Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

What would happen if we used technology to bring magic back into the world?

Hi Marcel,

Zojuist bij DWDD Alexander Klöpping over de Hololens gezien?

201502DWDD

Wow die Magic Leap is wel heel bijzonder zeg! Magisch! Zou Disney niet die filmstudio zijn waar Alexander het over heeft?

MagicLeap

Jouw droom komt tot leven! 🙂

Groeten,
Judith

Verwante blogberichten:

Horizon Report 2015

Hi Marcel,

Daar is ’t ie weer! The Horizon Report 2015 for Higher Education.

Jaarlijks publiceren the NMC (New Media Consortium) en Educause Learning Initiative (ELI) 6 key trends, 6 uitdagingen en 6 belangrijke ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en technologie op een termijn van 1-2 jaar, 3-4 jaar en 5 jaar en verder. In onderstaande afbeelding zijn alle topics mooi overzichtelijk gevisualiseerd.

Jij had al over de preview geblogd. In de definitieve versie zijn er geen topics veranderd of toegevoegd.

HorizonReport2015

Als je dit vakgebied een beetje bijhoudt zijn er geen verrassende trends en nieuwe technologieën die verwacht worden. In de BYOD en Flipped Classroom – fase zitten we middenin. Uitdagingen van Makerspaces en Wearable Technology zijn spannend, benieuwd of dat al zo snel komt. Dat informatievaardigheden en het mixen van formeel en informeel leren uitdagingen zijn, ondervind ik dagelijks in mijn werk. En ik ben blij dat Open Educational Resources als trend voor de middellange termijn een blijvertje is!

En natuurlijk is daar weer een vlot toegankelijk filmpje bij gemaakt!

Groet,
Judith

> Download the NMC Horizon Report > 2015 Higher Education Edition PDF

Community building

Hoi Marcel,

Communities is tegenwoordig het buzz-woord. In de visie van Zuyd wordt gestreefd naar professionele communities waarin studenten, onderwijs en onderzoek samenwerkt met het bedrijfsleven. Ook vanuit allerlei rapporten over onderwijs (zoals de WRR-de lerende economie) maar ook in publicaties over organisatiekunde wordt samenwerken in professionele leergemeenschappen, netwerken, expertgroepen, communities als dé plek gezien waar co-creatie en innovaties plaatsvinden.

Nou is community building wel iets wat hierbij de nodige aandacht moet krijgen. Het gebeurt (meestal) niet vanzelf. Ook daar zijn al verschillende studies naar gedaan. En als we dit willen ondersteunen met digitale middelen komt daar nog een ict-competentie aspect bij.

Communities draaien om user generated content, niet om content die door een organisatie gedeeld wordt. Als organisatie wil je natuurlijk al je info delen. Dat mensen daarop kunnen reageren en berichten met andere kunnen delen is ook voor de hand liggend. Bij communities gaat het er wel om dat degene die hierin participeren zich mede-eigenaar/mede-verantwoordelijk voelen voor de inhoud. Het gaat dus niet om de communicatie tussen de organisatie en een individu, maar om de interactie tussen de community-leden. En als je als organisatie/onderwijsinstelling communities wil stimuleren dan moet je hierin faciliteren. Het platform maakt niet uit. Als ze elkaar maar vinden en het veilig genoeg is om zich open op te stellen. Een community-platform bestaat uit functionaliteiten als een discussieforum, profiel, persoonlijk dashboard, nieuwsbrief, notificaties, blog en direct messaging. Naast zo’n community platform hoor je ook aandacht te hebben voor de sociale netwerken zoals Twitter, facebook en LinkedIn (afhankelijk van je doelgroep). Hier laat je zien waar je mee bezig bent (het uithangbord, het werven).

Communitybuilding

Via Frankwatching

Dus community building doe je door een combinatie van een website (voor de redelijk statistische informatie) waar interactie met individuen plaatsvindt, waar een bezoeker een reactie achter kan laten, of berichten kan delen. Daarnaast zijn de sociale netwerken van belang om aandacht te vestigen op je product, onderzoek, opleiding, instelling. Plus de community wordt gefaciliteerd met een platform waarin de leden zelf eigenaar zijn van de content.

En ja … ook offline bijeenkomsten zijn belangrijk! 🙂

Deze tips heb ik via Frankwatching: Het dilemma van je eigen community:social media of een eigen platform. Hoewel vanuit de marketing insteek benaderd biedt dit ook goede aanknopingspunten voor andere organisaties zoals onderwijs en zorg. Frankwatching biedt ook een interessant Dossier Community Management. Handig om te bewaren in ons buitenboordbrein 🙂

Groet,
Judith

Een hoog amoebische gehalte

AppeloHi Marcel,

Vorige week heb ik het boek Waarom veranderen (meestal) mislukt van Martin Appelo van het aanwinstenrek van de bieb NE geplukt.

Op de achterflap: “Martin Appelo legt op basis van wetenschappelijk onderzoek uit waarom veranderen meestal mislukt, en wat er voor nodig is om het wél voor elkaar te krijgen”. 

Dat wilde ik wel eens weten 🙂

Ik schrijf het op dit blog vaker, ik app/zeur er over. We roepen constant dat er alles moet veranderen: meer samenwerken, meer kennisdelen, meer ict / sociale media inzetten in het onderwijs. Iedereen roept en schrijft er over. We roepen het één en doen het ander. In de praktijk gaat alles gewoon door zoals het altijd gaat. Wel woorden maar geen daden.

Appelo heeft een formule voor duurzame gedragsverandering! Aan de hand van deze formule kan je onderzoeken of het zin heeft om aan de slag te gaan met veranderingen.

 d∆ = F(iD x D x iA) 🙂

Het boekje is geschreven voor leefstijlgerelateerde gedragsverandering, gericht op gezond bewegen en eten. Gedragsverandering is moeilijk (80% houdt het niet vol) maar niet onmogelijk (20% lukt het wel!).

In het boek worden de 3 lagen van het brein uitgelegd. De twee onbewuste lagen:
– (reflexmatige) reptielenbrein, dat hartslag, temperatuur, ademhaling
en het
– (emotionele) limbisch brein, waar intuïtie geregeld wordt en de gevoelens: boos-bang-blij-bedroefd
De derde bewuste laag is
– (talige) neocortex waar het denken plaats vindt. Helaas heeft dit de minste invloed op ons gedrag. En bij positieve of negatieve stress doet dit denkbrein helemaal niets.

Nou dat klinkt allemaal niet hoopvol. Verandering vindt alleen plaats als de 3 lagen van het brein samenwerken. Afleren kan niet, omdat mentale programmas eeuwig opgeslagen blijven in ons geheugen. Daarom vallen we zo vaak terug in oude patronen.
Daarnaast benoemt Appelo nog de cirkel van valse hoop en cirkel van liefdevolle machteloosheid waarmee hij o.a. wilt zeggen dat je vooral jezelf verantwoordelijk moet houden voor mislukkingen.

Terug naar de formule d∆ = F(iD x D x iA) 

Gedragsverandering is een functie van innerlijke drang, discipline en interne attributie. Ervaar je geen drang, heb je geen discipline of schrijf je oorzaak mislukking aan andere toe dan vindt er geen gedragsverandering plaats. Scoor je op één van deze onderdelen 0 dan zal er geen verandering in gedrag plaats vinden.

Vragen die je kunt stellen:
iD- innerlijke drang Hoeveel last heb je ervan? Heb je een alternatief?
D – drang Welke gewoontes moet je onderdrukken of opgeven? Kan je de sociale druk weerstaan? Levert het iets op? Wat weegt zwaarder? De voor- of nadelen?
iA – interne attributie Wie of wat moet er eigenlijk veranderen? Heb je invloed op deze situatie? Aan wie of wat ligt het dat het tot nu toe niet gelukt is?

Als ik naar mijn pogingen kijk om mijn eigen beweeg-eetpatronen te veranderen, hoor ik ook bij die 80%. Op dit gebied zijn mijn reptielenbrein en limbisch systeem toch ook dominanter dan mijn neocortex. Ik weet niet of deze theorie over gedragsverandering in leefstijl ook te kopiëren is naar verandering op het werk? Uiteindelijk gaat veranderkunde toch over gedrag? Tsja … dan moet ik nog heel veel geduld oefenen.

Maar …euh … met gamen bereik je toch het limbisch brein?
En Kurzweil heeft oplossingen voor de neocortex!
Dus uiteindelijk komt alles goed? 🙂

*grijns*
Judith

Boundary crossing bij de MLI #mlibrug

Ha Marcel en Karin,

Wij zijn al ‘boundary crossend‘ bezig geweest. Mijn studiemaatje Alex vroeg mij wat nu van hem verwacht vond. Nou Alex, gewoon jouw visie 🙂 Henderijn (gamemaster) tipte nog de brokerrollen van Gould en Fernandez (1989). Wil je wat meer theoretische uitgangspunten van boundary crossing? Check dan dit boekfragment van Leren van Innoveren (Miedema & Stam, 2010).

De transfer  van studie naar werk en andersom verloopt lang niet altijd naar wens. Ook bij de MLI wordt geprobeerd het werkveld meer bij ons (onderzoek) te betrekken. Ik hoorde dat tijdens de focusgroep van de MLI nu ook over ‘boundary crossing’ is gesproken 🙂 Marco Snoek heeft in het kader van ‘teacher leaders’ hierover ook al gepubliceerd. Dus niet zo vreemd dat dit nu de aandacht heeft. De MLI wilt innoveren. Zij wilt dat haar innovatieve studenten invloed krijgen binnen het onderwijs.

Toevallig kwam deze video van Arthur Bakker tegen. Ja dé Bakker van Akkerman en Bakker die de literatuurstudie naar bruggenbouwers hebben verricht.

Het gaat dus niet alleen om transfer van opleiding naar naar beroepspraktijk, maar ook van de praktijk naar opleiding. Het gaat om het goed verbinden.

Suzanne Verdonschot beschrijft in haar blog een ‘kijkje in een heel andere wereld’ kan leren bevorderen drie interventies die bij kunnen dragen aan leren op de randen. Zoals het uitnodigen van gastsprekers uit een heel andere discipline om naar je vak te kijken. Of stagelopen bij een collega. Of werkbezoeken. Dit zijn wellicht ideeën voor de MLI? Ik vind het altijd boeiend om naar andere sprekers te luisteren om daarover mijn eigen visie meer te vormen. Die uitdaging heb ik niet vaak tijdens mijn studie ervaren. Zo hebben wij als idee bij een onderwijsontwerp bij LA2 eens voorgesteld om MLI-studenten als experts te zien die elkaar van alles kunnen leren. Ook een ‘sort of’ kijkje in de keuken.

Ik denk dat er van alle kanten nog wel ‘boundaries te crossen’ zijn waaruit mooie verbindingen kunnen ontstaan.
Judith