Site-archief
Meet the Expert #nvboo : de toekomst van hoger onderwijs en bibliotheek
Vorige week maandag (23 april) was ik samen met 60 bibliothecarissen (opvallend veel vrouwelijk leeftijdsgenoten) aanwezig bij een Meet the Expert bijeenkomst van de afdeling Onderzoek en Onderwijs van de NVB . Het doel van deze dag was meer inzicht te krijgen in grote trends die invloed hebben op de toekomst van de hoger onderwijs bibliotheken. In het ochtend programma kregen we een presentatie van 2 experts:
Matthijs Leendertse van ELM concepts over de toekomst van leren en Paul Sikkema van onderzoeksbureau Qrius over het mediagedrag van jongeren.
’s Middags gingen we met de helft van de deelnemers gamen! Er was helaas geen plaats voor iedereen, dus collega Mirjana Jolic die er ’s ochtends wel was, kon niet mee spelen 😦
De presentatie van Matthijs Leendertse vond ik erg interessant. Matthijs Leendertse is co-auteur van het rapport The Future of Learning: Preparing for Change (Europese instituut JRC-IPTS (Joint Research Centre Institute for Prospective Technological Studies) – nov.2011). Het rapport beschrijft belangrijke veranderingen in toekomstig leren en presenteert een visie van hoe een ideale toekomst voor leren eruit zou moeten zien. De sleutelwoorden uit het onderzoek: personalisatie, samenwerking en informeel leren. Dit kwam uiteraard ook weer terug in zijn presentatie. Hij legde duidelijk uit wat dit in zijn visie betekent voor de rol van de hoger onderwijs bibliotheek.
Dat het leren van vroeger niet meer het leren van nu is, moge duidelijk zijn.
Wat betekent iBooks voor het onderwijs? Wordt Apple de bibliotheek van de toekomst? Wordt onderwijs in de toekomst alleen nog gratis via internet gegeven? Standford University heeft al veel cursussen online staan, het is een kwestie van tijd eer aan deze cursussen ook een accreditatie verleend wordt. En wat te denken van de OpenCourseWare van MIT. Of dichterbij huis Open Universiteit of Universiteit Delft. Maar ach, afstand speelt geen rol in de wereld dat internet heet.
Wat betekent als er steeds meer externe partijen de onderwijsmarkt gaan veroveren? Facebook gaat file-sharing aanbieden aan onderwijsinstellingen, dat doen ze niet voor niets.
Allemaal vragen waar het onderwijs, maar ook de bibliotheek geen antwoord op heeft.
Het onderzoeksrapport “The Future of Learning’ beschrijft dat:
- Kennis sneller veroudert
- Steeds meer specialistische kennis gevraagd wordt
- New skills for new jobs (we leiden studenten op voor banen die nog niet bestaan)
- Concurrentie om banen globaliseert, Aziatische landen investeren enorm in onderwijs
Ik vond het interessant om onderstaande PISA score te zien. Ik dacht altijd dat Finland bovenaan stond. Dat klopt wel als je de scores per land zou bekijken. Maar als je de steden Shanghai of Hong Kong apart scoort, dan ziet het lijstje er ineens heel anders uit. De middenklasse van China besteed 1/3 van inkomen aan onderwijs!
Het Future of Learning – onderzoek laat zien dat er een tekort is aan kennis en vaardigheden; bedrijven gaan zelf scholen. Praktijkervaring wordt belangrijker (misschien belangrijker dan diploma’s). Het onderwijs heeft grote moeite om bij te blijven. De foto ‘wat zit er in mijn schooltas?’ spreekt boekdelen. Echter als de student het schoolgebouw in komt, moeten alle apparaten uit 😦
Kom als bibliotheek in de tas van de student terecht! #nvboo
— Judith van Hooijdonk (@jujuutje) april 23, 2012
We moeten volgens Matthijs Leendertse de 21st Century Skills eigen maken. Hij noemde de term niet maar daar kwam het wel op neer. Het kunnen vinden, evalueren en gebruiken van informatie worden belangrijke competenties. Uiteraard moet iedereen een basale kennis hebben, zodat je in staat bent adequate vragen te kunnen stellen. Daarnaast is samenwerken belangrijk, het leren omgaan met andere culturen. Maar vooral ook creativiteit inbrengen in het Nederlandse onderwijs. Onze politici sturen vooral op taal en rekenen, dat doen ze in Singapore anders, zoals te lezen is in onderstaande visie van het Ministry of Education:
This vision describes a nation of thinking and committed citizens capable of meeting the challenges of the future, and an education system geared to the needs of the 21st century.
Thinking schools will be learning organisations in every sense, constantly challenging assumptions, and seeking better ways of doing things through participation, creativity and innovation. Thinking Schools will be the cradle of thinking students as well as thinking adults and this spirit of learning should accompany our students even after they leave school.
A Learning Nation envisions a national culture and social environment that promotes lifelong learning in our people. The capacity of Singaporeans to continually learn, both for professional development and for personal enrichment, will determine our collective tolerance for change.
In de toekomst zouden we onze manier van toetsing moeten aanpassen, door vooral te kijken naar de leercurve (daar komen de learning analytics). Je leert vooral van je fouten, dus meer inzetten van gaming principes (in games krijg je ook als je faalt punten waardoor je gestimuleerd wordt door te gaan).
- Personalisering (mensen zijn verschillend en hebben andere behoeftes; technologie maakt personlisatie op grote schaal mogelijk)
Maar geef ook persoonlijke feedback (Xbox) en verwelkom mensen met een persoonlijk ‘goede dag’. - Informalisering (leren wordt informeler; leren wanneer leervraag opkomt (mobiele telefoon gebruiken als je een leervraag hebt, ook al loop je in het bos ;)))
Maar leren geldt niet alleen voor studenten en werknemers (LLL), maar ook voor onderwijsinstellingen en werkgevers. Je kunt zoveel van elkaar leren als je open en transparant op stelt, dus ook: - Samenwerkend leren
Trouwens, Matthijs Leendertse heeft samen met Gerard Drummer voor SURFnet een rapport over Location Based Servises : een verkenning gepubliceerd. Dit rapport brengt trends op het gebied van location based services in kaart die nu, of in de nabije toekomst ingezet kunnen worden om het leren van studenten in het (hoger) onderwijs te verbeteren. Er lijkt voor het onderwijs wel winst te behalen in het gebruik van deze diensten. Ik ga het snel eens lezen 🙂
Tot slot legde Matthijs Leendertse de nadruk op het belang van spelen. Je kunt leren gewoon heel leuk maken. Dat hebben we in de middagsessie gedaan.
De tweede presentatie was van Paul Sikkema, deze staat nog niet online. Hij liet voornamelijk facts en figures zien naar aanleiding van het Jongerenonderzoek 2011 van Qrius (de publicatie ‘Kinderen en Jongeren : positieve kracht’ vond ik nog niet online) met enkele leuke uitspraken van jongeren tussendoor. Deze gegevens waren voor mij niet zo onbekend. Sikkema legde in zijn presentatie niet een echte link wat dit nu voor de dienstverlening van de bibliotheek in de toekomst betekende. Hij gaf wel aan dat het beeld in de media over jongeren als losgeslagen generatie niet terecht is. Door opkomst van smartphone en mobiele internet is veel veranderd, maar de normen en waarden blijven hetzelfde. De tools veranderen: tien jaar geleden waren jongeren volop aan het msnen via de computer, wat daarna vervangen werd door smsen en nu whatsappen en pingen. En in een gemiddeld huishouden zijn wat meer apparaten tegenwoordig 😉
Ons huishouden (als de 3 kinderen thuis zijn ;)) komt wel in de buurt van dit lijstje, alleen hebben wij maar 1 breedbeeldtelevisie!
Het was wel interessant om te horen dat jongeren tv kijken als een rustmoment ervaren. Het tv kijken vermindert pas boven de 20 jaar. Er is wel steeds meer uitgesteld-tv-kijken via uitzending gemist. En er wordt door jongen veel tv gekeken via internet, want waarom wachten tot de nieuwste aflevering van jouw Amerikaanse serie pas op de Nederlandse tv wordt uitgezonden?
Het is lastig te voorspellen hoe het social media gebruik van jongeren in de toekomst verloopt, dat is erg afhankelijk van de ‘mode’. Hyves is uit, Facebook wordt ook al weer verlaten en ingeruild voor Twitter. Ruim 75% van de jongeren gebruiken social media intensief. Maar zoals jij ook weet Marcel, kan je studenten niet op 1 platform bereiken. Jij zoekt je studenten ook op via de communicatiekanalen waar zij bereikt willen worden, dat zal voor de bibliotheek ook zo zijn. Steeds meer variatie en differentiatie. Wat ik wel opmerkelijk vond, is dat uit het onderzoek bleek dat jongeren bewust zijn van hun digitale identiteit, daar had ik nog een ander beeld van.
Jongeren vinden het gebruik van apps wel erg gemakkelijk. De bibliotheek zou in plaats van een prachtige websites bouwen, wellicht extra aandacht moeten schenken aan het bouwen van mobiele website of apps.
Inde middag was interactieve MindSessions bijeenkomst. In 5 teams gingen we al spelend met deze sociale iPad game de bibliotheekvisie en het dienstenaanbod formuleren voor student en docenten in het hoger onderwijs van 2017. Door middel van een persona (3 studenten en 2 docenten) speelde we het spel. We kregen kanskaarten (‘je krijgt 3 fte extra personeel, hoe zet je die in?’) en pechkaarten (‘studenten ontvangen geen studiefinaciering meer, hoe beïnvloedt dat je aanbod?’), we kregen ook kennisvragen waar je punten mee kon scoren. Er waren 3 speelrondes, na elke ronde moest ieder team zijn in het kort iets vertellen over zijn persona en visie. Daarna kon elk team punten toekennen aan de andere teams. Het team met de meeste punten had ‘gewonnen’. De meeste teams hadden ingezet op de ‘Personal I-coach’ 😉 maar de omslag ‘van collectie naar connectie’ blijkt toch een hele lastige voor bibliothecarissen.
Deze sessie werd ook door Matthijs Leendertse geleid en door Orly Polak, samen hebben zij deze onderwijsgame ontwikkeld. De moeite van het spelen waard!
.
Mijn eindconclusie en wat dit volgens mij betekent voor Zuyd Bibliotheek, komt in een volgend blogpost nog aan de orde. Voor mijn gevoel zijn we de laatste tijd wel erg bezig met scenario’s voor de toekomst te bedenken. Wordt het niet eens tijd om te handelen?
The future is right here, right now!
Over deze dag schrijft Matthijs Leendertse nog een artikel, dat over binnenkort in Informatie Professional zag verschijnen.
Het was een leuke dag, vooral natuurlijk ook om weer eens live bij te kletsen met mijn biebtweeps 🙂
Groetjes,
Judith
@afbeeldingen uit de presentatie van Matthijs Leendertse
Onze visie op onderwijs
Heb je de brochure met deze titel ook in je postvakje gevonden, Marcel? Na de carnavalsvakantie ontving iedere Zuydmedewerker een exemplaar. Dat Paul Reijns, onze beleidsadviseur de onderwijsvisie had geschreven, had ik al gelezen in een Editie Zuyd en in mijn blog Met ICT beter onderwijs? al naar verwezen. De visie is nog niet openbaar digitaal beschikbaar.
Kort geformuleerd is de Onderwijsvisie van Zuyd:
Zuyd leidt moderne professionals op; streeft naar een hoog rendement bij een nominale studieduur; heeft professionele docenten; biedt een functionele en uitdagende studieomgeving en bedt het onderwijs in de maatschappelijke omgeving in.
In de begeleidende brief van CvB-lid Kitty Kwakman staat dat het aan ons is deze hogeschoolbrede visie in te vullen (die gelden voor mijn dienst) en dat het ons de juiste focus biedt. Daarnaast vraagt Kitty of ik het met aandacht wil lezen en de er met collega’s over ga praten. Dat ik erover blog zal ook wel goed zijn 😉
Dus heb ik het boekje gelezen, met mijn ICTO- bril op natuurlijk 😉 De woorden ICT, mobile technologie en 21st century skills komen er niet in voor, maar er wordt wel naar gerefereerd. Enkele citaten die mij opvielen:
1. Opleiden tot moderne professionals
“Elke afgestudeerde heeft het vermogen om situaties te analyseren, kritisch naar feiten te kijken, te reflecteren en onderzoeksresultaten toe te passen in de beroepspraktijk.”
“Een belangrijke eigenschap van afgestudeerden is dat zij in staat zijn om te participeren in een veranderende maatschappij.”
Dit gaat natuurlijk over de 21st century skills. Zoals onze collega Jack in zijn essay (voor zijn master PLIC) Help! De stroom valt uit ook betoogt: de aandacht voor en het ontwikkelen van digital media literacy is de belangrijkste kritieke uitdaging voor de komende jaren genoemd. Vele rapporten spreken over ’key skill voor elke discipline en professie’. Door technologie verandert de maatschappij en dus ook de manier waarop wij werken en leren.
Docenten spelen mijn insziens een belangrijke rol op het gebied van informatievaardigheden. Zuyd Bibliotheek biedt hierin de nodige ondersteuning, maar het blijft constant een punt van aandacht.
3. Professionele docenten
“Docenten zijn zich daarbij bewust dat veel studenten ‘jongeren van deze tijd’ zijn en bijvoorbeeld in toenemende mate geneigd zijn tot ‘e-learning’ en gebruikmaken van sociale media.”
“Actief zijn en een digitale leer- en werkomgeving is onderdeel daarvan.”
Op Dutchboys werd gisteren gerefereerd aan een onderzoek over Social Media gebruik onder studenten van de digitale bibliotheek eBrary. De conclusie is dat het voor 41.3% van de studenten sociale netwerken een instrument is voor studie-onderzoek, maar vooral voor het delen van informatie en onderlinge contacten, niet voor de contacten met docenten. Steeds vaker hoor ik dat zowel studenten als docenten sceptisch staan tav contacten via sociale netwerken. Maar als men eenmaal die drempel is dan vindt men deze verbondenheid heel waardevol.
Om docenten een beetje wegwijs te maken in de web 2.0 wereld ben ik samen met enkele collega’s van Zuyd Bibliotheek de 21eDingen van SURF aan het bewerken voor Zuyd. Tijdens de Get Together, de onderwijsconferentie van Zuyd, wordt deze omgeving gepresenteerd.
4. Een functionele en uitdagende studieomgeving
“Daartoe dienen alle leeractiviteiten gedreven te worden door uitdaging. Dit bereiken we door onderwijsvormen die zonder uitzondering aanzetten tot leren en kritisch denken.”
“Daarbij geldt het principe van ‘embracing failure’: studenten mogen fouten maken. Fouten beschouwen wij als kansen in het leerproces.”
Fouten maken mag! Zonder fouten geen innovatie!
Dit filmpje laten we wel vaker in presentaties zien als we het hebben over digitale uitdaging in het onderwijs. Hierin laten basisschoolleerlingen zien hoe zij willen leren, onze toekomstige studenten.
5. Maatschappelijke inbedding van het onderwijs
“Kennisdeling, -ontwikkeling en toepassing staan centraal. Daarbij levert de samenwerking met de beroepspraktijk kennis op die onderdeel uitmaakt van de kenniscirculatie. Alle betrokken partijen leveren door co-creatie bijdragen die leiden tot een versterking van onderwijs en onderzoek, die ook ten goede komt aan de innovatie bij relaties van Zuyd.”
“Zuyd is onderweg van school naar kennisinstelling.”
Daar is tie weer mijn stokpaardje: kennis delen 🙂
Ons hele onderwijssysteem wordt vanuit overheidswege nog steeds erg gestuurd vanuit het industriële model (hetzelfde leren op dezelfde manier in hetzelfde tempo). Op het blog van Wilfred Rubens las ik over een pamplet Stop Stealing Dreams : what is school for? (free download) van Seth Godin (vooral bekend van sociale media, marketing en communicatie) waarin hij zijn visie over eigentijds onderwijs beschrijft. Wilfred somt de kenmerken op in zijn blog. De kenmerken als: open, toegankelijk, flexibel en leven lang leren, eigen verantwoordelijkheid en autonomie komen in andere woorden ook terug in de Zuydkenmerken:
Zo komen ook elementen als passie en talenten in zijn pamflet naar voren. Godin heeft goed geluisterd naar sir Ken Robinson. Nou vooruit, tot slot nog maar een keer het fantastisch filmje
Papier is geduldig 😉 het gaat er om hoe studenten en medewerkers van Zuyd hier invulling aangeven. Wij als team willen iedereen die daar behoefte aan heeft zeker van een ICTO-advies voorzien. Kom maar op met die adviesvragen!
Groet,
Judith
Meer academici op het HBO?
Ha Marcel,
Je was er de afgelopen dagen niet, maar via twitter hadden we toch nog contact. O.a. over het artkel in NRCnext van afgelopen vrijdag:
“De docent op het hbo moet van de universiteit komen : want hoe kun je nu voor de klas staan als je niet hoger geschoold bent dan je eigen leerlingen?” opiniestuk van Martin Slagter (niet zo’s actieve twitteraar)
Zowel Ankie als ik lazen het artikel ongeveer op hetzelfde tijdstip.
Quote uit het artikel:
“Hoe kun je nu met overtuiging en gezag lesgeven als je zelf niet hoger opgeleid bent dan degenen aan wie je lesgeeft? Elke hbo-docent zou universitair opgeleid moeten zijn, of op zijn minst een eerstegraads onderwijsbevoegdheid moeten bezitten. Dat is nu nauwelijks het geval.”
Voor Slagter is reden zonneklaar waarom er zo weinig universitair geschoolde docenten zijn op het HBO: de lage inschaling. Nu is het lange tijd voor docenten alleen mogelijk geweest om via managementfuncties in een hogere salarischaal terecht te komen.Gelukkig zit daar nu een kentering in en zit ook in docentenschalen carrièreperspectief.
Marcel, je weet dat voor mij hoogte van salarissen juist helemaal niet afhankelijk zouden moeten zijn van opleidingsniveau. Waarom zou een academicus zoveel meer moeten verdienen dan een arbeider. Waarom wordt ‘hersenarbeid’ financieel beter gewaardeerd dan ‘handenarbeid? Bullshit!
Kijk liever naar inzet van de werknemer!
Natuurlijk krijgt het ‘Nieuwe Leren’ ook de schuld. Maar dit is niet zo vreemd. Al 5 jaar strijdt Slagter tegen onderwijsvernieuwing. Lees hier en hier en hier. Maar het onderwijsconcept van zijn werkgever Hogeschool voor de Geesteswetenschappen Utrecht lijkt toch redelijk eigentijds. Voelt hij zich daar wel thuis?
Je hebt helemaal gelijk.
Inmiddels is het ook Zuydbeleid om een bepaald percentage aan academici in een docententeam te hebben. Academici die zo’n 20 jaar geleden zijn afgestudeerd, nooit hebben bijgeschoold, kunnen beter met “overtuiging en gezag” (iew) lesgeven dan een iemand uit de praktijk, die vol passie over zijn vak kan vertellen? Ik geloof er niets van. Ik weet het wel zeker. Mag ik dat wel zeggen? Ik heb alleen maar MAVO hoor (gevolgd door 2 jaar HAVO).
Inspiratie, daar draait het om. In september 2010 heb ik een intern Zuydblog geschreven over inspirerende docenten n.a.v. het gelijknamige boek
Edith Roefs heeft als lid van de kenniskring van het lectoraat Pedagogische Kwaliteit van het Onderwijs van de Christelijke Hogeschool Windesheim onderzoek gedaan naar de betekenis van inspirerende docenten. In 10 docent-verhalen werkt ze verschillende thema’s uit, zoals: studenten confronteren, hoge eisen stellen, openleerklimaat creëren en de aandacht voor theorie in competentiegericht onderwijs. Het boek geeft geen richtlijnen of stappenplannen voor inspirerend docentschap maar voorbeelden en inzichten waar men zich aan kan spiegelen.
Het onderzoek is gebaseerd op o.a. groepsinterviews met studenten. Studenten vinden inspirerende docenten een docent die ‘echt’ is: een mens met sterke en zwakke kanten, voorkeuren, visies en eigen ervaringen. Fouten maken mag en toegeven ook. Het genereert betrokkenheid en maakt de docent geloofwaardig.
Op de website ScienceGuide is een artikel over dit onderzoek te lezen.
Het moge duidelijk zijn: ik deel niet de zwart/wit mening van Martin Slagter.
Iedereen herinnert zich nog wel een docent van vroeger die voor hem/haar net het verschil maakte. Waarom heeft net die ene docent betekenis voor jou? Dan draait het echt niet om opleidingsniveau hoor, maar om bezieling en inspiratie. En echte interesse in de student. Niet om gezag en schaal 13! Daarmee wil ik niet beweren dat het salaris van docent HBO of leerkracht VO/PO niet op waarde geschat moet worden. Het hoeft geen vrijwilligerswerk te zijn.
En ik wil zeker niet beweren dat een academicus geen inspirerende docent kan zijn, want ik kan er zo al 2 noemen :).Maar het belangrijkste is om jezelf vragen te stellen, zoals Edith Roefs die heeft geformuleerd::
“Hoe heb ik mij ontwikkeld in mijn beroep van oorsprong, welke ervaringen zijn betekenisvol en hoe geldt dat voor mijn ontwikkeling als docent? En hoe kan ik dit (meer) tot uitdrukking laten komen in mijn gedrag en betekenis voor studenten?”
Het is altijd goed om jezelf zo nu en dan een spiegel voor te houden, dat geldt ook voor mij als niet-docent.
groet,
Judith












