. En dat kan weer plaatsvinden in een sociale ruimte/context met behulp sociale media, en dan hebben we het weer over social learning 🙂

Vindt er momenteel een social learning revolution plaats? Daarover schrijft, blogt, presenteert Jane Hart regelmatig over

Individuals  are  using  social  tools  to  build  a  trusted  network  of  friends  and  colleagues   -­‐  aka  a  Personal  Learning  Network

Hart publiceert voornamelijk over werkplekleren en over een andere benadering van interne trainingsopleidingen. Omdat ik hierbij weinig wetenschappelijke onderbouwing vond, heb ik haar publicaties niet voor mijn paper gebruikt. Haar top 100 tools for learning (hoewel gebaseerd op het jaarlijkse ‘Learning Tools Survey’, voor de 7e keer ingevuld door 500 lerende professionals wereldwijd) heb ik niet meer vermeld. Toch een interessant lijstje! Met natuurlijk …… op 1!

Ook het onderzoek dat sociale netwerken ons slimmer maken heb ik uiteindelijk niet verwerkt in mijn paper. Toch wel even vermeldingswaardig 🙂 Het gaat in dit onderzoek niet over de online sociale netwerken maar dat het voortbestaan of verdwijnen van culturen afhankelijk is van sociale verbondenheid en het vermogen om te imiteren.

The findings show that a larger population size and social connectedness are crucial for the development of more sophisticated technologies and cultural knowledge.
via Pedro DeBruyckere

Alle reden toch om te blijven ‘connecten’ 🙂
Judith

Social learning in open online onderwijs #paper #MLI

In de kerstvakantie heb jij, Marcel, mijn paper al gelezen én beoordeeld 🙂 . Mijn beoordelaar van de MLI vond het ook voldoende. Gelukkig! Dat betekent dat ik hiermee door kan gaan richting mijn masteronderzoek.

sociallearning

Bron: Brown, J., & Adler, R. (2008). Minds on fire: Open education, the long tail, and learning 2.0.
Educause review, (Januari/February), 16–32

Mijn keuze voor het thema ‘social learning in open online onderwijs’ was voor mij voor de hand liggend gezien mijn rol als mede-projectleider in het innovatieproject MOOC’s bij de faculteit ICT. En uiteraard mijn eigen (positieve) ervaringen met leren met behulp van sociale media. Mijn literatuuronderzoek richtte zich op de vraag:
“Wat zijn belangrijke voorwaarden om social learning te bevorderen in een open online leeromgeving?”.

Op basis van de opvattingen van onder andere Bandura en Vygotsky wordt de term social learning steeds vaker gebruikt voor het samenwerkend leren in open online netwerken, maar ook voor het zelf verantwoordelijkheid nemen voor het eigen leren door o.a. eigen leeractiviteiten te organiseren, schrijft Wilfred Rubens. Ik heb veel aan zijn boek en blogberichten gehad. Wilfred publiceert dit jaar samen met Marcel de Leeuwe een boek over social learning! Er is de laatste tijd veel aandacht voor social learning. Ook Jane Hart heeft recentelijk het Social Learning Handbook 2014 gepubliceerd. Helaas (of gelukkig? 🙂 ) te laat voor mijn paper. Tot de laatste dag las ik via social media allerlei interessante artikelen over mijn thema. Hoezo social learning? 😉 Lastig, omdat je als je aan het schrijven bent daar je ogen voor moet sluiten. Ook leuk, omdat ik dus een actueel thema heb gekozen.

In mijn paper ben ik uitgegaan van het theoretisch model van Illeris. Volgens dit model bepalen de drie dimensies: inhoud , drijfveren en interactie het leerproces. Leren is fundamenteel sociaal en vindt plaats in een sociale omgeving en bestaat uit samenwerking, relaties, participatie en communicatie. Het voldoen aan de drie psychologische basisbehoeften: competentie, relationele verbondenheid en autonomie is volgens de Zelf-Determinatie Theorie van Ryan & Deci van belang voor de intrinsieke motivatie om te willen leren.

Knut Illeris

Bron: Illeris, K. (2010). Hoe we leren: Een omvattende en eigentijdse theorie over hoe mensen leren. M&O, Tijdschrift voor Management en Organisatie, 4, 7–20

Belangrijke voorwaarden om social learning in een open online leeromgevingen te bevorderen zijn vertrouwen, het creëren van verbindingen tussen personen, het maken van afspraken en digitale geletterheid. Vertrouwen is cruciaal voor het bouwen en versterken van relaties. Volgens de Zelf-Determinatie Theorie is relationele verbondenheid waar vertrouwen toe behoort één van de drie psychologische basisbehoeften. De vrijwilligheid, het elkaar helpen en het samen een probleem oplossen zijn redenen voor lerenden om te participeren in een online netwerk. Deze voorwaarde van het creëren van verbinding tussen personen raakt een andere universele psychologische basisbehoefte: competentie. Competentie is de behoefte om invloed te kunnen hebben op de omgeving, het gevoel te hebben dat men zich competent is om taken succesvol uit te voeren. Een andere belangrijke voorwaarde is om afspraken te maken om het samen leren en werken te bevorderen waarbij rekening gehouden wordt met de verschillende voorkeuren van de lerende en de tools die ze willen gebruiken. Deze voorwaarde raakt de derde basisbehoefte: autonomie, de wens om vrij en zelfstandig te kunnen handelen. De laatste, niet te onderschatte voorwaarde is digitale geletterdheid van zowel jongeren als ouderen. Digitale geletterdheid is een belangrijk geachte competenties voor leren, informatie, media, ICT, levensloop en carrière.
Social learning betekent voor een docent minder controle en meer een een rol als facilitator, coach en stimulator. Door deze veranderende rol zal hij meer tegemoet moeten komen aan de basisbehoefte van lerenden, zoals autonomie en sociale verbondenheid. Voor de docent betekent dit aandacht voor digitale didactiek om op een zinvolle manier ICT in te zetten in het onderwijs. De pijlers voor digitale didactiek bestaan uit het leggen en onderhouden van relaties, het creëren van nieuwe kennis en het delen van die kennis. Pijlers die ook raken aan de reeds genoemde voorwaarden om social learning in een open online leeromgevingen te bevorderen.

In mijn masteronderzoek wil ik meer ingaan op weerstanden bij het (open) delen van kennis. Het probleem is dat ik te weinig vanuit problemen denk en meer vanuit kansen. Tenminste dat kreeg ik terug als feedback op mijn paper en nu ook weer als feedback bij de opzet van mijn onderzoek. Mijn begeleider had het over ‘handelingsverlegenheid van professionals’. Mooi omschreven. Daar ga ik verder mee. Ik zal ook eens een afspraak maken met Marcel van der Klink, onze lector Professionalisering van het Onderwijs. Zijn bijdrage in de publicatie Leernetwerken heeft mij erg goed geholpen bij het schrijven van mijn paper. Hij kan me vast helpen bij het maken van een probleem 🙂 .

Download paper Social Learning

IssuuPaper

Meer over het proces bij de totstandkoming van mijn paper:

Judith

Eerste studiepunten binnen! #LA1 #SLB2 #MLI

Ha Michiel, Hi Marcel,

Pfff, dat was wel een opluchting dat mijn paper voldoende is beoordeeld. Nadat ik het maandag hoorde, overviel me een vermoeidheid. Hoewel je jezelf kunt toespreken dat je het als een feedbackmoment moet zien …. dat als het niet goed is je het wel ‘even’ aanpast …. ik wil het toch goed doen … wil niet falen. Tsja, oude patronen steken toch weer de kop op tijdens zo’n studie. Dit heb ik ook met Michiel besproken tijdens mijn 2e studieloopbaangesprek. Waarvan hier het verslag, wat ik er nog van weet dan. Geen aantekeningen gemaakt tijdens het aangename gesprek #hoofdzeef 🙂

Het gesprek had ik voorbereid met een blog en een prezi. Michiel begon het gesprek dat hij geen tips voor me had. Door mijn bloggen ben ik al ‘masterwaardig’ bezig, vond hij. Fijn zo’n compliment. We hebben even gesproken over de opzet van de masterstudie en het ontbreken van facilteiten voor digitale interactiemogelijkheden. Ik heb me inmiddels opgegeven voor de focusgroep van de MLI waarmee we 2x per jaar samenkomen om de kwaliteit van de opleiding te bespreken. Ik bemoei me er wel weer tegenaan 😉

Wat betreft verslaglegging over mijn ontwikkeling hou ik de prezi (met de heerlijke macarons!) aan om mijn leeragenda te structuren. Ik ga niet meer met andere tools experimenteren. Het blijft bij blog en prezi. Het is goed zo! De prezi is de plek waar ik mijn blogposts koppel aan mijn ontwikkeling. Dit kan ik op het eind van mijn studie gebruiken voor de integratiefase.

Er valt natuurlijk nog genoeg te leren voor mij. Zoals meer in jezelf geloven en staan voor wat je waard bent. Ik heb toch blijkbaar meer last van het aloude Calimerocomplex (bekend fenomeen in bibliotheekwereld) dan ik dacht. “Zij zijn groot en ik is klein en da’s niet eerlijk, o nee”. Deze studie brengt me veel: nieuwe kennis, nieuwe mensen maar ook zelfkennis. Ik praat over mijn ontwikkeling met collega’s, studiegenoten, met jullie. Behoefte aan bevestiging en waardering zijn voor mij (nog steeds) belangrijke drijfveren. Onzekerheid over onze positionering doet toch iets met mijn (ieders?) behoefte om ergens bij te horen. Mijn zelfbeeld klopt blijkbaar niet zo  met wat anderen van me denken. Een ontwikkelpuntje.

Ik heb ook besproken dat ik dit bloggen nodig heb om alle informatie in mijn hoofd te structuren, en om verbanden te zien en te leggen. Ik zeg wel vaker dat dit blog mijn buitenboordbrein is. Dat is fijn, maar het ontbreekt me hierdoor soms wel aan parate kennis. Althans dat vind ik dan. In een groepsdiscussie ontbreekt het me dan aan argumenten, terwijl ik die in mijn blog wel geformuleerd heb. Blijkbaar staat bloggen voor mij gelijk aan delete uit mijn eigen brein #hoofdovervol. Dat moet anders, vind ik. Een aandachtspuntje.

Nu op naar LA2: Uitdagend ontwerpen. In dit leerarrangement gaan we bloggen! Met Blogger, dat dan weer wel 😉

groet,
Judith

Mijn andere SLB-blogs:

Storyline #MLI #SLB2

Ha Marcel,

Het eerste leerarrangement heb ik afgesloten (nog wel even de beoordeling van mijn paper afwachten, die ontvang ik op Blue Monday .. a sign? 😉 ). Het evaluatieformulier heb ik ingevuld. Wat heb ik geleerd tot nu toe en van het 1e leerarangement ‘Zin in leren!’?

Mijn verwachtingen dat ik veel zou leren over leerconcepten zijn uitgekomen. Ik weet nu meer over behaviorisme, cognitivisme en (sociaal-) constructivisme. Met dank aan een goed hoorcollege van Audrey Janssen werden deze nieuwe theorieën voor mij duidelijker. Ik leerde over feedback en moest daar ook in oefenen binnen onze leergroep. We moesten vele Engelstalige wetenschappelijke artikelen lezen, dat was wennen. Ik miste wel de verwerkingsopdrachten tijdens de contactmomenten over deze concepten. Door een mindmap te maken, door er over te bloggen is me dat wel gelukt. In de rolbeschrijving over excellente leraar wordt ook gesproken over kennis van actuele inzichten en kenmerken van een krachtige leeromgeving. Dat heb ik helaas nog niet ervaren, komt wellicht nog. De actuele inzichten over leren heb ik wel door het schrijven van mijn paper onderzocht, dit was mede afhankelijk door het door mij gekozen onderwerp van ‘social learning’. Het gastcollege van Peter Teune vond ik geweldig! Ik zou graag meer van dit soort inspirerende momenten hebben willen hebben. Het doen van het “glassperlenspiel” (concepten definiëren en met elkaar verbinden) vond ik ook erg verhelderend.

Beginnen met het schrijven van een paper vond ik pittig. Je bent nog zo bezig met je weg zoeken, het studieritme vinden en groepsvorming. Jammer dat gekozen wordt voor een individuele opdracht in deze fase van de studie. Ik denk dat een gezamenlijke studieopdracht beter is voor groepsvorming. Ik mis in de beschikbare digitale leeromgeving de interactiemogelijkheden. Als werkende studerende professional is tijd kostbaar en ga ik niet voor een (vrijblijvende) leergroepbijeenkomst van 1 uur op en neer naar Eindhoven. Onze leergroep heeft een whatsappgroep (werkt prima) en een Edmodo-omgeving aangemaakt. Meer faciltering vanuit de masteropleiding mbt interactieve communicatie (anders dan mail, portal en n@tschool) zou ik prettig vinden. Is mijn behoefte, ik kan natuurlijk niet voor de anderen spreken.

Als ik zo eens door mijn dropbox en blog scroll heb ik het afgelopen half jaar veel geleerd, én leuke mensen ontmoet. Ik had over nog veel meer kunnen én willen bloggen.

Volgende week heb ik mijn 2e SLB-gesprek. We kregen nu de opdracht een Storyline te maken op basis van eerdere SWOT en leeragenda. Ik vond de opdracht vaag. Ik heb om het voor mezelf te structuren onderstaande Prezi (leuk om weer ‘even’ te fröbelen) gemaakt. Of dit zo de bedoeling is? Ik hoor het maandag wel van Michiel.

Tevens moet ik naar het gesprek 3 sterke punten en 3 ontwikkelpunten meenemen. Mijn sterke punten: bloggen waardoor ik opgedane kennis beter verwerk en reflecteer op hetgeen ik leer; informatievaardig; mijn verbindende kwaliteiten. Mijn ontwikkelpunten: nog meer leren over leren en onderwijs ontwerpen (ik heb het gevoel een bepaalde basis te missen omdat ik geen didactische achtergrond heb) ; meer focussen (er is te veel) en plannen; tevreden zijn met bereikte resultaten.

Benieuwd wat Michiel me voor tips mee kan geven.
Judith

Scaffolding

Goedemorgen Marcel,

Vandaag begin ik weer aan een nieuw semester van de Master Leren en Innoveren. Ter voorbereiding moest ik 2 artikelen lezen van Janneke van de Pol over scaffolding (2010 en 2011). Voor ik aan deze master begon had ik nog nooit van het woord gehoord. Jij?

Scaffolding betekent letterlijk steiger of ondersteuning en staat voor hulp die aangepast wordt aan het begrip en de voorkennis van een student. Net als een steiger, wordt deze hulp weer weggenomen als de hulp niet meer nodig is. Scaffolding bevordert de autonomie van de student, de verantwoordelijkheid voor eigen leerproces wordt meer bij student gelegd. Dit vindt plaats door middel van ‘fading‘: het geleidelijk af laten nemen van hulp. Door te scaffolden wordt actieve kennisconstructie gestimuleerd en hulp wordt gedifferentieerd gegeven (aangepast aan het niveau van de lerende, dit wordt ook wel contingent lesgeven genoemd). Een methode die aansluit bij de zelfsturend/zelfregulerend leren.

Conceptualmodelofscaffolding

Van de Pol, J., Volman, M., & Beishuizen, J. (2010). Scaffolding in teacher–student interaction: A decade of research. Educational Psychology Review, 22(3), 271-296.

Scaffolding is een dynamisch proces dat plaatsvindt in interactie tussen mensen en nauw gerelateerd aan bij theorie van Vygotski (Zone van Naaste Ontwikkeling -daag lerenden uit net een stapje verder te gaan-). Wat kan een lerende al zelf, en waar kan de lerende  komen met behulp van de docent, in interactie met anderen.
Scaffolding is een methode, de theorie van scaffolding gaat meer in op hoe je dat doet, de interventies.

Janneke van de Pol heeft een model van contingent lesgeven ontwikkeld en deze bestaat uit 4 stappen:

  1. Diagnose- strategieën (wat weet een student al?)
  2. Diagnose check (Klopt je interpretatie van kennis van de student)
  3. Interventiestrategieën (zoals vragen stellen, instructie, modelling, feedback)
  4. Begrips check (nagaan of de student geleerd heeft en een hoger kennisniveau heeft bereikt)

In onderstaand figuur (via) is te zien dat scaffolding een cyclisch proces is:

StappenmodelScaffolding

Van de Pol, J., Volman, M., & Beishuizen, J. (2011). Effecten van scaffolding op de prestaties en betrokkenheid van leerlingen. Retrieved from http://www.hetvmbowerkt.nl/Publicaties/Rapportage%20Effecten%20van%20Scaffolding_VandePol%20et%20al_2011.pdf

Hiermee kunnen de fasen van het scaffoldingsproces in kaart worden gebracht.

FrameworkScaffolding

Pol, J. V. D., Volman, M., & Beishuizen, J. (2011). Patterns of contingent teaching in teacher–student interaction. Learning and Instruction, 21(1), 46-57.

Haar onderzoek laat zien dat docenten die scaffolden veel opener stonden voor de lerende, meer gefocust waren op hetgeen de lerende al wisten en samen met de lerende kennis construeerden. Onderstaand filmpje geeft een goed beeld van de praktijk van scaffolding.

scaffolding

Scaffolding2

Janneke van de Pol is gepromoveerd op dit onderwerp. Meer in haar proefschrift Scaffolding in teacher-student interaction. Ik vond het wel handig haar Nederlandse samenvatting te lezen, het gaf ook een mooie samenvatting van de 2 wetenschappelijke artikelen die ik moest lezen.

Het meten van scaffolding is moeilijk vanwege de dynamische aard van het proces. Veel al gebeurt het mbv videoregistratie, waarna de beelden geanalyseerd worden.
Het onderzoek van vd Pol betreft scaffolding in contactonderwijs. Deze methode is ook prima toe te passen bij online onderwijs. Wellicht dat hierbij mbv learning analytics het effect van scaffolden beter te meten is?

Mijn opdracht bij het lezen van deze artikelen was: Hoe zou je scaffolding van docenten kunnen vaststellen in jouw eigen praktijk. Deze vraag is voor mij lastig te beantwoorden omdat ik niet in de onderwijspraktijk werk. Het onderzoek van vd Pol laat zien dat scaffolding een intensief en persoonlijk (emotionele betrokkenheid groter bij scaffolden) proces is. Ik denk dat vaststellen van scaffolding en de opbrengsten ervan registreren (net zoals elk sociaal leerproces) een arbeidsintensief onderzoek is. Het geboden framework van Janneke van de Pol is een prima uitgangspunt. Hanteren van coderingsschema’s om ook gedragskenmerken te registreren is ook altijd onderwerp van discussie zo weet ik van mijn dochter die vaker reclamefilmpjes moet coderen. Ook bij het observeren van gedrag neem je je eigen opvattingen over (wenselijk) gedrag mee. Lastig hoor wetenschappelijk onderzoek 🙂

Tot morgen, Judith