RE: Informeel leren of social learning door HBO-docenten? #MLI and beyond

Hoi Marcel,

Zoals ik in mijn blog van gisteren schreef heb ik collega MyriamLamerichs enkele vragen gesteld naar aanleiding van haar masteronderzoek  ‘Informeel leren door HBO-docenten’:

  • Vond jij het niet opvallend dat sociale media/sociale netwerken niet benoemd werden als mogelijkheden om informeel te leren?
  • Heb je er naar gevraagd in je onderzoek?
  • Hoe zie jij social learning in relatie tot  informeel leren?

En ik heb haar gevraagd wat zij als docent nodig heeft om sociaal te kunnen leren?

Myram reageert:

Dag Judith

Tijdens de interviews in mijn onderzoek kwam heel duidelijk bij alle geïnterviewden naar voren dat ze vooral SAMEN willen leren, van en met elkaar. De docent met weinig werkervaring leert graag van de docent met ervaring, door het observeren. Docenten met ervaring leren ook van elkaar maar dan door er samen over te discussiëren, te praten. Als gevraagd werd naar mogelijkheden om van elkaar te leren, gaven ze allemaal aan dat TIJD belangrijk is. Tijd om samen te komen, overleg te voeren. Ook het belang van deelnemen aan netwerken. Bij doorvragen naar het soort netwerken, was bij een aantal de fysieke deelname belangrijk. Plaatsonafhankelijk leren, wat jij benoemt, staat bijvoorbeeld in contrast met de organisatie binnen één van de opleidingen van mijn onderzoek. Als voorstander van informeel leren en dan vooral het leren van elkaar, is daar bepaalt dat docenten voor zover mogelijk, van 8 tot 5 op de werkplek aanwezig zijn. Juist om dat van elkaar leren te faciliteren. Ook door regelmatig te wisselen deelname aan de netwerken, werden voortdurend nieuwe meningen, visies, ideeën ingebracht, waardoor het leerproces zou toenemen.

Opvallend was dat de jongere geïnterviewden, grootgebracht met de digitale wereld, niet kozen voor sociale media. Zij benoemden niet het belang van plaats- en tijdsonafhankelijk leren. Ik heb het aangestipt, waarbij ze aangaven dat ze hier nog niet zo specifiek naar gekeken hadden, in het kader van informeel leren. Ik heb hier niet op doorgevraagd in mijn interviews. Niet omdat ik er geen belangstelling voor had, maar gezien de focus van mijn onderzoek. Ik wilde al zoveel weten over het informeel leren. Maar misschien in een vervolgonderzoek……:).

Als ik naar mezelf kijk dan ben ik door de masterstudie juist wel meer gebruik gaan maken van digitale middelen en van de sociale media. Door het gebruik van Twitter in sommige leerarrangementen van de master Leren en Innoveren, heb ik ontdekt dat daar VEEL KENNIS GEDEELD wordt. Door het volgen van personen, die actief zijn binnen de onderwijswereld, heb ik (van origine niet afkomstig uit het onderwijs) veel kennis opgedaan. Er wordt verwezen naar publicaties, recente ontwikkelingen, toekomstige ontwikkelingen. Je kunt wel stellen dat ik binnen een formele opleiding, informeel enorm veel geleerd heb. Wat ik af en toe VERGEET is om ook zelf mijn kennis te delen. Je ziet ik ben nog steeds lerende. In je vakpublicatie benoem je de definitie van De Leeuwe & Rubens (2015) over social learning: “samenwerkend leren met behulp van sociale media, waarbij de lerende veel controle heeft over wat, hoe, waar en waarmee er geleerd wordt”. Zo van toepassing om mijn informeel leren via Twitter. Ik denk dan ook dat er veel informeel te leren is via sociale media.

Maar dan is het plaatsonafhankelijke aspect misschien belangrijker dan het tijdsonafhankelijk. Elkaar wel willen zien, spreken, direct antwoord krijgen, reageren, kortom de DIRECTE INTERACTIE. Ik denk zeker dat dit laatste een belangrijk aspect is. Wat natuurlijk ook via Facetime en Skype kan. Maar dit kwam niet naar voren in mijn onderzoek. Ik heb natuurlijk ook maar 10 docenten geïnterviewd en zij kwamen uit een specifieke hoek, de gezondheidszorg. Aspecten die van invloed zijn op de resultaten. Vandaar mijn aanbeveling om dit onderzoek uit te voeren bij een grote groep docenten van verschillende faculteiten.

Met betrekking tot je vraag: hoe ik social learning zie in relatie tot informeel leren. Is social learning niet een onderdeel van informeel leren en omgekeerd kan informeel leren niet een onderdeel vormen van social learning? Gaat het niet om het SOCIALE aspect, het bij elkaar komen (op welke manier dan ook), OPEN staan voor de mening van de ander, het willen leren van de ander, maar ook de aanwezige kennis willen delen met die ander(en). Mijn ervaring is dat ik tijdens formele cursussen, gecertificeerde opleidingen, veel leer. Maar wordt de leeropbrengst niet vele malen groter door het informeel geleerde tijdens die formele opleidingen? Het met elkaar praten tijdens de pauzes, het wachten voordat lessen beginnen. Of zoals één van de geïnterviewde zei, ik leer zoveel tijdens het lunchen met collega’s, tijdens een koffiepauze of gewoon aan het kopieerapparaat staan wachten.

Als docent heb ik niet zoveel nodig om sociaal te kunnen leren, maar ik moet het gewoon DOEN. Bewuster er mee omgaan. De ‘oude’ manier van sociaal leren is als het ware vastgeroest waardoor je daar eerder naar grijpt dan naar de sociale media. Dus als ik naar de les ga en mijn eigen laptop meeneem waardoor de mogelijkheid is om te skypen met de student die op dat moment stage loopt in het buitenland. Van de werkgever verwacht ik dat hij het faciliteert. In het hier genoemde geval zou ik willen dat Skype op alle computers is geïnstalleerd en niet maar op 1 of 2 zoals nu.

sociallearning

CC-BY mkhmarketing

Dank je wel Myriam voor je reactie!

Ja de interpretatie van de termen informeel leren en social learning/sociaal leren lopen nogal eens door elkaar en naast elkaar. Volgens mij komt dat omdat met zowel informeel leren als ook social learning vaak samen leren bedoeld wordt. Social learning heeft ook met participatie in sociale media te maken. Informeel leren is het leren in een niet formele onderwijssetting. Social learning kan volgens ook plaatsvinden in een formele onderwijscontext. Als daar ruimte voor gecreëerd wordt dan. Mijn interpretatie van social learning is dat het ook vraagt om in een bepaalde mate van openheid om relaties op te bouwen, om vrijelijk open kennis en ervaringen te delen, om een proactieve houding en het benutten van je netwerk. En ja, Myriam dat is inderdaad een kwestie van DOEN 🙂 Het verplicht aanwezig zijn om samen informeel te leren te faciliteren, zoals jij benoemde, staat volgens mij in contrast met de uitgangspunten van social learning. Naast de kenmerken participatie en co-creatie behoren ook identiteit ontwikkelen en een professionele beroepshouding tot aspecten van social learning

Social learning is not just the technology of social media, although it makes use of it. It is not merely the ability to express yourself in a group of opt-in friends. Social learning combines social media tools with a shift in the corporate culture, a shift that encourages ongoing knowledge transfer and connects people in ways that make learning a joy.
-Maria Conner-

Dat docenten (jong en oud) niet bedenken sociale media in te zetten voor professionaliseren, is jammer. Ook ik heb daar geen oplossing voor (behalve daarover te blijven bloggen en het te doen). Het zou natuurlijk wel veel helpen indien de tools en apps waarmee je sociaal leert gefaciliteerd en ondersteund worden binnen onze organisatie. Daar zal ik aandacht voor blijven vragen!

Groeten,
Judith

Informeel leren of social learning door HBO-docenten? #MLI and beyond

Hallo Marcel,

Collega Myriam Lamerichs heeft net als ik voor de Master Leren en Innoveren onderzoek gedaan bij de faculteit gezondheidszorg. Haar onderzoek bestond uit tiental interviews met docenten van de opleiding fysiotherapie en biometrie. Mijn onderzoek bestond uit een digitale vragenlijst aan alle docenten van de opleiding ergotherapie. Myriam heeft docenten gevraagd hoe ze informeel leren en wat ze informeel geleerd hebben. Ik heb vooral gefocust op hun digitale competenties om te professionaliseren via sociale netwerken, ofwel social learning. In haar onderzoek concludeert Myriam dat docenten vooral leren door te observeren (kunst van het afkijken) en door interactie met (ervaren) collega’s. Uit mijn onderzoek bleek dat ook. De voorwaarden om informeel of sociaal te leren komen overeen zoals veilige sfeer, open communicatie en positieve emoties. Zowel informeel leren als social learning geschiedt voornamelijk door ervaringsleren, door sociale interactie en door te reflecteren.

Wat mij vooral opviel in het onderzoek van Myriam is dat sociale netwerken/sociale media niet benoemd worden om informeel te leren. De factor tijd wordt benoemd als een belangrijke voorwaarde om informeel te leren. De voorgestelde aanbevelingen: samen lessen voorbereiden, koffie drinken zijn allemaal belangrijk, maar kan ict hierin niet faciliteren zodat ook meer tijd-en plaatsonafhankelijk informeel geleerd wordt? In mijn publicatie over mijn onderzoek heb vooral gereflecteerd op wat social learning van betekenis kon zijn voor de master Leren en Innoveren.

AanbevelingenOnderzoekMyriam

Aanbevelingen nav het onderzoek van Myriam Lamerichs-Geelen

Mijn respondenten uit mijn onderzoek waren gemotiveerd om ict in te zetten voor leren en professionaliseren alleen zij zagen nog geen mogelijkheden en kansen om met sociale media hun kennis open te delen en samen te werken. Is het een aanname om te veronderstellen dat haar respondenten sociale media ook niet inzetten? In ieder geval is dat niet benoemd in het onderzoek van Myriam. Samen met Myriam verken ik of er ook mogelijkheden zijn voor docenten van Zuyd en probeer aanbevelingen te formuleren.

Ik heb Myriam gevraagd:
  • Vond jij het niet opvallend dat sociale media/sociale netwerken niet benoemd werden als mogelijkheden om informeel te leren?
  • Heb je er naar gevraagd in je onderzoek?
  • Hoe zie jij social learning in relatie tot  informeel leren?

Hoewel uit de literatuur blijkt dat sociale media een positieve invloed hebben op betrokkenheid van studenten, de netwerkvorming, en de participatie bij leeractiviteiten, zien de docenten uit mijn onderzoek nog geen mogelijkheden en kansen om met sociale media open kennis te delen en het online samenwerken te ondersteunen. De docenten gaven aan dat het gebruik van sociale media (Twitter en Facebook) nog veel als privé activiteiten gezien worden.

  • Hoe zie jij dat?
  • Wat heb jij als docent nodig om ook sociaal te kunnen leren?

Morgen kan je de reactie van Myriam lezen.
Haar onderzoekspublicatie is niet open toegankelijk, maar haar onderzoek wel via de HBO-kennisbank te downloaden.

Groet,
Judith

Why good leaders make you feel safe. TEDtalk Simon Sinek

Hallo Marcel,

Je kent vast wel de TEDtalk van Simon Sinek How great leaders inspire action waarin hij zijn concept van de ‘golden circle’ toelicht.

GoldenCircle

We weten allemaal wel wat we doen. Hoe we het doen, dat weten er ook wel wat. Weinig mensen / organisaties weten waarom ze iets doen. Sinek roept dan ook om te starten met de ‘why’ vraag. Als inspirerend leider start je met het waarom, dan het hoe en dan pas het wat. Van binnen naar buiten denken in plaats van andersom (zoals vaak gebeurt). Steve Jobs, Martin Luther King en de Wright Brothers noemt hij als voorbeeld.

Deze TEDtalk van Simon Sinek is van 2014 (4 jaar na de al door 25 miljoen keer bekeken Why-TEDtalk) is inmiddels al door ruim 4 miljoen mensen bekeken. En hierin zegt hij ook wel iets essentieels. Goede leiders geven je net als goede ouders een gevoel van veiligheid en vertrouwen. Ze geven het goede voorbeeld, bouwen mee aan je zelfvertouwen en bieden kansen tot uitproberen. En als je dan eens faalt dan wordt niet meteen ontslagen maar dan wordt bijgestuurd. Als je je veilig voelt dan ben je ook bereid om iets voor die ander terug te doen. Echte leiders, zegt Sinek zijn bereid tijd en energie te geven zonder er direct er iets voor terug te willen hebben. En hoe meer leiders bereid zijn anderen te helpen hoe meer anderen bereid zullen zijn hen te helpen.

En dit geldt volgens mij niet alleen voor mensen die formeel als leiders zijn aangesteld, maar in elke samenwerkingsrelatie.

Een mooie boodschap. Komt dinsdag in de Nieuwsflits. Natuurlijk 🙂

Fijne zondag verder.
Judith

 

Vaardig,waardig,aardig #onderwijs2032 Samen.Veranderen.Doen

Misschien heb je het meegekregen Marcel? Vanmiddag kon je live volgen hoe Paul Schnabel het rapport Ons Onderwijs2032 overhandigde aan Staatssecretaris Dekker. Dit advies gaat over het toekomstgericht onderwijs eruit zou moeten zien en het is een eerste stap naar een herziening van het curriculum van het primair en voorgezet onderwijs. Misschien voor ons, werkend in het HBO, niet direct van belang, Maar uiteindelijk worden deze leerlingen wel onze studenten. Daarom goed om hier kennis van te nemen.
Wat ik mooi vind is dat de commissie zoveel mensen betrokken heeft bij de totstandkoming van dit advies. Er zijn vele gesprekken gevoerd met leerlingen, ouders, docenten, wetenschappers. Bestuurders maar ook vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en maatschappelijke en culturele instellingen gingen met elkaar in gesprek. Het is een breed gedeelde visie. Mooi. In 2016 wordt deze visie vertaald naar een vernieuwd curriculum.

Zie ook deze prachtige Touchcast. In deze interactieve animatie kan je het hele traject tot nu toe bekijken.

Onderwijs2032

Snel heb ik het rapport gescand. Wat stukjes hier en daar geknipt uit de samenvatting en hieronder geplakt:

Het Platform pleit voor een vaste basis van kennis en vaardigheden; Nederlands, Engels, rekenvaardigheid (inclusief wiskunde), digitale geletterdheid en burgerschap als verplichte onderdelen van het kerncurriculum. Behalve kennis ook vakoverstijgende vaardigheden, het gaat om leervaardigheden, creëren, kritisch denken, probleemoplossend vermogen en samenwerken. Het Platform wil een afgebakend, wettelijk verankerd kerncurriculum en een keuzedeel dat past bij de school en de leerling. Het kerncurriculum schept een basis voor een samenhangend onderwijsaanbod. Versterking van de doorlopende leerlijn en niveaudifferentiatie zijn aandachtspunten voor de uitwerking van het kerncurriculum. Curriculumvernieuwing komt niet van de grond zolang de manier van toetsen en examineren niet wordt aangepast. Toekomstgericht onderwijs heeft zowel aandacht voor meetbare als ‘merkbare’ leeropbrengsten. Toekomstgericht onderwijs is evenmin mogelijk wanneer niet aan bepaalde condities wordt voldaan: investeren in de professionele ontwikkeling van leraren, eigentijdse lerarenopleidingen, samenwerking tussen alle onderwijspartijen en een goede digitale infrastructuur. Een stevige positie van leraren in de vervolgfase is eveneens van belang. Gezien de positieve ervaringen met de dialoog adviseert het Platform die fase interactief in te richten.

Dat Biesta veel invloed heeft gehad op de inhoud zie je vooral terug in de paragraaf ‘vaardig, waardig, aardig’

Vaardige leerlingen beschikken over een stevige basis aan kennis en vaardigheden die hen in staat stelt maatschappelijk te functioneren. Leerlingen kunnen waardig omgaan met anderen en op een verantwoorde manier bijdragen aan de samenleving. Ook vormen leerlingen in het onderwijs hun persoonlijkheid.

Dit lijkt me ook wezenlijk voor onze studenten. Ik heb al eerder geblogd nav een bezoek van Paul Schnabel aan Limburg

Mijn mening is dat Zuyd expliciet zich zou moeten profileren op ‘persoonsvorming’ vanwege haar missie “professionals ontwikkelen zich met Zuyd”. Ik vermoed dat naar de toekomst toe je als onderwijs alleen het verschil kunt maken op de persoonlijke contacten en beleving. Dat hierbij ook ict en learning communities een ondersteunende rol in kunnen spelen, lijkt me in de huidige samenleving voor de hand liggend.

Daarom vond ik het initiatief dat ik vanmorgen toevallig via een tweet van Brigitte Schallenberg collega en MLI-er zag erg mooi: de Bildung Academie voor waardige en aardige studenten! Dit initiatief is voor universitaire studenten en alleen te volgen in Amsterdam. Een half jaar lang volg je modules waarin je werkt aan persoonsvorming en maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef. Alhoewel ik vind dat dit een integraal onderdeel zou moeten zijn van je opleiding, is blijkbaar momenteel de ervaring dat hieraan te weinig tijd aan wordt besteed. Zie ook het Bildungsdebat dat ook bij Zuyd is gevoerd maar waar ik niet veel meer over hoor. Volgens mij streef het Honoursprogramma van Zuyd dezelfde doelen na. Dit programma was alleen voor excellente studenten en bestaat inmiddels niet meer. Misschien tijd voor een revival? Maar dan wel toegankelijk voor alle studenten.

Als I-adviseur ben ik ook blij met dit stukje tekst 🙂

Het Platform vindt dat werken en leren in de digitale wereld en met nieuwe technologieën tot de kern van toekomstgericht onderwijs behoren. Het gaat om vier onderdelen: dat leerlingen ICT-basiskennis opbouwen, informatievaardigheid ontwikkelen, mediawijs worden en leren begrijpen hoe technologie werkt (computational thinking). Samengevat als digitale geletterdheid.

Maar zeker ook met

Investeren in professionele ontwikkeling en samenwerking.  Leraren moeten wat het Platform betreft samen met hun leidinggevenden beter in staat zijn om in teamverband invulling te geven aan het onderwijsprogramma. Dat vereist onderwijskundige kennis, leiderschap en samenwerking binnen lerarenteams. Toegang tot inspirerende voorbeelden en (wetenschappelijk) onderzoek is daarvoor een belangrijke voorwaarde. Leraren moeten de tijd krijgen om binnen én buiten de school met collega’s en professionals te werken aan een samenhangend curriculum en kennis te delen over pedagogiek, didactiek en leerinhoud. Dat vraagt van schoolleiders een actieve, stimulerende en faciliterende rol. Bij een toekomstgericht onderwijsaanbod hoort een organisatie van de school die het leerlingen mogelijk maakt minder plaats- en tijdgebonden te leren. Het is aan de leraren om daar in samenspraak met de schoolleiding en -besturen vorm aan te geven. Het gaat bijvoorbeeld om onderwijstijd, lesvormen, de manier waarop leerlingen worden gegroepeerd en het gebruik van leermateriaal. Om van innovatieve mogelijkheden gebruik te kunnen blijven maken, is het cruciaal de kwaliteit van de ICT-infrastructuur en de bijbehorende professionalisering op peil te houden.

Hoe onze samenleving over 16 jaar in 2032 eruit zal zien? Ik weet het niet. Niemand denk ik. We hebben geen van allen een glazen bol. De enige constante factor is de verandering. Niets is zeker en de technologische ontwikkelingen gaan snel. Tsja die VUCA-wereld hè? Dus ja, ik ondersteun de ingezette koers (voor wat het waard is ;)). Ik hoop wel dat dit niet pas in 2032 gerealiseerd is. Het zijn ontwikkelingen die nu al spelen, en niet alleen in het PO en VO, maar zeker ook in het HBO,

Ronald Buitenlaar vroeg via twitter om een samenvatting van het advies in drie woorden. Voor de hand liggend was natuurlijk de mooi gevonden termen ‘vaardig, waardig, aardig’ te tweeten. Dat deed ik dan, maar daarna noemde ik ‘samen veranderen doen’. Mijn kernwoorden bij elke vorm van samenwerken, onderwijs en vernieuwing.

groeten,
Judith

Libraries are important to community education ecosystems

Hallo Marcel,

Vorige week heb ik IP, het vakblad voor informatieprofessionals weer even meegepikt van het aanwinstenrek van Zuyd Bibliotheek. Het laatste nummer van 2015 is een onderwijsspecial, een lezenswaardig nummer. Vooral het artikel van Heino Logtenberg ‘Van docent naar meestergids, van informatieprofessional naar co-creator’ en de bijdrage van Hilde van Wijngaarden ‘Heeft Nederland OER librarians nodig?’ (wat uitgebreider te lezen in Trendrapport Open en online onderwijs). Beide refereren naar de rol van de bibliothecaris / informatieprofessional bij de toenemende ontwikkeling naar open en online onderwijs via de huidige trend blended onderwijs.

Logtenberg focust vooral op het ontzorgen van docenten door instructional designers die docenten onderwijskundig ondersteunen. De informatieprofessionals kunnen docenten ondersteunen door het aanleveren van bronnen. Dat doen de collega’s van Zuyd Bibliotheek natuurlijk al. Ik merk in mijn gesprekken met docenten wel dat het nog niet bij iedereen opkomt om hen daarvoor te vragen. Logtenberg ziet ook een rol voor bibliothecarissen bij het opzetten van een online open educational resources-plein waarin door docenten aangeleverde onderwijsmaterialen (bv kennisclips, video’s die studenten in het werkveld hebben gemaakt) interactief wordt gemaakt en verrijkt met koppelingen naar de bibliotheekcollectie en sociale media als Twitter, Facebook en Whatsapp. Uiteraard dienen bibliothecarissen ook samen met uitgevers te bekijken hoe ze toegang tot hun materialen beter in de leeromgeving kunnen realiseren. In een ander artikel in dit IP-nummer las ik over een mooi initiatief ‘spotify voor juridische literatuur‘ en het ‘all you can read’-model eStudybooks binnen het project Flexibele en persoonlijke leeromgeving van de programmalijnen van SURF voor 2016 ‘Onderwijs op maat’. Een mooi scenario deze verandering van bibliothecaris naar co-creator. Ik ben voor!

Wijngaarden constateert nav de inventarisatie in 2015 dat er in Nederland weinig OER bibliothecarissen zijn, zoals dat in de Verenigde Staten al wel meer gebruikelijk is. Veel meer informatieprofessionals zouden moeten helpen bij zoeken, vinden, ontsluiten en gebruiken van open educational resources. Tenminste als wij de doelstelling van de minister willen halen om in 2025 al het onderwijsmateriaal open te laten delen. Jep! Ook voor!

De rol van de bibliothecaris bij het ontwikkelen van onderwijs is zoooo belangrijk. Dit sluit aan bij de presentatie van Lee Rainie, director of Internet, Science, and Technology research at Pew Research Center (via Pedro De Bruyckere). Zie onderstaande presentatie waarin hij de resultaten van het onderzoek Libraries at the crossroads presenteert.

new survey findings about how people use libraries, the kinds of services and programs people would like from libraries, and how libraries are connected to communication education and learning environments

Hoewel dit onderzoek en de cijfers over Amerikaanse Public Libraries gaat, zie ik (of wens ik?) overeenkomsten met de rol die onze bibliotheek en haar informatieprofessionals volgens mij dienen te vervullen in de door mij gewenste learning design teams.

Groet,
Judith