Het stellen van trage vragen #Bildungsdebat #Zuyd

Hoi Marcel,

De Vereniging Hogescholen is al enige tijd bezig het gesprek over Bildung aan te zwengelen binnen het hbo. Bildung staat sowieso reeds langer op de agenda binnen het onderwijs. De Onderwijsraad heeft in maart 2011 een bundel essays over vorming in het onderwijs uitgegeven (met daarin ook een bijdrage van onze CvB-voorzitter Karel van Rosmalen). Bussemaker zei onlangs: “De universiteit is geen bedrijf, de hogeschool geen fabriek, de student geen klant”. Ook Biesta (kwalificatie, socialisatie, subjectivering) wordt vaker geciteerd in de discussie over goed onderwijs, zoals in het onlangs gepubliceerde strategische agenda 2025 van de Vereniging Hogescholen. Nadat andere hogescholen ons voorgingen (zoals InHolland) was gisteren het Bildungs debat bij Zuyd. Een selecte club van lectoren, collega’s uit de lectoraten en dienst O&O gingen in debat met studenten. Opvallend vond ik de aanwezigheid van het bisdom in de persoon van hulpbisschop Everard de Jong. In mijn blog over goed onderwijs schreef ik ook dat de traditionele kaders over waarden en normen verdwenen  zijn door de ontkerkelijking, waardoor de vraag “waartoe zijn wij op aard” in een ander perspectief moet worden beantwoord.

De middag begon met een voordracht van Theo Geene getiteld: “Het moet kunnen: het verlangen om in de wereld te zijn”. Hij nam ons mee met diverse filosofische terzijdes in de geschiedenis van Bildung en het belang ervan in het onderwijs. Hij gaf ons ook nogal wat leestips mee, zoals Kant, Plato, Socrates, Heinrich Heine.
Bildung gaat over zelfontplooiing waarbij kritisch denken en moreel oordelen centraal staat. Taal is hierbij volgens Maarten Dorman belangrijk: “Taal, zo is de redenatie, is een instrument om de werkelijkheid te beschrijven. En aangezien onze waarnemingen subjectief zijn, is ons beeld van de werkelijkheid subjectief. Aan het gesproken woord gaat taal, als systeem met regels, vooraf.” Maar ons onderwijs is ver-economiseerd. Martha Nussbaum schrijft in Niet voor de winst over de spanning tussen Ausbildung (beroepsgericht) en Bildung (persoonsvorming). Bas Heijne schreef in de NRC over de managementtaal (de taal van de meetbaarheid) die zo in ons onderwijs is doorgedrongen. Student worden als economische en boekhoudende consument gezien en behandeld. Inderdaad, zegt Theo Geene, de hogeschool heeft een zakelijke relatie met de student. De hogeschool is een dienstverlener die er voor zorgen dat alle faciliteiten goed geregeld zijn. De student heeft ook een leerrelatie waarbij de hogeschool een opleidende didactische taak heeft. Maar de hogeschool heeft ook een pedagogische rol om de student als adolescent te begeleiden naar zelfstandigheid. De persoonlijke ontwikkeling van de student behoeft zeker aandacht.

Hoe kunnen we Bildung meer een plek geven in ons onderwijs? Vooral door het stellen van ‘trage vragen’. Dit zijn uitnodigende vragen die je terugbrengen naar de kern waarom je dingen doet zo doet, vragen die je tot nadenken zet als eigenaar van jouw leven. Door het stellen van trage vragen wordt een kritische houding ontwikkeld. Zinvolle reflectie en burgerschapsvorming werden hierbij ook genoemd. Hoe dat nu op te nemen in het curriculum, werd in het debat erna uitgebreid besproken. Ik denk dat Theo Geene het aan het juiste eind heeft door te stellen dat we hierbij vooral moeten kijken naar het verborgen curriculum. Dat deze oneindelijk veel krachtiger is dan het formele curriculum (Volgen van den Akker: intended (beoogd), implemented (uitgevoerd) en attained (bereikt)) hebben we al veel vaker ervaren (zie ook mijn blog hierover). Tot slot zei Theo Geene nog iets over toetsen (o gruwel) en gelukkig was zijn conclusie dat Bildung gaat om een houding en niet om kennis. Houding kan je niet toetsen, wel beoordelen :).

Tot slot moesten van Theo vooral ook nog het boek van Rob Riemen lezen: Adel van de geest.

Vervolgens begon het één uur durend debat onder leiding van Eric van de Luijtgaarden. Hij zette wel de toon om Bildung te positioneren als een ‘beschavingsoffensief”. Opvallend vond ik dat dit debat niet zo ‘waardenvrij’ werd gevoerd. Er werd nogal gechargeerd “de studenten ….” en de aannames vlogen ook rond mijn oren, o.a. over de veranderende samenleving onder invloed van technologie 😦
De discussie kwam op een gegeven moment wel erg op hoe dit nu te verankeren in het curriculum. Moeten we de studie beginnen met een vormingsjaar? Vak filosofie/ehtiek invoeren? Of het vak burgerschapsvorming? Ervaring van docenten is dat studenten hier het belang niet van inzien. Studenten erkende dat de meerwaarde van deze vakken pas in hun latere leven duidelijk werden. Moeten maatschappelijke stages misschien ingevoerd worden? Het Commin-project van de Hotelschool werd hierbij als voorbeeld genoemd waarin studenten vanuit hospitality (houdingsaspecten die bij hun professionele ontwikkeling horen) in 90 uur een project voor hun omgeving uitvoeren. Maar is Bildung niet iets wat je moet voorleven? Wat is dan de rol van jou en mij, van docenten hierbij? Die vraag werd terecht gesteld door Marcel van de Klink. Bij de HU is een lectoraat normatieve professionalisering die in haar manifest schrijft:

Normatieve professionalisering is de dialogische ontwikkeling van de beroepsdimensie, waarin de docent zich bewust is van de existentiële aspecten van het werk. Dat wil zeggen dat hij de uniciteit herkent van het appel dat op hem gedaan wordt door de ander (de student). Hij probeert, met erkenning van de eigenheid van zichzelf en van de ander voor wie hij verantwoordelijk is tot goed handelen te komen.

Zie mijn eerder blog hierover waarin ik schrijf: Dit betekent voor docenten dat zij ook naast hun instrumentele professionalisering (vakkennis, pedagogische-didactische vaardigheden, ict-competenties) ook zijn/haar persoonlijkheid moet blijven ontwikkelen. Daarvoor is het zo belangrijk te reflecteren op je eigen levensloop, je normen, waarden en overtuigingen. Hoe beter je je jezelf kent als docent, hoe beter je kunt omgaan dilemma’s en veranderingen. Van onze studenten verwachten we dat ze kunnen reflecteren, dan mogen we dat zelf toch wel ook doen? We praten vaak over de 21st century skills, één daarvan is burgerschapsvorming (sociale en culturele vaardigheden).

Hoe nu verder … kwam tijdens de borrel ter sprake. Ik denk dat we de dialoog aan moeten blijven gaan. Dat gebeurt in ons huidige organisatie niet vanzelf. Mensen hebben die ruimte niet of voelen ze niet volgens Karel van Rosmalen in zijn slotwoord. Die vrije ruimte zal dan gecreeerd moeten worden. Het boek van Jos Kessels Vrije ruimte, filosoferen in organisatie die we we ook als leestip meekregen van Theo, kan hier wellicht behulpzaam bij zijn.

Het was een levendig debat met een goede inbreng van de studenten, die terecht vroegen: vraag vraag vraag ons meer, en laat mij mezelf zelf ontwikkelen. De studenten willen meer multidisciplinair samenwerken, met studenten van andere faculteiten. Ik weet Marcel, dat jij dit al vaker hebt geïnitieerd en uitgevoerd, maar organisatorisch werd het je hierbij niet gemakkelijk gemaakt. Daar liggen ook nogal wat kansen. En inderdaad er gebeurt echt best wel veel op het gebied van Bildung, alleen wordt het niet zo geoormerkt en is het niet zichtbaar in de ‘output’.

Tot slot wil ik ook eindigen zoals Theo Geene dat deed met het gedicht van Gerrit Kouwenaar. Laten we nieuwsgierig blijven!

curiosityik heb nooit

Ik heb nooit naar iets anders getracht dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst

ondertussen beet de kou mij
was de zon een dag vol wespen
was het brood zout of zoet
en de nacht zwart naar behoren
of wit van onwetendheid

soms verwarde ik mij met mijn schaduw
zoals men het woord met het woord kan verwarren
het karkas met het lichaam
vaak waren de dag en de nacht eender gekleurd
en zonder tranen, en doof

maar nooit iets anders dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst

het regent ik drink ik heb dorst.

 

Bildung gaat over denken, dus ook over je houding en standpunten over de veranderende omgeving (de VUCA-wereld!). Het gaat om scherpen van de geest. Het verbreden van je horizon. Het stimuleren om studenten te vormen en zichzelf te ontplooien binnen de beroepscontext.
Ik heb me niet gemengd in het debat, maar hopelijk wel een zinvolle 🙂 reflectie geschreven op deze interessante middag. En hiermee toch maar weer aangetoond dat je ook achter een schermpje heel open kunt zijn!

Judith

Mijn andere blogs relateerd aan het Bildung thema

Living in a VUCA world #exploresocial

Hoi Marcel,

Deze week is mijn MOOC over Social Learning gestart 🙂 Met ruim 700 deelnemers onderzoeken we in de eerste week  wat Social Learning is. Al scrollend tussen de reacties zag ik verschillende meningen over dit begrip: van ‘het leren van en met elkaar’ tot de invloed die sociale media hierop heeft. Termen als ‘informeel leren’ en ‘werkplekleren’ kwamen ook regelmatig voorbij. Ik vind de volgende omschrijving van Maria Conner het beste:

Social learning is not just the technology of social media, although it makes use of it. It is not merely the ability to express yourself in a group of opt-in friends. Social learning combines social media tools with a shift in the corporate culture, a shift that encourages ongoing knowledge transfer and connects people in ways that make learning a joy.

Uiteraard komen ook theorieën van Bandura, Vygotski, Siemens, Lave en Wenger aan bod. Dat werd in een mooi lijstje  over Social Learning Theories gedeeld. Deze theorieën heb ik ook in mijn paper over Social Learning in Open Online Onderwijs opgenomen. In de discussie heb ik de theorie van Illeris en de Zelf Determinatie Theorie van Ryan & Deci toegevoegd en mijn paper heb ik inmiddels al gedeeld 🙂

Wat nieuw was voor mij was het begrip VUCA. Heb jij daar wel eens van gehoord?

VUCA is de acroniem van Volatility, Uncertainty, Complexity, Ambiguity. Het vat de wereld waarin we vandaag leven samen waarin de verandering centraal staat en zekerheden er niet meer zijn. Het belang van flexibiliteit, veerkracht, wendbaarheid en weerbaarheid staat ook centraal in de deze week gepubliceerde strategische agenda van de Vereniging Hogescholen: Wendbaar & Weerbaar. We zitten in een overgang van tijdperken volgens het artikel van Ger Driesen wat wij ter lezing aangeboden kregen. Elke verandering brengt sociale onrust en onzekerheid met zich mee (vergelijkbaar met de levensfasen en crisissen van organisaties volgens het model van Greiner). Elke nieuwe fase vraagt om nieuwe toolset, mindset en skillset. Deze week kwam een tweet voorbij dat bijna een kwart van de werknemers zegt belangrijke nieuwe kennis of vaardigheden te missen. Uit het bericht van het CBS: “Dit hangt vooral samen met de snelheid van de technologische ontwikkelingen. Zo geeft een relatief groot deel van de ict’ers en van de databank- en netwerkspecialisten aan dat het werk zodanig veranderd is dat zij nieuwe kennis en vaardigheden nodig hebben voor hun werk.”

CBS

De manier om met de VUCA wereld om te gaan is leren, volgens Driesen.

Sociaal leren dan maar? 🙂

Wat betreft het Curatr platform, het ziet er aantrekkelijk uit. De presentatie van de opdrachten is overzichtelijk. Je wordt gestimuleerd om te reageren, daar krijg je ook XP’s voor. De moderatoren reageren snel en stellen soms verdiepende vragen. Mijn eerste badge heb ik binnen! Je kunt alleen niet alle reacties bekijken, het zijn er echt veel te veel. Een gemis vind ik dan ook het ontbreken van zoekfunctionaliteit. Wel handig dat ik een mailnotificatie krijg als op mijn bijdrage gereageerd wordt, want binnen Curatr krijg (of zie) ik dat niet. En een eenduidige # zou ook handig zijn geweest.

Volgende week verder.
Judith

Update 25 mei: De # voor deze MOOC is #exploresocial. Inmiddels aangepast in de blogtitel

 

Nieuwe strategische visie hogescholen #hbo2025

hbo2025Ha Marcel,

Vandaag heeft de Vereniging Hogeschool de agenda voor de komende 10 jaar gepresenteerd: “Wendbaar & Weerbaar” (pdf).

Natuurlijk staat in het voorwoord van het rapport te lezen, dat digitalisering en internationalisering steeds meer invloed krijgen in ons leven. En dat onze samenleving opener en meer verbonden wordt. Uiteraard kan het niet anders dat dit gevolgen heeft voor het hbo. Kenniscirculatie en aanpassingsvermogen zijn cruciaal, zoals dat ook al in het WRR-rapport ‘Naar een lerende economie‘ vermeld stond (zie hoofdstuk 9 over onderwijs).

Als kernwaarden worden benoemd:

  1. hogescholen nemen hun verantwoordelijkheid (maatschappelijke functie, duurzaamheid, emancipatiefunctie)
  2. hogescholen streven naar verantwoordelijke afgestudeerden
  3. hogescholen maken kennis toepasbaar (in samenwerking met werkveld)

In kernwaarde 2 komt nadrukkelijk het gedachtengoed van Biesta aan de orde: 1) kwalificatie (het opdoen van kennis en vaardigheden), (2) socialisatie (waarden en normen van een gemeenschap) en (3) subjectivering (persoonlijke vorming tot een zelfstandig, verantwoordelijk en kritisch individu). Mooi dat er ook aandacht is voor ‘bildung’.

Als uitdagende opdrachten zijn geformuleerd

opdrachtenhbo2025

Het zijn nogal wat ambities. Termen als talentontwikkeling, blended learning, levenlangleren, onderzoeken, masterniveau, netwerken, professionele leergemeenschappen, samenwerken, die ik binnen Zuyd ook regelmatig hoor, komen allemaal langs. De opdrachten zijn nogal voordehandliggend, maar desalniettemin uitdagend. Zeker als het streven is om in 2025 als instelling een lerende cultuur te hebben. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, zo heb ik geleerd.

Nieuwe prestatieafspraken horen niet meer bij dit streven, volgens de Vereniging Hogescholen. Nu dus afwachten op de strategische agenda van minister Bussemaker die zij binnenkort presenteert. Een paar dagen geleden kondigde ze aan dat er budget is voor honderden extra docenten in het HO. Benieuwd hoeveel daarvan naar het hbo gaan, en uit eindelijk naar Zuyd….

Judith

Peer-reviewed Open Access Journals with Impact Factor

OpenAccessHa promovendus!

Enige tijd geleden hadden we het even kort over publiceren in Open Access Journals. Als je zo ver bent om te publiceren, vind je eigenlijk wel dat je dat in een OA tijdschrift zou moeten doen (en dat vind ik ook! 🙂 ) Volgens jou wordt het je niet echt gemakkelijk gemaakt om dat te doen. We hebben al eens eerder geblogd over de kosten die dat met zich meebrengt (€3.000,-). Nou las ik onlangs dat bijna 68% van de geregisteerde tijdschriften in Directy of Open Access Journals (DOAJ) geen fees meer vragen. Dat is hoopvol nieuws, toch?

Nou weet ik niet precies aan welke voorwaarden jij bent gebonden bij het publiceren van artikelen. Ik weet dat de impact factor, een ‘dingetje’ is. Het moeten namelijk wel peer-reviewed journals zijn, vermoed ik. En hoe vaker een tijdschrift wordt geciteerd, hoe hoger de Impact Factor. Nou weet ik dat deze gegevens over wetenschappelijke tijdschriften, berekent door Journal Citation Reports, worden opgenomen in Web of Science. Ik weet alleen niet of Zuyd Bibliotheek hier toegang toe biedt.
Nou vond ik hier een lijstje met OA tijdschriften met IF. Nou is dit maar een klein lijstje, maar hier vond ik nog zo’n 1000 tijdschriften.
Zit hier iets bij denk je? Makkelijker kan ik het nu even niet voor je maken 🙂

Judith

20/5 In de column ‘Beoordeel de beoordelaars’ (Informatieprofessional, nr. 4, 2015) bespreekt Frank Huysmans de kosten van publiceren in open access journals en de bijbehorende afwegingen. Hij maakt melding over vergelijkingssites voor publicerende wetenschappers, zoals SciRev.sc. en qoam.eu (alleen voor OA journals). Je kunt hier je ervaringen met tijdschriften en hun reviewers delen (bv hoe lang het duurt voor je een antwoord krijgt). Er komen steeds meer platforms die minder geld vragen voor open publiceren, zoals SAGE Open en PeerJ. Interessant is ook het naschrift op het blog van Huysmans waarin hij refereert naar een artikel waarin de auteurs betogen en onderbouwen dat de transitie van het gehele wetenschappelijke publicatiesysteem van een abonnements- en licentiesmodel naar een volledig gold open access-model kostenneutraal kan gebeuren. Met betrekking tot publicatiekosten is het interessant om te weten:

In het huidige wetenschapssysteem worden wereldwijd jaarlijks zo’n 2 miljoen wetenschappelijke artikelen gepubliceerd, waarvan 1,5 miljoen in Web of Science worden geïndexeerd. Momenteel verschijnt zo’n 13% daarvan in gold open access. Het totale bedrag dat aan APCs en licenties (voor de abonnementstijdschriften, nog altijd het overgrote deel) wordt gespendeerd, ramen de auteurs op 7,6 miljard euro. Per gepubliceerd artikel is dat dus rond de 3800 euro. De kosten per artikel in een OA-journaal blijkt inmiddels al een flink stuk lager zijn dan die 3800 euro, namelijk rond de 1200-1600 euro. Voor de zekerheid houden de auteurs in hun berekeningen een bedrag van 2000 euro aan.

Top 20 voor leren en lesgeven

20Principles

Dag Marcel,

Dit rapport van de American Psychological Association (APA) had ik vanmorgen al via Twitter en ScoopIt gedeeld maar vond het ook vermeldenswaardig voor ons blog.

Een groep van psychologen (Coalition for Psychology in Schools and Education) heeft 20 inzichten uit de psychologie geïndentifeerd die belangrijk zijn voor leren en lesgeven. Alles wetenschappelijk onderbouwd 🙂 Het onderzoek is gedaan voor preK-12-scholen, maar het zijn inzichten die volgens mij elke leerkracht /docent zou moeten kennen. De pincipes hebben betrekking op klassenmanagement, op hoe studenten leren en wat hen motiveert, over toetsen en beoordelen. Mijn aandacht gaat vooral uit naar pinciples 13-14-15 over de sociale context, relaties en emoties die belangrijk zijn voor het leerproces van studenten. De sociale context wordt in dit onderzoek beperkt tot het klaslokaal, maar je kunt je voorstellen dat deze psychologische principes ook gelden voor digitale omgevingen.

Uit het rapport

  • Given potential variations in cultural experiences, it is critical that the teacher facilitate a “classroom culture” that ensures shared meanings, values, beliefs, and behavioral expectations and provides a safe and secure environment for all students.
  • Given their social nature, classrooms provide a critical context for teaching social skills such as communication and respect for others. 
  • Emotional well-being is integral to successful, everyday functioning in the classroom and influences academic performance and learning. It is also important to interpersonal relationships, social development, and overall mental health.

 

Top20Principes

 

Groet,
Judith

20/5 Wilfred Rubens heeft ook geblogd op deze psychologische principes. Zijn opmerking op het ontbreken over technologie bij de principes voor leren en lesgeven wilde ik hier ook nog even toevoegen

De term ‘technologie’ komt in het stuk slechts één keer voor, begrippen als gaming, internet en ICT helemaal niet. Dat betekent niet dat deze principes niet relevant zijn voor technology enhanced learning. Integendeel. Neem de suggestie instructies zo veel mogelijk te individualiseren of het belang van interpersoonlijke relaties en communicatie voor leren. Bij de eerste suggestie kan ICT een belangrijke faciliterende rol spelen, terwijl het tweede principe er toe zou moeten bijdragen dat we ICT ook vooral voor communicatie en interactie zouden moeten gebruiken, en niet uitsluitend of vooral voor het bestuderen van content.