Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

Informeel leren of social learning door HBO-docenten? #MLI and beyond

Hallo Marcel,

Collega Myriam Lamerichs heeft net als ik voor de Master Leren en Innoveren onderzoek gedaan bij de faculteit gezondheidszorg. Haar onderzoek bestond uit tiental interviews met docenten van de opleiding fysiotherapie en biometrie. Mijn onderzoek bestond uit een digitale vragenlijst aan alle docenten van de opleiding ergotherapie. Myriam heeft docenten gevraagd hoe ze informeel leren en wat ze informeel geleerd hebben. Ik heb vooral gefocust op hun digitale competenties om te professionaliseren via sociale netwerken, ofwel social learning. In haar onderzoek concludeert Myriam dat docenten vooral leren door te observeren (kunst van het afkijken) en door interactie met (ervaren) collega’s. Uit mijn onderzoek bleek dat ook. De voorwaarden om informeel of sociaal te leren komen overeen zoals veilige sfeer, open communicatie en positieve emoties. Zowel informeel leren als social learning geschiedt voornamelijk door ervaringsleren, door sociale interactie en door te reflecteren.

Wat mij vooral opviel in het onderzoek van Myriam is dat sociale netwerken/sociale media niet benoemd worden om informeel te leren. De factor tijd wordt benoemd als een belangrijke voorwaarde om informeel te leren. De voorgestelde aanbevelingen: samen lessen voorbereiden, koffie drinken zijn allemaal belangrijk, maar kan ict hierin niet faciliteren zodat ook meer tijd-en plaatsonafhankelijk informeel geleerd wordt? In mijn publicatie over mijn onderzoek heb vooral gereflecteerd op wat social learning van betekenis kon zijn voor de master Leren en Innoveren.

AanbevelingenOnderzoekMyriam

Aanbevelingen nav het onderzoek van Myriam Lamerichs-Geelen

Mijn respondenten uit mijn onderzoek waren gemotiveerd om ict in te zetten voor leren en professionaliseren alleen zij zagen nog geen mogelijkheden en kansen om met sociale media hun kennis open te delen en samen te werken. Is het een aanname om te veronderstellen dat haar respondenten sociale media ook niet inzetten? In ieder geval is dat niet benoemd in het onderzoek van Myriam. Samen met Myriam verken ik of er ook mogelijkheden zijn voor docenten van Zuyd en probeer aanbevelingen te formuleren.

Ik heb Myriam gevraagd:
  • Vond jij het niet opvallend dat sociale media/sociale netwerken niet benoemd werden als mogelijkheden om informeel te leren?
  • Heb je er naar gevraagd in je onderzoek?
  • Hoe zie jij social learning in relatie tot  informeel leren?

Hoewel uit de literatuur blijkt dat sociale media een positieve invloed hebben op betrokkenheid van studenten, de netwerkvorming, en de participatie bij leeractiviteiten, zien de docenten uit mijn onderzoek nog geen mogelijkheden en kansen om met sociale media open kennis te delen en het online samenwerken te ondersteunen. De docenten gaven aan dat het gebruik van sociale media (Twitter en Facebook) nog veel als privé activiteiten gezien worden.

  • Hoe zie jij dat?
  • Wat heb jij als docent nodig om ook sociaal te kunnen leren?

Morgen kan je de reactie van Myriam lezen.
Haar onderzoekspublicatie is niet open toegankelijk, maar haar onderzoek wel via de HBO-kennisbank te downloaden.

Groet,
Judith

Why good leaders make you feel safe. TEDtalk Simon Sinek

Hallo Marcel,

Je kent vast wel de TEDtalk van Simon Sinek How great leaders inspire action waarin hij zijn concept van de ‘golden circle’ toelicht.

GoldenCircle

We weten allemaal wel wat we doen. Hoe we het doen, dat weten er ook wel wat. Weinig mensen / organisaties weten waarom ze iets doen. Sinek roept dan ook om te starten met de ‘why’ vraag. Als inspirerend leider start je met het waarom, dan het hoe en dan pas het wat. Van binnen naar buiten denken in plaats van andersom (zoals vaak gebeurt). Steve Jobs, Martin Luther King en de Wright Brothers noemt hij als voorbeeld.

Deze TEDtalk van Simon Sinek is van 2014 (4 jaar na de al door 25 miljoen keer bekeken Why-TEDtalk) is inmiddels al door ruim 4 miljoen mensen bekeken. En hierin zegt hij ook wel iets essentieels. Goede leiders geven je net als goede ouders een gevoel van veiligheid en vertrouwen. Ze geven het goede voorbeeld, bouwen mee aan je zelfvertouwen en bieden kansen tot uitproberen. En als je dan eens faalt dan wordt niet meteen ontslagen maar dan wordt bijgestuurd. Als je je veilig voelt dan ben je ook bereid om iets voor die ander terug te doen. Echte leiders, zegt Sinek zijn bereid tijd en energie te geven zonder er direct er iets voor terug te willen hebben. En hoe meer leiders bereid zijn anderen te helpen hoe meer anderen bereid zullen zijn hen te helpen.

En dit geldt volgens mij niet alleen voor mensen die formeel als leiders zijn aangesteld, maar in elke samenwerkingsrelatie.

Een mooie boodschap. Komt dinsdag in de Nieuwsflits. Natuurlijk 🙂

Fijne zondag verder.
Judith

 

Vaardig,waardig,aardig #onderwijs2032 Samen.Veranderen.Doen

Misschien heb je het meegekregen Marcel? Vanmiddag kon je live volgen hoe Paul Schnabel het rapport Ons Onderwijs2032 overhandigde aan Staatssecretaris Dekker. Dit advies gaat over het toekomstgericht onderwijs eruit zou moeten zien en het is een eerste stap naar een herziening van het curriculum van het primair en voorgezet onderwijs. Misschien voor ons, werkend in het HBO, niet direct van belang, Maar uiteindelijk worden deze leerlingen wel onze studenten. Daarom goed om hier kennis van te nemen.
Wat ik mooi vind is dat de commissie zoveel mensen betrokken heeft bij de totstandkoming van dit advies. Er zijn vele gesprekken gevoerd met leerlingen, ouders, docenten, wetenschappers. Bestuurders maar ook vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en maatschappelijke en culturele instellingen gingen met elkaar in gesprek. Het is een breed gedeelde visie. Mooi. In 2016 wordt deze visie vertaald naar een vernieuwd curriculum.

Zie ook deze prachtige Touchcast. In deze interactieve animatie kan je het hele traject tot nu toe bekijken.

Onderwijs2032

Snel heb ik het rapport gescand. Wat stukjes hier en daar geknipt uit de samenvatting en hieronder geplakt:

Het Platform pleit voor een vaste basis van kennis en vaardigheden; Nederlands, Engels, rekenvaardigheid (inclusief wiskunde), digitale geletterdheid en burgerschap als verplichte onderdelen van het kerncurriculum. Behalve kennis ook vakoverstijgende vaardigheden, het gaat om leervaardigheden, creëren, kritisch denken, probleemoplossend vermogen en samenwerken. Het Platform wil een afgebakend, wettelijk verankerd kerncurriculum en een keuzedeel dat past bij de school en de leerling. Het kerncurriculum schept een basis voor een samenhangend onderwijsaanbod. Versterking van de doorlopende leerlijn en niveaudifferentiatie zijn aandachtspunten voor de uitwerking van het kerncurriculum. Curriculumvernieuwing komt niet van de grond zolang de manier van toetsen en examineren niet wordt aangepast. Toekomstgericht onderwijs heeft zowel aandacht voor meetbare als ‘merkbare’ leeropbrengsten. Toekomstgericht onderwijs is evenmin mogelijk wanneer niet aan bepaalde condities wordt voldaan: investeren in de professionele ontwikkeling van leraren, eigentijdse lerarenopleidingen, samenwerking tussen alle onderwijspartijen en een goede digitale infrastructuur. Een stevige positie van leraren in de vervolgfase is eveneens van belang. Gezien de positieve ervaringen met de dialoog adviseert het Platform die fase interactief in te richten.

Dat Biesta veel invloed heeft gehad op de inhoud zie je vooral terug in de paragraaf ‘vaardig, waardig, aardig’

Vaardige leerlingen beschikken over een stevige basis aan kennis en vaardigheden die hen in staat stelt maatschappelijk te functioneren. Leerlingen kunnen waardig omgaan met anderen en op een verantwoorde manier bijdragen aan de samenleving. Ook vormen leerlingen in het onderwijs hun persoonlijkheid.

Dit lijkt me ook wezenlijk voor onze studenten. Ik heb al eerder geblogd nav een bezoek van Paul Schnabel aan Limburg

Mijn mening is dat Zuyd expliciet zich zou moeten profileren op ‘persoonsvorming’ vanwege haar missie “professionals ontwikkelen zich met Zuyd”. Ik vermoed dat naar de toekomst toe je als onderwijs alleen het verschil kunt maken op de persoonlijke contacten en beleving. Dat hierbij ook ict en learning communities een ondersteunende rol in kunnen spelen, lijkt me in de huidige samenleving voor de hand liggend.

Daarom vond ik het initiatief dat ik vanmorgen toevallig via een tweet van Brigitte Schallenberg collega en MLI-er zag erg mooi: de Bildung Academie voor waardige en aardige studenten! Dit initiatief is voor universitaire studenten en alleen te volgen in Amsterdam. Een half jaar lang volg je modules waarin je werkt aan persoonsvorming en maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef. Alhoewel ik vind dat dit een integraal onderdeel zou moeten zijn van je opleiding, is blijkbaar momenteel de ervaring dat hieraan te weinig tijd aan wordt besteed. Zie ook het Bildungsdebat dat ook bij Zuyd is gevoerd maar waar ik niet veel meer over hoor. Volgens mij streef het Honoursprogramma van Zuyd dezelfde doelen na. Dit programma was alleen voor excellente studenten en bestaat inmiddels niet meer. Misschien tijd voor een revival? Maar dan wel toegankelijk voor alle studenten.

Als I-adviseur ben ik ook blij met dit stukje tekst 🙂

Het Platform vindt dat werken en leren in de digitale wereld en met nieuwe technologieën tot de kern van toekomstgericht onderwijs behoren. Het gaat om vier onderdelen: dat leerlingen ICT-basiskennis opbouwen, informatievaardigheid ontwikkelen, mediawijs worden en leren begrijpen hoe technologie werkt (computational thinking). Samengevat als digitale geletterdheid.

Maar zeker ook met

Investeren in professionele ontwikkeling en samenwerking.  Leraren moeten wat het Platform betreft samen met hun leidinggevenden beter in staat zijn om in teamverband invulling te geven aan het onderwijsprogramma. Dat vereist onderwijskundige kennis, leiderschap en samenwerking binnen lerarenteams. Toegang tot inspirerende voorbeelden en (wetenschappelijk) onderzoek is daarvoor een belangrijke voorwaarde. Leraren moeten de tijd krijgen om binnen én buiten de school met collega’s en professionals te werken aan een samenhangend curriculum en kennis te delen over pedagogiek, didactiek en leerinhoud. Dat vraagt van schoolleiders een actieve, stimulerende en faciliterende rol. Bij een toekomstgericht onderwijsaanbod hoort een organisatie van de school die het leerlingen mogelijk maakt minder plaats- en tijdgebonden te leren. Het is aan de leraren om daar in samenspraak met de schoolleiding en -besturen vorm aan te geven. Het gaat bijvoorbeeld om onderwijstijd, lesvormen, de manier waarop leerlingen worden gegroepeerd en het gebruik van leermateriaal. Om van innovatieve mogelijkheden gebruik te kunnen blijven maken, is het cruciaal de kwaliteit van de ICT-infrastructuur en de bijbehorende professionalisering op peil te houden.

Hoe onze samenleving over 16 jaar in 2032 eruit zal zien? Ik weet het niet. Niemand denk ik. We hebben geen van allen een glazen bol. De enige constante factor is de verandering. Niets is zeker en de technologische ontwikkelingen gaan snel. Tsja die VUCA-wereld hè? Dus ja, ik ondersteun de ingezette koers (voor wat het waard is ;)). Ik hoop wel dat dit niet pas in 2032 gerealiseerd is. Het zijn ontwikkelingen die nu al spelen, en niet alleen in het PO en VO, maar zeker ook in het HBO,

Ronald Buitenlaar vroeg via twitter om een samenvatting van het advies in drie woorden. Voor de hand liggend was natuurlijk de mooi gevonden termen ‘vaardig, waardig, aardig’ te tweeten. Dat deed ik dan, maar daarna noemde ik ‘samen veranderen doen’. Mijn kernwoorden bij elke vorm van samenwerken, onderwijs en vernieuwing.

groeten,
Judith

Libraries are important to community education ecosystems

Hallo Marcel,

Vorige week heb ik IP, het vakblad voor informatieprofessionals weer even meegepikt van het aanwinstenrek van Zuyd Bibliotheek. Het laatste nummer van 2015 is een onderwijsspecial, een lezenswaardig nummer. Vooral het artikel van Heino Logtenberg ‘Van docent naar meestergids, van informatieprofessional naar co-creator’ en de bijdrage van Hilde van Wijngaarden ‘Heeft Nederland OER librarians nodig?’ (wat uitgebreider te lezen in Trendrapport Open en online onderwijs). Beide refereren naar de rol van de bibliothecaris / informatieprofessional bij de toenemende ontwikkeling naar open en online onderwijs via de huidige trend blended onderwijs.

Logtenberg focust vooral op het ontzorgen van docenten door instructional designers die docenten onderwijskundig ondersteunen. De informatieprofessionals kunnen docenten ondersteunen door het aanleveren van bronnen. Dat doen de collega’s van Zuyd Bibliotheek natuurlijk al. Ik merk in mijn gesprekken met docenten wel dat het nog niet bij iedereen opkomt om hen daarvoor te vragen. Logtenberg ziet ook een rol voor bibliothecarissen bij het opzetten van een online open educational resources-plein waarin door docenten aangeleverde onderwijsmaterialen (bv kennisclips, video’s die studenten in het werkveld hebben gemaakt) interactief wordt gemaakt en verrijkt met koppelingen naar de bibliotheekcollectie en sociale media als Twitter, Facebook en Whatsapp. Uiteraard dienen bibliothecarissen ook samen met uitgevers te bekijken hoe ze toegang tot hun materialen beter in de leeromgeving kunnen realiseren. In een ander artikel in dit IP-nummer las ik over een mooi initiatief ‘spotify voor juridische literatuur‘ en het ‘all you can read’-model eStudybooks binnen het project Flexibele en persoonlijke leeromgeving van de programmalijnen van SURF voor 2016 ‘Onderwijs op maat’. Een mooi scenario deze verandering van bibliothecaris naar co-creator. Ik ben voor!

Wijngaarden constateert nav de inventarisatie in 2015 dat er in Nederland weinig OER bibliothecarissen zijn, zoals dat in de Verenigde Staten al wel meer gebruikelijk is. Veel meer informatieprofessionals zouden moeten helpen bij zoeken, vinden, ontsluiten en gebruiken van open educational resources. Tenminste als wij de doelstelling van de minister willen halen om in 2025 al het onderwijsmateriaal open te laten delen. Jep! Ook voor!

De rol van de bibliothecaris bij het ontwikkelen van onderwijs is zoooo belangrijk. Dit sluit aan bij de presentatie van Lee Rainie, director of Internet, Science, and Technology research at Pew Research Center (via Pedro De Bruyckere). Zie onderstaande presentatie waarin hij de resultaten van het onderzoek Libraries at the crossroads presenteert.

new survey findings about how people use libraries, the kinds of services and programs people would like from libraries, and how libraries are connected to communication education and learning environments

Hoewel dit onderzoek en de cijfers over Amerikaanse Public Libraries gaat, zie ik (of wens ik?) overeenkomsten met de rol die onze bibliotheek en haar informatieprofessionals volgens mij dienen te vervullen in de door mij gewenste learning design teams.

Groet,
Judith

Communities: Leer-Ontwikkel-Werk-Samen-Onderzoek-Kennis-Deel

Hey Marcel,

Sinds kort ben ik ook betrokken bij Community van Communities van Zuyd, een initiatief van de lectoren Marcel van der Klink en Paul Henissen. Mijn rol is als moderator zorgdragen voor technische en inhoudelijke facilitering. Mijn taak is het activeren en stimuleren van kennisdeling op het online platform.

Zuyd hecht grote waarde aan communities, het is immers één van de drie pijlers van onze onderwijsvisie. Hoe geven wij met z’n allen hier invulling aan? De lectoren willen met dit initiatief  gezamenlijk met communityleden expertise ontwikkelen. Binnen Zuyd zijn al veel CoP (Community of Practice) actief. Soms worden ze anders benoemd. CHILL spreekt over Communities of Development en de Nieuwste Pabo werkt in Communities of Learning. De ene keer bestaat een community alleen uit docenten, bijvoorbeeld tbv coördinatie en afstemming onderwijs, de ander keer aangevuld met studenten en werkveld om bij te blijven met de meest actuele ontwikkelingen in het eigen domein. Communities bestaan ook als onderwijsvorm waarin zowel studenten als docenten participeren.

De reeds actieve communities bestaan voornamelijk uit face-to-face bijeenkomsten. Dit constateerde ik al in mijn masteronderzoek, maar dat zie ik ook in de praktijk van alledag. De initiatiefgroep wilde een digitaal platform om het leren van en met elkaar buiten de bijeenkomsten te faciliteren. Maar ook om inzichten te bundelen en opgedane community-ervaringen binnen Zuyd te verspreiden. Dat gebeurt nu via de wordpressomgeving Community van Communities. Dit platform is naast kennisdeling ook bedoeld voor kennisontwikkeling. Momenteel is het er nog stilletjes. Als moderator moet ik eens wat actie ondernemen 🙂 En misschien kan jij me nog wat tips geven? Immers met het project Schouders/Voor Elkaar willen jullie ook offline en online communities verbinden, en mensen activeren om kennis en informatie te delen met gametechnieken.

The-Social-Media-Guide-to-Growing-Your-Personal-Learning-Network-550x413

via OnlineCollege.org

In mijn masteronderzoek heb ik een koppeling gelegd tussen digitale competenties van docenten en hun percepties ten aanzien van het inzetten van sociale media in netwerken om online kennis delen en online samenwerken te ondersteunen. In mijn masteronderzoek heb ik me ook verdiept heb in netwerktheorieën. Hieronder een stukje uit mijn theoretisch kader.

Netwerken en sociale media

Leernetwerken, community of practice, learning communities, professionele leergemeenschapen zijn allemaal vormen van sociale structuren waarbinnen de nadrukt ligt op de relaties en interacties, het kennis delen en het gezamenlijk oplossen van problemen (Sloep et al., 2011; Wenger, Trayner, & de Laat, 2011). Afhankelijk van de grootte, de gedeelde drijfveren, de persoonlijke relaties, de samenstelling of de te bereiken doelen wordt het een community dan wel netwerk genoemd (Wenger et al., 2011). Volgens Wenger et al. (2011) benadrukt het concept community het samenwerken aan een gedeeld kennisdomein of probleem, terwijl bij het concept (leer)netwerken de nadruk ligt op relaties en interacties. Communities en netwerken zijn niet elkaars tegengestelden, zij zijn complementair, wanneer zij samen vallen kan social learning optimaal plaatsvinden (Wenger et al., 2011). In dit onderzoek wordt de term ‘netwerk’ gehanteerd waarbij het uitgangspunt is dat iedereen in het netwerk een gelijkwaardige bijdrage levert, er geen rangorde is en dat competentieontwikkeling van de deelnemers expliciet aandacht heeft.

Het leren door samen te werken en kennis te delen in netwerken is niet iets nieuws maar door de opkomst van sociale media wel sterk onder de aandacht gekomen. De kenmerken van sociale media zoals benoemd in §2.3: interactie, participatie en eigenaarschap, sluiten aan bij de sociale structuur van netwerken. Siemens (2005) introduceerde het connectivisme als nieuw concept van kennisontwikkeling en leren en gaat er van uit dat leren voornamelijk plaatsvindt in een netwerk. Het connectivisme stelt dat de competentie om mensen en inhoud te kunnen verbinden belangrijker is dan het verwerven van de kennis zelf (Downes, 2012; Rubens, 2013; Siemens, 2005). Het leren in netwerken is een vorm van social learning waarbij de relaties en interacties centraal staan (Sloep et al., 2011; Wenger et al., 2011), zoals dat ook voor sociale media geldt (zie §2.3). Het (kunnen) participeren in netwerken is in de huidige kennissamenleving noodzakelijk voor (toekomstige) inzetbaarheid en aantrekkelijkheid in de beroepspraktijk (Oomes et al., 2014; van der Klink, Janssen, Boon, & Rutjens, 2011; Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, 2013).

Van der Klink, Janssen, Boon & Rutjens (2011) benoemen een aantal voorwaarden die essentieel zijn voor een krachtig online netwerk. Als eerste benoemen zij het investeren in kennismaking onder ander door zichzelf te presenteren via een profiel bij de toepassingen en/of platformen waarmee gewerkt wordt, dit bevordert binding en vertrouwen tussen personen. Door binding en vertrouwen wordt intrinsieke motivatie bevorderd waardoor samenwerken en kennis delen gestimuleerd wordt (Deci et al., 1991; Jacobs, 2013; Brabander & Martens, 2010; Ros et al., 2014; Runhaar et al., 2011; Ryan & Deci, 2000). Het maken van onderlinge afspraken en deze transparant communiceren is daarnaast ook van belang, net zoals tijd vrijmaken voor een actieve inbreng (Van der Klink et al., 2011).

En bijbehorende literatuurlijst

Groeten,
Judith