Samen Leren. Eindrapport 2016 Nationale Denktank
Gisteren kreeg ik weer eens post, Marcel. Altijd leuk 🙂 Het boekje Samen Leren van de Nationale Denktank ontving ik van StudyStore, de boekenleverancier van Zuyd. Zij waren één van de themapartners van de Nationale Denktank. Ik had nog nooit van deze stichting gehoord, jij wel? Ruim 10 jaar geeft een groep jonge mensen een onafhankelijke visie op een maatschappelijk probleem en bedenken hier praktische oplossingen voor. Dit jaar reiken zij tien oplossing aan voor het beroepsonderwijs (mbo en hbo) van de toekomst. Wist je trouwens dat 80% van alle studenten een beroepsopleiding volgt?
Op de achterflap staat: “Omdat maatschappij en samenleving constant in beweging zijn, heeft het beroepsonderwijs te maken met verschillende uitdagingen die ze het hoofd moet bieden.”
Uitgangspunt was de onderzoeksvraag:
Hoe komen we in Nederland tot beroepsonderwijs dat de student stimuleert tot een blijvende persoonlijke ontwikkeling zodat hij kan werken en leven in een permanent veranderende samenleving?
Op basis van onderzoek en gesprekken is geconcludeerd dat het toekomstig beroepsonderwijs de volgende elementen zou moeten bevatten:
- het onderwijs vormt de samenleving
- de waarde van de schooltijd zelf wordt toegevoegd aan de onderwijsdoelen
- beroepsonderwijs is gelijkwaardig aan academisch onderwijs
- de onderwijsinstelling fungeert als maatschappelijk centrum
- meer praktijkgericht leren, om de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren
Ze hebben dat mooi in een plaatje gevat
Tijdens de analysefase kwamen vijf thema’s naar voren:
- Onderwijsinstellingen leiden studenten niet optimaal op voor de arbeidsmarkt (Curriculumvorming duurt te lang)
- Studenten kunnen zich niet optimaal persoonlijk en sociaal ontwikkelen (Hbo’ers ervaren een prestatiedruk, die hinderlijk is voor een brede persoonlijke ontwikkeling)
- Een ‘leven lang leren’ wordt steeds urgenter, maar gebeurt nog te weinig
- Studenten hebben geen gelijke kansen in het beroepsonderwijs
- Er is behoefte aan voldoende en goede leraren (leraar moet zowel coach als vakexpert zijn, verschillende vaardigheden moet beheersen voor de verschillende opleidingsniveaus, en hoog moet scoren op allerlei karaktereigenschappen)
De thema’s vormen de basis voor de voorgestelde oplossingen:
- Klaar voor de start
Studiekiezers leren zicht te oriënteren op wat ze willen en wat ze kunnen
– professionals bezoeken scholen waardoor leerlingen zich breder kunnen oriënteren
– studiekeuzeweek laat leerlingen verschillende beroepen en opleidingen ervaren
– objectieve informatie maakt leerlingen bewust van hun arbeidsperspectieven - StagiAirport
Iedereen een gelijke kans op een stageplaats
– systeem dat studenten en vacatures koppelt op basis van kennis en ervaring
– selectie op basis van achtergrond, naam en afkomst is verleden tijd
– bedrijven krijgen de kandidaten die het beste bij hun vacature passen - Samen sterk
Geef iedereen de kans om mee te doen
– iedere student mag zich ontplooien door activiteiten te organiseren
– uitgebreide en betaalbare sportfaciliteiten voor álle studenten
studenten voelen zich verbonden, met elkaar én met de school - Plan je money
Met kennis en vaardigheden meer grip op je geld
– studenten krijgen meer controle over hun eigen financiën
– app met gamified lessen en peer-to-peer feedback
– de schuldenproblematiek onder mbo’ers spelenderwijs aanpakken - #DareToDream
Leert studenten vaardigheden waarmee ze hun dromen kunnen realiseren
– motiveert studenten om kansen te zien én te grijpen
– meer verantwoordelijkheid en uitdaging in het onderwijs
– inspireert door stapsgewijs en gepersonaliseerd leren - Mbo-havo uitwisseling
Mbo en havo versterken elkaar in de voorbereiding op het hbo
– betere en meer praktijkgerichte beroeporiëntatie op de havo
– succesvollere doorstroom binnen de mbo-hbo-route
– een eerlijkere kans op het hbo voor mbo’ers - Pre-Pabo
een soepele overgang van het mbo naar de pabo
– maakt de pabo toegankelijker voor mbo’ers
– een diverser lerarenbestand, dus een betere afspiegeling
– ervaring met lesgeven voor toekomstige lerearen - WIJS onderWIJS
Leren stopt niet bij het behalen van je diploma
– maakt om- en bijscholing voor volwassenen toegankelijk
– speelt in op een veranderende arbeidsmarkt
– helpt Nederland in het voorop lopen als kennisland - Talent voor de klas
Traineeship voor talentvolle pedagogen en psychologen
– levert nieuwe docenten met passende vaardigheden
– biedt talentvolle academici een nieuwe uitdaging
– stimuleert kruisbestuiving tussen universiteit en mbo - Hack je les
Studenten zetten ontevredenheid om in actie
– stimuleert studenten op hun feedback op de opleiding onder woorden te brengen
– introduceert docenten op een toegankelijke manier aan feedback
– zorgt ervoor dat studenten zich meer betrokken voelen bij hun eigen onderwijs
Vanuit herkenbare thema’s hebben ze mooie inspirerende oplossingen beschreven. Ook de twee aanbevelingen waarmee het rapport eindigt zijn zeer herkenbaar:
- Snellere innovatie binnen het beroepsonderwijs
- Help docenten om verder te professionaliseren (10% van de werktijd voor professionalisering)
Wil je meer weten over de voorgestelde oplossingen of aanbevelingen? Bij elk item staan contactpersonene vermeld. Kijk vooral eens naar #DareToDream, leuke pilot! 🙂 Of Hack je les!
Misschien vind je het ook interessant om hun eindrapport uit 2014 over big data te bekijken?
Groet,
Judith
Vier jaar verdiepen in learning analytics voor learning design
Ha Judith,
Deze week stond voor mij in het teken van de afronding van mijn aanvraag voor een Zuyd Voucher Promotieonderzoek. Ieder lectoraat mag 2x een dag in de week aanvragen om een PhD onderzoek mee te co-financieren. Mijn onderzoek zal een van die twee aanvragen zijn voor het lectoraat Technologie-Ondersteund Leren.
Ik ga de komende vier jaren me met een van de trends (door jou beschreven in een van je post van afgelopen week) bezig houden: Learning Analytics. In het bijzonder ga ik me focussen op de vraag hoe we learning analytics kunnen gebruiken om meer inzicht te krijgen in het learning design gedurende het moment dat een cursus draait. En dat inzicht moet er dan zowel komen voor studenten als docenten/ontwikkelaars. Ondanks dat ik al het een ander met learning analytics heb gedaan leer ik toch bij iedere stap weer een heleboel. Het overzichtsdocument “Learning Analytics The emergence of a discipline” van Siemens was geeft een goede start om je in te lezen en het framework dat onze eigen lector Hendrik Drachsler heeft mee ontwikkeld en beschreven in “Translating learning into numbers: a generic framework for learning analytics” is natuurlijk een heel mooie houvast.
Het idee dat we datgene wat we ontworpen hebben, beoordelen en kijken of we het gedrag van de studenten met een verandering aangepast krijgen is niet nieuw. Ieder blok is er ook bij onze faculteit een evaluatie en op basis daarvan proberen we het de volgende ronde nog beter te doen. Echter om te kijken of je dit ook gedurende een cursus kunt doen en daarbij te focussen op het gekozen leerontwerp dat is nog niet zoveel gebeurt. Uiteindelijk hoop je op deze manier het gedrag aan te passen gedurende run-time zodat het leren persoonlijker en beter wordt voor de student. Mocht een dergelijk systeem in de lucht zijn dan kun je daarnaast ook nog over de data van alle studenten analyses gaan maken of wellicht met machine learning (een van de trends die je beschrijft) ook nog stappen maken. Maar dat is nu niet mijn insteek.
Het begint voor mij met een literatuur review, waarbij ik de methodiek van Kitchenham ga gebruiken. Ik ben er over aan het denken om elke stap te posten zodat mijn studenten daar van kunnen meeleren. Met de fouten die ik maak en met de stappen die ik zet. Wat ook leuk is dat ik in februari ook met twee afstudeerders mag gaan samenwerken en experimenten om te kijken welke data je allemaal op kunt slaan en welke dashboard mogelijkheden er zijn om de analyses inzichtelijk te maken.
Aan het einde van dit schooljaar moet dan de basis liggen, een conceptual framework waarop ik met studenten ga ontwikkelen. Van september 2017 tot februari 2018 en februari 2018 tot juli 2018 hoop ik dan twee afstudeerders te kunnen inzetten voor de ontwikkeling van het learning dashboard en de eerste versie van de omgeving die we gaan gebruiken. Het learning dashboard, datgene wat de analyses zichtbaar maakt zal een belangrijk element zijn. Het artikel: “Learning analytics dashboard applications” van o.a. Katrien Verbert geeft een mooi overzicht van de status van learning dashboards op dit moment.
Er komen zo drie iteraties waarin we de tool verder ontwikkelen. Maar we focussen niet alleen op de technologie, ook op het gebruik er van. De competenties van de gebruiker van het dashboard (studenten en docenten in mijn onderzoek) om de gepresenteerde analyses van het dashboard ook juist te interpreteren en al kritisch denkend het om te zetten in acties is minstens net zo belangrijk. In ons onderzoek gaan we proberen om inzichtelijk te maken of de competenties er zijn, gaan we oplossingen aanbieden waarbij die competenties getraind kunnen worden of waarbij het gedrag van de gebruikers beïnvloed kan worden.
Tenslotte gaan we natuurlijk kijken of de omgeving en oplossing die we aanbieden invloed heeft op de leer efficiëntie, leer effectiviteit of/en de student beleving.
Bedankt voor je post over het artikel in de onderwijsinnovatie, want het past precies in dit straatje, maar dat wist je natuurlijk al.
Ik hou je op de hoogte.
Groet Marcel
Samenhang der dingen
Hi Marcel,
Jij, ik, zien, zoeken en vinden verbindingen. Ik heb gemerkt dat als je onderzoek doet, dat dit een lastige eigenschap is 😉 . Als je onderwijs ontwerpt is het juist handige eigenschap omdat het dan goed is te realiseren dat alles met elkaar in verbinding staat.
Deze week hadden we weer een inspirerende ZOEC-sessie. Dit keer was Jan van den Akker onze gast. De man van hét spinnenweb. Je weet misschien nog dat ik dit model gehanteerd heb (als opdracht van mijn MLI studie) bij het analyseren van het curriculum van de faculteit ICT en het herontwerpen een open online cursus basis wiskunde. Bijzonder leuk om nu samen met hem om de tafel te zitten en te praten over onderwijs ontwerpen en ZOEC.
Het spinnenweb model heb ik onlangs ook kort beschreven voor het Blended Learning model waar we binnen het lectoraat technologie-ondersteund leren over nadenken. Misschien goed om het model in dit blogbericht ook nog toe te lichten.
SPINNENWEB
Van den Akker onderscheidt verschillende curriculaire verschijningsvormen. Deze zesdeling is gebaseerd op het werk van John Goodlad. Deze indeling kan een kritisch hulpmiddel zijn tijdens het ontwikkelproces: doen we wat we beogen en bereiken we wat we beogen? Hoe wordt het beoogd curriculum uitgevoerd?
De kern van een curriculum zijn de doelen en inhouden van het leren. Van den Akker gebruikt hiervoor de metafoor van het spinnenweb. In het spinnenweb staat visie of missie van de school centraal, het is de verbindende schakel. De overige onderdelen van het curriculum zijn: tijd, toetsing, leerdoelen, leerinhoud, leeractiviteiten, rol van de docent, leermaterialen, groeperingsvorm en leeromgeving, deze zijn verbonden met die visie. Idealiter zijn ze ook met elkaar verbonden, zodat er sprake is van consistentie en samenhang. De metafoor van het spinnenweb onderstreept volgens Van den Akker het kwetsbare karakter van een curriculum. “Spinnenwebben zijn weliswaar enigszins flexibel maar dreigen toch te scheuren als er te hard en eenzijdig aan bepaalde draden getrokken wordt zonder dat de andere draden meebewegen.” Als je dus één element van het curriculum verandert heeft dit direct gevolgen voor andere elementen binnen het curriculum.
Bronnen:
- Thijs, A., & Van den Akker, J. (2009). Leerplan in ontwikkeling. Enschede: Stichting leerplanontwikkeling (SLO).
- curriculumontwerp.slo.nl
Interessant is om ook de publicatie over het didactisch concept van de Hogeschool Utrecht over Blended Learning : Onderwijs ontwerpen nog eens te lezen. Hierin zijn de didactische keuzes die hierbij gemaakt kunnen worden verder uitgewerkt.
Terug naar het gesprek met Jan van den Akker …
SAMEN ONTWERPENDE DOCENTEN
Jan stelt het ontwerpdenken van docent centraal. Meer dan onderzoek zit het ontwerpen in de zone van naaste ontwikkeling van docenten. Uit eigen ervaring, maar ook op basis van het concept mapping methode van Hendrik Drachsler blijkt dat er veel te weinig tijd en ruimte is voor onderwijskundig ontwerpen binnen Zuyd. ZOEC beoogt een onderwijskundige community voor kennisdeling te bieden aan ontwerpende docenten. Ontwerpen is tevens een krachtige manier om professionele ontwikkeling te stimuleren.
Visualisatie en simpele taal zoals het spinnenweb kunnen helpen duidelijkheid te scheppen in het complexe proces van curriculum ontwerpen (macro/meso) of onderwijs ontwerpen (micro). Geconcludeerd wordt dat er veel gestapeld wordt in curricula waardoor curricula overvol worden. Keuzes moeten gemaakt worden vanuit een visie. De ‘waartoe?’-vraag moet gesteld worden. Waartoe leiden we op? Dit expliciteren, keuzes legitimeren, visie opnieuw overdenken. Is differentiatie nodig in wat we doen/willen of geldt voor iedere student hetzelfde? De samenhang is belangrijk (“every chain is as strong as its weakest link“), weinige in een team kennen de samenhang. Het spinnenweb helpt om het collectief ontwerpen van teams te stimuleren (zeker mbv het spinnenweb vloerkleed). Het helpt inzichtelijk te maken: waar beginnen we mee? wat volgt? wat kan wachten? Maar het maakt ook het krachtenveld duidelijk: waar heb je invloed op en waar niet op. Het is wenselijk om dat in kaart te brengen. Maar ook om periodiek reflectiemomenten in te voeren en experimenteerruimtes te creëren.
Advies van Jan: “Think big start small“.
Ontwerpuitdagingen voor ZOEC:
- Op zoek gaan naar veelbelovende inspirerende voorbeelden. Lessons learned. Documenteer niet alleen producten maar ook het proces.
- Behoeftenonderzoek ; beelden schetsen (‘..zou het niet beter/mooier/wijzer/etc zijn als..’), d.w.z. niet vragen ‘wat denk je nu?’. Een mens weet niet wat hij niet weet! Met empathie je inleven in de behoefte van de eindverbruiker.
- Literatuurstudie
Het ontwikkelen van een aantrekkelijke ZOEC-omgeving is een zoektocht, waarin continu het leervermogen van de organisatie gestimuleerd / duurzaam gemaakt moet worden, gelet moet worden op taal, begrippen, manier van overdragen op de ander, kennisdeling van curriculumontwikkeling, centraal stellen van onderwijsontwerp, onderzoekmatigheid, cultuur van de docenten. Het zou ook een goede oefening zijn om het spinnenweb als model te hanteren bij het ontwerpen van ZOEC.
Al met al weer een leerzame middag.
Judith
Dank aan Sandra Bösch die van elke bijeenkomst een uitgebreid verslag maak. Handige hulp bij het schrijven van mijn blog 🙂 .
Informatietrends
Ha Marcel,
De decemberuitgave van IP (InformatieProfessional) is een trendnummer.
Interessant om het artikel over machine learning te lezen, voor mij was (en is) dat nog een ongrijpbaar begrip. Zelflerende machines zoals Watson gaan mijn verstand te boven. Machine Learning staan nu in de ‘peak of inflated expectations’ in de Gartners hype cycle.
De highlights voor mij uit dit nummer:
- Slimme chatbot
In de laatste jaren dat ik in de bibliotheek werkzaam was, hebben we geëxperimenteerd met MSN om digitaal ook vragen van studenten te beantwoorden. Van deze manier om synchroon te communiceren met een bibliotheekmedewerker werd niet heel veel gebruik van gemaakt. Dit is later vervangen door asynchrone comunnicatietoools als Facebook en Twitter, of de oude vertrouwde mail natuurlijk. De ontwikkelingen op het gebied van Artificial Intelligence en machine learning (zie Siri en Google Now) staan niet stil. Zou zo’n digitale gesprekspartner toekomst hebben voor bibliotheken? Voor Zuyd Bibliotheek? Vooralsnog lijken goede FAQ’s een betere oplossing te zijn dan een zelflerende bot. Ervaring leert dat deze chatbots eerder ondeugender worden dan slim, zodat ze nog niet als een professioneel communicatiemiddel kunnen worden ingezet. Als ik naar de reacties van de bibliotheekmedewerkers in dit artikel kijk, zijn ze hier niet rouwig om. Echter, als je naar de onlangs gelanceerde Jarvis van Facebook kijkt, komen er steeds meer virtuele assistenten in ons huis. Ervaring leert ook dat als vernieuwingen in ons persoonlijk leven hun intrede doen, we deze in onze werksituatie ook gaan gebruiken. Ik ben benieuwd hoe lang dit nog duurt.
- Robotcollega
In Muntpunt Brussel hebben ze sinds een half jaar een nao robot in dienst: Zora. Zij leest verhaaltjes voor, kinderen mogen haar programmeren. Een beetje vergelijkbaar met onderwijsrobots, als Charlie. Zo’n humaoïde robot lijkt me wel wat. Nu kan Zora geen boeken vinden of opruimen. Hugh kan dat bijvoorbeeld wel, deze wandelende bibliotheekcatalogus loopt binnenkort in Aberystwyth University rond. Of een RFID scan-robot die dit jaar in Singapore elke avond controleert of de boeken op de juiste plek staan. Zo’n gastvrije robot waarmee in Japanse hotels al wordt geëxperimenteerd zie ik wel zitten ter ondersteuning van de bibliotheekcollega’s.
Uiteraard mogen trends als open data, algoritmes en privacy net ontbreken in het lijfblad voor informatieprofessionals.
- Open als het kan, gesloten als het nodig is
In dit artikel aandacht voor ‘privacy by design’ bij wetenschappelijk onderzoek. We weten natuurlijk dat je enkele vuistregels bij gegevensbewerking in acht moet nemen: het doel waarom je data verzamelt moet duidelijk zijn, dat niet meer gegevens bewaard mogen worden dan nodig is voor het doel (dataminimalisatie), dat betrokkene toestemming moeten geven, er een overeenkomst aan ten grondslag ligt en je mag de gegevens niet gebruiken voor een ander onderzoeksdoel.
Nu er steeds meer data wordt verzameld, ligt ook het gevaar van het koppelen van gegevens op de loer. We zijn meer dan onze data, zegt Melanie Peters, directeur van het Rathenau Instituut. Zij zegt dat je 5 zaken moet regelen waardoor de digitale samenleving beter functioneert.
- veilige opslag van persoonlijke gegevens
- duidelijke scheiding tussen open en gesloten data
- niet meer gegevens verzamelen dan nodig
- wettelijke kaders en inregelen controle
- burgers naast digitale vaardigheden ook ‘databewust’ maken
- Digitale nalatenschap
Bij leven moet je dus weten wat er met je data gebeurt (‘databewust’). Maar wie is er verantwoordelijk voor je data na je overlijden? Wat gebeurt er dan met je digitale footprint? Het zijn geen fijne dingen om over na te denken, helaas zo nu en dan pijnlijk actueel. Sociale netwerken bieden mogelijkheden om gegevens na overlijden permanent te verwijden (of om te zetten in een Facebook herdenkingspagina). Er bestaat zoiets als een Legacy Locker van PasswordBox om een digitale erfgenaam aan te wijzen.
Toch is niet alles digitaal. Het papieren boek blijft nog steeds populair naast de beschibare ebooks. En een ‘digitale detox’, vrijwillig een tijdje offline gaan, om los te komen van onze technologische verslaving blijkt ook erg ‘in’ te zijn. In dit kader las ik vanmorgen op mijn Blendle Premium (over informatietrends gesproken …) een artikel over Tristan Harris en zijn ‘Time Well Spent‘ beweging. In onderstaande TEDtalk hoor je meer over zijn gedachtegoed.
Zijn dit nu allemaal nieuwe trends? Nee, deze onderwerpen staan al langer op de agenda, zegt ook Marleen Stikker van de Waag Society in het inleidend artikel. In ieder geval is de technologie er al langer, de toepassingen in de verschillende werelden veranderen wel ingrijpend.
Kijk ik nog even naar de relevante trends op het gebied van online leren waarover Wilfred Rubens onlangs blogde: (1) credentials (2) learning analytics (3) kunstmatige intelligentie (4) online cursussen op nieuwe vakgebieden dan zie ik in ieder geval overlap op het gebied van big data en kunstmatige intelligentie. Mbt de trend ‘credentials’ wordt in het onderwijs gesproken over digitale badges en edublocks (blockchaintechnologie). In een vorig nummer van IP is deze technologie uitgebreid besproken en welke invloed deze zou kunnen hebben op informatieprofessionals die van nature intermediairs, bemiddelaars zijn. De rol van de tussenpersoon vervalt bij toepassingen van blockchain. Wat dit allemaal voor de IP’er gaat betekenen? Laat ik het dan maar houden bij de woorden van Marleen Stickker dat informatieprofessionals vooral op de hoogte moeten blijven van de technologieën en een kritisch onderscheidend vermogen moeten ontwikkelen.
Judith
Learning Analytics helpen docenten in onderwijsproces
Hoi Marcel,
In het decembernummer van OnderwijsInnovatie staat het artikel Learning analytics helpen docenten in het onderwijsproces van Anouschka van Leeuwen en Rianne Poot. Het artikel beschrijft een onderzoek bij een bachelorcursus binnen de opleiding Onderwijskunde aan de Universiteit Utrecht. Deze cursus is vormgegeven volgens het Flipped Classroom-model. De interactie tussen docenten en studenten vindt voornamelijk plaats tijdens de werkgroepen. In dit onderzoek hebben ze docenten learning analytics aangeboden om hen te ondersteunen bij het monitoren van studenten.
Op het moment dat docenten en studenten elkaar ontmoeten tijdens de werkgroepen is er al een diversiteit onder de studenten wat betreft voorbereiding en ondernomen activiteiten. Het doel van de learning analytics was om docenten te voorzien van informatie over deze activiteiten zodat zij geïnformeerd naar de werkgroepen gaan.
Data over het kijken van kennisclips en het inleveren van toetsvragen werden automatisch gegenereerd. Deze data geven echter geen compleet beeld van het leerproces van de individuele student en het samenwerkingsproces. Daarom werd nog dmv korte anonieme vragenlijsten wekelijks extra informatie verzameld om meer affectieve data en data die betrekking hadden op het groepsproces te verkrijgen. Deze vragen gingen over:
- aantal leesuren
- onderwerpen waarover studenten het meest hadden gelezen
- tevredenheid over communicatie binnen de groep
- tevredenheid over participatie binnen de groep
- inschatting van betrouwbaarheid van groepsleden
- mate van overeenstemming binnen de groep
- vertaling kunnen maken van model naar groepsopdracht
- voortgang van groepsopdracht
Studenten konden ook opmerkingen over individuele of groepsvoortgang toevoegen.
De docent kreeg wekelijks per werkgroep een rapportage. Hierin stonden geen gegevens van individuele studenten zodat privacy was gewaarborgd. Docenten hielden een logboek bij en aan het eind van de cursus zijn zij bevraagd over de zinvolheid van deze rapportages en wat zij met de informatie hebben gedaan.
Docenten gaven aan dat zij (monitoren)
- een goed overzicht hadden van de activiteiten van de studenten
- gemiddelden tussen werkgroepen konden vergelijken
- inzicht hadden in voortgang in samenwerking
- een objectiever en vollediger beeld hadden van studenten
Op basis van de rapporten werd ook daadwerkelijk gehandeld (interventie):
- complimenteren
- confronteren, met beeld van de rapportages
- aanpassen, meer uitleggen indien nodig.
De pilot was succesvol te noemen en het onderzoek wordt voorgezet. Een drietal tips van de onderzoekers
- ontwikkel een mix van cognitieve en affectieve maten die aansluit bij de behoefte van docenten (zie ook bericht The global search for education: would small data mean big change?)
- reserveer voldoende tijd voor het opzetten van learning analytics
- maak vaste afspraken in het team om de uitkomsten van het learning analytics-rapport te bespreken.
Groet,
Judith









