The basics of my PhD research

Hi Judith,

You know that I have been trying for a while to get a PhD research started. You also know that I didn’t get the funds or that my job as teacher/part of the management team had more priority. As I have written in this blog more often I tried to do my research on Gamification. Health care is a great context to use that in, but I didn’t manage to get the funds necessary. It brought me a great Healthcare and IT project where I can do some Gamification Research in, but not a PhD position.

Sometimes you have to wonder in new environments to get back to your roots. That basically is what happened in the last years. A sort of homecoming is what happened in the last months. I have a PhD research spot now at our research team Technology Enhanced Learning (Technologie-Ondersteund Leren in Dutch). In the last weeks I am finishing an internal proposal and I am ready to come out and shout aloud that I have started a research on how to use learning analytics on learning design in a run-time setting to improve student satisfaction and/or learning effectivity/efficiency.

In the next four years I am going to research an environment, say Learning Dashboard, which helps teachers and students to change or keep their behavior towards the learning design in an course. Students and teachers not only will get insight in their behavior and actions after the course but also during the run-time of the course so that we as an institution can build a more personalized learning environment for our students.

overzichtresearch
Together with the help of our Bachelor students I am going to research and develop this environment in a design science research. So the things I am going to write about are: Learning Analytics, Learning Dashboards, a little bit of Learning Design, the competences of students and teachers to be critical about the things they see in the Dashboard and the ability to interpret the information. And which techniques can we use to change the behavior of the students en teachers, so that the Learning Design is Learning Analytics driven. Or perhaps better phrased that we use our environment to enable user driven learning design. And that phrase can be in my proposal too.

So you see a work in progress but a fun one to do with all kinds of opportunities and chances to grasp. And to blog about ;). And you may reply in Dutch but I want the exercise in English.

Marcel

Moeite met de online plek

Ha Judith,

Eigenlijk wilde ik in deze blogpost beginnen te schrijven over mijn onderzoek. Na een aantal omzwervingen heb ik nu mijn plek gevonden en ga ik me de komende vier jaren bezig houden met een PhD traject. Ook daarover heb ik al verschillende malen hier proberen te schrijven, maar steeds terughoudend.

En dat sluit eigenlijk aan bij jouw laatste blog: Plek der moeite want ik merk dat behalve discipline ook de onderwerpen een brug voor me waren in het online delen van waar ik mee bezig was. Kijk als MT-lid snap ik dat ik niet alles kan delen wat er gebeurt in zo’n MT maar ook als onderzoeker lijkt het er op dat ik wel mag delen, maar goed op mijn timing moet letten.

Het liefst zou ik “working out loud” doen, maar gooi ik dan niet mijn eigen ramen in op moment dat ik onderzoeksresultaten gepubliceerd wil zien, of gaan andere onderzoekers er dan niet met mijn idee√ęn vandoor. In een ideale wereld blijven de credits bij diegene die ze hoort te krijgen en zou het posten op een blog voldoende moeten zijn. Maar op de een of andere manier werkt dat in de onderzoekswereld toch niet zo. En eigenlijk is dat zonde, want een van mijn volgende stappen is een systematische literatuur studie en als ik die open en “thinking out loud” zou doen dan zouden mijn eigen studenten ook daarvan kunnen leren.

Mij kwetsbaar opstellen, wat volgnes mij een voorwaarde is als ik mijn studenten wil meenemen in mijn denkstappen, daar heb ik geen moeite mee, maar ik merk wel dat ik moeite begin te krijgen met afwijzingen van beurzen (de NWO aanvragen voor docent die onderzoek doet) als voorbeeld. Kijk als je toch het commentaar terug krijgt dat je al twee keer “begonnen” bent aan een onderzoek maar dat blijkbaar niet hebt afgemaakt, waarbij de NWO beurzen als noodzakelijke financiering waren en waarbij de beoordeling van voorstel, team en aanpak positief waren, maar waar ik werd afgekeurd op ervaring als onderzoeker, dan gaat dat toch knagen. Grijns: had ik maar daarover moeten schrijven zul je zeggen, maar ik denk dat dit nog niet wordt meegenomen bij een sollicitatiegesprek.

Dus ik blijf het open verhaal een lastig punt vinden. En als ik dan kijk naar studenten die bijvoorbeeld met innovatieve opdrachten bezig zijn en die ik zou vragen om “thinking out loud” te doen dan beginnen de stage/afstudeerbedrijven te stuiteren. Het gezamenlijk binnen een kennisgebied werken vanuit een regionaal bedrijfsleven is maar mondjesmaat. Ja, wij ICT-ers, hebben een sterke club met Regitel en proberen de bedrijven daarin ook te netwerken en kennis uit te wisselen, maar de grens tussen samenwerken en concurreren is natuurlijk soms klein en dan blijft “thinking out loud” lastig.

Ik had dit blog eigenlijk gedacht om te schrijven over mijn promotieonderzoek en zal dat in een volgend blog ook doen, maar wel met een bepaalde onzekerheid over hoe veel en hoe ver ik kan en mag delen.

Je zult het wel zien ūüėČ

Groet Marcel

Plek der Moeite

Een mooi voornemen voor het nieuwe jaar Marcel: bloggend 2017 door. Ik doe mee! Voor mij is het geen moeite ūüôā . Ik heb gekozen om out loud te werken en te leren.

‚ÄúWorking out loud is working in an open, generous, connected way so you can build a purposeful network, become more effective, and access more opportunities.‚ÄĚ
John Stepper

Voor mij hoort dat bij professional zijn, zeker als kenniswerker. Je hebt gelijk Marcel: It’s part of the job. In ieder geval voor mijn job.

Professional/professioneel komt van het Latijnse ‚Äėprofiteri‚Äô dat betekent ‚Äėopenlijk verklaren‚Äô. Een professional wil openlijk zichtbaar kwaliteit leveren. ‚ÄúEen professional is iemand die ervoor kiest en zich erop toelegt om, met behulp van specialistische kennis en ervaring, klanten op een competente en integere manier steeds beter van dienst te zijn. Daarbij maakt hij gebruik van en draagt actief bij aan een community van medeprofessionals die het vak bij voortduring ontwikkelen‚ÄĚ (Ruijters & Simons, 2014) (p.317). (uit blogbericht ‘Mijn professionele ik. Onze professionele identiteit.’)

Ja, bloggen is een manier om te communiceren, je te ontwikkelen en je kennis te delen. Kennis delen is een werkwoord, zeg ik altijd. Je moet dat gewoon doen. Begin klein. Probeer elke dag eens te delen met wat je die dag gedaan hebt.

Voor anderen kost open en online kennis delen (al dan niet via bloggen) wel moeite. Ik merk dat regelmatig als ik aan collega‚Äôs vraag om over hun ervaringen/inzichten die ze hebben opgedaan te bloggen. Vaak hoor ik: ‚Äúja, goed plan, dat doe ik‚ÄĚ. En bijna net zo vaak hoor ik niets meer. Ja, het kost moeite. Je moet er tijd voor vrij willen maken.

En zo kom ik op de Plek der Moeite. Enige tijd geleden kreeg ik hierover van Dominique Sluijsmans deze link doorgestuurd, een inleiding van het hoofdstuk geschreven door André Wierdsma in het boek van Canon van het Leren (mijn handboek tijdens mijn MLI-studie).

De Plek der Moeite heeft Wierdsma ge√Įntroduceerd om de weerbarstigheid van collectieve en individuele leerprocessen op het niveau van identiteit van een organisatie te duiden (wat willen of zijn we?).

Het proces van collectief leren van professionals is niet gemakkelijk:
1. Veel gedrag is onbewust en routinematig. Betekenis ontstaat pas als mensen reflecteren op hun handelen.
2. Koppelingen tussen intenties en gedrag zijn zwak. Zoals Claire Boonstra onlangs in haar blog mooi verwoordde¬†over de ontkoppeling in ons onderwijs:¬†‚Äúer zit een groot gat tussen weten, vinden, voelen en ons handelen‚ÄĚ.

Leren op de (denkbeeldige) Plek der Moeite vraagt ook moeite. Het kost moeite om bestaande patronen los te laten. Zowel voor individuen als voor organisaties. Als individu is het moeilijk (dan wel onmogelijk) een organisatie te veranderen. Je werkt immers in de context van de organisatie met eigen geschreven en ongeschreven regels, inzichten en principes. Wiegersma zegt dan ook dat verandering van organisatiegedrag meer vraagt dan individueel leren. Hiervoor is dialoog, reflecteren en experimenten nodig.

Elk veranderingsproces kost moeite. Of het nu gaat om (open en online) kennis te delen, al dan niet bloggend. Of ons onderwijs op een andere manier ontwerpen. Op een andere manier samenwerken. Met het werkveld kennis ontwikkelen.

De Plek der Moeite is geen gemakkelijke plek. Het kan een bedreigende plek zijn voor een ieder. Er zijn altijd verschillende belangen, perspectieven en opvattingen over urgentie van veranderingen. Het is een plek van met een veelheid van emoties: frustratie, boosheid, vreugde en plezier. Het is een plek van aarzelen, zoeken, proberen en twijfelen.

Als we maar in gesprek blijven.
En ja, ook online. Al bloggend kan je ook collectief leren faciliteren. Zo worden meer mensen betrokken (of kunnen in ieder geval kennis nemen van) het proces van lerend veranderen. Ik ben er namelijk van overtuigd dat als je mensen deelgenoot maakt van veranderingsproces (en niet alleen van de uitkomsten), de weerstand tegen veranderingen daalt.

Ik ben me er van bewust dat dit misschien allemaal een beetje vaag klinkt. En misschien zie ik verbindingen, die jij niet ziet of niet bestaan. Wat ik inmiddels gelezen heb over de Plek der Moeite (maar ook over Theorie U) en geleerd heb van Jan Bommerez draait het allemaal over see-feel-do.

Mooie uitdagingen liggen voor ons in 2017.

Judith

03012017 een mooie aanvulling op is het blog van Willem Koerselman: Ik geloof niet meer in een groots en meeslepend veranderplan. Ik geloof daar ook niet in maar net als Koerselman meer in veranderen in kleine stapjes, met de eigen mensen, met zo min mogelijk externe adviseurs. En daarbij mensen betrekken (communiceer over de bijsluiter!) in de bedoeling van het veranderproces. Net zoals ik ook in mijn blog Samen Andersom Doen heb verwoord nav het boek Andersom Organiseren.

Bloggend 2017 door

Ha Judith,

In je laatste blog van het vorige jaar: “Bloggen in het onderwijs” beschrijf je de struggle van de inzet van bloggen in het rondom het onderwijs. Het element (gestructureerd aandacht besteden aan je blog) is nu juist mijn probleem bij het bloggen in onderwijssetting. Ik merk overigens ook dat dit vaak een probleem is bij studenten als ik ze vraag te bloggen bij een onderwijseenheid of bij het afstuderen, zonder dat daar direct iets aan verbonden is.

Eigenlijk zou dat het mooiste zijn, op moment dat we tijdens onderwijs met bloggen bezig zijn dat het een logisch automatisme is. It’s part of the job. En in ons HBO onderwijs binnen Zuyd dus part of the job waarvoor we de studenten opleiden. Als ik dan kijk naar mijn eigen werkveld en kijk hoeveel mensen er dan vanuit het werkveld bloggen dan is dat beperkt. Ja er zitten er verschillende op fora of open source omgevingen waar code en/of oplossingen gedeeld worden of op specifieke groepen binnen “afgesloten” communities van productaanbieders. Maar dat ik je nu 10 ICT bloggers kan noemen, niet zo direct. Om nog maar even te zwijgen over of mijn studenten dat zouden kunnen.

Kortom aan het werk in 2017, want ook ik denk dat dit communicatiemiddel meer te bieden heeft dan waarvoor het nu wordt ingezet. En dan niet alleen binnen het onderwijs maar ook binnen de andere beloftes van Zuyd: “het beter maken van de huidige professionals” en “kennisontwikkeling van het werkveld”.

Dus kom maar op met die ideeen dan gaan we ze gewoon proberen.

Groet Marcel

Bloggen in het onderwijs

bloggenonderwijsHoi Marcel,

Fontys collega’s¬†Tons Fleuren, Dani√ęlle Quadakkers en Mia van Rijsewijk hebben een mooie publicatie voor hun organisatie samengesteld:¬†Bloggen in het Onderwijs. Handvatten voor de inzet van weblogs. Beschikbaar via HBO-Kennisbank onder CC-BY-NC-SA licentie, dus ook te gebruiken voor / door ons. Ik heb m inmiddels ook al toegevoegd aan het item ‘weblogs’ op onze Dingen@Zuyd.

Na een theoretische verkenning van de didactische inzet van weblogs in het hoger onderwijs volgen didactische toepassingsmogelijkheden (diverse typen portfolio’s) van weblogs als de technische (software zelf kiezen of via Fontys aangeboden) en juridische aandachtspunten (privacy, auteursrecht, beoordeling, accreditatie). Daarnaast worden keuzes, mogelijkheden en uitdagingen beschreven.

In dit blog wil ik nog inhoudelijk op deze uitgave ingaan. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het een super goed initiatief vind van mijn Fontys-collega’s van Dienst Onderwijs en Onderzoek. Vanuit de vragen die er zijn naar het didactisch inzetten van weblogs is deze uitgave tot stand gekomen. Dat het als boekwerk in de organisatie is verspreid, is te zien aan de digitale versie van deze publicatie. Volgens mij is de digitale drukversie beschikbaar gesteld, de pagina’s staan helaas niet in een leesbare volgorde. Dat is jammer voor degene die dit soort publicaties toch liever digitaal beschikbaar hebben.
[update 02012017: inmiddels is digitale drukversie vervangen door een goed leesbare digitale versie. De hyperlinks zijn aangepast]

In de theoretische verkenning wordt vermeld dat in de weinig beschikbare empirische studies bekend zijn over bloggen in het onderwijs. (dat biedt dan mogelijkheden voor de promotietrajecten van onze critical friends Ankie van de Broek en Marcel Graus ūüėČ ). Maar de weinige onderzoeken tonen wel aan¬†dat bloggen samenwerken, reflectie en kritisch denken stimuleren, maar dat het ook de lerende eigenaar maakt van zijn/haar leerproces. Bloggen is een vorm van social learning. Ervaringen, meningen, idee√ęn delen, leren van elkaar; deze verdiepende interactie komt de kennisconstructie ten goede.

Binnen Fontys, zo staat in hoofdstuk 3 te lezen, worden weblogs voornamelijk ingezet als

  • showportfolio (personal branding, meestal voor iedereen toegankelijk),
  • begeleidingsportfolio (volgen van studievoortgang bij stage, feedback door docenten en peers, meestal niet openbaar toegankelijk)
  • en als beoordelingsportfolio (verzamelen van bewijslast (leeruitkomsten), alleen toegankelijk voor student en beoordelaar).

Als tips wordt hierbij gegeven:

  • het hanteren¬†(of het met studenten samenstellen) van rubrics tbv feedback (formatieve beoordeling).
  • onderwijsactiviteit dient duidelijk op het blog beschreven te zijn.
  • instrueren van de begeleidende docenten, zet ook zelf de blogtool in (‘practice what you preach’).
  • inrichten van een digitale helpdesk voor studenten, docenten en begeleiders die beschikbaar moet zijn buiten de reguliere werktijden.

Ik vind het jammer dat ¬†in de publicatie de nadruk ligt op¬†portfolio’s, en dan met name de begeleidings- en beoordelingsportfolio’s. Ik denk dat bloggen ook voor andere didactische toepassingen ingezet kan worden. Zoals Zuyd-collega Emmy Nelissen het inzet: als groepsactiviteit om studenten te leren argumenteren. Zij werden hier ook uitgedaagd om het werkveld of experts uit te dagen te reageren op hun stellingen (netwerkmogelijkheden).
Tijdens mijn studietijd bij Fontys heb ik als student blog ook ingezet voor groepscommunicatie, maar ook om kennisdelen en groepsinteractie te ondersteunen.

Met betrekking tot de blogtools zijn er binnen Fontys naast de beschikbare SharePoint drie varianten

  1. volledige keuzevrijheid (WordPress, Blogger, Tumblr) – alle verantwoordelijkheid bij student
  2. software met externe hosting (WordPress, Simulise) – functioneel beheer zelf inrichten in afstemming met Dienst IT
  3. WordPress server binnen Fontys (pilot)

Binnen Zuyd behoort optie 3 niet meer tot de mogelijkheden. Optie 2 is momenteel in onderzoek door Facilitair Bedrijf ICT. De meest gebruikte variant bij Zuyd is optie 1: student maakt zelf via WordPress of Blogger een blogomgeving. Uiteraard is single-sign-on wenselijk, maar dat is bij deze optie niet mogelijk. Dat kan wel als je, zoals enkele opleidingen dat doen, gebruik maakt van de blogoptie binnen Blackboard.

Een hele goede toevoeging in deze publicatie, en die heel vaak vergeten wordt, zijn de juridische aspecten. In een onderwijssituatie heb je je te houden aan de Wet bescherming persoonsgegevens. Voor bloggen betekent dit dat persoonsgegevens alleen verwerkt mag worden, indien de betrokkene daar toestemming voor heeft gegeven. Het is voor een blogger echt niet te doen om schriftelijke toestemmingsbewijzen te gaan verzamelen. Daarnaast zijn zij ook formeel juridisch aansprakelijk voor wetsovertredingen in het reactieveld, een disclaimer heeft blijkbaar maar een beperkte waarde. Gelukkig hebben wij in al die jaren bloggen nog niet zoiets meegemaakt.

Bij beoordelingsportfolio’s is het nog goed te realiseren dat deze tbv accreditatie nog digitaal gearchiveerd te worden, met het risico dat bepaalde links naar webpagina’s in de tussentijd verlopen zijn. Beoordelaar dient daarom goed te motiveren op basis van welke criteria tot een bepaalde beoordeling is gekomen.

Je vraagt je af waarom je bloggen nog zou inzetten in het onderwijs, als er zoveel juridische haken en ogen aan zitten ūüėČ

En dan nog het auteursrecht …
maar daarover een ander keer meer, want hierover heb ik nog wat meer te vertellen.

De laatste paragraaf vond ik¬†niet echt een uitnodiging om als docent of medewerker te gaan bloggen. Blijkbaar kunnen arbeidsrechtelijke consequenties het gevolg zijn van onwelwillende bloguitingen. De schrijvers vinden het raadzaam de werkgever te informeren en toestemming te vragen om te bloggen….
Formeel hebben wij dat nooit gedaan. Ons toenmalige leidinggevende was op de hoogte en heeft ons ook daarin altijd aangemoedigd.
Ik zou me, als (Fontys) docent, niet laten weerhouden. Bloggen is naast een geweldige mooie leertechnologie (vind ik dan, maar ik ben bevooroordeeld) en super kennisdeeltool. Voor iedere lerende!

Groet,
Judith

Theory & Practice : 2 sides on the same coin

Hi Marcel,

Onderstaande video vond ik via @jeroenbottema (betrokken bij Lectoraat Teaching, Learning & Technology van Inholland, vergelijkbaar met ons TOL-lectoraat). Must see voor jou en voor iedereen die iets met onderzoek doet.

Sinds kort zit ik ook een beetje¬†in de onderzoekswereld en zie ik dat enige onderbouwing (theorie) nodig is om onderwijs ontwerpen. Veel collega’s zitten in het proces en vragen hulp bij technologie-ondersteund leren (praktijk). Het ene kan niet los van het ander worden gezien. Dat is het ene gedeelte van het Why theory¬†verhaal van Punya Mishra. Ja, die van TPACK ūüôā . Met veel humor vertelt hij ‘the origin story of¬†TPACK’. Het gaat niet over het framework (hij licht het wel even kort toe) maar vooral over de lessons learned bij de totstandkoming van het model, dat hij samen met¬†Matt Koehler heeft ontwikkeld. Sommige ervaringen van zijn onderzoeksproces zal je herkennen, andere zijn goed om die weer eens onder de aandacht te brengen. Bij jou, bij andere kenniswerkers, al dan niet binnen Zuyd.

  1. Timing is everything (and always give credit where it is due)
  2. Find the right partner (with skills that complement your own & and someone who will keep you honest)
  3. You have to listen to the data
  4. Continual evolving process (and a willingness yo share work in progress -with each other and the world)
  5. Solicit & listen to feedback (the work is bigger than your ego)
  6. Marketing/disseminating your ideas is important (while maintaining the integrity of the ideas)
  7. Ideas emerge from strange places (as long as you are willing to listen & change)
  8. Sometimes you go full circle till you truly know what you knew

En het belangrijkst is natuurlijk delen! Zowel het proces als de resultaten. Heel blij dat Punya Mishra zo benadrukt in zijn verhaal dat je je onderzoek open moet gooien, ook het leerproces. Het hoeft (nog) niet perfect te zijn. Anderen kunnen je daar bij helpen.

Mijn pogingen aandacht te vragen voor open en online kennisdelen worden soms lachwekkend gevonden. Dat vind ik niet altijd leuk, maar ik blijf volhouden, hoor. Iemand moet het doen. Ik vind het nodig. Ik voel me in ieder geval gesteund door Punya Mishra!

Keep calm and trust the process ūüôā

Judith

Why Theory? Invited talk at Doctoral Forum MLFTC, ASU from Punya Mishra on Vimeo.

#ietsteverbergen #nietsteverbergen

privacy

Hi Marcel,

Gisteravond zat ik samen met dochterlief in een uitverkocht theaterzaal (zo’n 180 man) in Lux Nijmegen¬†te luistern naar¬†Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis, twee journalisten van De Correspondent. Nog niet zo lang geleden hebben zij het boek Je hebt wel iets te verbergen. Over het levensbelang van privacy¬†uitgegeven. Het is een bestseller. Blijkbaar is privacy een hot item. Niet onterecht natuurlijk. Google en Facebook zijn grote datavervuilers. Tokmetzis en Martijn¬†zijn op tournee om het gesprek over een nieuw privacyklimaat op gang te brengen. Zoals zij in de epiloog van hun boek schrijven: net zoals nu aandacht is voor klimaatproblemen is het voor privacy ook nodig dat dit als een collectief probleem gezien wordt. Het besef moet komen dat we veel te beschermen hebben. “Pas dan kunnen wij weerstand bieden aan de krachten die onze privacy ¬†en daarmee waarden als burgerschap, solidariteit en autonomie ¬†in gevaar brengen.”

Ik heb niet veel nieuwe dingen gehoord. Ik weet natuurlijk wel dat niets voor niets is op het internet. En dat alles wat je plaatst via ‘gratis’ apps,¬†handelswaar is voor bedrijven. Ik ben me niet altijd bewust van dat op basis van mijn datasporen besluiten worden genomen. Wel eens van social sorting gehoord? Een term van¬†de Canadese socioloog David Lyon: “Social sorting is een manier om identiteiten vast te stellen, maar ook om risico‚Äôs en waarde toe te wijzen aan mensen.” Data wordt gebruikt om onderscheid te maken tussen mensen, mensen worden in hokjes gestopt. Datasporen worden gekoppeld en daaruit worden conclusies getrokken. Je wordt in de gaten gehouden door mensen met een andere bril op, met een zienswijze die jij niet kent. Doen wij dat in onderwijs ook als we met learning analytics gaan werken, vroeg ik me af?

Heb ik iets te verbergen? Natuurlijk wel. Ieder men heeft iets te verbergen. Maar dat zet ik bewust niet op internet. Dus denk ik dat ik niets te verbergen heb. Ik plaats veel en deel gul open en online. Toch kunnen mijn data op dit moment in deze context onschuldig zijn, maar in een andere context in een andere tijd gevaarlijk zijn. Daar kregen we voorbeelden van die me wel tot denken zet. We kregen 5 tegenwerpingen te horen en te zien (op een vreselijk slecht beeldscherm trouwens) tegen de stelling ‘ik heb niets te verbergen

    1. Wat is fout?
    2. Het foute en illegale verandert
    3. Je weet niet waar ze naar zoeken
    4. Overheden en bedrijven zijn niet te vertrouwen (#notetoself WRR-raport iOverheid)
    5. We kennen de toekomst niet

Een terechte vraag: Wat kan de de technologie van de toekomst met de data van vandaag?

De avond begon en eindigde met mensen uit het publiek als proefkonijn te gebruiken. De naam van dochterlief werd als eerste genoemd ūüôā

lp

Even schrikken natuurlijk, maar behalve dat ze wisten dat ze carnaval viert in Maastricht en in een multiculti wijk in Nijmegen woont, werd er niks spectaculairs over haar genoemd. Er waren wel mensen waarvan ze wachtwoorden hadden achterhaald.

Omdat ik tijdens de avond aantekeningen maakte op mijn telefoon, zag ik op een gegeven moment dat ik een gast wifi-verbinding had ipv 4G. Dat vond ik vreemd/verdacht. Snel heb ik mijn wifi uitgezet. En jawel hoor, op het eind kwam een ethisch hacker op het toneel. Die met een apparaatje onze ooit onbeveiligde wifi netwerken had geactiveerd.

Ja, onze apparaten roddelen veel over ons. Dat bleek. Via je wifi, via je batterijverbruik. Zelfs door het luisteren naar de ventilator van je laptop of door te kijken naar de vibraties van de wifisignalen kan men horen/zien wat je typt. Althans daar wordt nu wel onderzoek naar gedaan. *Creepy*

Na afloop kregen we een boekje (nou ja, boekje ūüė¶ … een flyer) de digitale zelfverdedigingsgids, die ik ook al in de Nieuwsflits heb verspreid. Goede tips die een ieder zich ter harte zou moeten nemen. Ik heb inmiddels op Facebook mijn instellingen aangepast. Nu moet ik eerst goedkeuren als ik getagd word. Er kunnen immers zomaar foto’s van mij verspreid worden door vrienden die het niet zo nauw nemen met de privacy op Facebook. Daar zag ik gisteren voorbeelden van.

Hoewel de avond me niet heel veel nieuws bracht, zette het me wel aan tot nadenken.
Het boek ga ik zeker nog lezen.

Groet, Judith

Wat maakt dat een team gaat vliegen?

Hoi Marcel,

Ha Judith,

En dan zitten we samen zomaar in de kenniskring van het nieuwe onderwijslectoraat van Zuyd: Technologie-Ondersteund Leren (TOL)! Jij als promovendus en ik als onderzoeker en voor disseminatie (kortweg chief marketing ūüôā ). Deze week¬†was de kick-off op het mooie kasteel Terworm. Een mooie club met veel oud bekenden.

Vanuit mijn perspectief zei hij: laten we doel in vuur en vlam zetten! Laat ons deze eerste olympische cyclus ingaan met de tune die in 2012 voor Nederland bij London hoort:

Onze lector Hendrik Drachsler¬†zei (als grapje) dat √©√©n van zijn doelen was dat hij wilde kunnen vliegen! Dat kunnen we dus al hoor! Zie Epke, de flying dutchman ūüôā

Ook als team kunnen we vliegen. Dat heeft onderzoek al bewezen ūüôā Enige tijd geleden attendeerde jij me op een onderzoek¬†van Google.¬†Google’s People Operations heeft 2 jaar lang zeer grondig onderzoek (+200 interviews, +250 attributen binnen +180 Google teams) gedaan naar de vraag wat de indicatoren zijn voor een perfect team.

De aanname was dat als je slimme mensen bij elkaar zet met een goede leider een succesvol team gegarandeerd is. Dat is niet zo! (sorry Hendrik). Effectieve leiders zijn belangrijk, tenminste als ze zich als coach opstellen, vertrouwen geven, aandacht voor welzijn teamleden hebben, resultaatgericht, duidelijke visie, luisterend oor, en informatie delen). Maar dan is nog geen succes gegarandeerd voor een sterk team. Het zijn de normen en waarden, de collectieve intelligentie dat maakt dat een team gaat vliegen. De vijf sleutelnormen die verantwoordelijk zijn voor een succesvol team volgens dit onderzoek van Google zijn:

  1. Teamleden hebben psychologische vrijheid nodig. Durven we risico’s te nemen binnen ons team, zonder dat we ons onveilig of vernederd voelen?
  2. Teamleden moeten weten dat ze op elkaar kunnen rekenen, dat de dingen op tijd en met een hoge kwaliteit gedaan worden.
  3. Teams hebben structuur, doelen en afgebakende rollen zijn nodig.
  4. Teamleden moeten het gevoel hebben dat het werk persoonlijk betekenisvol is.
  5. Teams moeten geloven ze het werk dat ze doen er toe doet.

De psychologische vrijheid is veruit het belangrijkste. Hoe ga je met elkaar om? Groepsnormen zijn de ongeschreven regels die we hanteren als we bij elkaar zijn als groep. Het betreft houding, de manier van communiceren en handelen. Het appelleert aan ons intu√Įtief gevoel of je weet of je binnen of buiten een groep valt indien je niet aan de heersende groepsnorm houdt.

Uiteindelijk maak je dat toch zelf in zo’n groep. Bij Edicto/ZuydPLEIN is dat ook gelukt tot en met de groepsfunctioneringsgesprekken aan toe. Ik heb in ieder geval de ingredi√ęnten bij elkaar gezien om te komen tot een team. Met een blik naar voren, into the future, en een open geest moet dat zeker lukken

Voor mij houdt psychologische vrijheid in: open communiceren, open kennis en idee√ęn delen, van elkaar leren en waardering ontvangen voor hetgeen je bijdraagt.

Dat sluit toch mooi aan op het citaat waarmee ik mijn motivatiebrief voor de kenniskring eindigde:

‚ÄúWanneer je samen met anderen iets betekenisvol doet, kun je wonderen verrichten.‚ÄĚ
Michael Fullan

We zijn inmiddels al volop aan het basecampen; snel mijn Mendeley-library eens opnieuw inrichten.

Basecamp, Mendeley, Whatsappgroep, het zijn in ieder geval tekenen dat we online ook een boel plezier gaan maken! En uiteindelijk gaat het zich daar toch om!?

En wat plezier betreft: A sort of homecoming die op the unforgettable fire staat zou passen van U2, qua titel en albumnaam, maar op moment dat Bono in een stadion waar we samen zijn geweest vraagt: Are you ready to get of the ground… Elevation!

Marcel & Judith

De informatie over het Google-onderzoek is gebaseerd op

Lerend vermogen

Dag Marcel,

Gisteren deelde ik met je het rapport over Anders kijken. Anders Leren. Anders doen.¬†Ik schreef dat er een mooie bijlage in zat over het concept ‘lerend vermogen’. We weten inmiddels allemaal (althans dat is mijn perceptie ūüėČ ) dat de snelheid van kenniscirculatie, het samen leren en werken in teams en netwerken, de (sociale) technologische ontwikkelingen vraagt om levenlangleren. En dat daar ook een ander gedrag bij hoort. Zoals Frans de Vijlder dat¬†benoemt, dat je als¬†kritische netwerkprofessionals nadenkt¬†over impact van je¬†handelen, van je¬†team, collega‚Äôs, organisatie. En dat je samen verantwoordelijk voelt. Daar hebben we elkaar‚Äôs kennis¬†bij nodig.

In deze bijlage staat het lerend vermogen van professionals mooi op een rijtje:

  • Leren door doen¬†(ervaringsleren van Kolb, en nee dan heb ik het niet over de vermaledijde leerstijlen ;)) en daarop te reflecteren
  • Leren door samenwerken ¬†(sociaalconstructivisme), in teams, netwerken en communities (Wenger)
  • Leren door netwerken en het leggen van verbinding (connectivisme van Siemens), interprofessionele communicatie loopt steeds vaker via sociale technologie.

Het is noodzakelijk om permanent te investeren in het lerend vermogen van teams en organisaties en om professionals te verleiden tot leren in het werk.

Elementen van het lerend vermogen zijn: leerpotentieel, kennisproductiviteit en leercultuur.

Leerpotentieel wilt volgens Onstenk zeggen dat er tijdens werksituaties leerprocessen kunnen optreden. Dit wordt bepaald door:

  • vakbekwaamheid en leervermogen van de professional
  • leermotivatie en -bereidheid van de professional
  • leeraanbod (uitdagingen, feedback en stimulans van collega’s en leidinggevende)
  • opleidingsaanbod (formeel en non-formeel)

Kennisproductiviteit is volgens Kessels de bekwaamheid om te leren, kennis te ontwikkelen en te delen. Hij onderscheidt 7 vaardigheden die van belang zijn op het lerend vermogen op alle niveaus in de organisatie.

  1. verwerven van materiedeskundigheid en vakkennis (hoe kunnen we expertise die we nodig hebben tot ontwikkeling brengen, delen en verspreiden in de organisatie?)
  2. leren oplossen van problemen met behulp van verworden vakkennis (hoe kunnen we professionals stimuleren om te experimenteren om zelf antwoorden te vinden?)
  3. ontwikkelen van reflectieve vaardigheden en metacognitie die helpen bij het vinden van wegen om nieuwe kennis op het spoor te komen
  4. verwerven van communicatieve en sociale vaardigheden die toegang verschaffen tot het kennisnetwerk van anderen en die het leerklimaat van een werkomgeving veraangenamen
  5. verwerven van vaardigheden voor het reguleren van motivatie, drijfveren en emoties en affecties rond werken en leren (wat is betekenisvol werk voor een ieder, waar loop jij warm voor?)
  6. bevorderen van rust en stabiliteit, zodat reflectie, verdieping, cohesie en synergie mogelijk zijn
  7. veroorzaken van creatieve onrust die aanzet tot innoatie

Volgens Sprenger gaat het bij een uitnodigende leercultuur om 4 aspecten:

  1. de mate waarin professionals zich kunnen identificeren met de organisatie (vertrouwen, verbondenheid, respect, op de hoogte van wat er speelt)
  2. de wijze waarop men omgaat met verschillen tussen mensen (fouten en successen bespreekbaar, ruimte voor emoties, openheid voor reacties en feedback)
  3. de ruimte die professionals hebben om de eigen invloed te vergroten (inbreng, zeggenschap en betrokkenheid, contact met verschillende professionals)
  4. de mate waarin men openstaat voor nieuwe idee√ęn en experimenten (ruimte voor uitproberen, interesse in idee√ęn en suggesties)

De leercultuur zit diep in de organisatie. Het gaat over waarden, normen, emoties en overtuigingen. Vaak onuitgesproken maar van grote invloed. Hoe opener hierover gesproken kan worden hoe groter het lerend vermogen van teams en organisaties.

Dit alles past heel erg zoals ik vind dat ik/wij als kritische netwerkprofessional(s) zouden moeten willen werken.

Judith

Anders kijken. Anders leren. Anders doen.

Hoi Marcel,

Onlangs heeft de Commissie Innovatie Zorgberoepen & Opleidingen haar tweede advies gepresenteerd: Anders kijken, anders leren, anders doen: Grensoverstijgend leren en opleiden in zorg en welzijn in het digitale tijdperk. Het 1e advies betrof  een toekomstgerichte beroepenstructuur.

anderskijken

In dit advies wordt uitgewerkt wat de veranderende gezondheidszorg betekent voor het leren en opleiden van (toekomstige) zorgprofessionals. Anders kijken naar de gezondheidszorg (meer gericht op eigen regie van burgers) betekent voor zorgprofessionals een verschuiving van de nadruk op ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag en meer interprofessioneel samenwerken. Dit alles heeft gevolgen voor het onderwijs aan de zorgopleidingen. Het anders leren houdt in dat professionaliteit zich steeds meer zal kenmerken door de samenhang tussen vakbekwaamheid, samenwerkend vermogen en lerend vermogen.  Essentieel voor het slagen van deze fundamentele veranderingen is leiderschap, eigenaarschap en betekenis genereren voor alle partijen. Dit anders doen lukt alleen als de wisselwerking tussen beleid, uitvoering, opleiding, toezicht en financiering optimaal verloopt.

Het advies presenteert aan de hand van acht hoofdlijnen de veranderde visie op gezondheid voor het leren en opleiden voor alle onderwijssectoren in zorg en welzijn

  1. Functioneren, veerkracht en eigen regie van burgers staan centraal
  2. Burgers ontwikkelen van jongs af aan leer- en gezondheidsvaardigheden
  3. Functioneren, veerkracht en eigen regie als rode draad door leertrajecten
  4. De praktijk in het onderwijs en onderwijs in de praktijk
  5. Consistente en op elkaar aansluitende leertrajecten in een continu√ľm
  6. Permanent leren in teams, organisaties en netwerken
  7. Leven, leren en werken met technologie
  8. Onderzoek, onderwijs, praktijk en beleid verbinden

De commissie benadrukt hierbij de grote en toenemende rol van technologie, evenals het belang van permanent leren en kennis delen.

Kijk! Dat lees ik graag.

Zie ook de bijbehorende advieswebsite http://opleidenvoor2030.nl/

Ik heb het rapport niet letterlijk gelezen, maar het lijkt me een must-read voor onze collega’s van de faculteit Gezondheidszorg en Social Work.

Al scanned zie ik herkenbare issues als:

  • ontwerpbenadering van leertrajecten (beroepsgerelateerde context, aandacht voor reflectief handelen, blended learning, docenten die hun praktijkervaring actueel houden maar ook (digitale) didactische vaardigheden.
  • lerend vermorgen van professionals, professionele identiteit, netwerkers, informeel leren, lerende collectieven (teams)
  • e-health
  • digitale vaardigheden van (aankomende) professionals
  • integraal, multidisciplinair, praktijkgericht onderzoek
  • grensoverstijgend werken, leren, opleiden en onderzoeken

En een mooie bijlage (p. 62-65) over het lerend vermogen met verwijzingen naar bekende bronnen: Kessels, Ruijters, Grotendorst, Siemens, Wenger.

Ik ben erg benieuwd naar de implementatie van dit advies in ons zorg- en welzijnsonderwijs. En eerlijk gezegd zijn de adviezen *imho* ook zeer zinvol voor de andere onderwijssectoren.

Judith

zie ook verwant 2beJAMmed blogbericht Technologie kan ook zorg en onderwijs ondersteunen #techzo nav het 1e adviesrapport van Commissie Innovatie Zorgberoepen & Opleidingen

%d bloggers liken dit: