Auteursarchief: Judith van Hooijdonk
Gezien #ExLibris: The New York Public Library
Hallo Marcel,
Maandagavond heb ik in het Filmhuis van De Domijnen Sittard gratis de documentaire Ex Libris: The New York Public Library gezien. Deze documentaire is in november vertoond op het IDFA (International Documentary Film Festival Amsterdam). Op Inside IDFA is nog een interview door Conny Palmen met de 87 jarige maker Frederick Wiseman te bekijken.
De vertoning maandagavond was mogelijk gemaakt door de Vereniging van Openbare Bibliotheken en ProBiblio.
Omdat ik 7 jaar geleden New York bezocht heb en ook de prachtige bibliotheek aan Fifth Avenue wilde ik deze documentaire graag zien. Samen met Liesbeth Mantel en zo’n 30 bibliotheekliefhebbers heb ik de zit van 3 uur en 17 minuten uitgezeten.
Ja, ik vond het wel een zit. Ondanks dat er aangekondigd was dat de documentaire zonder pauze zou worden getoond was er gelukkig halverwege even een break en kregen we een gratis consumptie van De Domijnen 🙂
Van te voren had ik gelezen dat de documentairemaker Frederick Wiseman niet interviewt, geen muziek gebruikt, geen commentaar geeft maar alleen registreert wat er gebeurt. Soms gebeurde er veel en soms helemaal niets. Voor mij had de documentaire ook een uur korter gemogen. Ik miste de duiding van de mensen die aan het woord waren.
Wat ik wel prachtig vond was om al die verschillende NewYorkers te zien, wat een diversiteit zowel van bezoekers als personeel. Maar ook de beelden van de straat. De hectiek van buiten die door de dikke muren van het bibliotheekgebouw tot binnen te horen is. Naast de prachtige centrale bibliotheek heeft de New York Public Library ook vele filialen zoals in Chinatown, The Bronx, Harlem, bibliotheek voor blinden en slechtzienden. Je kreeg een goede indruk van de vele activiteiten die door de bibliotheek wordt geïnitieerd. Van computercursussen in Chinatown, als voorleessessies, boekbesprekingen, banenmarkt, lezingen, discussiebijeenkomsten, muziekvoorstellingen. De bibliotheek biedt een podium voor velen.
Regelmatig was de camera ook aanwezig bij bespreking van directeur Anthony Marx en zijn team. Dilemma’s als private financiering tov publieke financiering, de verhouding van fysieke collectie tov e-books irt lange wachttijden, de daklozen in de bibliotheek. Ook Francine Houben van bibliotheek TU Delft zagen we even aan het woord.
Zie ook artikel in Bibliotheekblad over deze documentaire.
Wat Zuyd Bibliotheek van deze film kan leren? Daarover sprak in de pauze even met Jack Pleumeekers, teamleider Zuyd Bibliotheek en Guido Wolfs, directeur Dienst O&O die ook aanwezig waren. De kracht van deze film is voor mij dat de mens centraal staat. Dus dienstverlening aanpassen op je doelgroep. Dat is per locatie van Zuyd Bibliotheek verschillend. Doelgroep in Sittard is anders dan in Maastricht of Heerlen. Dat biedt wel vele mogelijkheden (en uitdagingen). Voor Ligne Bibliotheek zou ik, zoals ik al eerder schreef in een blog, samen met De Domijnen een paar aansprekende events organiseren. En die hoeven echt niet groots te zijn. Maar wel DELEN! en vooral DOEN! Jouw studenten van de Faculteit ICT hebben al workshops LegoMindStorms verzorgd zoals jij trots meldde in je laatste blog. Een mooie start.
Groet,
Judith
8 februari 2018
Voor de film heb ik ook Jeanine Deckers de hand geschut. Ik kende haar alleen onder haar twitternaam @tenaanval 🙂 Ook zij heeft een blog geschreven over Ex Libris. Zij vond de film prachtig. Het klopt wat zij schreef: “Probeer vooral niet alle gesprekken te volgen want ruim 3 uur bij de les blijven en die soms hoog-intellectuele gesprekken in het Engels volgen is niet te doen. Maar laat je meevoeren met de beelden en kijk naar al die bijzondere mensen die in beeld komen. En ga je vooral niet ergeren aan het feit dat niemand benoemd wordt, dus dat je geen idee hebt wie daar allemaal aan het woord zijn”. Dat heb ik ook gedaan, alhoewel ik het laatste half uur wel erg veel moeite had om mijn ogen open te houden. Maar ik was dan ook errug moe 🙂
Werken vanuit de bedoeling
Hi Marcel,
In het kader van het professionaliseringstraject voor medewerkers van Dienst O&O is onlangs op initiatief van Marcel van der Klink (lector Professionalisering van het Onderwijs) en Kathleen Schlusmans (OU) een studie-/leesgroepje samengesteld waarin ik samen met 4 collega’s aan deelneem. Regelmatig zullen wij een boek of artikel bespreken, het vanuit verschillende perspectieven benaderen en antwoorden proberen te vinden op vragen als
- Wat leren we ervan?
- Wat moet ik nu doen?
- Wat moeten mijn collega’s ervan weten?
- Wat moet leidinggevenden en bestuur ervan weten?
Het eerste boek dat we 30 januari gaan bespreken is boek Andersom organiseren: doen wat nodig is, geschreven door 2 CvB-leden van ROC A12, Toine Schinkel en Liesbeth Schöningh. Dit boek heb ik al eens gelezen en in 2016 over geblogd. We hebben er zelfs een bloggesprek over gevoerd. Jij reageerde en ik daar weer op 🙂
Ik heb het boek nu, twee jaar later, herlezen. Heb ik mijn mening over het boek, met de kennis van nu, herzien?
Waar gaat het boek ook al weer over?
Het boek is gebaseerd op het gedachtegoed van Verdraaide Organisaties van Wouter Hart. In zijn model worden drie cirkels onderscheiden:
- de systeemwereld, de wereld van regels, protocollen en prestatieindicatoren
- de leefwereld, de waardecreatie tussen professional en de klant in het hier en nu
- de bedoeling, daar waar het uiteindelijk om te doen is.
Systemen en procedures worden bedacht om ervoor te zorgen dat in de leefwereld de goede dingen worden gedaan. In de praktijk blijkt dit nog wel eens (lees: vaak) zijn doel voorbij te schieten. De systemen zijn leidend geworden en de organisatie is dan ‘verdraaid’. Dan is het goed terug te gaan naar de bedoeling. Waarom doen we dit ook alweer? Wouter Hart bepleit om de denkrichting te verdraaien. Niet denken vanuit systemen en procedures maar vanuit de bedoeling. Dat wil niet zeggen dat de zeggen dat de systeemwereld niet belangrijk is. Zeker wel, maar niet dominant sturend maar ondersteunend. De sturing ligt bij de mensen.
De twee collegeleden in het boek Andersom organiseren beschrijven de situatie in 2015. Tijdens het 2,5 jaar durend transitieproces werden drie ingrijpende bewegingen in gang gezet: een structuurverandering, een reorganisatie (een hele managementlaag er tussenuit) en een cultuurverandering. De koerswijzing werd ingezet naar een lerende cultuur / lerende organisatie waarbij
- het primaire proces centraal staat
- aansluit op de belevingswereld van de student
- differentiatie uitgangspunt is
- gewerkt wordt aan een veilig leerklimaat voor student én docent
- studenten en docenten trots zijn op hun opleidingen.
Zie verder mijn eerder blog over het boek.
Maar wat kan ik hier aan doen? In onze bloggesprek zo’n 2 jaar geleden over dit boek vroegen we ons af of Anderom Organiseren alleen de verantwoordelijkheid is van het CvB. De auteurs van het boek benadrukken de belangrijke rol die het management hierbij speelt. Ik schreef toen dat ik dacht dat dit waar is. Denk ik dat nog steeds?
De illusie van beheersbaarheid
Mijn manier van leren is dat ik om het boek heen op zoek ga naar informatie. Toevallig had Jeroen Bottema begin januari een blog geschreven over verdraaide organisaties. Via dit blog kwam ik op de website van De Veranderbrigade die werken volgens de principes van Wouter Hart. Op deze website vond ik onderstaand filmpje.
Ik herken onze organisatie hier wel in. Het hoger onderwijs gaat aan marktwerking ten onder. Marktwerking betekent productiedwang en dat betekent bureaucratische controle. Studenten worden als consumenten benaderd, die vervolgens waar voor hun geld willen en shopgedrag vertonen. Als we dit anders willen, zal iedereen: professionals en aankomende professionals verantwoordelijkheid moeten nemen. Een veelheid aan regels en kaders helpen hierbij niet. Volgens Hart is bureaucratische controle angst tegen professionele zelfsturing. Professionals laten verantwoordelijkheden los en leunen achterover …
Ook dat herken ik wel …
Omdraaiing vergt een totaal andere mindset van de professionals.
Loslaten of anders vasthouden?
In mijn zoektocht naar andere bronnen, kwam ik ook een nieuw boek van Wouter Hart tegen: Anders Vasthouden. Bij presentaties van zijn boek Verdraaide Organisaties merkte Hart dat wie je ook spreekt de professional, de ondersteuner of de bestuurder, iedereen wijst naar elkaar. Iedereen geeft, vanuit zijn eigen perspectief, aan zelf wel vanuit de bedoeling te kijken, maar door de laag daarboven te worden aangesproken op de systeemwereld. Het blijkt dus dat iedereen naar de laag boven hem/haar kijkt en dat verantwoordelijkheden naar beneden afgeschoven worden. Ik herken dat wel. Dus wat kan ik er zelf aan doen? Vanuit mijn cirkel van invloed? Door los te laten (wat ik toch wel regelmatig tegen mezelf zeg 😉 ) of door anders vast te houden?
Ik heb de inleiding en enkele bijlages van dit nieuwe boek gelezen.
De systeemwereld wordt ervaren als te veel sturend en te veel gericht op standaardisatie. De leidinggevende stuurt op de systeemwereld en maakt het de professional die wel vanuit de bedoeling wilt werken lastig. We houden elkaar gevangen in een web van wantrouwen bestaande uit veelheid aan regels en controle mechanismes (en als er dan eens iets misgaat dan duikt de pers er op en moet er een verantwoordelijke aan de schandpaal). Op alle organisatieniveaus hoor ik dat er ruimte genoeg is, maar die niet gepakt wordt. Ik hoorde het een bestuurslid NVAO zeggen over de hoger onderwijsinstellingen, ik hoorde het een onderwijsbestuurder zeggen over docenten. Hoe komt het dat we deze professionele ruimte dan toch niet zo ervaren?
Ontbraving, zegt Wouter Hart. Jezelf niet zien tov het systeem (en dus om kaders vragen, advies vragen aan leidinggevende) maar tov de bedoeling (samen met teamleden, collega’s oplossingen bedenken) dan maak je de leefwereld krachtiger. Niet het braafste meisje van de klas willen zijn, dus 🙂
Wat vraagt het werken vanuit de bedoeling voor mij als professional, werkend in een ondersteunende dienst?
Vragen blijven stellen
- Wat was ook al weer de bedoeling?
- Doen we dit omdat het hoort, of helpt het ons ook echt?
Dat betekent naast de ander staan. Als ondersteuner niet de problemen over willen nemen. Er wordt vaak gesproken over ontzorgen van de docent. Deze collega heeft al zoveel op zijn bordje. Klopt. Maar hierin schuilt volgens mij een risico. Ondersteunende diensten horen er alleen te zijn voor specialistische kennis. Niet voor algemene. Ontzorgen zonder te onteigenen, dus.
- Zit er rek in de ruimte die er te vinden is?
Staan voor waar het mij om gaat
Eigenlijk zou ik er naar moeten streven dat het cluster onderwijskundig advies en ondersteuning niet meer nodig hoeft te zijn. Dat elke zelfsturend team van professionals (docenten) weet hoe zij co-creërend blended leerarrangementen kan ontwerpen. Dat zij op de hoogte zijn van wet-en regelgeving op het gebied van auteursrechten (in het kader van open onderwijs) en privacywetgeving (in het kader van online onderwijs). Dat ieder team zich op de hoogte houdt van nieuwe ontwikkelingen, experimenteert en ervaringen deelt binnen en buiten zijn team (knowmadisch werken in een vuca-world).
Voor mij betekent dit dat ik collega’s en een leidinggevende nodig heb die naast me staan en met mij werken aan oplossingen. En staan voor de bedoeling. Daar zullen we samen nog wel het gesprek moeten voeren. Te beginnen met het gesprek vandaag met mijn collega’s in ons studieclubje. Ik ben benieuwd tot welke inzichten zij gekomen zij na het lezen van het boek Andersom Organiseren.
Groet,
Judith
Meer informatie?
- Zie website van het boek Verdraaide Organisaties van Wouter Hart http://verdraaideorganisaties.nl/ en de samenvatting van het boek [pdf]
- Bij het ander boek van Wouter Hart Anders Vasthouden hoort ook een website http://www.andersvasthouden.nl/ Hier vind je ook vele downloads die bij het boek horen en een introductie op het boek [pdf]
- De Veranderbrigade werkt volgens de principes van Wouter Hart (de bedoeling als vertrekpunt van denken en handelen te nemen). Op hun website veel inspiratie te vinden. Waar ik de TED-talk van Yves Morieux heb gevonden (zie mijn blog Smart Simplicity).
- Zie mijn blog Mijn professionele ik. Onze professionele identiteit. over het boek Je binnenste buiten: over professionele identiteit in organisaties van Manon Ruijters.
Digitale leerarrangementen voor toekomstbestendig onderwijs #onderwijsontwerpen
Hallo Marcel,
Vorige week, op die stormachtige donderdag, verzorgde Fleur Prinsen, lector Digitale Didactiek van Hogeschool Rotterdam haar lectorale rede als openbare les. Helaas kon ik er niet bij zijn. Via #digdidactiek kreeg ik wel een indruk. Wilfred Rubens en Jeroen Bottema waren er wel, en zij hebben er gelukkig over geblogd (hier en hier).
Bij de openbare les hoort een digitale publicatie Digitale leerarrangementen ontwerpen: Veranderende onderwijsleerpraktijken in het (hoger) onderwijs. Deze is vormgegeven als een online magazine.
De publicatie bestaat uit 6 hoofdstukken
- De verbintenis tussen onderwijzen, leren en technologie
- De veranderende onderwijsleerpraktijken
- De meerwaarde van digitale leerarrangementen
- Het (her)ontwerpproces van digitale leerarrangementen
- Kennis over digitale leerarrangementen delen
Gevolgd door een hoofdstuk waar het lectoraat zich op gaat richten. De kern van het lectoraat is innoveren van de onderwijsontwerppraktijk.
De veranderende onderwijspraktijk
In de eerste twee hoofdstukken worden beelden van de veranderende samenleving geschetst en wat dit betekent voor de onderwijspraktijk. Het biedt theoretische kaders waaruit Fleur Prinsen’s perspectief op leren (en die onderschijf ik 🙂 ) duidelijk werd: leren als sociale constructie (Vygotsky) en als connectiviteit (Siemens). Ontwerpen doe je niet alleen maar samen. Samen met docenten (co-creatie), met ICT-ers, met studenten (vergeet de informatieprofessionals en instructional media designers niet, Fleur).
Leren verandert als we technologie integreren in ons onderwijs, zo ook rol van de docent. Daarom formuleert zij een nieuwe definitie voor een digitale leeromgeving:
Een systeem dat het mogelijk maakt digitale leerarrangementen te ontwerpen, waarin het leerproces en het behalen van gestelde leerdoelen optimaal ondersteund kan worden.
Moodle, de nieuwe DLO van Zuyd ondersteunt dit. Hoewel het ontwerpen van leerarrangementen in deze omgeving best nog wel complex is. Er kan zoveel, ervaar ik nu tijdens de Moodle-trainingen. Een leuke uitdaging in ieder geval.
Leerarrangement
Een leerarrangement is gearrangeerd met het specifieke doel iets te leren. Leerarrangementen omvatten vaak online én offline leeractiviteiten die in een doorlopende leerlijn met elkaar verbonden zijn. De docent schrijft het script voor het leerproces. In ons DC4E-model maken we bijvoorbeeld gebruik van een aantal ontwerpmetaforen.
Fleur Prinsen introduceert het kunnen (co)ontwerpen van digitale leerarrangementen als een nieuwe didactische kwalificatie. In een bijlage beschrijft zij de kennisbasis ICT voor docenten, gebaseerd op competenties en vaardigheden voor digitale didactiek van ADEF. Uiteraard ken ik deze, maar goed om ze weer eens te zien. Zo ook het kaartspel dat Fleur heeft ontwikkeld om ontwikkelingswensen op het gebied van digitale didactiek te bepalen. Mooi om dit op te pakken samen met ons TPACK-spel.
Ontwerpmodellen zijn een goed startpunt waarmee docenten aan de slag gaan, schrijft Fleur Prinsen. Ze beschrijft vervolgens een aantal ontwerpmodellen. Het ADDIE-model komt uitgebreid aanbod. Deze is mooi vormgegeven in een infographic. Ons DC4E-model is gebaseerd op ADDIE en ook een procesmodel ter ondersteuning van het ontwerpen van onderwijs maar dan toegespitst op het onderwijs bij Zuyd.
Kennis delen
Bijna alles wat ik lees herken ik en ondersteun ik. Ik ben heel blij met hoofdstuk 5 waarin Fleur stelt:
Het zou mooi zijn als we de kennis die in de praktijk ontwikkeld wordt tijdens het (her)ontwerpproces, zouden delen met collega’s binnen en buiten onze instituten. Maar hoe kunnen we dit het beste doen? En hoe kan dit soort kennis vervolgens weer het (her)ontwerp ondersteunen van degenen die deze kennis opzoeken?
Delen is nog niet zo gemakkelijk …
Vaak blijft de kennis die in de ontwerppraktijk ontwikkeld wordt impliciet. Ontwerpprincipes, of ontwerppatronen kunnen een rol kunnen spelen bij het delen van de kennis die in de praktijk ontwikkeld wordt tijdens het ontwerpen van (digitale) leerarrangementen.
Ontwerpprincipes worden gedefinieerd als een soort tussenvorm tussen wetenschappelijke bevindingen (die generaliseerbaar en reproduceerbaar moeten zijn) en lokale ervaringen of uitgewerkte voorbeelden die in de praktijk vorm krijgen. Bij het ontwikkelen van deze principes wordt namelijk zowel wetenschappelijke kennis als praktijkkennis meegenomen.
Helaas heeft zij het antwoord dus ook (nog) niet. Ze gaat het in haar lectoraat onderzoeken. Fleur Prinsen heeft een model geschetst om ontwerpkennis in kaart te brengen.
Fleur Prinsen heeft mooie onderzoeksvragen geformuleerd. Ik wens Fleur met haar lectoraat veel succes in haar ontdekkingstocht naar de antwoorden.
Vorm
De interactieve vorm ziet er echt prachtig uit. Alle hoofdstukken zijn via social media te delen. Onder elk thema staat een reactiemogelijkheid om punten ter verbetering of vragen door te geven. Er zijn zoveel navigatiemogelijkheden dat ik regelmatig de structuur kwijt was. Ik dacht dit op te lossen door de publicatie als pdf te downloaden, maar helaas deze is echt niet echt goed leesbaar. Uiteraard vraagt het lectoraat aan het eind van publicatie hoe we deze vorm ervaren. Natuurlijk heb ik daar mijn reactie achtergelaten 🙂 Ik heb voorgesteld om een duidelijke navigatiepagina met hoofdstukken en paragrafen toe te voegen (ik zag later dat deze toch wat verstopt aanwezig was, maar de onderverdeling vond ik niet echt duidelijk). Een goed leesbaar pdf lijkt mij wenselijk. Zo’n online magazine scan je snel, het is fijn als naslagwerk en handig om pagina’s te delen. Maar een publicatie goed lezen doe ik bij voorkeur via ee pdf.
Groet,
Judith
Impact van blended learning op studiesucces #onderwijsontwerpen

Ha Marcel,
In mijn blended learning boekenkast staat een link naar de website dr. Blend die behoort bij het promotieonderzoek van Nynke Bos. Titel van haar proefschrift: Effectiveness of Blended Learning: Factors Facilitating Effective Behavior in a Blended Learning Environment. Het doel van dit proefschrift was om te bepalen welke factoren effectief gebruik van onderwijstechnologieën vergemakkelijken of belemmeren in een blended learning omgeving. Het ging daarbij om zowel het onderwijsontwerp als studentkenmerken.
In het Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is een artikel ‘Effectiviteit van Blended Learning’ van Nynke Bos en Saskia Brand-Gruwel gepubliceerd met een beknopt overzicht van de bevindingen uit proefschrift en de implicaties hiervan voor hoger onderwijs.
Potentieel blended learning. Maar wat is de praktijk?
In de inleiding wordt het hiaat benoemd hoe blended learning in het hoger onderwijs wordt toegepast versus het potentieel van blended learning zoals beschreven in de literatuur.
- Praktijk: student heeft extra online leermiddelen tot zijn beschikking om zich voor te bereiden op het contactonderwijs of om hoorcolleges achteraf aan te vullen.
- Literatuur: blended learning is de combinatie van open en online onderwijs met contactonderwijs waardoor het onderwijs meer gepersonaliseerd en flexibel kan worden aangeboden wat leidt tot meer zelfsturing van studenten en een actievere studiehouding.
Wat is de meerwaarde van blended learning zoals deze in de praktijk wordt toegepast op het studiesucces van de student? In hoeverre is de student tot zelfregulatie in staat doordat ook online leermaterialen aangeboden worden?
Nynke Bos onderzocht 2 blended learning cursussen van UvA die allebei opgebouwd waren uit niet-verplichte hoorcollege, toegang tot de webcolleges, verplicht werkgroeponderwijs met werkboeken met aanvullend studiemateriaal en formatieve toetsen (beschikbaar in een LMS). Het verschil was dat bij de ene cursus de formatieve toetsen facultatief waren en bij de ander verplicht. De cursussen waren niet expliciet ontworpen om het zelfregulerend vermogen bij studenten te stimuleren. Bij start van de cursussen hebben studenten MSQL dan wel ILS vragenlijst ingevuld waarmee studenten een inschatting geven van hun motivatie en metacognitieve vaardigheden.
Studentkenmerken
Het onderzoek bevestigt eerder onderzoek dat studenten leermiddelen verschillend gebruiken. Er werden vier gebruikerstypen geïdentificeerd:
- sociaal-gefocuste intensieve gebruikers (de hoorcollegebezoekers)
- content intensieve gebruikers (webcollegekijkers en toetsgebruikers)
- taak selectieve gebruikers (toetsgestuurd lerenden)
- niet-gebruikers (duidelijk ;))
Elk gebruikerstype liet een wisselende impact op het studiesucces zien. De mate van zelfregulatie lijkt niet het ontstaan van de verschillende gebruikerspatronen te verklaren, maar lijkt wel sterk samen te hangen met het studiesucces binnen een blended learning omgeving.
Wat betekent dit voor een blended learning ontwerp?
De bevindingen uit het onderzoek onderstrepen het belang van begeleiding aan studenten in een blended leeromgeving. Deze begeleiding moet tweeledig worden vormgegeven, nl
- hoe studenten verschillende leermaterialen moeten of kunnen combineren
- de metacognitieve vaardigheden: op welke manier kunnen leermaterialen bijdragen aan leerdoelen en welke strategieën zijn nodig om de leerdoelen te bereiken
Zoals wij in het DC4E-model ook in het hulpmiddel format leeractiviteiten hebben beschreven om bij ontwerpen wekelijks leerdoelen aan werkvormen en leeruitkomsten te koppelen, is het voor het stimuleren van het zelfregulerend vermogen van studenten wenselijk om studenten ook expliciet hier op te wijzen.
Het onderzoek vindt maar een beperkte impact van blended learning op het studiesucces. Dat wil niet zeggen dat blended learning niet effectief is. Zo kunnen tools als discussiefora (tools die vragen om een actievere houding) een grotere impact hebben op het studiesucces.
Learning Analytics
Ook is in dit onderzoek gebruik gemaakt van learning analytics. Hier werden een aantal kritische kanttekeningen geplaatst (gemiddelden zijn niet zo eenduidig, het zegt niets over kwaliteit van leren, het lokt uit tot gaming the system(!) 😉 ). Ook het gebruik van learning analytics dashboards moet net als blended learning worden geleerd wil het ten goede komen aan het leerproces.
Conclusie
die we kunnen (moeten) meenemen in ons advies tav curriculumontwikkeling irt succesvol studeren:
Om effectievere blended learning omgevingen te ontwerpen, moet er meer aandacht komen voor hoe blended learning studenten ondersteunt bij zelfregulatie van het leren, waarbij learning analytic gebruikt kunnen worden om deze zelfregulatie te monitoren.
Groet,
Judith
Bos, N.R. & Brand-Gruwel, S. (2017). Effectiviteit van Blended Learning. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 35(1), 5-21. http://hdl.handle.net/1820/9056
Essays digitalisering hoger onderwijs
Hallo Marcel,
Het Ministerie van OCW heeft in het najaar 2017 een viertal experts gevraagd hun visie/toekomstperspectief op open en online hoger onderwijs te formuleren. Deze bijdragen zijn onlangs gepubliceerd op de website van de Rijksoverheid.
- Een verkenning van de arbeidsmarktimpact van online onderwijs door Lex Borghans, Universiteit Maastricht en Bas ter Weel, SEO Economisch Onderzoek
In dit essay beschrijven Lex en Bas de implicaties de ontwikkeling van MOOCs heeft voor de arbeidsmarkt.
- Digitalisering bekeken vanuit het oogpunt van een student door Marlou Grobben, student Universiteit Leiden. Concluderend schrijft Marlou dat
digitaal onderwijs een hoop te bieden heeft, maar er kleven ook grote nadelen aan. Momenteel is het volledig vervangen van de huidige inrichting van het hoger onderwijs naar online leren via MOOC’s en SPOC’s geen reële optie. Wél kan online onderwijs op andere manieren worden toegepast om de behoeften van studenten tegemoet te komen. Flexibiliteit binnen enige structuur: dat is waar studenten behoefte aan hebben en wat digitaal onderwijs kan bieden!
- Zal online onderwijs het hoger onderwijs verbeteren? door Prof. Dr. Ir. Arno H.M. Smets, TU Delft. Uit zijn conclusie:
Online onderwijs is een belangrijke middel om onderwijsprogramma’s van de universiteit bij buitenlandse studenten te adverteren. Online onderwijs is de goedkoopste vorm van ontwikkelingshulp omdat het direct de levensstandaard van haar deelnemers kan verbeteren. Online onderwijs vergroot de educatieve reikwijdte van een docent. Belangrijk is om te beseffen dat online onderwijs het campus onderwijs niet vervangt, maar het is een middel om het rendement, waardering en prestaties van campus onderwijs in de wereld snel te kunnen verbeteren. De kritische massa aan studenten maakt nieuwe vormen van onderwijs tot nieuwe vormen van datacollectie voor onderzoeksdoeleinden mogelijk.
Betaald online onderwijs, inclusief persoonlijke begeleiding, is het ideale en goedkope middel om professionals rond de wereld met gespecialiseerde cursussen te bedienen. Zo zal de universiteit een belangrijke rol gaan spelen in het aanbieden van long-life-learning.
Online onderwijs is niet dé heilige graal maar het zal volgens Arno wel het hoger onderwijs verbeteren.
- Open onderwijs: van commitment naar actie door Robert Schuwer, Lector OER, Fontys Hogeschool ICT. Concluderend schrijft Robert dat hij in zijn essay heeft aangeven
dat door digitalisering het Nederlandse hoger onderwijs veel opener kan worden, dat deze openheid verschillende vormen kan aannemen, en dat open onderwijs mogelijkheden geeft om bij te dragen aan de realisatie van ambities als het vergroten van de toegankelijkheid, van de efficiency en van de kwaliteit.
De potentie van open onderwijs is groot, zegt Robert. Dat vind ik ook. De eerste drie bijdragen gaan vooral over online onderwijs, met name MOOCs. Over de efficiëntie en de kwaliteit ervan. Dat het onpersoonlijk is/kan zijn en over tussenoplossingen als kleine online cursussen, of vormen van blended onderwijs. Zoals Robert Schuwer in zijn bijdrage aangeeft: “Open onderwijs heeft echter veel meer verschijningsvormen”. Onderstaand figuur uit het SURF Trendrapport Open en Ondline Onderwijs 2015 (p. 56) geeft een samenhangend geheel van de verschillende vormen van openheid.

Om open onderwijs gerealiseerd te krijgen is het willen delen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen voorwaardelijk. Maar ook dat het opgenomen wordt in professionaliseringstrajecten. Docenten spelen immers een sleutelrol als het gaat om adoptie van open onderwijs. Dat schreef ik samen met Martijn Ouwehand ruim 2 jaar geleden ook al in onze bijdrage aan eerder genoemde SURF trendrapport: Kansen voor inbedding open en online onderwijs in campusonderwijs. Tijd voor actie?
Groet,
Judith





