Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

Mediarijk! #fontysmwmr

Hallo Marcel,

Chris Kockelkoren en Ankie van de Broek zijn goed bezig hun (en jouw) verhaal over de minor Digicoach The Game overal te vertellen. Zo heeft Chris tijdens de Conferentie Mediawijs Mediarijk een sessie verzorgd over de minor Digicoach @ De Nieuwste Pabo. Biblio- & Edublogger Daniëlle Quadakkers werkt bij Fomec (Fontys Onderwijs en Media Expertise Centrum), en had deze sessie aangeleverd bij de organisatie 🙂 Natuurlijk heeft zij ook al geblogd over deze succesvolle bijeenkomst.
Chris heeft voor ons een gastblogje geschreven

OUR 2bejammed GUEST: Chris Kockelkoren

De conferentie werd geopend door Nienke Meijer (voorzitter CvB) die in haar presentatie de nadruk legde op de veranderende toekomst waarvoor we studenten opleiden. Het gaat om onderwijsinhoud en niet specifiek over mediagebruik. Volgens haar moet de focus liggen op veranderingen en experimenten. Daarvoor heeft zij de Deming-circle aangepast naar TRY (experimenteren)-DO (ontwerp interactie)-ACT (creëer rijke omgeving )-Check (toets resultaten en leer).

Zij werd opgevolgd door de keynote spreker Pedro De Bruyckere. Hij is onderzoeker en pedagoog aan de Arteveldehogeschool in Gent en verdiept zich al jaren in de leefwereld van jongeren. Hij doceert aan de universiteit van Antwerpen over authenticiteit in het onderwijs. Helaas heb ik door parkeerproblemen 😦 deze sessie moeten missen. Ofschoon deze is opgenomen, is deze alleen voor Fontys-medewerkers beschikbaar. Van toehoorders heb ik begrepen dat hij in zijn keynote een aantal onderwijsmythen ontkrachtte waarbij hij specifiek inging op het feit dat volgens hem studenten echt niet anders leren dan vroeger. Maar je moet deze generatie studenten wel weten te boeien. *)

Daarna waren er twee keer drie parallelsessies. Ankie en ik zouden één sessie hebben Serious Gaming in het onderwijs. We zoomen dan in op de minor Digicoach the Game die samen met Marcel is ontwikkeld en waar Judith ook aan heeft meegewerkt. Deze minor heeft dit jaar de tweede plaats op de Fontys Onderwijsprijs gewonnen. Maar door omstandigheden waren Ankie en Marcel verhinderd en heb ik alleen de presentatie gedaan. Ik had aangegeven dat ik 60 personen in 2 sessies zou doen, maar bleek dat er maar één workshop zou zijn. Het was een spannende aangelegenheid, want ik was vooraf al helemaal “uitverkocht” en dat schept verwachtingen. Er waren ook nog meerdere mensen die niet naar binnen dachten te kunnen (bleek achteraf), jammer.

In eerste instantie heb ik verteld wie ik ben, wat Digicoach the game is en heb het filmpje laten zien van het eindresultaat van deze minor: een onderwijsdag voor de docenten van de Nieuwste Pabo met de focus op 21st century skills. Hierin kun je al zien hoe enthousiast docenten en de studenten zijn bij de game die die dag werd gespeeld. Daarna heb ik gefocust op de voordelen van interactie in het onderwijs en specifiek de voordelen van serious gaming en al een deel van mijn eigen master-onderzoek hierover prijsgegeven. Daarna heb ik aangegeven wat belangrijk is bij de ontwikkeling van een game en ook hoe je het beste kunt starten met de ontwikkeling hiervan. Marcel heeft een game gekocht dat veel weg heeft van het TPACK-kaartspel. Alleen in dit spel kun je spelenderwijs nadenken over de inzet van GAMING in je onderwijs. Voor de mensen die dat willen, zijn we best bereid een workshop te geven.

Serious gaming is ICT, een mythe die weg moet…
Veel mensen geven aan vaak niet te beginnen met gaming omdat ze geen verstand hebben van ICT… raar. Een bordspel zoals trivial pirsuit, ganzeborden kun je hiervoor ook heel goed gebruiken en (sterker nog) de hele game van Digicoach is bijna 100% op papier. Dus laat dat je niet weerhouden, maar natuurlijk zijn er ook digitale games.

Niet zeggen, maar doen
In de woorden van Nienke Meijer: TRY-DO-ACT heb ik de bezoekers getrakteerd op een serious game. Want als je het zelf ervaart, dan zie je wat een serious game teweegbrengt. Het is fantastisch om te zien hoe iedereen dan aan het begin sceptisch is, maar eenmaal gestart niet meer zijn te stoppen. Zelfs de niet-gamers (zie slides voor stemmen), waren niet meer te stoppen. Op het einde heb ik echt 3 tot 5 minuten nodig gehad om de mensen te stoppen en aan te geven dat ik wilde afronden. Dat zag je ook bij de minor Digicoach. Het gaat de studenten dan niet om het eindpunt (extrinsieke motivatie) maar om te komen tot een mooi en goed eindproduct (intrinsieke motivatie). Dat ze intussen meer leren dan het aangeboden materiaal, is geweldig om te zien. Het woord voor de docenten is: “durf los te laten”.

Via Fontys zijn de materialen alleen voor de docenten van Fontys beschikbaar, maar één van de pijlers van Zuyd is OPEN, dus Ankie, Marcel en ik hebben alle materialen beschikbaar voor belangstellenden. Onderstaande materialen zijn via deze link te downloaden:

  • Docentenhandleiding van Minor digicoach the game (incl. beoordelingsmodel dat voldoet aan de huidige eisen op het gebied van toetsen en assessment)
  • Alle quests in deze game
  • Spreadsheet waarmee beoordelingen kunnen worden vastgelegd

Kortom het was een succes en mensen waren geïnspireerd geraakt en ook werden gestimuleerd om te beginnen is duidelijk als je hun anonieme stemming ziet. De vragen die zij stelden tijdens de sessie via Shakespeak zijn via dezelfde link te bekijken.

Judith, je vroeg tijdens het twitteren of een dergelijke dag iets voor Zuyd was… nou gezien deze reacties van Fontys-docenten denk ik dat zo’n dag collega’s kan inspireren en motiveren om te innoveren.
Groet, Chris

Mijn spellenkast

Eén van onze spellenkasten 🙂

Dank Chris! Deze week gaan we samen het verhaal over Minor The Digicoach vertellen, tijdens de International Week van de Faculteit IBC Zuyd. Daarvolgt vast nog wel een blogje over, hè Marcel? 😉

*) Omdat ik student ben bij Fontys heb ik wel rechten om deze opname te bekijken 🙂 dat heb ik dan ook gedaan. Pedro De Bruyckere volg ik al langer via twitter en zijn blog X, Y of Einstein staat in mijn RSS-reader. Ook zijn boek Jongens zijn slimmer dan meisjes, en andere mythes over leren en onderwijs heb ik thuis. Hetgeen hij vertelt is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek dat maakt zijn verhaal ook interessant voor mijn MLI-medestudenten. Naast dat je studenten moeten weten blijven boeien vertelde hij dat herhaling, emotie en verwerking de meeste effecten op leren heeft. Dat feedback een goede invloed heeft op het leereffect is inmiddels in diverse onderzoeken bewezen maar een goede relatie tussen docent en student heeft minstens zoveel invloed. Uiteraard heeft ook de rol van ICT een plaats in zijn verhaal. Jongeren zijn niet meer offline of online, ze zijn inline, de beide werelden lopen inmiddels vloeiend in elkaar over. De school blijft belangrijk voor hen als ontmoetingsplaats, ook al zitten ze naast elkaar op een schermpje te kijken.  Hij heeft het over de ‘dual channel ‘ theorie, beeld speelt naast taal inmiddels een grote rol bij leren van jongeren (YouTube is de belangrijkste tool voor jongeren). Big data (learning analytics) gaan heel belangrijk worden in het onderwijs.

Groet,
Judith

Leren in de 21e eeuw #dnp21cs

LeonSourenJammer Marcel dat je er niet bij kon zijn afgelopen vrijdag bij het afscheid van Léon Souren. De Nieuwste Pabo nam met het symposium ‘Leren in de 21e eeuw’ afscheid van haar collega. Op het symposium werd door studenten van de minor Digicoach The Game workshops verzorgd over o.a. WordPress, Prezi, Flipping the classroom en gamification.

Léon Souren heeft zich gedurende zijn loopbaan altijd beziggehouden met nieuwe media binnen het onderwijs. Hij was ook betrokken bij de eerste stappen op e-Learning gebied binnen Zuyd. Zelf heb ik nooit heel nauw met Léon samengewerkt maar onze nestors Harry en Jack wel natuurlijk 🙂 Toch wilde ik bij zijn afscheid zijn natuurlijk om hem dag te zeggen maar ook voor het onderwerp en de gastsprekers die waren uitgenodigd: Wilfred Rubens (OU), Alfons ten Brummelhuis (Kennisnet) en Frans Jacobs (Zuyd Hogeschool).

Dit overzicht van deze middag is mede gebaseerd op blogs van Wilfred Rubens. Ik had Marieke Opgenoorth beloofd te twitteren met #dnp21cs. Het lukte me niet om 2 dingen tegelijkertijd te doen, want zoals Wilfred al zei ‘multitasken kunnen zelfs vrouwen niet’ 😉

De tweets van mij en andere tweeps zijn terug te lezen via Storify.

De opening werd verricht door de directeur Ingeborg Janssen Reinen

waarna Alfons ten Brummelhuis van Kennisnet de keynote mocht verrichten. Hij had het over wat werkt wel en wat werkt niet met ICT in het onderwijs en verwees veel naar artikelen in de wetenschappelijke uitgave van Kennisnet 4W Weten Wat Werkt en Waarom. Hij pleitte voor het dichten van de kloof tussen de early adopters en de grote meerderheid die niet altijd even enthousiast over ICT-vernieuwingen, maar die wil vooral weten of het werkt. ICT in het onderwijs is inmiddels wel een point of no return. Lees meer over de presentatie van Alfons ten Brummelhuis op het blog van Wilfred Rubens Wat weten we over ICT in het onderwijs.

Pointofnoreturn

Vervolgens ben ik naar de presentatie van Frans Jacobs gegaan. Frans liet in zijn Prezi veel actuele voorbeelden zien over de veranderende samenleving door de digitalisering en wat het gevolg is voor onderwijsleersituaties. Hij had mooi op een rijtje gezet wat de voor- en nadelen zijn van de diverse vormen van samenwerking in leeromgevingen: f2f, online, synchroon en a-synchroon. En welke keuze je moet maken om leren effectief te maken.

Na een korte break met Limburgse vlaai schoof ik aan bij de presentatie van Wilfred Rubens. Ik had ’s ochtends zijn blogpost ICT en Onderwijs: een ‘doorkijk’ naar de toekomst al gelezen. Aan de hand van een 7-tal stellingen presenteerde Wilfred zijn voormalige meester Léon zijn beeld over de integratie van technologische ontwikkelingen en de impact op leren hierbij:

– Blended learning wordt de ‘default’ manier van leren, terwijl ook volledig online leren toe zal nemen.
– De scope van ICT en leren wordt breder. In toenemende mate wordt ICT voor andere zaken ingezet dan voor cursussen.
– Dankzij draagbare technologie kun je alomtegenwoordig en naadloos leren, waarbij gebruik wordt gemaakt van persoonlijke leer- en werkomgevingen die veel lijken op sociale media van vandaag de dag.
– We hebben te maken met veranderende opvattingen over leren die dankzij nieuwe, steeds krachtiger wordende, technologieën in de praktijk kunnen worden gebracht.
– Learning analytics kunnen een bijdrage leveren aan de verbetering van onderwijs en leren, al zijn er nog verschillende vragen te beantwoorden.
– Over de impact van massive open online courses is weinig te zeggen. Ze hebben in elk geval online leren en open education weer op de kaart gezet, en vormen een proeftuin voor experimenten en innovaties.

Wat ik vooral mee heb genomen:

  • de kracht van herhaling;
  • docenten willen wel met ICT aan de slag, maar weten niet waar te beginnen;
  • investeren in sociaal kapitaal;
  • jongeren leren omgaan met sociale media (sociaal netwerkgedrag, social learning); zij leren vooral van goed voorbeeld door docenten. Aandacht voor docentprofessionalisering op dit gebied;
  • de noodzaak van flexibeel leren gebaseerd op leervoorkeuren;
  • inzetten op meer actief en samenwerkend leren, dit kan zonder technologie maar zeker ook met;
  • richten op zelfgestuurd leren (verantwoordelijkheid voor leerproces bij student) maar geleidelijk aan inbouwen;
  • het draait niet om onderwijzen maar om leren!

Na afloop was het nog gezellig borrelen met deze en gene, de opbrengsten die dit weer oplevert zijn toch heel waardevol. Hoewel ik ook via twitter weer leuke online gesprekken heb gevoerd.

Dag Léon!.
Groet,
Jujuutje 🙂

Social media en wetenschappelijk onderzoek, over veranderend citeer- en zoekgedrag #MLI

?????????????????????????????????

@GraphicStock

Hallo Marcel,

Wat is tegenwoordig een primaire bron bij wetenschappelijk onderzoek? Met die vraag heb ik ook geworsteld tijdens het schrijven van mijn paper over ‘social learning’. Veelal kwam ik via tweets en blogs op interessante inzichten en bruikbare bronnen. De tweets zelf heb ik niet opgenomen in mijn literatuurlijst …
In het artikel Social Media as a primary source: a coming of age in het november/december 2013 nummer van Educause Review beschrijft bibliothecaris Vicky Coleman dat ook wetenschappelijk onderzoek verandert onder invloed van social media. Onderzoekers gebruiken blogs en sociale netwerken om:

1. op de hoogte te blijven over hun onderzoeksgebieden
2. andere onderzoekers te volgen
3. nieuwe ideeën of publicaties te ondekken
4. promoten van eigen werk en onderzoek
5. leggen van nieuwe contacten

Studenten leren tijdens lessen informatievaardigheden wel op zoek te gaan naar betrouwbare informatie. Betrouwbare informatie kan je ook vinden via sociale netwerken. Coleman ziet een grote kans voor onderzoekers en bibliothecarissen om social media te gebruiken als primaire bron. Want ‘social learning’ (samenwerken en communiceren mbv social media tools) verdwijnt niet meer (de platforms wellicht wel).

Via de Scoop.it! van onze bibliothecaris Annette Graat werd ik geattendeerd op een opiniestuk uit The Guardian: Twitter journal: would you share your original research on social media? Het belang dat van citeren bij wetenschappelijke publicatie en de aanname dat wetenschappelijk onderzoek waarover veel getwitterd wordt ook veel geciteerd wordt,  bracht Andy Miah op het idee van een Twournal.

Twournal

This is why it makes sense to create a Twitter-only journal, which would publish original, peer-reviewed research, direct to the reader. And that is what I have done: introducing the world’s first Twitter journal of academic research, aka @TwournalOf. Part philosophical provocation, part genuine intervention, I want to explore the willingness of researchers to share their original findings in a new format.

Er is wat beweging in de academische wereld 🙂 . Vicky Coleman ziet een belangrijke rol voor bibliothecarissen om studenten ook te leren hoe ze invloedrijke, belangrijke onderzoekers en organisaties kunnen volgen om zo ook betrouwbare informatie te vinden. Daarnaast denk ik dat bibliothecarissen onderzoekers kunnen leren hoe tweets te kunnen citeren volgens APA en hoe ze hun onderzoek ook via social media onder de aandacht kunnen brengen

Ik ben voor! Jij?

Zoekend naar het online artikel kwam ik op de Educause site een peer-reviewed onderzoek tegen “I always stick with the first thing that comes up on Google …” Where people go for information, what they use, and why. Een onderzoek over veranderend informatiezoekgedrag. Studenten zoeken niet alleen meer via bibliotheekbronnen maar gaan het wereldwijde web op. Niets nieuws voor een oud-bibliothecaris 🙂 Het V&R project – een samenwerking tussen OCLC (leverancier van de bibliotheekcatalogus van Zuyd Bibliotheek) en enkele universiteiten in UK en VS – onderzoekt al sinds 2010 het veranderend zoekgedrag van studenten en onderzoekers. Welke motieven spelen een rol bij waarom ze wanneer welke tools gebruiken om aan hun informatie te komen én waar. Hoe kan de bibliotheek haar dienstverlening aanpassen aan het veranderend zoekgedrag? Moet een bibliotheek wel of geen Facebook-pagina / twitteraccount hebben? daar van zeggen ze:

Further, an outreach/engagement strategy that simply provides an institutional presence on Facebook or Twitter, without providing information of interest to the academic community, is unlikely to succeed.

De letters V&R van de projectnaam verwijzen naar Visitor-mode (alleen surfend) en Resident-mode (participeren in sociale netwerken) van informatiezoekers. Iedereen begint met zoeken in een digitale omgeving in plaats van een fysieke bibliotheek. De eerste onderzoeksresultaten zijn niet schokkend nieuw, ze blijven dus onveranderd belangrijk:

  • biedt een veelheid van tools aan;
  • een simpele zoekinterfase (zoals Google);
  • verwijder barrières tussen vinden en toegang tot informatie;
  • promoot je bibiotheekdiensten.

Relaties onderhouden is heel erg belangrijk. In onderstaand interview hoor je ook de term ‘embedded librarian’, o.a. over bibliothecarissen die een actieve rol spelen in MOOC’s 🙂

Ik ga maar weer eens verder met mijn volgend mastertaak: opzetten van een onderzoek 🙂
Judith

Like Cindy & Nienke! #HU_UrekaMC

Hallo Cindy, Nienke, Jeroen en Marcel,

Mag ik jullie even aan elkaar voorstellen?
Cindy en Nienke, Jeroen Alessie is fysiotherapeut en docent bij Avans. Marcel en ik hebben Jeroen ontmoet tijdens onze 1e Educause in Anaheim in 2010, via Twitter 🙂 . We hadden een game-klik en een persoonlijke klik, daarom zien we elkaar nog 1 à 2 keer per jaar en praten we even bij. Dat zijn altijd bijzondere en inspirerende ontmoetingen. Jeroen was destijds net zoals Marcel en ik ICTO-adviseur. Jullie kennen Jeroen al van het iBook D.A.M. technieken dat ik (na zijn toestemming) met jullie mocht delen. Marcel Schmitz is mijn duoblogmaatje. Hij werkt als onderwijscoördinator bij de faculteit ICT en is begonnen met een promotietraject rondom Social Heath Games. Check out zijn 2BPHDJAMS. We werken ook samen in het Zuyd innovatieproject over MOOC’s.
Marcel en Jeroen, Cindy ten Haaf is mijn studiemaatje bij de Master Leren en Innoveren. Cindy en haar collega Nienke Smorenburg (die ik ook nog nooit live ontmoet heb 🙂 ) zijn collega’s en docenten bij de opleiding Oefentherapie Cesar van de Hogeschool Utrecht. Zij zijn 2 ondernemende innoverende docenten. Nieke en Cindy hebben zich aangemeld met een idee voor de HU Ureka Mega Challenge.

UrekaHU Ureka Mega Challenge is een initiatief vanuit het speerpunt Zorg en Technologie (van faculteit Gezondheidszorg HU en UMC Utrecht). Studenten en medewerkers worden uitgedaagd (a la Dragons Den en The Voice of Holland) innovatieve uitvindingen en ideeën ter verbetering van de zorg te presenteren en door te ontwikkelen. Hoe leuk is dat? Cindy en Nienke hebben een idee!

Cindy en Nieke willen een app maken van het door hen ontwikkelde Oefentherapeutisch Diagnostiek en Interventie Model (ODIM). Deze app bevordert de kwaliteit van het oefentherapeutisch handelen van professionals in het werkveld waardoor de effectiviteit van zorg toeneemt. Daarnaast ondersteunt de app patiënten in zelfmanagement en verantwoording nemen over eigen gezondheid. Met behulp van bv. vragen, interactie en spelletjes in de app wordt het veranderen van beweeggedrag in de eigen omgeving leuker, eenvoudiger en uitdagender gemaakt.

Zij zijn door de selectie gekomen en stellen in dit pitchfilmpje zelf hun idee aan jullie voor

Deze ODIM-app wordt natuurlijk ontwikkeld, want zij gaan winnen!
Stemmen kan door liken of tweeten via http://husite.nl/urekamc/portfolio/cindy-nienke/

Met deze app willen ze meer bieden dan de bekende fysiotherapie apps die zich vaak richten op oefeningen. Het wordt een dynamisch hulpmiddel in interactie tussen therapeut en patiënt gericht op zelfmanagement. Deze app stuurt op gedragsverandering, iets wat jij, Marcel gaat onderzoeken tijdens je promotietraject rondom Social Health Games.

Half februari wordt duidelijk welke 4 ideeën van de 8 over blijven voor de eindstrijd. Ik ga er van uit dat Cindy en Nienke daarbij zijn! Zij moeten dan vervolgens met ondersteuning van 2 dragons een goed business plan maken. Tijdens de finale op 24 april presenteren ze dan in 7 minuten hun idee waarna 1 winnaar wordt gekozen. Deze winnaar krijgt 20.000 euro om het idee binnen een half jaar operationeel te maken.

Voor het maken van een business plan krijgen ze 3000 euro te besteden. Hier kan vast wel een lekker dinertje van betaald worden om gezamenlijk te brainstormen over hun idee. Zouden jullie dat willen doen? Willen jullie hen helpen? Hebben jullie misschien nu al tips voor hen?

Like ze! En tweeten!

Cindy & Nienke: Game on!

Groet,
Judith

JAM-sessie digitalisering in het onderwijs

Goedemorgen Marcel,

Morgenochtend zijn wij uitgenodigd om aan te schuiven bij een teamleidersoverleg van de faculteiten Financieel en Commercieel Management om hen te informeren over de recente ontwikkelingen/stand van zaken m.b.t. digitalisering in het onderwijs. Lekker ruim geformuleerd 🙂 Bij navraag willen ze met ons van gedachten wisselen hoe ze ICT kunnen inzetten om studenten meer te stimuleren, maar willen ook handvatten aangereikt krijgen voor docenten zodat zij ICT meer gaan inzetten. Ze hebben al enkele games in het curriculum opgenomen, daar ben ik wel benieuwd naar. Ze willen webseminars oppakken, maar willen ook meer horen over ICT bij onderzoek. Het is nogal een lijstje, benieuwd of we dat in 3 kwartier redden 😉

Wat betreft gaming kan jij ze natuurlijk wel wat meer vertellen. Ik ben benieuwd wat hun vragen zijn over ICT bij onderzoek, collega Rienke schrijft momenteel aan een projectplan. Webseminars zijn mogelijk met onze weblecture- en videoconferenceset. Door het project ‘weblectures @ Zuyd’ is er nu veel aandacht voor video in het onderwijs. Wij ervaren dat ook bij MOOCZI, ons innovatieproject van de faculteit ICT.

Technologische ontwikkelingen gaan snel. Die hebben ook invloed op onderwijs. En hierdoor veranderen de opvattingen over leren, meer zelfgestuurd in een persoonlijke leeromgeving. We krijgen steeds meer de beschikking over krachtige leermiddelen zoals video, simulaties en gaming. Welke trends zien de deskundigen?
In het onlangs gepubliceerd trendrapport van Kennisnet worden technologieën geplaatst op de Gartner hype cycle waarop te zien is of een technologie heel nieuw en onbekend is of al volwassen is.

De preview van het Horizon report 2014 ziet online en samenwerkend leren en het gebruik van social media bij leren als key-trends. Ook in het trendrapport van Kennisnet zie je connectiviteit (dat je met social media kunt stimuleren) al richting adoption gaan, net zoals cloudcomputing en het gebruik van devices. Trends die SURF in 2012 ook benoemde en beschreven staan op de nieuwe site van het I-team ICT in Onderwijs en Onderzoek.

Naast het klassikale onderwijs wordt online leren (zeker ook voor deeltijdonderwijs) steeds belangrijker. Online onderwijs vergt andere vaardigheden van docenten. Professionaliseren van docenten is volgens mij de grootste uitdaging. Het docentenberaad heeft hierover onlangs een notitie opgesteld om dit onder de aandacht van het college te brengen.
Ik ken verschillende docenten van de faculteit FM/CM die volop experimenteren met ICT-tools. Belangrijk dat zij van hun teamleiders hiervoor genoeg ruimte krijgen. Maar het gaat niet alleen om tools. Het gaat om de onderwijskundige visie in onze veranderende netwerksamenleving. Wat doe je als instituut/faculteit/opleiding met vraagstukken als ‘open education’. Wat vind je van de trend ‘unbundling’ van hoger onderwijs? waarbij een curriculum niet meer integraal door 1 opleiding wordt geproduceerd en aangeboden, maar wordt samengesteld uit losse modules van verschillende aanbieders (Open CourseWare). Biedt je als instelling/opleiding/docent nog een samenhangend programma aan? of bepaalt dit de student zelf. Wat heeft dit voor gevolgen voor  examinering en diplomering?

MOOC’s zetten nu nadrukkelijk online leren weer op de kaart. Ook de brief van minister Bussemaker aan de Tweede Kamer onderschrijft dit.
En MOOC’s zijn een middel om studenten langduring aan je instelling te binden (alumnibeleid, Leven Lang Leren)

Genoeg om over van gedachten te wisselen! Als I-adviseur zal ik hen adviseren om na te denken over een informatiebeleidsplan (waar wil je als faculteit over 5 jaar staan en langs welke route wil je dat bereiken?) naast natuurlijk het stimuleren van docenten die willen experimenteren 🙂

Leuk om samen weer eens zo’n JAM-sessie te doen 🙂
Tot dinsdag!
Judith