Het ontwerpen en ontwikkelen van een social MOOC #exploresocial

ExploringSocialLearning

Zoals je weet Marcel heb ik vorig jaar meegedaan aan de MOOC Exploring Social Learning. Marlo Kengen & Petra Peeters, de ontwerpers en moderatoren van deze MOOC hebben een artikel schreven voor het tijdschrift Opleiding & Ontwikkeling (nr. 2, 2016) waarin ze hun ontwerpprincipes en leermomenten beschrijven.

Ontwerpprincipes

Stem zorgvuldig af op de doelgroep
Dit was door de diversiteit van de groep (zowel qua MOOC-ervaring als qua voorkennis, werkervaring) lastig, daarom werden zowel funderende als verdiepende en theoretische als praktische bronen aangeboden. Tevens werd alleen Curatr als leeromgeving gebruikt en niet van andere sociale media. En er werd nauwelijks gebruik gemaakt van de beschikbare spelelementen in het platform Curatr.

Werk vanuit heldere doelen
Deze waren tweeledig: inhoudelijk over social learning en gerelateerd aan de leervorm (kennismaken met toepassingsmogelijkheden van MOOC en leren cureren).

Maak deelname laagdrempelig
De MOOC was gratis en kort (4 weken) en een tijdsinvestering van 2à 3 uur per week. Wekelijks werden vijf tot acht bronnen (zoals artikelen, blogs, etc.) aangeboden en bij elke bron werd een inschatting van de benodigde tijd gegeven. Tevens in een paar zinnen werd de bron beschreven.

Creëer een heldere opbouw
Een heldere opbouw biedt deelnemers zicht op waar ze nu mee aan de slag gaan en wat verderop volgt. Het doel was nieuwsgierigheid te prikkelen.

Bied afwisseling in bronnen
Om tegemoet te komen aan verschillen in de doelgroep werden blogs, animaties, websites, fi lmpjes, artikelen, infographics en hoofdstukken uit boeken ingezet met een mix van ‘staande kennis’, meningen en praktijkervaringen.

Werk met vragen
Bij elke bron was een vraag geformuleerd om deelnemers aan het denken te zetten en om discussie binnen het platform op gang te brengen.

Plan contact
W
ekelijkse werden e-mails verstuurd om deelnemers betrokken te houden. Hierin werd ook teruggekeken op interessante discussies in de week daarvoor.

Uitgangspunten voor het modereren

De moderatoren Petra Peeters en Marlo Kengen hebben de MOOC top begeleid, schreef ik al eerder. Snelle reacties, verdiepende vragen, goed hoor. Het kostte hen minimaal 1 à 2 uur per dag.

  • Deelnemers verwelkomen
    De eerste vraag in de MOOC was: ‘Stel je voor! Veel deelnemers werden persoonlijk welkom geheten door bijvoorbeeld hun naam te gebruiken en hen, aansluitend bij hun toelichting, succes te wensen of verder te helpen. Hier werden deelnemers en moderatoren ‘zichtbaar’ en werd de basis gelegd voor verdere bijdragen en discussies.
  • Verdiepen door doorvragen
  • Verbinden. Door de vele reacties was het voor deelnemers lastig om overzicht te houden. De moderatoren verwezen mensen naar elkaar.
  • Uitnodigen. Auteurs van verschillende bronnen modereerden ook hun eigen materiaal.
  • Bijdragen waarderen. Er was veel aandacht aan het sociale aspect van de MOOC.
  • Snel actie ondernemen
  • Autonomie stimuleren

Lessons learned van de moderatoren

Stuur bij
Je leert de behoeftes van de deelnemers kennen door hun reactie en de analytics van het platform te gebruiken. Gebruik deze input. Tackel ook snel bij technische problemen.

Vragen als katalysator voor het leren
Door vragen te stellen bij de aangeboden bronnen wordt het leren verdiept. De ontstane discussie ondersteunt ook het sociale leren.

Kies bronnen bewust
Omdat het een gegeven is dat activiteiten minder worden gedurende de MOOC worden eerste bronnen vaker bekeken. Selecteer daarom eerder minder dan meer bronnen.

Autonomie komt niet automatisch
Er was geen verplichting om alles te lezen of om alle vragen te beantwoorden. MOOC werd niet afgerond met een toets. Weinig deelnemers maakten eigen keuzes, passend bij hun doelen en agenda. De meeste lazen alles (vrij schools) in de aangeboden volgorde. De volgende keer zal expliciet aandacht besteed worden aan autonomie van leren.

Het behouden of loslaten van overzicht
Het Curatr platfom kan aan sociale kracht winnen door meer zoekmogelijkheden aan te bieden, en ook door de opties voor het ordenen van bijdrages en volgen van deelnemers toe te voegen

Heb vertrouwen
Als moderator moet je vertrouwen hebben en durven los te laten.

En zoals Marlo en Petra tot slot opmerkten:

Er werd gezamenlijk en vanuit gelijkwaardigheid geleerd door mensen van alle niveaus, achtergronden en contexten. Samen met de open en positieve grondhouding bij het modereren zorgde dit voor een vruchtbare omgeving voor sociaal leren over social learning.

Een ervaring die ik elke deelnemer van een MOOC, student in het reguliere onderwijs of profesional die vanaf september een Zuyd Professional leereenheid gaat volgen, van harte gun.

Judith

Lectoraat Technologie-Ondersteund Leren bij Zuyd

Ja, wij wisten het al enige tijd Marcel, maar nu stond het in het Besluitenlijst van het College van Bestuur en dan is het openbaar! HendrikDrachsler

Dr. Hendrik Drachsler is op voordracht van de benoemingsadviescommissie door het College van Bestuur benoemd tot lector Technologie-Ondersteund Leren. Het nieuwe onderwijslectoraat is ingesteld voor de duur van 8 jaar. Het lectoraat is erop gericht innovatief en praktijkgericht onderzoek te initiëren en uit te voeren op het snijvlak van didactiek, technologie en onderwijs. Dit in nauwe samenwerking met de onderwijspraktijk binnen Zuyd Hogeschool.

Hendrik Drachsler werkt bij onze buren: de Open Universiteit en is (inter)nationaal bekend vanwege zijn onderzoek naar Learning Analytics (zie zijn keynote van vorig jaar tijdens Dé Onderwijsdagen). Op de OU-website staat over Hendrik te lezen dat hij universitair docent is. Dat hij werkt aan het personaliseren van leren met behulp van systemen voor het vinden, ontsluiten en beheren van informatie (‘information retrieval’) en adviessystemen (‘recommender systems’). Ook is hij geïnteresseerd in onderzoek naar leernetwerken en persoonlijke leeromgevingen.

Prachtig nieuws! Het vastgestelde lectoraatsplan heb ik met veel plezier gelezen, vooral ook omdat Hendrik een nauwe samenwerking met het I-team nastreeft. In zijn SWOT-analyse benoemt hij ons als één van de sterktes. Dat doet goed. Het is verder aan de lector om zijn plannen verder te delen binnen en buiten de organisatie. In afwachting van zijn eigen lectoraat website mag hij met alle plezier ons blog of het blog van het I-team als platform gebruiken:)

Hendrik, hartelijk gefeliciteerd met je benoeming. Op een mooie samenwerking!
Marcel & Judith

Op zoek naar de zone van de collectieve naaste ontwikkeling. Oratie van Marjan Vermeulen.

LerenOrganiseren

Hallo Marcel,

Heb je ook meegekregen dat Marjan Vermeulen onlangs is benoemd als bijzonder hoogleraar Docentprofessionalisering aan het Welten-instituut van de Open Universiteit? De leerstoel is ingesteld door het onderwijsadviesbureau KPC Groep. Marjan Vermeulen onderzoekt via de leerstoel scholen als: ‘rijke en uitdagende leeromgevingen voor leraren, zodat er met plezier geleerd wordt.’ Met bijzondere belangstelling heb ik haar oratie Leren Organiseren gelezen. Als I-adviseur is één van mijn belangrijkste drijfveren het professionaliseren van docenten op het gebied van leren en lesgeven met ICT.

Prof. dr. Marjan Vermeulen stelt dat “professionaliseren docenten anders moet”. Docenten moeten niet van elkaar leren maar met elkaar. Het lezen van haar oratie was een feest der herkenning. Professionaliseren van docenten is een van de belangrijkste pijlers als het gaat om innoveren van ons onderwijs, schrijft zij (zoals ik dat ook schreef in mijn onderzoek:) ). Innovatief gedrag kan het best gestimuleerd worden in een omgeving waar collectief geleerd wordt. Mijn masteronderzoek heet ook niet voor niets Leren professionaliseren: Leer-Ontwikkel-Werk-Samen-Onderzoek-Kennis-Deel.

Vermeulen begint haar oratie met een korte beschrijving van de karakteristieken van de belangrijkste leertheorieen: cognitivisme, behaviorisme, sociaal-constructivisme en connectivisme. Ze benadrukt dat het belangrijk is om te weten vanuit welke leertheoretisch perspectief onderzoek is uitgevoerd. Een behaviorist denkt anders over leren dan een cognitist. En vanuit het sociaal-constuctivisme zal het leren anders georganiseerd worden dat bij connectivisme. “Omdat er nogal verschillende processen en verschillende uitkomsten achter een leertheorie zitten is het jammer dat deze opvattingen zo zelden geëxpliciteerd worden in onderzoek en praktijk” zo schrijft Vermeulen (p. 13). Vervolgens beschrijft ze op basis van veel (bekende) wetenschappelijke onderzoeken uit de organisatiekunde (lerende organisaties), personeelswetenschappen en onderwijswetenschappen het professionaliseren van docenten.

Ontwikkeling in de onderwijspraktijk moet meer karakter van groei krijgen. Collectieve groei is complex, schrijft Vermeulen. Onderwijsonderzoek hebben neiging alles te secuur te onderzoeken en daardoor een te lange tijdsduur voor innovatie. Daarnaast vindt Marjan Vermeulen het van belang om docenten niet als uitvoerders van ideeën van anderen, maar als ontwikkelaars te benaderen. En vraagt zij zich af is de docent in controle (eigenaar van eigen professionalisering) of onder controle (is er sprake van verplicht professionaliseren?).

Uit paragraaf 6.3:
Er wordt wel over collectief leren gesproken maar dan veelal leren van elkaar ipv leren met elkaar gericht op gezamenlijke leeropbrengsten. We hebben het over professionele leergemeenschappen of learning communities, maar een leergemeenschap ontwikkelt zich niet vanzelf, ondersteuning is belangrijk in de vorm van een facilitator. Ook is de ontwikkeling tot een professionele leergemeenschap waar samengewerkt en geleerd wordt een langdurig proces. De sociaal kapitaal theorie verklaart dat langdurige en intensieve proces.
Ook is interactie in gelijkwaardigheid op basis van een professionele dialoog een belangrijk kenmerk om elkaars expertise te gebruiken en inbreng te waarderen.
Er is geen blauwdruk van wat een lerende organisatie is, de kennis daarover zal blijven toenemen en de toepassing daarvan is in iedere context anders. Wetenschap en onderwijspraktijk zullen in het onderzoek daarna gezamenlijk moeten optrekken. Omdat innovatiestrategieën met een open einde, blijvende input van nieuwe referentiekaders nodig hebben voor continue ontwikkeling.

Uit paragraaf 6.4:
Die nieuwe praktijken ontstaan niet door de kennisketen op te knippen zoals nu het geval is, maar door hecht samen te werken en daarmee de kennisketen tot een leercyclus om te vormen. Alle partners hebben een eigen expertise die samen innoveren mogelijk maakt. Samen in de zin van het nastreven van gemeenschappelijke opbrengsten waar in gezamenlijkheid met ieder vanuit zijn eigen expertise in gelijkwaardigheid aan gewerkt wordt.

Zie ook nieuwsberichten OU en KPC

Door het lezen van haar oratie kreeg ik meer zicht op de verschillende opvattingen over leren in wetenschappelijk onderzoek. Ik herken de dominante behavioristische en cognitieve opvattingen over leren en het professionaliseren van medewerkers. De klassieke (individuele) functionerings- en beoordelingsgesprekken stimuleren de (brood)nodige collectieve groei niet. Er wordt snel gezegd dat we moeten transformeren naar een lerende organisatie. Dat is net zo snel gezegd al: ‘we moeten meer samenwerken en kennis delen’. Makkelijk gezegd. Moeilijk gedaan. Laten we op zoek blijven naar de zone van collectieve naaste ontwikkeling. Docenten blijven begeleiden, activiteiten rondom onderwijs ontwerpen en leren en lesgeven met ict blijven bijsturen. De opgedane kennis delen. Zo ontstaat collectieve groei en ontwikkelt Zuyd zich als een lerende organisatie.

Ik hoop dat de verschillende initiatieven en plannen die er zijn op het gebied van (ict) docentprofessionalisering binnen Zuyd elkaar het komende jaar zullen vinden. Zou die droom van een ‘learning en teaching centre’ realiteit kunnen worden?

Judith

Self Compassion [video]

Ha Marcel,

Vorige week liep mijn emmertje even over. En ik zie om mij heen meer collega’s die het moeilijk hebben. Werkdruk, ander manier van willen werken, geen invloed hebben op ontwikkelingen, organisatieperikelen … het gaat ons allemaal niet in de koude kleren zitten….We zijn zo gepassioneerd over ons werk. We willen zo graag. Dit filmpje deed me goed. We moeten vaker ook gewoon wat liever voor onszelf zijn. Een pas op de plaats en eens bekijken wat we allemaal wel gedaan en bereikt hebben. Een depressie ligt snel op de loer…

We moeten zoveel van onszelf. We vinden ons vaak niet goed genoeg. Dat betekent niet, zo las ik ergens dat we de lat lager moeten leggen, maar gewoon weghalen. En wat vaker lachen als je denkt dat je je weer eens gek gedragen of niet goed genoeg gepresteerd hebt. Om dit filmpje moest ik wel grinniken:)

Er zijn goede en minder goede momenten in het (werk)leven. De minder goede momenten verdiepen ons en de goede momenten voeden en verrijken ons. Gelukkig heb ik nog steeds dierbare collega’s om me heen waarbij ik kan spiegelen. Dat is fijn. Dat heb ik ook nodig. Dank.

Trouwens die School of Life heeft meer mooie filmpjes. Interessant in het kader van Bildung. Zie hun YouTube kanaal.

 

Fijne (werk)dag!
Judith

Ervaringen gebruik Coursera MOOC: Serious Gaming Course

Ha Judith,

Deze week ben ik begonnen aan de Coursera MOOC van de Erasmus Universiteit over Serious Gaming. Wat ik gedaan heb is geprobeerd de gecertificeerde versie te doen. Gewoon voor de leuk en om van te leren (niet alleen van het onderwerp, maar zeker ook van de manier waarop zo’n MOOC werkt).

Het is nog de eerste week en het onderwerp is natuurlijk geen onbekende voor me dus het valt nog mee. Maar ik moest natuurlijk het quizje proberen wat er al stond. En daar ging ik toch de mist in😉 De mensen van de Erasmus Universiteit hebben het zo gemaakt dat je daadwerkelijk de lectures gezien moet hebben en hier en daar heb ik wat ‘lompe’ foutjes gemaakt. Maar over 8 uur heb ik nog een poging en waarschijnlijk voor de volgende poging wel de lectures gekeken😉

Ik ben benieuwd naar de reviews op mijn ingeleverde assignments, maar toen ik zelf wilde reviewen ging het technisch mis. Coursera heeft dan een helpcenter met FAQs en daar stond mijn probleem niet in. Dus maar naar de chat. En daar werd ik inderdaad geholpen. Of het nu een bot was met de naam Henry of iemand aan de andere kant van de wereld die zich Henry noemde het hielp. Gebruik Chrome was het uiteindelijke antwoord en nu kan ik inderdaad een aantal andere collega’s reviewen. Dus wederom aan de slag. En ik hou je op de hoogte. Momenteel heb ik nog niet echt iets geleerd waarover ik nog niet geblogged heb, maar gezien de fouten die ik gemaakt heb in de toets van week twee gaat dat wel komen!

Groet Marcel

 

The Bitcoin Blockchain Explained

Ha Judith,

We hebben het in eerdere blogs als gehad over blockchain. Hierbij nog eens een uitleg, begonnen vanuit BitCoin, maar met inzicht in het blockchain verhaal (ook bruikbaar binnen onderwijs).

BitcoinExplained

Bron: The Bitcoin Blockchain Explained

Groet Marcel

Inspiratie: Story of Alibaba & Jack Ma

Ha Judith,

Bedankt voor de samenvatting van het kader dat Marcel van der Klink ons voorgeschilderd heeft. We zullen de komende jaren deze kaders inkleuren met creativiteit en inspiratie.

Die vind je ver weg (USA) maar ook dichtbij (China). Een bijzonder verhaal zit ik nu te kijken op RTL Z. Een verhaal het kijken en bewaren waard. Vanuit cultureel leer aspect, ondernemerschap aspect, organisatie aspect, innovatief aspect, inspiratie aspect en menselijk aspect. Een bijzonder verhaal en wellicht tijd om de lessen zelf te leren.

Groet Marcel

Een aanpak voor studeerbaarheid #onderwijsontwerpen

Hallo Marcel,

Onlangs heeft ons College van Bestuur ingestemd met het voorstel van Marcel van der Klink, lector van het lectoraat Professionalisering van het Onderwijs, voor een aanpak voor studeerbaarheid en doceerbaarheid. Graag wilde ik deze notitie breder delen omdat de ontwerpprincipes die hij hierin opsomt dat waard zijn! De notitie bepleit ook het blijven leren van elkaar. Ik hoop dat hiervoor ook de online mogelijkheden worden gebruikt:) .
Met instemming van Marcel heb ik zijn notitie samengevat. Deze samenvatting is (met literatuurlijst) eerder gepubliceerd op icto.community.zuyd.nl .

Groet,
Judith

student-849825_1920

Samenvatting van de nota van Marcel van der Klink
‘Een aanpak voor studeerbaarheid’ (11 april 2016)

Op vele opleidingen worden curricula herzien en wordt  gewerkt aan het verbeteren studeerbaarheid. Een studeerbaar curriculum zorgt er voor dat zoveel mogelijk studenten binnen de reguliere (en gefinancierde) opleidingsduur een diploma verwerven, waarbij ze gedurende de opleiding alle competenties verwerven die voor een entree en eerste loopbaanfase in hun professie essentieel zijn. Studeerbaar betekent ook dat de opleiding wordt ervaren als een niet overladen curriculum met herkenbare samenhang binnen en tussen de opleidingsonderdelen. Een studeerbaar curriculum zorgt er tevens voor dat studenten tevreden zijn over hun studie, het draagt bij aan hun opleidingsmotivatie en hun betrokkenheid en het zorgt er voor dat studie-uitval tot een acceptabel niveau wordt teruggebracht. Het blijkt dat we steeds harder werken (hoge werkdruk bij docenten) voor minder resultaten (hoge studie-uitval).

Marcel van der Klink heeft op basis van publicaties van o.a. Dochy, Van der Akker, Kessels en eigen onderzoek principes voor een studeerbaar en doceerbaar curriculum geformuleerd. De principes zijn ingedeeld in principes voor de inrichting van het curriculum en voor het proces van het ontwerpen van het curriculum. In zijn inleiding schrijft Marcel:

Er wordt wel eens beweerd dat er als opleiding niet veel aan is te doen, omdat vooral student-gebonden kenmerken verantwoordelijk zijn voor studeerbaarheid. Alsof studeerbaarheid een natuurverschijnsel is en we daar geen vat op kunnen hebben. Dat is veel te kort door de bocht geredeneerd en veronachtzaamd dat wij zelf daar een verantwoordelijkheid in moeten blijven nemen, en ons laten informeren door onze eigen ervaringen, ervaringen bij andere hogescholen en door de groeiende wetenschappelijke literatuur. Dat we aan studeerbaarheid blijven werken verwacht de overheid, de maatschappij en ook onze (toekomstige) studenten van ons. En dat verwachten we ook van onszelf daar we binnen Zuyd het adagium hanteren dat we er alles aan doen om iedere student te helpen een gewilde professional te worden!

Onderstaande principes bieden essentiële input voor de inhoud van visiedocumenten, voor de kaders die ontwikkelteams krijgen aangereikt, en voor het uitwerken ervan in allerhande onderwijsmaterialen. Daarnaast zijn deze principes bruikbaar als evaluatiecriteria voor curricula om de mate van studeerbaarheid vast te stellen. De principes voor het ontwerp van het curriculum geven sturing aan het ontwerpproces voor het (her)ontwerpen van curricula. Het toepassen van deze principes is niet alleen bevorderlijk voor de studeerbaarheid van onze opleidingen, maar zorgt ook voor doceerbaarheid en reduceert tevens de onderwijslogistieke complexiteit.

Principes voor het inrichten van het curriculum

    1. Programmeringsprincipe opleiding:
      Werk met grote onderwijseenheden. Zorg voor evenredige spreiding studielast (inclusief toetsmomenten) over het jaar. Voorkom dat studenten meer dan twee opleidingsonderdelen naast elkaar moeten volgen.
    2. Programmeringsprincipe per blok:
      Congruentie waarborgen: De link tussen inhoud, didactiek en toetsing moet helder zijn voor studenten en docenten.
      Duidelijkheid en transparantie: Maak helder wat je van studenten verwacht en op welke criteria studenten worden beoordeeld.
      Toetsmomenten: Programmeer per blok niet meer dan 1 summatieve toets, onderzoek de mogelijkheden voor (vrijstellende/compenserende) deeltoetsen maar voorkom het gevoel van een hordeloop.
      Aansluiting bevorderen: activeer vereiste voorkennis uit voorgaande blokken. Zorg voor aansluiting tussen binnenschools en buitenschools leren en vice versa.
    3. Didactisch principe:
      Beperk college-achtige activiteiten ten faveure van activerende en kleinschalige activiteiten die studenten aanzetten tot leren. Laat studenten (in groepen) werken aan (zelfgekozen) vraagstukken die ontleend zijn aan de beroepspraktijk. Intensiveer contact tussen docenten en studenten, onder andere door frequente feedback op inhoud en leerproces. Organiseer een blend van activiteiten: Programmeer vanuit principe van wat digitaal kan en wat f2f moet. Varieer in activiteiten: Dat maakt het voor studenten én docenten aantrekkelijk.
    4. Integratief principe:
      Generieke competenties (zoals studievaardigheden en 21st century skills) dienen vanaf dag 1 in het curriculum aandacht te krijgen, niet door het apart te programmeren in cursussen of in de studieloopbaanbegeleidingsgesprekken maar juist door het te integreren in de vakinhoudelijke opleidingsonderdelen.
    5. Acteer op heterogeniteit:
      Verwerf diepgaande kennis over de studentpopulatie in termen van belangstelling, talent, leerstrategieën, voorkennis, wensen, ervaringen, studiesucces van (subgroepen) van studenten. Maak duidelijk hoe de opleiding acteert op de heterogeniteit in de studentpopulatie vanuit het perspectief van het bieden van optimale studeerbaarheid voor alle studenten.

Principes voor het ontwerptraject van curricula

    1. Hanteer een ontwerpmethodiek die recht doet aan curriculumontwikkeling als:
      • Cyclisch en iteratief proces: Met als fasen analyse, ontwerp, ontwikkeling en evaluatie;
      • Evidence-informed proces: Besluiten op basis van evidentie;
      • Integratief proces: Acteren op de samenhang tussen de vraagstukken in een curriculum;
      • Participatief proces: Betrokkenheid van stakeholders doorheen het gehele ontwerpproces;
      • Continue leerproces: Ontwerpen door al doende toewerken naar het optimale curriculum.
    2. Teams van docenten:
      Zorg dat docenten in een klein team als collectief (en niet als optelsom van individuen) een opleidingsonderdeel ontwerpen, uitvoeren, evalueren en bijstellen. Dat bevordert eigenaarschap en kwaliteit van het onderwijs. Het biedt tevens docenten meer werktevredenheid, mogelijkheden om van en met collega’s te leren en meer mogelijkheden om verschillende taken en rollen te vervullen.
    3. Klimaat:
      Heb vertrouwen in je studenten en in je collega’s. Koester hoge verwachtingen van elkaar en laat dat regelmatig weten. Blijf met elkaar in gesprek.

Het Lectoraat Professionalisering van het Onderwijs gaat enkele opleidingen ondersteunen om van deze principes naar een  programmatische aanpak te komen. Tijdens de regelmatige evaluaties draait het primair om:

  • Vaststellen van de mate waarin het beoogde herontwerp daadwerkelijk wordt geïmplementeerd
  • Inzicht krijgen in de realisatie van de beoogde projectdoelen (studeerbaarheid en doceerbaarheid)
  • De tijdsperiode: De evaluaties beperken zich niet tot de projectperiode. Ook na afronding van de projectperiode wordt gemonitord hoe de studeerbaarheid en doceerbaarheid van de desbetreffende opleiding zich nadien ontwikkelen.

Uiteraard is er nadrukkelijke aandacht voor de bemensing van de projectteams. Tot de projectoverstijgende activiteiten behoort het doen van voorstellen voor Zuyd-brede richtlijnen voor de omvang van blokken, parallelle programmering van blokken, aantal toetsen per blok en andere maatregelen op Zuyd-niveau die nodig zijn om de optimale kaders voor studeerbaarheid te scheppen.

Om er voor te zorgen dat we van en met elkaar kunnen blijven leren over studeerbaarheid, ook op programmaniveau en Zuyd-breed, zijn projectoverstijgende activiteiten noodzakelijk, zoals presentaties, masterclasses, curriculum design labs, excursies, studiereizen.

Magic

Ik zie de wereld niet zoals hij is maar zoals hij zou kunnen zijn
Met een klein beetje magie

(vrij van Cinderella)

Magic Leap

 

‘Blended’ kennisdelen: samen bouwen en vertrouwen!

Ha Marcel

“We moeten meer samenwerken en kennisdelen”. Ik ben lang niet meer de enige die dat zegt. Ik hoorde het studenten deze week zeggen bij hun Living Lab presentatie, en dan het liefst multidisciplinair en interprofessioneel! Ik hoor docenten praten over diverse vormen van samenwerken in communities. Mijn collega’s van de dienst vragen erom. Ik las het deze week in diverse plannen en artikelen waar mijn feedback op werd gevraagd. Ach, het is zoveel gemakkelijk gezegd en geschreven dan gedaan.

Bij al die gesprekken en documenten vallen mij een paar dingen dingen op:

  • Velen leggen de verantwoordelijkheid van kennisdelen bij de ander. Ik ervaar weinig practice what you preach/teach. Wat is jouw rol dan? vraag ik dan. Kennisdelen en samenwerken zijn werkwoorden. Jij kan ook gewoon beginnen …
  • Als het gaat om delen van onderzoeksresultaten is de invloed van de wetenschappelijke uitgevers nog groot. Open onderzoek….Open Access…. De wereld van onderzoekers is toch nog erg behoudend en traditioneel (terwijl onderzoek aantoont dat😉 ).
  • Aan de mogelijkheden van de technologie die deze activiteiten kunnen ondersteunen wordt nauwelijks gedacht. Het is ook binnen Zuyd steeds makkelijker om mobiel te werken en van een afstand te volgen wat er in je community gebeurt. De faciliteiten zijn er.

Onze vergadercultuur maakt het niet makkelijk om kennis te delen of te vinden. Zoals Wilfred Rubens op zijn blog De organisatie van ‘kenniswerk’ is een leerproces schrijft “organisaties moeten leren hoe zij verschillende media kunnen gebruiken voor verschillende doelen”. Er is niets mis met het gebruik van e-mail maar wel als je het gebruikt als samenwerktool. Of als het gebruikt wordt voor dringende berichten waardoor je het gevoel hebt dat je constant je mail moet checken. Hiervoor zijn andere tools (bellen:) , even langslopen, wellicht de sms/whatsapp). Of een kennisdeel- en samenwerkingsplatform!

Linda Hendriks, programmamanager van Zuyd Professional die vindt het tijd voor verandering!:) Als we het onderwijs aan de studenten default online gaan aanbieden (online als het kan, face-to-face als het moet) dan moeten het samen bouwen van Zuyd Professional ook anders. Ze heeft mij gevraagd om haar te helpen bij het slimmer samenwerken. Super leuk zo’n gezamenlijk leerproces!

Deze week heb ik het artikel Kennisdelen in je organisatie? 8 tips voor een dynamisch platform op Frankwatching gelezen en gedeeld. Ik vond het een herkenbaar artikel. Ik bekijk of we bij Zuyd Professional deze 8 tips ons ook ter harte nemen. Het implementeren van een online kennisdeel- en samenwerkomgeving is niet gemakkelijk. Samenwerken en kennisdelen gaan in de praktijk niet vanzelf. Er zijn nogal wat obstakels te benoemen.

  1. Focus. Formuleer een duidelijke doelstelling.
    Kennis delen en participeren op een online platform is geen natuurlijk gedrag. Velen hebben behoefte aan sturing. Waarschijnlijk is het gemeenschappelijk doel ‘ons in dezelfde mindset positioneren als wat we van onze studenten verwachten’ nog te vaag. Ik denk dat de doelen per werkgroep wel duidelijk zullen gaan worden.
  2. Ondersteuning vanuit het management (top-down)
    Die is er zeker! Linda is al een enthousiaste Yammeraar:) Tijd en ruimte om deze andere manier van werken eigen te maken is wel een aandachtspunt. Ik denk niet dat er de eerste maanden veel tijdswinst te behalen is. In plaats vergadertijd hebben collega’s tijd nodig om deze manier van samenwerken eigen te maken. Online kennisdelen kost namelijk ook tijd!
  3. Betrek ambassadeurs (bottom-up)
    Ik ben nog op zoek naar early adaptors die medewerkers mee activeren. Help je mee, Marcel?
  4. Creëer een ‘culture of trust’
    De cultuur van een organisatie heeft grote invloed op de mate waarin mensen bereid zijn kennis te delen. We missen bij Zuyd het mechanisme om ervaringen te beschouwen, te delen en opnieuw te benutten. Het work & learn out loud principe ontbreekt.

    “Working out loud is working in an open, generous, connected way so you can build a purposeful network, become more effective, and access more opportunities.”
    John Stepper

    In het artikele van Frankwatching worden een aantal redenen genoemd waarom mensen huiverig zijn om kennis te delen:
    – het gevoel hebben dat ze geen waardering krijgen voor hun inzet/input;
    – bang zijn dat iemand anders er met de eer vandoor gaat;
    – vanuit competitieve overwegingen informatie liever voor zich houden;
    – bang zijn afgerekend te worden op het werk dat blijft liggen vanwege het investeren van tijd op een kennisplatform;
    – bang zijn voor verandering;

  5. Zorg voor de juiste kennisdeel- en samenwerkingsomgeving.
    We maken gebruik van de faciliteiten van Zuyd. Onlangs is gestart met de implementatie van Office365. Dit biedt mooie mogelijkheden voor online samenwerken. En totdat Yammer hierin geïntegreerd is, maken we gebruik van de huidige versie. Vooralsnog is iedereen uitgenodigd in een besloten Yammergroep. Het is belangrijk om binnen een veilige omgeving te starten.
    Of dit de juiste omgeving is, zal nog moeten blijken. We moeten oppassen voor te grote verwachtingen en niet te hoge eisen stellen aan de tools waarmee we online samenwerken en kennis delen willen faciliteren. Elke keus heeft zijn beperkingen.
  6. Wees geduldig.
    Dat is een lastige tip voor mij😉 . We beginnen klein en stapsgewijs. Ik zal ondersteuning bieden. Als moderator zal ik proberen te stimuleren dat men elke dag iets te laten delen met wat men die dag gedaan heeft. En zo de inspiratie ervaren die dit oplevert:)
  7. Maak het leuk!
    Uiteraard! En volgens mij heb jij daar ook nog wel goede ideeën over.
  8. Betrek iedereen!
    Hèhè :) Wil je meer online samenwerken en online kennisdelen dan is het belangrijk dat je daar afspraken over maakt. Iedereen moet op de hoogte zijn van de wijze waarop samengewerkt gaat worden Duidelijk communiceren over wat we willen bereiken.

Het is een leerproces waarin samen keuzes gemaakt worden. En het is niet zo dat ik de technologie wil pushen. Niet de technologie staat centraal maar de mens. Toch zal je het moeten ervaren en het gewoon doen om de mogelijkheden van online samenwerken en online kennis delen te zien.

Ik zie kansen!
Groet,
Judith

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 70 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: