Ik doe wat ik kan. Elke keer weer.

Vrijdag 30 juni 

Ha Marcel,

Ik zit in de auto en ben onderweg naar De Brouwersdam: Concert @ Sea! De opmaat van mijn vakantie. Even energie tanken voor de eindsprint.

Vroegâh …. was het gebruikelijk dat we in ons team op het eind van het studiejaar even terugkeken op de resultaten van het afgelopen jaar. Deze week stond het terugblikken in het teken van het afscheid van collega Rienke en de gewenste nieuwe koers van Dienst O&O. Mijn gevoel schiet hierbij alle kanten op.

foto (1)Ondanks alle prachtig mooie ontwikkelingen die de laatste weken plaatsvinden, merk ik dat ik niet erg hoopvol gestemd ben. Ik maak me vooral zorgen. Ervaringen uit het verleden bieden nog geen hoop voor de toekomst. Tijdens de kickoff van ZuydProfessional heb ik een klein stukje meegekregen van Jos Burger en zijn Wet van Snuf. Zijn boodschap ‘wat je geeft krijg je terug’ geloof ik. Echt. Maar tot hoeveel moet ik tellen? Tegen hoeveel muren moet ik mijn kop stoten? Hoe vaak moet ik mezelf voorbij lopen voor het belang van Zuyd? Ik heb heb passie voor het thema ICT en Onderwijs in de ruimste zin van het woord. Ik zie kansen. Ik gun Zuyd het beste. Ik bied graag de helpende hand, ik inspireer, adviseer en probeer van laag tot hoog in onze organisatie het onderwijskundig belang van leertechnologie en de leer-en werkomgeving die hierbij hoort te bespreken. Ik hoor zoveel mooie woorden. Ik geloof in alle goede bedoelingen van iedereen. Waar blijven de daden? Het doen?

Het wordt moeilijk voor me nu het team waartoe ik behoor steeds kleiner wordt en dat vanaf 1 oktober dreigt te verdwijnen. Ik heb aangegeven niet in staat te zijn het brede thema ict in het onderwijs te kunnen dragen. Ik geloof in de manier waarop wij altijd ons werk doen. Als praktiserende experts die netwerken, verbinden, inspireren, kennis delen en gevraagd en ongevraagd advies geven. Al enige tijd worden we links en rechts gepasseerd en genegeerd maar worden wel met onze haren erbij gesleept als het ergens flink mis gaat. Tja, je krijgt wat je geeft … Troubleshooter is niet de rol waar ik blij van word.

En zeuren wil ik ook niet, dan ontwikkelen je een zeurnetwerk in je hersenen. Dat is niet mijn bedoeling.

Wat te doen?

Zondag 2 juli

Hi Marcel!

Gelukkig in een andere stemming nu op de terugweg van Concert@Sea:) Na een regenbui van zo’n 5 uur vrijdag eindigde de avond op de Brouwersdam met een heerlijk We come ONE van Faithless. Zaterdag begon met een heerlijk zonnetje. Het ultieme Concert @ Sea gevoel was er weer: zon, zee, strand, wind, muziek …. dan ben ik gelukkig😉 (en een mojito natuurlijk). En ‘s avonds hoorde ik Blof zingen: Hou Vol  Hou Vast. Ach, je kent mij goed genoeg om te weten dat ik die 11e keer ook weer vrolijk herrijs om vol energie er weer voor te gaan in waar ik zo geloof: Samen Open Delen.

Al die reflectiemomenten van de afgelopen tijd hebben me in laten inzien dat 1 fte veel te weinig is om het belang van de thema’s ICTO en DLWO te dragen. Dat ga ik ook niet meer doen.

Je weet dat de wijzer blijft draaien
Je weet dat het nooit anders wordt
Je weet dat je tijd niet kunt stoppen
Maar we doen wat we kunnen

zo zong Paskal Jakobsen samen met Stephanie Struijk op het podium.

Ik had het weer even nodig om te zien. Liggend op de dam, kijkend naar de meeuwen die zo heerlijk op de thermiek aan het zweven waren, mijmerend.

Ik weiger te geloven dat samenwerken en open kennis delen niet de koers is. Ik zal er elke keer weer aandacht voor vragen. In alles wat ik doe. En dat technologie en sociale netwerken dit kan ondersteunen. Ook al krijg ik te horen dat ik zeur.

Ik zeur niet! Ik doe gewoon wat anderen zeggen wat zo belangrijk is. Ik blijf geven!

Don’t ever give up.

Nee, natuurlijk niet!
Judith

Mooie resultaten van Team Onderzoek Zuyd Bibliotheek #openaccess

Hi Marcel,

Heb je ook op Zuydnet het nieuwsbericht ‘Belangrijke stappen in datamanagement en Open Access’ gelezen? Supertrots ben ik op de meiden van Team Onderzoek van Zuyd Bibliotheek: Lilian van de Burgt, Marsha Bokhorst en Ingrid Kars.TeamOnderzoek

Vaak genoeg heb ik op ons blog aandacht gevraagd voor Open Access en Open Onderzoek daarom wil ik dit goede nieuws (ook belangrijk voor jou als onderzoeker) delen.

Bij lectoren en onderzoekers van Zuyd bestaat een dringende behoefte aan een veilige infrastructuur voor het opslaan, beheer, delen en publiceren van onderzoeksdata. Ook visitatiecommissies, financiers en wetgeving stellen steeds strengere eisen aan goed datamanagement. Voor alle Zuyd-onderzoekers is nu interne serverruimte beschikbaar voor het veilig opslaan, beheren en met Zuyd-collega’s delen van onderzoeksdata. Naast interne opslag is echter ook externe opslag van onderzoeksdata nodig: om data te delen met externen en ze te publiceren. Inmiddels is hiervoor het platform Figshare aangeschaft. 

Team Onderzoek heeft in haar verslag van de pilotperiode geadviseerd om de publicaties van alle lectoren op te nemen in de Zuyd repository en deze van hieruit te tonen op de websites van de lectoraten en te linken naar de HBO-Kennisbank en Narcis. Dit is de zogenaamde groene route. Ik weet (en jij ook :)) dat de wereldwijde ontwikkelingen rond Open Access publiceren razendsnel gaan. Dat Team Onderzoek adviseert publicatiebeleid te ontwikkelen waarin ook aandacht is voor de gouden route van Open Access publiceren, is een hele logische en wenselijke. Bij zo’n gouden route publiceren onderzoekers in een peer reviewed Open Access Journal. Zelf vind ik het doel dat ze hierbij stellen (10 à 25 OA artikelen) erg bescheiden. Dat in het pubicatiebeleid *imho* ook aandacht besteed moet worden aan het ontwikkelen en gebruiken van Open Educational Resources, fluister ik ze hierbij in:).

En voor jou en al die onderzoekers van Zuyd is de databank Web Science aangeschaft. Ken je die? Echt een prachtig mooi onderzoekstool. De meerwaarde zit hem vooral in de vele citaties waardoor achterhaald kan worden hoe een artikel van invloed is geweest. Binnen Zuyd kan doorgelinkt worden naar de fulltext (lees meer op de bibliotheeksite). In de lijn der verwachting volgen Academic Search Premier, Business Source Premier en Taylor and Francis nog. Mooimooi!

Geweldig goed werk meiden!

Groeten, Judith

Hier heb ik aan meegedaan: Game On!

Ha Judith,

Ik had al laten weten dat ik meespeelde met learningisearning2026. Ik had je zelfs al een stukje van mijn ‘beloning’ laten zien. De game was georganiseerd door the Institute of the Future en de ACT foundation. En die  laatste legt uit wat ze gedaan hebben in onderstaande blog.

O ja en of ik de Marcel ben die ze quoten, tja wie weet.

 

Bron: Game On!

 

Groet Marcel

Blockchain revolutie: een internet van vertrouwen

Sorry M dat ik geen tijd heb genomen om het toekomst-bedenk-spel van Jane met je mee te spelen. Slim spel van Jane McGonigal om samen toekomstbeelden te dromen. Zo heeft The Institute for The Future een database vol ideeën! Gelukkig werken zij open en transparant, dus delen ook vast weer alles.

De basis van het toekomstscenariospel The Ledger zijn edublocks, de blockchain-technologie. In de NRC stond deze week een artikel op welke drie manieren blockchain nu al wordt gebruikt, daar stond onderwijs nog niet tussen ;) Blijkbaar heeft dat afgelopen week nog geen aandacht gekregen op de Dutch National Blockchain Conference. Dat biedt kansen!

In het NRC-artikel werd verwezen naar onderstaand filmpje waarin de blockchain-technologie helder wordt uitgelegd.

Groet,
Judith

De toekomst: The Ledger

Ha Judith,

Met veel plezier heb ik meegespeeld met learningisearning2026.org een toekomst-bedenk-spel twitterish based. Draaiende op de foresight engine waar ik nog veel meer mee wil doen.

Jane vat het verhaal in een blog samen: http://blog.learningisearning2026.org/is-it-real-or-is-it-the-future/

Groet Marcel

Lessons learned voor studiesucces #onderwijsontwerpen

cc-by-nc-nd mark granitz

Dag Marcel,

In de nieuwe editie OnderwijsInnovatie (juni 2016) van de Open Universiteit las ik een mooi artikel: Ontwerpprincipes als lessons learned voor studiesucces.
Op basis van literatuurverkenningen en eigen onderzoek heeft het lectoraat Innovatief en Effectief Onderwijs van Saxion diverse ontwerpprincipes geformuleerd voor studiesucces voor bacheloropleidingen. Het project Studiesucces had tot doel gehad om de studeerbaarheid van vakken en opleidingen binnen Saxion verder te verbeteren. Het lijkt me een mooie aanvulling op de ontwerpprincipes zoals deze onlangs zijn geformuleerd door onze lector Marcel van de Klink, zie blogbericht Een aanpak voor studeerbaarheid #onderwijsontwerpen.

Zoals ook op de website studiesucceshbo.nl blijkt, houdt het begrip studiesucces meer in dan alleen het rendement van een vak of opleiding. Steeds vaker worden ook factoren als de manier waarop studieloopbaanbegeleiding wordt ingevuld (aandacht voor de persoonlijke of professionele ontwikkeling van de student), de opbouw van het curriculum en de lessen als kenmerken benoemd voor studiesucces.

In dit artikel worden ontwerpprincipes beschreven. Het begrip studiesucces is gerelateerd aan drie thema’s: activerend (inspirerend en motiverend) onderwijs, studieloopbaanbegeleiding en afstuderen.

Activerend onderwijs

Bij activerend onderwijs is de uitleg van een docent beperkt zodat studenten gestimuleerd worden om actiever met de inhoud bezig te zijn. Een drietal thema’s zijn belangrijk bij het bevorderen van de studeerbaarheid van vakken:

  • De ervaren (beroeps)relevantie van het vak

Ontwerpprincipe
Zorg voor de koppeling met de beoogde beroepspraktijk, waardoor de relevantie van het vak duidelijk(er) wordt.

  • De structuur van het vak

Ontwerpprincipe
Zorg voor een duidelijke structuur binnen het vak, zodat de studenten houvast hebben om de vakinhoud eigen te maken. Stem de werkvormen af op de leerdoelen van de les en einddoelen van het vak om een duidelijke lijn tussen de colleges zichtbaar te maken.

  • De studentbetrokkenheid, bv door flipping the classroom. Zorg dat contactmomenten een toegevoegde waarde hebben voor studenten door verdiepende informatie aan te bieden, formatief te toetsen (activeren voorkennis), laten presenteren, discussies aan gaan. Beloon de studenten die de lesstof bestudeerd hebben door niet (alle) lesstof weer opnieuw te herhalen!

Ontwerpprincipe
Zorg voor afwisseling tussen werkvormen om studenten bij de les betrokken te houden. Selecteer werkvormen waarbij studenten een actieve rol hebben waarbij ze uitgedaagd worden om de kennis toe te passen. En zorg dat de lessen een meerwaarde hebben voor de studenten, waardoor ze naar de lessen komen en hier actief in participeren.

Studieloopbaanbegeleiding

SLB wordt gezien als één van de belangrijkste factoren die kunnen bijdragen aan beter studiegedrag, meer motivatie en uiteindelijk meer studiesucces. Op opleidings-of curriculumniveau betekent dit contact onderhouden met je studenten. Zij waarderen dit enorm blijkt uit onderzoek.

Ontwerpprincipes:

  • Neem een actieve rol aan als opleiding om contact te behouden met je studenten en SLB te organiseren gedurende de hele studie. Probeer te organiseren dat elke student dezelfde SLBér houdt gedurende zijn / haar studie (of maximaal twee).
  • Werk aan binding van studenten met de opleiding vanaf het begin af aan (of zelfs voor ze de opleiding zijn gestart! Begeleid studenten vanaf de eerste dag dat ze zijn begonnen aan de opleiding en bied duidelijkheid en structuur.
  • Geef het onderwerp ‘leren studeren’ en ‘loopbaanbegeleiding’een duidelijke plek binnen SLB

Op begeleidingsniveau betekent dit ook het een en ander voor de coach.

Ontwerpprincipes

  • Zorg ervoor dat je als SLB-er interesse toont in, proactief contact zoekt met en betrokken blijft bij je studenten.
  • Bied hulp en begeleiding bij het verkrijgen van structuur en overzicht in de planning van studenten.
  • Confronteer de student ook met zaken die minder goed gaan, houdt ze een spiegel voor en bespreek samen hoe dit op te lossen (waarbij de verantwoordelijkheid van de student zelf duidelijk benadrukt wordt).
  • Bespreek en monitor de studiemotivatie van studenten, ga in op aspecten waardoor de motivatie wellicht is gestegen of juist is gedaald.

Afstuderen

In relatie tot studiesucces betekent dit voor de inrichting en procesgang van afstuderen:

  1. startklaar aan het afstuderen beginnen (workshops/trainingen informatievaardigheden, SPSS, onderzoeksvaardigheden, wetenschappelijk schrijven)
  2. fasering en structuur in het afstudeerproces
  3. helderheid over de afstudeerbegeleiding en bewaking van de voortgang in het afstuderen
  4. begeleide bijeenkomsten tussen peers tijdens het afstudeertraject.

Ontwerpprincipes

  • Geef studenten de mogelijkheid om aan het begin van het afstudeertraject praktische workshops of trainingen te volgen over specifieke (onderzoeks)vaardigheden die zij nodig hebben voor hun afstudeeropdracht.
  • Biedt studenten structuur aan om de afstudeeropdracht uit te kunnen voeren door het proces op te delen in fasen.
  • Informeer de student vooraf over de wijze van begeleiding en het aantal afspraken. Zorg dat de voortgang van het afstudeerproces inzichtelijk is en bewaak de afstudeertermijn door actief in te spelen op vertraging.
  • Verminder het isolement dat studenten kunnen ervaren tijdens het afstuderen door begeleide bijeenkomsten met medestudenten te organiseren.

Net zoals de onderzoekers vind ik veel ontwerpprincipes ‘open deuren’, maar ze blijken nog steeds actueel en relevant te zijn. En hoewel ze geformuleerd zijn voor het bacheloronderwijs denk ik dat ze ook relevant zijn voor de 23+ studenten voor de Zuyd Professional cursisten.

In hun reflectie geven de onderzoekers ook aan dat regelmatig evalueren van onderwijs belangrijk is om daarmee zicht te krijgen op studeerbaarheid en doceerbaarheid. Een goede tip die we binnen Zuyd al aan het uitwerken zijn:)

In de eindrapportage van het onderzoek vind je een uitgebreider verslag met handreikingen voor docenten, SLB-ers en opleidingsmanagers.

Groet,
Judith

Het ontwerpen en ontwikkelen van een social MOOC #exploresocial

ExploringSocialLearning

Zoals je weet Marcel heb ik vorig jaar meegedaan aan de MOOC Exploring Social Learning. Marlo Kengen & Petra Peeters, de ontwerpers en moderatoren van deze MOOC hebben een artikel schreven voor het tijdschrift Opleiding & Ontwikkeling (nr. 2, 2016) waarin ze hun ontwerpprincipes en leermomenten beschrijven.

Ontwerpprincipes

Stem zorgvuldig af op de doelgroep
Dit was door de diversiteit van de groep (zowel qua MOOC-ervaring als qua voorkennis, werkervaring) lastig, daarom werden zowel funderende als verdiepende en theoretische als praktische bronen aangeboden. Tevens werd alleen Curatr als leeromgeving gebruikt en niet van andere sociale media. En er werd nauwelijks gebruik gemaakt van de beschikbare spelelementen in het platform Curatr.

Werk vanuit heldere doelen
Deze waren tweeledig: inhoudelijk over social learning en gerelateerd aan de leervorm (kennismaken met toepassingsmogelijkheden van MOOC en leren cureren).

Maak deelname laagdrempelig
De MOOC was gratis en kort (4 weken) en een tijdsinvestering van 2à 3 uur per week. Wekelijks werden vijf tot acht bronnen (zoals artikelen, blogs, etc.) aangeboden en bij elke bron werd een inschatting van de benodigde tijd gegeven. Tevens in een paar zinnen werd de bron beschreven.

Creëer een heldere opbouw
Een heldere opbouw biedt deelnemers zicht op waar ze nu mee aan de slag gaan en wat verderop volgt. Het doel was nieuwsgierigheid te prikkelen.

Bied afwisseling in bronnen
Om tegemoet te komen aan verschillen in de doelgroep werden blogs, animaties, websites, fi lmpjes, artikelen, infographics en hoofdstukken uit boeken ingezet met een mix van ‘staande kennis’, meningen en praktijkervaringen.

Werk met vragen
Bij elke bron was een vraag geformuleerd om deelnemers aan het denken te zetten en om discussie binnen het platform op gang te brengen.

Plan contact
W
ekelijkse werden e-mails verstuurd om deelnemers betrokken te houden. Hierin werd ook teruggekeken op interessante discussies in de week daarvoor.

Uitgangspunten voor het modereren

De moderatoren Petra Peeters en Marlo Kengen hebben de MOOC top begeleid, schreef ik al eerder. Snelle reacties, verdiepende vragen, goed hoor. Het kostte hen minimaal 1 à 2 uur per dag.

  • Deelnemers verwelkomen
    De eerste vraag in de MOOC was: ‘Stel je voor! Veel deelnemers werden persoonlijk welkom geheten door bijvoorbeeld hun naam te gebruiken en hen, aansluitend bij hun toelichting, succes te wensen of verder te helpen. Hier werden deelnemers en moderatoren ‘zichtbaar’ en werd de basis gelegd voor verdere bijdragen en discussies.
  • Verdiepen door doorvragen
  • Verbinden. Door de vele reacties was het voor deelnemers lastig om overzicht te houden. De moderatoren verwezen mensen naar elkaar.
  • Uitnodigen. Auteurs van verschillende bronnen modereerden ook hun eigen materiaal.
  • Bijdragen waarderen. Er was veel aandacht aan het sociale aspect van de MOOC.
  • Snel actie ondernemen
  • Autonomie stimuleren

Lessons learned van de moderatoren

Stuur bij
Je leert de behoeftes van de deelnemers kennen door hun reactie en de analytics van het platform te gebruiken. Gebruik deze input. Tackel ook snel bij technische problemen.

Vragen als katalysator voor het leren
Door vragen te stellen bij de aangeboden bronnen wordt het leren verdiept. De ontstane discussie ondersteunt ook het sociale leren.

Kies bronnen bewust
Omdat het een gegeven is dat activiteiten minder worden gedurende de MOOC worden eerste bronnen vaker bekeken. Selecteer daarom eerder minder dan meer bronnen.

Autonomie komt niet automatisch
Er was geen verplichting om alles te lezen of om alle vragen te beantwoorden. MOOC werd niet afgerond met een toets. Weinig deelnemers maakten eigen keuzes, passend bij hun doelen en agenda. De meeste lazen alles (vrij schools) in de aangeboden volgorde. De volgende keer zal expliciet aandacht besteed worden aan autonomie van leren.

Het behouden of loslaten van overzicht
Het Curatr platfom kan aan sociale kracht winnen door meer zoekmogelijkheden aan te bieden, en ook door de opties voor het ordenen van bijdrages en volgen van deelnemers toe te voegen

Heb vertrouwen
Als moderator moet je vertrouwen hebben en durven los te laten.

En zoals Marlo en Petra tot slot opmerkten:

Er werd gezamenlijk en vanuit gelijkwaardigheid geleerd door mensen van alle niveaus, achtergronden en contexten. Samen met de open en positieve grondhouding bij het modereren zorgde dit voor een vruchtbare omgeving voor sociaal leren over social learning.

Een ervaring die ik elke deelnemer van een MOOC, student in het reguliere onderwijs of profesional die vanaf september een Zuyd Professional leereenheid gaat volgen, van harte gun.

Judith

Lectoraat Technologie-Ondersteund Leren bij Zuyd

Ja, wij wisten het al enige tijd Marcel, maar nu stond het in het Besluitenlijst van het College van Bestuur en dan is het openbaar! HendrikDrachsler

Dr. Hendrik Drachsler is op voordracht van de benoemingsadviescommissie door het College van Bestuur benoemd tot lector Technologie-Ondersteund Leren. Het nieuwe onderwijslectoraat is ingesteld voor de duur van 8 jaar. Het lectoraat is erop gericht innovatief en praktijkgericht onderzoek te initiëren en uit te voeren op het snijvlak van didactiek, technologie en onderwijs. Dit in nauwe samenwerking met de onderwijspraktijk binnen Zuyd Hogeschool.

Hendrik Drachsler werkt bij onze buren: de Open Universiteit en is (inter)nationaal bekend vanwege zijn onderzoek naar Learning Analytics (zie zijn keynote van vorig jaar tijdens Dé Onderwijsdagen). Op de OU-website staat over Hendrik te lezen dat hij universitair docent is. Dat hij werkt aan het personaliseren van leren met behulp van systemen voor het vinden, ontsluiten en beheren van informatie (‘information retrieval’) en adviessystemen (‘recommender systems’). Ook is hij geïnteresseerd in onderzoek naar leernetwerken en persoonlijke leeromgevingen.

Prachtig nieuws! Het vastgestelde lectoraatsplan heb ik met veel plezier gelezen, vooral ook omdat Hendrik een nauwe samenwerking met het I-team nastreeft. In zijn SWOT-analyse benoemt hij ons als één van de sterktes. Dat doet goed. Het is verder aan de lector om zijn plannen verder te delen binnen en buiten de organisatie. In afwachting van zijn eigen lectoraat website mag hij met alle plezier ons blog of het blog van het I-team als platform gebruiken:)

Hendrik, hartelijk gefeliciteerd met je benoeming. Op een mooie samenwerking!
Marcel & Judith

Op zoek naar de zone van de collectieve naaste ontwikkeling. Oratie van Marjan Vermeulen.

LerenOrganiseren

Hallo Marcel,

Heb je ook meegekregen dat Marjan Vermeulen onlangs is benoemd als bijzonder hoogleraar Docentprofessionalisering aan het Welten-instituut van de Open Universiteit? De leerstoel is ingesteld door het onderwijsadviesbureau KPC Groep. Marjan Vermeulen onderzoekt via de leerstoel scholen als: ‘rijke en uitdagende leeromgevingen voor leraren, zodat er met plezier geleerd wordt.’ Met bijzondere belangstelling heb ik haar oratie Leren Organiseren gelezen. Als I-adviseur is één van mijn belangrijkste drijfveren het professionaliseren van docenten op het gebied van leren en lesgeven met ICT.

Prof. dr. Marjan Vermeulen stelt dat “professionaliseren docenten anders moet”. Docenten moeten niet van elkaar leren maar met elkaar. Het lezen van haar oratie was een feest der herkenning. Professionaliseren van docenten is een van de belangrijkste pijlers als het gaat om innoveren van ons onderwijs, schrijft zij (zoals ik dat ook schreef in mijn onderzoek:) ). Innovatief gedrag kan het best gestimuleerd worden in een omgeving waar collectief geleerd wordt. Mijn masteronderzoek heet ook niet voor niets Leren professionaliseren: Leer-Ontwikkel-Werk-Samen-Onderzoek-Kennis-Deel.

Vermeulen begint haar oratie met een korte beschrijving van de karakteristieken van de belangrijkste leertheorieen: cognitivisme, behaviorisme, sociaal-constructivisme en connectivisme. Ze benadrukt dat het belangrijk is om te weten vanuit welke leertheoretisch perspectief onderzoek is uitgevoerd. Een behaviorist denkt anders over leren dan een cognitist. En vanuit het sociaal-constuctivisme zal het leren anders georganiseerd worden dat bij connectivisme. “Omdat er nogal verschillende processen en verschillende uitkomsten achter een leertheorie zitten is het jammer dat deze opvattingen zo zelden geëxpliciteerd worden in onderzoek en praktijk” zo schrijft Vermeulen (p. 13). Vervolgens beschrijft ze op basis van veel (bekende) wetenschappelijke onderzoeken uit de organisatiekunde (lerende organisaties), personeelswetenschappen en onderwijswetenschappen het professionaliseren van docenten.

Ontwikkeling in de onderwijspraktijk moet meer karakter van groei krijgen. Collectieve groei is complex, schrijft Vermeulen. Onderwijsonderzoek hebben neiging alles te secuur te onderzoeken en daardoor een te lange tijdsduur voor innovatie. Daarnaast vindt Marjan Vermeulen het van belang om docenten niet als uitvoerders van ideeën van anderen, maar als ontwikkelaars te benaderen. En vraagt zij zich af is de docent in controle (eigenaar van eigen professionalisering) of onder controle (is er sprake van verplicht professionaliseren?).

Uit paragraaf 6.3:
Er wordt wel over collectief leren gesproken maar dan veelal leren van elkaar ipv leren met elkaar gericht op gezamenlijke leeropbrengsten. We hebben het over professionele leergemeenschappen of learning communities, maar een leergemeenschap ontwikkelt zich niet vanzelf, ondersteuning is belangrijk in de vorm van een facilitator. Ook is de ontwikkeling tot een professionele leergemeenschap waar samengewerkt en geleerd wordt een langdurig proces. De sociaal kapitaal theorie verklaart dat langdurige en intensieve proces.
Ook is interactie in gelijkwaardigheid op basis van een professionele dialoog een belangrijk kenmerk om elkaars expertise te gebruiken en inbreng te waarderen.
Er is geen blauwdruk van wat een lerende organisatie is, de kennis daarover zal blijven toenemen en de toepassing daarvan is in iedere context anders. Wetenschap en onderwijspraktijk zullen in het onderzoek daarna gezamenlijk moeten optrekken. Omdat innovatiestrategieën met een open einde, blijvende input van nieuwe referentiekaders nodig hebben voor continue ontwikkeling.

Uit paragraaf 6.4:
Die nieuwe praktijken ontstaan niet door de kennisketen op te knippen zoals nu het geval is, maar door hecht samen te werken en daarmee de kennisketen tot een leercyclus om te vormen. Alle partners hebben een eigen expertise die samen innoveren mogelijk maakt. Samen in de zin van het nastreven van gemeenschappelijke opbrengsten waar in gezamenlijkheid met ieder vanuit zijn eigen expertise in gelijkwaardigheid aan gewerkt wordt.

Zie ook nieuwsberichten OU en KPC

Door het lezen van haar oratie kreeg ik meer zicht op de verschillende opvattingen over leren in wetenschappelijk onderzoek. Ik herken de dominante behavioristische en cognitieve opvattingen over leren en het professionaliseren van medewerkers. De klassieke (individuele) functionerings- en beoordelingsgesprekken stimuleren de (brood)nodige collectieve groei niet. Er wordt snel gezegd dat we moeten transformeren naar een lerende organisatie. Dat is net zo snel gezegd al: ‘we moeten meer samenwerken en kennis delen’. Makkelijk gezegd. Moeilijk gedaan. Laten we op zoek blijven naar de zone van collectieve naaste ontwikkeling. Docenten blijven begeleiden, activiteiten rondom onderwijs ontwerpen en leren en lesgeven met ict blijven bijsturen. De opgedane kennis delen. Zo ontstaat collectieve groei en ontwikkelt Zuyd zich als een lerende organisatie.

Ik hoop dat de verschillende initiatieven en plannen die er zijn op het gebied van (ict) docentprofessionalisering binnen Zuyd elkaar het komende jaar zullen vinden. Zou die droom van een ‘learning en teaching centre’ realiteit kunnen worden?

Judith

Self Compassion [video]

Ha Marcel,

Vorige week liep mijn emmertje even over. En ik zie om mij heen meer collega’s die het moeilijk hebben. Werkdruk, ander manier van willen werken, geen invloed hebben op ontwikkelingen, organisatieperikelen … het gaat ons allemaal niet in de koude kleren zitten….We zijn zo gepassioneerd over ons werk. We willen zo graag. Dit filmpje deed me goed. We moeten vaker ook gewoon wat liever voor onszelf zijn. Een pas op de plaats en eens bekijken wat we allemaal wel gedaan en bereikt hebben. Een depressie ligt snel op de loer…

We moeten zoveel van onszelf. We vinden ons vaak niet goed genoeg. Dat betekent niet, zo las ik ergens dat we de lat lager moeten leggen, maar gewoon weghalen. En wat vaker lachen als je denkt dat je je weer eens gek gedragen of niet goed genoeg gepresteerd hebt. Om dit filmpje moest ik wel grinniken:)

Er zijn goede en minder goede momenten in het (werk)leven. De minder goede momenten verdiepen ons en de goede momenten voeden en verrijken ons. Gelukkig heb ik nog steeds dierbare collega’s om me heen waarbij ik kan spiegelen. Dat is fijn. Dat heb ik ook nodig. Dank.

Trouwens die School of Life heeft meer mooie filmpjes. Interessant in het kader van Bildung. Zie hun YouTube kanaal.

 

Fijne (werk)dag!
Judith

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 70 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: