Gelezen. The accidental Instructional Designer
Enige tijd geleden las ik op de website van Kessels & Smit over het boek The accidental instruction designer: Learning design for the digital age van Cammy Bean. Ik was nieuwsgierig en wilde het ook lezen. Dat heb ik de afgelopen week gedaan.
Dit verhalend (en daardoor inspirerend) boek uit 2014 is een persoonlijk verslag van hoe Cammy Bean per ongeluk een learning designer werd. Ze maakte zo’n twintig jaar geleden haar eerste cd-rom trainingsprogramma. Gedurende de 10 jaar die volgde leerde zij door haar onderzoekende en nieuwsgierige houding informeel over instructional design in het algemeen en over online onderwijs aan volwassenen in het bijzonder. Inmiddels heeft ze met design teams honderden online zelfinstructie trainingsprogramma’s ontworpen.
many many shades of instructional design
Wat is instructional design? Iedereen die zich instructional designer noemt, omschrijft zijn werk anders. Volgens Bean zijn er 4 verschillende vaardigheden noodzakelijk voor dit vak:
- kennis van hoe mensen (voor wie jij ontwerpt) leren
- creativiteit (leren moet aantrekkelijk zijn)
- technologie (zonder technologie geen e-learning, je hoeft geen geek te zijn maar wel de taal kunnen spreken)
- context (je moet de context begrijpen, strategische doelen, visie ed)
Instructional designer is een zogenaamde T-shaped professional; brede vaardigheden en op 1 gebied de expertrol. Je moet op zoek gaan naar jouw expertrol. Wat is dat? En wat zijn je zwakke kanten? Niemand is expert op alle terreinen. Werk daarom in een team, zegt Bean en gebruik je (twitter)community om van te leren. *Hear Hear*.
please the eye and invite the learner in
Ontwerp belevingen, schrijft Bean. Design heeft doel, intentie en inhoud nodig, maar visual is ook belangrijk! Uiteraard draait het om de inhoud, maar hoe het ‘voelt’ en een duidelijke navigatie heeft aandacht nodig. Daarnaast is de manier waarop je de inhoud aanbiedt cruciaal. Cammy Bean gelooft in de kracht van verhalen als het gaat om e-learning (onderwijs in het algemeen). Ik ervaar dat tijdens het lezen van haar boek. Haar verhaal biedt de context en zo wordt het voor mij betekenisvoller. Haar ervaringen en de theorieën die ze daaraan koppelt, zijn voor mij herkenbaar.
Een hoofdstuk in het boek geeft tips over het begeleiden van inhoudsdeskundige (in mijn situatie: een docent met tijdgebrek) tijdens het ontwerpen van online (blended) onderwijs. Een ontwerpmodel kan hierbij helpen; dit is een conceptuele benadering van hoe je onderwijs kunt ontwerpen. Het helpt bij het spreken in een gezamenlijke taal.
Belangrijk is om samen doelen te stellen, te doen aan verwachtingmanagment en de juiste vragen te stellen, zoals:
- Wat wil je dat studenten kunnen doen na deze module?
- Wat zijn de 3 kernthema’s van deze module?
- Welke ‘fouten’ maken studenten het meest in deze module? Waar gaat vaak mis?
- Kan je me een verhaal vertellen over dit onderwerp? Hoe ben jij expert op dit onderwerp geworden? Van welke fouten heb jij geleerd?
- Waar kunnen studenten meer informatie vinden over dit onderwerp?
Gaat de module over informatie delen of bewustwording creëren, aanleren kennis en vaardigheden, complexe problemen oplossen, of een verandering in houding en gedrag? Bij deze verschillende doelen horen andere andere ontwerpen. Zij beschrijft er verschillende.
its all about people: make it human
Bij Bean staat aandacht voor menselijke interactie centraal. Streven naar emotionele betrokkenheid, aandacht trekken en relevantie. Verhalen vertellen, iets onverwachts toevoegen, nieuwsgierigheid prikkelen, en varieer. Engaging and fun maar wel effectief en niet te veel *clicky-clicky bling-bling*. Sla niet door in allerlei leuke dingen toevoegen want dan kan het zijn doel (motiveren) missen, het kan zelfs irritant worden. Het belangrijkste is dat de lerende aan het denken wordt gezet. Maak de inhoud persoonlijk. Spreek de student aan op een conversatietoon. Schrijf actief.
Belang is ook om andere mensen naar je ontwerp te laten kijken. En evalueer met de studenten.
learning mixologist
Aan de eerder genoemde vier vaardigheden voor instructional designers wilde ik nog een vijfde toevoegen die Bean ook regelmatig in haar boek benoemd:
5. een onderzoekende en nieuwsgierige houding, houdt oren en ogen open voor nieuwe ontwikkelingen.
Ze spreekt op het eind van haar boek dan ook over een learning mixologist
A learning mixologist keeps an eye on technology trends, watching for any possibilities on the horizon
Net zoals Cammy Bean ben ik per toeval betrokken bij het ontwerpen van onderwijs. Ik heb er een beetje formeel voor geleerd en heel veel informeel, maar vooral veel samen met anderen: (nieuwe) dingen uitproberen en gewoon doen.
Een lekker lees weg boek. Het ligt op ons kantoor, te leen voor wie geïnteresseerd is.
Ergens in het boek kwam ik de afkorting Aida tegen. En nu met deze zomerse temperatuur droomde ik even weg, terug naar vorig jaar toen ik in de Arena di Verona genoten heb van een prachtige uitvoering van de opera Aida.
Judith
Aida – attention interest desire action

Gelezen. Blockchain: de technologie die de wereld radicaal verandert
Ja, Marcel, we hebben op ons blog al een paar geschreven over blockchain (de onderliggende technologie van Bitcoin) en de mogelijkheden voor het onderwijs (edublocks) en een TEDtalk hierover gedeeld.
Via de aanwinsten van Zuyd bibliotheek, Hotelschool zag ik nu een boek over dit onderwerp: Blockchain: de technologie die de wereld radicaal verandert van Simone Vermeend en Perry Smit.
Blockchain wordt in het boek de tweede digitale revolutie genoemd. Volgens de Hype Cycle van Garner zit blockchain nog in de ‘Peak of Inflated Expectations, de vallei van desillusie is het nog niet door. Het kan nog wel een tijdje duren eer het duidelijk is of het kan voldoen aan de hooggespannen verwachtingen.
Het boekje is vooral gericht ondernemers (vandaar ook ‘powered by KvK’) en niet zo zeer op de onderwijskundige mogelijkheden. Als je hierover meer wilt weten, lees dan het artikel van
Het aardige aan dit boek is de bijbehorende website waarop je blockchainfuncties zelf kunt uitproberen. De registratiecode van dit boek is in mijn bezit 🙂 , dus Marcel, als je het eens wilt uitproberen? Laat het me maar weten. Het is wel een ander soort blockchain dan de bitcoin. Er is namelijk een verschil tussen private en public blockchain, zo las ik in het boek. Aan publieke blockchains (zoals bitcoin) kan iedereen deelnemen. Je hebt een computer met internet nodig en software om de transacties uit te voeren. De private blockchain is een gesloten systeem. Welke organisaties deel mogen nemen of wie de blockchains in mag zien, wordt bepaald door de eigenaar. Een voorbeeld hiervan is DNBcoin van De Nederlansche Bank. Zie ook dit blog voor meer informatie over publiek vs private blockchain.
In het boek wordt uitgelegd hoe transacties plaatsvinden. De term ‘hashen’ die in dit verband werd genoemd, kende ik nog niet. Door een document te hashen en van een tijdstempel te voorzien kan je op een later moment controleren of een document dat in het verleden is opgesteld nog exact hetzelfde is. Dit kan je checken via de website proofofexistence.com.
Daarnaast worden voorbeelden, zoals contracten, toegelicht. En uiteraard ook aandacht voor privacy en veiligheid. Het is een aardige, makkelijk leesbare introductie op het thema en geschikt voor iedereen zonder veel wiskundige en technische kennis.
Groet,
Judith
JUDITH.BETER(t) – week 4 en 5
Ha Marcel,
Over week 4 had ik niet zoveel te melden, daarom nu een blog over week 4 en 5.
Vorige week ben ik weer naar een bewegingssessie in Maastricht geweest. Ik probeer een beetje om mijn eten te letten, maar het lukt me nog niet om met de beperkte voedingsadviezen die ik nu heb een maaltijd voor mijn type samen te stellen, behalve dan de ochtendpap en maaltijdsoepen.
In week 4 heb ik ook wat activiteiten voor de BETER Yammergroep uitgevoerd. Deelnemers toegevoegd ed. Ik kreeg te horen dat ik dit eigenlijk niet moet doen. Het is mijn valkuil om maar dingen op te pakken en mijn grenzen daarin niet aan te geven. Aan de andere kant aan sommige werkzaakheden beleef ik ook veel plezier, dus doe ik dat liever dan huis poetsen ofzo 🙂
Halverwege week 4 voelde ik me niet zo lekker: keelpijn, spierpijn, warm/koud en later ook oorpijn. Inmiddels weet ik dat ik een middenoorontsteking heb en aan de antibiotica zit. Dit geneesmiddel past vast niet in de Chinese geneeskunde die de basis vormt voor dit BETER programma. De dokter vond het verstandiger, ik wilde niet zieker worden. Momenteel is mijn energiepeil door oorpijn en antibiotica niet echt top. Dat heeft ook invloed op activiteiten voor dit programma. Daarnaast is mijn beweeg-/leefstijlcoach ook even niet beschikbaar. Dat betekende in week 5 geen beweegsessie en ook mijn 2e gesprek is uitgesteld.
Deze week hadden we (eindelijk!) de kookworkshop. Op de warmste dag van het jaar totnutoe zaten we in de warme instructielokalen van de Hotelschool. We mochten iemand meenemen, en dochterlief vond het leuk om mee te gaan.
De groep werd in tweeën gesplitst. Wij kregen eerst wat voedingsadviezen op basis van de subtyperingen. Deze toelichting door Yan Schroën was voor mij meer een herhaling van het hoorcollege in week 3. Ik kan me voorstellen dat het voor de gasten van het programma informatief was. Wat mij betreft had dit ‘flipped’ gemogen in de vorm van een kennisclip. Tijdens de kookworkshop (het was meer een kookinstructie omdat we verder niets deden dan proeven 🙂 ) kregen we vooral tips over het verschil tussen ‘warm’ en ‘koud’ eten. Het gaat dan niet alleen om de temperatuur van het voedsel maar ook om smaak. Zo is een druif bijvoorbeeld ‘warming’ en een grapefruit ‘cooling’. Het is de kunst voor mij als stoofpotjestype om in deze tijd van het jaar voor neutraal eten te kiezen. En slim te combineren want warme en koude ingrediënten heffen elkaar op. Voorafgaand aan deze bijeenkomst hebben wij een ingrediëntentabel ontvangen waarin we dit allemaal kunnen opzoeken. Inmiddels hebben we ook een mooi vormgegeven receptenboekje ontvangen en werden we uitgenodigd vooral recepten te delen.
Ga ik dit nu allemaal toepassen?
In mijn ogen ging het vooral om slow cooking: koop goede (biologische) ingrediënten, maak het zelf (geen kant en klaar producten). Dit vergt voor mij nogal een andere levensstijl. Ik ben door de week toch wel van het gemakkelijk klaar. Ik zal niet snel havermout een nacht laten weken, om de volgende ochtend mijn ontbijt te maken. Ik pak wel een zakje Quacker 🙂 In het weekend kan ik wel wat voorbereidingen doen zoals soepen maken en spreads voor op wrap als lunch. Maar als ik al die lekkere dingen in te grote hoeveelheden blijf eten dan gaan de kilo’s er ook niet echt af. Kijk, liever had ik een wekelijks menu ontvangen met een overzicht wat ik moet eten. Ik snap ook wel dat het de bedoeling is dat het effectiever is als je zelf uitvogelt wat het beste bij je past, dan pas word je duurzaam ‘BETER’.
Mijn eetpatroon is vooralsnog niet ingrijpend veranderd. Zo’n slim aanrechtblad zou wel kunnen helpen 🙂
Wel opvallend trouwens dat mijn ‘health-blog’ beter wordt gelezen dan mijn vakinhoudelijke ICTO-gerelateerde blogs….wat zegt dat nu??? *think*
Judith
Mijn andere blogberichten over het BETER-programma vind je hier
Design Science Research
Ha Judith,
Al een tijdje ben ik bezig met het doorgronden van Design Science Research. 1. Omdat het leuk is 🙂 2. Omdat we een minor hebben bij HBO-ICT waar dit een onderdeel van is. 3. Omdat het eigenlijk de werelden waar ik in zit combineert. Praktijk (in mijn geval onderwijs), Ontwerp (van oplossingen, mogelijheden, nieuwe ideeën, tools, software) en Onderzoek.
In mijn zoektocht naar materiaal over dit onderwerp ben ik het boek van Alan Hevner tegen gekomen (klik op de kaft om naar Amazon te gaan):
Dit is voor mij een mooi referentiepunt net zoals Andriessen en Wieringa in Nederland dat zijn, die ik in een eerdere korte blogpost besproken heb. Professor Hevner geeft hieronder kort zelf een samenvatting:
Groet Marcel
JUDITH.BETER(t) – week 3
Hallo Marcel,
Afgelopen week was het voor mij een beetje warm draaien in het BETER-programma. Maandag startte met een online vragenlijst over mijn gezondheid. Vragen of lichamelijke beperkingen of emotionele problemen mijn (werk)activiteiten beïnvloeden. Dezelfde dag heb ik voor de eerste keer deelgenomen aan een beweegsessie in Maastricht. Zoals ik je eerder al vertelde moet ik rustig bewegen en vooral niet zweten 🙂 We begonnen met diverse yoga-oefeningen gericht op ademhaling en ‘aarden’. Het was even wennen, maar fijn.
Donderdag kregen we dan (eindelijk) toelichting op het fenomeen subtypes in de vorm van een hoorcollege door Yan Schroën. Yan is nauw betrokken bij het BETER programma. Hij studeerde in China en heeft een praktijk voor acupunctuur en traditionele Chinese geneeskunde. Hij vergezelde onlangs vier Chinezen uit Hangzhou die in Parkstad waren om te onderzoeken of in de toekomst kan worden samengewerkt op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en onderzoek (lees meer in De Limburger).
In de reguliere (westerse) gezondheidszorg, zo vertelde Yan, wordt gewerkt adhv protocollen die uitgaat van aandoeningen ipv personen (one size fits all). In deze systeem biologische aanpak van het BETER programma wordt een groep mensen met dezelfde aandoening (overgewicht/obesitas) op basis van sleutelsymptomen ingedeeld. Men streeft uiteindelijk naar een persoonlijke diagnose, Personalized Health Care Ecosystem. Een mens is niet alleen zijn ziekte; er moet naar heel de mens gekeken worden, dus ook naar psyche, omgeving, eten, leefstijl, stofwisseling. Deze insteek is idd gebaseerd op Chinese geneeskunde, yin en yang. Het is een andere manier van kijken naar complexe chronische aandoeningen, zoals overgewicht. We gaan andersom denken.
Aan de hand van wederom het metafoor kookpotje werd de spijsvertering van de subtypes toegelicht. Ik had al vérteld dat mijn subtype 4 (groen) gekenmerkt wordt door extreme uitputting. Normaal gesproken behoort zo’n 2% tot dit subtype. Het is opmerkelijk dat in onze groep dit subtype vaak gediagnosticeerd is. Het is voor de onderzoekers interessant om te verkennen of hier een reden voor gevonden kan worden. De levensvreugde van type 4 mensen wordt bepaald door deugdzaamheid. Niet zeuren maar doen is hun motto. Zij dienen los te komen van druk van buitenaf.

Ik herkende me ook wel in andere subtypes. Dat is niet zo vreemd, het zijn namelijk dynamische typeringen. Je beweegt tussen types. Het is dus belangrijk dat goed, samen met je leefstijlcoach, in de gaten te houden want dat betekent dat ook je bewegingen en voeding veranderen.
Het BETER programma is vooral een steuntje in de rug. Het gaat er om lekker in je vel te zitten. Je happy te voelen. Nou dat is dit weekend helemaal goed gekomen met die paar dagen Disney met het gezin 🙂 dat is immers The happiest place on earth! Ik heb voldoende stappen gezet. Heb ook vaak kleine hoeveelheden gegeten, alleen niet allemaal volgens de BETER voedingsadviezen; de stoofpotjes en soepen vond ik niet in Disney *grijns*.
Over 2 weken volgt de kookworkshop met allerlei tips per subtype. Een echt BETER kookboek is zelfs in de maak! Er was ook behoefte om binnen de BETER groep recepten en ervaringen uit te wisselen. Men stelde Blackboard voor om te gebruiken, ik vond Yammer hier geschikter voor. Susy vroeg mij om een besloten Yammer groep aan te maken, dat is inmiddels gebeurd. Die community zal de komende week wel actief worden, hoop ik.
Vandaag vol goede moed week 4 in.
Judith
Mijn andere blogberichten over het BETER-programma vind je hier






