Auteursarchief: Judith van Hooijdonk
Lectoraat Technologie-Ondersteund Leren bij Zuyd
Ja, wij wisten het al enige tijd Marcel, maar nu stond het in het Besluitenlijst van het College van Bestuur en dan is het openbaar! 
Dr. Hendrik Drachsler is op voordracht van de benoemingsadviescommissie door het College van Bestuur benoemd tot lector Technologie-Ondersteund Leren. Het nieuwe onderwijslectoraat is ingesteld voor de duur van 8 jaar. Het lectoraat is erop gericht innovatief en praktijkgericht onderzoek te initiëren en uit te voeren op het snijvlak van didactiek, technologie en onderwijs. Dit in nauwe samenwerking met de onderwijspraktijk binnen Zuyd Hogeschool.
Hendrik Drachsler werkt bij onze buren: de Open Universiteit en is (inter)nationaal bekend vanwege zijn onderzoek naar Learning Analytics (zie zijn keynote van vorig jaar tijdens Dé Onderwijsdagen). Op de OU-website staat over Hendrik te lezen dat hij universitair docent is. Dat hij werkt aan het personaliseren van leren met behulp van systemen voor het vinden, ontsluiten en beheren van informatie (‘information retrieval’) en adviessystemen (‘recommender systems’). Ook is hij geïnteresseerd in onderzoek naar leernetwerken en persoonlijke leeromgevingen.
Prachtig nieuws! Het vastgestelde lectoraatsplan heb ik met veel plezier gelezen, vooral ook omdat Hendrik een nauwe samenwerking met het I-team nastreeft. In zijn SWOT-analyse benoemt hij ons als één van de sterktes. Dat doet goed. Het is verder aan de lector om zijn plannen verder te delen binnen en buiten de organisatie. In afwachting van zijn eigen lectoraat website mag hij met alle plezier ons blog of het blog van het I-team als platform gebruiken 🙂
Hendrik, hartelijk gefeliciteerd met je benoeming. Op een mooie samenwerking!
Marcel & Judith
Op zoek naar de zone van de collectieve naaste ontwikkeling. Oratie van Marjan Vermeulen.
Hallo Marcel,
Heb je ook meegekregen dat Marjan Vermeulen onlangs is benoemd als bijzonder hoogleraar Docentprofessionalisering aan het Welten-instituut van de Open Universiteit? De leerstoel is ingesteld door het onderwijsadviesbureau KPC Groep. Marjan Vermeulen onderzoekt via de leerstoel scholen als: ‘rijke en uitdagende leeromgevingen voor leraren, zodat er met plezier geleerd wordt.’ Met bijzondere belangstelling heb ik haar oratie Leren Organiseren gelezen. Als I-adviseur is één van mijn belangrijkste drijfveren het professionaliseren van docenten op het gebied van leren en lesgeven met ICT.
Prof. dr. Marjan Vermeulen stelt dat “professionaliseren docenten anders moet”. Docenten moeten niet van elkaar leren maar met elkaar. Het lezen van haar oratie was een feest der herkenning. Professionaliseren van docenten is een van de belangrijkste pijlers als het gaat om innoveren van ons onderwijs, schrijft zij (zoals ik dat ook schreef in mijn onderzoek 🙂 ). Innovatief gedrag kan het best gestimuleerd worden in een omgeving waar collectief geleerd wordt. Mijn masteronderzoek heet ook niet voor niets Leren professionaliseren: Leer-Ontwikkel-Werk-Samen-Onderzoek-Kennis-Deel.
Vermeulen begint haar oratie met een korte beschrijving van de karakteristieken van de belangrijkste leertheorieen: cognitivisme, behaviorisme, sociaal-constructivisme en connectivisme. Ze benadrukt dat het belangrijk is om te weten vanuit welke leertheoretisch perspectief onderzoek is uitgevoerd. Een behaviorist denkt anders over leren dan een cognitist. En vanuit het sociaal-constuctivisme zal het leren anders georganiseerd worden dat bij connectivisme. “Omdat er nogal verschillende processen en verschillende uitkomsten achter een leertheorie zitten is het jammer dat deze opvattingen zo zelden geëxpliciteerd worden in onderzoek en praktijk” zo schrijft Vermeulen (p. 13). Vervolgens beschrijft ze op basis van veel (bekende) wetenschappelijke onderzoeken uit de organisatiekunde (lerende organisaties), personeelswetenschappen en onderwijswetenschappen het professionaliseren van docenten.
Ontwikkeling in de onderwijspraktijk moet meer karakter van groei krijgen. Collectieve groei is complex, schrijft Vermeulen. Onderwijsonderzoek hebben neiging alles te secuur te onderzoeken en daardoor een te lange tijdsduur voor innovatie. Daarnaast vindt Marjan Vermeulen het van belang om docenten niet als uitvoerders van ideeën van anderen, maar als ontwikkelaars te benaderen. En vraagt zij zich af is de docent in controle (eigenaar van eigen professionalisering) of onder controle (is er sprake van verplicht professionaliseren?).
Uit paragraaf 6.3:
Er wordt wel over collectief leren gesproken maar dan veelal leren van elkaar ipv leren met elkaar gericht op gezamenlijke leeropbrengsten. We hebben het over professionele leergemeenschappen of learning communities, maar een leergemeenschap ontwikkelt zich niet vanzelf, ondersteuning is belangrijk in de vorm van een facilitator. Ook is de ontwikkeling tot een professionele leergemeenschap waar samengewerkt en geleerd wordt een langdurig proces. De sociaal kapitaal theorie verklaart dat langdurige en intensieve proces.
Ook is interactie in gelijkwaardigheid op basis van een professionele dialoog een belangrijk kenmerk om elkaars expertise te gebruiken en inbreng te waarderen.
Er is geen blauwdruk van wat een lerende organisatie is, de kennis daarover zal blijven toenemen en de toepassing daarvan is in iedere context anders. Wetenschap en onderwijspraktijk zullen in het onderzoek daarna gezamenlijk moeten optrekken. Omdat innovatiestrategieën met een open einde, blijvende input van nieuwe referentiekaders nodig hebben voor continue ontwikkeling.
Uit paragraaf 6.4:
Die nieuwe praktijken ontstaan niet door de kennisketen op te knippen zoals nu het geval is, maar door hecht samen te werken en daarmee de kennisketen tot een leercyclus om te vormen. Alle partners hebben een eigen expertise die samen innoveren mogelijk maakt. Samen in de zin van het nastreven van gemeenschappelijke opbrengsten waar in gezamenlijkheid met ieder vanuit zijn eigen expertise in gelijkwaardigheid aan gewerkt wordt.
Zie ook nieuwsberichten OU en KPC
Door het lezen van haar oratie kreeg ik meer zicht op de verschillende opvattingen over leren in wetenschappelijk onderzoek. Ik herken de dominante behavioristische en cognitieve opvattingen over leren en het professionaliseren van medewerkers. De klassieke (individuele) functionerings- en beoordelingsgesprekken stimuleren de (brood)nodige collectieve groei niet. Er wordt snel gezegd dat we moeten transformeren naar een lerende organisatie. Dat is net zo snel gezegd al: ‘we moeten meer samenwerken en kennis delen’. Makkelijk gezegd. Moeilijk gedaan. Laten we op zoek blijven naar de zone van collectieve naaste ontwikkeling. Docenten blijven begeleiden, activiteiten rondom onderwijs ontwerpen en leren en lesgeven met ict blijven bijsturen. De opgedane kennis delen. Zo ontstaat collectieve groei en ontwikkelt Zuyd zich als een lerende organisatie.
Ik hoop dat de verschillende initiatieven en plannen die er zijn op het gebied van (ict) docentprofessionalisering binnen Zuyd elkaar het komende jaar zullen vinden. Zou die droom van een ‘learning en teaching centre’ realiteit kunnen worden?
Judith
Self Compassion [video]
Ha Marcel,
Vorige week liep mijn emmertje even over. En ik zie om mij heen meer collega’s die het moeilijk hebben. Werkdruk, ander manier van willen werken, geen invloed hebben op ontwikkelingen, organisatieperikelen … het gaat ons allemaal niet in de koude kleren zitten….We zijn zo gepassioneerd over ons werk. We willen zo graag. Dit filmpje deed me goed. We moeten vaker ook gewoon wat liever voor onszelf zijn. Een pas op de plaats en eens bekijken wat we allemaal wel gedaan en bereikt hebben. Een depressie ligt snel op de loer…
We moeten zoveel van onszelf. We vinden ons vaak niet goed genoeg. Dat betekent niet, zo las ik ergens dat we de lat lager moeten leggen, maar gewoon weghalen. En wat vaker lachen als je denkt dat je je weer eens gek gedragen of niet goed genoeg gepresteerd hebt. Om dit filmpje moest ik wel grinniken 🙂
Er zijn goede en minder goede momenten in het (werk)leven. De minder goede momenten verdiepen ons en de goede momenten voeden en verrijken ons. Gelukkig heb ik nog steeds dierbare collega’s om me heen waarbij ik kan spiegelen. Dat is fijn. Dat heb ik ook nodig. Dank.
Trouwens die School of Life heeft meer mooie filmpjes. Interessant in het kader van Bildung. Zie hun YouTube kanaal.
Fijne (werk)dag!
Judith
Een aanpak voor studeerbaarheid #onderwijsontwerpen
Hallo Marcel,
Onlangs heeft ons College van Bestuur ingestemd met het voorstel van Marcel van der Klink, lector van het lectoraat Professionalisering van het Onderwijs, voor een aanpak voor studeerbaarheid en doceerbaarheid. Graag wilde ik deze notitie breder delen omdat de ontwerpprincipes die hij hierin opsomt dat waard zijn! De notitie bepleit ook het blijven leren van elkaar. Ik hoop dat hiervoor ook de online mogelijkheden worden gebruikt 🙂 .
Met instemming van Marcel heb ik zijn notitie samengevat. Deze samenvatting is (met literatuurlijst) eerder gepubliceerd op icto.community.zuyd.nl .
Groet,
Judith

Samenvatting van de nota van Marcel van der Klink
‘Een aanpak voor studeerbaarheid’ (11 april 2016)
Op vele opleidingen worden curricula herzien en wordt gewerkt aan het verbeteren studeerbaarheid. Een studeerbaar curriculum zorgt er voor dat zoveel mogelijk studenten binnen de reguliere (en gefinancierde) opleidingsduur een diploma verwerven, waarbij ze gedurende de opleiding alle competenties verwerven die voor een entree en eerste loopbaanfase in hun professie essentieel zijn. Studeerbaar betekent ook dat de opleiding wordt ervaren als een niet overladen curriculum met herkenbare samenhang binnen en tussen de opleidingsonderdelen. Een studeerbaar curriculum zorgt er tevens voor dat studenten tevreden zijn over hun studie, het draagt bij aan hun opleidingsmotivatie en hun betrokkenheid en het zorgt er voor dat studie-uitval tot een acceptabel niveau wordt teruggebracht. Het blijkt dat we steeds harder werken (hoge werkdruk bij docenten) voor minder resultaten (hoge studie-uitval).
Marcel van der Klink heeft op basis van publicaties van o.a. Dochy, Van der Akker, Kessels en eigen onderzoek principes voor een studeerbaar en doceerbaar curriculum geformuleerd. De principes zijn ingedeeld in principes voor de inrichting van het curriculum en voor het proces van het ontwerpen van het curriculum. In zijn inleiding schrijft Marcel:
Er wordt wel eens beweerd dat er als opleiding niet veel aan is te doen, omdat vooral student-gebonden kenmerken verantwoordelijk zijn voor studeerbaarheid. Alsof studeerbaarheid een natuurverschijnsel is en we daar geen vat op kunnen hebben. Dat is veel te kort door de bocht geredeneerd en veronachtzaamd dat wij zelf daar een verantwoordelijkheid in moeten blijven nemen, en ons laten informeren door onze eigen ervaringen, ervaringen bij andere hogescholen en door de groeiende wetenschappelijke literatuur. Dat we aan studeerbaarheid blijven werken verwacht de overheid, de maatschappij en ook onze (toekomstige) studenten van ons. En dat verwachten we ook van onszelf daar we binnen Zuyd het adagium hanteren dat we er alles aan doen om iedere student te helpen een gewilde professional te worden!
Onderstaande principes bieden essentiële input voor de inhoud van visiedocumenten, voor de kaders die ontwikkelteams krijgen aangereikt, en voor het uitwerken ervan in allerhande onderwijsmaterialen. Daarnaast zijn deze principes bruikbaar als evaluatiecriteria voor curricula om de mate van studeerbaarheid vast te stellen. De principes voor het ontwerp van het curriculum geven sturing aan het ontwerpproces voor het (her)ontwerpen van curricula. Het toepassen van deze principes is niet alleen bevorderlijk voor de studeerbaarheid van onze opleidingen, maar zorgt ook voor doceerbaarheid en reduceert tevens de onderwijslogistieke complexiteit.
Principes voor het inrichten van het curriculum
- Programmeringsprincipe opleiding:
Werk met grote onderwijseenheden. Zorg voor evenredige spreiding studielast (inclusief toetsmomenten) over het jaar. Voorkom dat studenten meer dan twee opleidingsonderdelen naast elkaar moeten volgen. - Programmeringsprincipe per blok:
Congruentie waarborgen: De link tussen inhoud, didactiek en toetsing moet helder zijn voor studenten en docenten.
Duidelijkheid en transparantie: Maak helder wat je van studenten verwacht en op welke criteria studenten worden beoordeeld.
Toetsmomenten: Programmeer per blok niet meer dan 1 summatieve toets, onderzoek de mogelijkheden voor (vrijstellende/compenserende) deeltoetsen maar voorkom het gevoel van een hordeloop.
Aansluiting bevorderen: activeer vereiste voorkennis uit voorgaande blokken. Zorg voor aansluiting tussen binnenschools en buitenschools leren en vice versa. - Didactisch principe:
Beperk college-achtige activiteiten ten faveure van activerende en kleinschalige activiteiten die studenten aanzetten tot leren. Laat studenten (in groepen) werken aan (zelfgekozen) vraagstukken die ontleend zijn aan de beroepspraktijk. Intensiveer contact tussen docenten en studenten, onder andere door frequente feedback op inhoud en leerproces. Organiseer een blend van activiteiten: Programmeer vanuit principe van wat digitaal kan en wat f2f moet. Varieer in activiteiten: Dat maakt het voor studenten én docenten aantrekkelijk. - Integratief principe:
Generieke competenties (zoals studievaardigheden en 21st century skills) dienen vanaf dag 1 in het curriculum aandacht te krijgen, niet door het apart te programmeren in cursussen of in de studieloopbaanbegeleidingsgesprekken maar juist door het te integreren in de vakinhoudelijke opleidingsonderdelen. - Acteer op heterogeniteit:
Verwerf diepgaande kennis over de studentpopulatie in termen van belangstelling, talent, leerstrategieën, voorkennis, wensen, ervaringen, studiesucces van (subgroepen) van studenten. Maak duidelijk hoe de opleiding acteert op de heterogeniteit in de studentpopulatie vanuit het perspectief van het bieden van optimale studeerbaarheid voor alle studenten.
Principes voor het ontwerptraject van curricula
- Hanteer een ontwerpmethodiek die recht doet aan curriculumontwikkeling als:
• Cyclisch en iteratief proces: Met als fasen analyse, ontwerp, ontwikkeling en evaluatie;
• Evidence-informed proces: Besluiten op basis van evidentie;
• Integratief proces: Acteren op de samenhang tussen de vraagstukken in een curriculum;
• Participatief proces: Betrokkenheid van stakeholders doorheen het gehele ontwerpproces;
• Continue leerproces: Ontwerpen door al doende toewerken naar het optimale curriculum. - Teams van docenten:
Zorg dat docenten in een klein team als collectief (en niet als optelsom van individuen) een opleidingsonderdeel ontwerpen, uitvoeren, evalueren en bijstellen. Dat bevordert eigenaarschap en kwaliteit van het onderwijs. Het biedt tevens docenten meer werktevredenheid, mogelijkheden om van en met collega’s te leren en meer mogelijkheden om verschillende taken en rollen te vervullen. - Klimaat:
Heb vertrouwen in je studenten en in je collega’s. Koester hoge verwachtingen van elkaar en laat dat regelmatig weten. Blijf met elkaar in gesprek.
Het Lectoraat Professionalisering van het Onderwijs gaat enkele opleidingen ondersteunen om van deze principes naar een programmatische aanpak te komen. Tijdens de regelmatige evaluaties draait het primair om:
- Vaststellen van de mate waarin het beoogde herontwerp daadwerkelijk wordt geïmplementeerd
- Inzicht krijgen in de realisatie van de beoogde projectdoelen (studeerbaarheid en doceerbaarheid)
- De tijdsperiode: De evaluaties beperken zich niet tot de projectperiode. Ook na afronding van de projectperiode wordt gemonitord hoe de studeerbaarheid en doceerbaarheid van de desbetreffende opleiding zich nadien ontwikkelen.
Uiteraard is er nadrukkelijke aandacht voor de bemensing van de projectteams. Tot de projectoverstijgende activiteiten behoort het doen van voorstellen voor Zuyd-brede richtlijnen voor de omvang van blokken, parallelle programmering van blokken, aantal toetsen per blok en andere maatregelen op Zuyd-niveau die nodig zijn om de optimale kaders voor studeerbaarheid te scheppen.
Om er voor te zorgen dat we van en met elkaar kunnen blijven leren over studeerbaarheid, ook op programmaniveau en Zuyd-breed, zijn projectoverstijgende activiteiten noodzakelijk, zoals presentaties, masterclasses, curriculum design labs, excursies, studiereizen.




