Categorie archief: Didactiek

TPACK, the game *online*

Ha Marcel,

Wij zijn bij Zuyd niet de enige die het spelletje TPACK spelen. In heel het land zijn er varianten in omloop. Zo las ik op het blog van Pierre Gorissen over een online versie die bij learnon.nl te vinden is.

TPACKgame1jpg

Klik op de afbeelding om het spelletje te spelen

Tijdens het spelen van deze online gedurende de Mediawijsmiddag Mediarijk bij Fontys (leuk idee! ook iets voor Zuyd?) kwam er vragen van de deelnemers over de gebruikte termen in deze versie. Pierre aan de slag en hij maakte een eigen online versie van het TPACK spel die je kunt downloaden voor eigen gebruik, dus kunt aanpassen met eigen termen. Erg handig!

TPACKgame2

De online versie wordt geopend na klikken op de afbeelding

tpack

Toch vind ik ons zelfgemaakt “ouderwets” kaartspelletje nog steeds een aantrekkelijke vorm 🙂 Als ik met TPACK werk spelen we, nadat we de kaarten blind hebben getrokken, nog een ronde waarbij de deelnemers een technologische tool kiezen die zij beter vinden passen bij de content en de blind getrokken didactische werkvorm. Dat is bij een online variant lastiger. En we hebben na afloop een leuk presentje te overhandigen 🙂

Groet,
Judith

Zie ook blog André Manssen over inzetten van TPACK

Social learning in open online onderwijs #paper #MLI

In de kerstvakantie heb jij, Marcel, mijn paper al gelezen én beoordeeld 🙂 . Mijn beoordelaar van de MLI vond het ook voldoende. Gelukkig! Dat betekent dat ik hiermee door kan gaan richting mijn masteronderzoek.

sociallearning

Bron: Brown, J., & Adler, R. (2008). Minds on fire: Open education, the long tail, and learning 2.0.
Educause review, (Januari/February), 16–32

Mijn keuze voor het thema ‘social learning in open online onderwijs’ was voor mij voor de hand liggend gezien mijn rol als mede-projectleider in het innovatieproject MOOC’s bij de faculteit ICT. En uiteraard mijn eigen (positieve) ervaringen met leren met behulp van sociale media. Mijn literatuuronderzoek richtte zich op de vraag:
“Wat zijn belangrijke voorwaarden om social learning te bevorderen in een open online leeromgeving?”.

Op basis van de opvattingen van onder andere Bandura en Vygotsky wordt de term social learning steeds vaker gebruikt voor het samenwerkend leren in open online netwerken, maar ook voor het zelf verantwoordelijkheid nemen voor het eigen leren door o.a. eigen leeractiviteiten te organiseren, schrijft Wilfred Rubens. Ik heb veel aan zijn boek en blogberichten gehad. Wilfred publiceert dit jaar samen met Marcel de Leeuwe een boek over social learning! Er is de laatste tijd veel aandacht voor social learning. Ook Jane Hart heeft recentelijk het Social Learning Handbook 2014 gepubliceerd. Helaas (of gelukkig? 🙂 ) te laat voor mijn paper. Tot de laatste dag las ik via social media allerlei interessante artikelen over mijn thema. Hoezo social learning? 😉 Lastig, omdat je als je aan het schrijven bent daar je ogen voor moet sluiten. Ook leuk, omdat ik dus een actueel thema heb gekozen.

In mijn paper ben ik uitgegaan van het theoretisch model van Illeris. Volgens dit model bepalen de drie dimensies: inhoud , drijfveren en interactie het leerproces. Leren is fundamenteel sociaal en vindt plaats in een sociale omgeving en bestaat uit samenwerking, relaties, participatie en communicatie. Het voldoen aan de drie psychologische basisbehoeften: competentie, relationele verbondenheid en autonomie is volgens de Zelf-Determinatie Theorie van Ryan & Deci van belang voor de intrinsieke motivatie om te willen leren.

Knut Illeris

Bron: Illeris, K. (2010). Hoe we leren: Een omvattende en eigentijdse theorie over hoe mensen leren. M&O, Tijdschrift voor Management en Organisatie, 4, 7–20

Belangrijke voorwaarden om social learning in een open online leeromgevingen te bevorderen zijn vertrouwen, het creëren van verbindingen tussen personen, het maken van afspraken en digitale geletterheid. Vertrouwen is cruciaal voor het bouwen en versterken van relaties. Volgens de Zelf-Determinatie Theorie is relationele verbondenheid waar vertrouwen toe behoort één van de drie psychologische basisbehoeften. De vrijwilligheid, het elkaar helpen en het samen een probleem oplossen zijn redenen voor lerenden om te participeren in een online netwerk. Deze voorwaarde van het creëren van verbinding tussen personen raakt een andere universele psychologische basisbehoefte: competentie. Competentie is de behoefte om invloed te kunnen hebben op de omgeving, het gevoel te hebben dat men zich competent is om taken succesvol uit te voeren. Een andere belangrijke voorwaarde is om afspraken te maken om het samen leren en werken te bevorderen waarbij rekening gehouden wordt met de verschillende voorkeuren van de lerende en de tools die ze willen gebruiken. Deze voorwaarde raakt de derde basisbehoefte: autonomie, de wens om vrij en zelfstandig te kunnen handelen. De laatste, niet te onderschatte voorwaarde is digitale geletterdheid van zowel jongeren als ouderen. Digitale geletterdheid is een belangrijk geachte competenties voor leren, informatie, media, ICT, levensloop en carrière.
Social learning betekent voor een docent minder controle en meer een een rol als facilitator, coach en stimulator. Door deze veranderende rol zal hij meer tegemoet moeten komen aan de basisbehoefte van lerenden, zoals autonomie en sociale verbondenheid. Voor de docent betekent dit aandacht voor digitale didactiek om op een zinvolle manier ICT in te zetten in het onderwijs. De pijlers voor digitale didactiek bestaan uit het leggen en onderhouden van relaties, het creëren van nieuwe kennis en het delen van die kennis. Pijlers die ook raken aan de reeds genoemde voorwaarden om social learning in een open online leeromgevingen te bevorderen.

In mijn masteronderzoek wil ik meer ingaan op weerstanden bij het (open) delen van kennis. Het probleem is dat ik te weinig vanuit problemen denk en meer vanuit kansen. Tenminste dat kreeg ik terug als feedback op mijn paper en nu ook weer als feedback bij de opzet van mijn onderzoek. Mijn begeleider had het over ‘handelingsverlegenheid van professionals’. Mooi omschreven. Daar ga ik verder mee. Ik zal ook eens een afspraak maken met Marcel van der Klink, onze lector Professionalisering van het Onderwijs. Zijn bijdrage in de publicatie Leernetwerken heeft mij erg goed geholpen bij het schrijven van mijn paper. Hij kan me vast helpen bij het maken van een probleem 🙂 .

Download paper Social Learning

IssuuPaper

Meer over het proces bij de totstandkoming van mijn paper:

Judith

Zuyd verbiedt smartwatches. Geen horloges meer tijdens toetsen.

Hallo Marcel,

Waarschijnlijk heb je onderstaand bericht gemist, dit stond op onze Yammer-omgeving:

smartwatchesverbodOok de Facebookpagina van Zuyd meldde de aandacht van de landelijke pers zoals Spits, Telegraaf voor dit bericht. Blijkbaar was in de berichtgeving aan de studenten ook vermeld dat surveillanten bij twijfel een student mag vragen de bril af te zetten omdat het mogelijk een Google Glass bril. Hoe ver kan je gaan? Wat als straks de smart contact lens er is? Naast slimme horloges, zijn er ook al slimme armbanden, slimme ringen. Lang leven de wearable technology! 🙂 waarover we al vaker geblogd hebben.
Het Horizon report ziet mogelijkheden voor wearable technology in het onderwijs. Wearable technology blijft niet beperkt tot sieraden maar ook het kan ook verwerkt worden in kleding.

Wearable technology is still very new, but one can easily imagine accessories such as gloves that enhance the user’s ability to feel or control something they are not directly touching. Wearable technology already in the market includes clothing that charges batteries via decorative solar cells, allows interactions with a user’s devices via sewn in controls or touch pads, or collects data on a person’s exercise regimen from sensors embedded in the heels of their shoes.

Luidt wearable technology het einde van het ‘old-skool’ tentamineren? Interessante tijden!

Trouwens, collega Bart reageerde met een top opmerking op het Yammer-bericht. Er werd medegedeeld dat overal radiografische klokken worden opgehangen. “Is er rekening mee gehouden dat een signaal met DCF77 eenvoudig te spoofen is, zodat student zelf de tijd van de klok kunnen bepalen?” 🙂

Groet,
Judith

Scaffolding

Goedemorgen Marcel,

Vandaag begin ik weer aan een nieuw semester van de Master Leren en Innoveren. Ter voorbereiding moest ik 2 artikelen lezen van Janneke van de Pol over scaffolding (2010 en 2011). Voor ik aan deze master begon had ik nog nooit van het woord gehoord. Jij?

Scaffolding betekent letterlijk steiger of ondersteuning en staat voor hulp die aangepast wordt aan het begrip en de voorkennis van een student. Net als een steiger, wordt deze hulp weer weggenomen als de hulp niet meer nodig is. Scaffolding bevordert de autonomie van de student, de verantwoordelijkheid voor eigen leerproces wordt meer bij student gelegd. Dit vindt plaats door middel van ‘fading‘: het geleidelijk af laten nemen van hulp. Door te scaffolden wordt actieve kennisconstructie gestimuleerd en hulp wordt gedifferentieerd gegeven (aangepast aan het niveau van de lerende, dit wordt ook wel contingent lesgeven genoemd). Een methode die aansluit bij de zelfsturend/zelfregulerend leren.

Conceptualmodelofscaffolding

Van de Pol, J., Volman, M., & Beishuizen, J. (2010). Scaffolding in teacher–student interaction: A decade of research. Educational Psychology Review, 22(3), 271-296.

Scaffolding is een dynamisch proces dat plaatsvindt in interactie tussen mensen en nauw gerelateerd aan bij theorie van Vygotski (Zone van Naaste Ontwikkeling -daag lerenden uit net een stapje verder te gaan-). Wat kan een lerende al zelf, en waar kan de lerende  komen met behulp van de docent, in interactie met anderen.
Scaffolding is een methode, de theorie van scaffolding gaat meer in op hoe je dat doet, de interventies.

Janneke van de Pol heeft een model van contingent lesgeven ontwikkeld en deze bestaat uit 4 stappen:

  1. Diagnose- strategieën (wat weet een student al?)
  2. Diagnose check (Klopt je interpretatie van kennis van de student)
  3. Interventiestrategieën (zoals vragen stellen, instructie, modelling, feedback)
  4. Begrips check (nagaan of de student geleerd heeft en een hoger kennisniveau heeft bereikt)

In onderstaand figuur (via) is te zien dat scaffolding een cyclisch proces is:

StappenmodelScaffolding

Van de Pol, J., Volman, M., & Beishuizen, J. (2011). Effecten van scaffolding op de prestaties en betrokkenheid van leerlingen. Retrieved from http://www.hetvmbowerkt.nl/Publicaties/Rapportage%20Effecten%20van%20Scaffolding_VandePol%20et%20al_2011.pdf

Hiermee kunnen de fasen van het scaffoldingsproces in kaart worden gebracht.

FrameworkScaffolding

Pol, J. V. D., Volman, M., & Beishuizen, J. (2011). Patterns of contingent teaching in teacher–student interaction. Learning and Instruction, 21(1), 46-57.

Haar onderzoek laat zien dat docenten die scaffolden veel opener stonden voor de lerende, meer gefocust waren op hetgeen de lerende al wisten en samen met de lerende kennis construeerden. Onderstaand filmpje geeft een goed beeld van de praktijk van scaffolding.

scaffolding

Scaffolding2

Janneke van de Pol is gepromoveerd op dit onderwerp. Meer in haar proefschrift Scaffolding in teacher-student interaction. Ik vond het wel handig haar Nederlandse samenvatting te lezen, het gaf ook een mooie samenvatting van de 2 wetenschappelijke artikelen die ik moest lezen.

Het meten van scaffolding is moeilijk vanwege de dynamische aard van het proces. Veel al gebeurt het mbv videoregistratie, waarna de beelden geanalyseerd worden.
Het onderzoek van vd Pol betreft scaffolding in contactonderwijs. Deze methode is ook prima toe te passen bij online onderwijs. Wellicht dat hierbij mbv learning analytics het effect van scaffolden beter te meten is?

Mijn opdracht bij het lezen van deze artikelen was: Hoe zou je scaffolding van docenten kunnen vaststellen in jouw eigen praktijk. Deze vraag is voor mij lastig te beantwoorden omdat ik niet in de onderwijspraktijk werk. Het onderzoek van vd Pol laat zien dat scaffolding een intensief en persoonlijk (emotionele betrokkenheid groter bij scaffolden) proces is. Ik denk dat vaststellen van scaffolding en de opbrengsten ervan registreren (net zoals elk sociaal leerproces) een arbeidsintensief onderzoek is. Het geboden framework van Janneke van de Pol is een prima uitgangspunt. Hanteren van coderingsschema’s om ook gedragskenmerken te registreren is ook altijd onderwerp van discussie zo weet ik van mijn dochter die vaker reclamefilmpjes moet coderen. Ook bij het observeren van gedrag neem je je eigen opvattingen over (wenselijk) gedrag mee. Lastig hoor wetenschappelijk onderzoek 🙂

Tot morgen, Judith

Ziektes kunnen worden overgedragen, kennis niet #MLI

Ha die Marcel,

Volgens mij heb jou nog niet verteld over het interessante gastcollege van Peter Teune dat ik eind november heb gevolgd. Peter Teune is initiatiefnemer van de Master Leren en Innoveren en heeft deze mede vormgegeven, hij is ook de voormalig opleidingsdirecteur. Met veel praktijkvoorbeelden vertelde hij over het leren van vakken. Wat weten we over leren? en waarom werken leraren zoveel op intuïtie en ervaring (vergelijk dat eens met beroepen als piloten en artsen) en handelen ze niet op basis van wetenschappelijk onderzoek? Hij verwees regelmatig naar een publicatie van Gerard Westhoff (2009) Leren overdragen of het geheim van de flipperkast : elementaire leerpsychologie voor de onderwijspraktijk. Westerhoff beschrijft welke wetenschappelijke kennis over leren en leerproces zoal beschikbaar is. Gisteravond heb ik deze beschouwing eindelijk gelezen.

flipperkast

@Wikipedia

In mijn blog van gisteren vroeg ik me ook al af: wat is goed onderwijs? Teune zei ook al dat concepties over eigen leren niets te maken hebben met concepties over leren van leerlingen of studenten. En iedereen denkt iets over onderwijs te weten. Iedereen heeft het ooit ervaren. Westerhoff verzucht: “Nederland telt ca. 15 miljoen onderwijskundigen”.

Wie hoort niet vaker: “Tegenwoordig leren ze niets meer!”

Wat zegt wetenschappelijk onderzoek over het  verwerven van kennis? Wat zijn factoren die leerprocessen bevorderen of belemmeren? Onderzoek, en zeker breinonderzoek geven nieuwe inzichten. Aan de hand van een zestal stellingen toont Westhoff wat we weten over leren.

  1. Kennis is geen ziekte. Sommige ziektes kunnen worden overgedragen. Kennis niet.
    Als er al iets kan worden overgedragen is het reproduceerbare kennis. Je kunt als leerkracht wel ‘groei bevorderen’.
  2. Er bestaat geen directe relatie tussen wat een leraar onderwijst en wat een leerling leert.
    Het overgrote deel van de aangeboden informatie gaat met het vuilnis mee.
  3. Door in groepjes te werken met open, complexe en levensechte taken kun je individuele verschillen in leerstijl productief maken.
    Een leerling leert, een groep zelden. De verschillen tussen leerlingen zijn zo groot dat de één zich verveelt en de ander zich uitgedaagd voelt.
  4. Wie onderwijst, die leert het meest.
    Je leert door te doen! Leertaken waar je van leert: volgorde aanbrangen, categoriseren, structuren, toepassen, verbanden zoeken en leggen.
  5. Als we al meer zouden moeten overdragen is het niet kennis, maar het leren zelf.
    Zelfgestuurd leren.
  6. Het grootste deel van het leren begint daar, waar het onderwijzen ophoudt.
  7. Van goed uitgevoerde traditionele klassikaal-frontale lessen leer je misschien wel niet optimaal, maar altijd nog meer dan van slecht uitgevoerd en geregisseerd innovatief onderwijs.

Kortom: wat je als leerkracht wilt laten leren is een keuze (van jezelf of beter gezegd volgens het curriculum). Of studenten willen leren is afhankelijk van de activiteit die je in hun werkgeheugen hebt weten uit te lokken: het geheim van de flipperkast! Zoveel mogelijk activerende werkvormen aanbieden zodat de kans op het aantal ‘leerhits’ zo groot mogelijk is.

Judith