Online Kennisdelen #blogkermis #losmakers

Hi Marcel,

In het voorjaar heb ik meegedaan aan een blogkermis over Social Learning georganiseerd door @joitskehulsebosch. Nu heeft een andere ‘losmaker‘ @jokeva (Joke van Alten) het initatief genomen voor een blogkermis over ander thema waar ik zo in geloof: Online Kennisdelen.

Het onderwerp is: hoe deel jij online jouw kennis en ervaringen? We hebben het allemaal over het belang van DoenDenkenDelen en kennisdelen, ook online, maar wie doet het nu werkelijk? En als je het niet doet, waarom doe je het dan niet? En als je het wel doet, op welke manier dan en wat is het effect? Of misschien zie je om je heen mooie voorbeelden van organisaties die online kennisdelen faciliteren.

Wat is een blogkermis ook al weer?
Een blogkermis (of blog carnival) is een verzameling postings rond een thema met als doel een aantal bloggers bij elkaar te brengen. Iemand start een onderwerp, en daarop wordt door verschillende bloggers binnen een bepaalde tijd geantwoord in de vorm van een posting. Meestal met link naar die originele oproep, en na verloop van tijd worden de postings verzameld in een overzicht.

img_2751

En uiteraard weer dit plaatje bij de blogkermis🙂

Het was in het jaar 2009 dat ik Helene Blowers, bekend van Library Things, zag en hoorde tijdens U game U learn. Social media was in opkomst. Het intrigeerde me. Ik was in die tijd part-time bibliothecaris en part-time ICTO-adviseur bij een hogeronderwijsinstelling in het ‘Zuyden’ van het land. Opsporen van informatie en dat delen deed ik al als bibliothecaris, zoeken en delen zat en zit in mijn genen. Wist ik in de jaren 80 waar mijn klanten (docenten en studenten) mee bezig waren dan attendeerde ik hen met een kopieetje van een tijdschriftartikel of aankondiging van een nieuw boek in hun postvak. Ik zag wel dat dit met web2.0 ook anders kon.

Het organisatieonderdeel waar het ICTO-team en de bibliotheek bij hoorden was gericht op leren en innoveren en kennisdelen in netwerken. Wij experimenteerden met een groepje collega’s met de 21eDingen van SURF (de vertaling van LibraryThings maar dan gericht op het hoger onderwijs). Ik was enthousiast. Ik experimenteerde met diverse tools: Blogger, Netvibes, Hyves, Twitter. Startte een duoblog met een collega. Van mijn leidinggevende kreeg ik de ruimte om dat verder uit te bouwen. De data van 21 eDingen kregen we van SURF en dat was de basis voor onze eigen Dingen@Zuyd. Trainingen en workshops werden georganiseerd. De gratis versie van Yammer werd geïntroduceerd.

Op enkele believers na werd het geen groot succes. Tijd, ruimte en urgentie ontbrak.

Als verbinder en kennisdeler ben ik social media blijven gebruiken. Ik gebruik mijn blogs, Twitter, LinkedIn, Scoop.it om informatie en kennis te delen over mijn activiteiten als adviseur ict en onderwijs. Ik blader de tijdschriften niet meer door maar scroll ik door mijn RSS-krantje Feedly. Zo deel ik wat ik interessant vind op mijn vakgebied open en online. Je kunt me ook een content curator noemen. Ik deel informatie met een bepaald publiek in gedachten. Zo heb ik Scoop.it met topics ‘leren en innoveren’, ‘icto’, leertechnologie’, en ‘bibliotheekinspiatie’. Soms voeg ik er iets van eigen inzichten toe, maar meestal gebruik ik hiervoor dit duoblog 2beJAMmed.

Mijn collega’s volgen niet alles wat ik allemaal open en online deel😉 . Binnen mijn organisatie gebruiken we andere tools om deze informatie en kennis te delen. Wekelijks attendeer ik mijn collega’s via een Nieuwsflits, een nieuwsbrief via de e-mail. Korte berichten over ict in het onderwijs: praktijkvoorbeelden van binnen en buiten de organisatie, tips over leertechnologie, interessante publicaties over onderwijsontwikkeling/blended learning etc. Veelal verwijs ik dan naar één van de andere blogs/websites van het I-team, zoals ons ICTO-blog en Dingen@Zuyd.

Heel vaak hoor ik in mijn organisatie dat we meer moeten kennisdelen. We vinden elkaar moeizaam. Zoveel mensen zijn met vergelijkbare initiatieven bezig, die misschien meer effect bereiken als ze de krachten zouden bundelen. Maar we weten het niet van elkaar. Het belang van learning communities wordt onderkend. Het is zelfs één van de pijlers van de visie van mijn club. Echter volle agenda’s bemoeilijken f2f (learning) communities. In mijn masteronderzoek heb ik bij een opleiding onderzocht of ict ondersteunend kan zijn bij het online samenwerken en online kennis delen in communities. De meeste docenten uit mijn onderzoek zagen nog geen mogelijkheden en kansen om met sociale media open kennis te delen en het online samenwerken te ondersteunen. De docenten gaven aan dat het gebruik van sociale media (Twitter en Facebook) nog veel als privé activiteiten gezien worden. Om op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen gebruikt eenderde van de docenten sociale media (vooral LinkedIn). Het online delen van kennis of ideeën gebeurt relatief weinig, een ruime meerderheid zegt dit nooit via internet te doen.

Wil je als organisatie slimmer samenwerken, over muren van opleidingen/dingen en organisatie online kennis en ervaring uitwisselen dan moet *imho* sociale technologie ook gemakkelijk beschikbaar zijn. In mijn organisatie is dat nog niet. Onze intranetomgeving is ingericht als een kennisbank en niet als een platform voor interactie. Hiervoor gebruiken collega’s die er behoefte aan hebben (de gratis versie van) Yammer.

Toch is de laatste maanden wel iets aan het veranderen. Het belang van online kennisdelen wordt steeds vaker onderkend. Ik word bij diverse initiatieven gevraagd om mee te denken hoe online samenwerken en kennisdelen gestimuleerd kan worden. Het houdt natuurlijk niet op bij het beschikbaarstellen van OneDrive of het aanmaken van een Yammergroep. De praktijk is weerbarstig. Kennis delen kost tijd. Tijd die collega’s er nu (nog) niet aan spenderen. De urgentie of ambitie is blijkbaar nog niet dringend genoeg? Of handelingsverlegenheid is nog te groot?

Ik blijf de steentjes toch wel gooien. Kringen vormen zich dan vanzelf.
Wie weet dat deze rimpelingen toch dingen in beweging zetten …delennieuweleren

Mijn bijdrage aan de blogkermis toegevoegd aan de Losmakersgroep op LinkedIn

Van Twitterfeed naar IFTTT, of?

Jij hebt ook vast de mail van Twitterfeed ontvangen, Marcel. Ze gaan stoppen😦 Zo lang ik me kan heugen worden onze blogberichten via Twitterfeed geplaatst op Twitter. Vanaf 31 oktober dus niet meer. We moeten op zoek naar iets anders.

In hun mail adviseren ze Buffer of Dlvr.it. Ik heb even snel op internet gezocht naar de voor en nadelen. Uit deze vergelijking kwam Dlvr.it als beste uit de bus. Maar in dit artikel werd IFTTT als favoriet genoemd.

Hé …. daar had ik al een account van ….🙂

Werkt heel simpel. Je wordt stapsgewijs door de procedure van een nieuw recipe geloosd.
Bij THIS – selecteer je WordPress en koppel ons blogurl, login en selecteer ‘any new post’.
Bij THAT – selecteer Twitter ‘post a tweet’. Ik heb weer zo als gebruikelijk ingevuld (alleen #yam niet meer toegevoegd omdat Twitter de tweets toch niet meer doorzet naar Yammer)
New JAM! {post title}{post url}#2beJAMmed

Maar …. bedacht ik me ….

WordPress zelf biedt inmiddels ook mogelijkheden om blogs automatisch te publiceren. Ik had LinkedIn en Google+ al enige tijd geleden geactiveerd. Zal Twitter inmiddels ook niet te koppelen zijn? En jawel hoor! Via de share instellingen vind je de optie ‘publicize settings’. Naast LinkedIn, Google+, Twitter kan je WordPress ook koppelen met Facebook (doe ik niet), Tumblr en Path (gebruik ik niet).
Dus ik heb ook nu deze verbinding tussen WordPress en Twitter gelegd.

Nu eens even kijken wat er gebeurt als ik zo op publiceren klik, hoe al die tweets er uit zien🙂 En hoe snel ze gepubliceerd worden. Ik denk wel dat ik dan kies of voor de WordPress optie of de IFTTT.

ifttt

Wat wordt het voor jou?

Groet,
Judith

Volgbaar werken

Hi Marcel,

De laatste weken ben ik veel aan het nadenken over de manier waarop wij (willen) samenwerken binnen Zuyd. Ik ben vanwege mijn kennis en ervaring over online samenwerken en online kennisdelen betrokken bij ZOEC en Zuyd Professional. Ook mijn leidinggevende van de dienst O&O zoekt naar mogelijkheden om elkaar beter te informeren over waar eenieder mee bezig is.

De behoefte aan kennis delen wordt door iedereen gevoeld. Het wordt ook regelmatig benoemd. Afstanden en volle agenda’s maken het f2f kennis delen steeds moeilijker. Ik benoem regelmatig de mogelijkheden van (sociale) technologie (ja dat zijn sociale media🙂 Ervaring leert dat deze term of te veel weerstand oproept of te veel geassocieerd wordt met privé-activiteiten). Ik verken de mogelijkheden die binnen Zuyd beschikbaar zijn. Men wil technologie wel inzetten, maar men weet niet hoe. En tijd (en/of urgentie/ambitie?) ontbreekt om hier energie in te steken. Dus blijven we mails versturen en (vanwege sociale aspecten) bijeenkomsten plannen.

Het is weerbarstig, de praktijk van online kennisdelen.

Sibrenne Wagenaar benoemt in haar artikel Al samenwerkend kennis delen op Ennuonline waarom kennis delen zo moeilijk is. Kennis is verbonden aan een eigenaar. Vaak blijft deze kennis in het hoofd van de professional, terwijl deze kennis voor een ander zeer belangrijk kan zijn.

Het kennisdelen blijft nu beperkt tot:

  • Directe kennisoverdracht: via face-to-face of mail/whatsapp contact op een formele of informele manier. Kennis wordt pas gedeeld als er een beroep op wordt gedaan.
  • Indirecte kennisoverdracht: kennis wordt vastgelegd en toegankelijk gemaakt (bv. kennisbank, intranet, blogs). Weinig professionals zijn te motiveren om dit te doen: voor wie doe ik dat? what’s in it for me?

Het is natuurlijk mooi dat onze HR aandacht heeft voor informeel leren. Als je de bijbehorende notities en flyers leest, gaat dit vooral uit van directe kennisoverdracht.

In onze complexe organisatie hebben we *imho* meer nodig om verder te komen. Een lerende organisatie met een cultuur waarin kennisdelen gewoon is, waar medewerkers erkenning krijgen voor het delen van kennis (jaja hier zit een pijnpuntje😉 ). We hebben elkaar (’s kennis) nodig om samen te werken. Met sociale technologie kunnen we meer met elkaar verbonden zijn. Wagenaar verwijst in haar artikel naar een bijdrage van René Jansen op Winkwaves: Volgbaar intelligent en lerend werken.

Kennis is dynamisch, subjectief en afhankelijk van de context. Kennis kan moeilijk losgekoppeld worden van de personen en contexten waarbinnen de kennis is ontwikkeld, waardoor het vastleggen en overdragen van kennis niet alleen praktisch gezien, maar ook theoretisch gezien een grote uitdaging is.

Willen we samen die netwerkorganisatie zijn, dan moeten we bewegen richting een lerende organisatie waar werken, leren en sociale technologie samensmelten, zegt René Jansen. Laten we technologie inzetten om elkaars expertise en vragen zichtbaar te maken door dat te doen op het moment dat je een waardevolle ervaring opdoet, een vraag hebt of deelt waar je mee bezig bent: volgbaar werken!

Door volgbaar te werken en alles wat je doet tot een (potentieel) gespreksonderwerp te maken, laat je een continu spoor achter dat zichtbaar maakt hoe je doet wat je doet, en waarom je de dingen doet zoals je ze doet. Hiermee vorm je en bevestig je continu je identiteit: wie je als organisatie bent, hoe je betekenis geeft en wat je anders maakt dan je concurrenten.

In andere bewoordingen heb ik dit al eens gedroomd in “Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder”, de leerinterventie van mijn masteropleiding. Daarin heb ik ook beschreven dat niets zo moeilijk is als cultuurverandering,  de transformatie naar een lerende organisatie.

LA3

 

Wordt het niet tijd om ons ‘what’s in it for me’- denken om te zetten in een ‘what’s in it for us’- attitude? Dat er, zoals Frans de Vijlder dat benoemt, een verschuiving plaats vindt van een solo- naar een netwerkprofessional? Dat je als kritische netwerkprofessionals nadenkt over impact van je handelen, van je team, collega’s, organisatie. En dat je samen verantwoordelijk voelt. Daar hebben we elkaar’s kennis bij nodig.

Althans, ik heb dat wel nodig om mijn werk goed te doen.

Volgbaar werken. Ik vind het een mooie term.

Judith

Transliteracy

Dag Marcel,

De afgelopen weken is de vragenlijst die Ankie en ik hebben gemaakt rondom ‘Leren en lesgeven met ict’ weer verspreid onder de deelnemers van de Docentencursus (BDB) maar dit keer ook bij de ontwikkelaars van Zuyd Professional. Het doel van deze vragenlijst is om de beginsituatie ten aanzien van leren en lesgeven met ict voor de docent zelf duidelijk te krijgen. We hebben hierbij gebruik gemaakt van de eindkwalificaties Leren en lesgeven met ict van het iXperium Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Wat we vorig jaar zagen, wat ik in mijn masteronderzoek zag en nu eigenlijk ook weer is dat docenten graag leertechnologie willen inzetten maar vinden dat ze hiervoor onvoldoende digitaal didactische bekwaamheden hebben. De meeste vinden zich wel informatievaardig.

Ik moest hier aan denken toen ik het artikel What exactly is transliteracy? van Suzana Sukovic las.

transliteracy-conceptual-model-sukovic

Transliteracy is an ability to use diverse analogue and digital technologies, techniques, modes and protocols

  • to search for and work with a variety of resources
  • to collaborate and participate in social networks
  • to communicate meanings and new knowledge by using different tones, genres, modalities and media.

Transliteracy consists of skills, knowledge, thinking and acting, which enable a fluid ‘movement across’ in a way that is defined by situational, social, cultural and technological contexts.

Moeten we in plaats van docenten te bevragen of hij is “in staat is online effectief informatie te zoeken en te vinden, de betrouwbaarheid van deze informatie te beoordelen, diverse online informatiebronnen te benutten, informatie van diverse bronnen met elkaar te vergelijken en de gevonden informatie te synthetiseren” eigenlijk niet bevragen over transliteracy? Of hebben we het dan toch weer over 21st century skills? Het lijkt allemaal wel veel op elkaar hè? Het heeft waarschijnlijk meer te maken vanuit welke discipline je deze vaardigheden beschrijft.

Hoe je het ook noemt of beschrijft, deze vaardigheden zijn belangrijk voor elke beroep waar we bij Zuyd studenten voor opleiden. En daarmee ook belangrijk voor onze docenten.

Groet,
Judith

Game On. Gastblog @loespustjens

*trotse moeder*

OUR 2bejammed GUEST: Loes Pustjens

Hallo Marcel!

Ik hoorde van mam dat je erg enthousiast was over mijn opdracht over serious gaming die ik kreeg voor het vak Innovaties in de Marketingcommunicatie. Leuk! In het kader van kennisdelen (hallo moeders), schrijf ik daarom dit blog. Misschien heb jij als game-expert nog ideeën over mijn opdracht?🙂

Vorige week ben ik ter inspiratie voor deze opdracht samen met medestudenten van de master Media & Beïnvloeding naar het FreedomLab in Amsterdam gegaan. Dit is een “future studies” denktank waar experts vanuit verschillende disciplines (filosofie, economie, antropologie, sociologie, informatiekunde, psychologie, communicatiewetenschap, ga zo maar door) zich bezighouden met mens en technologie. Met deze kennis beogen ze grote organisaties te helpen om het heden te herdefiniëren door op de toekomst te anticiperen. FutureLab ontwikkelt future-proof strategieën, organisatievormen, proposities, merken, producten en diensten. Klinkt nogal abstract allemaal, maar dat viel allemaal reuze mee. We kregen een gastcollege en workshop van Jeroen van Mastrigt-Ide over serious gaming. Hij  vertelde ons over het belang van intrinsieke motivatie bij het ontwikkelen van een game. Deze verschillende vormen van intrinsieke motivatie werden ingedeeld in groepjes, waaruit vervolgens verschillende soorten player typologieën kunnen worden geabstraheerd.

De opdracht die bij dit studie-uitje hoorde is: “creëer een game-concept op basis van een player-typologie. Doe dit aan de hand van een bepaald domein (gezondheid, educatie, finance, etc.), en ga daarbinnen op zoek naar een situatie waarbij mensen geactiveerd en gemotiveerd moeten worden. Baseer vervolgens je game-concept op game mechanics die het desbetreffende player type kunnen activeren/motiveren. Gebruik literatuur om je standpunt te onderbouwen.”

Oh ja, nog bedankt voor dat artikel wat je me doorstuurde …🙂

Deze opdracht maak ik met 4 medestudenten. Ons idee tot nu toe: we ontwikkelen een game binnen het domein “educatie”. Daarbij willen we kinderen in de leeftijdscategorie van 8-12 jaar wijzen op de brandgevaren van een huis. De speler moet op het huis van een oude man passen dat vol brandgevaren zit. Het doel van het spel is om brandgevaren in het huis te ontwijken en het weer in zijn originele staat op te leveren. Tijdens de game wordt de speler dus geconfronteerd met verschillende gevaren, zoals een pan op het fornuis die mogelijk vlam kan vatten, een stijltang die nog in het stopcontact steekt en een magnetron die een maaltijd in een metalen bak opwarmt. Het is aan de speler om deze gevaren tijdig te ontdekken en te voorkomen dat er brand ontstaat. Wanneer er uiteindelijk toch brand uitbreekt, moet de speler de juiste handeling uitvoeren om de brand te blussen. Het kan dus een heel educatief spel voor kinderen zijn, omdat ze gevaren leren herkennen en leren hoe ze moeten handelen in geval van brand.
De player typologieën die hierbij centraal staan zijn de Explorer en de Achiever. Achievers zijn mensen die de focus leggen op presteren en winnen. Zij willen nieuwe levels halen en zo hoog mogelijk op de ranglijst eindigen. Explorers zijn ontdekkers en avonturiers. Zij halen voldoening uit het verkennen en ontdekken van nieuwe dingen in de omgeving. Game mechanics kunnen ervoor zorgen dat de intrinsieke motivatie van spelers wordt geactiveerd (Ferro, Walz & Greuter, 2013). Zo kan de speler in de virtuele ruimte rondlopen en icoontjes aanklikken die informatie geven over de veiligheid van een bepaald object. Op die manier kan de speler verschillende gevaren ontdekken. In de situatie dat er brand uitbreekt, wordt de speler via een pop-up box gevraagd welke oplossing het beste is. Dit moet de intrinsieke motivatie van de Explorer player typologie aanwakkeren. Het leek ons wel een mooi idee om er ook competitie-element aan te hangen. De speler krijgt bonuspunten wanneer hij de juiste oplossing heeft gewonnen die kunnen leiden tot een extra leven. Als de foute oplossing gekozen wordt, dan verliest de speler een leven. Er wordt dus gebruik gemaakt van een reward-schedule. Ook maken we gebruik van een ranking system, waarbij de snelste speler bovenaan in de ranking komt de staan. Een voordeel daarvan is dat ook de intrinsieke motivatie van Achiever player typologie wordt gestimuleerd.mindmaploes

De uitwerking van de opdracht blijft redelijk abstract; we mogen maar 1 a4’tje tekst aanleveren dus we kunnen niet heel erg diep op de technieken in gaan. De opdracht werken we nog uit in een infographic. Deze zal ik ook nog posten wanneer deze af is🙂 Ik weet niet in hoeverre jij je bezig houdt met intrinsieke motivatie en daarop aansluitende game-mechanics, maar ik heb me laten vertellen dat jij een pro bent op het gebied van gaming! Mijn vraag aan jou is daarom: wat denk jij van dit idee? Of heb je nog tips?

Groetjes van Loes

Most Likely to Succeed [video]

Ha Marcel

Via twitter werd ik geattendeerd op een interessant bericht van het  Kenniscentrum Kwaliteit van Leren van de HAN. Zij hebben binnen de faculteit Educatie de documentaire Most likely to succeed vertoond. Hieronder zie je de trailer.

Het is een documentaire die ik ook wel zou willen zien. Het lijkt mij iets om binnen ZOEC te bekijken en te bediscussiëren. Het idee van ZOEC (inmiddels handout beschikbaar!) is immers om met peers gezamenlijk onderwijskundige vraagstukken te bespreken.

Gistermiddag tijdens de Zuyd Innoveert pitches, maar ook ’s ochtends tijdens Zuyd Professional bijeenkomst bleek (zo bedacht ik me later) dat we nog wel heel erg uitgaan van een vast onderwijsstramien in ons denken en handelen. Dat zoeken naar dat verborgen curriculum zit nog niet zo in onze genen. Deze documentaire laat een Amerikaanse highschool zien waar niet meer gefocust wordt op examens maar op talentontwikkeling. Vaardigheden als kritisch denken, samenwerken, innoverend en onderzoekend vermogen (21st century skills) zijn belangrijk. En niet alleen voor onze studenten maar ook voor onze docenten.

ZOEC wil een professionele leergemeenschap zijn waar vanuit vertrouwen en in verbinding aan vakmanschap wordt gewerkt, zoals Myriam Lieskamp dat ook in haar boek verwoordt. Samen zoeken en ontdekken van andere onderwijsvormen. En hier ook mee experimenteren. Dat gaan we in ieder geval binnen ZOEC proberen. Wie weet wordt dit wel een heel mooi voorbeeld voor andere groepen (studenten, docenten, interprofessioneel, multidisciplinair, formeel dan wel informeel, diplomagericht of niet) binnen Zuyd. Wij zijn in ieder geval enthousiast!

Fijne vakantie
Judith

Video over Big Data: volume, variety, velocity and value?

freedomlabFreedomLab. Ken je dat Marcel? Ik niet. Mijn dochter is er vorige week met haar studie een dagje op bezoek geweest. Zij vond het wel iets voor ons🙂

FreedomLab is a strategy consultancy, a cross over innovation hub, a living lab, a future studies think tank, a college or better: a (constant) redefinition of these formats. We facilitate organizations to anticipate the future by helping them to creatively redefine their present. We operate on the crossroads of design, systems design and engineering.

Creative director is Jeroen van Mastrigt, bekend bij jou?

Een beetje scrollend door hun website zag ik onderstaande video over big data. Ook big data heeft een menselijke kant🙂

What is Big Data is the cornerstone question of this research. While a lot of focus is on Volume, demanding new appraoches to ICT infrastrictures, the Variety is more challenging. How to combine the structured dataset of organizations with the unstructured data of consumers apps like Twitter of Facebook for example. But to extract true value we need to go further than the typical 24h batches and runs, we need Velocity of data. Only than can data be truly supportive to consumers making decisions in everyday life. How can we add meaning to such big data sets, so many correlations? A more creative approach is needed, such as probing for example.

Judith

This virtual lab wil revolutionize science class #TEDtalk

Zoals je weet, Marcel, stel ik op maandag de Nieuwsflits samen. Omdat hierin ook elke week een TEDtalk is opgenomen, kijk ik op maandag vaak een TEDtalk. Vandaag ook. Zojuist een mooie gezien die morgen in Nieuwsflits komt, maar ook goed past in ons blog.

Michael Bodekaer demonstreert in zijn TEDtalk Labster, een virtueel laboratorium waarin studenten virtuele experimenten kunnen uitvoeren.

In zijn TEDtalk laat zijn zien dat door het toevoegen van virtual reality je zelfs kunt simuleren dat je in het laboratorium bent ipv experimenteren achter een computerscherm. Volgens Michael Bodekaer is virtual reality een nieuwe lesmethode waarmee de kwaliteit van het (wetenschappelijk) onderwijs verbeterd kan worden. Nou, daar ben ik het wel mee eens. En jij?

groet,
Judith

Knowmad

Hi Marcel,

Veel van mijn vriendinnen werken in de zorg. De laatste weken hoorde ik weer verschillende verhalen hoe hoog de werkdruk daar is. Deze wordt vooral ervaren door het vele papierwerk, alles moet geregistreerd worden, zodat (mijn interpretaties) bestuurders zich kunnen indekken en kunnen verantwoorden over alle handelingen en calamiteiten. En geloof me … het gaat ver… Het is dat deze professionals zo’n groot verantwoordelijkheidsgevoel hebben en waken over het belang van hun patiënt.

Ik zie parallellen met het onderwijs.

Schaalvergroting in zowel zorg als onderwijs leidde tot een andere sturing. Door zoveel mogelijk (alles) te registreren (onder het mom van kwaliteitsverbetering) probeerde de bestuurder grip te krijgen op het proces. Hij was immers uiteindelijk verantwoordelijk. De zorgmedewerker, de docent kwam in een slachtofferrol: want ‘zij’ beslissen maar…

Ik beschrijf het wat gechargeerd. Toch staat dit ook ongeveer beschreven in het artikel ‘Haal de professional uit zijn rolgevangenis‘ waarop ik door onze lector Dominique Sluijsmans werd geattendeerd. In dit interview zegt HAN-lector Goed Bestuur en Innovatiedynamiek in Maatschappelijke Organisaties, Frans de Vijlder dat professionals hun professionele ruimte moeten claimen en dat bestuurders ruimte moeten bieden. Hij stelt dat zowel bij zorg als onderwijs de nadruk komt te liggen op keten- of netwerkgovernance. Dat betekent voor het onderwijs dat de docent moet leren dat hij werkt in een brede organisatie en dat hij als een team en netwerkprofessional moet samenwerken met anderen. Er dient een verschuiving plaats te vinden van solo- naar netwerkprofessional.

internet-1651163_960_720

CCO Pixabay

Ketenvorming vraagt om integraal werken aan sociale vraagstukken en de bereidheid tot interprofessioneel samenwerken.

Onze steeds complexer wordende samenleving vraagt om samenwerken. Of dat interprofessioneel, multidisciplinair of cross-over is. We moeten over onze grenzen heen kijken om verder te komen. Studenten vragen er ook om (zie Zuyd Living Lab).

Een netwerkprofessional heeft vaardigheden nodig zoals ik die omschreven heb in mijn blog Work & Learn Out Loud. Deze week las ik een term die ik nog niet eerder van gehoord had: KNOWMAD🙂

Een ‘knowmad’ is creatief, heeft een rijk voorstellingsvermogen en is innovatief. Het is ook een netwerker, iemand die zelf focus heeft en vanuit openheid aan de slag gaat. Kortom: een grondhouding over de wijze waarop je in je werk staat, die in relatie staat met technologische ontwikkelingen.

Het gaat erom zegt Frans de Vijlder dat professionals weer eigenaarschap gaan voelen over het werk dat ze doen. En het vertrouwen krijgen. Maar hoe transformeren we ons onderwijs, onze zorg?  Daar heeft hij ook geen antwoord op. Dat zal een gezamenlijk zoek(ZOEC*)tocht moeten worden.

Judith

*) Over ZOEC (Zuyd Onderwijskundig Expertise Community) zal ik de komende tijd wel vaker bloggen. Sinds kort ben ik betrokken bij dit initiatief van onze onderwijslectoren. ZOEC wil de leer- en werkomgeving van onderwijskundige professionals van Zuyd worden waarin kennisontwikkeling en -deling centraal staat. Kernwoorden van ZOEC: Samen- Delen – Vertrouwen – Verbinden – Versterken. En fun🙂

Scoringsrubriek informatievaardigheden

Dag Marcel,

Via tweets van Leen Liefsoens had ik al meegekregen dat Jos van Helvoort, docent IDM Haagse Hogeschool onlangs gepromoveerd is op het onderwerp: beoordelen van informatievaardigheden in het hoger onderwijs. Via Twitter had ik dit onderzoek al gedeeld. In de nieuwe IP stond een artikel van zijn hand. Toch ook wel interessant om dit via ons blog te delen.

Een groot deel van zijn promotieonderzoek was gericht op het vaststellen van de betrouwbaarheid en geldigheid van een door hem ontwikkelde scoringsrubriek. De scoringsrubriek is een checklist met aandachtspunten voor het beoordelen van informatievaardigheden van studenten. Het beoordelingsinstrument maakt meetbaar of studenten informatievaardigheden bevatten en goed kunnen toepassen, op de volgende criteria:

  • oriëntatie op het onderwerp
  • bronvermelding in de tekst
  • de bronnenlijst
  • de kwaliteit van de gebruikte bronnen
  • verwerking van relevante informatie tot nieuwe kennis
  • de gebruikte zoektermen
  • gebruik van secundaire bronnen (zoekmachines en bibliografische databanken)

Deze scoringsrubriek blijkt na uitgebreid onderzoek valide en betrouwbaar te zijn. De scoringsrubriek is te gebruiken in het kader van de beoordeling van diverse studentenproducten zoals onderzoeksverslagen, eindscripties en essays. Uiteraard kan het naast summatief beoordelingsinstrument ook door studenten worden gebruikt om hun eigen informatievaardigheden te verbeteren. Een soort selfassessmenttool. Het promotieonderzoek maakt ook aannemelijk dat het een instrument is waarmee je informatievaardigheden zowel kunt beoordelen als stimuleren. En stimuleren van informatievaardigheden willen we toch allemaal!🙂

scoringsrubriek

De scoringsrubriek is als Word-doc beschikbaar gesteld onder CC-BY-NC-SA via de HBO-kennisbank waar ook een korte toelichting op het gebruik van de scoringsrubriek is toegevoegd.

Helaas is het instrument niet als digitale tool beschikbaar. Is wel de wens van de samensteller. Misschien, als jij of je collega’s bij de faculteit ICT dit een toepasbare tool vinden, er tijd en energie in willen steken?🙂 Het is immers gepubliceerd onder een Creative Commons licentie, dus vrij (met in achtneming van de licentie) te gebruiken en aan te passen.

Benieuwd of jij en andere docenten dit een handig hulpmiddel vinden. Voor jou als docent en/of voor je student.
Groet Judith

%d bloggers op de volgende wijze: