Categorie archief: Didactiek

Onderwijs als gesprek

Ha Marcel,

Dank voor je reactie op mijn blog over rubrics en feedback 🙂 Jij schreef daarin “De meester-gezel relatie en volledige 1-op-1 beoordeling is het best en werkt meer motiverend. Zo lang we nog geen hologram-beoordelaars of robot-beoordelaars hebben blijft dat lastig in een onderwijssetting zoals het HBO”. Toch pleit Frits van Oostrom vandaag in de NRC voor meer ruimte voor het gesprek tussen studenten en docenten, ruimte om samen speels te mogen zijn. Hij deed dit pleidooi op 26 maart in zijn diesrede die tijdens de traditionele Dies Natalis van de Universiteit Utrecht.

IMG_0392

NRC 28 maart 2015

 

Wie maakt uiteindelijk het verschil in het onderwijs? De docent, de gepassioneerde docent. Uit onderzoek (!) is gebleken dat de interactie tussen studenten en docenten een significante positieve correlatie heeft met de oh zo belangrijke outcomes: cijfers, rendementen. Het is, zegt van Oostrom “cruciaal om in de persoonlijke nabijheid van ‘voorbeeldige’ leermeersters te verkeren”, de kern van het aloude gildewezen. Hij pleit oa. voor het opnieuw waarderen van het mondeling tentamen. Volgens hem wordt dat nu bijna niet meer gedaan vanwege de grote tijdsinvestering en “de hang naar objectivering van het oordeel”. Het bachelor-onderwijs is te veel gestandaardiseerd geworden en daardoor onpersoonlijker. We moeten het meer zoeken in quality time en niet alleen binnen de ‘geroosterde en onbegeleide contacturen’ …. Zijn voorstel om elke student jaarlijks een voucher te geven voor een lunch met een docent, lijkt me een waardevolle. Op universiteiten als Harvard en Columbia University waar dit gebruikelijk is, wordt dit zeer gewaardeerd. De vraag of dit dan als ‘contactuur’ telt en dus meetelt in het takenplaatje van de docent en de studietaakbelasting van de student wil je eigenlijk helemaal niet beantwoorden. Oostrom greep ook terug op wat hij zelf als eerstejaars als zeer waardevol heeft ervaren: tutorgroepen van docenten met een groep eerstejaars studenten. Zo’n groep komt maandelijks informeel bij elkaar, buiten het reguliere onderwijs dus. Er staat niets tegenover: geen cijfers of certificaten. Het doel is de bijeenkomst zelf, het vrije gesprek over wat deelnemers maar wilden delen in en om het vakgebied. Een soort ‘dead poets society’ 🙂

Ik hoor altijd dat er echt wel een verschil is tussen hbo-studenten en wo-studenten. Wellicht. Ik zou het als student toch wel super vinden om regelmatig geĂŻnspireerd te worden door docenten over het vak waarvoor ik gekozen heb. Leren we toch ook niet veel buiten de formele onderwijscontext? Onderwijs is toch meer dan een kennisfabriek. Waren we het niet over eens dat ‘bildung’ ook een taak voor het onderwijs is? Dit past toch allemaal mooi binnen jouw Zweinstein-game 🙂

Deze diesrede is wederom een pleidooi voor het herstel van kwaliteit en autonomie. Is de kanteling toch in zicht? Of is de wens de vader van de gedachte?

Groeten,
Judith

Gerelateerd blogs:
Vertrouwen. Verbinden. Vakmanschap.
Wat vind jij goed onderwijs?

The other side of the cube!

Ha Judith,

Iedere cube heeft twee kanten. Jazeker! Je dacht zeker 6 of 54 als je de losse vlakjes telt. Maar het gaat om de buitenkant en de binnenkant. Je weet dat je zo’n cube uit elkaar kunt halen en op kleur in elkaar kunt zetten. Of dat je legorobots kunt bouwen die hem oplossen 😉

Ehm oke – to the point, want creativiteit is geen van de aspecten in mijn huidige prestatieplan. Maar goed de volgende keer kies ik zelf mijn prestaties en de bijbehorende aspecten. Bij afstuderen bijvoorbeeld, waar ik vier beoordelaars heb die mijn werk beoordelen. Daar hebben we als opleiding de tijd en de ruimte om kwaliteit in de beoordeling heel persoonlijk te maken. En tevens leer je op dat moment door je eigen “rubriks” op te stellen ook weer.

Maar tijdens reguliere onderwijseenheden in ons eerste jaar moeten 7 verschillende docenten tot 220 studenten beoordelen. Diezelfde 7 docenten zorgen ook voor inspiratie, tijdens hoor-, werk-, en  discussiecolleges. Maar bij de beoordeling blijkt het moeilijk om te waarborgen dat de kwaliteit gelijk is. Tevens wil je binnen een bepaalde tijd 220 studenten beoordeeld hebben.

Ik ben met je eens. De meester-gezel relatie en volledige 1-op-1 beoordeling is het best en werkt meer motiverend. Zo lang we nog geen hologram beoordelaars of robot-beoordelaars hebben blijft dat lastig in een onderwijssetting zoals het HBO. Ik ben er van overtuigd dat zowel voor student als docent de Rubics Cube een kleurrijke veelzijdige tool kan zijn met verschillende mogelijkheden. Wellicht bied het niet de inspiratie (die zit hem in het spel) maar hij biedt wel duidelijkheid, inzicht en stelt de student in staat om richting te kiezen en stelt de docent in staat om gericht(er) te motiveren en inspireren.

Niet dat we daar al als faculteit zijn. Bij veel onderwijseenheden zijn we pas bij de eerste run met onze beoordelingsschema’s in deze vorm. Elk vlakje moet netjes zijn kleur krijgen, en precies worden geplakt. Dat kan best een run of 2/3 duren. Aangezien de MLI nieuw is vraag ik je om geduld, want ik weet hoe lastig het is. Help de docenten te kleuren, want alleen door jouw feedback kan het systeem groeien.

Grijns en inspiratie komt niet uit de tools, maar uit de docenten en medestudenten. Please try to see the other side of the cube 😉 En voor briljante andere oplossingen hou ik me natuurlijk aanbevolen. Ze moeten wel werkbaar zijn. En nee de kaart kwaliteitsdenken schiet te ver door mag nu niet, want op dit moment in onze context is dat realiteit.

Groet Marcel

Samen aan de tekentafel

Hi Marcel,

Van ons éénjarig MOOCZI-project van jouw ICT-faculteit hebben wij de waarde van een ontwikkelteam (waarbij een Instructional Media Designer, onderwijskundige en informatiespecialist betrokken was) gezien en erkend. Tijdens het studiejaar 2013-2014 dat we hier mee bezig waren, hebben we dat ook overal verteld en dat doe ik nu nog steeds. Onze ervaringen zijn niet uniek. Ook andere hogescholen en universiteiten hebben dezelfde ervaringen. Wil je je onderwijs (modules) online (blended?) aanbieden dan moet je naast nadenken over tools, vooral aandacht hebben voor ontwerp en didactiek. Van een moderne docent wordt dan misschien wel verwacht ook een goede designer te zijn, de vraag naar ondersteuning om dat te realiseren, ligt er heel nadrukkelijk ook.

Op het MOOCZI-blog heb ik over de sessies die ik tijdens DĂ© Onderwijsdagen 2014 heb gevolgd over blended, open en online leren/onderwijs ook al geschreven:

  • Ontwerpen van onderwijs moet eens serieus genomen worden, zei Peter Sloep. Ook als je begint met open en online onderwijs, betekent dat terug naar de tekentafel. Hanteer daar bij een ontwerpmethode, zoals. Zie ook zijn bijdrage aan deze thema-uitgave over didactiek in open en online onderwijs.
  • Ondersteun docenten bij het ontwikkelen van e-content met een begeleidingsteam of een ontwikkelteam. UMC Utrecht heeft door het project ‘Onbegrensd leren’ veel ervaring opgedaan met 2 verschillende ontwikkelmethodes. E-modules werden of ontwikkeld door een team van experts (onderwijskundigen, instructional media designers etc) waarbij het aanleveren van content de verantwoordelijkheid was van de docent, of ontwikkeld door de docent zelf in de ontwikkeltool Storyline, waarbij het ontwikkelteam op de achtergrond beschikbaar was voor advies en ondersteuning. Elke methode heeft zijn voor- en nadelen en heeft een eigen kostenplaatje. De door hen ontwikkelde e-module wijzer, een applicatie waaruit de elementen van een e-module (zoals interactieve werkvormen) kan worden geselecteerd en een bijbehorend kostenoverzicht wordt gepresenteerd, komt (over een jaar) open beschikbaar. Ze hebben goede ervaringen met een gestandaardiseerd (ook qua vormgeving) ontwikkelproces. Dit project heeft veel draagvlak bij het management die ook voor een behoorlijke financiĂ«le injectie heeft gezorgd.

Ook op SURFspace las ik vorige week een bijdrage van Heino Logtenberg van Saxion over Instructional Designers. Ook op deze hogeschool zijn ze bezig met gemixte vormen van onderwijs en hebben ze een werkwijze ontwikkelt mbt educational design en instructional design.

En nu is het echt noodzakelijk dat we binnen het advies- en ondersteuningsteam gaan werken aan instructional design. Dat kan er niet zo maar er even bij dat begrijpt iedereen erg goed. Het is een nieuwe functie die onlosmakelijk verbonden is aan het succesvol en kwalitatief hoogwaardig in voeren van online/blended onderwijsarrangementen.

Hogeschool Utrecht timmert ook goed aan de weg, praktijkvoorbeelden genoeg als het gaat om blended onderwijs. Uit onderzoek van de UM blijkt …

De meta-analyse laat zien dat het invoeren van blended onderwijs niet automatisch tot een verrijking en dus verbetering van de kwaliteit van onderwijs leidt. Vaak is naar voren gekomen dat de invoering van blended learning een aanleiding is voor het herzien en verbeteren van instructiematerialen en leeractiviteiten. Dit heeft onderzoeksmatig het nadeel dat de twee onderwijsvormen moeilijk te vergelijken zijn. Praktisch gezien heeft het voordelen omdat de invoering van blended onderwijs een hele goede impuls kan zijn voor verbeteren van de kwaliteit van instructiemiddelen en leeractiviteiten. De onderzoekers adviseren daarom in het de onderzoeksrapportage om de hype van de invoering van blended learning te gebruiken als een kans op gelijktijdige heroverweging en herontwerp van de instructiemethoden en daarmee de gehoopte onderwijsverbetering te bereiken.

Business Background and symbol

Free download via GraphicStock

Natuurlijk zitten wij als Zuyd ook niet stil 🙂 Ook in het DLWO-visietraject van Zuyd wordt hier uiteraard rekening mee gehouden. Ik zie vergevorderde initiatieven rondom het ‘blended’ maken van onderwijs waarbij ook aandacht is voor de ondersteuning. Het project Video@Zuyd komt in een volgende fase, en ook daar hoor en lees ik ideeĂ«n mbt het formeren van teams met onderwijskundige, instructional designer, een blended learning expert om samen met docenten het onderwijs een vernieuwende impuls te geven. Zou het dan toch …..?
Als we echt willen/gaan inzetten op video, online, blended, open, levenlang, learning communities, flipped of hoe we het allemaal ook noemen, dan hoop ik dat Zuyd ook stevig inzet op het proces waarbij de docent, curriculumcommissie, opleiding geholpen en ondersteund wordt door ontwikkelteam. Samen aan de tekentafel en co-creëren!

Vanuit mijn cirkel van betrokkenheid en cirkel van invloed zal ik er aandacht voor blijven vragen 🙂

Groeten,
Judith

 

 

Chang(e)SchoolTalks

HĂ© Marcel!

Gisteren kwam ik via via via (o heerlijke serendipity) op de site van ChangSchoolTalks. Ik las in eerste instantie ChangeSchoolTalks 😉 Ben zo bezig met het laatste leerarrangement van mijn studie over de toekomst van het onderwijs 🙂 Maar het is dus een soort TEDtalk event van The Chang School van de Ryerson University in Canada. The Chang School richt zich vooral op online leren in het kader van leven lang leren.

Het thema van ChangSchoolTalks2015 was ‘Digital Learning Reimagined’. De talks zijn te bekijken via hun YouTube-kanaal. Ik heb de talk van Stephen Downes bekeken. Een must see voor iedereen die met curriculumontwikkeling en toekomst/visie van onderwijs bezig is.

Downes is o.a. bekend van de open online cursus ‘connectivism and connective knowledge’, de eerste die een MOOC genoemd werd. Deze MOOC verzorgde hij samen met George Siemens. Siemens introduceerde het connectivisme als nieuwe leertheorie (niet alle geleerden zien dit trouwens als nieuwe leertheorie). Siemens stelt dat het vermogen om nieuwe kennis te verwerven en het kunnen filteren van informatie belangrijker is dan kennis op te slaan. In de huidige informatiemaatschappij hoeft de lerende niet alles meer te weten maar in staat zijn om verbindingen te maken tussen de veelheid van kennisbronnen. Het connectivisme gaat ervan uit dat leren voornamelijk plaatsvindt in een netwerk. Het kunnen verbinden van mensen en inhoud is belangrijker dan de kennis zelf.

Dat is ook de kernboodschap van Downes in onderstaand filmpje. We moeten niet uitgaan van onderwijsontwerpen maar mechanisme bedenken waardoor lerende hun eigen curriculum ontwikkelen (betekenisvol leren). Downes is voorstander van Self-Organized Learning, hierbij zijn modellen (onderwijskundig, technologisch, didactisch) overbodig. SOL draait om eigenaarschap van je eigen leerproces. Downes stelt Personal learning (doe je voor je zelf) tegenover personalized learning (maakt iemand voor jou). We leren door interactie en connectie (sociale netwerken!).
The POSSE antimodel: Publish (on you) Own Site, Syndicate Elsewhere!

Hier is waar leren om draait (of zou moeten draaien) in onze huidige (netwerk)samenleving.
Je snapt dat dit een boodschap naar mijn hart is 🙂

Have a nice day!
Judith

FeedbackFruits #izuyd

FreelunchHa Marcel,

Vandaag hadden wij als I-team weer eens een kennisdeelsessie georganiseerd.
Weet je nog …‘vroegĂ»h’ …. de Onderwijs Taps van ZuydPlein… die energie willen we weer een beetje terugbrengen. Daarom hebben we de geplande demonstratie van FeedbackFruits als een freelunchsessie opgezet. Dat betekent voor degene die live aanwezig waren een broodje. De sessie werd live gestreamd via BlueJeans (met dank aan de mannen van AV dienst Heerlen en Jos Maas, HMSM). De sessie is later nog terug te kijken via media.zuyd.nl.

Zo’n eerste sessie is technisch altijd uitproberen of het werkt. Het werkte maar er zijn altijd punten voor verbetering, dat nemen we voor de volgende keer mee. Want een volgende keer komt er. De aanwezige docenten waren enthousiast over het initiatief …

maar ook over FeedbackFruits! Zeker dankzij de enthousiaste presentatie van Ewoud de Kok over zijn bedrijf.

Wat het is?

Het doel van FeedbackFruits is het onderwijs interactiever te maken. Het biedt tools waarmee studenten en docenten meer open kunnen communiceren en kennis uitwisselen. Het ondersteunt Blended Learning en Flipped Classroom met 3 functies: Share, Live & Dialog.
Share is een soort stemfunctie, vergelijkbaar met Shakespeak. Dialog kan discussie tussen studenten stimuleren. Share is de functie om kennis delen te bevorderen. Het kan als plug-in in Blackboard worden gebruikt, maar ook benaderd worden via SURFconext naar de eigen FeedbackFruits-omgeving. De documenten die via FeedbackFruits worden geupload komen niet in Blackboard maar op hun servers, die in Duitsland staan.

Interessant vond ik de likes die je kon uitdelen, en met die ‘vitamines’ kon je course leader (badges; gamification :)) worden. Bij video’s is het mogelijk opmerkingen te plaatsen of vragen op te nemen en die weer te delen. Dit is ook mogelijk bij teksten. Een pdf kan je lezen, belangrijke stukken tekst als notitie opslaan, waarmee je later altijd weer terug kunt naar de oorspronkelijke bron. Alles eigenlijk ter stimulering van peer-to-peer leren en peer-feedback. Kennis delen, online samenwerken, elkaar stimuleren en actief leren bevorderen; allemaal ingrediĂ«nten die dienen ter bevordering van de motivatie van studenten en docenten.

Met het oog op de DLWO-visie die we binnen Zuyd voor de zomervakantie geformuleerd willen hebben, passen de uitgangspunten van FeedbackFruits zeker. Ik ga eens bij de aanwezige docenten polsen wat zij van een eventuele pilot vinden. En kijken of we dat gefinancierd krijgen. Misschien via Zuyd Innoveert? 🙂

FeedbackFruits

Klik op de afbeelding voor de Engelstalige brochure

Na afloop hebben we samen met Ewoud nog lekker gebrainstormd over de volgende stappen die zij willen zetten. Inspirerend hoor om met zo’n enthousiaste jonge ondernemer na te denken over onderwijs en leren. FeedbackFruits is ontstaan op TU Delft. Leuk om te weten is dat zij met Liesbeth Mantel hun eerste ideeĂ«n over hun bedrijf hebben gedeeld. We hebben een uitnodiging voor een lunch bij Yes Delft waar zij gehuisvest zijn. Misschien leuk om te combineren met TEDxDelft? 🙂

Judith