Zoekresultaten voor bloemmodel

Bloemmodel 2.0

Ha Judith,

Een update van het bloemmodel. Of eigenlijk een variant er op die naast het originele model moet komen te staan. Uiteindelijk staan beide bloemen in dezelfde vaas.

In het kort het originele bloemmodel: medewerkers die in een dubbelfunctie zowel binnen de faculteiten als binnen het I-team werkzaam zijn, met 1 vaste I-team dag en ondersteund door een kleine kern van I-teamers die voor een connectie naar de buitenwereld zorgen (andere instellingen en nieuwe innovaties).

Eigenlijk is de 2.0 variant makkelijker te realiseren (financieel) geheel volgens de gedachte van de Learning Community en volgens mij leuk om te doen. Wellicht zelfs een mooie katalysator voor de echte bloem. Een variant met studenten. Je kent het verhaal van Jeroen Alessie die studenten voor credits nieuwe technologie in een onderwijssetting laat testen en zodoende kijkt welke innovaties werken en welke bijgesteld moeten worden. Doordat onze faculteiten zo gevarieerd zijn is het juist goed om met een team van studenten iets vergelijkbaars te doen. Dus werkstudenten van iedere faculteit die eens per week bij elkaar komen bij het I-team en ondersteund door de I-teamers nadenken over innovaties, ze uitproberen, beoordelen, maar ook leren hoe je Peers (medestudenten. Collega’s in het toekomstige werkveld -digicoaches-) maar ook docenten van de faculteit begeleid in innovaties van het onderwijs. De I-teamers van de kern kunnen dan in hun docentrol de studenten in de I community wegwijs maken en de connectie van de studenten naar de buitenwereld zijn. De connectie naar de faculteiten wordt dan door het lokale “blad” gemaakt.
Kosten: 10×8 studenturen (faculteiten x tijd) x ongeveer 10 euro voor 40 weken is 32.000 euro op jaarbasis voor studenten (eventueel minder als studenten de uren kunnen maken voor credits) daarnaast 160 uur organisatorische begeleiding (contracten, logboeken controle, vergaderingen, planningen). En daarnaast zal in de kern inhoudelijke feedback nodig zijn van I-teamers. Tja stel een 320 of zo. Maar ook hier zouden studenten een rol moeten spelen. Daarnaast ruimte om de studenten congressen te laten bezoeken of op visite te gaan binnen en buiten Zuyd (stel nogmaals 32.000).
Revenuen: studentbetrokkenheid bij de ontwikkeling van en het onderwijs en de professies die de faculteiten bedienen. Nieuwe creatieve idee√ęn van een generatie die technologie adopteerd als een griep virus. Vooruitgeschoven pionnen in een faculteit, grijns wellicht dat sommige directeuren eerder luisteren naar een student als de lijst van prioriteiten groot is. Een echte learning community of community learners. En ik denk een heleboel lol. Om nog maar te zwijgen over de mogelijke spin off ūüėČ of droom ik nu te hard…

Groet Marcel

Nog even terugkijken op SURF Onderwijsdagen #OWD18 #OWD2018

Je hebt een feest gemist, Marcel. Dé SURF Onderwijsdagen bestond 20 jaar en dat vierden ze met Bossche bollen en Brabantse worstenbroodjes. Voor een Brabants meisje als ik deed het me een genoegen dat dit congres nu eens in Brabant werd georganiseerd. Dat is vanuit Maastricht met een rechtstreekse trein goed bereikbaar. En de Brabanthallen (1931 Congrescentrum tegenwoordig) is een prima locatie, vind ik. Voor herhaling vatbaar!

Tijdens opening van het congres werd gevraagd hoe vaak men al had deelgenomen. Ik ben nu ruim 10 jaar betrokken bij ICT en Onderwijs en met uitzondering van de jaren dat ik naar de Educause in Amerika ben geweest, was ik present. Dus ik denk dat dit ongeveer de 7e keer was. De meeste jaren heb ik geblogd over de sessies die ik bezocht heb. Dit keer mijn reflectie op de twee mooie dagen. Aanleiding was de sessie ‚ÄėReflectie op vernieuwing‚Äô van twee voormalige organisatoren van de OWD: Bas Cordewener en Tom Dousma. Het is goed, zeiden zij, om ook eens terug te kijken om de toekomst beter te kunnen duiden. Omdat ik met een nieuw team in een andere organisatieonderdeel bezig ben met ambitiebepaling, denk ik de laatste tijd vaak terug naar wat gedaan en geweest is. Daarom mijn lessons learned aan de hand van hetgeen ik opgepikt heb tijdens deze onderwijsdagen.

Go slow

De thema‚Äôs waarmee ik in die tien ICTO-jaren bezig ben zijn nauwelijks veranderd: digitale leeromgeving, leertechnologie en docentprofessionalisering. Het tempo van veranderen ligt laag, hoorde ik regelmatig op het congres. Dat heb ik ook proefondervindelijk ervaren; lastig voor een juffertje ongeduld als ik. In die jaren is het me ook steeds duidelijker geworden dat vernieuwing of veranderingen in het onderwijs complex is en veel vraagt van werkprocessen van docenten. Daar was dit jaar opvallend veel aandacht voor. Terwijl andere jaren het veelal over het ‚Äėmoeten‚Äô inzetten van ict ging, lag nu meer de focus op wat docenten nodig hebben. De afsluitende keynote op dinsdag van antropoloog Lauren Herckis ging met name over implicaties van onderwijsveranderingen. Aan de hand van persona’s liet zij ons zien hoe docenten en studenten met verschillende achtergronden een diversiteit aan verwachtingen en vooroordelen kunnen hebben ten aanzien van (leer)technologie. Ik heb al langer door dat overtuigen (al dan niet evidence-informed) niet werkt. Het geven van goede (andere) (evidence-informed ūüôā ) voorbeelden werkt daarentegen wel, zo ook inspireren en nieuwsgierig maken.

Context is king

Waarom zou je als docent √ľberhaupt ict inzetten als je zonder leertechnologie ook de juiste leerervaring bereikt zonder je didactische aanpak te wijzigen? Onderwijs draait om de leerervaring van de student, zei Maurits Berger, hoogleraar ‘Islam en het Westen in de openingskeynote. Inzet van technologie is volgens hem noodzakelijk als we de buitenwereld ook binnen de onderwijsmuren willen toelaten. Online leren prikkelt ook andere vaardigheden van studenten, en biedt tevens andere doceerervaring. Maurits is van krijtbord docent een beheerder van een online kennisjacuzzi geworden. Het gesprek over zo’n controversi√ęle thema als Islam in het westen werkt, zo is zijn ervaring, beter in een online omgeving dan in een klassikale setting. Om zijn onderwijs online aan te bieden had hij (het geluk, zoals hij zelf zei) een team (met een MOOCmeneer. onderwijstechnoloog en Pixelboer, cameraman) om zich heen te hebben waarmee hij samen kon sparren. Zeker als je je onderwijs met video wilt verrijken is een instructional media designer onmisbaar, zo hebben we geleerd in het MOOCZI-project. Vaak werd tijdens sessies het belang van multidisciplinaire (blended) ondersteuningsteams benoemd om het gebruik van leertechnologie op te schalen.

De sessie van SAMBO-ICT en Kennisnet over hun onderzoek naar i-coaches gaf een zestal succesfactoren voor een optimale aanpak. Het mbo gebruikt de term i-coaches, maar is inhoudelijk vergelijkbaar met onze dlo-coach: een docent die als verbinder functioneert tussen onderwijs en ict. Iemand die de ict-ontwikkelingen didactisch kan duiden voor zijn collega’s. Voor mij zijn het hele herkenbare succesfactoren:

1: De inzet van i-coaches koppelen aan onderwijskundige doelen (borgen en sturen)
2: Aandacht voor selectie en het profiel van de i-coach (duidelijk takenpakket)
3: I-coaches hebben een structurele positie (schakel tussen operationeel, tactisch en strategisch niveau)
4: Centrale kennisdeling en aanpak
5: Transparantie over rollen en eigenaarschap
6: Facilitering met tijd en middelen

Het bloemmodel is voor mij nog steeds het beste concept (nog beter: de 2.0 versie met studenten, tot mijn vreugde hoorde ik ook vaak de term ‘studentbetrokkenheid’). Dus centraal een multidisciplinair blended design team die dlo-coaches professionaliseren en ondersteunen en voor afstemming en kennisdeling zorgt. Per opleiding een dlo-coach (vastgesteld profiel, gepositioneerd, gefaciliteerd in tijd en ruimte) en manager die leiding kan geven aan de de integratie van ict in het onderwijs. Door dlo-coaches gedeeltelijk centraal te financi√ęren zou een versnelling dan wel opschaling kunnen plaatsvinden. Om dit te realiseren is regie op instellingsniveau noodzakelijk. Ook zouden we op instelllingsniveau samen met alle betrokkenen de digitale didactische competenties van docenten moeten vaststellen zodat gestuurd kan worden op docentprofessionalisering. Voor mij hoort TPACK daarbij het uitgangspunt te zijn. Je moet als docent genoeg van leertechnologie weten om de afweging te kunnen maken om het wel of niet in te zetten.

Question your truth

De leerervaring, de 21-century skills (zonder die term eigenlijk gehoord te hebben) van studenten en de aansluiting op de beroepspraktijk kwam ook veelvuldig ter sprake. Als je alleen zendt, zei Maurits Berger, mis je iets essentieels in het onderwijs en dat is hoe je je kennis inzet. Je weet van alles maar je kunt er niets mee. Dit sluit aan op slotconclusie van Deborah Nas tijdens de eerste keynote op woensdagochtend: “We moeten onze studenten en docenten leren leren. Technologie kan dit faciliteren”. Van haar keynote werd ik blij, zoveel geweldige toepassingen die ik nog niet ken kwamen voorbij. Zij zei ook dat we technologie beoordelen vanuit je eigen (oude bestaande) referentiekader. Wat als boeken na videogames waren uitgevonden, wat zouden we dan van lezen vinden?¬† We moeten mensen helpen te ‘reframen’, mensen moeten wennen aan nieuwe technologie, dat helpt bij de adoptie. Deborah liet zien dan de wereld om ons heen zo snel verandert dat kunnen we als instituut onderwijs niet bijhouden. Het is bijna onmogelijk om te bedenken hoe de wereld er over 5 jaar uit ziet als je ziet wat er de afgelopen 5 jaar allemaal technisch mogelijk is geworden. We moeten beter leren begrijpen waarom docenten iets niet willen inzetten en hen helpen. Denk vanuit mogelijkheden in plaats van problemen, dat zei Maurits Berger letterlijk en Deborah Nas bedoelde het ook zo.

Ondanks dat ik niet meer veel bezig ben met open onderwijs, merkte ik tijdens de sessie ‘Open leermateriaal: ontwerp, ontwikkel, deel’ van dit thema nog steeds energie te krijgen. Het was gewoon ook een leuke sessie. We gingen met Quizlet aan de slag, een ontzettend leuke tool om voorkennis te activeren. Daar hoorde ik dat binnenkort een zoekportaal voor open leermateriaal komt, tot die tijd moeten we het even doen met mijn overzicht van open leermaterialen ūüôā .

The only constant is change

De afgelopen tien jaar is vooral technologisch veel veranderd (open standaarden waardoor koppelingen tussen systemen beter gaat; de impact van big data, de mogelijkheden van artificial intelligence) daardoor zijn de omstandigheden en de mogelijkheden met onze nieuwe digitale leeromgeving Moodle toch echt anders dan toen we met Blackboard begonnen. Het vraagstuk van docentprofessionalisering is echter wel hetzelfde gebleven. Volgens mij omdat hier niet expliciet genoeg aandacht voor is geweest. De Chrissen, Jossen en Erica‚Äôs pakken vernieuwingen wel op, alhoewel ik bij deze vooroplopers een vermoeidheid zie omdat (mijn interpretatie) hun inzet niet op waarde wordt geschat. Gelukkig staat docentprofessionalisering wel hoger op de agenda’s.

Voor de nabije toekomst wil ik graag samen met de dlo-coaches en docententeams de mogelijkheden verkennen die leertechnologie en onze digitale leeromgeving biedt voor hun ontwerpvragen. En daarbij ook de vraag blijven stellen: doen we dit omdat het hoort, of helpt het ons ook echt? Uiteraard zal ik altijd aandacht blijven schenken aan open onderwijs ūüôā . Ik zou het fijn vinden als we samen duidelijkheid cre√ęren over de digitale didactische competenties van onze docenten. Nog blijer zou ik zijn als het bloemmodel tot bloei komt. Mijn invloed op deze ontwikkelingen is beperkt. Eigenaarschap ligt elders (bij faculteiten, teamleiders, docenten) en zo hoort het ook. In de tussentijd blijf ik me inzetten voor (ict)docentprofessionalisering en ondersteuning van docententeams door aan te sluiten bij de samenwerkingsstructuren die er nu zijn. Mijn kracht ligt in het verbinden en het kennis delen. Daar krijg ik energie van. En omdat dit ook steeds terugkomt als een succesfactor ga ik me hier toch weer op focussen.

Tot slot neem ik de boodschap van Maurits Berger me ter harte: niet fixeren op problemen, maar kijken naar mogelijkheden en openstaan voor het onverwachte.

Groet,
Judith

Zie ook de overzichtspagina van SURF voor een terugblik op deze onderwijsdagen.

Docentondersteuning bij blended learning

Hallo Marcel,

Tijdens de Onderwijsdagen 2017¬†werd de publicatie ‘Keuzehulp voor ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict‘ al aangekondigd. En vorige week is hij dan gepubliceerd. Voor ons een handig hulpmiddel omdat we nu volop bezig zijn met het bedenken en inrichten van een ondersteuningsstructuur. Zoals je weet, zitten we midden in een migratieproces van Blackboard naar Moodle. We hadden al een ondersteuning met Blackboard key-users en nu zijn een 70-tal DLO-coaches actief om hun collega’s te trainen en te ondersteunen bij het Moodle-klaar maken van hun gemigreerde Blackboardcursussen. Hoewel we nu heel ‘basic’ bezig zijn, denken we ook na over welke ondersteuning Zuyd het beste past als we het hebben over onderwijs (her)ontwerpen met ict.

Tijdens de Onderwijsdagen hebben collega Evelien en ik al de ervaringen van Saxion, Universiteit Utrecht, TU Delft, Erasmus Universiteit Rotterdam en Hogeschool Utrecht gehoord. Van deze vijf hogeronderwijsinstellingen zijn in het 2e deel van de publicatie beschreven:

  • achterliggende onderwijsvisie,
  • de context van de onderwijsvernieuwing (het didactisch concept),
  • inrichting ondersteuning en faciliteiten,
  • docentprofessionalisering en kennisdeling,
  • met welk (innovatie)budget,
  • en de resultaten.

Op basis van deze casussen heeft SURF 5 aandachtspunten en 5 keuzes gedestilleerd voor instellingen die docenten willen ondersteunen bij het tot stand brengen van onderwijsinnovatie met ICT.

Vijf aandachtspunten voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict

  1. ondersteun docenten waar mogelijk
  2. stel de onderwijsvisie centraal
  3. maak innovatiebudget vrij
  4. zorg voor communicatie en kennisdeling
  5. bied mogelijkheden voor professionalisering

Vijf keuzes voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict

  1. centraal innovatieprogramma of staande innovatie?
  2. bottom-up of top-down?
  3. centrale of decentrale ondersteuning?
  4. experts opleiden of inhuren?
  5. extra waardering of onderwijsinnovatie zien als onderdeel van het takenpakket?

De voor- en nadelen van de bovenstaande keuzes zijn mooi in beelden gevangen:

En Zuyd?

Zuyd is volop in beweging. Opleidingen denken na over hun visie op onderwijs waarbij de term ‘blended learning’ veelvuldig valt. Zuyd is bezig de koers voor de komende jaren te bepalen. Naar mijn beleving biedt ict volop mogelijkheden om onze onderwijskwaliteit op peil te houden. De wereld om ons heen, de arbeidsmarkt verandert in een snel tempo. Het kan niet anders dat technologie hierbij een grote rol speelt. Gelukkig ben ik hierin niet de enige ūüôā

Met TOL hebben we in het¬†DC4E-model beschreven hoe het traditioneel contactonderwijs ‚Äėblended‚Äô kan worden (her)ontworpen. We hebben dit verrijkt met een aantal elementen, zoals overzichten van technologische (Zuyd) tools, die dit proces kunnen ondersteunen. Hierin hebben we ook aangegeven dat het herontwerpen van onderwijs steeds meer in co-creatie gaat, waarvoor verschillende expertises nodig zijn op het gebied van instructional multimedia design, learning design, auteurrechten. Mijn o zo gewenste blended design teams!

De aanbevelingen uit de publicatie: rekening te houden met de autonomie van de docent, maar hem/haar zo veel mogelijk dichtbij te ondersteunen, te zorgen voor goede faciliteiten, en kennisdelen stimuleren, passen binnen mijn zienswijze. Docenten hebben vooral voldoende ontwikkeltijd nodig. Tsja, wat is voldoende? Dat blijft altijd discutabel. Mijn ervaring is dat het tijd kost. Heel veel tijd.

In de beschreven ervaringen herken ik veel van ons¬†bloemmodel, maar ook over de versie 2.0¬†waarin je het model hebt uitgebreid met studenten om zo een learning community te cre√ęren. In de SURF-publicatie staat ook dat de ideale ondersteuningsconcept niet bestaat. We kunnen deze keuzehulp gebruiken om binnen onze situatie die keuzes te maken die aansluiten bij Zuyd initiatieven, faciliteiten en structuren. Kern is wel dat het gaat om investeren in mensen: (in)formele (ict)docentprofessionalisering (notetoself: lees betreffend SURF rapport nog een keer).

Ik ga nu na deze keuzehulp gelezen te hebben, verder aan de slag met de notitie die we aan het schrijven voor de ondersteuningsstructuur Moodle/blended learning.

Groet,
Judith

Bron: SURF kennisbank: Keuzehulp voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ICT : Inzicht in de organisatie van docentondersteuning. De gebruikte afbeeldingen zijn afkomstig uit deze publicatie.

 

Bezocht EDLAB, The Maastricht University Institute for Education Innovation

Dag Marcel,

Op de 1e dag van de herfstvakantie heb ik met collega’s Rienke, Pieter en Els een bezoek gebracht aan het EDLAB¬†van de Universiteit Maastricht.

EDLAB

Klik op de afbeelding om folder EDLAB te downloaden

Het EDLAB is net zoals Tapijn Learning Spaces gevestigd op het terrein van de Tapijnkazerne, een prachtig mooi stukje Maastricht. Vanuit deze voormalig officiers mess heb je werkelijk een fantastisch uitzicht op de oude stadsmuur.  Het gebouw bestaat uit diverse flexruimtes, loungeplekken en vergaderruimtes. Allemaal erg mooi en licht ingericht. Wist je trouwens dat jouw opleiding Department of Knowledge Engineering ook op dit terrein nu gevestigd is?

Edlab4
Walter Jansen, co√∂rdinator Innovation en Nynke de Jong (liaison vanuit faculteit Gezondheidszorg) vertelden ons over aanleiding en missie van dit universiteitsbrede innovatiecentrum. Net zoals onze Zuyd Innoveert had de universiteit een vergelijkbaar onderwijsinnovatieprogramma, nl. ‘Leading in Learning’. Na enkele jaren met interessante en leuke projecten werd geconstateerd dat duurzame implementatie ontbrak. Dit was voor het CvB van de UM aanleiding om flink te investeren in dit innovatiecentrum. De directeur van EDLAB (tevens vice rector magnificus) is vanaf 1 april met zijn team aan de slag het centrum op te bouwen. Het kernteam bestaat uit 8 personen (5,5 fte) waarbinnen ook de bibliotheek is vertegenwoordigd. Daarnaast zijn er facultaire vertegenwoordigers (zij noemen dit ‘liaisons’). Elke faculteit is vertegenwoordigd door 0,4 fte (gedeeltelijk gefinancierd door EDLAB), soms is dat 1 persoon, maar het zijn vaker 2, of soms 3. (Herken je je bloemmodel? ūüôā ).

Het EDLAB bestaat uit 3 pilaren

  1. Education Innovation¬†waarbinnen 3 thema’s zijn gedefinieerd: instructional design, assessment en international classroom
  2. Excellence Education (honour-programs)
  3. Educational Services (docentprofessionalisering)

Onderzoek is niet het doel, maar kan altijd aanhaken.

Maandelijks komen het kernteam met de liaisons bijeen om projectvoorstellen te bespreken en om idee√ęn te genereren.¬†De facultaire vertegenwoordiger bespreken dit¬†binnen hun facultaire gremia en proberen draagvlak te zoeken en te cre√ęren. De liaisons zijn dus de verbindingstroepen tussen EDLAB en de faculteiten. Vanuit hun ambassadeursrol organiseren binnen hun faculteit o.a. lunchbijeenkomsten om de kennis vanuit EDLAB te delen. Zij hebben regelmatig overleg met het management van hun faculteit.

Bij het bepalen van de EDLAB projecten is onderwijsvisie altijd uitgangspunt. De focus ligt op het ontwikkelen en duurzaam implementeren van vernieuwingen/verbeteringen voor alle UM faculteiten. Waarbij studenttevredenheid en verbeteren van kwaliteit van onderwijs het doel is. Mochten sommige voorstellen niet door alle faculteiten omarmd worden dan kan een faculteit uiteraard zelf een innovatieproject opstarten, maar dit gaat dan niet onder leiding van EDLAB. Per project is een taskforce actief, bestaande uit experts uit de faculteiten op het specifieke onderwerp. Dit kunnen de liaisons zijn, maar dat is zeker niet altijd het geval. De liaisons zetten wel hun netwerk in om deze experts te zoeken. De (tijdelijke) inzet van deze experts wordt opgenomen in hun takenplaatje.
Het is wel de bedoeling de studenten in de nabije toekomst te betrekken bij de brainstormsessie, maar niet bij het construeren.

Dit EDLAB is dus niet zoals ons X-lab of als een iXperium gericht op trends op het gebied van leren en lesgeven met ict. Hiervoor is binnen de bibliotheek van de UM de supportservice EdICTed ingericht.

Kan dit ook bij Zuyd?

Het was erg interessant om te horen hoe de UM het weerbarstige onderwerp ‘onderwijsinnovatie’ aanpakt. Hoewel ze nog in de opstartfase zitten, ervaren ze dat het model van kernteam met facultaire vertegenwoordigers werkt. Moeten we toch nog maar weer eens een keer een poging doen om dit model, ons bloemmodel onder de aandacht van ons management te brengen? De focus van het EDLAB is duidelijk, het gaat om onderwijsinnovatie in de breedste zin van het woord, maar wel voor alle faculteiten. Het van elkaar leren en¬†het gebruik maken van elkaars kennis staan centraal.
De focus van het I-team betreft innovatie op het terrein van ICT in onderwijs en onderzoek, maar ook voor alle faculteiten van Zuyd. Uiteraard, de urgentie van innovatie van onderwijs moet vanuit de faculteiten komen. Zuyd Innoveert faciliteert dat prima. Momenteel poppen zoveel¬†icto-gerelateerde innovatieprojecten op. Prachtig! Laat die duizend bloemen maar bloeien! Maar net zoals de UM worstelen wij ook met duurzame innovatie. ¬†Als I-team raken wij¬†het overzicht langzamerhand kwijt.¬†Misschien is dat niet erg. Toch hoor ik steeds vaker de behoefte om van elkaar te leren. Wielen lijken¬†opnieuw uitgevonden te worden. Experts van buiten worden ingevlogen. De roep om ict-docentprofessionalisering wordt steeds luider. En natuurlijk wist ik het wel, maar na het bezoek aan het EDLAB is het me weer duidelijk geworden dat¬†zonder (financi√ęle) ondersteuning van het management het structureel en duurzaam kennis delen en¬†samen e-learning projecten uitvoeren nooit succesvol zal worden. Zou die bloem ooit nog eens tot groei komen? ¬†ūüôā

We zijn na deze kennis uitwisseling nog even in het Tapijn Learning Spaces geweest, waar ik al eerder ben geweest en over geblogd heb. Ik heb de ervaring van dit 2e bezoekje toegevoegd aan dat blogbericht.

Na een heerlijke lunch buiten in het herfstzonnetje op het terras van de Tapijn, hebben Rienke en ik binnen nog even verder gewerkt. Een prima werkplek: snelle gratis wifi, gezellige omgeving, sfeervolle muziek, lekkere koffie. Nu alleen nog wat extra stopcontacten en Maastricht is een Seats2meet plek rijker.

Herfstgroeten,
Judith

Innovatie door co-creatie, een Zuyderdroom?

Ha Marcel,

Was je er toevallig bij tijdens de 31e  diesviering van de Open Universiteit? De diesrede stond namelijk in het teken van BISS (Business Intelligence & Smart Services), het brein van de Smart Service Campus dat in het voorjaar van 2016 open gaat. Een programma waarbij de faculteit ICT van Zuyd, jouw faculteit nadrukkelijk betrokken is.

Ik zag via het Twitteraccount van de OU allemaal mooie plaatjes met dito uitspraken voorbij komen:

Dies3

Dies2

Dies1

Ik had deze week al gehoord dat onze collegevoorzitter Karel van Rosmalen daar ook het woord zou voeren.
Het dies redeboek staat al online. Ik heb niet alles gelezen. Uiteraard wel deze Zuyderdroom van onze voorzitter:

dies

Deelname aan BISS is een uitstekende stap, deelname aan meer programma’s is wenselijk. Laat ik dat eens verkennen, brutaal als ik ben, vanuit de dingen waarmee Zuyd Hogeschool bezig is. En ik droom hardop:

1. Zuyd Hogeschool heeft een Zuyd Academy (werktitel) opgericht om onderwijs te verzorgen voor mensen die al werken, Leven Lang Leren, deeltijdonderwijs met een specifieke didactiek en ondersteund door tools als blended learning. En eerlijk is eerlijk, als we niet oppassen gaan we bij Zuyd het wiel weer uitvinden. Wat zou er mooier zijn dan een joint venture van Zuyd met de OU, in plaats van ‚ÄúIntell Inside‚ÄĚ zou ons aanbod ‚ÄúOU inside‚ÄĚ of ‚Äúpowered by OU‚ÄĚ kunnen zijn. Dat zou voor een grote markt die het HBO zou kunnen betreden, een geweldige combinatie zijn.

2. De Zuyd Academy krijgt een prachtige plek. Nog voor de zomer van 2016 wordt ons nieuwe gebouw, LIGNE, in Sittard opgeleverd. Een gebouw waarin ons ondernemersonderwijs en het aanbod van de Zuyd Academy worden geconcentreerd. Daar zou een plek voor de OU niet misstaan. Ik begrijp dat u zoekt naar concentratie op een paar strategische plekken en mij dunkt dat het de moeite van het onderzoeken waard is.

3. De OU heeft een geweldige naam bij studenten waar het gaat om de kwaliteit van de masteropleidingen. Tegelijkertijd zijn de bacheloropleidingen, onder het door de overheid nieuw opgelegde regiem, geen vetpot. Zou het kunnen zijn dat de OU zich meer en meer gaat richten op de masters en de toeleiding daar naartoe, de bacheloropleidingen, over laat aan anderen? En als de klassieke universiteiten ervoor kiezen om drempels voor toegang tot de masters op te werpen is het dan niet een schone taak voor de OU om de toegankelijkheid tot dit deel van het stelsel te vergroten? Bijvoorbeeld door ook te kijken naar die hbo-afgestudeerden die het in hun mars hebben om een master te halen? Al dan niet in samenwerking met de UM?

Het thema van deze dies natalis was ‘Smart Services: innovatie door co-creatie’?¬†Op de Smart Services Campus gaan¬†wetenschappers, bedrijfsleven, overheden en studenten samenwerken en aan de slag met het¬†ontwikkelen van slimme diensten. Het is een samenwerking tussen de Open Universiteit, Universiteit Maastricht en Zuyd Hogeschool.¬†Karel droomde naast deze samenwerking dat OU en Zuyd¬†ook op didactisch¬†vlak¬†samen op te trekken.¬†Ik ben natuurlijk vooral ge√Įnteresseerd in de eerste gedeelte van Karel’s droom, over Blended Learning in het kader van de Zuyd Academy. Ik denk dat we veel kunnen leren van de OU op het gebied van online leren.

Ik heb ook een droom! Laat ik dat ook nog maar eens hardop doen dan.
Ik droom dat de co-creatie plaats vindt samen met¬†de onderwijsontwikkelaars of learning designers of onderwijstechnologen (of hoe we ze ook noemen) die Zuyd nu ook al heeft. Ik weet uit ervaring (en andere onderzoeken bevestigen dit) dat voor het ontwerpen van Blended Learning teams docenten moeten ondersteunen. Deze¬†ontwikkelteams zouden moeten bestaan uit: onderwijskundige adviseurs en docenten voor de didactiek, voor content inhoudsdeskundigen zoals docenten, voor technologie: (applicatie)ontwikkelaars, multimedia-adviseurs/ontwikkelaars en functioneel beheerders. Dus droom ik even verder …. dat de docenten tijd en ruimte krijgen om online (en ook OPEN) onderwijsmateriaal mee te (her)ontwerpen. Nog verder dromend: studenten hierbij betrekken! En mijn ultieme droom is dat we de innovatie door co-creatie ook delen zodat we van elkaar kunnen leren. Ik droom over¬†mooie bloemen ….

Judith

%d bloggers liken dit: