Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

Informatieprofessional, het schaap met de vijf poten?

Hoi Marcel,

Maandelijks lees ik mijn vakblad IP voor de informatieprofessional, dit keer een onderwijsspecial!
In het nummer zowel items over de opleidingen tot bibliothecaris / informatieprofessional als over de rol van deze beroepsbeoefenaars in het onderwijs.

33 jaar na mijn afstuderen zijn de traditionele bibliotheekopleidingen inmiddels verdwenen. Moeten we ons hierover zorgen maken?, vraagt Edwin Mijnsbergen, of zijn dit gewoon noodzakelijke veranderingen?  De hbo-opleiding is, net zoals het beroep, veranderd. Veelal zijn de I(D)M opleidingen onderdeel geworden van een brede bachelor (ICT in het geval van Zuyd) met een klein deel van de competenties tot ‘pure’ informatieprofessional. De essentie van het aloude vak was ‘zoeken en vinden’ en ‘toegankelijk maken van informatie’. Is dat nog steeds zo?

Bij de IM-Zuyd omschrijving staat: “de IM’er is de ‘linking pin’ tussen business en ICT. Je werkt mee aan het ontwerpen, verbeteren en implementeren (invoeren) van informatiesystemen. En hoewel op het eind wel sociale media genoemd wordt, vraag ik me ook wat de rol van communicatie en media is in jullie opleiding. Uit het artikel blijkt dat contacten opbouwen met klanten, ook online en via sociale media, belangrijk is voor de informatieprofessional. Het gezicht achter de dienstverlening wordt steeds belangrijker. “Het gaat er niet meer om dat je als informatieprofessional op een bepaald terrein meer kennis hebt dan anderen, maar wat je voor hen kunt betekenen”. Uit de discussie over wat nu belangrijker is voor de informatieprofessional: vaardigheden of inhoudelijke kennis?, komt eigenlijk naar voren dat hij/zij vooral nieuwsgierig moet zijn, én flexibel. “Een informatieprofessional is in staat zijn expertise te laten werken in de benodigde context”. De afbeelding hieronder laat de top 5 aan vaardigheden en kennis zien, volgens het werkveld. Ik onderschrijf die wel 🙂

IP2

IP (2014) nr.9, p.18

Er is echt wel een vergrijzing aan de gang in bibliotheekland (kijk maar eens bij Zuydbibliotheek). En hoewel levenlangleren belangrijk is voor deze groep (en daar worden door GO vele cursussen voor aangeboden), “de echte talentmanager van jouw competenties ben je zelf”, is het voor een student die zijn op het punt staat zijn beroepskeuze te maken nog steeds moeilijk uit te leggen wat het vak precies inhoudt. Of zijn we misschien op het punt dat dé informatieprofessional niet (meer) bestaat? want de conclusie van het artikel is: “Een opleiding tot informatieprofessional hoeft niet op te leiden tot informatieprofessional en andersom kan iedereen informatieprofessional worden als hij maar de juiste vaardigheden meebrengt”

In de onderwijsspecial verder een mooi artikel van Wilfred over e-learningtrends en een bijdrage van o.a Peter Becker over blended leren van informatievaardigheden bij IDM Den Haag, hierover had ik van hem al meer gehoord tijdens Dé onderwijsdagen. Een blogje hierover dacht ik al geschreven te hebben, maar niet dus. Volgt nog. 🙂 En natuurlijk mag een artikel over informatievaardigheden (van Saskia Brand-Gruwel) in een onderwijsspecial niet ontbreken. Instructies werken het als informatievaardigheden geïntegreerd is in vakinhoudelijke lessen, samenwerking tussen bibliothecarissen en docenten is dus essentieel! Maar dat weten we wel. Doen we het ook al genoeg? Wat denk jij?
Interessant vond ik ook het artikel over MOOC’s. Hoe relevant dat kan zijn voor de bibliotheek en wat de informatieprofessional bij de ontwikkeling hiervan betekenen. Veel! Denk maar eens aan auteursrechten, het faciliteren van ondersteunend onderwijsmateriaal, maar wellicht ook het structuren van de cursus.

Bibliothecaris, Informatieprofessional, schaap met de vijf poten, ze waren en zijn belangrijk!
Judith

Weerstand en onderwijsvernieuwing #mli

Zoals je weet Marcel, moest ik gisteren aan 2 MLI-docenten mijn gesprekstechnieken laten zien. Kon ik goed met weerstand omgaan? Kan ik coalities doorbreken? Kon ik voldoende rapport (never heard of it) maken? Empatisch genoeg? Kan ik goed luisteren, samenvatten, herhalen en parafraseren? Heb ik voldoende doorvraagtechnieken laten zien? Strategisch genoeg?

Pfff. Ik weet het niet hoor. Het waren twee lieve docenten die in de weerstand zaten om sociale media in te zetten. Ja, de casus was waarheidsgetrouw en ze speelden hun rol met verve. Het onderliggend doel (een eerste stap zetten) heb ik behaald maar of dat voldoende is? Zoals je weet vind ik het vreselijk om beoordeeld te worden, ik reflecteer liever zelf *grinnik*. Laat ik dat dan maar doen voor ik de feedback ontvang.

Ik ben wel weer met beide benen in mijn valkuil getrapt: overtuigen! Enthousiast de voordelen vertellen. Als veranderaar moet je bij weerstand nog niet willen beïnvloeden, maar vooral luisteren. Nou ben ik niet echt heel erg enthousiast geweest, heb me nog een beetje ingehouden 🙂 Was lastig hoor, want ik hoor terug dat enthousiasme mijn kracht is én verbinden én kennisdelen.
Weet je, ik ga eigenlijk nooit zo doelgericht een gesprek in. Het toeval wil dat gisteren op mijn kalender het volgende citaat stond: ‘doelgerichtheid wordt te veel gewaardeerd in onze samenleving’ (Roshan Cools). Doelgerichtheid kan creativiteit beperken, daarvoor moet je dromen, afleiden. Als I-adviseur probeer ik ook door samen te dromen vernieuwingen voor te stellen. Ik zie meestal wel waar we samen uitkomen, wat op mijn pad komt en vandaar gaan we weer verder. Is het niet hebben van een doel nu mijn echte ‘probleem’?

Ter voorbereiding op dit skills-assessment hadden we wel een paar keer geoefend. En daar heb ik van geleerd. Sowieso van dit 3e leerarrangement waar voornamelijk de rol ‘begeleider en gesprekspartner van docenten’ aandacht heeft gekregen. Bij uitstek mijn rol als I-adviseur. Ik merkte wel dat ik wel wat voorsprong had op mijn medestudenten omdat hierover al vaker wat gelezen en geblogd had. Mijn leerdoel was meer geduld en begrip op te brengen voor mensen die niet zo voorop lopen met onderwijsvernieuwingen. Daar heb ik wel veel over geleerd en gelezen. Vooral in het boek van Annemarie Mars: Hoe krijg je ze mee? Vijf krachten om een verandering te laten slagen.

Hoe krijg ik ze mee? Ik de veranderaarster en zij de docenten, medewerkers van Zuyd. En hoewel de titel een ‘wij’ en ‘zij’ gevoel kan oproepen, is dat door Mars niet zo bedoeld. Het gaat, zegt Mars, om verbinden met het hart en vanuit vakmanschap. En dan gaat het niet om woorden als ‘draagvlak’ en ‘acceptatie’ omdat deze woorden impliceren, volgens Annemarie Mars, ‘ja’ zeggen maar nog geen ‘ja’ doen. En ja, dat weet ik uit ervaring. Dit betekent niet dat de medewerker vol overgave de verandering hoeft te ontvangen, maar wel om ‘commitment’, dat hij de verandering begrijpt, zich bekwaam voelt en verantwoordelijkheid neemt voor zijn rol.

In het boek staan mooie duidelijke illustratieve afbeeldingen

Mars-Verbinding

Mars-Weerstand

Weerstand tegen verandering is er altijd. En verandering kost tijd. En dat is lastig voor zo’n juffertje ongeduld als ik.
Er zijn vele oorzaken van weerstand. Mars benoemt:

  • makkelijk benoembare oorzaken, zoals twijfels aan veranderingen, onvolledige informatie, kinderziektes, verbouwingsoverlast'(tijd!)
  • moeilijk benoembare oorzaken, zoals falende interactie, wantrouwen tegen de veranderaar, onzekerheid over de eigen positie, tegengestelde belangen, onwennigheid en oud zeer

Vooral die oorzaken die onder de oppervlakte drijven en moeilijk benoembaar zijn, zijn natuurlijk lastig, omdat hier een complex geheel aan meningen, percepties, belangen en emoties aan ten grondslag ligt. Daarvoor moesten we in LA3 ook die gesprekstechnieken oefenen. En zijn we aan de slag met een leerinterventie. Een leerinterventie werkt ook pas als weerstand (h)erkent wordt. Goed dat ik dan morgen hierover een gesprek hebt met mijn directeur.

Mars - Krachten

Interactie is het hart van dit krachtenmodel! Bij het introduceren van het veranderverhaal ontstaan de weerstanden. Communiceren, communiceren, communiceren, zegt Mars, met dien verstande dat het een tweerichtingenverkeer is. En ik pleit dan natuurlijk om dit ook met digitale middelen te ondersteunen 🙂 daarover gaat mijn leerinterventie. Hoewel er altijd groepen blijven met een relatieve informatieachterstand moet je er voor zorgen dat die achterstand zo klein mogelijk is.

De andere krachten:

  • Urgentie gaat om de aard, ernst en oorzaken van het probleem dat met de verandering moet worden opgelost. Onderscheid wordt gemaakt tussen drie soorten aanleidingen: plichtsgedreven-, wensgedreven- en probleemgedreven veranderingen.
  • Ambitie is nodig voor het creëren van een gevoel van richting voor de doelgroep. Het is belangrijk, aldus Mars, dat de verandering al bij de start zo concreet mogelijk is en dat de betekenis ervan voor de doelgroep wordt verhelderd.
  • Planning verbindt het veranderverhaal met het veranderingsproces. De weten-, moeten-, willen- en de leren en ontdekken-veranderstrategie, benoemt Mars, waarbij elke strategie zo zijn eigen sterktes, zwaktes en voorwaarden heeft, met andere invulling van de rol van de veranderaar.
  • Leiderschap gaat om het realiseren van persoonlijk leiderschap. Zeker als de veranderaar zoals ik, niet leidinggevend is, is het belangrijk dat hij persoonlijk leiderschap stimuleert bij de hoogste leidinggevenden en het middenmanagement. Laat ik dat nou in mijn leerinterventie opgenomen hebben 🙂

Je moet problemen benoemen om mensen mee te krijgen. Ik heb benoem ze als:

  • we willen kennis uitwisselen
  • en samenwerken in netwerken
  • we kunnen zoveel van elkaar leren, de kracht van het sociaal kapitaal
  • kennis moet blijven circuleren
  • en niet alleen als we fysiek bij elkaar zijn
  • welke digitale ondersteuning kunnen we hierbij gebruiken?

Ik ga mijn boeken en blogs nog eens bekijken en mijn leerinterventie afschrijven. Volgende week maandag is de deadline.

Groet,
Judith

 

Zuyd Innoveert: Pitch jouw idee! #zuydin

ZIP-pen

 

Heb je een innovatief idee om het onderwijs bij Zuyd te verbeteren?
Blijf er niet mee rondlopen maar start het nieuwe jaar goed en zet jouw idee voor het onderwijs om in een mooi project.
Het innovatieprogramma Zuyd Innoveert nodigt je uit om in februari 2015 jouw idee te pitchen tegenover een jury.
Ondersteunt de jury van de Zuyd Innoveert Pitch (ZIP) jouw idee?
Dan maak je kans om in 2015 jouw project te mogen starten!

De pitches vinden plaats op 3 februari in Sittard, 5 februari in Heerlen en 10 februari in Maastricht, telkens tussen 15.30 en 19.00 uur.

Dominique Sluijsmans en Marcel van de Klink, Programmamanagers

 


Hi Marcel,

We wisten al van de ZIP-plannen van Dominique en Marcel, de programmamanagers van Zuyd Innoveert. Ik heb je blog hierover gelezen en daarop gereageerd 😉 Jij hebt ideeën genoeg!

Heb je inmiddels de kaart ook in je brievenbus gekregen? Leuk hè! Posters zullen ook nog wel volgen. Maar ik kon het niet laten om hen naar de digitale oproep te vragen 🙂 Of ik die dan op ons blog en via de Nieuwsflits wilde verspreiden? Natuurlijk! Bij deze!

En laat ik vooral ook collega’s oproepen die iets willen uitproberen (met ICT ofzo 😉 ) want daar is het Zuyd Innovatie programma ook voor. Door dit programma krijg je de ruimte en financiële middelen om met onderwijsvernieuwing, met iets wat voor jou innovatief is, aan de slag te gaan. Uitproberen! Fouten maken mag! We leren ook van dingen die niet zo gaan zoals we dat in een projectvoorstel verwoorden. Ook dat hebben wij met het MOOCZI-project ervaren.

Mag ik toch nog een keer de hoop uitspreken dat ipv projectvoorstellen er blogposts geschreven gaan worden? Dat zij die een innovatief idee aan de slag gaan, ook de voortgang en opbrengsten delen zodat we daar allemaal van kunnen leren? Ik hoop zo dat in deze fase van het programma een Zuyd Innoveert blog gestart gaat worden. Of zou ik dat idee ook moeten gaan pitchen? 🙂

Groet,
Judith

Voor de Zuyderlingen die hun ideeën willen pitchen, klik op deze link (inloggen op Infonet).

Wat vind jij goed onderwijs?

Allô Marcel,

Je eindigt je blog ‘Je suis Marcel’ met de vraag hoe ik het statement van jouw DoIT@Zuyd student had aangepakt. Mag ik dat met een tegenvraag beantwoorden? Wat als die student (zonder overleg, want daar gaat het om, denk ik) een afbeelding van Serious Request had geüpload? Inderdaad een minder politiek statement maar toch …. Ik had ‘je suis Charlie’ van DoIT@Zuyd voorbij zien komen op Facebook, en ik vond het mooi dat zij dat gedaan hadden. Ook op de AVdienst in Heerlen stond de afbeelding op de monitor, ze waren niet de enige bij Zuyd. Je hebt ook gelijk dat je de dialoog bent aangegaan omdat jouw studenten namens een community communiceren. Dus ieder individu van die groep moet wel nadenken vanuit welke waarden en normen zij communiceren. Ik denk dat zij weer een een belangrijke levensles van jou hebben mee gekregen.

Dit voorbeeld sluit goed aan bij het manifest dat ik gisteren las: ‘Leraren en het goede leren’ van het lectoraat Normatieve Professionalisering van de Hogeschool Utrecht. Hier in staat waar het bij leraarschap/docentschap ook om draait: namelijk om zijn/haar persoonlijkheid. Tijdens een lunchafspraak met een collega deze week, bespraken wij het ook dat wij als Zuyd te weinig nadenken over waar we samen naar toe willen. Ja, Zuyd heeft sinds een jaar een mooie missie, visie, strategie geformuleerd, maar hoe expliciteren we deze? Het gesprek hierover ontbreekt, tenminste ik zie/hoor hem niet. Wil je iets veranderen dan kom je uiteindelijk uit bij de kernwaarden van ieder mens persoonlijk, dat heb ik geleerd tijdens mijn laatste leerarrangement van mijn studie (o.a. theorie U). We moeten de dialoog zoeken, daarover gaat het manifest.

Normatieve professionalisering is de dialogische ontwikkeling van de beroepsdimensie, waarin de docent zich bewust is van de existentiële aspecten van het werk. Dat wil zeggen dat hij de uniciteit herkent van het appel dat op hem gedaan wordt door de ander (de student). Hij probeert, met erkenning van de eigenheid van zichzelf en van de ander voor wie hij verantwoordelijk is tot goed handelen te komen.

Voor docenten betekent dit, volgens de schrijvers, dat zij naast instrumentele professionalisering (vakkennis, pedagogische-didactische vaardigheden, ict-competenties) ook zijn/haar persoonlijkheid moet blijven ontwikkelen. Daarvoor is het zo belangrijk te reflecteren op je eigen levensloop, je normen, waarden en overtuigingen. Hoe beter je je jezelf kent als docent, hoe beter je kunt omgaan dilemma’s en veranderingen. Van onze studenten verwachten we dat ze kunnen reflecteren, dan mogen we dat zelf toch wel ook doen? We praten vaak over de 21st century skills, één daarvan is burgerschapsvorming (sociale en culturele vaardigheden). Hebben wij als onderwijs niet een taak om studenten naast kritische nadenken, argumenteren, probleemoplossend vermogen, etc. ook niet verwondering, empathie, verbeeldingskracht en inlevingsvermogen bij te brengen? Vroeger werden de traditionele kaders, onze waarden en normen, bepaalt door de kerk, maar door de ontkerkelijking is ook in het diepe Zuyden niets meer vanzelfsprekend. Het lijkt dat met het verdwijnen van de religie ook levensbeschouwing uit het onderwijsproces verdwenen is.

NormProf2

We zijn in onze hogeschool, in ons onderwijs zo bezig met de harde resultaten en gaan gebukt onder de druk die ons opgelegd wordt door het ministerie: alles moet meetbaar (waardoor onderwijs vooral in termen van kennis en vaardigheden wordt beschreven, al het andere lijkt te fraudegevoelig), efficiënt, effectief. Komen we hiermee tot kwalitatief ‘goed’ onderwijs?

NormProf1En wie bepaalt nu wat ‘goed’ onderwijs is? Is/zijn dat toch de accreditatiepolitie, cijfersfetisjisten, lijstjeskickers? Of gaan de friskijkers en dwarsdenkers van Zuyd (zie ook mijn blog hierover) de dialoog hierover opstarten? De leus van Zuyd is ‘professionals ontwikkelen zich met Zuyd’! Blijft dit alleen bij kennis en vaardigheden? Hoort het niet verder te gaan dan instrumentele professionalisering? Moeten we niet meer gaan praten over onze drijfveren en over gevoelde verantwoordelijkheid als professional? Zowel voor de professie van docent als voor de professie waar we de studenten voor opleiden?

Mensenlijke interactie is toch bepalend voor de kwaliteit van het onderwijs?

Wat beweegt een ieder? dat is toch de kernvraag …

In het manifest worden uitgangspunten en theoretische kaders beschreven die voor iedere docent (in opleiding) zeer de moeite waard zijn om te lezen. Tip voor MLI! Zie meer over dit thema op de weblog Het goede leren.

Over dit thema organiseert het lectoraat, samen met Fontys en Hogeschool Windesheim, op donderdag 2 april 2014 de conferentie ‘Onderwijs dat deugt. Normatieve professionalisering en morele vorming in het onderwijs.’

Leren, echt leren, vergt passie, de passie om het voor jezelf te ontdekken. Dat vereist vrijheid van conditionering, grote nieuwsgierigheid, intensiteit en directe waarneming en uiteraard de bereidheid ervaring op te doen
(Jan Bommerez)

Fijne zondag!
Judith

Afbeeldingen komen uit het manifest ‘Leraren en het goede leren. Normatieve professionalisering in het onderwijs’ (p.16 en p.28), te downloaden via

Goed bezig! De kracht van complimenteren.

Hi Marcel,

Complimentjes geven is belangrijk. En jij geeft ze gul. Goed van je!

Is het geven van complimentjes wel zo simpel?

Tijdens mijn studie is het elkaar feedback geven erg belangrijk. Volgens mij hoort bij feedback geven ook complimenteren. Volgens het feedback onderzoek van Hattie & Timperley is het prijzen van studenten (lof, beloning, badges) het minst van invloed op hun prestaties. In een eerder blog heb ik hierover al eens mijn twijfels geuit. Want toch vinden we een ‘like’ op Facebook fijn en zijn badges in games ook leuk.

Maar wat is nou een goed en effectief compliment? Op het blog van OAB Dekkers las ik de voordelen van het geven van complimenten vanuit het gedachtegoed van oplossingsgericht werken (Cauffman & van Dijk, 2014):

  • Je toont dat je aandacht hebt voor wat de ander goed doet.
  • Je bouwt aan een coöperatieve werkrelatie.
  • Je verstevigt het zelfbeeld en het zelfvertrouwen van de ander.
  • Je helpt de ander met de neus in de richting van mogelijke oplossingen te gaan staan (in plaats van de neus in problemen te blijven steken).
  • Je creëert een sfeer van vertrouwen en samenwerking, waardoor meer inzet mag worden verwacht om gewenste veranderingen in gang te zetten.
  • Je biedt de ander kracht om meer te doen wat werkt.

Dit gunnen we een ander (familie, vriend, medewerker, collega, student) toch allemaal?

Om complimenten te geven die effectief zijn moet het compliment naar iets verwijzen dat echt gebeurd is of wat de ander zelf gedaan heeft. Het compliment moet realistisch zijn (niet overdrijven) en het moet bruikbaar zijn voor de ander zodat hij/zij daar stappen vooruit kan zetten in de richting die hij/zij wilt. En zwijg als je het niet echt meent!

In het onderwijs zijn we zo gewend om te zeggen wat fout is ipv goed. Denk maar aan de rode pennen (of rode wijzigingen in een Word-document *brrr*) of aan wat boven toetsen staat ’30 fout, een 7′ ipv ’70 goed,een 7′ punten. Nee, dat is in de gamewereld wel anders 🙂 Chris Kockelkoren heeft hierover al eens geblogd: de mindsets van Dweck. Onlangs heeft zij weer een mooie TEDtalk gehouden over de kracht van geloven dat je kan verbeteren. En de power van YET. Zij roept docenten op te stoppen met het geven van onvoldoendes, of niet voldaan!
Ik merk het in mijn eigen studie ook. Het geven van onvoldoendes werkt zo demotiverend. Ik voel me dan zo dom. Als je als feedback krijgt ‘bijna goed, nog niet helemaal’, zou dat (in ieder geval voor mij) een stuk fijner zijn.

Carol Dweck benoemt twee vormen van complimenteren: procescomplimenten en eigenschapcomplimenten. Bij complimenten over het proces prijs je de ander voor zijn of haar goede inspanning of effectieve strategie (“Je hebt vast hard gewerkt” of: “Je zult wel een goede aanpak gebruikt hebben.”). Bij eigenschapcomplimenten complimenteer je de ander met een eigenschap, een interne, vastliggende kwaliteit (“Je hebt het goed gedaan, je moet wel erg slim zijn”). Dweck heeft onderzocht dat procescomplimenten effectiever zijn en meer een growth mindset bevorderen (men is meer bereid om uitdagingen aan te gaan) dan complimenten over de eigenschap van iemand. Bij complimenten over eigenschappen zijn we sneller geneigd uitdagingen te vermijden, eigenschappen zijn immers onveranderbaar (fixed mindset). Zie ook onderstaande uitleg.

We zijn vaak niet zo gul met het geven met complimenten omdat we het gevoel hebben dat het overdreven is. Je moet inderdaad zwijgen als je het niet echt meent, maar mensen vinden het zeker fijn om te horen als ze iets goed hebben gedaan. Daar niets over te zeggen kan worden uitgelegd als “het zal wel niet goed zijn, ik hoor nooit iets”. Twijfel en onrust zal een leerproces vrijwel zeker negatief beïnvloeden.

Toch zijn niet alle complimenten effectief. In het eerdergenoemde OAB Dekkers blog werd een onderzoek van Kohn aangehaald: complementen kunnen zelfs schadelijk zijn. Complimenteren voor lage prestaties kan de boodschap geven dat er te weinig van je wordt verwacht, terwijl overcomplimenteren als neerbuigend of beledigend kan overkomen. Ik moest wel even instemmend knikken toen ik de term ‘compliment-verlamming’ las, dat herken ik wel 😉 Ik heb het je volgens mij ook wel eens gezegd. Ik heb vaker tijdens mijn studie te horen gekregen dat ik dit toch ‘gemakkelijk’ kan … onbewust levert dat een verwachting die je dan vervolgens niet waar kunt maken, met faalangst als resultaat.

Tja, het lijkt zo gemakkelijk, complimentjes geven. Als ik deze onderzoeken dan weer lees, lijkt het dan toch weer niet zo. Of wordt het moeilijker gemaakt dan dat het is?

Wij zijn goed bezig!
Judith