Auteursarchief: Judith van Hooijdonk
The problem of knowledge polarization #TEDtalk #mustsee
Morgen in de Nieuwsflits maar nu al op ons blog! Deze geweldige TEDtalk van de filosoof Michael Patrick Lynch: How to see past your own perspective and find truth.
Lynch stelt ons een soort Matrix-samenleving voor. Wat als je een chip in je hersenen hebt waarmee het hele internet onderdeel is van je geheugen? Als je zo snel toegang hebt tot informatie wil dat nog niet zeggen dat die betrouwbaarder is, of dat we deze op dezelfde manier interpreteren. We dragen nu al een wereld aan informatie in onze zakken, maar het lijkt er op, zegt Lynch, dat hoe meer informatie we delen hoe moeilijker het wordt het onderscheid te maken tussen wat echt is en wat fake-nieuws is.
To solve the problem of knowledge polarization, we’re going to need to reconnect with one fundamental, philosophical idea: that we live in a common reality.
Daarvoor moeten we 3 dingen doen, volgens Michael Patrick Lynch:
- believe in truth
- dare to know
- a little humility
We moeten ons realiseren dat we allemaal onze eigen perspectief op de realiteit hebben. En die realiteit wordt ook heel erg beïnvloed door de filterbubbels waar we in zitten.
Knowing that you don’t know it all
Kijk!
Mooiee avond.
Judith
Bullshit-jobs
Hi Marcel,
Soms heb ik wel eens van die periodes in mijn werk dat ik wanhopig verzucht ‘waar doe ik het allemaal voor’, ‘heeft dit enige zin?’, en ‘heb ik dit niet al eens eerder gedaan?’.
Onzinbanen, daar ging de bijdrage van Peter de Waard in de Volkskrant eergisteren over: “Slechts een kwart van de banen levert producten en diensten waar daadwerkelijk behoefte aan is”. En in alle andere banen wordt slechts 15 uur zinvol werk gedaan. De rest gaat verloren aan bezigheden als het verzenden van e-mails, het bijwerken van het Facebook-profiel, het marketen van nieuw beleid en veel vergaderen. Ik zou het willen tegenspreken, maar een kern van waarheid zit er wel in. Soms. Laat ik voor mezelf spreken.
Ook Pieter Derks sprak gisteren in het NPO1 radioprogramma De Nieuws BV over hetzelfde thema. Nederland kent veel bullshit-banen zoals twee miljoen communicatiewetenschappers (mijn arme dochter 😉 ) en niemand die een kraan kan repareren of kan stuccen. Nou dat kan mijn man dan wel weer. Hij is stukadoor!
Maar als we dan vinden dat banen die wel iets opleveren, er toe doen, laten we die dan eens op waarde schatten. Want vakmensen (en dat geldt ook voor leerkrachten en verpleegkundigen) worden immers niet zo goed betaald als adviseurs (*moi*) of managers of onderzoekers of al die andere banen voor ‘hoger opgeleiden”. We houden deze kenniseconomie-bubble met zijn allen wel zo in stand.
Warme groet,
Judith
Docententeams ondersteunen bij ontwerpen onderwijs
Ha Marcel,
Deze maand heeft SIG Blended Blearning een seminar georganiseerd met als thema het faciliteren van docenten(teams) bij blended learning. Op de SURF website zijn alle presentaties te bekijken en te lezen. Jeroen Bottema van hogeschool Inholland heeft op zijn blog Leervak over 3 (hier, hier en hier) van de 5 presentaties (van hogescholen en universiteiten) uitgebreid geblogd. Veel van wat ik lees, herken ik uit eigen ervaring en onderzoek.
Ook bij Zuyd staat het ontwerpen van (blended) onderwijs op de agenda. Zo zitten we midden in een aanbestedingstraject voor een LMS dat de kern gaat vormen van onze digitale leeromgeving. De pilots flexibilisering van Zuyd Professional zet docententeams aan het denken/werk over het blended maken van hun onderwijs. Het lectoraat technologie-ondersteund leren heeft een ontwerpmodel blended onderwijs beschreven. Een programma ‘succesvol studeren’ gaat docententeams helpen bij curriculumontwikkeling.
Met mijn 2 collega’s van het I-team zitten wij sinds kort in het cluster Onderwijskundige Ondersteuning van de Dienst Onderwijs en Onderzoek. Ons cluster is bij al bovenstaande initiatieven nadrukkelijk betrokken.
Uit al deze lessons learned zie ik onderstaande factoren veelal terug in alle presentaties:
- Implementatie van blended learning kan op verschillende manieren aangepakt worden: top down of bottum-up, centraal of decentraal, verplichtend of vrijblijvend. Geen van de manieren is dé road to success. Een mix van deze aanpakken is meestal de praktijk. Een duidelijke visie op blended learning is daarbij wel voorwaardelijk.
- Geef implementatietrajecten (op het nu gaat om LMS of Blended Learning) vanauit management tijd en aandacht. Ga ook als teamleider het gesprek aan met docenten over ontwikkelingsbehoefte op het gebied van blended learning en biedt professionalisering cq ondersteuning.
- Er is behoefte aan maatwerk: op opleidingsniveau, faculteitsniveau en docentniveau. Dat betekent flexibele, snelle en laagdrempelige ondersteuning (denk aan learning on the job, workshops, online cursussen, 1 op 1, it-support) die docenten kunnen begeleiden bij het ontwerpen van onderwijs, maar ook kunnen ontzorgen. Dit vraagt om onderwijskundige professionals met brede kennis van ontwerpen van onderwijs. Zo’n learning designer is een duizendpoot (zie ook mijn blog over accidental instructional designer). Zo’n ontwerper is een leraar, een inspirator, een procesbegeleider, een expert volgens TPACK, een adviseur die afwegingen maakt op basis van de ontwikkeling waar het docententeam zich bevindt en een bruggenbouwer. (jaja)
- Leren door te doen! Laat voorbeelden zien. Kopieer en doe na.
- Kennisdeling en communitybuilding is cruciaal, hoewel je daar niet alle docenten mee zult bereiken. Zet daarom in op een diversiteit van kennisdeelactiviteiten, online en f2f. In teamvergaderingen, events, studiedagen, nieuwsbrief, pizzasessies, FAQ’s. Communiceer en enthousiasmeer!
- Verweef professionalisering op het terrein van blended learning in een generieke visie en aanpak op docentprofessionalisering. (BKO, BKE, BDB). Organiseer verschillende typen scholingsactiviteiten.
- Benoemde knelpunten bij docenten blijven: tijdsinvestering, what’s in it for me? en digitale competenties.
- Betrek studenten bij implementatie, ondersteuning en evaluatie.
Universiteit Leiden heeft onderzoek gedaan naar randvoorwaarden voor succesvol implementeren van blended learning. Deze komen overeen, zoals onderstaand plaatje laat zien met het 6-factoren model voor learning-enriched schools van Michael Fullan.

Alle bovengenoemde succesfactoren sluiten aan op diverse analyses die binnen Zuyd hebben plaatsgevonden. Voor duurzame implementatie is een heldere centrale visie op leren nodig, met ruimte voor opleidingen/faculteiten om binnen de gestelde kaders eigen invulling te geven aan het begrip blended learning, en daarbij voor de implementatie een haalbaar tijdspad te koppelen. (ICT-) docentprofessionalisering is daarbij cruciaal net zoals tijd om te leren, ondersteuning van docenten en delen van kennis en ervaring. Met het nieuwe cluster Onderwijskundige Ondersteuning werken we samen met de 3 onderwijslectoraten van Zuyd om daarmee ‘evidence-informed’ denken en werken te borgen.
Zoals ik schreef in het blog The Accidental Instructional Designer kan een ontwerpmodel helpen bij het spreken van een gezamenlijke taal. De gepresenteerde ontwerpmodellen/stappenplannen die ik zag komen veelal overeen met het veelgebruikte ADDIE-model (Analysis Design Development Implementation Evaluation).
In de presentatie ‘ontwerp je eigen blend‘ stonden heldere ontwerpvragen geformuleerd:
- Wat moet de student leren?
- Hoe meet je of de student dit geleerd heeft?
- Wat moet de student doen om dit te leren?
- Wat heeft de student daarvoor nodig?
- Hoe weet de student (en docent) hoe hij ervoor staat?
- Welke werkvorm past hierbij?
- Welke tool past hierbij?
- Check, check, dubbelcheck…
Als ik deze koppel aan de ontwerpvragen uit mijn vorig blog dan hebben we, denk ik, een mooi startpunt voor ons onderwijskundig ondersteuning- en advieswerk.
Warme groeten,
Judith
Meer lezen over ontwerpen Blended Learning? Zie mijn boekenkast!
Gelezen. The accidental Instructional Designer
Enige tijd geleden las ik op de website van Kessels & Smit over het boek The accidental instruction designer: Learning design for the digital age van Cammy Bean. Ik was nieuwsgierig en wilde het ook lezen. Dat heb ik de afgelopen week gedaan.
Dit verhalend (en daardoor inspirerend) boek uit 2014 is een persoonlijk verslag van hoe Cammy Bean per ongeluk een learning designer werd. Ze maakte zo’n twintig jaar geleden haar eerste cd-rom trainingsprogramma. Gedurende de 10 jaar die volgde leerde zij door haar onderzoekende en nieuwsgierige houding informeel over instructional design in het algemeen en over online onderwijs aan volwassenen in het bijzonder. Inmiddels heeft ze met design teams honderden online zelfinstructie trainingsprogramma’s ontworpen.
many many shades of instructional design
Wat is instructional design? Iedereen die zich instructional designer noemt, omschrijft zijn werk anders. Volgens Bean zijn er 4 verschillende vaardigheden noodzakelijk voor dit vak:
- kennis van hoe mensen (voor wie jij ontwerpt) leren
- creativiteit (leren moet aantrekkelijk zijn)
- technologie (zonder technologie geen e-learning, je hoeft geen geek te zijn maar wel de taal kunnen spreken)
- context (je moet de context begrijpen, strategische doelen, visie ed)
Instructional designer is een zogenaamde T-shaped professional; brede vaardigheden en op 1 gebied de expertrol. Je moet op zoek gaan naar jouw expertrol. Wat is dat? En wat zijn je zwakke kanten? Niemand is expert op alle terreinen. Werk daarom in een team, zegt Bean en gebruik je (twitter)community om van te leren. *Hear Hear*.
please the eye and invite the learner in
Ontwerp belevingen, schrijft Bean. Design heeft doel, intentie en inhoud nodig, maar visual is ook belangrijk! Uiteraard draait het om de inhoud, maar hoe het ‘voelt’ en een duidelijke navigatie heeft aandacht nodig. Daarnaast is de manier waarop je de inhoud aanbiedt cruciaal. Cammy Bean gelooft in de kracht van verhalen als het gaat om e-learning (onderwijs in het algemeen). Ik ervaar dat tijdens het lezen van haar boek. Haar verhaal biedt de context en zo wordt het voor mij betekenisvoller. Haar ervaringen en de theorieën die ze daaraan koppelt, zijn voor mij herkenbaar.
Een hoofdstuk in het boek geeft tips over het begeleiden van inhoudsdeskundige (in mijn situatie: een docent met tijdgebrek) tijdens het ontwerpen van online (blended) onderwijs. Een ontwerpmodel kan hierbij helpen; dit is een conceptuele benadering van hoe je onderwijs kunt ontwerpen. Het helpt bij het spreken in een gezamenlijke taal.
Belangrijk is om samen doelen te stellen, te doen aan verwachtingmanagment en de juiste vragen te stellen, zoals:
- Wat wil je dat studenten kunnen doen na deze module?
- Wat zijn de 3 kernthema’s van deze module?
- Welke ‘fouten’ maken studenten het meest in deze module? Waar gaat vaak mis?
- Kan je me een verhaal vertellen over dit onderwerp? Hoe ben jij expert op dit onderwerp geworden? Van welke fouten heb jij geleerd?
- Waar kunnen studenten meer informatie vinden over dit onderwerp?
Gaat de module over informatie delen of bewustwording creëren, aanleren kennis en vaardigheden, complexe problemen oplossen, of een verandering in houding en gedrag? Bij deze verschillende doelen horen andere andere ontwerpen. Zij beschrijft er verschillende.
its all about people: make it human
Bij Bean staat aandacht voor menselijke interactie centraal. Streven naar emotionele betrokkenheid, aandacht trekken en relevantie. Verhalen vertellen, iets onverwachts toevoegen, nieuwsgierigheid prikkelen, en varieer. Engaging and fun maar wel effectief en niet te veel *clicky-clicky bling-bling*. Sla niet door in allerlei leuke dingen toevoegen want dan kan het zijn doel (motiveren) missen, het kan zelfs irritant worden. Het belangrijkste is dat de lerende aan het denken wordt gezet. Maak de inhoud persoonlijk. Spreek de student aan op een conversatietoon. Schrijf actief.
Belang is ook om andere mensen naar je ontwerp te laten kijken. En evalueer met de studenten.
learning mixologist
Aan de eerder genoemde vier vaardigheden voor instructional designers wilde ik nog een vijfde toevoegen die Bean ook regelmatig in haar boek benoemd:
5. een onderzoekende en nieuwsgierige houding, houdt oren en ogen open voor nieuwe ontwikkelingen.
Ze spreekt op het eind van haar boek dan ook over een learning mixologist
A learning mixologist keeps an eye on technology trends, watching for any possibilities on the horizon
Net zoals Cammy Bean ben ik per toeval betrokken bij het ontwerpen van onderwijs. Ik heb er een beetje formeel voor geleerd en heel veel informeel, maar vooral veel samen met anderen: (nieuwe) dingen uitproberen en gewoon doen.
Een lekker lees weg boek. Het ligt op ons kantoor, te leen voor wie geïnteresseerd is.
Ergens in het boek kwam ik de afkorting Aida tegen. En nu met deze zomerse temperatuur droomde ik even weg, terug naar vorig jaar toen ik in de Arena di Verona genoten heb van een prachtige uitvoering van de opera Aida.
Judith
Aida – attention interest desire action

Gelezen. Blockchain: de technologie die de wereld radicaal verandert
Ja, Marcel, we hebben op ons blog al een paar geschreven over blockchain (de onderliggende technologie van Bitcoin) en de mogelijkheden voor het onderwijs (edublocks) en een TEDtalk hierover gedeeld.
Via de aanwinsten van Zuyd bibliotheek, Hotelschool zag ik nu een boek over dit onderwerp: Blockchain: de technologie die de wereld radicaal verandert van Simone Vermeend en Perry Smit.
Blockchain wordt in het boek de tweede digitale revolutie genoemd. Volgens de Hype Cycle van Garner zit blockchain nog in de ‘Peak of Inflated Expectations, de vallei van desillusie is het nog niet door. Het kan nog wel een tijdje duren eer het duidelijk is of het kan voldoen aan de hooggespannen verwachtingen.
Het boekje is vooral gericht ondernemers (vandaar ook ‘powered by KvK’) en niet zo zeer op de onderwijskundige mogelijkheden. Als je hierover meer wilt weten, lees dan het artikel van
Het aardige aan dit boek is de bijbehorende website waarop je blockchainfuncties zelf kunt uitproberen. De registratiecode van dit boek is in mijn bezit 🙂 , dus Marcel, als je het eens wilt uitproberen? Laat het me maar weten. Het is wel een ander soort blockchain dan de bitcoin. Er is namelijk een verschil tussen private en public blockchain, zo las ik in het boek. Aan publieke blockchains (zoals bitcoin) kan iedereen deelnemen. Je hebt een computer met internet nodig en software om de transacties uit te voeren. De private blockchain is een gesloten systeem. Welke organisaties deel mogen nemen of wie de blockchains in mag zien, wordt bepaald door de eigenaar. Een voorbeeld hiervan is DNBcoin van De Nederlansche Bank. Zie ook dit blog voor meer informatie over publiek vs private blockchain.
In het boek wordt uitgelegd hoe transacties plaatsvinden. De term ‘hashen’ die in dit verband werd genoemd, kende ik nog niet. Door een document te hashen en van een tijdstempel te voorzien kan je op een later moment controleren of een document dat in het verleden is opgesteld nog exact hetzelfde is. Dit kan je checken via de website proofofexistence.com.
Daarnaast worden voorbeelden, zoals contracten, toegelicht. En uiteraard ook aandacht voor privacy en veiligheid. Het is een aardige, makkelijk leesbare introductie op het thema en geschikt voor iedereen zonder veel wiskundige en technische kennis.
Groet,
Judith






