Dilemma from a Daredevil: Should I use SuperBetter or not?
Grin Judith,
I don’t know if you know the comic character of the Daredevil? Ben Affleck played his character in a motion picture and it is one of the characters of the great Stan Lee (the creator of: Avengers, X-Men, Fantastic Four, …) Daredevil is a blind attorney who in his ‘spare time’ is a ‘darkish’ hero to see that justice is done, were the courtroom couldn’t do it. With his super-senses he gets the bad guys one way or another.
Don’t worry I am not going to be a caped crusader. I use the word Dilemma from a Daredevil, because I am trying to answer a difficult question in the beginning of my PhD 2 B quest. And in Dutch we have a saying about the dilemma from the devil, but that is too negative. It is a Dilemma from someone with good intentions but are we are willing and can we cross borders?
The dilemma is: Should I use SuperBetter or not for my research?
After a discussion with one of the inventors of it, I had to come to the conclusion that there is only one way to use SuperBetter in my PhD research and that is as it is now. No changes, no alterations can be made that are beneficial to my research (and in my humble opinion beneficial for SuperBetter ;)). That is a downer for me. I had hoped that I was able to collaborate with the developers of SuperBetter to make it even better as it is. And (as you know me) I was not in it for the money. I was in it for 1) the science, 2) for the fun of collaboration and 3) for the inspiration for my students. Originally there was a fourth goal, an epic one, but meeting Jane has gone of my bucket list, as I have done that at the Educause (w00t, w00t). I understand the reasons of the SuperBetter guys and girls not to collaborate at this moment but I also have learned that you have reach for the stars. And I believe in this field (social health gaming) they are the stars. My Bachelor of ICT students, our Innovative Student Company, and the Research Centre for Autonomy and Participation I do my research for, would have been great partners in a combined quest. But SuperBetter is a company and therefore intellectual property and sharing/partnering aren’t easy.
So, if I want to use SuperBetter, I have to use it as is. The biggest problem is that SuperBetter only is available in English. With no Dutch version or cardgame alternative I can rule out a lot of possible target audiences to do my research on. And that is really too bad. On the contrary it won’t be easy to find or make a Dutch equivalent to SuperBetter. Yes I have the research that lies under the skin of SuperBetter and yes I am creative enough to come to ‘some kind of game’. But as I am a knowledge engineer and no game designer (yet ;)) I just am an amateur who wants to make a game as good as the one built by the experts. That’s a big challenge in the beginning of my PhD 2 B. Difficult and time consuming. In both cases I need a super hero to help me!
Daredevil where are you at?
…to be continued… (I hope)
Greetz Marcel
Research Lise Worthen-Chaudhari: Clinical Trial of a Rehabilitation Game – SuperBetter
Good morning Judith,
I would like to introduce to you Lise Worthen-Chaudhari a research assistant professor of Ohio State University. She has recently (September 2013) started her research on SuperBetter. As a member of the Ohio State Universities Wexner Medical Center she is part of the Physical Medicine and Rehabilitation Department. One of the topics she works on is: Traumatic Brain Injury.
Sounds impressive doesn’t it 😉 It is! Especially because she has got the opportunity to conduct a research on SuperBetter. Her reseach is titled: Clinical Trial of a Rehabilitation Game – SuperBetter. In her research overview as printed on clinicaltrials.gov she describes that within the field of rehabilitation the patients are faced by life changing challenges on different types: behavioral, cognitive, emotional and physical. In order to help patients to make the transition from institutionalized care into self care, she hopes that multiplayer gaming paradigms can be utilized. She believes that research should be conducted on this field because:
-
Games can bring the power of social networking (doing it together) and alternate reality (doing it in a more inspiring environment)
- Games can help in quantifying the performance of the rehabilitation process. She connects that towards clinical relevant documentation (caretaker oriented), but I also believe that the quantification of performance and the visualization of it can be an inspiration to the patient.
- Games are played a lot by our youth, and that clinics should be prepared on the big group of youngsters that have a lot of game experience and therefore can benefit from another approach. I believe that also the elderly are more and more embedded within gaming worlds.
- Games that are affordable are a good cost-effective alternative for current medical protocols.
She is going to research SuperBetter by getting a group of 15-25 year olds with concussion, mild traumatic brain or moderate brain injury to play the game for 6 weeks. Every week they play 10 minutes a day. All of the patients do need at least one 18+ support giver. I hope that she leaves the opportunity for patients to add more than one support giver, because in the keynote that Jane gave at the Educause, she stated that you should have at least 2 people around you that help you to make a real difference.
Her primary question is if playing the game is enhancing or hindering the community participation. The secondary question is the quality of life of both the patient and the supporter. This only is the first phase in a research that should eventually lead to a random clinical control trial. I can’t wait for (preliminary) results and publications.
I’ll keep you posted as soon as I hear/see something.
Greets Marcel
Open stellen van artikelen, waar gaan die 3000 euro naar toe?
He Judith,
Graag had ik wat meer uitleg over het ‘open stellen van artikelen’ en de prijssetting daarvan. Je schrijft in je blog: “Auteursrechten informatiepunt & Open Access” over onze staatsecretaris die heeft aangekondigd dat al ons wetenschappelijk onderzoek ‘open’ moet worden gemaakt in de komende jaren. Ik had de betreffende berichtgeving ook opgepakt via de tweet van Pierre Gorissen en zijn Blog geeft zijn mening duidelijk weer.
3000 euro betalen om iets dat je zelf hebt geschreven ‘open’ gepubliceerd te krijgen blijft een vreemde zaak. En toch vraag ik me dan af naar wat/wie dat geld dan gaat. Is dat voor de ‘(digitale) drukkosten?’, is dat voor de ‘reviewers’ die kwaliteit blijven beoordelen, is dat voor de verzamelende en meta daterende organisatie rondom het ‘journal’. Waarom 3000 euro en waar gaat dat geld naar toe? Heb je daar een beeld bij Judith.
Ik bedoel het ‘open stellen van artikelen’ zodat ze voor iedereen te gebruiken zijn moet toch ook anders kunnen. Waarschijnlijk ga ik als net beginnend PhD kandidaat veel te snel en veel te kort door de bocht, maar op het moment dat ik ‘open’ ben en mijn stappen online heb staan, inclusief mijn publicaties, dan is dat toch open. Ik snap wel dat doordat ik een promoter, co-promoter en wellicht andere ‘established’ teamleden heb die meekijken en wellicht ‘meepubliceren’ dat ik niet zomaar alles online kan zetten. Maar op het moment dat artikelen goedgekeurd zouden zijn voor publicatie dan kunnen die toch ook op een ‘eigen’ site of op een door onderzoekers gezamenlijk georganiseerde site.
Waar ga ik nu de mist in? Want als het zo eenvoudig zou zijn dan zou er al een dergelijke site zijn. Waar zit hem dan het echte verschil tussen de ‘Open Access projecten’ en het delen van kennis en informatie zoals jij dat doet?
Succes bij het CvB. O ja: “De voorgevel eruit.” is natuurlijk ‘as open as it gets’.
Groet Marcel
Auteursrechten InformatiePunt & Open Access
Goemorgen Marcel,
Vandaag heb ik een afspraak met het CvB over mijn auteursrechtennotitie. Al jaren schrijf en herschrijf ik stukken om auteursrechten onder de aandacht van het management te krijgen met als doel het formeel inrichten van een Auteursrechten InformatiePunt binnen Zuyd Bibliotheek. Het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal door docenten (Stichting Pro) en plagiaat (Ephorus) zijn al 2 redenen om deze dienstverlening voor medewerkers en studenten aan te bieden. Maar zeker net zo belangrijk is publicatiebeleid voor onderzoekers en medewerkers, waarbij ik veel aandacht vraag voor Open Access. Heb je het over ‘Open Onderwijs’ dan heb je het ook over ‘Open Access’.
De Open Access-beweging streeft naar vrije, gratis online toegang tot wetenschappelijke informatie, zoals tijdschriftartikelen, proefschriften en boeken. Open Access legt de nadruk op het zonder beperkingen beschikbaar stellen van informatie. De auteur stelt zijn werk gratis online beschikbaar en stemt in met het verspreiden van zijn werk.
In Nederland zijn er al goede voorbeelden, zoals de website Verwerken en Delen van Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (bron ScienceGuide). Onlangs heeft ook de University of California Open Access Policy vastgesteld. Onderstaand filmpje verduidelijkt veel.

Via Vimeo
De HBO-raad heeft in 2009 namens de hogescholen de ‘Berlin Declaration on Open Access’ ondertekend. Dit houdt in dat hogescholen hebben toegezegd zich te zullen inspannen om hun kennisproducten kosteloos beschikbaar en toegankelijk te maken voor iedereen. Zuyd kan bijdragen door bewustwording en delen van eigen producten, hiervoor is de HBO Kennisbank. In deze repository zijn ook scripties, onderzoeken, afstudeerverslagen, papers en artikelen van onze studenten, docenten en lectoren te vinden. Maar nog wat weinig. Herlees het gastblog van Lilian van de Burgt nog maar eens.
In het onderzoek naar de onderzoeksinfrastructuur van Zuyd wordt ook nadrukkelijk aandacht gevraagd om voorlichting en ondersteuning bij Open Access publiceren en rondom het groter thema auteursrechten. Het zou goed zijn als de publicaties van onze lectoren ook meer zichtbaar zijn via Open Onderzoek (etalage voor praktijkgericht onderzoek van lectoren.nl) en NARCIS (toegang toe wetenschappelijke Open Access publicaties).
En dan is er afgelopen weekend ineens het bericht dat staatssecretaris Dekker meldt dat alle wetenschappelijke publicatis over 10 jaar vrij toegankelijk en gratis online beschikbaar moeten zijn. Hulp uit onverwachte hoek? Pierre Gorissen zet wat kritische kanttekeningen bij dit mooie bericht, want wie gaat dat betalen?. Het blijkt dat als je je artikelen open beschikbaar wilt stellen je daar nu zo’n €3.000,- voor moet betalen. Dat wordt sparen Marcel! Of je onderzoeksbudget wat oplaten schroeven ;).
Frank Huysmans heeft op zijn blog WareKennis de conclusie getrokken: de intentie is goed maar de uitwerking fout. Staatssecretatis Dekker beperkt Open Access tot het beschikbaar stellen van wetenschappelijke publicaties, terwijl de Nederlandse wetenschappelijke wereld door ondertekening van de Berlin Declaration on Open Access hiermee ook hergebruik (reproductie én remixen) mogelijk maakt. En de kosten van de overgang op Open Access worden nu op het bordje van de wetenschappelijke instellingen gelegd.
Kortom, het hele auteursrechtenverhaal is ingewikkeld. Ik hoop dat deze mindmap me kan helpen in het gesprek.
Gastblogger Rienke Schutte over MOOCs op Dé Onderwijsdag 2013
Hallo Marcel,
Dit jaar zijn wij niet naar Dé Onderwijsdagen geweest. Zoals ik al blogde was er wel veel aandacht voor Open Education, mn MOOCs. Ik heb de dag voor hoger onderwijs een beetje gevolgd via Twitter. Collega Rienke Schutte was er wel én zij voor ons hetgeen zij tijdens De Onderwijsdagen hoorde over MOOCs op een rijtje gezet.
OUR 2bejammed GUEST: Rienke Schutte
Op Dé Onderwijsdag 2013 voor het Hoger Onderwijs veel over open: over open onderwijs, over open onderwijsmateriaal en natuurlijk over MOOCs. Voor de universiteiten zijn MOOCs langzamerhand uit hun kinderschoenen gegroeid. Verslag van een sessie over ervaringen en leermomenten van een aantal universiteiten met MOOCs.
De OU heeft traditioneel al veel ervaring met afstandsonderwijs, maar ze gaat nu MOOCs regulier aanbieden via haar eigen platform, Zoals de MOOC E-learning. Ze heeft ervaren dat je er nieuwe studenten mee kunt aantrekken en dat je ervoor kunt zorgen dat deze studenten de juiste keuze maken. De kwaliteit van het aanbod is voor MOOCs cruciaal.
Universiteit Leiden biedt MOOCs aan via het platform Coursera. Dankzij een dergelijk platform krijg je veel studenten uit de hele wereld. B.v. bij de eerste cursus over terrorisme & antiterrorisme waren 26.000 mensen ingeschreven, uit 160 landen waaronder de VS, Israël en Pakistan. Daardoor alleen al kwamen heel verschillende ervaringen aan bod en werd het een hele dynamische cursus. Er wordt benadrukt dat het van belang is om gewoon aan de slag te gaan. Met in ieder geval een ervaren community manager. Ze werken ook met SPOCs (Special Private Online Courses).
De UvA is begonnen met MOOCs op een eigen platform, maar gaat ze nu ook aanbieden op Coursera; voor wereldwijde ‘branding’ en het gebruik maken van de grote getallen. De Nederlandse markt is volgens hun (te) klein.
De TU Delft werkt samen met EdX. MOOCs zijn voor de TU Delft onderdeel van hun totale strategie richting meer openheid. Een MOOC is naar hun ervaring uitstekend geschikt voor het (wereldwijd)verzamelen van data voor onderzoek. Daar zijn ze mee begonnen in de MOOC Water Treatment. Ze gebruiken MOOCs ook voor de disseminatie van onderzoeksresultaten. MOOCs maken en draaien kost heel veel tijd en energie. MOOCs moeten telkens weer fundamenteel worden aangepast.
Al met al al heel wat ervaringen. Maar ook nog veel vragen. Over privacy, over de mogelijke bussinessmodellen en over toetsen en certificering. Daarover ging een aparte sessie waarover verslag wordt gedaan in het edublog van Casper Hulshof.
Meer over Dé Onderwijsdagen:
Dank je wel, Rienke voor het delen van deze leermomenten! Iets om rekening mee te houden bij het MOOCZI-project.
Groet,
Judith






