Categorie archief: Didactiek
iBook ‘Onderwijs Herontwerp’ van ICTO Saxion
Hi Marcel,
Onlangs hebben mijn collega’s van Saxion: Marjon Baas en Judith Zwerver-Bergman, respectievelijk ICTO-adviseur en e-learning ontwerper wederom een iBook gepubliceerd, dit keer over Onderwijs herontwerp [de vorige was over Digitaal Toetsen]. In de Nieuwsflits van vandaag heb ik een item over dit iBook opgenomen en op het blog van het I-team heb ik een berichtje geplaatst over de inhoud van deze publicatie. Wellicht kan deze uitgave ook onze collega’s die volop bezig zijn met herontwerpen van onderwijs dit hulpmiddel gebruiken.
Van Marjon weet ik dat zij het boek het komend half jaar nog willen verbeteren en graag feedback ontvangen. Ik vind ons blog meer de plaats om hierover wat te vinden 🙂
Laat ik eerst beginnen om beide dames te complimenteren. Geweldig dat zij zoveel informatie over onderwijsmodellen en -concepten duidelijk uiteen hebben gezet. Het kost ontzettend veel tijd om zoiets te maken. Top!
Het boek is, zoals de omschrijving in iBookstore vermeld:
bedoeld voor docenten die het onderwijs willen herontwerpen met behulp van ICT. Dit ebook biedt inspiratie en beschrijft de veel gebruikte onderwijsmodellen en -concepten. Tevens wordt aangegeven welke tools docenten kunnen gebruiken om deze onderwijsconcepten toe te kunnen passen in het eigen onderwijs.
Op basis van het ADDIE model (Analyse, Design, Develop, Implement, Evaluate) worden de vragen die bij herontwerpen centraal staan:
- Wat wil ik bereiken?
- Hoe wil ik dat bereiken?
- Hoe weet ik of ik dat uiteindelijk heb bereikt?
behandeld in deze publicatie. Dit is duidelijk gekoppeld aan de inhoud wat de opbouw van het boek verduidelijkt.
Elk hoofdstuk wordt voorafgegaan met doelomschrijving en een samenvatting. De diverse instructional design modellen die toegelicht worden zijn de bekende. Naast het ADDIE model (waarom trouwens zowel in hoofdstuk 1 als 3 bespreken?) komen TPACK, 4C/ID model en de 9 Events of Gagné aan bod. Ik vind het jammer dat het Five Stage Model van Gilly Salmon waar ik zo fan van ben niet hierin is opgenomen. Dit model is wel vooral gericht op het activeren bij online leren, maar toch had het in deze uitgave niet misstaan :). In het artikel over het ontwerpen van e-modules (zie mijn blog) werden 2 theorieën beschreven die het UMC Utrecht gebruikt heeft bij ontwikkeling van gevarieerde, interactieve en effectieve e-modules. Ook bij Zuyd wordt vaak gebruik gemaakt van het Brein-model met 6 breinprincipes: emotie, creatie, zintuiglijk rijke content, focus, herhaling van informatie en voortbouwen op bestaande kennis. Naast deze lijkt me ook de Plakfactor, een theorie over het onthouden en toepassen van kennis, een aanvulling voor het iBook.
Ik kreeg wel even kromme tenen bij de paragraaf over ‘leerstijlen’. Heel veel onderwijsexperts hebben zo hun bezwaren op de vele leerstijlenmodellen die bestaan. Pedro De Bruyckere en Casper Hulshof noemen het in hun boek “Jongens zijn slimmer dan meisjes” een onderwijsmythe: wetenschappelijk niet bewezen. Ik zou dan liever spreken over leervoorkeuren. En er zijn zoveel ‘leerstijlmodellen’ waarom dan alleen Kolb bespreken? (Er is wel een linkje opgenomen naar andere modellen). Ik denk zeker dat het goed is om onderwijsinhoud op verschillende manieren aan te bieden. Deze diversiteit van onderwijsaanbod komt verder op in het boek nog aan bod.
De beschrijvingen van de onderwijsmodellen en onderwijsconcepten vond ik duidelijk. In het hoofdstuk over onderwijsmodellen was een apart pdf opgenomen met plus-en minpunten van de diverse modellen (benoemd werden: HyFlex, Flipped Vlassroom, toetsgestuurd leren en gamification). Handig! Ik had het prettig gevonden indien deze plus-en minpunten ook verwerkt waren in de tekst zoals dat in het hoofdstuk over onderwijsconcepten wel is gedaan. In dit hoofdstuk zou ik dan wel weer een pdf opnemen met kenmerken van de diverse onderwijsconcepten. Sommige vinden het handig om zoiets te printen. Leuk die praktijkvoorbeelden van Saxion die aan dit hoofdstuk zijn toegevoegd. Is het ook een optie om dat in de andere hoofdstukken ook toe te voegen?
Hoofdstuk 5 behandelt een variatie aan tools, verdeeld over de thema’s: video, toetsing, interactiviteit én open education. Elk onderwerp werd vooraf gegaan door mogelijkheden, gevolgd door een selectie van tools. Uiteraard is er een keuze gemaakt uit de veelheid van tools. De keuze zal wellicht gebaseerd zijn op de situatie bij Saxion. Waarom sommige tools wel met icoon en link naar appstore waren voorzien en andere niet was me niet duidelijk. Ik werd erg blij van de aandacht voor Open Education. Ik merk in mijn eigen praktijk dat dit nog niet zo tussen de oren zit van de onderwijsontwerpers. Ik had voor een ander (eigen?) filmpje gekozen om deze paragraaf te ondersteunen. Het filmpje Why Open Education Matters is mooi maar wel erg op de Amerikaanse onderwijssituatie gericht.
Het ARCS (Attention, Relevance, Confidence en Satisfaction) model wordt in het hoofdstuk over studentactivatie gehanteerd als handvat voor de ontwikkelaar om de juiste motiverende elementen te creëren. Hierin werden ook de mogelijkheden die binnen Blackboard bestaan om studenten te activeren en te monitoren toegelicht. Ik kende het model niet, interessant om bij het herontwerpen te betrekken. Ik mis in dit model wel het relationele aspect dat volgens Deci & Ryan één van de 3 psychologische basisbehoefte van intrinsieke motivatie is. Maar dat is wel mijn stokpaardje, zoals je weet 😉 .
Ik had het gevoel dat het laatste hoofdstuk over ‘evalueren’ nog niet helemaal af was, het stopte zo abrupt. Mooi dat in het laatste hoofdstuk bij de gebruikte bronnen ook photo credits was opgenomen. De referentie naar onze video@zuyd bijdrage vond ik hier helaas niet terug.
Tot slot wat lay-out technische verbeterpuntjes:
- ik weet van de iBooks van Jeroen Alessie dat video’s ook embed kunnen worden in een iBook. De auteurs gebruiken Bookry voor het afspelen van video’s, deze openen in een groot venster. Ik vind de optie zoals Jeroen dat doet mooier: je kunt ‘m in een klein venster laten afspelen (terwijl je de rest van de tekst nog kunt scannen) of je vergroot de video. Alleen de video van Saxion zelf over onderwijs herontwerpen is dan weer niet opgenomen in Bookry. Vreemd. Deze linkt naar de videosite van Saxion. Wel superleuk dat ik onze video@zuyd tegenkwam 🙂
- Na klikken op de één van de twee office-documenten crasht bij mij het iBook (p. 47/66).
- De link (waarschijnlijk komt dat door het plaatje) op p. 34 werkt niet.
- Ik ben een groot fan van hyperlinken, ik gebruik het zelf ook veelvuldig. In het geval van dit iBook vond ik het vervelend dat ik dan het boek ‘verliet’. Meer toelichting in het boek en de verwijzingen achterin (of elk hoofdstuk) opnemen zou misschien een alternatief kunnen zijn?
Een iBook is een mooie manier om informatie vast te leggen en te verspreiden. Ik vraag me af of de inhoud ook in een ander format verspreid wordt, want het is wel ‘Apple’-gebonden.
Nogmaals chapeau voor Marjon en naamgenoot Judith!
Zoiets zouden wij toch ook nog eens moeten maken. Een iBook over gamification of zo, Marcel? 🙂
Judith
Conferentie Bildung en techniek in het onderwijs van de toekomst
Ik kwam een berichtje tegen dat de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht een interessante conferentie over Bilding en Techniek in het onderwijs organiseert op 29 augustus in Utrecht.
Er worden visies over Bildung en technologie gepresenteerd door Hans Schnitzler, Sandra Verbruggen en Theo van den Bogaart. Er volgt uiteraard een dialoog en er worden workshops en lezingen aangeboden over o.a. gamification, de interactie tussen mens, machine en media en de ethische grenzen van ict gebruik in het onderwijs.
“We willen elkaar prikkelen en geprikkeld worden tot meer diepgang, vraagstukken en onderzoek naar onderwijs, techniek en bildung, waarbij ook de eigen vooroordelen onder de loep worden genomen. Van hieruit willen we werken aan visievorming: wat is goed onderwijs in de context van het begin van de 21e eeuw? En: welke rol voor ICT wordt daarin wel en niet gewenst? Is er sprake van een techno-utopie van het onderwijs?”
Aanmelden kan via via bildung.fe@hu.nl o.v.v. bildungsconferentie en deelname is gratis.
Het is verleidelijk, maar het is op een zaterdag 😦 en 2 uur reizen van mijn woonplaats.
Ik twijfel …. zou ik gaan?
Judith
Ik flip. Jij flipt. Wij zijn geflipt.
Hallo Marcel,
Deze week het artikel in Trouw gelezen over de moderne docent die zijn lesmateriaal gewoon zelf fixt? Het gaat in dit geval om zelf filmpjes maken en je les te flippen (kennisoverdracht vindt plaats via video die studenten thuis bekijken als voorbereiding zodat in de klas samen actief kan worden geleerd). Ik ben een groot fan van die You Tube docenten die prachtige instructievideo’s maken en deze dan ook online delen. En zoals docent Arnoud Kuijpers in het artikel wordt geciteerd “delen maakt het onderwijs leuker en beter” ben ik het helemaal mee eens 🙂
Echter, zowel het maken van (flipped) video’s en deze vervolgens online open delen is binnen onderwijsland, in ieder geval niet bij onze onderwijsinstelling, gemeengoed. Er is zeker veel belangstelling bij onze docenten om zelf video’s te maken, gezien de grote belangstelling voor Pieter’s workshop ‘Weblectures en video in een flipped classroom’. Het maken van goed video instructiemateriaal kost tijd, dat hebben we tijdens ons MOOCZI-project ook ervaren. Volgens Kuijpers kost één minuut film ongeveer anderhalf uur fröbelen, en dan is hij een expert. Er zijn weinig docenten die deze tijd kunnen en willen investeren. En uit onze enquête onder studenten is gebleken dat studenten vooral professionele kennisclips waarderen:
Een nadeel dat ik wel heb ervaren is dat video’s vaak onduidelijk zijn, deze worden zelf gemaakt door docenten. Nadelen zoals bijvoorbeeld: langdradigheid, eentonigheid, lastige en onduidelijke voorbeelden. Niet iedereen is in staat om dit materiaal duidelijk te creëren.
Tsja, door je klas te flippen ben je nog geen moderne docent. En als alles geflipt wordt, staat onze onderwijswereld ook op z’n kop. In mijn ogen hoeft een moderne niet zelf al zijn lesmateriaal te maken, en dat lesmateriaal hoeft echt niet alleen maar video te zijn. (Interactieve) boeken hebben ook hun waarde 🙂 . Frans Droog publiceerde onlangs op zijn blog 6 mythes over flipping the classroom. Flipping gebeurt volgens hem nog veel te vaak vanuit een technologische visie. We moeten ons realiseren dat het om een pedagogisch middel gaat om actief leren in de klas te vergroten om op zo’n manier inzicht en kritisch denken te bevorderen. Het gaat om het leren van de student die centraal moet komen te staan, niet de kennisoverdracht van de docent.
Wat is een moderne docent? Volgens mij is dat een motiverende betrokken docent die weet hoe hij ict (en niet alleen video) ook didactisch kan inzetten. We leven en leren in een samenleving waarin de verandering centraal staat en zekerheden er niet meer zijn. De open cultuur en de snelheid waarmee deze (technologische) veranderingen plaatsvinden, vraagt om een nieuwe toolset, mindset en skillset. Ik kom dan toch weer uit bij mijn stokpaardje: ‘social learning‘. Marcel de Leeuwe en Wilfred Rubens omschrijven in hun recente publicatie Social learning en leren met sociale media dit als
samenwerkend leren met behulp van sociale media, waarbij de lerende veel controle heeft over wat, hoe, waar en waarmee er geleerd wordt
Participatie in onze samenleving met haar ict en sociale media vraagt om in een bepaalde mate van openheid om relaties op te bouwen, om vrijelijke kennis en ervaringen te delen, om een proactieve houding en het benutten van je netwerk. Dat is wat wij onze studenten zouden moeten leren en meegeven. Dan moeten wij (docenten) dit ook voor-leren, vind ik. Of ben ik ‘social learning‘-blind aan het worden?
Groet,
Judith
“Kwaliteit kost tijd”
Ja Marcel, het was een mooie bijeenkomst vorige week woensdag, de Visieworkshop over onze toekomstige DLWO. En inderdaad het delen moet nu beginnen, zowel door management als door docenten. We hebben jullie al een handje geholpen door een verslag te maken en daarover te bloggen op het blog icto.community.zuyd.nl, het kennisdeelplatform van Zuyd als het gaat om ict in onderwijs en onderzoek.
Ik wil nog wel even extra aandacht schenken op ons blog aan het ‘pareltje’ van het I-team, zoals Harry Renting van SURF hem noemde. Ja we zijn zuinig op hem 🙂 Frans Roovers is in zijn element als hij kan vertellen over hetgeen hij enthousiast over is. En dan worden de 5 minuten die hij van de ‘organisatie’ kreeg snel 13 minuten 😉
Binnen Zuyd wordt door docenten en studenten vaak gemopperd op Blackboard. Het is niet intuïtief (klopt wel) en wordt alleen als opslag van documenten gebruikt (klopt ook vaak). Dat Blackboard als leermanagementsysteem meer potentie heeft, liet Frans zien tijdens de bijeenkomst. Bij het ontwerpen van een cursus is het belangrijk:
- een ontwerpteam die elk met specifieke kwaliteiten een Blackboardcursus (of online cursus) bouwt, waarbij minstens 1 ontwerper in het team zit die leertechnologieën adequaat kan inzetten en weet hoe tools werken (of daar nieuwsgierig naar is en het gaat ontdekken) – (zie ook onze aanbeveling nav MOOCZI voor het inzetten van ontwikkelteams) ;
- belang van online communicatie en feedback, ik verwijs altijd naar Gilly Salmon die met haar Five Stage Model de stappen laat zien om een klimaat te creëren om samenwerken te bevorderen waardoor beter kennis gedeeld wordt;
- het belang van structuur voor studenten. De Blackboardcursus heeft een duidelijke opbouw en vooral de timeline en het overzicht met deadlines bleek gewaardeerd te worden. De timeline heeft Frans met de tool Tiki-Toki gemaakt. Het ziet er visueel prachtig uit. Het is een gratis tool, maar als je het wil embedden in je online omgeving kost een premium account 7 dollar per maand. Frans was zo enthousiast over deze tool dat hij het voor deze pilot zelf heeft bekostigd.
Ondanks dat het een arbeidsintensieve module was voor studenten (ze moesten een portfolio opbouwen, aan de hand van 16(!) verplichte opdrachten en een achttal vrije keuze maakten ze een glossy waarin ze aantoonden hoe ze zich ontwikkeld hadden) werden vooral het gestructureerde cursusaanbod en de intensieve online begeleiding van de docenten zeer hoog gewaardeerd. Standaard ontvangen studenten na elke module een evaluatie. De respons op deze OLP8-SW Geschikt / Ongeschikt Basisproef was extreem hoog (75%) en deze Blackboardcursus werd met een 9 gewaardeerd.
Deze module werd door 3 docenten ontworpen en begeleid. Ook voor de docenten een arbeidsintensieve module. Ruim 6x de geplande uren is in deze module geïnvesteerd. Ook buiten de 9 tot 5 uren reageerden de docenten op vragen en stimuleerden ze interactie. Ondanks de ‘boost’ die het hen gaf, is dit met de huidige toegekende uren in de toekomst niet te realiseren. Studenten hebben duidelijk aangegeven dat zij deze opzet graag ook in andere modules terug willen zien. Maar “kwaliteit kost tijd”, zei Frans tegen me. Ik ben benieuwd hoe de faculteit de ervaringen met deze module gaat inzetten in heel hun onderwijs.
Deze very good practice die Frans met ons deelde, horen we mee te nemen in ons verder visietraject DLWO vind ik. Onlangs publiceerde Wilfred Rubens 2 blogpost die hierop aansluiten. In Hoe kun je docenten ondersteunen bij het gebruik van ICT in het onderwijs? refereert Wilfred naar een artikel van Catlin Tucker die stelt dat weerstand tegen het gebruik van ICT vooral te maken heeft met angst, en niet met verzet om te leren en de praktijk te veranderen. Docenten werken volgens haar bovendien betrekkelijk geïsoleerd, zonder veel ondersteuning. Volgens haar zijn er drie manieren om docenten te stimuleren ICT in het onderwijs te gebruiken:
- Creëer een schoolcultuur waarin wordt aangemoedigd dat docenten risico’s nemen en fouten durven te maken. Moedig experimenten aan, leer van ervaringen. Geef geen kritiek als experimenten fout gaan, maar evalueer en verbeter.
- Zet lerenden in om docenten te ondersteunen op het gebied van ICT. Vorm ICT-teams die uit lerenden bestaan, en die kunnen worden ingezet om docenten te helpen bij experimenten of bij het oplossen van issues.
- Geef ICT-bekwame docenten taakuren om hun collega’s te begeleiden. Benut de expertise van deze vernieuwers en pioniers, en laat hen collega’s op de werkvloer ondersteunen bij het herontwerpen van lessen en bij het geven van feedback.
Allemaal aanbevelingen naar mijn hart, die wij als ‘onderwijsvernieuwers’ ook gesomd hebben op de flap tijdens de Visiongame bij de Visieworkshop DLWO. Terecht zet Wilfred bij het artikel nog wat aanvullende onderzoekende vragen die goed zijn om per team eens nader te onderzoeken.
In het andere blogbericht Hoe creëer je nabijheid bij online leren? verwijst Wilfred naar een onderzoek van Ross, Gallagher en Macleod. Relationele verbondenheid (één van de psychologische basisbehoefte volgens Ryan & Deci) is belangrijk om lerenden gemotiveerd te houden. Zeker bij online leren moet hier aandacht aangeschonken worden. Bij OLP8 hebben ze dat goed gedaan. Je ziet hier ook meteen waardering voor. In het onderzoek van Ross, Gallagher en Macleod gaat het vooral om onderwijs aan volwassenen. Aangezien Leven Lang Leren bij Zuyd stevig op de agenda staat, is het goed dit onderzoek ook te bestuderen. De onderzoekers benadrukken het belang van nabijheid dat gerealiseerd wordt dankzij een tijdelijke combinatie van persoonlijke betrokkenheid, omstandigheden (tijd en context) en technologieën (de kenmerken van de leertechnologie). Ik ga hierover in het kader van mijn eigen ervaring bij volwassenonderwijs nog apart over bloggen :).
Dit verhaal van Frans was inspirerend voor de aanwezige docenten die aanwezig waren tijdens de visieworkshop DLWO. Zij wilden graag weer eens op regelmatige basis samen komen om kennis uit te wisselen. Ik wil dat heel graag faciliteren en organiseren, maar twijfel nog over vorm en frequentie. Uiteraard wil ik dat deze kennis ook online gedeeld wordt zodat ook mensen die niet aanwezig zijn hiervan kunnen leren. Wil je daarover eens meedenken?
Judith

Top 20 voor leren en lesgeven
Dag Marcel,
Dit rapport van de American Psychological Association (APA) had ik vanmorgen al via Twitter en ScoopIt gedeeld maar vond het ook vermeldenswaardig voor ons blog.
Een groep van psychologen (Coalition for Psychology in Schools and Education) heeft 20 inzichten uit de psychologie geïndentifeerd die belangrijk zijn voor leren en lesgeven. Alles wetenschappelijk onderbouwd 🙂 Het onderzoek is gedaan voor preK-12-scholen, maar het zijn inzichten die volgens mij elke leerkracht /docent zou moeten kennen. De pincipes hebben betrekking op klassenmanagement, op hoe studenten leren en wat hen motiveert, over toetsen en beoordelen. Mijn aandacht gaat vooral uit naar pinciples 13-14-15 over de sociale context, relaties en emoties die belangrijk zijn voor het leerproces van studenten. De sociale context wordt in dit onderzoek beperkt tot het klaslokaal, maar je kunt je voorstellen dat deze psychologische principes ook gelden voor digitale omgevingen.
Uit het rapport
- Given potential variations in cultural experiences, it is critical that the teacher facilitate a “classroom culture” that ensures shared meanings, values, beliefs, and behavioral expectations and provides a safe and secure environment for all students.
- Given their social nature, classrooms provide a critical context for teaching social skills such as communication and respect for others.
- Emotional well-being is integral to successful, everyday functioning in the classroom and influences academic performance and learning. It is also important to interpersonal relationships, social development, and overall mental health.
Groet,
Judith
20/5 Wilfred Rubens heeft ook geblogd op deze psychologische principes. Zijn opmerking op het ontbreken over technologie bij de principes voor leren en lesgeven wilde ik hier ook nog even toevoegen
De term ‘technologie’ komt in het stuk slechts één keer voor, begrippen als gaming, internet en ICT helemaal niet. Dat betekent niet dat deze principes niet relevant zijn voor technology enhanced learning. Integendeel. Neem de suggestie instructies zo veel mogelijk te individualiseren of het belang van interpersoonlijke relaties en communicatie voor leren. Bij de eerste suggestie kan ICT een belangrijke faciliterende rol spelen, terwijl het tweede principe er toe zou moeten bijdragen dat we ICT ook vooral voor communicatie en interactie zouden moeten gebruiken, en niet uitsluitend of vooral voor het bestuderen van content.








