Das war TOL

Tsja Marcel, het is niet anders. Met pijn in ons hart hebben wij afscheid genomen van het lectoraat Technologie-Ondersteund Leren. Per 1 februari is het lectoraat opgeheven. Dat betekent niet dat het thema technologie-ondersteund leren verdwijnt. Gelukkig niet. Het is nog even afwachten hoe dat vorm gaat krijgen.

Zoals ik in november blogde heb ik veel tijd gestopt in de website van het lectoraat. Die verdwijnt per 1 april. Daarom toch maar even een paar screenshots gemaakt …..

Nog even wat cijfers …. De website is tussen 1 september en 31 januari 2.267 keer bezocht. Dit is gemiddeld 14 keer per dag. 18% van het bezoek kwam van een computer uit het Zuyd netwerk. Niet spectaculair, maar toch aardig gezien het feit dat we nog nauwelijks bekendheid aan deze website hebben gegeven.

De informatie van deze site gaat natuurlijk niet verloren. Jouw berichten over je promotie-onderzoek zijn ondergebracht op onze 2beJAMmed. De blogberichten én DC4E staan nu op vernieuwde website

onderwijsontwikkeling.zuyd.nl

Op deze website staat ook de informatie van community.community.zuyd.nl, de blogomgeving van initiatiefgroep Community van Communities waar ik ook aan deel heb genomen. Deze website gaat binnenkort offline.

Groet,
Judith

Informatievaardigheden integraal in curriculum

Hallo Marcel,

Zoals je wellicht weet streeft Zuyd Bibliotheek er naar dat informatievaardigheden vanaf september 2018 een integraal  onderdeel vormt van de curricula. Hiervoor wordt momenteel veel voorbereidend werk verricht zoals het ontwikkelen van videomateriaal en LibGuides. Dit materiaal is geschikt voor zelfstudie maar kan ook door docenten worden ingezet tijdens de lessen.

Uiteraard gaan de collega’s ook in gesprek met opleidingen over de aanpak van deze integratie. Wellicht kan de bijdrage van Carola van Dijk over curriculum + informatievaardigheid die ik een paar weken geleden op LinkedIn heb gedeeld hierbij behulpzaam zijn.

IDEA (Interview, Design, Embed, Assess)

Carola beschrijft op basis van een artikel van Kimberly Mullins het IDEA Model. Dit model is gebaseerd op best practices en ondersteunt het ACRL Framework for Information Literacy for Higher Education. In dit framework wordt informatievaardigheden ook gezien als iets dat niet alleen ‘iets van de bibliotheek is’, maar dat het alle aspecten van het onderzoeksproces omvat.

De 4 stappen om curricula te ontwerpen waar informatievaardigheid in is verwerkt (met dank aan Carola voor de vertaling 🙂 heb zelf het artikel alleen maar gescand. )

  1. Interview: je voert als informatiespecialist gesprekken met docenten, je verzamelt data over het studentenprofiel van de opleiding, je leert de vakken van de opleiding kennen en je neemt modulehandleidingen door. Daarnaast kijk je naar de literatuur die docenten voorschrijven.
  2. Design & Gap-analyse: je bepaalt per leerjaar welke leerdoelen er op het gebied van informatievaardigheid zijn vastgesteld, je brengt in kaart welke andere – vaak vakinhoudelijke – leerdoelen er zijn én hoe informatievaardigheid wordt getoetst/beoordeeld. Op basis van deze informatie stel je als informatiespecialist samen met docenten, na een Gap-analyse, nieuwe leerdoelen op het gebied van informatievaardigheid vast.
  3. Embed: je combineert vakinhoudelijke leerdoelen met informatievaardigheid en je realiseert hierdoor embedded informatievaardigheid die de bestaande opbouw van het curriculum niet verstoort, maar versterkt.
  4. Assess: docenten trainen, behaalde resultaten beoordelen en het curriculum indien nodig bijstellen.

Bron: Mullins, K. (2016). IDEA Model from theory to practice: Integrating information literacy in academic courses. The Journal of Academic Librarianship, 42(1), 55-64. http://dx.doi.org/10.1016/j.acalib.2015.10.008

Bruikbaar, voor de hand liggende stappen die onze informatieprofessionals kunnen gebruiken. Ook in het kader van het programma Succesvol Studeren lijkt mij zo. Dit programma van Zuyd streeft er naar dat alle bacheloropleidingen in 2020 beschikken over een duurzaam studeerbaar curriculum. Dat de bibliotheek hierbij ook een rol kan spelen, lijkt mij evident. Bekijk anders het rapport van ACRL (Association of College and Research Libraries) maar eens: Academic Library Impact on Student Learning and Success. Anneke Dirkx beschrijft op haar blog een aantal onderwerpen waarmee de bibliotheek volgens de auteurs van het rapport haar bijdrage aan studiesucces kan aantonen of vergroten. Ik neem er een paar uit over

  1. Communiceer over de bijdrage van de bibliotheek
  2. Vergroot de rol van de bibliotheek in het onderwijs en in het leerproces. Integreer bronnen in de leeromgeving en in worksflows, regel workshops en onderwijs, en meet de resultaten hiervan.
  3. Werk samen met anderen in het onderwijsveld. Niet alleen in je eigen instelling, maar ook daarbuiten, zoals met musea, openbare bibliotheken, archieven. Onderzoek wat zij doen, maak er gebruik van.

Ik laat het verder aan mijn collega’s van Zuyd Bibliotheek om deze bronnen verder te analyseren en dat eruit te halen wat bruikbaar is voor hun eigen praktijk. Dat geldt ook voor het onlangs verschenen artikel in de Educause Review The Link to Content in 21st-Century Libraries die met prachtige voorbeelden van Amerikaanse universiteitsbibliotheken laat zien hoe je ook digitale content kan verbinden met de fysieke bibliotheek. Nee, je kunt de fysieke Zuyd Bibliotheek niet vergelijken met deze grote bibliotheken, maar het kan wellicht wel als inspiratiebron dienen voor de spannende uitdagingen waar onze bibliotheek voor staat.

Groet,
Judith

Gezien #ExLibris: The New York Public Library

Hallo Marcel,

Maandagavond heb ik in het Filmhuis van De Domijnen Sittard gratis de documentaire Ex Libris: The New York Public Library gezien. Deze documentaire is in november vertoond op het IDFA (International Documentary Film Festival Amsterdam). Op Inside IDFA is nog een interview door Conny Palmen met de 87 jarige maker Frederick Wiseman te bekijken.

De vertoning maandagavond was mogelijk gemaakt door de Vereniging van Openbare Bibliotheken en ProBiblio.

Omdat ik 7 jaar geleden New York bezocht heb en ook de prachtige bibliotheek aan Fifth Avenue wilde ik deze documentaire graag zien. Samen met Liesbeth Mantel en zo’n 30 bibliotheekliefhebbers heb ik de zit van 3 uur en 17 minuten uitgezeten.

Ja, ik vond het wel een zit. Ondanks dat er aangekondigd was dat de documentaire zonder pauze zou worden getoond was er gelukkig halverwege even een break en kregen we een gratis consumptie van De Domijnen 🙂

Van te voren had ik gelezen dat de documentairemaker Frederick Wiseman niet interviewt, geen muziek gebruikt, geen commentaar geeft maar alleen registreert wat er gebeurt. Soms gebeurde er veel en soms helemaal niets. Voor mij had de documentaire ook een uur korter gemogen. Ik miste de duiding van de mensen die aan het woord waren.

Wat ik wel prachtig vond was om al die verschillende NewYorkers te zien, wat een diversiteit zowel van bezoekers als personeel. Maar ook de beelden van de straat. De hectiek van buiten die door de dikke muren van het bibliotheekgebouw tot binnen te horen is. Naast de prachtige centrale bibliotheek heeft de New York Public Library ook vele filialen zoals in Chinatown, The Bronx, Harlem, bibliotheek voor blinden en slechtzienden. Je kreeg een goede indruk van de vele activiteiten die door de bibliotheek wordt geïnitieerd. Van computercursussen in Chinatown, als voorleessessies, boekbesprekingen, banenmarkt, lezingen, discussiebijeenkomsten, muziekvoorstellingen. De bibliotheek biedt een podium voor velen.

Regelmatig was de camera ook aanwezig bij bespreking van directeur Anthony Marx en zijn team. Dilemma’s als private financiering tov publieke financiering, de verhouding van fysieke collectie tov e-books irt lange wachttijden, de daklozen in de bibliotheek. Ook Francine Houben van bibliotheek TU Delft zagen we even aan het woord.

Zie ook artikel in Bibliotheekblad over deze documentaire.

Wat Zuyd Bibliotheek van deze film kan leren? Daarover sprak in de pauze even met Jack Pleumeekers, teamleider Zuyd Bibliotheek en Guido Wolfs, directeur Dienst O&O die ook aanwezig waren. De kracht van deze film is voor mij dat de mens centraal staat. Dus dienstverlening aanpassen op je doelgroep. Dat is per locatie van Zuyd Bibliotheek verschillend. Doelgroep in Sittard is anders dan in Maastricht of Heerlen. Dat biedt wel vele mogelijkheden (en uitdagingen). Voor Ligne Bibliotheek zou ik, zoals ik al eerder schreef in een blog, samen met De Domijnen een paar aansprekende events organiseren. En die hoeven echt niet groots te zijn. Maar wel DELEN! en vooral DOEN! Jouw studenten van de Faculteit ICT hebben al workshops LegoMindStorms verzorgd zoals jij trots meldde in je laatste blog. Een mooie start.

Groet,
Judith

8 februari 2018

Voor de film heb ik ook Jeanine Deckers de hand geschut. Ik kende haar alleen onder haar twitternaam @tenaanval 🙂 Ook zij heeft een blog geschreven over Ex Libris. Zij vond de film prachtig. Het klopt wat zij schreef: “Probeer vooral niet alle gesprekken te volgen want ruim 3 uur bij de les blijven en die soms hoog-intellectuele gesprekken in het Engels volgen is niet te doen. Maar laat je meevoeren met de beelden en kijk naar al die bijzondere mensen die in beeld komen. En ga je vooral niet ergeren aan het feit dat niemand benoemd wordt, dus dat je geen idee hebt wie daar allemaal aan het woord zijn”. Dat heb ik ook gedaan, alhoewel ik het laatste half uur wel erg veel moeite had om mijn ogen open te houden. Maar ik was dan ook errug moe 🙂

And the nominee is: Bibliotheek Ligne

Ha Judith,

In de ‘amerikaanse weken’ van awards (emmys, grammys, Oscars, …) hebben “we” ook een genomineerde: namelijk de Bibliotheek Ligne in Sittard. Een samenwerking tussen Zuyd en de Domijnen.

En wat ben ik stiekem trots dat in hun aanbevelingsfilmpje een stukje te vinden is (vanaf 2:26) waar Mathieu en Andy, onze studenten, zich voor hebben ingezet. Goed he!

Mijn stem krijgen ze wel en ik denk de jouwe ook. Toch?

Nu de night at the library challenge nog… Of codeDojo…

Groet Marcel

Werken vanuit de bedoeling

Hi Marcel,

In het kader van het professionaliseringstraject voor medewerkers van Dienst O&O is onlangs op initiatief van Marcel van der Klink (lector Professionalisering van het Onderwijs) en Kathleen Schlusmans (OU) een studie-/leesgroepje samengesteld waarin ik samen met 4 collega’s aan deelneem. Regelmatig zullen wij een boek of artikel bespreken, het vanuit verschillende perspectieven benaderen en antwoorden proberen te vinden op vragen als

  • Wat leren we ervan?
  • Wat moet ik nu doen?
  • Wat moeten mijn collega’s ervan weten?
  • Wat moet leidinggevenden en bestuur ervan weten?

Het eerste boek dat we 30 januari gaan bespreken is  boek Andersom organiseren: doen wat nodig is, geschreven door 2 CvB-leden van ROC A12, Toine Schinkel en Liesbeth Schöningh. Dit boek heb ik al eens gelezen en in 2016 over geblogd. We hebben er zelfs een bloggesprek over gevoerd. Jij reageerde en ik daar weer op 🙂

Ik heb het boek nu, twee jaar later, herlezen. Heb ik mijn mening over het boek, met de kennis van nu, herzien?

Waar gaat het boek ook al weer over?

Het boek is gebaseerd op het gedachtegoed van Verdraaide Organisaties van Wouter Hart. In zijn model worden drie cirkels onderscheiden:

  1. de systeemwereld, de wereld van regels, protocollen en prestatieindicatoren
  2. de leefwereld, de waardecreatie tussen professional en de klant in het hier en nu
  3. de bedoeling, daar waar het uiteindelijk om te doen is.

Systemen en procedures worden bedacht om ervoor te zorgen dat in de leefwereld de goede dingen worden gedaan. In de praktijk blijkt dit nog wel eens (lees: vaak) zijn doel voorbij te schieten. De systemen zijn leidend geworden en de organisatie is dan ‘verdraaid’. Dan is het goed terug te gaan naar de bedoeling. Waarom doen we dit ook alweer? Wouter Hart bepleit om de denkrichting te verdraaien. Niet denken vanuit systemen en procedures maar vanuit de bedoeling. Dat wil niet zeggen dat de zeggen dat de systeemwereld niet belangrijk is. Zeker wel, maar niet dominant sturend maar ondersteunend. De sturing ligt bij de mensen.

De twee collegeleden in het boek Andersom organiseren beschrijven de situatie in 2015. Tijdens het 2,5 jaar durend transitieproces werden drie ingrijpende bewegingen in gang gezet: een structuurverandering, een reorganisatie (een hele managementlaag er tussenuit) en een cultuurverandering. De koerswijzing werd ingezet naar een lerende cultuur / lerende organisatie waarbij

  • het primaire proces centraal staat
  • aansluit op de belevingswereld van de student
  • differentiatie uitgangspunt is
  • gewerkt wordt aan een veilig leerklimaat voor student én docent
  • studenten en docenten trots zijn op hun opleidingen.

Zie verder mijn eerder blog over het boek.

Maar wat kan ik hier aan doen? In onze bloggesprek zo’n 2 jaar geleden over dit boek vroegen we ons af of Anderom Organiseren alleen de verantwoordelijkheid is van het CvB. De auteurs van het boek benadrukken de belangrijke rol die het management hierbij speelt. Ik schreef toen dat ik dacht dat dit waar is. Denk ik  dat nog steeds?

De illusie van beheersbaarheid

Mijn manier van leren is dat ik om het boek heen op zoek ga naar informatie. Toevallig had Jeroen Bottema begin januari een blog geschreven over verdraaide organisaties. Via dit blog kwam ik op de website van De Veranderbrigade die werken volgens de principes van Wouter Hart. Op deze website vond ik onderstaand filmpje.

Ik herken onze organisatie hier wel in. Het hoger onderwijs gaat aan marktwerking ten onder. Marktwerking betekent productiedwang en dat betekent bureaucratische controle. Studenten worden als consumenten benaderd, die vervolgens waar voor hun geld willen en shopgedrag vertonen. Als we dit anders willen, zal iedereen: professionals en aankomende professionals verantwoordelijkheid moeten nemen. Een veelheid aan regels en kaders helpen hierbij niet. Volgens Hart is bureaucratische controle angst tegen professionele zelfsturing. Professionals laten verantwoordelijkheden los en leunen achterover …

Ook dat herken ik wel …

Omdraaiing vergt een totaal andere mindset van de professionals.

Loslaten of anders vasthouden?

In mijn zoektocht naar andere bronnen, kwam ik ook een nieuw boek van Wouter Hart tegen: Anders Vasthouden. Bij presentaties van zijn boek Verdraaide Organisaties merkte Hart dat wie je ook spreekt de professional, de ondersteuner of de bestuurder, iedereen wijst naar elkaar. Iedereen geeft, vanuit zijn eigen perspectief, aan zelf wel vanuit de bedoeling te kijken, maar door de laag daarboven te worden aangesproken op de systeemwereld. Het blijkt dus dat iedereen naar de laag boven hem/haar kijkt en dat verantwoordelijkheden naar beneden afgeschoven worden. Ik herken dat wel. Dus wat kan ik er zelf aan doen? Vanuit mijn cirkel van invloed? Door los te laten (wat ik toch wel regelmatig tegen mezelf zeg 😉 ) of door anders vast te houden?

Ik heb de inleiding en enkele bijlages van dit nieuwe boek gelezen.

De systeemwereld wordt ervaren als te veel sturend en te veel gericht op standaardisatie. De leidinggevende stuurt op de systeemwereld en maakt het de professional die wel vanuit de bedoeling wilt werken lastig. We houden elkaar gevangen in een web van wantrouwen bestaande uit veelheid aan regels en controle mechanismes (en als er dan eens iets misgaat dan duikt de pers er op en moet er een verantwoordelijke aan de schandpaal). Op alle organisatieniveaus hoor ik dat er ruimte genoeg is, maar die niet gepakt wordt. Ik hoorde het een bestuurslid NVAO zeggen over de hoger onderwijsinstellingen, ik hoorde het een onderwijsbestuurder zeggen over docenten. Hoe komt het dat we deze professionele ruimte dan toch niet zo ervaren?

Ontbraving, zegt Wouter Hart. Jezelf niet zien tov het systeem (en dus om kaders vragen, advies vragen aan leidinggevende) maar tov de bedoeling (samen met teamleden, collega’s oplossingen bedenken) dan maak je de leefwereld krachtiger. Niet het braafste meisje van de klas willen zijn, dus 🙂

Wat vraagt het werken vanuit de bedoeling voor mij als professional, werkend in een ondersteunende dienst?

Vragen blijven stellen

  • Wat was ook al weer de bedoeling?
  • Doen we dit omdat het hoort, of helpt het ons ook echt?

Dat betekent naast de ander staan. Als ondersteuner niet de problemen over willen nemen. Er wordt vaak gesproken over ontzorgen van de docent. Deze collega heeft al zoveel op zijn bordje. Klopt. Maar hierin schuilt volgens mij een risico. Ondersteunende diensten horen er alleen te zijn voor specialistische kennis. Niet voor algemene. Ontzorgen zonder te onteigenen, dus.

  • Zit er rek in de ruimte die er te vinden is?

Staan voor waar het mij om gaat

Eigenlijk zou ik er naar moeten streven dat het cluster onderwijskundig advies en ondersteuning niet meer nodig hoeft te zijn. Dat elke zelfsturend team van professionals (docenten) weet hoe zij co-creërend blended leerarrangementen kan ontwerpen. Dat zij op de hoogte zijn van wet-en regelgeving op het gebied van auteursrechten (in het kader van open onderwijs) en privacywetgeving (in het kader van online onderwijs). Dat ieder team zich op de hoogte houdt van nieuwe ontwikkelingen, experimenteert en ervaringen deelt binnen en buiten zijn team (knowmadisch werken in een vuca-world).

Voor mij betekent dit dat ik collega’s en een leidinggevende nodig heb die naast me staan en met mij werken aan oplossingen. En staan voor de bedoeling. Daar zullen we samen nog wel het gesprek moeten voeren. Te beginnen met het gesprek vandaag met mijn collega’s in ons studieclubje. Ik ben benieuwd tot welke inzichten zij gekomen zij na het lezen van het boek Andersom Organiseren.

Groet,
Judith

 

Meer informatie?