Categorie archief: eLearning
eLearning, ICT&Onderwijs, Technology Enhanced learning, allemaal termen die staan voor leren mbv (internet)technologie
iBook ‘Onderwijs Herontwerp’ van ICTO Saxion
Hi Marcel,
Onlangs hebben mijn collega’s van Saxion: Marjon Baas en Judith Zwerver-Bergman, respectievelijk ICTO-adviseur en e-learning ontwerper wederom een iBook gepubliceerd, dit keer over Onderwijs herontwerp [de vorige was over Digitaal Toetsen]. In de Nieuwsflits van vandaag heb ik een item over dit iBook opgenomen en op het blog van het I-team heb ik een berichtje geplaatst over de inhoud van deze publicatie. Wellicht kan deze uitgave ook onze collega’s die volop bezig zijn met herontwerpen van onderwijs dit hulpmiddel gebruiken.
Van Marjon weet ik dat zij het boek het komend half jaar nog willen verbeteren en graag feedback ontvangen. Ik vind ons blog meer de plaats om hierover wat te vinden 🙂
Laat ik eerst beginnen om beide dames te complimenteren. Geweldig dat zij zoveel informatie over onderwijsmodellen en -concepten duidelijk uiteen hebben gezet. Het kost ontzettend veel tijd om zoiets te maken. Top!
Het boek is, zoals de omschrijving in iBookstore vermeld:
bedoeld voor docenten die het onderwijs willen herontwerpen met behulp van ICT. Dit ebook biedt inspiratie en beschrijft de veel gebruikte onderwijsmodellen en -concepten. Tevens wordt aangegeven welke tools docenten kunnen gebruiken om deze onderwijsconcepten toe te kunnen passen in het eigen onderwijs.
Op basis van het ADDIE model (Analyse, Design, Develop, Implement, Evaluate) worden de vragen die bij herontwerpen centraal staan:
- Wat wil ik bereiken?
- Hoe wil ik dat bereiken?
- Hoe weet ik of ik dat uiteindelijk heb bereikt?
behandeld in deze publicatie. Dit is duidelijk gekoppeld aan de inhoud wat de opbouw van het boek verduidelijkt.
Elk hoofdstuk wordt voorafgegaan met doelomschrijving en een samenvatting. De diverse instructional design modellen die toegelicht worden zijn de bekende. Naast het ADDIE model (waarom trouwens zowel in hoofdstuk 1 als 3 bespreken?) komen TPACK, 4C/ID model en de 9 Events of Gagné aan bod. Ik vind het jammer dat het Five Stage Model van Gilly Salmon waar ik zo fan van ben niet hierin is opgenomen. Dit model is wel vooral gericht op het activeren bij online leren, maar toch had het in deze uitgave niet misstaan :). In het artikel over het ontwerpen van e-modules (zie mijn blog) werden 2 theorieën beschreven die het UMC Utrecht gebruikt heeft bij ontwikkeling van gevarieerde, interactieve en effectieve e-modules. Ook bij Zuyd wordt vaak gebruik gemaakt van het Brein-model met 6 breinprincipes: emotie, creatie, zintuiglijk rijke content, focus, herhaling van informatie en voortbouwen op bestaande kennis. Naast deze lijkt me ook de Plakfactor, een theorie over het onthouden en toepassen van kennis, een aanvulling voor het iBook.
Ik kreeg wel even kromme tenen bij de paragraaf over ‘leerstijlen’. Heel veel onderwijsexperts hebben zo hun bezwaren op de vele leerstijlenmodellen die bestaan. Pedro De Bruyckere en Casper Hulshof noemen het in hun boek “Jongens zijn slimmer dan meisjes” een onderwijsmythe: wetenschappelijk niet bewezen. Ik zou dan liever spreken over leervoorkeuren. En er zijn zoveel ‘leerstijlmodellen’ waarom dan alleen Kolb bespreken? (Er is wel een linkje opgenomen naar andere modellen). Ik denk zeker dat het goed is om onderwijsinhoud op verschillende manieren aan te bieden. Deze diversiteit van onderwijsaanbod komt verder op in het boek nog aan bod.
De beschrijvingen van de onderwijsmodellen en onderwijsconcepten vond ik duidelijk. In het hoofdstuk over onderwijsmodellen was een apart pdf opgenomen met plus-en minpunten van de diverse modellen (benoemd werden: HyFlex, Flipped Vlassroom, toetsgestuurd leren en gamification). Handig! Ik had het prettig gevonden indien deze plus-en minpunten ook verwerkt waren in de tekst zoals dat in het hoofdstuk over onderwijsconcepten wel is gedaan. In dit hoofdstuk zou ik dan wel weer een pdf opnemen met kenmerken van de diverse onderwijsconcepten. Sommige vinden het handig om zoiets te printen. Leuk die praktijkvoorbeelden van Saxion die aan dit hoofdstuk zijn toegevoegd. Is het ook een optie om dat in de andere hoofdstukken ook toe te voegen?
Hoofdstuk 5 behandelt een variatie aan tools, verdeeld over de thema’s: video, toetsing, interactiviteit én open education. Elk onderwerp werd vooraf gegaan door mogelijkheden, gevolgd door een selectie van tools. Uiteraard is er een keuze gemaakt uit de veelheid van tools. De keuze zal wellicht gebaseerd zijn op de situatie bij Saxion. Waarom sommige tools wel met icoon en link naar appstore waren voorzien en andere niet was me niet duidelijk. Ik werd erg blij van de aandacht voor Open Education. Ik merk in mijn eigen praktijk dat dit nog niet zo tussen de oren zit van de onderwijsontwerpers. Ik had voor een ander (eigen?) filmpje gekozen om deze paragraaf te ondersteunen. Het filmpje Why Open Education Matters is mooi maar wel erg op de Amerikaanse onderwijssituatie gericht.
Het ARCS (Attention, Relevance, Confidence en Satisfaction) model wordt in het hoofdstuk over studentactivatie gehanteerd als handvat voor de ontwikkelaar om de juiste motiverende elementen te creëren. Hierin werden ook de mogelijkheden die binnen Blackboard bestaan om studenten te activeren en te monitoren toegelicht. Ik kende het model niet, interessant om bij het herontwerpen te betrekken. Ik mis in dit model wel het relationele aspect dat volgens Deci & Ryan één van de 3 psychologische basisbehoefte van intrinsieke motivatie is. Maar dat is wel mijn stokpaardje, zoals je weet 😉 .
Ik had het gevoel dat het laatste hoofdstuk over ‘evalueren’ nog niet helemaal af was, het stopte zo abrupt. Mooi dat in het laatste hoofdstuk bij de gebruikte bronnen ook photo credits was opgenomen. De referentie naar onze video@zuyd bijdrage vond ik hier helaas niet terug.
Tot slot wat lay-out technische verbeterpuntjes:
- ik weet van de iBooks van Jeroen Alessie dat video’s ook embed kunnen worden in een iBook. De auteurs gebruiken Bookry voor het afspelen van video’s, deze openen in een groot venster. Ik vind de optie zoals Jeroen dat doet mooier: je kunt ‘m in een klein venster laten afspelen (terwijl je de rest van de tekst nog kunt scannen) of je vergroot de video. Alleen de video van Saxion zelf over onderwijs herontwerpen is dan weer niet opgenomen in Bookry. Vreemd. Deze linkt naar de videosite van Saxion. Wel superleuk dat ik onze video@zuyd tegenkwam 🙂
- Na klikken op de één van de twee office-documenten crasht bij mij het iBook (p. 47/66).
- De link (waarschijnlijk komt dat door het plaatje) op p. 34 werkt niet.
- Ik ben een groot fan van hyperlinken, ik gebruik het zelf ook veelvuldig. In het geval van dit iBook vond ik het vervelend dat ik dan het boek ‘verliet’. Meer toelichting in het boek en de verwijzingen achterin (of elk hoofdstuk) opnemen zou misschien een alternatief kunnen zijn?
Een iBook is een mooie manier om informatie vast te leggen en te verspreiden. Ik vraag me af of de inhoud ook in een ander format verspreid wordt, want het is wel ‘Apple’-gebonden.
Nogmaals chapeau voor Marjon en naamgenoot Judith!
Zoiets zouden wij toch ook nog eens moeten maken. Een iBook over gamification of zo, Marcel? 🙂
Judith
Aan de slag met het ontwerpen van E-modules
Het praktisch artikel E-modules: maatwerk via een gestandaardiseerd proces in het nieuwste nummer van OnderwijsInnovatie (september 2015) gaat over het project Onbegrensd Leren van het UMC Utrecht. Ik heb hierover al eens eerder geblogd op ons MOOCZI-blog nav een sessie die ik tijdens Dé Onderwijsdagen 2014 heb gevolgd. Omdat bij Zuyd ook veel opleidingen bezig zijn met ‘blended learning’ waarmee een diversiteit van mixen van onderwijstechnologische leervormen en contactonderwijs en online onderwijs of leren op de werkplek wordt bedoeld, had ik een bijzondere belangstelling voor dit artikel. Ook in het kader van Zuyd Academy zijn de ervaringen die het UMC Utrecht heeft opgedaan tijdens het project interessant. Wij hebben tijdens ons MOOCZI project ook ervaringen opgedaan. Tijdens het project heeft het UMC Utrecht een optimale mix gevonden voor het op grote schaal ontwikkelen van e-modules voor studenten en medewerkers. Ik was benieuwd of onze ervaringen vergelijkbaar zijn.
Qua grootte is dit project onvergelijkbaar met ons MOOCZI, en met elk ander (her)ontwerpproject van Zuyd. Het projectteam van UMC Utrecht varieerde van 10 tot 20 medewerkers en is al bijna 4 jaar bezig. Een regiegroep bepaalde de goedkeuring van de aanvragen. Aanvragen moesten gemotiveerd worden met aanleiding, doelen, voor welke doelgroep met welke wensen. De aanvraag moest geaccordeerd worden door opleidindingsdirecteur. Een vrij strak georganiseerd project. Iedere e-module had een eigen deelprojectleider/onderwijskundig adviseur. Het mag een succesvol project genoemd worden waarin 150 e-modules zijn ontwikkeld. E-modules werden gedefinieerd als:
een (via internet toegankelijke) elektronische module waarin leermateriaal op afwisselende wijze wordt gepresenteerd. Beeldmateriaal (foto’s, video, illustraties) speelt een centrale rol. Met behulp van inter-actieve werkvormen kan de deelnemer de leerstof oefenen en zichzelf toetsen.
Binnen het project waren nog andere productlijnen: E-lecture (weblectures), E-assessment (digitaal toetsen), E-simulatie en videoreflectie.De evaluatie van het artikel beperkt zich tot e-modules.
Er was een gestandaardiseerd ontwikkelproces, maar bij geen enkele e-module was sprake van een standaardpakket. Er werd met verschillende modellen gewerkt die apart of gecombineerd konden worden:
- basismodule, gericht op kennisoverdracht
- zelfsturende module, waarbij de student zelf op zoek gaat naar informatie en kennis
- vraag-feedback gestuurde module met nadruk op toetsen
- casus-gestuurde module, centraal hierbij staan realistische situaties en storytelling
De e-modules werden in 3 vormgevings-/ontwerpstijlen opgeleverd;
- magazinestijl, opgebouwd als een tijdschrift met inhoudsopgaven en artikelen die bestonden uit tekst, beeld en interactieve werkvormen
- beeldverhaal, fullscreen afbeelding of video waarin elementen zijn geplaatst met tekst, instructie(video) of een vraag
- combinatie, waarin de informatie als magazine werd vormgegeven en de casuïstiek als een beeldverhaal
Enkele leermomenten die ik uit deze evaluatie haal en die ook voor ons goed zijn om rekening mee te houden:
- op basis van TPACK (technologie, didactiek en content) werden ontwikkelteams samengesteld: voor didactiek waren dit onderwijskundige adviseurs en docenten, voor content inhoudsdeskundigen zoals docenten, voor technologie waren (applicatie)ontwikkelaars, multimedia-adviseurs/ontwikkelaars en functioneel beheerders betrokken
- men werkte met een storyboard
- veel aandacht voor vormgeving (usability)
- brondocumenten van elke e-module werden gearchiveerd (handig voor update)
- een borgingsorganisatie die de inhoudelijke, functionele en technische kwaliteit van de e-modules waarborgt voor de toekomst. Prachtig! Dit wordt zo vaak vergeten.
- het ontwikkelen van een e-module is een tijdrovende klus; inschatting van uren is lastig
- hou het kort en bondig! Formuleer leerdoelen, baken het onderwerp goed af
- schakel studenten in bij het schrijven van de content
- gebrek aan tijd van inhoudsdeskundige vormde het grootste risico voor de doorlooptijd en kwaliteit van de e-modules
- aan stellen van docent-ontwikkelaars bij de diverse opleidingen bevordert opbouw expertise en verkort de ontwikkeltijd
- ontwerp voor elke gangbare device
Voor de toekomst gaat het UMC Utrecht verder door met ontwikkelen, rekening houdend met adaptief/gepersonaliseerd onderwijs, open online leren, learning analytics en learning objects (zoals kennisclips). Ook gaan ze onderzoeken hoe de e-modules aangeboden kunnen worden: gebundeld in een app, in de elektronische leeromgeving, via een universiteitsbrede repository of misschien wel sociale media.
Kortom, net zoals wij met MOOCZI hebben ervaren:
Met samenwerking en enthousiasme kom je heel verder bij het ontwikkelen en (her)ontwerpen van onderwijs maar de kritische succesfactoren blijven:
tijdsinvestering en afbakening
Judith
Rozendal, A., Van der Werf, S., De Kleijn, R., Cappetti, C., & Van Rijen, H. (2015) E-modules: Maatwerk via een gestandaardiseerd proces. OnderwijsInnovatie, 17(3), 17-25. Retrieved from https://www.ou.nl/documents/10815/36324/OI_2015_3_PraktischArtikel.pdf
Tapijn Learning Spaces
Ha Marcel,
Gistermiddag had ik weer even een korte ontmoeting met ‘onze’ Liesbeth Mantel @moqub in mijn stad Maastricht. Liesbeth had een afspraak met Yvette Froeling van de universiteitsbibliotheek Maastricht. Yvette is, net zoals Liesbeth bij UB Delft, verantwoordelijk voor de open/learning spaces van de bibliotheek. Beide zijn vooral op zoek naar nieuwe concepten. En die was er nu … op de voormalige Tapijnkazerne. Een geweldig groot terrein aan de rand van onze binnenstad. Twee jaar geleden zijn de gebouwen van deze voormalige militaire kazerne overgedragen aan de Universiteit Maastricht en de provincie en zijn bedoeld voor onderwijs en onderzoek. Eén van deze gebouwen is nu door studenten ingericht als Learning Space volgens het concept ‘box in a box’. Liesbeth heeft hier uitgebreid over geblogd.
Dit gebouw wordt (tot de geplande sloop over 3-4 jaar) gerund door studenten. Yvette wilt samen met de studenten vooral leren wat wel en niet wenselijk is voor de geplande nieuwbouw. Yvette vertelde ook nog van andere leuke concepten die in de planning staan. Zoals een combinatie van sport en studie in de vorm van Treadmill Desk, waar je achter de bureau kunt fietsen of lopen. In de winter zal het in de ruimte buiten de box fris zijn, een mooie win-win-situatie.
Dank Liesbeth voor deze introductie! Een vervolgafspraak met Jack van Zuyd Bibliotheek ga ik organiseren. Ik wil het gebouw graag nog een keer bezoeken als de boxes volgens de thema’s zijn ingericht en als het vol zit met studenten.
Bij deze ontmoeting was ook Gaby Lutgens. Ik had al een LinkedIn connectie met haar, maar nog nooit live ontmoet (daarvoor heb je dan iemand uit Delft nodig! Bijzonder hè? 🙂 ). Gaby is betrokken bij Edlab, dat ook in een gebouw op de Tapijnkazerne gehuisvest in. Deze heb ik nog niet bezocht, maar dat komt nog wel. Bij Gaby ga zeker ik nog een keer op bezoek, haar werk heeft heel veel raakvlakken met die van mij. Edlab was voorheen een onderwijsproject van de universiteitsbibliotheek maar is nu het nieuwe centrum/ontmoetingsplaats voor onderwijsinnovatie van de universiteit. Binnen de bibliotheek wordt het ondersteunen van ict in het onderwijs voortgezet als een supportservice EdICTed.
Hoewel de schaalgrootte binnen de universiteit niet te vergelijken is met het hbo. Ik kwam tot de ontdekking dat de UM met vergelijkbare studentenaantallen meer dan 2x zoveel medewerkers in dienst heeft dan Zuyd. En dat voor de verhouding studieplekken – studenten 1 : 7,5 is. Daar kunnen wij ons niet aan meten, maar we kunnen wel van elkaar leren!
Judith
26 oktober 2015 mijn 2e bezoek aan Tapijn Learning Spaces na de presentatie van EDLAB.
Het was weer rustig vanwege start nieuw onderwijsblok. We werden nu rondgeleid door één van de studenten van de Tapijn Student Board (TSB), die verantwoordelijk is voor deze alternatieve learning spaces. Dit projectteam verandert steeds van samenstelling en stelt zichzelf ook steeds andere doelen. Deze studenten willen de studieruimtes (108 studieplekken) optimaliseren, door bijvoorbeeld deze ook uit te rusten met whiteboards en projectoren. Maar ook orde en netheid is een ‘dingetje’. Er is namelijk geen toezicht, het is van, voor en door studenten. Inmiddels is wel een (foeilelijk) ijzeren draaideur in de ingang geplaatst zodat je alleen met een UM-card de ruimte kunt betreden. De student vertelde ons dat elkaar aanspreken goed werkt. Omdat studenten steeds meer het gevoel krijgen dat het ‘hun’ ruimte is, zijn ze ook bereid om op te ruimen. Maar er wordt ook aan dekens voor in de winter gedacht omdat in deze voormalige opslagplaats voor legervoertuigen geen verwarming is. Ook een magnetron en gratis thee staan op het wensenlijstje van de studenten. Omdat het een ruimte is waar studenten van 7 uur ’s ochtends tot ’s avonds 11 uur kunnen werken en leren is er ook aandacht voor de ‘physical’ learning spaces in de vorm van exercise balls, mood lamps en standing work stations.
“Kwaliteit kost tijd”
Ja Marcel, het was een mooie bijeenkomst vorige week woensdag, de Visieworkshop over onze toekomstige DLWO. En inderdaad het delen moet nu beginnen, zowel door management als door docenten. We hebben jullie al een handje geholpen door een verslag te maken en daarover te bloggen op het blog icto.community.zuyd.nl, het kennisdeelplatform van Zuyd als het gaat om ict in onderwijs en onderzoek.
Ik wil nog wel even extra aandacht schenken op ons blog aan het ‘pareltje’ van het I-team, zoals Harry Renting van SURF hem noemde. Ja we zijn zuinig op hem 🙂 Frans Roovers is in zijn element als hij kan vertellen over hetgeen hij enthousiast over is. En dan worden de 5 minuten die hij van de ‘organisatie’ kreeg snel 13 minuten 😉
Binnen Zuyd wordt door docenten en studenten vaak gemopperd op Blackboard. Het is niet intuïtief (klopt wel) en wordt alleen als opslag van documenten gebruikt (klopt ook vaak). Dat Blackboard als leermanagementsysteem meer potentie heeft, liet Frans zien tijdens de bijeenkomst. Bij het ontwerpen van een cursus is het belangrijk:
- een ontwerpteam die elk met specifieke kwaliteiten een Blackboardcursus (of online cursus) bouwt, waarbij minstens 1 ontwerper in het team zit die leertechnologieën adequaat kan inzetten en weet hoe tools werken (of daar nieuwsgierig naar is en het gaat ontdekken) – (zie ook onze aanbeveling nav MOOCZI voor het inzetten van ontwikkelteams) ;
- belang van online communicatie en feedback, ik verwijs altijd naar Gilly Salmon die met haar Five Stage Model de stappen laat zien om een klimaat te creëren om samenwerken te bevorderen waardoor beter kennis gedeeld wordt;
- het belang van structuur voor studenten. De Blackboardcursus heeft een duidelijke opbouw en vooral de timeline en het overzicht met deadlines bleek gewaardeerd te worden. De timeline heeft Frans met de tool Tiki-Toki gemaakt. Het ziet er visueel prachtig uit. Het is een gratis tool, maar als je het wil embedden in je online omgeving kost een premium account 7 dollar per maand. Frans was zo enthousiast over deze tool dat hij het voor deze pilot zelf heeft bekostigd.
Ondanks dat het een arbeidsintensieve module was voor studenten (ze moesten een portfolio opbouwen, aan de hand van 16(!) verplichte opdrachten en een achttal vrije keuze maakten ze een glossy waarin ze aantoonden hoe ze zich ontwikkeld hadden) werden vooral het gestructureerde cursusaanbod en de intensieve online begeleiding van de docenten zeer hoog gewaardeerd. Standaard ontvangen studenten na elke module een evaluatie. De respons op deze OLP8-SW Geschikt / Ongeschikt Basisproef was extreem hoog (75%) en deze Blackboardcursus werd met een 9 gewaardeerd.
Deze module werd door 3 docenten ontworpen en begeleid. Ook voor de docenten een arbeidsintensieve module. Ruim 6x de geplande uren is in deze module geïnvesteerd. Ook buiten de 9 tot 5 uren reageerden de docenten op vragen en stimuleerden ze interactie. Ondanks de ‘boost’ die het hen gaf, is dit met de huidige toegekende uren in de toekomst niet te realiseren. Studenten hebben duidelijk aangegeven dat zij deze opzet graag ook in andere modules terug willen zien. Maar “kwaliteit kost tijd”, zei Frans tegen me. Ik ben benieuwd hoe de faculteit de ervaringen met deze module gaat inzetten in heel hun onderwijs.
Deze very good practice die Frans met ons deelde, horen we mee te nemen in ons verder visietraject DLWO vind ik. Onlangs publiceerde Wilfred Rubens 2 blogpost die hierop aansluiten. In Hoe kun je docenten ondersteunen bij het gebruik van ICT in het onderwijs? refereert Wilfred naar een artikel van Catlin Tucker die stelt dat weerstand tegen het gebruik van ICT vooral te maken heeft met angst, en niet met verzet om te leren en de praktijk te veranderen. Docenten werken volgens haar bovendien betrekkelijk geïsoleerd, zonder veel ondersteuning. Volgens haar zijn er drie manieren om docenten te stimuleren ICT in het onderwijs te gebruiken:
- Creëer een schoolcultuur waarin wordt aangemoedigd dat docenten risico’s nemen en fouten durven te maken. Moedig experimenten aan, leer van ervaringen. Geef geen kritiek als experimenten fout gaan, maar evalueer en verbeter.
- Zet lerenden in om docenten te ondersteunen op het gebied van ICT. Vorm ICT-teams die uit lerenden bestaan, en die kunnen worden ingezet om docenten te helpen bij experimenten of bij het oplossen van issues.
- Geef ICT-bekwame docenten taakuren om hun collega’s te begeleiden. Benut de expertise van deze vernieuwers en pioniers, en laat hen collega’s op de werkvloer ondersteunen bij het herontwerpen van lessen en bij het geven van feedback.
Allemaal aanbevelingen naar mijn hart, die wij als ‘onderwijsvernieuwers’ ook gesomd hebben op de flap tijdens de Visiongame bij de Visieworkshop DLWO. Terecht zet Wilfred bij het artikel nog wat aanvullende onderzoekende vragen die goed zijn om per team eens nader te onderzoeken.
In het andere blogbericht Hoe creëer je nabijheid bij online leren? verwijst Wilfred naar een onderzoek van Ross, Gallagher en Macleod. Relationele verbondenheid (één van de psychologische basisbehoefte volgens Ryan & Deci) is belangrijk om lerenden gemotiveerd te houden. Zeker bij online leren moet hier aandacht aangeschonken worden. Bij OLP8 hebben ze dat goed gedaan. Je ziet hier ook meteen waardering voor. In het onderzoek van Ross, Gallagher en Macleod gaat het vooral om onderwijs aan volwassenen. Aangezien Leven Lang Leren bij Zuyd stevig op de agenda staat, is het goed dit onderzoek ook te bestuderen. De onderzoekers benadrukken het belang van nabijheid dat gerealiseerd wordt dankzij een tijdelijke combinatie van persoonlijke betrokkenheid, omstandigheden (tijd en context) en technologieën (de kenmerken van de leertechnologie). Ik ga hierover in het kader van mijn eigen ervaring bij volwassenonderwijs nog apart over bloggen :).
Dit verhaal van Frans was inspirerend voor de aanwezige docenten die aanwezig waren tijdens de visieworkshop DLWO. Zij wilden graag weer eens op regelmatige basis samen komen om kennis uit te wisselen. Ik wil dat heel graag faciliteren en organiseren, maar twijfel nog over vorm en frequentie. Uiteraard wil ik dat deze kennis ook online gedeeld wordt zodat ook mensen die niet aanwezig zijn hiervan kunnen leren. Wil je daarover eens meedenken?
Judith

DLWO visietraject
Ha Judith,
Dat hadden jullie mooi georganiseerd vandaag de DLWO visie sessie. Met in het vooruitzicht dat we binnen Zuyd het eventuele gebruik van Blackboard opnieuw moeten aanbesteden, met in het achterhoofd de stijgende behoefte van de studenten aan nieuwe vormen van onderwijs (kennisclips, flipping the classroom, whatsapp, game-based, community) en met de wetenschap dat we goede mooie voorbeelden hebben binnen Zuyd is het een goed moment om vanuit verschillende hoeken naar deze visie te kijken. En zeker ook goed om ons door SURF een spiegel te laten voorhouden.
Mijn conclusie: zorg dat duidelijk is waar de regie ligt, het zogenoemde eigenschap van de DLWO, van de logistieke onderwijsinformatiestroom en van het delen van de goede onderwijsinitiatieven die er zijn. Ons twitterend collegelid Olaf van Nugteren erkende de onduidelijkheid van waar nu precies de regie lag en ik ben er van overtuigd dat hij daar aan gaat werken, samen mer faculteits en diensten directeuren. En gezien de reacties van de zaal op de mooie voorbeelden vanuit het onderwijs van Els Koelewijn en Frans Roovers (waarvan ik weet dat er nog veel meer voorbeelden zijn zowel bij hun als bij andere collega’s zoals bij de vertaalacademie waar ze al jaren gelden toetsen via Blackboard deden of bij facility management waar adaptieve inhoud binnen Blackboard al gebruikt werd, twee versies geleden).
Zowel vandaag als afgelopen week in een groot MT overleg was wederom de conclusie dat we te weinig practices delen. En ik moet eerlijk zeggen dat ik zelf ook alleen maar best practices post en wat meer moeite heb met de zaken die niet lukken. En toch moet dat echt van onderop gebeuren. Als we dat niet gewoon gaan doen met zijn allen dan komen we nergens.
Dus:
De regie daarbij zijn Olaf en de directeuren aan zet.
De kennis over de vernieuwingen (vooral van buiten naar binnen halen) daar zijn jullie aan zet als I-Team, FB, M&C, O&O en zet daar ook studenten voor in op het moment dat er handjes (lees congresverslagen) nodig zijn. /Probeer ik zelf ook, lukt niet altijd, maar probeer het wel/
Het delen moet door ons (de bezoekers van vandaag en de docenten) komen. Dat is onze taak. En dan daardoor de visie op het DLWO mee laten groeien. Want waar zullen we dat op delen?
Groet Marcel






