Categorie archief: MLI

Judith’s blogs over haar studie Master Leren en Innoveren bij Fontys Eindhoven. Zie ook JOULE4JOU

Grenswerkers #MLIbrug #LA4MLI

Hallo Karin, ha Marcel,

Zoals beloofd (wat later dan gepland 😉 ) een inhoudelijk reactie op het blog van Karin over ‘boundary crossing’, een term die ik bij onze MLI nog niet eerder had gehoord. Ik hoorde er voor het eerst over via Twitter … van jou Karin 🙂

identiteitJij vraagt je af of het klopt dat alle MLI-studenten bruggenbrouwers, boundary crossers ofwel brokers zijn. Ik heb het niet onderzocht 😉 , maar ik denk het niet. Die rol leren ze (we) nu bij MLI. En ik heb gemerkt tijdens het 3e leerarrangement waar wij de rol ‘begeleider en gesprekspartner bij onderwijsvernieuwing’ ontwikkelden, dat velen nog onbekend waren met deze rol en het ook lastig vonden om deze op te pakken. En zoals Marco Snoek tijdens zijn lezing op Fontys over leiders, professionals en grenzen (zie mijn blog hierover) ook al aan gaf: als (afgestudeerde) MLI-student moet je die rol van ‘teacher leader’ pakken en als ‘grenswerker’ pendelen tussen strategische vraagstukken en praktijkvragen van docenten. Ik vind het wel super om te horen dat sommige medestudenten hier echt al stappen in zetten.

Hoewel Anje Ros in haar inleidend hoorcollege op dit leerarrangement over toekomst en trends zei dat de grenzen wereldwijd vervagen waardoor transport en communicatie steeds gemakkelijker wordt, zijn er toch nog steeds vele (onzichtbare) grenzen. Grenzen blijven bestaan. Of je het hebt over landsgrenzen, taalgrenzen, je eigen grenzen of die van een team of organisatie. Ze bepalen wie je bent. Vanuit organisatiecultureel oogpunt zijn die grenzen ook belangrijk voor het bepalen van je identiteit. Je hebt waarden en normen nodig (Hofstede, Hofstede, & Minkov, 2013). Dat laat onverlet dat je soms eens over die grenzen heen moet kijken om te leren van die ander.  Volgens Wenger (1998) is het ook belangrijk om voldoende buiten de eigen grenzen te kijken, contact met anderen te onderhouden en open te staan voor andere ideeën. De theorie van Wenger (1998) gaat uit van de aannames dat mensen sociale wezens zijn, dat kennis om competentie, participatie en oefening draait en dat leren uiteindelijk om zingeving gaat. Met communities of practice wordt leren geplaatst in de alledaagse context van het leven. Door deel te nemen aan communities of practice leren we door te participeren. Brown & Adler (2008) noemen dit learning to be.

Maar wat zijn grenzen? Akkerman & Bakker (2012) beschrijven grenzen als “de sociale of culturele verschillen tussen praktijken die leiden tot problemen in handelingen of in de interactie met andere praktijken”. En die grenswerkerkers, de mensen die de grenzen ‘overschrijden’, het boundary crossing “kan worden opgevat als het ophef en van de discontinuĂŻteit door het leggen van verbindingen tussen verschillende praktijken en het vinden van een manier om te handelen en te communiceren” (Akkerman & Bakker, 2012).

Bruggenbouwers zijn mensen die in meerdere organisaties, teams of netwerken participeren en die in staat zijn elementen tussen de ene praktijk in te brengen in de andere. Bruggenbouwers worden vaak gezien als pioniers. Jullie zijn van die pioniers. Ik ook. Hoewel ik binnen een organisatie werk, heb ik regelmatig lange periodes in verschillende teams tegelijkertijd gewerkt. Ik heb vaker elementen van de ene praktijk in de andere gebracht. Ook ik heb gemerkt dat inbreng van het ene team naar het andere niet altijd gewaardeerd werd, omdat je als ‘ene van die ander’ werd beschouwd. Grappig 😉 kwaliteiten van bruggenbouwer vermoeden Akkerman & Bakker (2012) op basis van de literatuurstudie, zoals onzekerheidstolerantie (*nou?*), het kunnen wisselen in rollen (*ja*), en het voeren van interne persoonlijke dialogen (*oh zo vaak*) om consistent te blijven. Daar wil ik aan toevoegen dat het bloggen mij hierbij de laatste jaren heeft geholpen, zeker als het gaat om het opschrijven van die interne dialogen waardoor je het voor jezelf en de ander duidelijk maakt. Door openheid komt meer begrip over en weer, daar ben ik van overtuigd. En inderdaad ook ik heb posities verlaten als ik bij andere teams meer erkenning kreeg voor hetgeen ik deed. Maar leren deed ik wel …

banksy

Banksy

Denkend aan onderwijsvernieuwing …wil je samen met anderen vooruit …. dan moet je grenzen oversteken. Samen hebben we al eigenschappen in beeld gebracht van bruggenbouwer (Karin, Marcel, Judith). Wil je als bruggenbouwer succesvol zijn dan moet je ook bruggen slaan met mensen die nog niet zo met (ict) veranderingen bezig zijn. Je moet aansluiting zoeken bij die groep en hen laten zien welke gevolgen een verandering voor hun onderwijs hebben (Fransen, 2013). Succesvolle bruggenbouwers hebben volgen Fransen (2013) de volgende kenmerken: hij/zij stopt relatief veel eigen tijd in het volgen van nieuwe ontwikkelen, wil zichzelf blijven ontwikkelen en is bereid om hiervoor nieuwe aanpakken uit te proberen, heeft vertrouwen in eigen vaardigheden en affiniteit met constructivistische vormen van onderwijs.

Snoek (2013) schrijft dat boundaries worden gezien als krachtige bronnen voor leren (Engeström, 1987; Wenger, 1998), waardoor boundary crossing kan leiden tot transformatie van de bestaande praktijk (Akkerman & Bakker, 2011). En daar waar grenzen worden overschreden, is er veelal een vorm van leren noodzakelijk om succesvol te zijn (Terlouw, 2012). En grenzen zullen we over moeten, bruggen moeten worden geslagen als we het hebben over samenwerken, al dan interdisciplinair of multidisciplinair, als we het hebben over kennis delen en co-creatie in community of practice, in expertgroepen of in sociale netwerken. Aandacht voor open kennisdelen en transparant communiceren is hierbij belangrijk, omdat misconcepties en miscommunicatie op de loer liggen (Terlouw, 2012).

Dus Karin, ik denk niet dat grenzen vervagen, die blijven nodig voor onze eigen waarden en normen, ons identiteit. Maar die grenzen oversteken en leren van die ander? Ja! Voor organisaties is het dan ook belangrijk om in beeld te hebben wie die bruggenbouwers, pioniers, change-agents, innovatoren (Fullan, 2013; Rogers, 2003; Staes, 2014) zijn. Mijn vraag blijft toch: hoe kan ik dat het beste doen? En hoe kan mijn organisatie mij hierin het beste ondersteunen? Waardoor ik mijn positie als bruggenbouwer en verbinder kan voortzetten. Want dat wil ik. In alle openheid.

Jouw stelling: “In 2030 is co-creatie, kenniscreatie en kennisdeling tussen onderwijsinstelling en de daar studerenden vanzelfsprekend, daarmee beginnen we nu”, wil ik een beetje aanscherpen.

“In 2030 is open co-creatie, kenniscreatie en kennisdeling vanzelfsprekend en is leren alomtegenwoordig, dat wil zeggen op de juiste plaats en op het juiste moment beschikbaar”

Ik heb ‘tussen onderwijsinstelling en daar studerenden’ er tussenuit gehaald, omdat ik de denk dat het onderwijs (studenten en docenten) ook over grenzen met bedrijfsleven en beroepsgroepen (meester/gezel) heen moeten om zo te co-creĂ«ren. Leren wordt (ook invloed van technologie) alomtegenwoordig (‘embedded ubiquitous learning‘).

Nou dat was het wat mij betreft 🙂
Heb jij al iets van Martijn Sytsma gehoord, die jij had opgeroepen mee te doen. Ik had Alex Koks al uitgedaagd via Twitter, dus kom maar op, Alex! Kijken of onze gamemasters naast die ‘free lunches’ ook bereid zijn wat bonus XP’s te geven 🙂

Groet,
Judith

Gebruikte bronnen / Meer lezen?

Akkerman, S & Bakker, A. (2012). Het leerpotentieel van grenzen: ‘Boundary crossing’ binnen en tussen organisaties. Opleiding en Ontwikkeling, 25(1), 15-19.

Brown, J., & Adler, R. (2008). Minds on fire: Open education, the long tail, and learning 2.0. Educause review, 8(Januari/February), 16–32. Retrieved from http://reed.cs.depaul.edu/peterh/class/hci450/Papers/MindsonFire.pdf

Engeström, Y. (1987). Learning by expanding. an activity-theoretical approach to developmental research. Helsinki: Orienta-Konsultit Oy

Fransen, J. (2013). De pionier als bruggenbouwer. 4W: Weten Wat Werkt en Waarom, 2(3), 14-21. Retrieved from http://4w.kennisnet.nl/media/uploads/documenten/2013-3/4w_2013-3_fransen_de-pionier-als-bruggenbouwer.pdf

Fullan, M. G. (2013). Stratosphere: De verbindende kracht van technologie, pedagogie en veranderkunde. Helmond: Uitgeverij OnderwijsMaakJeSamen.

Hofstede, G., Hofstede, G. J., & Minkov, M. (2013). Allemaal andersdenkenden : omgaan met cultuurverschillen. Amsterdam: Business Contact.

Rogers, E. (2003). Diffusion of innovations. New York: Free Press.

Snoek, M. (2013). Transfer en boundary crossing bij masteropleidingen voor leraren. Tijdschrift voor Lerarenopleiders, 34(3), 5-16. Retrevied from http://www.centrumvoornascholing.nl/fileadmin/user_upload/Afbeeldingen/Nieuwsbrieven/TijdschriftvoorLerarenopleiders-Transfer_en_boundary_crossing_bij_masteropleidingen_voor_leraren_34_3__5-16.pdf

Staes, J. (2014, July 7). Behave-brake for red monkeys: TEDx Utrecht [Video File]. Retrieved from https://www.youtube.com/watch?v=-1XwX9H6shQ

Terlouw, C. (2012). Het leerpotentieel van grensoverschrijdingen in aansluiting en doorstroming. Saxion: Kenniscentrum Onderwijsinnovatie. Retrieved from http://vo-ho.nl/wp-content/uploads/2010/09/Afscheidsrede-Cees-Terlouw_gecorrigeerd1.pdf

Wenger, E. (1998). Communities of practice: Learning, meaning, and identity. Cambridge : Cambridge University Press

 

Ben eerlijk in wat je kunt bieden. Ook in 2030!

Ha Judith,

Ik begrijp uit je vorige blog “The Challenge” dat ik midden in ‘het spel’ zit dat jullie tijdens de MLI spelen. Ik gok dat ik jullie aan punten help door inhoudelijk te reageren op jullie blogposts, maar zeker weet ik dat niet. Maar aangezien ik spelen leuk vind post ik er op los 🙂 En ik hoor wel of ik punten op lever.

Het gaat bij je leerarrangement om een beeld te schetsen van het onderwijs voor de lerende van de toekomst. En dan wordt 2030 als toekomst gezien, das al over 15 jaar. Dat is dus erg dicht bij 😉 Natuurlijk heb ik de trailer (via twitter) al bekeken, ik kan me nog een spel herinneren waar een trailer een geode introductie was. In ieder geval erg leuk om te doen het maken van een trailer. Ik denk dat iedere onderwijseenheid een trailer heeft in 2030 by the way.

Ik zou je willen meegeven voor het maken van je visie: ben in ieder geval eerlijk voor wat je kunt bieden. Nu moet je altijd eerlijk zijn, maar we hebben het vaak over online open onderwijs, onderwijs of afstand en wellicht zelfs al toetsen en diplomering op afstand. Uiteindelijk gaat het niet alleen om de opleiding en de kennis die je daarbij krijgt, maar ook hoe die opleiding je voorbereid over je (verdere) stappen in de samenleving. En momenteel (in 2015) is dat niet alleen inhoudelijk, maar ook simpelweg door het diploma. Zou jij de MLI doen als de Master er niet aan vast zat? Zouden meer studenten van de MLI een master doen als dat niet door werkgevers (in o.a. het onderwijs) gestimuleerd of zelfs verwacht werd? Ik weet het niet? Maar vraag het me wel af. In ieder geval leven we in 2015 in een samenleving waarbij je met een diploma Bachelor, Master of Ph.D. anders wordt behandeld dan als je dat niet hebt. Sterker nog het instituut spelt ook een rol.

Hierover gaat ook een interessante column die ik ben tegen gekomen in het ACM ELearn magazine. Zoals je weet ben ik sinds kort lid van the Association of Computer Machinery vanwege mijn onderzoeksaspiraties. En tot mijn positieve verrassing hebben ze ook een ELearn magazine. Via hun nieuwsbrief kwam ik op een artikel van Ali Carr-Chellman, wellicht bij jou beter bekend van deze TED talk:

Ali Carr-Chellman bespreekt in het artikel Online Learning en de verschillende instituten die puur door online leren een Ph.D. aanbieden. Ze geeft aan dat dit niet verkeerd is, ze geeft ook aan dat er een behoefte is van ‘studenten’ om op deze manier een Ph.D. te halen. Maar vooral geeft ze aan, en dat is de essentie, dat je eerlijk moet zijn wat je met een dergelijk diploma kunt. Het gaat je verder helpen binnen het bedrijfsleven op weg naar de top, omdat je aantoont dat je inhoudelijk over bepaalde capaciteiten beschikt. Maar of je er mee aangenomen wordt als lector/onderzoeker/docent op een Universiteit of HBO dat is nog maar de vraag. Terwijl een Ph.D. van de Universiteit Maastricht of Stanford dit dan toch wel eerder doet. Mijn vraag aan jou is: Zijn we in 2030 zo ver, dat we volledig online gegeven opleidingstrajecten op het niveau van Master of Ph.D. in het bedrijfsleven accepteren als evenwaardig aan die van de nu (nog?) gerenomeerde Universiteiten. Komt deze wereld samen?

Ter inspiratie en vermaak hier het artikel van Ali Carr-Chellman

elearn Magazine: Online Learning and the Doctorate.

Groet Marcel

The challenge! #LA4 #MLI #MLIbrug

Heej Marcel! En wat leuk Karin!

Omdat jij Marcel, als nerd geen handleidingen leest 😛 daarom dit filmpje over het het nieuwe leerarrangement (LA4) waar ik volgende week maandag begin.

Ik ga gamen! ‘Onze’ Ankie is sinds dit studiejaar ook MLI-docent en medeverantwoordelijk voor de invulling van LA4, en ja dan weet je het wel :). Enige tijd geleden heb ik al een keer met haar en Henderijn hierover gebrainstormd, dus ik was al op de hoogte. Maar mijn medestudenten nog niet *hihi*. En ze vinden het leuk, maar hebben nog niet allemaal de kracht van twitter ontdekt. Kijk jij,  Karin natuurlijk wel. En creatief als je bent (jij houdt wel van een spelletje 🙂 ), start je spontaan een extra uitdaging op voor wat meer XPoints! Super gaaf!

Tijdens LA4 moeten wij een toekomstbeeld schetsen van het onderwijs voor de lerende van de toekomst (2030) en dat presenteren tijdens de Challenge Day op 20 april. Dat wordt leuk! Het enthousiasme en lol straalt van het docententeam af, en dat maakt het voor mij als student ook leuk om fanatiek mee te doen. Gisteren moest ik mijn medestudenten toch wel even op het filmpje wijzen na de vraag: wat gaan we nu doen bij LA4? Ik vind niet op n@tschool. Nee! Duh! Er zijn maandag al wat punten te scoren, en ik heb al een beetje in mijn kaarten laten kijken (niet slim hù?). Ach ja, in je eentje spelen is er ook geen lol aan. Ik heb een aantal ook al bepaalde richting op geduwd. Kunnen zij ook wat puntjes sprokkelen! *grijns* Ach misschien komt het later die geboden hulp nog van pas 🙂 .ChallengeDay

Karin, wat de battle betreft ….. de 10 inhoudelijke reacties op een blogpost …

Op jouw blog Grenzen verdwijnen en bruggen worden nu geslagen en niet pas in 2030 reageer ik binnenkort. Interessante theorie dat Boundary Crossing. Moet me nog wel even inlezen. Marcel had hierop al gereageerd met zijn competenties voor een bruggenbouwer. Dat paste mooi bij het blog dat ik daarvoor had geschreven: Informatieprofessional, het schaap met de vijf poten?

Ik denk dat een bruggenbouwer ook zo’n schaap moet zijn. Iemand die communicatief sterk is, luistervaardigheden bezit, omgevingsbewust is, innovatief, creatief, verandergezind, over een empathisch vermogen beschikt. Uiteraard brengt Marcel humor erbij! Ik zou vooral voor ‘open houding’ kiezen: open mind, open heart en open will (Theory U 🙂 ).
Grappig dat Henderijn in haar reactie het over ‘brokers’ heeft. Op de bibliotheekacademie werd ook altijd over ons gesproken als ‘information brokers’. Weer een brug geslagen 🙂

Game on!
Judith

Competenties van een bruggenbouwer (imhe)

Ha Judith en Karin,

Ik snap de spelregels nog niet helemaal, omdat ik als typische NERD nooit boekjes lees, maar gelijk begin te spelen. En toch denk ik dat ik meespeel met jullie MLI game. Karin heeft een blog geschreven over de competenties van bruggenbouwers. Interessant en theoretisch voor mij niets meer om aan toe te voegen. Het enige dat ik kan doen om in mijn verschillende praktijken te kijken en te analyseren of ik competenties herken bij de bruggenbouwers die ik ben tegen gekomen.

Een brug maken is een kwestie van ‘de juiste balans’, ‘de juiste krachten weten te mobiliseren en die krachten zo met elkaar te laten samenwerken dat er een meerwaarde ontstaat’, zonder goed ontwerp, zonder bouwtekening, zonder bij elkaar passende materialen is de brug gedoemd te mislukken.

Onderwijs (brug tussen docent en student)
In de docenten die ik voor ogen heb die het lukt om een echte brug te slaan naar studenten zitten de competenties/kenmerken:
– geduld
– inlevingsvermogen
– humor
– eerlijkheid/openheid
– in staat om een mentorrende ‘peer’ te zijn. Iemand die naast de student staat maar het respect van een oudere broer krijgt.

Zo lukt het niet alleen om zelf de brug te slaan voor jezelf, maar ook voor andere docenten.

Vanuit studenerspectief, want ja ook tussen de studenten zitten bruggenbouwers. In de richting van docenten is een nog niet genoemde competentie/eigenschap:
– respect

(natuurlijk is dat voor de docent ook belangrijk)

Onderwijs/organisaties (brug tussen verschillende faculteiten/kennisgebieden)

Het onderwijs is een plek met een grote groep, hardwerkende, experts op hun gebied. Eigenwijze, terecht trotse mensen. Het blijkt lastig om bruggen te slaan tussen faculteiten. Men vindt elkaar aardig en leuk, maar echt goed samenwerken, echt de brug slaan blijft lastig. Daar waar het goed gaat blijkt dat de bouwers:
– onuitputtelijke energie nodig hebben
– de ander veel moeten gunnen
– dus zelf niet te Ehrgeitsig

en natuurlijk, wederom:
– inlevingsvermogen
– creativiteit om het gezamenlijke (bijvoorbeeld kansen) te zien

Het klinkt raar, maar als ik aan de bruggenbouwers denk dan zit daar ook nog iets extra’s: uniforme charme of de universele x-factor. Deze mensen hebben iets, niet direct te beschrijven, maar uiteindelijk zou je voor hen altijd een gunst doen.

Onderwijs/organisaties (brug tussen ondersteunende dienst en primair proces
Als oud-medewerker van een ondersteunende dienst en nu faculteitslid weet ik en besef ik dat de te overbruggen kloof tussen primair proces en ondersteunend een andere is dan die tussen faculteiten. Buiten de competenties die genoemd zijn herken ik in de bruggenbouwers hier nog buiten: inlevingsvermogen, respect de eigenschap:
– om te laten merken dat je elkaar nodig hebt
– elkaar niet vergeten op het moment dat het goed gaat

De goede bruggenbouwers die ik ken besteedde veel tijd aan beide bovenstaande punten en bouwden daarmee de luchtbruggen al ver voordat de echte brug nodig was.

Onderwijs (brug tussen onderwijs en onderzoek)
Een brugtype dat weer binnen ieder vakgebied zijn eigen specialisten nodig heeft als bruggenbouwer. Natuurlijk gelden bovengaande kenmerken, maar voeg daar aan toe (een snufje)
– diepgang

Politiek (brug tussen partijen)
Ook hier geldt als voornaamste factoren:
– begrip voor elkaars standpunt
– elkaar iets gunnen
– elkaar helpen met het uitleggen ook al is het jouw uitleg niet

De echte bruggenbouwers tussen politieke partijen of het nu om raadsleden gaat, maar ook de wethouders, burgemeesters en de belangrijkste bruggenbouwers in het lokale politieke spel: de griffiers., hebben deze kenmerken.

Hmmmm, zo denk ik er over. En zoals gezegd is dit gebaseerd op echte mensen, echte bruggenbouwers: Ankie, Chris, Chris, Davey, Dirck, Gert Jan, Hanneke, Humphrey, Jan, Jeb, Johan, Johan, Judith, Melanie, Peter, Sandra, Sander, Susan, Wiel, Wim…

Gaming (Grijns)
Natuurlijk zijn spellen ook bruggenbouwers. Om een brug te bouwen naar mijn gedachten tijdens dit blog zou je dit spel kunnen spelen.

Have fun!

Groet Marcel

Weerstand en onderwijsvernieuwing #mli

Zoals je weet Marcel, moest ik gisteren aan 2 MLI-docenten mijn gesprekstechnieken laten zien. Kon ik goed met weerstand omgaan? Kan ik coalities doorbreken? Kon ik voldoende rapport (never heard of it) maken? Empatisch genoeg? Kan ik goed luisteren, samenvatten, herhalen en parafraseren? Heb ik voldoende doorvraagtechnieken laten zien? Strategisch genoeg?

Pfff. Ik weet het niet hoor. Het waren twee lieve docenten die in de weerstand zaten om sociale media in te zetten. Ja, de casus was waarheidsgetrouw en ze speelden hun rol met verve. Het onderliggend doel (een eerste stap zetten) heb ik behaald maar of dat voldoende is? Zoals je weet vind ik het vreselijk om beoordeeld te worden, ik reflecteer liever zelf *grinnik*. Laat ik dat dan maar doen voor ik de feedback ontvang.

Ik ben wel weer met beide benen in mijn valkuil getrapt: overtuigen! Enthousiast de voordelen vertellen. Als veranderaar moet je bij weerstand nog niet willen beĂŻnvloeden, maar vooral luisteren. Nou ben ik niet echt heel erg enthousiast geweest, heb me nog een beetje ingehouden 🙂 Was lastig hoor, want ik hoor terug dat enthousiasme mijn kracht is Ă©n verbinden Ă©n kennisdelen.
Weet je, ik ga eigenlijk nooit zo doelgericht een gesprek in. Het toeval wil dat gisteren op mijn kalender het volgende citaat stond: ‘doelgerichtheid wordt te veel gewaardeerd in onze samenleving’ (Roshan Cools). Doelgerichtheid kan creativiteit beperken, daarvoor moet je dromen, afleiden. Als I-adviseur probeer ik ook door samen te dromen vernieuwingen voor te stellen. Ik zie meestal wel waar we samen uitkomen, wat op mijn pad komt en vandaar gaan we weer verder. Is het niet hebben van een doel nu mijn echte ‘probleem’?

Ter voorbereiding op dit skills-assessment hadden we wel een paar keer geoefend. En daar heb ik van geleerd. Sowieso van dit 3e leerarrangement waar voornamelijk de rol ‘begeleider en gesprekspartner van docenten’ aandacht heeft gekregen. Bij uitstek mijn rol als I-adviseur. Ik merkte wel dat ik wel wat voorsprong had op mijn medestudenten omdat hierover al vaker wat gelezen en geblogd had. Mijn leerdoel was meer geduld en begrip op te brengen voor mensen die niet zo voorop lopen met onderwijsvernieuwingen. Daar heb ik wel veel over geleerd en gelezen. Vooral in het boek van Annemarie Mars: Hoe krijg je ze mee? Vijf krachten om een verandering te laten slagen.

Hoe krijg ik ze mee? Ik de veranderaarster en zij de docenten, medewerkers van Zuyd. En hoewel de titel een ‘wij’ en ‘zij’ gevoel kan oproepen, is dat door Mars niet zo bedoeld. Het gaat, zegt Mars, om verbinden met het hart en vanuit vakmanschap. En dan gaat het niet om woorden als ‘draagvlak’ en ‘acceptatie’ omdat deze woorden impliceren, volgens Annemarie Mars, ‘ja’ zeggen maar nog geen ‘ja’ doen. En ja, dat weet ik uit ervaring. Dit betekent niet dat de medewerker vol overgave de verandering hoeft te ontvangen, maar wel om ‘commitment’, dat hij de verandering begrijpt, zich bekwaam voelt en verantwoordelijkheid neemt voor zijn rol.

In het boek staan mooie duidelijke illustratieve afbeeldingen

Mars-Verbinding

Mars-Weerstand

Weerstand tegen verandering is er altijd. En verandering kost tijd. En dat is lastig voor zo’n juffertje ongeduld als ik.
Er zijn vele oorzaken van weerstand. Mars benoemt:

  • makkelijk benoembare oorzaken, zoals twijfels aan veranderingen, onvolledige informatie, kinderziektes, verbouwingsoverlast'(tijd!)
  • moeilijk benoembare oorzaken, zoals falende interactie, wantrouwen tegen de veranderaar, onzekerheid over de eigen positie, tegengestelde belangen, onwennigheid en oud zeer

Vooral die oorzaken die onder de oppervlakte drijven en moeilijk benoembaar zijn, zijn natuurlijk lastig, omdat hier een complex geheel aan meningen, percepties, belangen en emoties aan ten grondslag ligt. Daarvoor moesten we in LA3 ook die gesprekstechnieken oefenen. En zijn we aan de slag met een leerinterventie. Een leerinterventie werkt ook pas als weerstand (h)erkent wordt. Goed dat ik dan morgen hierover een gesprek hebt met mijn directeur.

Mars - Krachten

Interactie is het hart van dit krachtenmodel! Bij het introduceren van het veranderverhaal ontstaan de weerstanden. Communiceren, communiceren, communiceren, zegt Mars, met dien verstande dat het een tweerichtingenverkeer is. En ik pleit dan natuurlijk om dit ook met digitale middelen te ondersteunen 🙂 daarover gaat mijn leerinterventie. Hoewel er altijd groepen blijven met een relatieve informatieachterstand moet je er voor zorgen dat die achterstand zo klein mogelijk is.

De andere krachten:

  • Urgentie gaat om de aard, ernst en oorzaken van het probleem dat met de verandering moet worden opgelost. Onderscheid wordt gemaakt tussen drie soorten aanleidingen: plichtsgedreven-, wensgedreven- en probleemgedreven veranderingen.
  • Ambitie is nodig voor het creĂ«ren van een gevoel van richting voor de doelgroep. Het is belangrijk, aldus Mars, dat de verandering al bij de start zo concreet mogelijk is en dat de betekenis ervan voor de doelgroep wordt verhelderd.
  • Planning verbindt het veranderverhaal met het veranderingsproces. De weten-, moeten-, willen- en de leren en ontdekken-veranderstrategie, benoemt Mars, waarbij elke strategie zo zijn eigen sterktes, zwaktes en voorwaarden heeft, met andere invulling van de rol van de veranderaar.
  • Leiderschap gaat om het realiseren van persoonlijk leiderschap. Zeker als de veranderaar zoals ik, niet leidinggevend is, is het belangrijk dat hij persoonlijk leiderschap stimuleert bij de hoogste leidinggevenden en het middenmanagement. Laat ik dat nou in mijn leerinterventie opgenomen hebben 🙂

Je moet problemen benoemen om mensen mee te krijgen. Ik heb benoem ze als:

  • we willen kennis uitwisselen
  • en samenwerken in netwerken
  • we kunnen zoveel van elkaar leren, de kracht van het sociaal kapitaal
  • kennis moet blijven circuleren
  • en niet alleen als we fysiek bij elkaar zijn
  • welke digitale ondersteuning kunnen we hierbij gebruiken?

Ik ga mijn boeken en blogs nog eens bekijken en mijn leerinterventie afschrijven. Volgende week maandag is de deadline.

Groet,
Judith