Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

Ben jij op de hoogte van je auteursrecht?

Dag Marcel,

Mijn bericht over Bloggen in het onderwijs eindigde ik met de belofte nog iets over auteursrecht te schrijven.

auteursrecht

Ken jij artikel 1 van de Auteurswet?

‘Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgende, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld.’

Dat betekent dat iedereen die iets schrijft of maakt hiervan eigenaar (rechthebbende) is. Het auteursrecht beschermt 2 rechten: het recht om je werk openbaar te maken en het recht om je werk te verveelvoudigen. Dit betekent dat een ander toestemming nodig heeft van de rechthebbende om (gedeelten) van een werk openbaar te maken of te verspreiden. Onderstaand filmpje van auteursrecht.nl legt in een paar minuten duidelijk uit wat auteursrecht inhoudt.

Ter verduidelijking, omdat hier veel misverstanden over zijn:

  • Het versturen van een (gescand) artikel via de mail aan wie dan ook, het plaatsen van een artikel, afbeelding e.d. op een website (of dit nu wel of niet achter een inlog zit, geldt dus ook voor intranet en elektronische leeromgevingen) zijn allemaal vormen van openbaar maken, en dus niet toegestaan zonder toestemming van de rechthebbende.
  • Je mag wel hyperlinken naar een bron op internet, dit is geen vorm van openbaarmaking.
  • Het is toegestaan om zonder toestemming van de rechthebbende een digitale of papieren kopie van een werk voor eigen gebruik te maken.
  • Voor onderwijsdoeleinde is het wel toegestaan korte gedeelte van werk te gebruiken. Het AuteursrechtInformatiePunt van Zuyd Bibliotheek kan je precies vertellen wat deze regeling inhoudt.

Zie ook de toolbox van SURF met praktische hulpmiddelen rondom auteursrecht.

werkgeversauteursrecht

Bloggers (dus ook studenten als studieopdracht) hebben recht op hun eigen geschreven blogposts. Echter voor docenten/medewerkers van een hbo-instelling ligt dat iets anders. In artikel 7 van de Auteurswet staat

Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd.

Je zou denken dat je dit werkgeversauteursrecht kunt omzeilen door te zeggen dat je je blogs of artikelen in je eigen tijd schrijft. Dit geldt niet voor het hbo. In de cao-hbo staat in artikel E-7 namelijk dat de hogeschool auteursrechthebbende van publicaties van werknemers.

De rechten op het auteurs-, octrooi- of kwekersrecht alsmede de baten voortvloeiend uit: het vervaardigen van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst in de zin van de Auteurswet;

Dit betekent dus ook voor alle publicaties van docenten en onderzoekers in dienst van een hbo-instelling. En ook voor ons bloggers. Tsja.
Nu verwacht ik niet dat onze werkgever, ondanks dat er nog geen publicatiebeleid is, het auteursrecht van al de werken van de lectoren, onderzoekers, docenten en bloggers op zal eisen. Ik weet dat Team Onderzoek van Zuyd Bibliotheek het college geadviseerd heeft een publicatiebeleid te ontwikkelen. Zover ik weet gaat het hierbij over afspraken rondom Open Access. Ik heb ze al ingefluisterd ook iets over Open Educational Resources op te nemen. Hierbij een aanvullend advies aan hen om ook eens naar het auteursrecht van haar werknemers te kijken.

licenties tot publiceren

Tot die tijd is het raadzaam dat als je als werknemer van Zuyd (maar ook voor studenten slim om te doen) gaat publiceren van te voren goed na te denken over de licentie waaronder je je werk verspreidt. Regel je niets dan krijg je automatisch het auteursrecht zoals hierboven toegelicht. Dat betekent dat iedereen (wettelijk gezien) jou om toestemming moet vragen wanneer men jouw publicatie wilt gebruiken. Als jij dit zo wilt, dan is dat prima. Maar er zijn mogelijkheden om vooraf je copyright te regelen. Dit zijn de CREATIVE COMMONS licenties.

Creative Commons biedt auteurs, kunstenaars, wetenschappers, docenten en alle andere creatieve makers de vrijheid om op een flexibele manier met hun auteursrechten om te gaan. Met een keuze uit zes (gratis) beschikbare standaardlicenties bepaalt de auteursrechthebbende in welke mate zijn of haar werk verder verspreid mag worden, en onder welke voorwaarden dit mag.

cclicenties

Klik hier voor meer uitleg

Met een Creative Commons-licentie behoud je al je rechten, maar geef je aan anderen toestemming om je werk te verspreiden, met anderen te delen of bij sommige licenties ook om het werk te bewerken. Het aanbieden van je werk onder een Creative Commons-licentie betekent niet dat je je auteursrechten opgeeft. Zonder een Creative Commons-licentie zou iedereen expliciet toestemming aan je moeten vragen voor elk gebruik van je werk. Met een Creative Commons-licentie kan je in een keer aan iedereen duidelijk maken onder welke voorwaarden ze je werk mogen gebruiken zonder dat er telkens toestemming nodig is.

Op dit blog zit ook CC-BY-SA

Oja, Marcel. Als je gaat publiceren in tijdschriften met een abonnementsmodel (maar waarom zou je dat doen? Jij gaat toch Open Access publiceren? 🙂 ) check dan deze licentie van SURF, zodat je in ieder geval je auteursrecht in eigen hand houdt.

Open Onderzoek

In je blog van gisteren schreef je dat je bang bent je eigen ramen in te gooien als je open gaat onderzoeken omdat andere onderzoekers met je ideeën er vandoor zouden kunnen gaan. Nu denk ik dat het nooit goed is om vanuit angst te handelen 😉 En als die onderzoekswereld nog niet zo werkt, wat let je om het dan toch te doen? Dat is ook de Plek der Moeite 😉 .

Als je het filmpje over auteursrecht bekeken hebt, weet je nu dat auteursrecht geldt vanaf het eerste kladje, het werk hoeft dus nog niet af te zijn. Maar op ideeën in je hoofd, zit geen auteursrecht. Dus leg ze maar snel vast in een blogpost *grijns*.

Ja, ik ben je een beetje aan het plagen. Ik weet uit eigen ervaring dat tijdens onderzoek ‘systemen’ veranderen, bijna niet te doen is. Als ‘critical friend’ van je promotietraject blijf ik je wel wijzen op open research, open licences, open science, open data, open education, open acces. En je daarbij helpen natuurlijk!

En laat nu 2017 the YEAR OF OPEN zijn!

Print

Judith

Nog een leestip: In 5 stappen naar Open Science – niet voor mietjes 🙂

Plek der Moeite

Een mooi voornemen voor het nieuwe jaar Marcel: bloggend 2017 door. Ik doe mee! Voor mij is het geen moeite 🙂 . Ik heb gekozen om out loud te werken en te leren.

“Working out loud is working in an open, generous, connected way so you can build a purposeful network, become more effective, and access more opportunities.”
John Stepper

Voor mij hoort dat bij professional zijn, zeker als kenniswerker. Je hebt gelijk Marcel: It’s part of the job. In ieder geval voor mijn job.

Professional/professioneel komt van het Latijnse ‘profiteri’ dat betekent ‘openlijk verklaren’. Een professional wil openlijk zichtbaar kwaliteit leveren. “Een professional is iemand die ervoor kiest en zich erop toelegt om, met behulp van specialistische kennis en ervaring, klanten op een competente en integere manier steeds beter van dienst te zijn. Daarbij maakt hij gebruik van en draagt actief bij aan een community van medeprofessionals die het vak bij voortduring ontwikkelen” (Ruijters & Simons, 2014) (p.317). (uit blogbericht ‘Mijn professionele ik. Onze professionele identiteit.’)

Ja, bloggen is een manier om te communiceren, je te ontwikkelen en je kennis te delen. Kennis delen is een werkwoord, zeg ik altijd. Je moet dat gewoon doen. Begin klein. Probeer elke dag eens te delen met wat je die dag gedaan hebt.

Voor anderen kost open en online kennis delen (al dan niet via bloggen) wel moeite. Ik merk dat regelmatig als ik aan collega’s vraag om over hun ervaringen/inzichten die ze hebben opgedaan te bloggen. Vaak hoor ik: “ja, goed plan, dat doe ik”. En bijna net zo vaak hoor ik niets meer. Ja, het kost moeite. Je moet er tijd voor vrij willen maken.

En zo kom ik op de Plek der Moeite. Enige tijd geleden kreeg ik hierover van Dominique Sluijsmans deze link doorgestuurd, een inleiding van het hoofdstuk geschreven door André Wierdsma in het boek van Canon van het Leren (mijn handboek tijdens mijn MLI-studie).

De Plek der Moeite heeft Wierdsma geïntroduceerd om de weerbarstigheid van collectieve en individuele leerprocessen op het niveau van identiteit van een organisatie te duiden (wat willen of zijn we?).

Het proces van collectief leren van professionals is niet gemakkelijk:
1. Veel gedrag is onbewust en routinematig. Betekenis ontstaat pas als mensen reflecteren op hun handelen.
2. Koppelingen tussen intenties en gedrag zijn zwak. Zoals Claire Boonstra onlangs in haar blog mooi verwoordde over de ontkoppeling in ons onderwijs: “er zit een groot gat tussen weten, vinden, voelen en ons handelen”.

Leren op de (denkbeeldige) Plek der Moeite vraagt ook moeite. Het kost moeite om bestaande patronen los te laten. Zowel voor individuen als voor organisaties. Als individu is het moeilijk (dan wel onmogelijk) een organisatie te veranderen. Je werkt immers in de context van de organisatie met eigen geschreven en ongeschreven regels, inzichten en principes. Wiegersma zegt dan ook dat verandering van organisatiegedrag meer vraagt dan individueel leren. Hiervoor is dialoog, reflecteren en experimenten nodig.

Elk veranderingsproces kost moeite. Of het nu gaat om (open en online) kennis te delen, al dan niet bloggend. Of ons onderwijs op een andere manier ontwerpen. Op een andere manier samenwerken. Met het werkveld kennis ontwikkelen.

De Plek der Moeite is geen gemakkelijke plek. Het kan een bedreigende plek zijn voor een ieder. Er zijn altijd verschillende belangen, perspectieven en opvattingen over urgentie van veranderingen. Het is een plek van met een veelheid van emoties: frustratie, boosheid, vreugde en plezier. Het is een plek van aarzelen, zoeken, proberen en twijfelen.

Als we maar in gesprek blijven.
En ja, ook online. Al bloggend kan je ook collectief leren faciliteren. Zo worden meer mensen betrokken (of kunnen in ieder geval kennis nemen van) het proces van lerend veranderen. Ik ben er namelijk van overtuigd dat als je mensen deelgenoot maakt van veranderingsproces (en niet alleen van de uitkomsten), de weerstand tegen veranderingen daalt.

Ik ben me er van bewust dat dit misschien allemaal een beetje vaag klinkt. En misschien zie ik verbindingen, die jij niet ziet of niet bestaan. Wat ik inmiddels gelezen heb over de Plek der Moeite (maar ook over Theorie U) en geleerd heb van Jan Bommerez draait het allemaal over see-feel-do.

Mooie uitdagingen liggen voor ons in 2017.

Judith

03012017 een mooie aanvulling op is het blog van Willem Koerselman: Ik geloof niet meer in een groots en meeslepend veranderplan. Ik geloof daar ook niet in maar net als Koerselman meer in veranderen in kleine stapjes, met de eigen mensen, met zo min mogelijk externe adviseurs. En daarbij mensen betrekken (communiceer over de bijsluiter!) in de bedoeling van het veranderproces. Net zoals ik ook in mijn blog Samen Andersom Doen heb verwoord nav het boek Andersom Organiseren.

Bloggen in het onderwijs

bloggenonderwijsHoi Marcel,

Fontys collega’s Tons Fleuren, Daniëlle Quadakkers en Mia van Rijsewijk hebben een mooie publicatie voor hun organisatie samengesteld: Bloggen in het Onderwijs. Handvatten voor de inzet van weblogs. Beschikbaar via HBO-Kennisbank onder CC-BY-NC-SA licentie, dus ook te gebruiken voor / door ons. Ik heb m inmiddels ook al toegevoegd aan het item ‘weblogs’ op onze Dingen@Zuyd.

Na een theoretische verkenning van de didactische inzet van weblogs in het hoger onderwijs volgen didactische toepassingsmogelijkheden (diverse typen portfolio’s) van weblogs als de technische (software zelf kiezen of via Fontys aangeboden) en juridische aandachtspunten (privacy, auteursrecht, beoordeling, accreditatie). Daarnaast worden keuzes, mogelijkheden en uitdagingen beschreven.

In dit blog wil ik nog inhoudelijk op deze uitgave ingaan. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het een super goed initiatief vind van mijn Fontys-collega’s van Dienst Onderwijs en Onderzoek. Vanuit de vragen die er zijn naar het didactisch inzetten van weblogs is deze uitgave tot stand gekomen. Dat het als boekwerk in de organisatie is verspreid, is te zien aan de digitale versie van deze publicatie. Volgens mij is de digitale drukversie beschikbaar gesteld, de pagina’s staan helaas niet in een leesbare volgorde. Dat is jammer voor degene die dit soort publicaties toch liever digitaal beschikbaar hebben.
[update 02012017: inmiddels is digitale drukversie vervangen door een goed leesbare digitale versie. De hyperlinks zijn aangepast]

In de theoretische verkenning wordt vermeld dat in de weinig beschikbare empirische studies bekend zijn over bloggen in het onderwijs. (dat biedt dan mogelijkheden voor de promotietrajecten van onze critical friends Ankie van de Broek en Marcel Graus 😉 ). Maar de weinige onderzoeken tonen wel aan dat bloggen samenwerken, reflectie en kritisch denken stimuleren, maar dat het ook de lerende eigenaar maakt van zijn/haar leerproces. Bloggen is een vorm van social learning. Ervaringen, meningen, ideeën delen, leren van elkaar; deze verdiepende interactie komt de kennisconstructie ten goede.

Binnen Fontys, zo staat in hoofdstuk 3 te lezen, worden weblogs voornamelijk ingezet als

  • showportfolio (personal branding, meestal voor iedereen toegankelijk),
  • begeleidingsportfolio (volgen van studievoortgang bij stage, feedback door docenten en peers, meestal niet openbaar toegankelijk)
  • en als beoordelingsportfolio (verzamelen van bewijslast (leeruitkomsten), alleen toegankelijk voor student en beoordelaar).

Als tips wordt hierbij gegeven:

  • het hanteren (of het met studenten samenstellen) van rubrics tbv feedback (formatieve beoordeling).
  • onderwijsactiviteit dient duidelijk op het blog beschreven te zijn.
  • instrueren van de begeleidende docenten, zet ook zelf de blogtool in (‘practice what you preach’).
  • inrichten van een digitale helpdesk voor studenten, docenten en begeleiders die beschikbaar moet zijn buiten de reguliere werktijden.

Ik vind het jammer dat  in de publicatie de nadruk ligt op portfolio’s, en dan met name de begeleidings- en beoordelingsportfolio’s. Ik denk dat bloggen ook voor andere didactische toepassingen ingezet kan worden. Zoals Zuyd-collega Emmy Nelissen het inzet: als groepsactiviteit om studenten te leren argumenteren. Zij werden hier ook uitgedaagd om het werkveld of experts uit te dagen te reageren op hun stellingen (netwerkmogelijkheden).
Tijdens mijn studietijd bij Fontys heb ik als student blog ook ingezet voor groepscommunicatie, maar ook om kennisdelen en groepsinteractie te ondersteunen.

Met betrekking tot de blogtools zijn er binnen Fontys naast de beschikbare SharePoint drie varianten

  1. volledige keuzevrijheid (WordPress, Blogger, Tumblr) – alle verantwoordelijkheid bij student
  2. software met externe hosting (WordPress, Simulise) – functioneel beheer zelf inrichten in afstemming met Dienst IT
  3. WordPress server binnen Fontys (pilot)

Binnen Zuyd behoort optie 3 niet meer tot de mogelijkheden. Optie 2 is momenteel in onderzoek door Facilitair Bedrijf ICT. De meest gebruikte variant bij Zuyd is optie 1: student maakt zelf via WordPress of Blogger een blogomgeving. Uiteraard is single-sign-on wenselijk, maar dat is bij deze optie niet mogelijk. Dat kan wel als je, zoals enkele opleidingen dat doen, gebruik maakt van de blogoptie binnen Blackboard.

Een hele goede toevoeging in deze publicatie, en die heel vaak vergeten wordt, zijn de juridische aspecten. In een onderwijssituatie heb je je te houden aan de Wet bescherming persoonsgegevens. Voor bloggen betekent dit dat persoonsgegevens alleen verwerkt mag worden, indien de betrokkene daar toestemming voor heeft gegeven. Het is voor een blogger echt niet te doen om schriftelijke toestemmingsbewijzen te gaan verzamelen. Daarnaast zijn zij ook formeel juridisch aansprakelijk voor wetsovertredingen in het reactieveld, een disclaimer heeft blijkbaar maar een beperkte waarde. Gelukkig hebben wij in al die jaren bloggen nog niet zoiets meegemaakt.

Bij beoordelingsportfolio’s is het nog goed te realiseren dat deze tbv accreditatie nog digitaal gearchiveerd te worden, met het risico dat bepaalde links naar webpagina’s in de tussentijd verlopen zijn. Beoordelaar dient daarom goed te motiveren op basis van welke criteria tot een bepaalde beoordeling is gekomen.

Je vraagt je af waarom je bloggen nog zou inzetten in het onderwijs, als er zoveel juridische haken en ogen aan zitten 😉

En dan nog het auteursrecht …
maar daarover een ander keer meer, want hierover heb ik nog wat meer te vertellen.

De laatste paragraaf vond ik niet echt een uitnodiging om als docent of medewerker te gaan bloggen. Blijkbaar kunnen arbeidsrechtelijke consequenties het gevolg zijn van onwelwillende bloguitingen. De schrijvers vinden het raadzaam de werkgever te informeren en toestemming te vragen om te bloggen….
Formeel hebben wij dat nooit gedaan. Ons toenmalige leidinggevende was op de hoogte en heeft ons ook daarin altijd aangemoedigd.
Ik zou me, als (Fontys) docent, niet laten weerhouden. Bloggen is naast een geweldige mooie leertechnologie (vind ik dan, maar ik ben bevooroordeeld) en super kennisdeeltool. Voor iedere lerende!

Groet,
Judith

Theory & Practice : 2 sides on the same coin

Hi Marcel,

Onderstaande video vond ik via @jeroenbottema (betrokken bij Lectoraat Teaching, Learning & Technology van Inholland, vergelijkbaar met ons TOL-lectoraat). Must see voor jou en voor iedereen die iets met onderzoek doet.

Sinds kort zit ik ook een beetje in de onderzoekswereld en zie ik dat enige onderbouwing (theorie) nodig is om onderwijs ontwerpen. Veel collega’s zitten in het proces en vragen hulp bij technologie-ondersteund leren (praktijk). Het ene kan niet los van het ander worden gezien. Dat is het ene gedeelte van het Why theory verhaal van Punya Mishra. Ja, die van TPACK 🙂 . Met veel humor vertelt hij ‘the origin story of TPACK’. Het gaat niet over het framework (hij licht het wel even kort toe) maar vooral over de lessons learned bij de totstandkoming van het model, dat hij samen met Matt Koehler heeft ontwikkeld. Sommige ervaringen van zijn onderzoeksproces zal je herkennen, andere zijn goed om die weer eens onder de aandacht te brengen. Bij jou, bij andere kenniswerkers, al dan niet binnen Zuyd.

  1. Timing is everything (and always give credit where it is due)
  2. Find the right partner (with skills that complement your own & and someone who will keep you honest)
  3. You have to listen to the data
  4. Continual evolving process (and a willingness yo share work in progress -with each other and the world)
  5. Solicit & listen to feedback (the work is bigger than your ego)
  6. Marketing/disseminating your ideas is important (while maintaining the integrity of the ideas)
  7. Ideas emerge from strange places (as long as you are willing to listen & change)
  8. Sometimes you go full circle till you truly know what you knew

En het belangrijkst is natuurlijk delen! Zowel het proces als de resultaten. Heel blij dat Punya Mishra zo benadrukt in zijn verhaal dat je je onderzoek open moet gooien, ook het leerproces. Het hoeft (nog) niet perfect te zijn. Anderen kunnen je daar bij helpen.

Mijn pogingen aandacht te vragen voor open en online kennisdelen worden soms lachwekkend gevonden. Dat vind ik niet altijd leuk, maar ik blijf volhouden, hoor. Iemand moet het doen. Ik vind het nodig. Ik voel me in ieder geval gesteund door Punya Mishra!

Keep calm and trust the process 🙂

Judith

Why Theory? Invited talk at Doctoral Forum MLFTC, ASU from Punya Mishra on Vimeo.

#ietsteverbergen #nietsteverbergen

privacy

Hi Marcel,

Gisteravond zat ik samen met dochterlief in een uitverkocht theaterzaal (zo’n 180 man) in Lux Nijmegen te luistern naar Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis, twee journalisten van De Correspondent. Nog niet zo lang geleden hebben zij het boek Je hebt wel iets te verbergen. Over het levensbelang van privacy uitgegeven. Het is een bestseller. Blijkbaar is privacy een hot item. Niet onterecht natuurlijk. Google en Facebook zijn grote datavervuilers. Tokmetzis en Martijn zijn op tournee om het gesprek over een nieuw privacyklimaat op gang te brengen. Zoals zij in de epiloog van hun boek schrijven: net zoals nu aandacht is voor klimaatproblemen is het voor privacy ook nodig dat dit als een collectief probleem gezien wordt. Het besef moet komen dat we veel te beschermen hebben. “Pas dan kunnen wij weerstand bieden aan de krachten die onze privacy  en daarmee waarden als burgerschap, solidariteit en autonomie  in gevaar brengen.”

Ik heb niet veel nieuwe dingen gehoord. Ik weet natuurlijk wel dat niets voor niets is op het internet. En dat alles wat je plaatst via ‘gratis’ apps, handelswaar is voor bedrijven. Ik ben me niet altijd bewust van dat op basis van mijn datasporen besluiten worden genomen. Wel eens van social sorting gehoord? Een term van de Canadese socioloog David Lyon: “Social sorting is een manier om identiteiten vast te stellen, maar ook om risico’s en waarde toe te wijzen aan mensen.” Data wordt gebruikt om onderscheid te maken tussen mensen, mensen worden in hokjes gestopt. Datasporen worden gekoppeld en daaruit worden conclusies getrokken. Je wordt in de gaten gehouden door mensen met een andere bril op, met een zienswijze die jij niet kent. Doen wij dat in onderwijs ook als we met learning analytics gaan werken, vroeg ik me af?

Heb ik iets te verbergen? Natuurlijk wel. Ieder men heeft iets te verbergen. Maar dat zet ik bewust niet op internet. Dus denk ik dat ik niets te verbergen heb. Ik plaats veel en deel gul open en online. Toch kunnen mijn data op dit moment in deze context onschuldig zijn, maar in een andere context in een andere tijd gevaarlijk zijn. Daar kregen we voorbeelden van die me wel tot denken zet. We kregen 5 tegenwerpingen te horen en te zien (op een vreselijk slecht beeldscherm trouwens) tegen de stelling ‘ik heb niets te verbergen

    1. Wat is fout?
    2. Het foute en illegale verandert
    3. Je weet niet waar ze naar zoeken
    4. Overheden en bedrijven zijn niet te vertrouwen (#notetoself WRR-raport iOverheid)
    5. We kennen de toekomst niet

Een terechte vraag: Wat kan de de technologie van de toekomst met de data van vandaag?

De avond begon en eindigde met mensen uit het publiek als proefkonijn te gebruiken. De naam van dochterlief werd als eerste genoemd 🙂

lp

Even schrikken natuurlijk, maar behalve dat ze wisten dat ze carnaval viert in Maastricht en in een multiculti wijk in Nijmegen woont, werd er niks spectaculairs over haar genoemd. Er waren wel mensen waarvan ze wachtwoorden hadden achterhaald.

Omdat ik tijdens de avond aantekeningen maakte op mijn telefoon, zag ik op een gegeven moment dat ik een gast wifi-verbinding had ipv 4G. Dat vond ik vreemd/verdacht. Snel heb ik mijn wifi uitgezet. En jawel hoor, op het eind kwam een ethisch hacker op het toneel. Die met een apparaatje onze ooit onbeveiligde wifi netwerken had geactiveerd.

Ja, onze apparaten roddelen veel over ons. Dat bleek. Via je wifi, via je batterijverbruik. Zelfs door het luisteren naar de ventilator van je laptop of door te kijken naar de vibraties van de wifisignalen kan men horen/zien wat je typt. Althans daar wordt nu wel onderzoek naar gedaan. *Creepy*

Na afloop kregen we een boekje (nou ja, boekje 😦 … een flyer) de digitale zelfverdedigingsgids, die ik ook al in de Nieuwsflits heb verspreid. Goede tips die een ieder zich ter harte zou moeten nemen. Ik heb inmiddels op Facebook mijn instellingen aangepast. Nu moet ik eerst goedkeuren als ik getagd word. Er kunnen immers zomaar foto’s van mij verspreid worden door vrienden die het niet zo nauw nemen met de privacy op Facebook. Daar zag ik gisteren voorbeelden van.

Hoewel de avond me niet heel veel nieuws bracht, zette het me wel aan tot nadenken.
Het boek ga ik zeker nog lezen.

Groet, Judith