Categorie archief: Didactiek
TPACK, the game *online*
Ha Marcel,
Wij zijn bij Zuyd niet de enige die het spelletje TPACK spelen. In heel het land zijn er varianten in omloop. Zo las ik op het blog van Pierre Gorissen over een online versie die bij learnon.nl te vinden is.
Tijdens het spelen van deze online gedurende de Mediawijsmiddag Mediarijk bij Fontys (leuk idee! ook iets voor Zuyd?) kwam er vragen van de deelnemers over de gebruikte termen in deze versie. Pierre aan de slag en hij maakte een eigen online versie van het TPACK spel die je kunt downloaden voor eigen gebruik, dus kunt aanpassen met eigen termen. Erg handig!
Toch vind ik ons zelfgemaakt “ouderwets” kaartspelletje nog steeds een aantrekkelijke vorm 🙂 Als ik met TPACK werk spelen we, nadat we de kaarten blind hebben getrokken, nog een ronde waarbij de deelnemers een technologische tool kiezen die zij beter vinden passen bij de content en de blind getrokken didactische werkvorm. Dat is bij een online variant lastiger. En we hebben na afloop een leuk presentje te overhandigen 🙂
Groet,
Judith
Zie ook blog André Manssen over inzetten van TPACK
Zuyd verbiedt smartwatches. Geen horloges meer tijdens toetsen.
Hallo Marcel,
Waarschijnlijk heb je onderstaand bericht gemist, dit stond op onze Yammer-omgeving:
Ook de Facebookpagina van Zuyd meldde de aandacht van de landelijke pers zoals Spits, Telegraaf voor dit bericht. Blijkbaar was in de berichtgeving aan de studenten ook vermeld dat surveillanten bij twijfel een student mag vragen de bril af te zetten omdat het mogelijk een Google Glass bril. Hoe ver kan je gaan? Wat als straks de smart contact lens er is? Naast slimme horloges, zijn er ook al slimme armbanden, slimme ringen. Lang leven de wearable technology! 🙂 waarover we al vaker geblogd hebben.
Het Horizon report ziet mogelijkheden voor wearable technology in het onderwijs. Wearable technology blijft niet beperkt tot sieraden maar ook het kan ook verwerkt worden in kleding.
Wearable technology is still very new, but one can easily imagine accessories such as gloves that enhance the user’s ability to feel or control something they are not directly touching. Wearable technology already in the market includes clothing that charges batteries via decorative solar cells, allows interactions with a user’s devices via sewn in controls or touch pads, or collects data on a person’s exercise regimen from sensors embedded in the heels of their shoes.
Luidt wearable technology het einde van het ‘old-skool’ tentamineren? Interessante tijden!
Trouwens, collega Bart reageerde met een top opmerking op het Yammer-bericht. Er werd medegedeeld dat overal radiografische klokken worden opgehangen. “Is er rekening mee gehouden dat een signaal met DCF77 eenvoudig te spoofen is, zodat student zelf de tijd van de klok kunnen bepalen?” 🙂
Groet,
Judith
Scaffolding
Goedemorgen Marcel,
Vandaag begin ik weer aan een nieuw semester van de Master Leren en Innoveren. Ter voorbereiding moest ik 2 artikelen lezen van Janneke van de Pol over scaffolding (2010 en 2011). Voor ik aan deze master begon had ik nog nooit van het woord gehoord. Jij?
Scaffolding betekent letterlijk steiger of ondersteuning en staat voor hulp die aangepast wordt aan het begrip en de voorkennis van een student. Net als een steiger, wordt deze hulp weer weggenomen als de hulp niet meer nodig is. Scaffolding bevordert de autonomie van de student, de verantwoordelijkheid voor eigen leerproces wordt meer bij student gelegd. Dit vindt plaats door middel van ‘fading‘: het geleidelijk af laten nemen van hulp. Door te scaffolden wordt actieve kennisconstructie gestimuleerd en hulp wordt gedifferentieerd gegeven (aangepast aan het niveau van de lerende, dit wordt ook wel contingent lesgeven genoemd). Een methode die aansluit bij de zelfsturend/zelfregulerend leren.

Van de Pol, J., Volman, M., & Beishuizen, J. (2010). Scaffolding in teacher–student interaction: A decade of research. Educational Psychology Review, 22(3), 271-296.
Scaffolding is een dynamisch proces dat plaatsvindt in interactie tussen mensen en nauw gerelateerd aan bij theorie van Vygotski (Zone van Naaste Ontwikkeling -daag lerenden uit net een stapje verder te gaan-). Wat kan een lerende al zelf, en waar kan de lerende komen met behulp van de docent, in interactie met anderen.
Scaffolding is een methode, de theorie van scaffolding gaat meer in op hoe je dat doet, de interventies.
Janneke van de Pol heeft een model van contingent lesgeven ontwikkeld en deze bestaat uit 4 stappen:
- Diagnose- strategieën (wat weet een student al?)
- Diagnose check (Klopt je interpretatie van kennis van de student)
- Interventiestrategieën (zoals vragen stellen, instructie, modelling, feedback)
- Begrips check (nagaan of de student geleerd heeft en een hoger kennisniveau heeft bereikt)
In onderstaand figuur (via) is te zien dat scaffolding een cyclisch proces is:

Van de Pol, J., Volman, M., & Beishuizen, J. (2011). Effecten van scaffolding op de prestaties en betrokkenheid van leerlingen. Retrieved from http://www.hetvmbowerkt.nl/Publicaties/Rapportage%20Effecten%20van%20Scaffolding_VandePol%20et%20al_2011.pdf
Hiermee kunnen de fasen van het scaffoldingsproces in kaart worden gebracht.

Pol, J. V. D., Volman, M., & Beishuizen, J. (2011). Patterns of contingent teaching in teacher–student interaction. Learning and Instruction, 21(1), 46-57.
Haar onderzoek laat zien dat docenten die scaffolden veel opener stonden voor de lerende, meer gefocust waren op hetgeen de lerende al wisten en samen met de lerende kennis construeerden. Onderstaand filmpje geeft een goed beeld van de praktijk van scaffolding.

Janneke van de Pol is gepromoveerd op dit onderwerp. Meer in haar proefschrift Scaffolding in teacher-student interaction. Ik vond het wel handig haar Nederlandse samenvatting te lezen, het gaf ook een mooie samenvatting van de 2 wetenschappelijke artikelen die ik moest lezen.
Het meten van scaffolding is moeilijk vanwege de dynamische aard van het proces. Veel al gebeurt het mbv videoregistratie, waarna de beelden geanalyseerd worden.
Het onderzoek van vd Pol betreft scaffolding in contactonderwijs. Deze methode is ook prima toe te passen bij online onderwijs. Wellicht dat hierbij mbv learning analytics het effect van scaffolden beter te meten is?
Mijn opdracht bij het lezen van deze artikelen was: Hoe zou je scaffolding van docenten kunnen vaststellen in jouw eigen praktijk. Deze vraag is voor mij lastig te beantwoorden omdat ik niet in de onderwijspraktijk werk. Het onderzoek van vd Pol laat zien dat scaffolding een intensief en persoonlijk (emotionele betrokkenheid groter bij scaffolden) proces is. Ik denk dat vaststellen van scaffolding en de opbrengsten ervan registreren (net zoals elk sociaal leerproces) een arbeidsintensief onderzoek is. Het geboden framework van Janneke van de Pol is een prima uitgangspunt. Hanteren van coderingsschema’s om ook gedragskenmerken te registreren is ook altijd onderwerp van discussie zo weet ik van mijn dochter die vaker reclamefilmpjes moet coderen. Ook bij het observeren van gedrag neem je je eigen opvattingen over (wenselijk) gedrag mee. Lastig hoor wetenschappelijk onderzoek 🙂
Tot morgen, Judith
Ziektes kunnen worden overgedragen, kennis niet #MLI
Ha die Marcel,
Volgens mij heb jou nog niet verteld over het interessante gastcollege van Peter Teune dat ik eind november heb gevolgd. Peter Teune is initiatiefnemer van de Master Leren en Innoveren en heeft deze mede vormgegeven, hij is ook de voormalig opleidingsdirecteur. Met veel praktijkvoorbeelden vertelde hij over het leren van vakken. Wat weten we over leren? en waarom werken leraren zoveel op intuïtie en ervaring (vergelijk dat eens met beroepen als piloten en artsen) en handelen ze niet op basis van wetenschappelijk onderzoek? Hij verwees regelmatig naar een publicatie van Gerard Westhoff (2009) Leren overdragen of het geheim van de flipperkast : elementaire leerpsychologie voor de onderwijspraktijk. Westerhoff beschrijft welke wetenschappelijke kennis over leren en leerproces zoal beschikbaar is. Gisteravond heb ik deze beschouwing eindelijk gelezen.
In mijn blog van gisteren vroeg ik me ook al af: wat is goed onderwijs? Teune zei ook al dat concepties over eigen leren niets te maken hebben met concepties over leren van leerlingen of studenten. En iedereen denkt iets over onderwijs te weten. Iedereen heeft het ooit ervaren. Westerhoff verzucht: “Nederland telt ca. 15 miljoen onderwijskundigen”.
Wie hoort niet vaker: “Tegenwoordig leren ze niets meer!”
Wat zegt wetenschappelijk onderzoek over het verwerven van kennis? Wat zijn factoren die leerprocessen bevorderen of belemmeren? Onderzoek, en zeker breinonderzoek geven nieuwe inzichten. Aan de hand van een zestal stellingen toont Westhoff wat we weten over leren.
- Kennis is geen ziekte. Sommige ziektes kunnen worden overgedragen. Kennis niet.
Als er al iets kan worden overgedragen is het reproduceerbare kennis. Je kunt als leerkracht wel ‘groei bevorderen’. - Er bestaat geen directe relatie tussen wat een leraar onderwijst en wat een leerling leert.
Het overgrote deel van de aangeboden informatie gaat met het vuilnis mee. - Door in groepjes te werken met open, complexe en levensechte taken kun je individuele verschillen in leerstijl productief maken.
Een leerling leert, een groep zelden. De verschillen tussen leerlingen zijn zo groot dat de één zich verveelt en de ander zich uitgedaagd voelt. - Wie onderwijst, die leert het meest.
Je leert door te doen! Leertaken waar je van leert: volgorde aanbrangen, categoriseren, structuren, toepassen, verbanden zoeken en leggen. - Als we al meer zouden moeten overdragen is het niet kennis, maar het leren zelf.
Zelfgestuurd leren. - Het grootste deel van het leren begint daar, waar het onderwijzen ophoudt.
- Van goed uitgevoerde traditionele klassikaal-frontale lessen leer je misschien wel niet optimaal, maar altijd nog meer dan van slecht uitgevoerd en geregisseerd innovatief onderwijs.
Kortom: wat je als leerkracht wilt laten leren is een keuze (van jezelf of beter gezegd volgens het curriculum). Of studenten willen leren is afhankelijk van de activiteit die je in hun werkgeheugen hebt weten uit te lokken: het geheim van de flipperkast! Zoveel mogelijk activerende werkvormen aanbieden zodat de kans op het aantal ‘leerhits’ zo groot mogelijk is.
Judith










