Categorie archief: MLI
Judith’s blogs over haar studie Master Leren en Innoveren bij Fontys Eindhoven. Zie ook JOULE4JOU
Waarderend onderzoeken #mli
Het blijft worstelen met mij en mijn onderzoek, Marcel. Ga ik voor de beoordelingscriteria of volg ik mijn eigenwijze pad? Tsja en dan krijg ik zo’n geweldige leestip van mijn studiemaatje Cindy.
In de Canon van het Leren staat een bijdrage van Saskia Tjepkema en Luc Verheijen over Appreciative Inquiry waar David Cooperrider de grondlegger is [via blog Kessels & Smit].
Appreciative Inquiry (afgekort als AI): het is een manier van leren en veranderen door dialoog en onderzoek, die zich kenmerkt door een focus op sterktes en kracht, oftewel: ‘what gives life to a system’.
Het uitgangspunt voor AI bij leren of veranderen is niet het wegwerken van tekorten of het oplossen van problemen maar leren en veranderen op basis van successen, groeien door datgene te versterken wat werkt. En gericht op een toekomst die je samen graag zou willen zien. (Weet je nog? ik zie kansen geen problemen 😉 ).
Er zijn een vijftal onderliggende principes:
- Het constructionistische principe: hoe we praten, bepaalt wat we doen
Het social-constructivisme is de basistheorie. Alle kennis komt door waarneming. We leren door menselijke interactie. - Het poëtische principe: organisaties als een verhaal-in-wording
Door te reflecteren over positieve ervaringen, ontdekken mensen wat werkt en waarom. - Het simultaniteitsprincipe: onderzoek is een interventie
Onderzoek en veranderen vallen samen. - Het anticipatoristische principe: de verbeelde toekomst is de motor voor verandering
Visualiseren waar je naar toe wilt (sportpsychologen kennen dit principe al jaren … Mark Lammers ook ;)). - Het positieve principe: praten over wat er is, stimuleert een generatieve dialoog
Benadrukken wat werkt, zet mensen vanzelf in actie.
Voor dit type onderzoek is een positieve focus essentieel. Dat zou voor mijn onderzoek beteken het probleem omkeren naar een positief doel. Dan moet ik mijn probleemstelling toetsen aan de volgende criteria:
- is het onderwerp geformuleerd in bevestigende zin?
- drukt het een verlangen uit?
- werkt het verbindend, als een roeping voor betrokken partijen?
- werkt het oprechte nieuwsgierigheid en enthousiasme op?
- geeft het een antwoord op de vraag: waar zijn we aan het eind van de rit eigenlijk op uit?
Euh ….

Bron: Tjepkema, S. & Verheijen, L. (2012). Appreciative Inquiry. In M. Ruijters & R.-J. Simons (Eds.), Canon van het leren: 50 concepten en hun grondleggers (pp. 77–89). Deventer.
Cooperrider ontwikkelde een proces van 4 fasen: de vier D’s: Discover-Dream-Design-Destiny. In het Nederlands vertaald in 4V’s: Verwonderen-Verbeelden-Vormgeven-Verwezelijken.
Ik heb AI nu ontdekt, ik droom erover, maar of ik dit onderzoeksdesign in mijn onderzoek kan verankeren en verwezenlijken, dat weet ik nog niet. Misschien in de focusgroepgesprekken? Weer stof tot nadenken. Op de website www.lerendoorwaarderen.nl zijn nog instrumenten en werkvormen te vinden die ik wellicht hiervoor kan gebruiken.
Judith
Citaat uit onderstaande TEDtalk
By focusing on when people are at their best we unlock their energy, confidence and commitment to be at their best
Nablog 2 oktober 2014:
Geen licht zonder schaduw …. in de bijdrage van Luc Verheijen op het blog van Kessels & Smit schrijft hij dat waarderend onderzoek niet alleen maar over delen van succeservaringen moet gaan maar dat ook de negatieve emoties een plaats moeten krijgen in een veranderproces.
Helden
Ha M.
Zondagavond zat ik op de bank zoals ik vaak op de bank zit: de iPad op schoot met een half oog kijkend naar de film (die ik al gezien had). Ik scrolde door mijn online krantje (Feedly) waarin zich de afgelopen week al weer 500+ blogberichten hadden verzameld. Ik scan. Ik plaats enkele op een van mijn Scoop.it’s. Ik stuur er door via de mail om mede projectleden te attenderen. Ik lees weer mooie bijdragen van Wilfred Rubens, waar ik nog eens over na wil denken, misschien nog voor een ander blogpost. Die bewaar ik in mijn Pocket.
En ik lees een mooi verhaal van Ilse Meelberghs over haar bijdrage aan het boek ‘Onderwijshelden‘. Je weet wel dat boek waar de afgelopen week zoveel over te doen was. Een kritische blogbijdrage die onderzocht had dat driekwart van de onderwijshelden uit het boek geen leraar is. Waardoor onderwijsadviseurs, trainers, en coaches pijnlijk geraakt waren. Ja het gaat snel met de op- en ondergang van onderwijshelden in het sociale medialandschap. In iedergeval de bijdrage van Ilse, de lerende docent (!) zette me wel tot nadenken. Zo ook de tekst van mijn over win & groei kalender van de afgelopen week.
Vanuit mijn levensvisie open en transparant zijn, leef en werk ik. Het onderhouden van relaties zijn voor mij belangrijk, zowel in privé als werk. Sociale media zijn daarom voor mij een prachtig mooi kadootje. Ik kan nog meer communiceren en kennisdelen 🙂 . Ik geloof net als Ilse in de kracht van dialoog. Alleen ik ben een juffertje ongeduld. Ilse en jij hebben natuurlijk gelijk als jullie me weer moeten zeggen: onderwijsvernieuwing gaat in (hele!) kleine stapjes. Mijn enthousiasme en inspiratie worden gewaardeerd, maar ik zie soms zo weinig resultaat. Of kijk ik niet goed genoeg?
Ik heb de laatste tijd veel nagedacht over mijn rol als I-adviseur. Ja, ik vind het een belangrijke rol. Ja, ik vind het een super leuke baan. Ik attendeer, deel kennis en verbind er wat op los. Niets leuker dan dat. Maar heeft het zin als er vanuit management daar zo weinig aandacht en waardering voor is. Soms voel ik me meer een advizeur. Een dolgedraaide repeteerwekker. En als ik dan collega’s die met onderwijsvernieuwing bezig zijn, hoor zeggen: ja je hebt gelijk, maar ik moet de targets halen, snap ik het ook nog. Ik zie collega’s onderuit gaan voor het onderwijs. Wat moet ik dan met mijn aandacht voor onderwijsvernieuwing?
Volgende week ga ik tijdens mijn masterstudie beginnen aan het 3e leerarrangement ‘Initiëren en begeleiden van onderwijsvernieuwing’. Uit de studiegids:
Op het vlak van vaardigheden, leer je meta-analytische gesprekstechnieken te gebruiken om een meer effectief gespreksvoering te kunnen bewerkstelligen. Aspecten als het omgaan met weerstand bij collegae, het hebben van begrip en creëren van empathie voor collegae, het doorbreken van (politieke) coalities en het strategisch voeren van gesprekken staan centraal bij het aanleren van deze gespreksvaardigheden.
Gisteravond op de bank las ik dat mede-studenten van een andere MLI al aan het worstelen zijn met dit leerarragement.
Benieuwd of ik binnen dit LA mijn eigen leerpad kan kiezen of weer met mijn weerstand te maken krijg tav de formele beoordelingscriteria. Doordat mijn informeel leren (blogs schrijven en lezen) zoveel tijd in beslag neemt en ik dit meer prioriteit geef, omdat ik het zoveel leuker vind, kom ik ook steeds in de knoei met mijn formeel leertraject.
Dit blog moest toch even. Kan ik toch weer gebruiken voor mijn integratiefase :). Bewijsmateriaal in overvloed inmiddels. Leren doe ik wel. In iedergeval door te reflecteren 🙂 En van feedback leer ik ook. Dus kom maar weer op 😉
Judith
Instrumentenmakerij #mli
Ha Marcel,
Als je met onderzoek begint krijg je met andere termen te maken. Termen die voor mij vreemd waren dan wel andere associaties opriepen.
Bijvoorbeeld het woord ‘concept’.
Ik kende het woord in relatie tot notulen en rapporten: een voorlopige versie van een stuk tekst waar nog aan gesleuteld moet worden voordat de tekst definitief is. Ik sla ook regelmatig een blogbericht op als concept 🙂
Ik ken de term natuurlijk als idee voor een nieuw productontwerp, een maatschappelijk vraagstuk of een marketingcampagne bij de battle of concepts waar wij binnen Zuyd ook nog even bij betrokken zijn.
Maar dat bedoelden mijn docenten toch niet…
Volgens Wikipedia is de filosofische verklaring
concept (van het Latijn concipere – conceptum: bijeen nemen, vatten, begrijpen), ook een begrip, is een cognitieve eenheid, namelijk de mentale voorstelling van een of meer ideeën die worden samengevat in een hogere klasse van gelijkaardige of verwante verschijnselen of abstracte relaties. Een concept wordt gekenmerkt door een definitie waarin de eigenschappen ervan worden beschreven en waarmee het van andere begrippen wordt onderscheiden. Deze definitie kan expliciet of impliciet zijn. Sommige begrippen worden niet verder gedefinieerd omdat de inhoud ervan voor iedereen duidelijk en ontegensprekelijk is. Andere begrippen moeten vaak ter wille van het goed verstaan (en voor een goed begrip) duidelijk worden gedefinieerd.
In mijn feedback op mijn concept 😉 – onderzoeksverslag zei mijn begeleider regelmatig dat ik niet te veel ‘concepten’ moest opvoeren in mijn inleiding. Elke keer was ik in de war, hoezo?, moet ik elk begrip dat ik opschrijf toelichten? Ik hoop dat ik nu de concepten uit mijn onderzoeksvraag ‘strak’ genoeg omschreven heb. Moeilijk hoor je onderzoek ‘klein’ houden.
Onderzoekers gebruiken een andere taal, die ik als beginnend onderzoeker moet leren. Zeker al die statistische begrippen: “de n moet minimaal 30 zijn”, ik begrijp inmiddels dat dat betekent dat minstens 30 van mijn onderzoeksgroep van 40 mijn vragenlijst zouden moeten invullen. Er wordt gesproken over de Cronbach Alfa. Uh? Voor jou waarschijnlijk bekende termen. Na googlen weet ik dat dit de maat is voor de consistentie van antwoorden, een indicatie of de vragen hetzelfde concept (!) meten. Belangrijk natuurlijk, maar nog geen idee hoe ik dat moet berekenen.
Wat dacht je van het woord ‘instrument’. Ik hoorde van jou dat jij ook door deze term in de war was gebracht. Ik moet mijn ‘instrumenten’ maandag op orde hebben. Dat betekent dat ik nu flink moet werken aan de digitale vragenlijst en moet sleutelen aan mijn interviewvragen voor de focusgroep. Leuk werk! Ik hoop dat het uiteindelijk een mooi muziekstuk wordt 😉
De afgelopen dagen zit dit vastenavendliedje uit t Krabbegat in m’n kop. Het past wel bij hoe het er nu voor staat 🙂
In alles zit meziek in…,
Wa d’ek ‘r toch weer zin in…,
M’n erreme en m’n bééne slaan de maat
Ik dirregeer m’n eige n’uit de naad
En flut ’s op ’n flutje van ’n cent
Ik oor allang da g’ok da deuntje kent
Nou krij’k ’t op m’n eupe, ‘k staan nie stil
Mette meziek gaan dweile, da’s wa’k wil
Nou Sjeng aon de geng, zeggen we dan op z’n Limburgs 😉
Groet, Judith

cc-by-nc-sa Niels Linneberg
Mixed up #MLI
Ha Marcel,
De afgelopen 4 dagen heb ik weer uren achter mijn laptop gezeten om mijn onderzoeksvoorstel voor de Master Leren en Innoveren te herschrijven. Vlak voor de vakantie (fijn tijdstip) kreeg ik een onvoldoende voor mijn eerste voorstel, terecht. Ik had het ook wel verwacht omdat ik het onderzoek in de week voorafgaande aan de deadline op zijn kop gezet had. Toch is het niet leuk om te horen dat je niet voldaan hebt aan de beoordelingscriteria. Ik vind het sowieso niet leuk om langs een meetlat gelegd te worden 😦 . En het doet wat met je. In iedergeval met mij. Met je motivatie, je zelfvertrouwen en je eigenwaarde. Ik merk het ook bij mijn medestudenten (wellicht een leuke onderzoeksthema voor de MLI-onderzoekers 😉 ).
Ik weet dat het beoordelen van onderzoeken een item is dat veel aandacht heeft in het MLI-docententeam. Ook deze onderzoekers zijn het niet allemaal eens met elkaars beoordelingen. Het heeft toch ook te maken met welke onderzoeksbenadering je aanhangt. De laatste maanden heb ik veel met onderzoekers gesproken en je merkt dat er onderlinge verschillen zijn in de manier waarop ze het onderzoek benaderen, dit heeft natuurlijk ook weer invloed op de manier waarop ze mij van feedback voorzien. En ik, als beginnend onderzoeker, moet in die wirwar van visies bedenken welk onderzoeksdesign nu bij mijn onderzoek past en welke onderzoeksvraag daar bijhoort. Het is namelijk de onderzoeksvraag die richting geeft aan de keuze voor een bepaald type methodologie. Ik vind het lastig om een mening te vormen in deze principiële methodologische discussie. Voor mijn onderzoek gebruik ik een mixed method, een combinatie van een kwantitatief onderzoek (vragenlijst) en kwalitatief onderzoek (focusgroepen). Al surfend op het net stuitte ik op de (oude maar nog actuele?) discussie ‘Mixed methods; een nieuwe methodologische benadering? De mixed method is in opkomst gekomen door de ‘nieuwe wetenschappers’ zoals onderwijswetenschappen die geen theoretische traditie hebben van het ontwikkelen van methodes binnen hun eigen vakgebied.
Binnen deze praktijkgerichte disciplines is een belangrijk motief voor onderzoek verbetering of vernieuwing (innovatie) van de praktijk. Als kwantitatieve gegevens of resultaten onvoldoende houvast bieden voor een verandering of innovatie, kan met behulp van aanvullende kwalitatieve gegevens de motivatie of richting worden gevonden om de innovatie of verandering adequaat en/of op de praktijk afgestemd in te voeren.
Wanneer de kwalitatieve en kwantitatieve benadering tezamen adequaat en zinvol worden uitgevoerd, kan het leiden tot een meer volledig beeld van de werkelijkheid. Die werkelijkheid is niet alleen kenbaar doordat er veel kennis is over omvang of verschillen, maar ook doordat er kennis is van de verschillende lagen en niveaus die ertoe leiden dat iets wordt (een organisatie, een afdeling) tot wat het is en hoe het functioneert.
Boer, F. de. (2006). Mixed Methods : een nieuwe methodologische benadering?. KWALON (11) 2. Retrieved from http://www.boomlemmatijdschriften.nl/tijdschrift/KWALON/2006/2/KWALON_2006_011_002_002
Nou met dat zinvol uitvoeren gaan we dan maar aan de slag!
Het onderzoeksvoorstel is weer helemaal door elkaar gegooid. En ik ook 😦 . Morgenochtend dan maar de laatste check.En dan gaat het herkansingsvoorstel naar mijn beoordelaar. En hoewel het op ‘de dag des oordeels’ weer spannend wordt, probeer ik mezelf maar voor te houden het als een feedbackmoment te zien. Het hoort bij het leerproces. Het hoort bij ‘growth mindset’ (Dweck). Leer te falen (jaja…). Fouten maken mag … (oké dan …)
Morgenmiddag weer naar Eindhoven. Gezellig met mijn carpoolers in het reflectiebusje. Het weerzien met mijn studiemaatjes, met name Cindy. De nieuwe eerstejaars, zoals Daniëlle en Ayk! En de docenten natuurlijk 😉 waaronder nu ook onze Ankie! Superleuk! Ik heb er weer zin in, ondanks alle frustraties, deadlines en meetlatmomenten die er weer aankomen. Het hoort erbij. Dat is leren, zeggen ze 🙂
Groet,
Judith
Van een ‘real innovational spirit warrior’ naar nieuwsgierig aagje
Je had natuurlijk gelijk Marcel. Mijn onderzoeksvoorstel ging veel te veel over het ‘moeten’ veranderen ipv observeren en analyseren. In een gesprek op de parkeerplaats met een docent van de opleiding ergotherapie werd me dat nog meer duidelijk. Vandaar mijn worsteling met dit onderzoek. Ik wil te veel de barricade op, dingen in beweging zetten, zoals ik mijn rol als I-adviseur invul: verbinden en kennisdelen.
Dat verbinden en kennisdelen levert me nu wel weer mooie inzichten op waar het nu eigenlijk omdraait bij onderzoeken. Onderzoek van een masteropleiding dan wel. Want ik vind nog steeds dat ze vanuit de opleiding MLI te veel sturen op een promotie-light-traject. Mijn onderzoek gaat nu om een probleem dat een specifieke opleiding (misschien wel heel Zuyd?) ervaart en dat ik probeer te beschrijven vanuit een breder kader. Daan Andriessen komt 18 september bij Zuyd een lezing geven over praktijkgericht onderzoek. Benieuwd wat hij erover vindt.
Ik denk te veel als ondersteuner (ik wil helpen), als innovator (wil veranderen) en inspirator (wil enthousiasmeren).
Graag wilde ik actieonderzoek maar dit betekent dat ik mijn rol als onderzoeker zodanig moet beschrijven, dat ik dit gewoon niet leuk meer vind. Dan toch maar een beschrijvend onderzoek … je moet toch wat om je studiepunten binnen te halen… Ik wil zo niet denken, maar het gebeurt gewoon als je afhankelijk bent van beoordelingscriteria waar ja aan moet voldoen. Dus zo schrijven dat het goed gekeurd wordt. Ik wil het niet maar doe het toch. Ik moet denken aan mijn tijdspad. Ik moet kijken of het wel meetbaar genoeg is.
De opleiding heeft graag kwalitatieve en kwantitatieve data. Ja, triangulatie van het onderzoek is belangrijk. Maar dan moet ik gesprekken transcriberen. Of toch met spss aan de slag. Pff *zucht*.
Dan lees ik op ScienceGuide: Stop met meten. Begin met vernieuwen.
Een school is geen laboratorium waarin alle factoren gecontroleerd kunnen worden. Innovatie is juist gebaat bij meer vrijheid en variatie. Door krampachtig vast te houden aan meetbaarheid wordt de onderwijspraktijk onnodig belast, en innovatie vanuit de scholen zelfs belemmert.
Een hartekreet …
En dan ga ik die onderzoeksmoe-docenten toch weer belasten met het invullen van een vragenlijst en vragen of ze mee willen werken aan een focusgroep….ja ik moet het meerbaar maken. Ze zullen wel meewerken. Voor mij. Natuurlijk ga ik daarnaast ook helpen, ondersteunen en enthousiasmeren tijdens hun curriculumherzieningstraject. Ik kan dat niet laten. Ook dat is mijn rol.
Nu nog een paar paragraafjes van mijn onderzoeksvoorstellen aanpassen voordat ik ze verstuur naar mijn critical friends.
Dan laat ik het los. Het moet even. Vakantie is nodig. Eind augustus pak ik het met een frisse blik wel weer op.
Je ziet het onderzoeksvoorstel een dezer dagen wel verschijnen 🙂
Vakantiegroet,
Judith



