Categorie archief: MLI

Judith’s blogs over haar studie Master Leren en Innoveren bij Fontys Eindhoven. Zie ook JOULE4JOU

Gedragsverandering gaat in kleine stapjes #mli

Ha Marcel,

Attitude en gedragsverandering zijn invalshoeken die in jouw en mijn onderzoek overeenkomen. Via een blogpost op Frankwatching Vaker bloggen, is dat aan te leren? (je snapt wel dat deze titel een trigger voor me was 😉 ) las ik over BJ Fogg, docent aan Stanford University die al 20 jaar onderzoek doet naar hoe technologie gedrag kan beïnvloeden.

Ons gedrag(sverandering) komt voort uit dat je iets wilt (drijfveren), in staat moet zijn om iets te veranderen ( het vermogen) en een mechanisme dat een proces in werking zet (triggers). Het Fogg Behavior Model is gebaseerd op deze 3 onderdelen: motivation, ability en triggers. Als gedragsverandering niet optreedt, ontbreekt ten minste een van deze elementen.

Vaak wordt gedragsverandering toegeschreven aan motivatie en doorzettingsvermogen (willpower), maar zo gemakkelijk verander je jezelf niet, het kost gemiddeld 66 dagen las ik … 😦 Met de ‘Tiny Habits method’ gaat het volgens Fogg veel gemakkelijker. Gedrag verander je in kleine stapjes door het te koppelen aan een bestaande routine en jezelf te prijzen! Zijn format:

After I ….[existing habit]….

I will ….[new tiny behavior]…

Maak het nieuwe gedrag zo klein of gemakkelijk dat het geen wilskracht kost om het uit te voeren.

Fogg heeft ook een wizard ontwikkeld, een hulpmiddel die je bij een ontwerp kan gebruiken om een gedrag te veranderen. Hij onderscheidt 15 manieren. Elke type gebruikt verschillende overtuigingstechnieken en psychologische strategieën.

Behaviorgrid

Het gedrag moet ook getriggerd worden. Zelfs als de motivatie hoog is en het gemakkelijk uit te voeren is, heb je toch een trigger nodig. Gewoon omdat je soms er niet aan denkt om dingen (anders) te doen. Technologie kan nieuwe routines ondersteunen.

Fogg noemt 3 manieren om de motivatie te vergroten:

  1. plezier & pijn
  2. hoop & angst
  3. sociale acceptatie & afwijzing

Volgens Fogg zijn er 6 elementen die bepalen of gedrag gemakkelijk te anderen is:

  1. tijd
  2. geld
  3. fysieke inspanning
  4. sociaal afwijkend gedrag
  5. mentale inspanning
  6. routines

De balans tussen deze factoren ligt voor ieder mens anders. Wel kan je deze elementen in een trigger (game 🙂 ) verwerken om mensen subtiel te motiveren hun gedrag te veranderen. Voorbeelden van triggers: sparks (motiverende boodschappen), facilitators (ambassadeurs, helpers, vrienden), reminders (wekker).

Het gedragsmodel van Fogg helpt je om na te denken over gedragsbeïnvloeding. Het helpt ook om te ontdekken waar de pijnpunten liggen. Moet ik mijn collega’s motiveren om meer kennis te delen? Of is het beter om andere obstakels eerst uit de wel te ruimen?

Judith

Bron: Fogg, B. J. (2009, April). A behavior model for persuasive design. In: Proceedings of the 4th international conference on persuasive technology (p. 40). ACM.

Misschien voor jou ook interessant:

De kracht van zwakke connecties #mli

Tja Marcel, ik heb je al vaker gezegd … wat moet ik toch zonder twitter. Gisteren weer zo’n pareltje. Ik zit in mijn denk-/schrijfproces van mijn onderzoek, komt er deze tweet van een hotelschoolbibliothecaris van Saxion voorbij

Super! Weer een onderbouwing voor mijn onderzoek over online kennis delen. Ja, ik ga me in mijn onderzoek wel beperken tot het online kennis delen.

Gebaseerd op een artikel in de Forbes van Jacob Morgan, auteur van boeken over de rol van samenwerking bij innovatie, geen wetenschapper maar onderbouwt zijn verhaal wel met publicaties van de Mark Granovetter, een socioloog bekend van zijn informatie-netwerktheorie ‘The Strength of Weak Ties‘.

Mensen die elkaar goed kennen, waarmee je goed kan sparren, kennen waarschijnlijk ook dezelfde mensen. Het zijn ook de mensen die een soortgelijk kennisniveau hebben en toegang hebben tot dezelfde informatie. Je blijft in eenzelfde kringetje draaien. Hechte relaties vergen veel psychologische investeringen. Bij minder hechte relatie, zoals met veel Linkedin-connecties, Twitter-volgers of Facebook-vrienden is dit minder het geval. Dit soort zwakke verbindingen kan van groot nut zijn, een brug naar informatie die je zonder die ander waarschijnlijk niet had ontdekt. Social media, zegt Morgan, zullen hierbij een steeds belangrijkere rol gaan spelen voor de toekomst van werk in organisaties. En een sociaal netwerk als Yammer kan behulpzaam zijn bij het ontsluiten van het sociaal kapitaal van een organisatie. Twitter, LinkedIn zijn netwerken (zoals nu weer in dit geval 😉 ) om in contact te komen met informatie en mensen die anders onzichtbaar voor je waren. Het bevordert innovatie en co-creatie.

Het Sigma-artikel van Joost van der Ham over sociaal kapitaal en netwerkanalyse ‘Het sociaal (on)vermogen van organisaties’ waarna verwezen werd in overmanagement.nl, heb ik even opgevraagd bij Zuyd Bibliotheek. Het was nog niet online beschikbaar.
In organisaties zijn er verschillende connecties tussen collega’s. Die met je leidinggevende, met je directe collega’s er zijn vele sociale verbanden denkbaar.
Verbanden die niet direct logisch of noodzakelijk zijn, maar wel bijdragen aan kennisdeling binnen de organisatie noemt men iemands ‘sociaal kapitaal’.

Toegang tot expliciete en impliciete kennis leidt uiteindelijk niet alleen tot verhoogde productiviteit en oplossend vermogen, maar zal ook bijdragen aan de werktevredenheid. Een win-winsituatie voor de organisatie en voor de medewerker. Geloof in waar de organisatie voor staat, in ‘waarom’ een organisatie doet wat hij doet, brengt de aanwezige intrinsieke motivatie van een medewerker naar boven. Op het moment dat de waarden en de doelen van de medewerker in lijn zijn met de waarden en doelen van de organisatie, wordt motivatie om het werk te doen een vanzelfsprekendheid. Het dienstverband wordt meer dan een puur economische transactie: ook sociale uitwisseling vindt plaats.

Bovenstaand citaat is uit het artikel van vd Ham. Hij refereert naar Guidice & Mero, 2007. Daar moet ik maar eens even naar op zoek, want dat kwam niet terug in zijn literatuurlijst 😦 . Misschien dat ik het terug kan vinden in het onderzoek van Corry Ehlen over co-creatie en sociaal kapitaal.
Ik ga weer verder met lezen, denken, schrijven, denken, lezen, schrappen, schrijven, denken …..

Judith

 

Op zoek naar critical friends #mli

Ha Marcel,

Actieonderzoek verloopt niet altijd volgens het boekje, staat in het boek van Petra Ponte te lezen. Het model voor actieonderzoek is in haar boek in 5 onderdelen opgesplitst: de stappen – critical friends – leidraadvragen – logboek – beoordelingscriteria.

Het logboek is de gemakkelijkste stap voor mij (heb nog niet zo veel te ‘loggen’ 😉 ). Aan de hand van de gesprekken (Marcel vd Klink, Corry Ehlen), de MLI feedbackmomenten, mijn blogs heb ik het proces tot nu in een tabel ondergebracht waarin ik per datum de stappen, resultaten, reflectie en voortgang heb beschreven. Altijd gemakkelijk om achteraf het onderzoek voor mijn rapportage te kunnen reconstrueren.

Kenmerkend voor actieonderzoek is het delen van de onderzoeksresultaten. Love it! Ik ben voor openheid en transparantie. Het maakt je ook wel kwetsbaar. Maar fouten maken mag.

Tijdens het actieonderzoek wordt het werk immers niet voorgelegd om beoordeeld te worden in termen van ‘goed of fout’, maar om de kwaliteit van het onderzoek te waarborgen. Zoals reeds is opgemerkt, wordt met actieonderzoek immers niet alleen iets beweerd over anderen; er wordt ook in het leven van die anderen ingegrepen (p.46).

Ponte, P. (2012). Onderwijs en onderzoek van eigen makelij: Onderzoek met en door leraren. Den Haag: Boom Lemma uitgevers.

Tevens is het in actieonderzoek belangrijk anderen uit te nodigen kritisch mee te denken en vooronderstellingen aan een kritische toets te onderwerpen. Nu weet ik van mezelf dat mbt mijn onderzoeksonderwerp: attitude tav kennis delen een nogal vooringenomen standpunt heb ;). Daarom ben ik op zoek naar critical friends. Iedereen kan een critical friend zijn: collega’s, tweeps, medestudenten. Alleen mijn begeleider kan geen critical friend zijn omdat zij een meer sturende rol heeft. De rol van critical friends is om vooral kritische vragen te stellen met als doel de kwaliteit van het onderzoek en de aannemelijkheid van de conclusies te verhogen. Het is niet de bedoeling dat critcal friends mij kant-en klare tips geven (waarom niet? 😦 ) en vertellen hoe zij het zelf zouden doen. Het verkennen staat bij hulp van critical friends centraal, maar natuurlijk ook om enige bemoediging te geven :).

Deze week had ik het met een MLI-docent over dat papers schrijven /onderzoek doen toch wel een solistische bezigheid is, terwijl we in ons werk worden aangesproken op onze samenwerkende sociale competenties. Dat solistische is ook niet voor mij, ik wil graag mijn overdenkingen spiegelen om daardoor te verbeteren. Het zou fijn zijn als mijn kritische vrienden enige affiniteit met het onderwerp: kennis delen hebben zodat ik met ze kan sparren. Enige idee wat onderzoeken inhoudt, is ook fijn. Ja, jij past wel in dit plaatje Marcel, maar ik weet hoe vol jouw agenda zit. Ik durf het je niet te vragen. Wie zou wel mijn critical friend kunnen / willen zijn? Meer dan één mag ook hoor.

tumblr_mwhd4eXiB51st5lhmo1_1280

CC0 Noel Lopez via Unsplash

En nu weer verder met mijn probleemstelling en onderzoeksvragen anders valt er helemaal niet te verkennen en te bemoedigen.

Groet,
Judith

Wat is nou van wie het probleem? Actie! Onderzoek #mli

Hallo Marcel,

Mijn vakantiedagen gaan deze dagen op aan de studie. Naast het worstelen met mijn herontwerp moet ik ook mijn onderzoeksvragen helder krijgen voor mijn 2e feedbackmoment (deadline 5 mei). Mijn paper ging over social learning, met mijn onderzoek richt ik me meer op attitude tav kennisdelen. Net zoals dat met mijn paper ging merk ik dat er veel denk- en leeswerk vooraf gaat aan het daadwerkelijk schrijven. Mijn begeleider adviseerde ons in het type onderzoek dat wij doen (praktijkgericht) de ‘handelingsverlegenheid’ van de professionals centraal te stellen.

Is het (niet) kennisdelen alleen mijn probleem of ook een organisatieprobleem?

Euh ….

En ik moet nu ook beslissen welke onderzoeksstrategie ik ga hanteren.

Ga ik voor een

  • Ontwerpgericht onderzoek – iets nieuws maken. Het ontwerpen heel expliciet maken. Dat wordt ‘m niet …
  • Evaluatie onderzoek – van een bestaande methode/programma. Maar voor- en nameting inclusief controlegroep is voor ons niet te doen. Een presentatie van onze docent Sophie Veroeven heeft dit mij duidelijk gemaakt. Ga ik voor …
  • Quasi-experimenteel onderzoek – geen controle groep nodig. Je start met beschrijven van doelen van de interventie, dat vervolgens met een literatuurstudie onderbouwd wordt. De ontwerpcriteria wordt dus uit de literatuur gehaald. Dat was een aanpak die me wel aansprak, maar het wordt waarschijnlijk toch 🙂
  • Actiegericht onderzoek – professionals meenemen in een verandertraject (cyclisch- kleine stapje zetten).

Ik heb inmiddels wat (e)boeken in mijn bezit rondom de aanpak van praktijkgericht onderzoek. Voor actiegericht onderzoek werd het boek van Petra Ponte: Onderwijs en onderzoek van eigen makelij. Handig gedownload via BoomDocStudy!

In het voorwoord lees ik dat actieonderzoek ook zijn beperkingen kent waaronder de weerbaarstige relatie tussen ondernemen van acties en de verantwoording van die acties. Maar het is ook gecompliceerd vanwege het cyclische karakter. Echter, actieonderzoek is geschikt voor de practicus waarvoor geldt dat er gehandeld moet worden! 🙂

Actieonderzoek met en door leraren is gericht op zowel het begrijpen als het verbeteren van hun professionele handelen en de condities waaronder dat plaatsvindt.

actieonderzoek

Ponte, P. (2012). Onderwijs en onderzoek van eigen makelij: Onderzoek met en door leraren. Den Haag: Boom Lemma uitgevers.

Dit type onderzoek past wel bij me hè? In het kader van docentprofessionalisering is al vaker gezegd dat ik als I-adviseur de docent van de docenten ben 😉 In mijn actieonderzoek zie ik dan mijn collega’s als mijn leerlingen 😉

Het doel van kwalitatief onderzoek is om een beeld te krijgen van wat er leeft onder de doelgroep. Het is mijn bedoeling informatie te verzamelen over motieven, denkbeelden, gedrag en emoties. Na een gesprek met Corry Ehlen heb ik toch besloten om een enquete uit te zetten. Nu al vast excuses aan de collega’s die ik straks lastig ga vallen met de zoveelste vragenlijst van een masterstudent. Ik heb minstens 25 respondenten nodig voor een valide onderzoek. Mijn doelgroepen zijn warschijnlijk de collega’s van de faculteit ICT en de Nieuwste Pabo. Daarnaast wil een 10 tal half gestructureerde interviews afnemen.

Maar dat is van latere zorg. Eerst dat probleem en de deelvragen formuleren….

Groet,
Judith

Doe het zelf #MLI

Hi Marcel,

Jouw naamgenoot Marcel de Leeuwe, mede-organisator van de Leersafari waar Erica over gastblogde beschreef op zijn blog de ontwerpprincipes van Do-It-Yourself-Learning. Omdat ik voor mijn studie volop bezig ben met herontwerpen van een gedeelte van het curriculum van de faculteit ICT heb ik me hier eens verder in verdiept.

DIY

Bij de Leersafari hebben de ontwerpers niet de content ontworpen maar het leerproces. De vijf principes van DIY Learning zijn:

  1. Devolve responsibility. De verantwoordelijkheid voor het leerproces ligt bij de lerende.
  2. Be open. Deel je ervaringen open en publiceer onder Creative Commons. Kijken over de grenzen van je organisatie.
  3. Design experiences. De opdrachten ondersteunen het leerproces en bevatten geen inhoud maar alleen processtappen. Leren is doen. Ontwerp een leerervaring.
  4. Provide scaffolding. Deelnemers worden niet aan hun lot overgelaten, gerichte ondersteuning wordt aangeboden. Ontwerp een structuur die leren stimuleert.
  5. Stimulate reflection. De opdrachten bevatten reflectie. De eindresultaten van de opdrachten zijn in de vorm van een verslag, foto, video etc.

Via Marcel de Leeuwe op Leersafari.nl

De internettechnologie en mobiele technologie maken social learning mogelijk. Gepersonaliseerd leren, meer keuzevrijheid, lerende verantwoordelijk voor het eigen leren, meer samenwerken. Ik ben voor! Echter, is dit allemaal wel zo gemakkelijk in te passen in ons onderwijs? De onderwijseenheden, het curriculum, de onderwijs- en examenregeling, de verplichte onderwijscontacttijd; het is allemaal zo complex. Kunnen we ons onderwijs op een ‘DIY’-manier uitvoeren? Minder sturen op inhoud maar meer op het leerproces. Er is nogal een verschil tussen zelfgestuurd leren en zelfgestuurd opleiden. En tussen leren/opleiden van 18-jarige studenten en onderwijsprofessionals. Tenminste zo krijg ik vaker te horen. Ik ben geen docent, ik sta niet midden in het onderwijsproces, maar ik krijg weleens de indruk dat onze studenten veel ‘gepamperd’ worden. Vertel me als ik het verkeerd zie.

In mijn studie-opdracht (herontwerp) heb ik naast het trapmodel wiskunde (ja ik moest ook ontwerpen op inhoud. Niet erg DIY learning) ook een trapmodel zelfsturing (het leerproces) gemaakt. Het leren bij de faculteit ICT is immers gericht op het verwerven van persoonlijke autonomie. Het samenwerken, het learning by doing principe van de opleiding, het tijd- en plaatsonafhankelijk leren met open en online onderwijsmateriaal zijn de uitgangspunten.
Als ik mijn trapmodel over zelfsturing vergelijk met medestudenten dan valt het me op dat de docent daarin nog een erg sturende rol heeft. In mijn trapmodel ga ik toch al veel meer uit van de eigen verantwoordelijkheid van de student. Vraag ik al te veel van ze? Ik hoor het graag van je 🙂 Ik las namelijk in de beoordelingscriteria van dit leerarrangement dat ik regelmatig collegae moet bevragen en hen betrekken in het ontwerp (“bijv. vragen om feedback op het ontwerpblog”). Reacties op JOULE4JOU zijn welkom!

By the way. Marcel de Leeuwe gebruikt veel van de principes van de e-learning goeroe Elliot Masie die jaarlijks het Learning Event in Orlando(!) organiseert …. eind oktober…. de tijd voor Amerika reisjes 😉 En Sir Ken is weer van de partij! *grinnik*

Judith

Toevoeging 28 april:

Op het blog van Wilfred Rubens las ik zijn verslag over Self Organized Learning, het Do-It-Yourself Learning principe waarover Marcel de Leeuwe en Hand de Zwart een expertsessie hebben verzorgd op het Next learning Event waarover Erica gastblogde. Op basis hiervan heb ik enkele toevoegingen in de tekst aangebracht. Wilfred concludeerde:

Daarbij viel op dat mensen het vaak lastig vonden om los te laten en controle op te geven. Je kunt echter gemakkelijk los laten, terwijl toch hetzelfde gebeurt (dus de in jouw ogen noodzakelijke leerdoelen aan de orde komen).