Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

#Onderwijs2032

Goedemorgen Marcel,

Op donderdag 1 oktober was ik niet veel online en daarom de presentatie van het Platform Onderwijs2032 (onder leiding van Paul Schnabel) gemist met de hoofdlijnen van het voorlopig advies over het onderwijs van de toekomst. Het advies is het resultaat van een maatschappelijke dialoog met leerlingen, leraren, ouders, bestuurders, wetenschappers, vertegenwoordigers van maatschappelijke en culturele organisaties en het bedrijfsleven, tevens is er gebruikgemaakt van (wetenschappelijke) literatuur. Hoewel dit advies gericht is op een toekomstgericht curriculum voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs, is het ook voor het hbo belangrijk. Immers deze leerlingen worden uiteindelijk onze studenten 🙂

Onderwijs2032

Ik heb het advies even gescand op de termen ‘ict'(0), ‘technologi’ (13), ’21st’ (0), ‘mediawijs'(2), ‘digita’ (11). Mooi dat er aandacht is voor mediawijsheid! Enkele citaten uit het advies:

Toekomstgericht onderwijs maakt leerlingen digitaal vaardig en ‘mediawijs’. Dat is nodig, want ze leven in een wereld waarin nieuwe technologieën en digitale informatie van grote invloed zijn op het persoonlijke en werkende leven van iedereen. Hoe kun je nieuwe technologische diensten en producten het beste benutten? Hoe kun je digitale informatie duiden en verwerken? En hoe ga je goed om met (digitale) media en beelden? Het is van belang leerlingen samen met leraren op zoek te laten gaan naar de antwoorden op dergelijke vragen.

Het Platform acht het van groot belang dat leerlingen kennis hebben van nieuwe technologieën en weten hoe ze die kunnen inzetten. Daarom horen digitale vaardigheden thuis in de vaste kern van het onderwijs. Het gaat daarbij om mediawijsheid en het vinden, verwerken en creëren van digitale informatie (tekst en beeld), maar ook om het kunnen toepassen van technologieën om antwoorden op vragen te krijgen (zogeheten computational thinking). Er zijn al scholen in het primair- en het voortgezet onderwijs die hun leerlingen digitale vaardigheden bijbrengen, maar het is belangrijk die nog nadrukkelijker bij leerlingen te ontwikkelen.

De school van de toekomst maakt optimaal gebruik van de groeiende mogelijkheden van technologie, niet als doel, wel als middel. Daardoor wordt gevarieerd onderwijs op maat mogelijk. Nieuwe technologieën bieden leerlingen de mogelijkheid in eigen tempo en op eigen niveau een eigen portfolio te ontwikkelen en buiten de school te leren. Zo krijgen ze meer grip op hun eigen leerloopbaan, wat hen meer motiveert om te blijven leren.

Het feit dat mediawijsheid wordt benoemd als integraal onderdeel van het curriculum betekent imho dat de minor digicoach van dNP echt niet meer als minor moet worden aangeboden maar ook een vast onderdeel van het pabo-curriculum zou moeten zijn. Het advies is echt op hoofdlijnen beschreven. De vraag is of we wel zo ver in de toekomst kunnen kijken. Wie weet hoe de samenleving over 17 jaar er uit ziet? Dat er professionaliseringstijd voor leraren en docenten moeten zijn, dat we meer samen moeten werken (professionele leergemeenschappen), dat we als organisatie moeten toegroeien naar een lerende organisatie lijken me basisvoorwaarden om onderwijs, leren en lesgeven voor de toekomst vorm te geven. Hoe flexibel zijn we om ons echt aan te passen aan die veranderende toekomst?

Vandaag stond het advies weer even in de Twitter-spotlight. Gerd Biesta schrijft in Trouw vandaag ‘Onderwijs moet de leerling meer vormen’. Hij houdt ons terecht een spiegel voor. In het advies gaat het (net zoals in vele curricula herzieningstrajecten bij Zuyd) over het belang van persoonlijke ontwikkeling: leerslingen/studenten moeten in eigen tempo, eigen niveau, op eigen manier kunnen leren. Kunnen we als onderwijs effectief en goedkoop zulke individuele trajecten organiseren? Willen we het individu centraal stellen in ons onderwijs? vraagt Biesta. Of gaat het toch meer over persoonsvorming? Zou school niet “een plaats moeten zijn waar we tegenkomen wat we uit onszelf wellicht nooit hadden gezocht?”

Food for thougt, ook voor Zuyd.

Judith

btw …. De OECD heeft op verzoek van het Platform 4 papers geschreven. Ook nog wel eens de moeite van het lezen waard, een keer … 🙂

Innovatie door co-creatie, een Zuyderdroom?

Ha Marcel,

Was je er toevallig bij tijdens de 31e  diesviering van de Open Universiteit? De diesrede stond namelijk in het teken van BISS (Business Intelligence & Smart Services), het brein van de Smart Service Campus dat in het voorjaar van 2016 open gaat. Een programma waarbij de faculteit ICT van Zuyd, jouw faculteit nadrukkelijk betrokken is.

Ik zag via het Twitteraccount van de OU allemaal mooie plaatjes met dito uitspraken voorbij komen:

Dies3

Dies2

Dies1

Ik had deze week al gehoord dat onze collegevoorzitter Karel van Rosmalen daar ook het woord zou voeren.
Het dies redeboek staat al online. Ik heb niet alles gelezen. Uiteraard wel deze Zuyderdroom van onze voorzitter:

dies

Deelname aan BISS is een uitstekende stap, deelname aan meer programma’s is wenselijk. Laat ik dat eens verkennen, brutaal als ik ben, vanuit de dingen waarmee Zuyd Hogeschool bezig is. En ik droom hardop:

1. Zuyd Hogeschool heeft een Zuyd Academy (werktitel) opgericht om onderwijs te verzorgen voor mensen die al werken, Leven Lang Leren, deeltijdonderwijs met een specifieke didactiek en ondersteund door tools als blended learning. En eerlijk is eerlijk, als we niet oppassen gaan we bij Zuyd het wiel weer uitvinden. Wat zou er mooier zijn dan een joint venture van Zuyd met de OU, in plaats van “Intell Inside” zou ons aanbod “OU inside” of “powered by OU” kunnen zijn. Dat zou voor een grote markt die het HBO zou kunnen betreden, een geweldige combinatie zijn.

2. De Zuyd Academy krijgt een prachtige plek. Nog voor de zomer van 2016 wordt ons nieuwe gebouw, LIGNE, in Sittard opgeleverd. Een gebouw waarin ons ondernemersonderwijs en het aanbod van de Zuyd Academy worden geconcentreerd. Daar zou een plek voor de OU niet misstaan. Ik begrijp dat u zoekt naar concentratie op een paar strategische plekken en mij dunkt dat het de moeite van het onderzoeken waard is.

3. De OU heeft een geweldige naam bij studenten waar het gaat om de kwaliteit van de masteropleidingen. Tegelijkertijd zijn de bacheloropleidingen, onder het door de overheid nieuw opgelegde regiem, geen vetpot. Zou het kunnen zijn dat de OU zich meer en meer gaat richten op de masters en de toeleiding daar naartoe, de bacheloropleidingen, over laat aan anderen? En als de klassieke universiteiten ervoor kiezen om drempels voor toegang tot de masters op te werpen is het dan niet een schone taak voor de OU om de toegankelijkheid tot dit deel van het stelsel te vergroten? Bijvoorbeeld door ook te kijken naar die hbo-afgestudeerden die het in hun mars hebben om een master te halen? Al dan niet in samenwerking met de UM?

Het thema van deze dies natalis was ‘Smart Services: innovatie door co-creatie’? Op de Smart Services Campus gaan wetenschappers, bedrijfsleven, overheden en studenten samenwerken en aan de slag met het ontwikkelen van slimme diensten. Het is een samenwerking tussen de Open Universiteit, Universiteit Maastricht en Zuyd Hogeschool. Karel droomde naast deze samenwerking dat OU en Zuyd ook op didactisch vlak samen op te trekken. Ik ben natuurlijk vooral geïnteresseerd in de eerste gedeelte van Karel’s droom, over Blended Learning in het kader van de Zuyd Academy. Ik denk dat we veel kunnen leren van de OU op het gebied van online leren.

Ik heb ook een droom! Laat ik dat ook nog maar eens hardop doen dan.
Ik droom dat de co-creatie plaats vindt samen met de onderwijsontwikkelaars of learning designers of onderwijstechnologen (of hoe we ze ook noemen) die Zuyd nu ook al heeft. Ik weet uit ervaring (en andere onderzoeken bevestigen dit) dat voor het ontwerpen van Blended Learning teams docenten moeten ondersteunen. Deze ontwikkelteams zouden moeten bestaan uit: onderwijskundige adviseurs en docenten voor de didactiek, voor content inhoudsdeskundigen zoals docenten, voor technologie: (applicatie)ontwikkelaars, multimedia-adviseurs/ontwikkelaars en functioneel beheerders. Dus droom ik even verder …. dat de docenten tijd en ruimte krijgen om online (en ook OPEN) onderwijsmateriaal mee te (her)ontwerpen. Nog verder dromend: studenten hierbij betrekken! En mijn ultieme droom is dat we de innovatie door co-creatie ook delen zodat we van elkaar kunnen leren. Ik droom over mooie bloemen ….

Judith

iBook ‘Onderwijs Herontwerp’ van ICTO Saxion

iBookSaxion

Hi Marcel,

Onlangs hebben mijn collega’s van Saxion: Marjon Baas en Judith Zwerver-Bergman, respectievelijk ICTO-adviseur en e-learning ontwerper wederom een iBook gepubliceerd, dit keer over Onderwijs herontwerp [de vorige was over Digitaal Toetsen]. In de Nieuwsflits van vandaag heb ik een item over dit iBook opgenomen en op het blog van het I-team heb ik een berichtje geplaatst over de inhoud van deze publicatie. Wellicht kan deze uitgave ook onze collega’s die volop bezig zijn met herontwerpen van onderwijs dit hulpmiddel gebruiken.

Van Marjon weet ik dat zij het boek het komend half jaar nog willen verbeteren en graag feedback ontvangen. Ik vind ons blog meer de plaats om hierover wat te vinden 🙂

Laat ik eerst beginnen om beide dames te complimenteren. Geweldig dat zij zoveel informatie over onderwijsmodellen en -concepten duidelijk uiteen hebben gezet. Het kost ontzettend veel tijd om zoiets te maken. Top!

Het boek is, zoals de omschrijving in iBookstore vermeld:

bedoeld voor docenten die het onderwijs willen herontwerpen met behulp van ICT. Dit ebook biedt inspiratie en beschrijft de veel gebruikte onderwijsmodellen en -concepten. Tevens wordt aangegeven welke tools docenten kunnen gebruiken om deze onderwijsconcepten toe te kunnen passen in het eigen onderwijs.

Op basis van het ADDIE model (Analyse, Design, Develop, Implement, Evaluate) worden de vragen die bij herontwerpen centraal staan:

  • Wat wil ik bereiken?
  • Hoe wil ik dat bereiken?
  • Hoe weet ik of ik dat uiteindelijk heb bereikt?

behandeld in deze publicatie. Dit is duidelijk gekoppeld aan de inhoud wat de opbouw van het boek verduidelijkt.

InhoudOH

Elk hoofdstuk wordt voorafgegaan met doelomschrijving en een samenvatting. De diverse instructional design modellen die toegelicht worden zijn de bekende. Naast het ADDIE model (waarom trouwens zowel in hoofdstuk 1 als 3 bespreken?) komen TPACK, 4C/ID model en de 9 Events of Gagné aan bod. Ik vind het jammer dat het Five Stage Model van Gilly Salmon waar ik zo fan van ben niet hierin is opgenomen. Dit model is wel vooral gericht op het activeren bij online leren, maar toch had het in deze uitgave niet misstaan :). In het artikel over het ontwerpen van e-modules (zie mijn blog) werden 2 theorieën beschreven die het UMC Utrecht gebruikt heeft bij ontwikkeling van gevarieerde, interactieve en effectieve e-modules. Ook bij Zuyd wordt vaak gebruik gemaakt van het Brein-model met 6 breinprincipes: emotie, creatie, zintuiglijk rijke content, focus, herhaling van informatie en voortbouwen op bestaande kennis. Naast deze lijkt me ook de Plakfactor, een theorie over het onthouden en toepassen van kennis, een aanvulling voor het iBook.

Ik kreeg wel even kromme tenen bij de paragraaf over ‘leerstijlen’. Heel veel onderwijsexperts hebben zo hun bezwaren op de vele leerstijlenmodellen die bestaan. Pedro De Bruyckere en Casper Hulshof noemen het in hun boek “Jongens zijn slimmer dan meisjes” een onderwijsmythe: wetenschappelijk niet bewezen. Ik zou dan liever spreken over leervoorkeuren. En er zijn zoveel ‘leerstijlmodellen’ waarom dan alleen Kolb bespreken? (Er is wel een linkje opgenomen naar andere modellen). Ik denk zeker dat het goed is om onderwijsinhoud op verschillende manieren aan te bieden. Deze diversiteit van onderwijsaanbod komt verder op in het boek nog aan bod.

De beschrijvingen van de onderwijsmodellen en onderwijsconcepten vond ik duidelijk. In het hoofdstuk over onderwijsmodellen was een apart pdf opgenomen met plus-en minpunten van de diverse modellen (benoemd werden: HyFlex, Flipped Vlassroom, toetsgestuurd leren en gamification). Handig! Ik had het prettig gevonden indien deze plus-en minpunten ook verwerkt waren in de tekst zoals dat in het hoofdstuk over onderwijsconcepten wel is gedaan. In dit hoofdstuk zou ik dan wel weer een pdf opnemen met kenmerken van de diverse onderwijsconcepten. Sommige vinden het handig om zoiets te printen. Leuk die praktijkvoorbeelden van Saxion die aan dit hoofdstuk zijn toegevoegd. Is het ook een optie om dat in de andere hoofdstukken ook toe te voegen?

Hoofdstuk 5 behandelt een variatie aan tools, verdeeld over de thema’s: video, toetsing, interactiviteit én open education. Elk onderwerp werd vooraf gegaan door mogelijkheden, gevolgd door een selectie van tools. Uiteraard is er een keuze gemaakt uit de veelheid van tools. De keuze zal wellicht gebaseerd zijn op de situatie bij Saxion. Waarom sommige tools wel met icoon en link naar appstore waren voorzien en andere niet was me niet duidelijk. Ik werd erg blij van de aandacht voor Open Education. Ik merk in mijn eigen praktijk dat dit nog niet zo tussen de oren zit van de onderwijsontwerpers. Ik had voor een ander (eigen?) filmpje gekozen om deze paragraaf te ondersteunen. Het filmpje Why Open Education Matters is mooi maar wel erg op de Amerikaanse onderwijssituatie gericht.

Het ARCS (Attention, Relevance, Confidence en Satisfaction) model wordt in het hoofdstuk over studentactivatie gehanteerd als handvat voor de ontwikkelaar om de juiste motiverende elementen te creëren. Hierin werden ook de mogelijkheden die binnen Blackboard bestaan om studenten te activeren en te monitoren toegelicht. Ik kende het model niet, interessant om bij het herontwerpen te betrekken. Ik mis in dit model wel het relationele aspect dat volgens Deci & Ryan één van de 3 psychologische basisbehoefte van intrinsieke motivatie is. Maar dat is wel mijn stokpaardje, zoals je weet 😉 .

Ik had het gevoel dat het laatste hoofdstuk over ‘evalueren’ nog niet helemaal af was, het stopte zo abrupt. Mooi dat in het laatste hoofdstuk bij de gebruikte bronnen ook photo credits was opgenomen. De referentie naar onze video@zuyd bijdrage vond ik hier helaas niet terug.

Tot slot wat lay-out technische verbeterpuntjes:

  • ik weet van de iBooks van Jeroen Alessie dat video’s ook embed kunnen worden in een iBook. De auteurs gebruiken Bookry voor het afspelen van video’s, deze openen in een groot venster. Ik vind de optie zoals Jeroen dat doet mooier: je kunt ‘m in een klein venster laten afspelen (terwijl je de rest van de tekst nog kunt scannen) of je vergroot de video. Alleen de video van Saxion zelf over onderwijs herontwerpen is dan weer niet opgenomen in Bookry. Vreemd. Deze linkt naar de videosite van Saxion. Wel superleuk dat ik onze video@zuyd tegenkwam 🙂
  • Na klikken op de één van de twee office-documenten crasht bij mij het iBook (p. 47/66).
  • De link (waarschijnlijk komt dat door het plaatje) op p. 34 werkt niet.
  • Ik ben een groot fan van hyperlinken, ik gebruik het zelf ook veelvuldig. In het geval van dit iBook vond ik het vervelend dat ik dan het boek ‘verliet’. Meer toelichting in het boek en de verwijzingen achterin (of elk hoofdstuk) opnemen zou misschien een alternatief kunnen zijn?

Een iBook is een mooie manier om informatie vast te leggen en te verspreiden. Ik vraag me af of de inhoud ook in een ander format verspreid wordt, want het is wel ‘Apple’-gebonden.

Nogmaals chapeau voor Marjon en naamgenoot Judith!
Zoiets zouden wij toch ook nog eens moeten maken. Een iBook over gamification of zo, Marcel? 🙂

Judith

Aan de slag met het ontwerpen van E-modules

Het praktisch artikel E-modules: maatwerk via een gestandaardiseerd proces in het nieuwste nummer van OnderwijsInnovatie (september 2015) gaat over het project Onbegrensd Leren van het UMC Utrecht. Ik heb hierover al eens eerder geblogd op ons MOOCZI-blog nav een sessie die ik tijdens Dé Onderwijsdagen 2014 heb gevolgd. Omdat bij Zuyd ook veel opleidingen bezig zijn met ‘blended learning’ waarmee een diversiteit van mixen van onderwijstechnologische leervormen en contactonderwijs en online onderwijs of leren op de werkplek wordt bedoeld, had ik een bijzondere belangstelling voor dit artikel. Ook in het kader van Zuyd Academy zijn de ervaringen die het UMC Utrecht heeft opgedaan tijdens het project interessant. Wij hebben tijdens ons MOOCZI project ook ervaringen opgedaan. Tijdens het project heeft het UMC Utrecht een optimale mix gevonden voor het op grote schaal ontwikkelen van e-modules voor studenten en medewerkers. Ik was benieuwd of onze ervaringen vergelijkbaar zijn.

Qua grootte is dit project onvergelijkbaar met ons MOOCZI, en met elk ander (her)ontwerpproject van Zuyd. Het projectteam van UMC Utrecht varieerde van 10 tot 20 medewerkers en is al bijna 4 jaar bezig. Een regiegroep bepaalde de goedkeuring van de aanvragen. Aanvragen moesten gemotiveerd worden met aanleiding, doelen, voor welke doelgroep met welke wensen. De aanvraag moest geaccordeerd worden door opleidindingsdirecteur. Een vrij strak georganiseerd project. Iedere e-module had een eigen deelprojectleider/onderwijskundig adviseur. Het mag een succesvol project genoemd worden waarin 150 e-modules zijn ontwikkeld. E-modules werden gedefinieerd als:

een (via internet toegankelijke) elektronische module waarin leermateriaal op afwisselende wijze wordt gepresenteerd. Beeldmateriaal (foto’s, video, illustraties) speelt een centrale rol. Met behulp van inter-actieve werkvormen kan de deelnemer de leerstof oefenen en zichzelf toetsen.

Binnen het project waren nog andere productlijnen: E-lecture (weblectures), E-assessment (digitaal toetsen), E-simulatie en videoreflectie.De evaluatie van het artikel beperkt zich tot e-modules.
Er was een gestandaardiseerd ontwikkelproces, maar bij geen enkele e-module was sprake van een standaardpakket. Er werd met verschillende modellen gewerkt die apart of gecombineerd konden worden:

  • basismodule, gericht op kennisoverdracht
  • zelfsturende module, waarbij de student zelf op zoek gaat naar informatie en kennis
  • vraag-feedback gestuurde module met nadruk op toetsen
  • casus-gestuurde module, centraal hierbij staan realistische situaties en storytelling

De e-modules werden in 3 vormgevings-/ontwerpstijlen opgeleverd;

  1. magazinestijl, opgebouwd als een tijdschrift met inhoudsopgaven en artikelen die bestonden uit tekst, beeld en interactieve werkvormen
  2. beeldverhaal, fullscreen afbeelding of video waarin elementen zijn geplaatst met tekst, instructie(video) of een vraag
  3. combinatie, waarin de informatie als magazine werd vormgegeven en de casuïstiek als een beeldverhaal

Enkele leermomenten die ik uit deze evaluatie haal en die ook voor ons goed zijn om rekening mee te houden:

  • op basis van TPACK (technologie, didactiek en content) werden ontwikkelteams samengesteld: voor didactiek waren dit onderwijskundige adviseurs en docenten, voor content inhoudsdeskundigen zoals docenten, voor technologie waren (applicatie)ontwikkelaars, multimedia-adviseurs/ontwikkelaars en functioneel beheerders betrokken
  • men werkte met een storyboard
  • veel aandacht voor vormgeving (usability)
  • brondocumenten van elke e-module werden gearchiveerd (handig voor update)
  • een borgingsorganisatie die de inhoudelijke, functionele en technische kwaliteit van de e-modules waarborgt voor de toekomst. Prachtig! Dit wordt zo vaak vergeten.
  • het ontwikkelen van een e-module is een tijdrovende klus; inschatting van uren is lastig
  • hou het kort en bondig! Formuleer leerdoelen, baken het onderwerp goed af
  • schakel studenten in bij het schrijven van de content
  • gebrek aan tijd van inhoudsdeskundige vormde het grootste risico voor de doorlooptijd en kwaliteit van de e-modules
  • aan stellen van docent-ontwikkelaars bij de diverse opleidingen bevordert opbouw expertise en verkort de ontwikkeltijd
  • ontwerp voor elke gangbare device

Voor de toekomst gaat het UMC Utrecht verder door met ontwikkelen, rekening houdend met adaptief/gepersonaliseerd onderwijs, open online leren, learning analytics en learning objects (zoals kennisclips). Ook gaan ze onderzoeken hoe de e-modules aangeboden kunnen worden: gebundeld in een app, in de elektronische leeromgeving, via een universiteitsbrede repository of misschien wel sociale media.

Kortom, net zoals wij met MOOCZI hebben ervaren:
Met samenwerking en enthousiasme kom je heel verder bij het ontwikkelen en (her)ontwerpen van onderwijs maar de kritische succesfactoren blijven:

tijdsinvestering en afbakening

Judith

 

Rozendal, A., Van der Werf, S., De Kleijn, R., Cappetti, C., & Van Rijen, H. (2015) E-modules: Maatwerk via een gestandaardiseerd proces. OnderwijsInnovatie, 17(3), 17-25. Retrieved from https://www.ou.nl/documents/10815/36324/OI_2015_3_PraktischArtikel.pdf

Master Learning and Innovation #MEd #MLI

MEdHoera! En nu dan ook echt het papiertje in huis, Marcel. Vandaag kreeg ik samen met 27 mede-studenten het diploma uitgereikt. Voor ieder was er een praatje met een plaatje. Michiel, die 2 jaar mijn studiebegeleider was, had voor mij mooie woorden met een zeer toepasselijk plaatje van één van mijn favoriete muzikanten. Top keuze!

Bij jou denk ik gelijk aan de titel van jouw blog ‘2 be jammed’ waarop jij jouw dagelijks leven bespreekt met je collega Marcel, ook je belevenissen in de wereld van leren en innoveren. En daar jam je er dan ook lustig op los. Een voorbeeld voor velen, ook voor ons, als het gaat om social media-gebruik en online tools.
In de rol van student voelde je je niet altijd zo lekker relaxed. Kaders knellen bij jou kennelijk nogal eens. De vraag “voor wie doe ik dit eigenlijk?” heb je tijdens onze gesprekken dan ook regelmatig zuchtend uitgesproken. Bob Marley zingt het ook: “Jam’s about my pride and truth, I cannot hide, only to keep you satisfied”. En nu heb je de finish gehaald, dus relax …. En jouw moeder, die danst boven met jou mee.

Dank je wel Michiel!

Het was een mooie afsluiting van 2 intensieve jaren. Met veel studenten en docenten nog eventjes kunnen praten. De MLI laat ik voorlopig nog niet los hoor. Een afspraak met enkele docenten is al gemaakt 🙂
Een etentje samen met manlief en kinderen was een mooie afsluiting van deze leuke middag.

Judith

NB Niet dat ik een titel zo belangrijk vind maar ik vraag me nu af of de toevoeging MEd achter mijn naam nu de juiste is. Op de site van de MLI lees ik dat ik opgeleid ben tot de Master of Education (MEd). Op mijn diploma staat deze graad niet vermeld, hierop staat Master of Learning and Innovation. MLI dan achter mijn naam? Ach, zo belangrijk is het ook allemaal niet. Ik heb het gedaan en afgerond. Daar ben ik supertrots op.

22 september
Collega en medestudent Frank Duijzings heeft vandaag navraag gedaan bij NVAO ivm de juiste titulatuur. En hij kreeg de bevestiging dat MEd juist is! Hartelijk dank voor het uitzoeken F.A.A. Duijzings MEd 🙂

En een mooi album met foto’s deelde de MLI op Facebook. Dank!!

IMG_2241