Bloggend 2017 door

Ha Judith,

In je laatste blog van het vorige jaar: “Bloggen in het onderwijs” beschrijf je de struggle van de inzet van bloggen in het rondom het onderwijs. Het element (gestructureerd aandacht besteden aan je blog) is nu juist mijn probleem bij het bloggen in onderwijssetting. Ik merk overigens ook dat dit vaak een probleem is bij studenten als ik ze vraag te bloggen bij een onderwijseenheid of bij het afstuderen, zonder dat daar direct iets aan verbonden is.

Eigenlijk zou dat het mooiste zijn, op moment dat we tijdens onderwijs met bloggen bezig zijn dat het een logisch automatisme is. It’s part of the job. En in ons HBO onderwijs binnen Zuyd dus part of the job waarvoor we de studenten opleiden. Als ik dan kijk naar mijn eigen werkveld en kijk hoeveel mensen er dan vanuit het werkveld bloggen dan is dat beperkt. Ja er zitten er verschillende op fora of open source omgevingen waar code en/of oplossingen gedeeld worden of op specifieke groepen binnen “afgesloten” communities van productaanbieders. Maar dat ik je nu 10 ICT bloggers kan noemen, niet zo direct. Om nog maar even te zwijgen over of mijn studenten dat zouden kunnen.

Kortom aan het werk in 2017, want ook ik denk dat dit communicatiemiddel meer te bieden heeft dan waarvoor het nu wordt ingezet. En dan niet alleen binnen het onderwijs maar ook binnen de andere beloftes van Zuyd: “het beter maken van de huidige professionals” en “kennisontwikkeling van het werkveld”.

Dus kom maar op met die ideeen dan gaan we ze gewoon proberen.

Groet Marcel

Bloggen in het onderwijs

bloggenonderwijsHoi Marcel,

Fontys collega’s Tons Fleuren, Daniëlle Quadakkers en Mia van Rijsewijk hebben een mooie publicatie voor hun organisatie samengesteld: Bloggen in het Onderwijs. Handvatten voor de inzet van weblogs. Beschikbaar via HBO-Kennisbank onder CC-BY-NC-SA licentie, dus ook te gebruiken voor / door ons. Ik heb m inmiddels ook al toegevoegd aan het item ‘weblogs’ op onze Dingen@Zuyd.

Na een theoretische verkenning van de didactische inzet van weblogs in het hoger onderwijs volgen didactische toepassingsmogelijkheden (diverse typen portfolio’s) van weblogs als de technische (software zelf kiezen of via Fontys aangeboden) en juridische aandachtspunten (privacy, auteursrecht, beoordeling, accreditatie). Daarnaast worden keuzes, mogelijkheden en uitdagingen beschreven.

In dit blog wil ik nog inhoudelijk op deze uitgave ingaan. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het een super goed initiatief vind van mijn Fontys-collega’s van Dienst Onderwijs en Onderzoek. Vanuit de vragen die er zijn naar het didactisch inzetten van weblogs is deze uitgave tot stand gekomen. Dat het als boekwerk in de organisatie is verspreid, is te zien aan de digitale versie van deze publicatie. Volgens mij is de digitale drukversie beschikbaar gesteld, de pagina’s staan helaas niet in een leesbare volgorde. Dat is jammer voor degene die dit soort publicaties toch liever digitaal beschikbaar hebben.
[update 02012017: inmiddels is digitale drukversie vervangen door een goed leesbare digitale versie. De hyperlinks zijn aangepast]

In de theoretische verkenning wordt vermeld dat in de weinig beschikbare empirische studies bekend zijn over bloggen in het onderwijs. (dat biedt dan mogelijkheden voor de promotietrajecten van onze critical friends Ankie van de Broek en Marcel Graus 😉 ). Maar de weinige onderzoeken tonen wel aan dat bloggen samenwerken, reflectie en kritisch denken stimuleren, maar dat het ook de lerende eigenaar maakt van zijn/haar leerproces. Bloggen is een vorm van social learning. Ervaringen, meningen, ideeën delen, leren van elkaar; deze verdiepende interactie komt de kennisconstructie ten goede.

Binnen Fontys, zo staat in hoofdstuk 3 te lezen, worden weblogs voornamelijk ingezet als

  • showportfolio (personal branding, meestal voor iedereen toegankelijk),
  • begeleidingsportfolio (volgen van studievoortgang bij stage, feedback door docenten en peers, meestal niet openbaar toegankelijk)
  • en als beoordelingsportfolio (verzamelen van bewijslast (leeruitkomsten), alleen toegankelijk voor student en beoordelaar).

Als tips wordt hierbij gegeven:

  • het hanteren (of het met studenten samenstellen) van rubrics tbv feedback (formatieve beoordeling).
  • onderwijsactiviteit dient duidelijk op het blog beschreven te zijn.
  • instrueren van de begeleidende docenten, zet ook zelf de blogtool in (‘practice what you preach’).
  • inrichten van een digitale helpdesk voor studenten, docenten en begeleiders die beschikbaar moet zijn buiten de reguliere werktijden.

Ik vind het jammer dat  in de publicatie de nadruk ligt op portfolio’s, en dan met name de begeleidings- en beoordelingsportfolio’s. Ik denk dat bloggen ook voor andere didactische toepassingen ingezet kan worden. Zoals Zuyd-collega Emmy Nelissen het inzet: als groepsactiviteit om studenten te leren argumenteren. Zij werden hier ook uitgedaagd om het werkveld of experts uit te dagen te reageren op hun stellingen (netwerkmogelijkheden).
Tijdens mijn studietijd bij Fontys heb ik als student blog ook ingezet voor groepscommunicatie, maar ook om kennisdelen en groepsinteractie te ondersteunen.

Met betrekking tot de blogtools zijn er binnen Fontys naast de beschikbare SharePoint drie varianten

  1. volledige keuzevrijheid (WordPress, Blogger, Tumblr) – alle verantwoordelijkheid bij student
  2. software met externe hosting (WordPress, Simulise) – functioneel beheer zelf inrichten in afstemming met Dienst IT
  3. WordPress server binnen Fontys (pilot)

Binnen Zuyd behoort optie 3 niet meer tot de mogelijkheden. Optie 2 is momenteel in onderzoek door Facilitair Bedrijf ICT. De meest gebruikte variant bij Zuyd is optie 1: student maakt zelf via WordPress of Blogger een blogomgeving. Uiteraard is single-sign-on wenselijk, maar dat is bij deze optie niet mogelijk. Dat kan wel als je, zoals enkele opleidingen dat doen, gebruik maakt van de blogoptie binnen Blackboard.

Een hele goede toevoeging in deze publicatie, en die heel vaak vergeten wordt, zijn de juridische aspecten. In een onderwijssituatie heb je je te houden aan de Wet bescherming persoonsgegevens. Voor bloggen betekent dit dat persoonsgegevens alleen verwerkt mag worden, indien de betrokkene daar toestemming voor heeft gegeven. Het is voor een blogger echt niet te doen om schriftelijke toestemmingsbewijzen te gaan verzamelen. Daarnaast zijn zij ook formeel juridisch aansprakelijk voor wetsovertredingen in het reactieveld, een disclaimer heeft blijkbaar maar een beperkte waarde. Gelukkig hebben wij in al die jaren bloggen nog niet zoiets meegemaakt.

Bij beoordelingsportfolio’s is het nog goed te realiseren dat deze tbv accreditatie nog digitaal gearchiveerd te worden, met het risico dat bepaalde links naar webpagina’s in de tussentijd verlopen zijn. Beoordelaar dient daarom goed te motiveren op basis van welke criteria tot een bepaalde beoordeling is gekomen.

Je vraagt je af waarom je bloggen nog zou inzetten in het onderwijs, als er zoveel juridische haken en ogen aan zitten 😉

En dan nog het auteursrecht …
maar daarover een ander keer meer, want hierover heb ik nog wat meer te vertellen.

De laatste paragraaf vond ik niet echt een uitnodiging om als docent of medewerker te gaan bloggen. Blijkbaar kunnen arbeidsrechtelijke consequenties het gevolg zijn van onwelwillende bloguitingen. De schrijvers vinden het raadzaam de werkgever te informeren en toestemming te vragen om te bloggen….
Formeel hebben wij dat nooit gedaan. Ons toenmalige leidinggevende was op de hoogte en heeft ons ook daarin altijd aangemoedigd.
Ik zou me, als (Fontys) docent, niet laten weerhouden. Bloggen is naast een geweldige mooie leertechnologie (vind ik dan, maar ik ben bevooroordeeld) en super kennisdeeltool. Voor iedere lerende!

Groet,
Judith

Theory & Practice : 2 sides on the same coin

Hi Marcel,

Onderstaande video vond ik via @jeroenbottema (betrokken bij Lectoraat Teaching, Learning & Technology van Inholland, vergelijkbaar met ons TOL-lectoraat). Must see voor jou en voor iedereen die iets met onderzoek doet.

Sinds kort zit ik ook een beetje in de onderzoekswereld en zie ik dat enige onderbouwing (theorie) nodig is om onderwijs ontwerpen. Veel collega’s zitten in het proces en vragen hulp bij technologie-ondersteund leren (praktijk). Het ene kan niet los van het ander worden gezien. Dat is het ene gedeelte van het Why theory verhaal van Punya Mishra. Ja, die van TPACK 🙂 . Met veel humor vertelt hij ‘the origin story of TPACK’. Het gaat niet over het framework (hij licht het wel even kort toe) maar vooral over de lessons learned bij de totstandkoming van het model, dat hij samen met Matt Koehler heeft ontwikkeld. Sommige ervaringen van zijn onderzoeksproces zal je herkennen, andere zijn goed om die weer eens onder de aandacht te brengen. Bij jou, bij andere kenniswerkers, al dan niet binnen Zuyd.

  1. Timing is everything (and always give credit where it is due)
  2. Find the right partner (with skills that complement your own & and someone who will keep you honest)
  3. You have to listen to the data
  4. Continual evolving process (and a willingness yo share work in progress -with each other and the world)
  5. Solicit & listen to feedback (the work is bigger than your ego)
  6. Marketing/disseminating your ideas is important (while maintaining the integrity of the ideas)
  7. Ideas emerge from strange places (as long as you are willing to listen & change)
  8. Sometimes you go full circle till you truly know what you knew

En het belangrijkst is natuurlijk delen! Zowel het proces als de resultaten. Heel blij dat Punya Mishra zo benadrukt in zijn verhaal dat je je onderzoek open moet gooien, ook het leerproces. Het hoeft (nog) niet perfect te zijn. Anderen kunnen je daar bij helpen.

Mijn pogingen aandacht te vragen voor open en online kennisdelen worden soms lachwekkend gevonden. Dat vind ik niet altijd leuk, maar ik blijf volhouden, hoor. Iemand moet het doen. Ik vind het nodig. Ik voel me in ieder geval gesteund door Punya Mishra!

Keep calm and trust the process 🙂

Judith

Why Theory? Invited talk at Doctoral Forum MLFTC, ASU from Punya Mishra on Vimeo.

#ietsteverbergen #nietsteverbergen

privacy

Hi Marcel,

Gisteravond zat ik samen met dochterlief in een uitverkocht theaterzaal (zo’n 180 man) in Lux Nijmegen te luistern naar Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis, twee journalisten van De Correspondent. Nog niet zo lang geleden hebben zij het boek Je hebt wel iets te verbergen. Over het levensbelang van privacy uitgegeven. Het is een bestseller. Blijkbaar is privacy een hot item. Niet onterecht natuurlijk. Google en Facebook zijn grote datavervuilers. Tokmetzis en Martijn zijn op tournee om het gesprek over een nieuw privacyklimaat op gang te brengen. Zoals zij in de epiloog van hun boek schrijven: net zoals nu aandacht is voor klimaatproblemen is het voor privacy ook nodig dat dit als een collectief probleem gezien wordt. Het besef moet komen dat we veel te beschermen hebben. “Pas dan kunnen wij weerstand bieden aan de krachten die onze privacy  en daarmee waarden als burgerschap, solidariteit en autonomie  in gevaar brengen.”

Ik heb niet veel nieuwe dingen gehoord. Ik weet natuurlijk wel dat niets voor niets is op het internet. En dat alles wat je plaatst via ‘gratis’ apps, handelswaar is voor bedrijven. Ik ben me niet altijd bewust van dat op basis van mijn datasporen besluiten worden genomen. Wel eens van social sorting gehoord? Een term van de Canadese socioloog David Lyon: “Social sorting is een manier om identiteiten vast te stellen, maar ook om risico’s en waarde toe te wijzen aan mensen.” Data wordt gebruikt om onderscheid te maken tussen mensen, mensen worden in hokjes gestopt. Datasporen worden gekoppeld en daaruit worden conclusies getrokken. Je wordt in de gaten gehouden door mensen met een andere bril op, met een zienswijze die jij niet kent. Doen wij dat in onderwijs ook als we met learning analytics gaan werken, vroeg ik me af?

Heb ik iets te verbergen? Natuurlijk wel. Ieder men heeft iets te verbergen. Maar dat zet ik bewust niet op internet. Dus denk ik dat ik niets te verbergen heb. Ik plaats veel en deel gul open en online. Toch kunnen mijn data op dit moment in deze context onschuldig zijn, maar in een andere context in een andere tijd gevaarlijk zijn. Daar kregen we voorbeelden van die me wel tot denken zet. We kregen 5 tegenwerpingen te horen en te zien (op een vreselijk slecht beeldscherm trouwens) tegen de stelling ‘ik heb niets te verbergen

    1. Wat is fout?
    2. Het foute en illegale verandert
    3. Je weet niet waar ze naar zoeken
    4. Overheden en bedrijven zijn niet te vertrouwen (#notetoself WRR-raport iOverheid)
    5. We kennen de toekomst niet

Een terechte vraag: Wat kan de de technologie van de toekomst met de data van vandaag?

De avond begon en eindigde met mensen uit het publiek als proefkonijn te gebruiken. De naam van dochterlief werd als eerste genoemd 🙂

lp

Even schrikken natuurlijk, maar behalve dat ze wisten dat ze carnaval viert in Maastricht en in een multiculti wijk in Nijmegen woont, werd er niks spectaculairs over haar genoemd. Er waren wel mensen waarvan ze wachtwoorden hadden achterhaald.

Omdat ik tijdens de avond aantekeningen maakte op mijn telefoon, zag ik op een gegeven moment dat ik een gast wifi-verbinding had ipv 4G. Dat vond ik vreemd/verdacht. Snel heb ik mijn wifi uitgezet. En jawel hoor, op het eind kwam een ethisch hacker op het toneel. Die met een apparaatje onze ooit onbeveiligde wifi netwerken had geactiveerd.

Ja, onze apparaten roddelen veel over ons. Dat bleek. Via je wifi, via je batterijverbruik. Zelfs door het luisteren naar de ventilator van je laptop of door te kijken naar de vibraties van de wifisignalen kan men horen/zien wat je typt. Althans daar wordt nu wel onderzoek naar gedaan. *Creepy*

Na afloop kregen we een boekje (nou ja, boekje 😦 … een flyer) de digitale zelfverdedigingsgids, die ik ook al in de Nieuwsflits heb verspreid. Goede tips die een ieder zich ter harte zou moeten nemen. Ik heb inmiddels op Facebook mijn instellingen aangepast. Nu moet ik eerst goedkeuren als ik getagd word. Er kunnen immers zomaar foto’s van mij verspreid worden door vrienden die het niet zo nauw nemen met de privacy op Facebook. Daar zag ik gisteren voorbeelden van.

Hoewel de avond me niet heel veel nieuws bracht, zette het me wel aan tot nadenken.
Het boek ga ik zeker nog lezen.

Groet, Judith

Wat maakt dat een team gaat vliegen?

Hoi Marcel,

Ha Judith,

En dan zitten we samen zomaar in de kenniskring van het nieuwe onderwijslectoraat van Zuyd: Technologie-Ondersteund Leren (TOL)! Jij als promovendus en ik als onderzoeker en voor disseminatie (kortweg chief marketing 🙂 ). Deze week was de kick-off op het mooie kasteel Terworm. Een mooie club met veel oud bekenden.

Vanuit mijn perspectief zei hij: laten we doel in vuur en vlam zetten! Laat ons deze eerste olympische cyclus ingaan met de tune die in 2012 voor Nederland bij London hoort:

Onze lector Hendrik Drachsler zei (als grapje) dat één van zijn doelen was dat hij wilde kunnen vliegen! Dat kunnen we dus al hoor! Zie Epke, de flying dutchman 🙂

Ook als team kunnen we vliegen. Dat heeft onderzoek al bewezen 🙂 Enige tijd geleden attendeerde jij me op een onderzoek van Google. Google’s People Operations heeft 2 jaar lang zeer grondig onderzoek (+200 interviews, +250 attributen binnen +180 Google teams) gedaan naar de vraag wat de indicatoren zijn voor een perfect team.

De aanname was dat als je slimme mensen bij elkaar zet met een goede leider een succesvol team gegarandeerd is. Dat is niet zo! (sorry Hendrik). Effectieve leiders zijn belangrijk, tenminste als ze zich als coach opstellen, vertrouwen geven, aandacht voor welzijn teamleden hebben, resultaatgericht, duidelijke visie, luisterend oor, en informatie delen). Maar dan is nog geen succes gegarandeerd voor een sterk team. Het zijn de normen en waarden, de collectieve intelligentie dat maakt dat een team gaat vliegen. De vijf sleutelnormen die verantwoordelijk zijn voor een succesvol team volgens dit onderzoek van Google zijn:

  1. Teamleden hebben psychologische vrijheid nodig. Durven we risico’s te nemen binnen ons team, zonder dat we ons onveilig of vernederd voelen?
  2. Teamleden moeten weten dat ze op elkaar kunnen rekenen, dat de dingen op tijd en met een hoge kwaliteit gedaan worden.
  3. Teams hebben structuur, doelen en afgebakende rollen zijn nodig.
  4. Teamleden moeten het gevoel hebben dat het werk persoonlijk betekenisvol is.
  5. Teams moeten geloven ze het werk dat ze doen er toe doet.

De psychologische vrijheid is veruit het belangrijkste. Hoe ga je met elkaar om? Groepsnormen zijn de ongeschreven regels die we hanteren als we bij elkaar zijn als groep. Het betreft houding, de manier van communiceren en handelen. Het appelleert aan ons intuïtief gevoel of je weet of je binnen of buiten een groep valt indien je niet aan de heersende groepsnorm houdt.

Uiteindelijk maak je dat toch zelf in zo’n groep. Bij Edicto/ZuydPLEIN is dat ook gelukt tot en met de groepsfunctioneringsgesprekken aan toe. Ik heb in ieder geval de ingrediënten bij elkaar gezien om te komen tot een team. Met een blik naar voren, into the future, en een open geest moet dat zeker lukken

Voor mij houdt psychologische vrijheid in: open communiceren, open kennis en ideeën delen, van elkaar leren en waardering ontvangen voor hetgeen je bijdraagt.

Dat sluit toch mooi aan op het citaat waarmee ik mijn motivatiebrief voor de kenniskring eindigde:

“Wanneer je samen met anderen iets betekenisvol doet, kun je wonderen verrichten.”
Michael Fullan

We zijn inmiddels al volop aan het basecampen; snel mijn Mendeley-library eens opnieuw inrichten.

Basecamp, Mendeley, Whatsappgroep, het zijn in ieder geval tekenen dat we online ook een boel plezier gaan maken! En uiteindelijk gaat het zich daar toch om!?

En wat plezier betreft: A sort of homecoming die op the unforgettable fire staat zou passen van U2, qua titel en albumnaam, maar op moment dat Bono in een stadion waar we samen zijn geweest vraagt: Are you ready to get of the ground… Elevation!

Marcel & Judith

De informatie over het Google-onderzoek is gebaseerd op