Wat te doen tegen onze vergadergekte?

Hi Marcel,

Op mijn LinkedIn-tijdlijn kwam een bericht voorbij waar zijn oog op viel: YOU are the cause of Meeting Mania. 14 Ways to stop it! Een bijdrage van marketing- en communicatie-adviseur Jill Shaul.

Vlak voor mijn vakantie ontving ik het ene na het andere vergaderverzoek. Zoals je weet is de organisatie van mijn Dienst onlangs opgesplitst in clusters, en ben ik van coördinator geworden van het cluster onderwijskundige ondersteuning. Had ik voorheen 1x per maand een dienstoverleg. Nu zijn daarnaast reguliere coördinatorenoverleggen en bila’s van ons cluster met de nieuwe directeur ingepland. En dan heb ik het nog niet over bijpraatuurtjes,stuurgroepbijeenkomsten en lectoraatsessies. Vooral op de maandagen en dinsdagen rol ik van het ene overleg in het andere 😦 Dat zal bij jou en onze collega’s niet veel anders zijn. Geen wonder dat iedereen verzucht dat ie het druk heeft als je vraagt hoe het gaat.

Druk?

Ik vind het een vervelend woord. Ik zeg bij voorkeur dat ik ‘lekker bezig ben’ 😉 De eerste alinea van Shaul’s blog deed me dan ook glimlachen

In case you haven’t heard, busy isn’t respectable anymore. Which means a calendar full of meetings isn’t a sign of importance. Volume doesn’t equal productivity; and lots of talking doesn’t mean you’re important.

Geldverspilling

Kan dat niet anders? Efficiënter? Ik heb al eens vaker balletjes opgegooid om meer online te delen. Mededelingen hoeven wat mij betreft niet in een vergadering. Een vergadering is voor discussie en afstemming in mijn optiek. Maar dan krijg ik van die blikken …. daar heb je haar weer …. en opmerkingen als ‘f2f is belangrijk’. Jaahaa …. Maar dat zeg ik ook niet!

Daarnaast zijn slechte bijeenkomsten een behoorlijke kostenpost. Zie deze TED infographic.

In haar blog somt Jill Shaul 14 redenen op hoe deze Meeting Mania te stoppen. Want uiteraard zijn we zelf de oorzaak van deze gekte. Wij accepteren klakkeloos alle uitnodigingen. Ik wel tenminste. Vanaf vandaag ga ik toch anders doen ….

Aantal tips

1. Is er een agenda toegevoegd? Geen agenda? Weiger! Of accepteer de agenda als voorlopig en vraag de organisator wat het doel is en jouw rol dan kan je je beter voorbereiden op de bijeenkomst (vergaderingen zijn eerder afgelopen als mensen voorbereid zijn) en dan is een tijdsduur van 1 uur is meer dan voldoende.
2. Zorg voor actieve bijeenkomsten. Ik zit ook te vaak onderuitgezakt in een bijeenkomst. Veel van mijn vergaderingen duren te lang, zeker 2 uur. Ik ga in ieder geval onze wekelijkse clusterbijpraatuurtje voortzetten aan de bar in de koffiecorner 🙂
3. Vermijd vergaderingen waar alleen mededelingen worden gedeeld. Dat kan ook via e-mail.
3. Is een wekelijks of tweewekelijkse bijeenkomst echt nodig? Evalueer het elke 3-4 maanden.
4. Moet jij er echt bij zijn of kan iemand anders van de genodigden ook jou vertegenwoordigen?
5. Weiger alle vergaderingen voor 8 uur en na 5 uur. Manage je werk- en privétijd goed.
6. Rek een bijeenkomst niet onnodig. Is er niets meer te bespreken, dan is het prima een bijeenkomst voortijdig te beeindigen.

Een paar andere tips voor agendabeheer
1. Begin je week met je prioriteiten van die week te stellen.
2. Blokkeer dagelijks tijd om te denken 🙂 🙂

Bovenstaande TED infographic is gebaseerd op een aantal TEDtalks. Bekijk onderstaande hilarische talk van David Grady eens. Duurt maar een kleine 7 minuten.

!NO MAS!

Groet,
Judith

What would JOY do?

Hey Marcel!

Terwijl jij nog in magische werelden ronddwaalt op de happiest place on earth, ben ik na een mooie rondje Nederland al weer een beetje op LinkedIn aan het ronddwalen. Hier zag ik een vlog van Steven Van Belleghem die ik volg sinds zijn boek De Conversation Company. Hij schrijft regelmatig over hoe bedrijven moeten communiceren met de hedendaagse consument. Ook in het onderwijs kunnen wij van zijn denkbeelden leren. Daarover heb ik al eens vaker geblogd. Net als ik is hij groot fan van de Disney Pixar film Inside Out. Deze vlog was voor mij reden om de film weer eens te bekijken. Wat is tie toch briljant. Ik vond het ook een mooi vervolg op mijn laatste blog van voor de vakantie. Voor degene die de film niet kennen…

Waar gaat Inside Out over?

De film speelt zich af in het hoofd van het elfjarige meisje Riley. In headquarter staan de emoties Joy, Sadness, Anger, Fear en Disgust. Haar vader krijgt een nieuwe baan en ze verhuist dan van Minnesota naar San Francisco. Dan ontstaat er paniek in het commandocentrum van het hoofdkwartier en de emoties weten niet meer hoe ze Riley moeten aansturen. De manier waarop (kern)herinneringen, het langetermijngeheurgen, het onderbewuste gevisualiseerd zijn, vind ik briljant. Voor degene die ‘m nog willen zien, hij is beschikbaar via Netflix. Wacht daar niet te lang mee omdat Disney met een eigen streamingdienst start en onduidelijk is hoelang de Disney-films nog hierop te zien zijn.

In zijn vlog bepleit Steven Van Belleghem dat bedrijven bij het oplossen van klantproblemen de vraag moeten stellen ‘what would Joy do?”. We hebben 4 negeatieve emoties in ons (verdriet, woede, afkeur, angst) en 1 positieve (vreugde). Het is dus niet zo vreemd dat klanten (wij mensen) vaak klagen. Als organisatie wil je dat mensen positief over je zijn. Daarom, zegt Van Belleghem, moeten organisatie Joy aan het roer laten zitten om zo gelukkiger klanten te krijgen.

Vanuit marketingoogpunt snap ik deze reactie wel. Ik heb toch een andere boodschap uit de film gehaald. In de film is Joy namelijk vrij dominant. Zij wil dat Riley constant plezier heeft en beperkt de ruimte van de andere emoties. Het werd soms pijnlijk duidelijk uitgebeeld dat Sadness door Joy werd weggeduwd. Het mocht geen plekje hebben. Door de reis die Joy en Sadness vervolgens door het brein van Riley ondernemen, wordt het voor Joy steeds duidelijker dat andere emoties ook een belangrijke rol hebben. Ook ruimte bieden aan negatieve emoties komt  je ontwkkeling, bij leren en bij het maken van keuzes, alleen maar ten goede. Dat wordt prachtig uitgebeeld in de laatste scene waarin je ziet dat Joy dat geleerd heeft. Als Van Belleghem refereert aan de Joy zoals ze is op het eind van de film, ben ik het helemaal met hem eens 🙂

Met deze film Inside Out op mijn netvlies en het boek Not Gving a F*CK kan ik het nieuwe werkjaar weer aan! En alle emoties zullen de revue ook wel weer passeren 🙂 Vermoed ik. Grijns.
Tot volgende week!
Groet,
Judith

Not Giving a F*CK

Hi Marcel,

Aan het begin van mijn vakantie ontving ik van een goede vriend die mijn werkworstelingen goed kent, een boek voor mijn gebed zonder eind 😉 Een boek van een 33-jarige Amerikaanse blogger (zijn website staat nu in mijn RSS-reader)

Mark Manson: De edele kunst van Not Giving a F*ck: de tegendraadse aanpak voor een goed leven.

Hét boek voor zelfhulpboekhaters, zo staat op de achterkant te lezen. En in een recensie las ik dat het boek vooral aan te raden is aan de “hoger opgeleide, ietwat verwende middenklasser die een beetje op zoek is naar de zin van het leven”. Ik pas dus prima in de doelgroep 🙂 🙂

Het gaat er om dat we de afweging moeten maken in ons leven waar we wel ‘fuck aan geven’ en waar niet aan. Waar willen we onze tijd, energie en geld aan spenderen? Het lijkt trouwens de tijd van de ‘not giving a f*ck’ boeken. Al surfend vond ik ook dat Sarah Knight een boek en een TEDtalk over dit fenomeen heeft geschreven/gehouden.

Het boek van Sarah Knight heb ik niet gelezen, vergelijken kan ik niet. Het boek van Manson gaat iets verder dan je te laten inzien dat je keuzes moet maken. Waar wil je je druk om maken en je daardoor niet door anderen laten beïnvloeden. We moeten ook leren omgaan met onze tekortkomingen en tegenslagen in het leven. Maar zeker ook verantwoording nemen voor je eigen leven en schuld niet afschuiven op anderen.

Met veel humor geschreven (zo nu en dan over zichzelf schrijvend in de derde persoon). Relativerend. Sprekende voorbeelden (Boeddha, Onoda, Metallica, Malala, Picasso) en zonder doekje om te winden ervaringen uit zijn eigen leven. De inhoudsopgave geeft een idee van de toon van deze publicatie:

1. Doe geen moeite
2. Geluk is een probleem
3. Je bent niet speciaal
4. De waarde van lijden
5. Je maakt altijd keuzes
6. Je hebt alles bij het verkeerde eind – en ik ook
7. Falen is de weg vooruit
8. Waarom nee leren zeggen zo belangrijk is
9. En dan ga je dood

Al lezend reflecteer ik natuurlijk ook op mijn eigen gedrag. Dat was immers de opdracht van de gever van dit boek aan mij.

Technologie heeft oude, economische problemen opgelost door ons nieuwe, psychologische problemen te geven. Het internet is niet alleen een bron van informatie; het is ook een bron van onzekerheid, gebrek aan zelfvertrouwen en schaamte.

Ook in dit boek wordt de wereld geschetst waarin wij leven. De invloed van massamedia op onze beeldvorming. ‘Het juiste’ waar we naar moeten streven: van het inrichten van je huis/tuin tot bakken van taarten en de manier waarop we ons dienen te kleden en welke vakanties we echt moeten vieren. Het voornamelijk delen van positieve ervaringen op social media. Als ik op mijn Facebook-feed kijk zie ik alleen maar updates hoe fijn anderen het hebben. De mindere fijne dingen delen we niet zo snel online, behalve de dramatische levensgebeurtenissen als ziekte of dood. Ja, ik beken schuld. Ik doe het zelf ook. Het fixeren op het positieve, op onze unieke ik. Ook de vele ‘blije zelfhulpgedoe’-boeken en de ‘vind geluk’- goeroes focussen op onze persoonlijke tekortkomingen, schrijft Manson. We zitten in een helse vicieuze cirkel. Hoop niet op een leven zonder problemen. Bestaat niet. Hoop op een leven met goede problemen. Het ware geluk schuilt in het vinden van de problemen die je leuk vindt om te hebben en leuk vindt om op te lossen.

Het verlangen naar positievere ervaringen is in wezen een negatieve ervaring. Terwijl daarentegen de acceptatie van een negatieve ervaring in feite juist een positieve ervaring is.

Oké. Welke problemen vind ik dan leuk om te hebben en op te lossen? Waar ben ik bereid om voor te worstelen? Zoals zo velen zeggen, zegt Manson ook ‘het gaat niet alleen om het resultaat, het gaat ook om het proces’. 😉

Om te weten waar je bereid ben voor ploeteren, moet je je zelf kennen. Dat betekent het pellen van de ‘zelfbewustzijn-ui’ zoals Manson dat noemt. Van uien pellen moet ik altijd huilen. Het pellen van een zelfbewustzijn-ui kost ook veel tranen. Uiteindelijk komen dan wel je kernwaarden tevoorschijn. Mijn kernwaarden heb ik al eens benoemd

VERTROUWEN * PLEZIER * VERBINDEN * SAMEN * OPEN

Mooi verbeeld in het onderstaande:

The 1980 Moscow Olympics via @japked

Wat ik belangrijk vind in mijn leven en werk, waarmee ik mezelf en iedereen om mij heen beoordeel, zal ik dus altijd langs mijn meetlat van mijn kernwaarden leggen.

Mark Manson zegt dat ik mijn fucks goed moet besteden. De meeste fucks geef ik natuurlijk aan mijn gezin, mijn familie, vrienden en gezondheid. Uiteraard gaat een groot gedeelte ook naar mijn werk. Maar ik zal ook altijd moeten bepalen wat ik niet belangrijk vind, geen f*ck om geef dus 🙂 Laat ik me in dit blog het even tot mijn werk beperken.

Schuld en verantwoordelijkheid

Natuurlijk heb ik nagedacht over wat nu veroorzaakt dat ik over sommige zaken gefrustreerd of geïrriteerd ben. Het is niet mijn schuld dat het I-team jarenlang geen duidelijke positie heeft gekregen. Maar het is mijn verantwoordelijkheid hoe ik daar mee om ga. Ik maak keuzes. Had weg kunnen gaan. Heb ik niet gedaan. Ik ben gebleven. Heb een masterstudie gevolgd. Daarmee heb ik tijdelijk het ene probleem verruilt voor het andere. We hebben te dealen met problemen. Die blijven komen en gaan. Het gaat er om dat te accepteren.

Waarom ik dan niet weg ga bij Zuyd? Die vraag krijg ik regelmatig. En dat zou nu kunnen want de ene na de andere vacature voor onderwijskundige komt de afgelopen weken voorbij. Ik doe het niet. Natuurlijk heeft dat te maken met bepaalde zekerheden die ik niet in twijfel wil trekken. Financieel is de gemakkelijkste. Opnieuw beginnen is ook kwetsbaar. Misschien val ik door de mand? Maar het is ook de wetenschap dat ik het goed heb bij Zuyd. En dat als ik ergens anders begin het ook geen rozengeur en maneschijn zal zijn. Ik neem immers altijd mezelf mee 🙂

Je raakt nooit uit geworsteld en gaat het erom daarin plezier te hebben. Hoe ga ik dat dan doen? Want die negatieve emoties zitten me in de weg. Emoties zijn een feedbackmechanismen, zegt Manson. Negatieve emoties zijn een roep om actie. Oké actie!

Eigenwaarde en eigendunk

Mijn grootste frustratie zit in het niet gezien, niet gehoord worden. Het verschil maken? Bijzonder zijn? We zijn allemaal middelmatig, schrijft Manson. Daarnaast moet ik stoppen met me te vergelijken met anderen. Mijn brein is niet perfect. We maken allemaal fouten bij wat we zien. Maken eigen interpretaties op eigen waarden. Onthouden selectief. Waarom me zo kleiner maken (het Calimero-effect is hardnekkig). Ik mag er ook zijn. Ik mag ook ruimte innemen. Waarom die onzekerheid? Omarm die onzekerheid, zegt Manson. Hoe beter je je onzekerheid omarmt hoe prettiger je je zult voelen bij het feit dat je niet weet. En de ander is net zo zoekend en onzeker als ik. Denk ik. Ik zal eens proberen vaker over mijn angst heen stappen en vragen stellen om mijn eigen beelden en veronderstellingen te checken.

Zowel docent als student willen zijn

In de huidige samenleving lijkt iedereen zijn mening snel klaar te hebben. Met en zonder argumenten. Ik heb niet altijd een mening, terwijl ik het gevoel heb die te moeten hebben. Er komen spannende nieuwe ontwikkelingen op ons af. Ben ik wel die expert? Zo voel ik me niet. Ik word daar onzeker van. Ik weet het ook niet. Ik heb andere nodig in deze zoektocht. Durf te twijfelen, zegt Manson. Zekerheid is de vijand van de groei. Verstandiger op zoek te gaan naar twijfel. In plaats van het juiste willen doen kun je beter kijken naar alles wat je bij t verkeerde eind had.

Hij is wijs, die van zichzelf weet dat hij niets weet
Socrates

In beweging blijven

Mark Manson wil zijn boek niet als zelfhulpboek zien. Dat is het natuurlijk wel. Hij draait het alleen om. Hij zegt niet:  Wees gelukkig. Wees de beste, beter dan de rest. Manson zegt: Welke pijn ben je bereid te dragen? Problemen blijven komen. Omarm ze maar. En handel desondanks. Blijf in beweging. Ik hou wel van zijn ‘doe-iets’ principe. Beschouw elk resultaat als belangrijk en als vooruitgang. Bepaal op basis van je kernwaarden waar je wel een f*ck omgeeft en waar niet. Neem verantwoordelijkheid voor eke keuze. Handel daarna. En je kunt elke dag weer opnieuw beginnen.

Een collega wenste me voor de vakantie toe dat ik mijn ‘groove‘ zou vinden. Ik weet niet of ik ‘m voor altijd gevonden heb. Nu even wel. Daarom schrijf ik dit blog zodat ik er weer even op terug kan grijpen als ik m weer dreig kwijt te raken. En dat zal gebeuren. Onherroepelijk.

In het laatste hoofdstuk schreef Mark Manson over doodsangst. Over de confrontatie met je eigen sterfelijkheid. Het moeilijk en eng om daarover na te denken. “De dood is het enige waar je zeker van kunt zijn. En daarom zou die als een kompas moeten dienen waarop we alle andere waarden en besluiten afstemmen”.

Of ik daarover nog meer open en online wil schrijven weet ik nog niet. Dit blog schrijven vond ik voor nu al lastig genoeg. Voor nu laat ik het hierbij. Wie weet krijgt dit blogje nog een vervolg. Online of offline.

Judith

Dag I-team

Tja Marcel. Weer een einde van een tijdperk …
Deze week heb ik weer ons boeltje ingepakt. We gaan weer verhuizen. De 5e keer in 5 jaar tijd. Door vaak te doen krijg je ervaring. En steeds minder spullen om mee te nemen 🙂

Na ruim een jaar op een heerlijke ruime flexwerkplek te werken verhuizen we naar de gang met onze collega’s van Dienst Onderwijs en Onderzoek. En hoewel ik ook van mening ben dat dit de samenwerking ten goede komt, vind ik het jammer deze fijne plek te verlaten. En het kletsen (informeel leren 🙂 ) met Wilfred zal ik gaan missen. Dat wordt regelmatig kopjes koffie gaan brengen dan 😉

Ik heb het even nagekeken. Zo’n 5 jaar geleden zijn we onszelf het I-team gaan noemen. In een tijd vol onzekerheid over onze positie hadden we zo’n daadkrachtige naam voor onze club wel nodig. De inspirerende Zuydpleintijd was voorbij. De interimmer positioneerde ons tijdelijk bij Facilitair Bedrijf ICT. Die tijdelijkheid duurde zo’n 3 1/2  jaar. In januari 2016 werden we warm ontvangen door Dienst O&O.

Vanaf zomer 2012 is het I-team alleen maar kleiner geworden. Jij vertrok, Jack, Rienke, Harry. Van 3,5 fte zijn we nu met ons drieën nog goed voor 1,5fte die Zuydbreed bezig zijn met technologie-ondersteund leren.

Het afgelopen jaar zijn er dingen veranderd.

De Dienst O&O heeft haar rollen en taken herijkt. Het beleidsteam is nu opgedeeld in clusters. Samen met 3 andere O&O collega’s vormen wij, de drie I-teamers, nu het Cluster Onderwijskundige Ondersteuning. Dit betekent dat we afscheid nemen van de naam I-team. We gaan als nieuw clusterteam ons bezighouden met het thema onderwijs ontwerpen in de breedste zin van het woord. De inhoud van de Nieuwsflits en het ICTO-blog zal hierop afgestemd worden. Ik vind het een mooie uitdagende ontwikkeling. Uiteraard blijven Frans, Didi en ik nauw betrokken bij het aanbestedingsproject DLO. En technologie-ondersteund leren zit in ons DNA, dat nemen we mee. Onze kennis en ervaring zullen we bij het adviseren en ondersteunen van blended ontwerpen nodig hebben.

Tijdens het opruimen kwamen we nog een voorstudie van Annerien Pin tegen. Een Zuydpleiner die begin juli afscheid nam van Zuyd. Waarschijnlijk kwam deze publicatie uit het archief van Harry. Die bewaarde veel 🙂 Het was een voorstudie van haar uit 2010, uitgevoerd in opdracht van het CvB,  over de digitale leer-en werkomgeving als kritische succesfactor voor toekomstbestendig onderwijs. Hebben wij ook nog aan meegewerkt. Uit de conclusie: “Er bestaat behoefte aan een duidelijke Hogeschool Zuydbrede visie op de digitale leer- en werkomgeving en kwaliteitseisen voor nu en voor de toekomst. Daarnaast wordt er gevraagd om duidelijkheid over de wijze van financiering, facilitering in tijd en middelen voor ondersteuning. Bovendien is er een luide roep om deskundigheidsbevordering op het terrein van de digitale leer- en werkomgeving”. 

Er lijkt in die zeven jaar niets te zijn veranderd. Het zijn nog steeds dezelfde issues die spelen en die kwamen ook uit de Group Concept Mapping study van het lectoraat Technologie-Ondersteund Leren als kritische succesfactoren voor het invoeren van blended onderwijs.

Ik heb hoop! 🙂

Onze naam, het team van I(CTO)-adviseurs verdwijnt dan wel, maar de aandacht voor ict in het onderwijs niet. Ik zie het nu overal terugkomen. In vragen vanuit faculteiten, in plannen, de nieuwe initiatieven. Het programma DLO werpt zijn vruchten af. Dat is te danken aan Wilfred. Maar ook aan onze inzet om technologie-ondersteund leren, de regie op Zuydtools die hiervoor nodig zijn, het belang van ict-docentprofessionalisering te blijven benoemen. Daar met de beperkte menskracht zoveel mogelijk effectief en efficiënt (door versturen Nieuwsflits) aandacht voor te vragen, mooie ervaringen binnen Zuyd te delen.

Zeker, ik heb tegenslagen moeten incasseren, irritaties en frustraties weg moeten zuchten, maar als ik zo terug kijk op het afgelopen jaar ben ik trots op wat ik bereikt heb: DC4E, de Startmodule en Template voor Zuyd Professional, de website tol.zuyd.nl, de nieuwsflitsen. Maar vooral heb ik genoten van het samenwerken met individuen, de ZOEC-sessies.

Ik heb leuk werk! Ik ben graag bezig met docenten/teams om met hen mee te denken oplossingen cq nieuwe dingen te bedenken. Ik vind het het super leuk om hetgeen ik weet te delen. Dit online duurzaam vast te leggen. Om berichten en blogs te schrijven. Om open te delen.

Maar de komende maand even niet. Afstand nemen. Gewoon weer eens boeken lezen. Heb het nodig. Heb er zin in.
Vandaag twee leuke afspraken om het studiejaar af te ronden. Even terugkijken. Evalueren. Wat ging goed, Wat kan beter. Om dan 21 augustus vol energie weer aan een nieuw studiejaar vol nieuwe uitdagingen te beginnen.

Zomergroet
Judith

Boekreview. De postmoderne mens in de kennissamenleving

Hi Marcel,

Zuyd heeft vele mooie lectoraten. Wij hebben het voorrecht bij enkele nauw betrokken te zijn. Sinds 1 januari 2017 is Steven de Groot lector innovatief Ondernemen. Ik ken hem nog niet, maar hij mailde onlangs naar de redactie van de Nieuwsflits of we aandacht wilde besteden aan zijn nieuwste boek PM. De postmoderne mens in de kennissamenleving. De Nieuwsflits verschijnt pas weer in september. Het thema van zijn boek vind ik als onderwijskundige informatieprofessional interessant. Ik wilde graag lezen wat hij had geschreven, dus vroeg ik m of hij het op prijs stelde als ik een review schreef. Dat stelde hij op prijs, mits het een positief blog zou worden 😉 Dat is dan aan hem, jou, jullie om dat te beoordelen 😉

Ik ontving zijn boek en afgelopen weekend heb ik het gelezen. Het boek schetst de beschavingscrisis, de devaluatie van de wetenschap en de democratisering van kennis. Daar vind ik op voorhand al wel wat van, ja *grijns*. Sommige gedeelte van het boek las ik tenenkrommend. Ik, voorstander van de democratisering van kennis (‘alles’ open) die las over de verheerlijking van de wetenschappers. Mijn kort-door-de-bocht interpretatie, dan. Maar lees verder maar het review.

Groet,
Judith

Review

Steven de Groot promoveerde op onderzoek naar de rol van esthetica in organisatieontwerp en arbeid. Het is daarom niet verwonderlijk dat in zijn publicatie PM. De postmoderne mens in de kennissamenleving veel (cultuur)filosofen, met name de cultuurpessimisten Ortega y Gasset en Furedi, worden aangehaald om de de huidige stand van de kennissamenleving te duiden. Deze is door de komst van massamedia, ict en sociale media veranderd. De wetenschapper is zijn unieke positie in de kennisinfrastructuur kwijt. Iedereen deelt tegenwoordig kennis met elkaar. Populisme en narcisme viert hoogtij zo schets Steven in het voorwoord van dit 155 pagina’s tellend essay.

Aan het begin van hoofdstuk 2 introduceert Steven de Groot een 5e O in de discussie over de kenniseconomie: Ons, naast Onderwijs, Onderzoek, Ondernemerschap en Overheid. Ons staat dan voor hét publiek, dat in het boek wordt gescheiden van dé kenniselite (de wetenschappers). Aan de hand van inzichten van vele wetenschappelijke denkers duidt hij de gedragingen, tendensen, rollen en verantwoordelijkheden van actoren binnen de vitale kennisruimte. Zijn model van de vitale kennisruimte toont vier kwadranten met ieder hun eigen dynamiek, kansen en bedreigingen en type leiderschap. Vervolgens schetst hij in het vierde hoofdstuk een viertal scenario’s van bewegingen om deze vitale kennisruimte te verbeteren. Immers de huidige kennisruimte (de kennissamenleving/kenniseconomie) staat onder grote druk zo betoogt De Groot in de voorafgaande hoofdstukken. Er is enerzijds spanning tussen de kenniselite (het positivistische paradigma: objectiveerbare kennis) en publiek (het sociaal-constructivistisch paradigma: meningen en gedemocratiseerde kennis), en anderzijds de spanning tussen individualisering (‘ik) en collectiviteit (‘wij’).

Door de woorden die Steven de Groot kiest (babbeleconomie, hij benoemt kenniselite als ‘beschaafder’ met de weloverwogen logica en heeft het over de buiten hun oevers getreden publiek met hun emotionele retorica, over ‘rechts-boven’ en linksonder’ mensen) lijkt het alsof hij een voorkeur heeft voor de objectieve kennis van de wetenschapper. Dat is ook zo. In de laatste alinea van zijn essay benoemt hij dat expliciet. Het scenario ‘verticaliseren’ waarbij de oorspronkelijke focus op objectieve kennis en de rol van de kenniselite wordt hersteld, heeft zijn voorkeur maar is zonder sterke overheid niet te realiseren. Het scenario ‘niets doen’ is het gemakkelijkste maar levert volgens hem alleen verliezers op. ‘Horizontalisering’ wordt door Steven als het meest realistische scenario geschetst. Dat betekent dat het accepteren van de spanningen tussen de vier kwadranten van de vitale kennisruimte. Dit scenario beoogt het weer in dialoog komen van kenniselite met het publiek om zo de verbinding te zoeken. Als zeer mooi 4e scenario beschrijft Steven de Groot ‘Het Schone, de kunst, de verbeelding als krachtige verbinder. Hij noemt dit de experimenteer- en ontdekkingsruimte in de kennisinfrastructuur:

De ruimte van hoop, verlangen en belofte, die van ‘imagine’; de ruimte van het onbekende, verhulde en ongedefinieerde van het onbekende, ongemaakte en onvoltooide, of misschien wel van het onbedachte, een broedplaats voor nieuwe ideeën.

Het is een intrigerende publicatie. Het zet je na tot denken, dat is natuurlijk ook wat de schrijver met een essay beoogt. Ik had soms wat moeite met naar mijn gevoel denigrerende teksten over ‘het publiek’. Daardoor voelde ik me meer verbonden met ‘het publiek als underdog’ dan met ‘de wetenschapper op een voetstuk’. Zoals in zijn slotwoorden staat heeft hij ‘niet over iedereen even aardig en genuanceerd oordeel geveld’. En is hij in ‘de postmoderne valkuil vol eigen waarheden gestapt’. Ik denk dat het krachtiger was geweest als hij ook kritischer over zijn eigen groep, de wetenschapper, had geschreven. Ook daar ontspoort het wel eens door citatiescoredrift, publicatiedrift, de h-index op de carrière-impact van de wetenschapper. Zijn intentie om de kennissamenleving weer vitaal te krijgen, is lovenswaardig. En de scenario’s ‘horizontalisering’ en’Het Schone’ bieden daar mooie aangrijpingspunten voor. Een kwestie van doen nu. Tip: het volgende boek één met praktische handreikingen, hoe iedere actor in de vitale kennisruimte deze mooi kan krijgen?

In een essay legt de schrijver dwarsverbanden en is wetenschappelijke verantwoording niet nodig. De keus om voetnoten te gebruiken in plaats van referenties tussen haakjes is een logische en bevordert de leesbaarheid. Echter het was, voor een leek zoals ik die niet zo bekend is met de gebruikte wetenschappelijke literatuur, niet altijd even duidelijk naar welke literatuur verwezen werd door het gebruik van ‘zie eerder’ en ‘idem’ in de voetnoten. Een literatuurlijst was wenselijk geweest. Hoewel ik het interessant vond om te lezen, had hoofdstuk 5 ‘lector als kritisch realist’ geen toegevoegde waarde op dit betoog.

Het boek kost €22,00. Het is uitgegeven en te bestellen bij Eburon Uitgeverij.

JUDITH.BETER(t/de) – een terugblik

Hallo Marcel,

Vorige week kwam het BETER-programma voor mij (voorlopig?) ten einde. De afgelopen 12 weken ben ik olv een enthousiast team van het Preventiecentrum Gezondheid Zuyd begeleid naar BETER bewegen, eten en leven. Ik heb de enquêtes ingevuld, de metingen laten verrichten, de laatste beweegsessie, het laatste gesprek met leefstijlcoach en nog het staartje van de kick-out-bijeenkomst meegekregen. Tijd voor een terugblik.

BEweeg eeT verandER

De duidelijke planning van de beweegsessies zorgde ervoor dat ik deze vanaf de start van het programma in mijn agenda kon toevoegen. Ik ben (volgens mij) bijna elke week of in Maastricht of in Heerlen aangeschoven. Ik vond het goed om het verschil tussen Heerlen en Maastricht te ervaren. Dit zat vooral in de warming up. In Heerlen was dat iets intensiever (appekooien/balspel) dan in Maastricht (los bewegen op de plaats). De yoga-oefeningen waren vergelijkbaar prettig. Veel van deze oefeningen doe ik ook tijdens mijn wekelijks sportuurtje MOFIT. Dat blijf ik, ook na de zomervakantie, gewoon mee doorgaan. Ik overweeg 2x per week te gaan MOFITten. Het is voor mij ook gemakkelijk om op maandag 18u15 in de sportzaal in Heerlen aan te sluiten. Waarom niet? Het is goed ook ook mijn lijf in goede conditie te houden. Een alternatief is om toch op maandag te blijven bewegen bij Samefko. De groep wilde deze beweegsessies voortzetten. Mooi!

De activiteitenmeter Mi band  die ik te leen had gekregen, lever ik weer in. Deze had weinig meerwaarde tov mijn Up van Jawbone. Dit soort metertjes stimuleren mij niet permanent om dagelijks het streefaantal stappen te zetten.

BEweeg eeT verandER
Tijdens het laatste coachingsgesprek kreeg ik inzicht toch op voedingsgebied wel wat aanpassingen te hebben gedaan. In plaats van een Activia-yoghurtje eet ik ’s ochtends havermoutpap. Want als subtype 4 hoor ik voornamelijk pappen en soepen te eten. En als lunch eet ik vaker soep of een quinoa-tonijnsalade ipv een crackertje met huttenkase en rauwkost. Ik eet om de 2-3 uur. Waar ik vooral moeite mee heb is om het snacken ’s avonds laat te weerstaan (zeker als ik vind dat ik wel een extraatje verdiend, jaja ik ben een ‘emotie-eten’). Mijn coach liet zien dat tussen avondmaaltijd en slapen zo’n 5-6 uur zitten, dus niet vreemd dat ik trek krijg in iets lekkers. Heb nu het advies gekregen rond half 10 nog wat nootjes en rijstwafels te eten (alles wel met mate ;). Daar kan ik nog wel wat mee.

Echt afgevallen ben ik niet gedurende het programma. De aangeboden lijst waaruit ik ingrediënten kon kiezen passend bij mijn type bleek niet echt aan mij besteed. Bij het voedingstraject had ik meer ondersteuning willen hebben. De éénmalige workshop en het aangereikte receptenboekje was voor mij te weinig. De poging om onderling recepten uit te wisselen, waarvoor ik de Yammergroep heb aangemaakt, was (wederom) niet het medium dat werd gebruikt. Met Susy Braun, de lector en mede-initiatiefnemer van het programma, heb ik besproken, dat zo’n community toch enige moderatie nodig heeft, wilt het gaan groeien. Ik begrijp dat het begeleidingsteam hier geen energie aan heeft besteed. Immers de inzet van alle begeleiders was op vrijwillige basis! Respect!!

Voor mij zou een diëtist die mij begeleidt beter werken. Denk ik. Dan heb ik een stok achter de deur. Na de vakantie ofzo?…. misschien ….

BEweeg eeT verandER

Tijdens de kick-out kreeg elke deelnemer nog een mooi woordje van zijn of haar begeleider. Ik kreeg te horen dat ik te streng was voor mezelf. Ja, I know. Ik leg de lat hoog voor mezelf (en mijn omgeving 😉 ). Niet voor niets had ik op mijn kaart aan mezelf geschreven (dat ik nu terugkreeg): wees tevreden! 🙂

Nee veranderd ben ik niet. BETER ben ik ook niet geworden. Dat heeft voor mij te maken met het lang wachten op informatie en doelen van het programma. Ook met het feit dat ik toch een paar weken ziek ben geweest door de middenoorontsteking. De antibiotica had een negatieve invloed op mijn darmstelsel.

Daarnaast merk ik dat ik meer support nodig heb. Mijn voorkeur zou zijn dat ik 2f en online gestimuleerd en ondersteund zou worden. Niets of niemand verandert snel. Ik ook niet. En daar is dit programma wel op gericht: een verandering van eten, bewegen en leven. Ik geloof hier ook in. Ik ben alleen niet overtuigd dat de aangeboden voedingsadviezen hieraan zouden bijdragen. Een geloof in hetgeen je doet, is wel essentieel voor een verandersproces.

Tijdens de kick-out meldde Susy de eerste bevindingen van het programma. Het gros van de deelnemers voelt zich fitter en heeft meer eigen regie en zelfcontrole mede door BETER. Hoewel dat niet mijn ervaring is (de redenen heb ik hierboven beschreven), is dit een mooi resultaat. Ik hoop echt dat dit programma een doorstart krijgt. Het is voor iedereen (van Zuyd) goed om na te denken over zijn beweeg- eet- en leefgedrag. Dat heeft het programma me echt gebracht: bewustwording. Ik ga op zoek naar mijn eigen balans om het veranderproces in gang te zetten.

Dank BETER-team voor jullie enthousiaste, energieke en vrijwillige inzet voor dit programma, met name Susy en Samefko.

Groet,
Judith

Mijn andere blogberichten over het BETER-programma vind je hier

DC4E, een verrijkt procesmodel voor blended onderwijs ontwerpen

Hi Marcel,

Het afgelopen schooljaar hebben we mooie dingen gedaan in het Lectoraat Technologie-Ondersteund Leren (TOL). Zo nu en dan hadden we echt het gevoel dat we vlogen. Onder de bezielende leiding van lector Hendrik Drachsler heb jij als promovendus al je eerste artikel bijna gepubliceerd. Ik heb me vooral bezig gehouden met het samenstellen van een ‘verrijkt’ procesmodel voor het ontwerpen van blended onderwijs en het vormgeven van de website voor het lectoraat: tol.zuyd.nl. Jammer voor ons, maar geweldig voor Hendrik, hebben wij vorige week al afscheid moeten nemen van onze lector. Hij heeft een baan aangeboden gekregen en geaccepteerd als hoogleraar educatieve technologieën bij de Goethe Universität in Frankfurt ism het Deutschen Institut für Internationale Pädagogische Forschung. Deze functie combineert hij met de functie hoogleraar Learning Analytics bij de OU. Super voor hem! Hij vliegt verder 🙂 Maar wij ook! De kenniskring gaat in ieder geval verder met het doorontwikkelen van de Design-Cyclus for Education (DC4E).

Met gepaste trots deel ik op ons blog de link naar tol.zuyd.nl/dc4e. Ik mag wel zeggen dat ik steeds benadrukt heb het belangrijk te vinden het model open en zo gebruiksvriendelijk mogelijk te delen. De laatste weken heb ik daarom veel tijd besteed om dit vorm te geven op de website van het lectoraat TOL.

Samen met onze collega’s van de kenniskring, hebben wij dit procesmodel in eerste instantie ontwikkeld voor de ontwerpers van blended onderwijs voor Zuyd Professional, het flexibele deeltijdonderwijs van Zuyd. De cyclus loodst docenten stapsgewijs door het (her)ontwerpproces van modulair onderwijs. Elke stap is verrijkt met hulpmiddelen en voorbeelden die de docent ondersteunen bij het maken van ontwerpkeuzes.

Waar ik ook trots op ben is dat wij de DC4E-cyclus ontwikkeld hebben in nauwe samenwerking met de werkgroepen toetsen en valideren, blended onderwijs en intake & coaching van Zuyd Professional. Ook de lectoraten Professionalisering van het Onderwijs en Professioneel Beoordelen hebben feedback gegeven op dit model. Als kenniskring hebben we nu een eerste versie van het model gepresenteerd. Net zoals bij ontwerpen hoeft ook een model niet meteen perfect te zijn, er is ruimte voor verbetering. Aan de hand van gebruikerservaringen willen wij het model continu doorontwikkelen. Het zal natuurlijk ook worden uitgebreid met meer ‘tools’ en mooie praktijkvoorbeelden.

Het ontwerpen van blended flexibele deeltijdonderwijs staat natuurlijk niet los van het ontwerpen van blended onderwijs van het regulier bachelor onderwijs. Veelal zijn dezelfde docenten betrokken bij ontwerpprocessen. Kenniskring TOL beoogt met dit model ook een kader te bieden voor een gezamenlijke taal waarmee onderwijs(her)ontwerp gedeeld en gecommuniceerd kan worden. We hopen dat dit binnen Zuyd een breed gedragen ontwerpcyclus gaat worden. Ik zal vanuit mijn nieuwe rol als coördinator van het cluster onderwijskundige ondersteuning van de Dienst Onderwijs en Onderzoek dit model binnen ons advies- en ondersteuningswerk zeker overal binnen Zuyd introduceren.
Na de zomervakantie dan 🙂

Groet,
Judith

De DC4E cyclus voor het ontwerpen van blended onderwijs: Feiten, kennis, en best practices voor het ontwerpen van succesvolle blended learning strategie binnen Zuyd Professional.
Versie: 1.0, juli 2017

Kenniskring Technologie-Ondersteund Leren:
Evelien van Limbeek, Judith van Hooijdonk, Didi Joppe, Chris Kockelkoren, Peter Ebus, Marcel Schmitz, Peter Sloep, Hendrik Drachsler
Met bijdrage van:
Ankie van de Broek, Marcel Graus, Jeanine Schmeitz, René Claassen, Dominique Sluijsmans

Is a library without books still a library?

Hi Marcel,

Hoewel ik niet meer nauw met het bibliotheekwerk van Zuyd betrokken ben, hou ik me nog wel op de hoogte van de ontwikkelingen in het bibliotheekvak. Ik blijf per slot van rekening een informatieprofessional 🙂

Zo las ik het blogbericht Is a library without books still a library? Some thoughts on The Library as spacedoor Christian Lauersen. En dan denk ik: Yes! Zo is het! Zijn website heet The Library Lab: libraries, learning and lego. Geweldige combi toch? 🙂 Deze Deense bibliothecaris van de Roskilde University heeft visie.

Wat inspirerende citaten uit zijn blog:

…. And I think libraries are an important and unique counterpoint to this development as a platform for people to get together, talk, share ideas and opinions in a safe space, both within society and academia.

The physical library space has been going through a highly interesting development and have changes a lot over the years and I like us to think beyond the library as a place for a collection and a traditional study environment with table and chairs. I like to take on a more active approach to the library as place and will give examples on how to do that.

At The Faculty Library of Social Sciences (a part of Copenhagen University Library) we have tried to carry out an active utilization of library space for learning and network activities – and I’m not talking about on the regular library instruction – I’m talking about a facilitating approach where the library actively are setting a platform where people meet and learn from each other.

To meet this change and development in higher education we established Digital Social Science Lab. DSSL is a physical space for education and instructions for data handling within social sciences, it’s software and hardware for harvesting, clearing, analyzing and visualizing various kinds of data, it’s a community but most of all it’s a reaction – a reaction to a changing world and needs of our students, teachers and researchers.

We are trying to create a platform for people to meet and learn from each other in relation to work with data, we are trying to create a community where the library serves as platform and the librarian as facilitator.

In dat DSSL doen ze geweldig mooie dingen. Ze creëren ontmoetingen tussen studenten en onderzoekers rondom data management. Ze organiseren workshops die zowel door experts als door studenten worden verzorgd.

Wat dit voor de bibliothecaris betekent?

Skills? I don’t know. It’s hard to pinpoint sudden skills that goes with this but if you got an eye for bringing people together, can communicate why it’s relevant and got a strong stomach (for all the coffee) you come a long way.

Conclusie:

Library without books still a library? If you believe that a library is not only defined by it’s collection but by the way it succeed to support learning, education and research. Remember; A Library is not a goal in itself, it’s a mean to contain those very things. When stuff around us changes, like physical books disappearing from the library, let’s take up an active approach to continuously support and create values for our communities.

Zijn verhaal is ook gevat in een powerpoint. De uitdagingen en kansen van bibliotheken in het hoger onderwijs.

Ik zou zeggen: grijp die kansen!
Groet,
Judith

Opportunities and Challenges in Learning Analytics for Learning Design

Hi Judith,

Wouldn’t it be great to be able to give insight in how students perform and like a certain learning activity? As a teacher I often ask them how did they like several learning activities during a coffee break or one of our social activities. As an institution we ask them after an Educational period of 10 weeks with a survey. This survey (called blokenquete) has one question in it about all of the learning material in the course. Besides the extra comments students can make in general there isn’t a question on separate learning activities.

Wouldn’t it be great to be able to give teachers but also students insight in how students perform in and like the learning activities they are provided. I believe that this would help students to increase performance and results and that teachers and institutions are able to provide better fit learning activities. Now often I only use my gut feeling or the “results” of conversation with the students at the coffee machine. It would be great to have an extra instrument, which based on data and input from students generates information on a learning activity level.

In a literature review, soon to be published and presented at the EC-TEL 2017 conference, I searched peer reviewed journals for experiments with learning analytics for learning design. I have been trying to identify opportunities and challenges in this field. I found it in three opportunities, who each have their own opportunities and challenges within them.

  1. Using on demand indicators for evidence based decisions on Learning Design
  2. Intervening during the run-time of a course
  3. Increasing student learning outcome and satisfaction

In the table below I have categorized the articles I found into the three opportunities and the subopportunities and subchallenges within. I have specific tried to look for experiments and research on Learning Design, Learning Analytics, Learning Dashboards and Metacognitive Competences. This last item is interesting to me because from a Knowledge Engineering perspective the topic of “learning to learn”, which we do as we use our meta-cognitive competences is especially interesting. Taking these competences into consideration while designing a Learning Analytics for Learning Design solution seems very relevant.

After publication of the article in the Conference Proceedings I will put a link to the article here and if my presentation is ready the slides will be available here to. For now I can only share the keynote presentation of Prof. Dr. Hendrik Drachsler who is my supervisor. He talks about the place of my and my colleagues research in the world of Learning Analytics.

After this literature review on the state of the art I am going to try to design a Learning Dashboard which incorporates a Learning Analytics for Learning Design solution, which can give information during the course and which tries to make the most of the meta-cognitive competences of the students.

If I project the opportunities and challenges on a model for a solution you will get the next figure:

I will keep you posted. But feel free to ask.

Marcel

Twee jaar, voor elkaar!

Ha Judith,

Bedankt dat je er was, afgelopen woensdag tijdens de afsluiting van het Voor Elkaar project. Ongeveer 2,5 jaar geleden ben ik voor het eerst in aanraking gekomen met dit project en nu hebben we een voorlopige afronding.

Ik had de eer afgelopen woensdag om samen met Barbara Piskur het project Voor Elkaar af te sluiten. Een project waar ik meerdere malen over geblogd heb en waar ik trots op ben. Trots op het feit dat het ons gelukt is om in de afgelopen twee jaar met ouders en studenten een aantal prototypes neer te zetten van tools die het delen van ervaringskennis tussen ouders makkelijker gaat maken.

Trots ben ik ook op het feit dat het ons gelukt is om dit te doen met verschillende studenten: 1e jaars t/m 4e jaars, zorgstudenten, pedagogiek studenten, ICT studenten, studenten die als werkstudent werkzaam waren, studenten die met een minor bezig waren en afstudeerders. En om bij iedere stap ouders te betrekken. Of dat nu ging over de interviews in het begin, over de focusgroepen tijdens de ontwikkeling of in brainstormsessies gedurende het traject.

Het idee om een dataecosysteem te bouwen waarin ouders binnen hun vertrouwde omgeving ervaringskennis kunnen blijven delen, maar waarbij de deelbare elementen voor een groter geheel beschikbaar worden is heel krachtig en met dit project hebben we laten zien dat het technisch mogelijk is om dit te realiseren.

Voor meer informatie verwijs ik met gepaste trots naar de projectsite: www.schoudersvoorelkaar.nl

Leuk dat je dit mooie moment met ons hebt gedeeld en dat je foto’s en tweets hebt gemaakt.

Groet Marcel

%d bloggers liken dit: